CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

250326 Verslag Raadsvergadering 26 maart en 1 april 2025 GETEKEND

Raadsvergadering 16 april 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Vaststellen verslag en besluitenlijst van Raadsvergadering van 26 maart en 1 april 2025 + actiepuntenlijst. Jaarplanning ter kennisname31.375 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Raadsvergadering” CONCEPT-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op 26 maart en | april 2025 in de raadszaal van het gemeentehuis

Aanwezig: Voorzitter

de heerjhr. M.A. Röell

Raadsgriffier

mevrouw C. Heusingveld

VoorBaarn VVD

de heer M.A.C. van Grinsven, mevrouw MJ. Koenders-van de Vrugt de heer J.M. Jonkers, de heer M.R. Korkmaz, mevrouw A.M. Martens, mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal, de heer A.P. van der Padt de heer J.J.G. Bosman, de heer W.J.L. Genuit, mevrouw J.A.M. Sluijs mevrouw C.J. Struiijk-Cramer de heer H.J. van Hardeveld, de heer R. van Wijk de heer V.A. Brinkman-Koopal, mevrouw S. Bruijstens de heer R.M. Bruins de heer J.C.A. van Loon de heer M.R.N. Schouten mevrouw M.L. Deurloo

GroenLinks D66 CDA PvdA ChristenUnie 5OPLUS Lijst Schouten Lijst Mylou Deurloo Wethouders

|.

de heer M. Eijbaard, de heer H.B. Prakke, de heer M.R. Veldhuizen, de heer S. de Vries

Opening

De VOORZITTER: Dames en heren, goedenavond. Welkom in deze raadzaal van de gemeente Baarn bij de besluitvergadering. Dames en heren raadsleden, mensen op de publieke tribune, mensen thuis via Eemland TV, Eemland | of op een andere manier, college. We gaan beginnen met de vergadering. Ik heb geconstateerd dat we een quorum hebben, dus we kunnen vergaderen, dat is fijn. 2.

Mededelingen

De VOORZITTER: We hadden bijna moeten zingen vandaag maar hij is er niet want het steunfractielid van het CDA Maarten Van der Donk is vandaag jarig en vanaf deze plek, uiteraard zit hij thuis gewoon natuurlijk voor de buis te kijken naar deze vergadering, dat begrijp ik ook, wil ik hem van harte feliciteren namens ons allen metzijn verjaardag. En als laatste mededeling, we hebben een pauze zo rond half tien en mochten de stemmen staken bij een ordevoorstel, dan is het ordevoorstel verworpen. Ik heb geen mededelingen van verhinderingen ontvangen. 3. Vragenhalfuur De VOORZITTER. Er is een set vragen ontvangen van mevrouw Deurloo van de Lijst Mylou Deurloo en van de heer Van Harderveld van het CDA met betrekking tot de wisseling van de portefeuilles in het college. Ik begrijp dat mevrouw Deurloo de vragen gaat stellen. Mevrouw DEURLOO: Dank u voorzitter. Het onderwerp waar we vragen over willen stellen is de wisseling van de portefeuilles van de wethouders en het waarborgen van de bestuurlijke continuïteit. We vragen aan het hele college de volgende vragen.

Waarom heeft het college besloten om de portefeuilles te wisselen zodat wethouder Eijbaard nu de Speeldoos in zijn portefeuille heeft? Welke afwegingen zijn hierin gemaakt? De tweede vraag is er leven bij ons zorgen omdat het dossier Speeldoos nu na de eerdere overdracht van wethouder Prakke in de vorige raadsperiode naar wethouder Veldhuizen aan het begin van deze raadsperiode en nu onlangs weer naar wethouder Eijbaard is gegaan, inmiddels al bij de derde portefeuillehouder dus terecht gekomenis. Kan het college aangeven hoezij dit ziet en hoe zij ervoor zorgt dat alles soepel doorloopt qua continuïteit en ook juist in de contacten met de Speeldoos, de bieb en de inwoners of naar de samenleving? Derde vraag, het opnieuw wisselen van portefeuillehouder kan door de inwoners van Baarn opgevat worden als een gebrek aan toewijding, tussen haakjes te definiëren als de onverzettelijke inzet om doelen te bereiken ongeacht de uitdagingen die op je pad komen, haakje sluiten. Wat doet het college om hetrisico van deze beeldvorming te beperken? En de laatste vraag is, loopt het college niet een risico dat het voor een andere portefeuillehouder wellicht net zo'n grote of een te grote belasting zou zijn? Wethouder DE VRIES: Voorzitter dank u wel en ook dank aan mevrouw Deurloo voor de gestelde vragen.

De portefeuilles in een college worden aan het begin van de bestuursperiode op basis van een zo goed mogelijke inschatting voor wat die komende vier jaar gaan brengen gemaakt. Dus op basis daarvan worden die portefeuilles verdeeld en gedurende die periode kunnen allerlei omstandigheden veranderen of kan blijken dat de inschatting niet helemaal juist is geweest. Onderwerpen worden meer of minder actueel of urgent en er komenaltijd nieuwe soms ook onvoorziene zaken bij. Voor collegeleden kan het ook betekenen dat de belasting verandert en uiteindelijk, en daarin is Baarn zeker niet uniek, kan het nodig zijn om ook daarom de verdeling aan te passen en dat is deze collegeperiode al een aantal keer gebeurd. Het college werkt sowieso nauw samen. Ik denk dat we daar ook om bekend staan en we hebben een open cultuur, zeker als het gaat om het delen van ontwikkelingen in portefeuilles en zeker ook bij de wat grotere onderwerpen. De Speeldoos is natuurlijk een van de grote onderwerpen die al langere tijd in deze raad en in onze samenleving speelt. Per portefeuille hebben we een vaste waarnemer. In het geval van het dossier de Speeldoos is dat vanzelfsprekend ook het geval dat we dat op die manier zeer intensief ook in het college bespreken en met elkaar delen. En daarin wordt bovendien bij die bespreking ook vanuit verschillende portefeuilles inbreng geleverd.

Bij de Speeldoos bijvoorbeeld gaat het om cultuur, maatschappelijk vastgoed, financiën, welzijn, jeugd, mijn eigen portefeuille ook. Er is dus echt geen sprake van dat er met de wisseling van personen ineens een totaal andere werkelijkheid ontstaat in een dossier of een andere wind gaat waaien. Alle besluiten worden door het hele college genomen en dat hebben we de afgelopen ruim tweeënhalf jaar met elkaar steeds op die manier gedaan en ik denk dat we er ook echt trots op zijn. Dus dat wat betreft de inleiding en daarmee heb ik denk ik de meeste vragen beantwoord. Ik zou specifiek nog ingaan op de vragen gesteld 3 en 4. Vraag 3 ging over de toewijding en u zei daarover de onverzettelijke inzet om doelen te bereiken. Het college heeft deze portefeuilleverdeling juist zo aangepast met het doel om alle beleidsonderdelen, plannen en projecten de juiste mate van tijd en aandacht te kunnen geven. Het college herkent zich dan ook niet in het beeld dat het getuigt van een gebrek aan toewijding maar juist het tegenovergestelde. Het zorgt ervoor dat we met elkaar ook echt de aandacht kunnen geven op het niveau die een bepaald dossier dan ook vereist. En dan tot slot en datis denk ik de hamvraag voor mevrouw Deurloo of we dan niet nu met deze nieuwe verdeling hetrisico lopen dat dat bij de andere portefeuillehouders tot een gekke verdeling in werk-privé balans leidt.

Dat hebben we natuurlijk metelkaar in de beslotenheid van het college besproken maar daar zien we geen risico in. Mevrouw DEURLOO: Dank u voorzitter en ik heb deze mondelinge vragen ook mede ingediend namens meneer Van Harderveld van het CDA. Mijn vervolgvraag is en dat komt eigenlijk een beetje neer op vraag 2. Daar wil ik toch eigenlijk nog even op inzoomen want het is natuurlijk toch zo dat op het moment dat er een portefeuillehouder is, die portefeuillehouder die gaat dus naar de Speeldoos om daar te praten met de belanghebbenden, met alle partijen die daar belanghebbend zijn, daar bouw je een relatie mee op. Dat heeft portefeuillehouder Veldhuizen gedaan en daar is toch

een bepaalde opbouw van contacten in geweest, een persoonlijke opbouw geweest en die moet nu opnieuw worden opgebouwd. Of zie ik dat verkeerd? Wethouder DE VRIES. Voorzitter, ik denk dat het goed is om te benadrukken dat wethouder Veldhuizen contact blijft houden met de Speeldoos vanuit zijn portefeuille cultuur. Hij was wethouder met de portefeuille cultuur. Hij blijft een zeer toegewijd wethouder met de portefeuille cultuur. Daar verandert niks in. In de overgang naar de wethouder Eijbaard, nou hoeven we daar geen doekjes om te winden. Hij kent de Baarnse samenleving zeer goed. Hij heeft zelf nog, en daar heeft hij in het college keer kostelijk over verteld, wellicht kan hij dat op een ander moment ook in deze raad doen, ooit op het podium gestaan in groep 8 volgens mij van de Speeldoos. Hij voelt zich ook echt betrokken op die manier bij de toekomst van ons gezamenlijke geprogrammeerde theater. Dus daar maken we ons echt geen enkele zorg over en dat hebben we natuurlijk ook afgewogen met elkaar. 4. Vaststellen agenda De VOORZITTER: Daar ga ik even met u doorheen want er is een verzoek voor interpellatie binnengekomen van de ChristenUnie en de Lijst Schouten.

De hoofdindiener heb ik begrepen is de heer Bruins van de ChristenUnie en conform het reglement van orde besluit u als raad of dit verzoek wordt toegestaan en de raad kan dat verzoek inwilligen indien het wordt gesteund door minimaal vier van de aanwezige raadsleden. En ik wil even kijken of er raadsleden zijn die dit verzoek ondersteunen en ik denk dat het goed is om gewoon de handen even omhoog te doen die dit ondersteunen en dan zie ik er al meer dan vier. Dus dan is dat hierbij gedaan. Dus er is voldoende ondersteuning en daarbij wordt toegevoegd aan de agenda en mijn voorstel zou zijn als agendapunt 6a. Dat is na de benoeming van het nieuwe lid van de Rekenkamer en waarom ik het voorstel doe om het aan het begin van de vergadering te doen is omdat een interpellatie een instrumentis dat het waard is om vroeg in de agenda ook besproken te worden. Kunt u zich daarin vinden? Mevrouw DEURLOO: Dank u voorzitter. Daar kan ik me in vinden maar ik wilde ook nog een mededeling doen bij dit vaststellen van de agenda. De VOORZITTER: Maar als u mij eerst mijn verhaal laat doen, dan kom ik vanzelf bij u. Goed, dan gaan we dat doen. Dan wordt het 6a. En dan zijn er een aantal moties al aangekondigd. Mevrouw DEURLOO: Dank u voorzitter. Bij deze wil ik graag de motie die ik dacht te willen indienen en gisteren ook aan de raad heb doen toekomen.

De motie over de toekomst van theater en bibliotheek wil ik terug in de coulissen trekken. De afgelopen weken leek het of deze motie op een breder support aan mede-indieners kon rekenen maar na het verschijnen van het rapport van de heer Koos Janssen vinden we toch dat we de kans moeten grijpen om de motie nog breder te gaan delen en voor te bereiden om het wellicht volgende maand opnieuw in te dienen. Dus met open vizier mag deze concept motie als opmaat worden gezien, want we gaan het beter doen, we gaan het meer samen doen want het moet anders en wachten op het raadsvoorstel in oktober is volgens mij niet wenselijk. De VOORZITTER: Dan komt hij niet op de agenda. Kunt u dan leven met deze agenda ofzijn er nog andere punten? De heer KORKMAZ: Dank u voorzitter. Wij willen graag een motie vreemd aan de agenda indienen. Een herinnering voor jongeren om zich in te schrijven als woningzoekende. De VOORZITTER: Dat wordt dan agenda punt 21a. De heer VAN HARDEVELD: Dank u voorzitter. Ook ik heb een motie vreemd aan de agenda die ik graag wil indienen en die betreft Baarn Vitaal.

De VOORZITTER: Dat wordt motie 2 Ib.

Mevrouw KOENDERS: Voorzitter. Mag dat nog in reactie op het woord dat mevrouw Deurlo net heeft gevoerd? De VOORZITTER: Nee, want die motie is verder niet in behandeling. Dus dat is een beetje raar, want dan krijgen we daar een debat over. Dat lijkt me niet handig. Dan heb ik twee moties toegevoegd aan de agenda 2la en 21b. Kunt u met die wijziging en de interpellatie instemmen met de agenda? Hierbij. 5. Benoeming steunfractielid Lijst Mylou Deurloo (1223342) De VOORZITTER: Dat is een heugelijk feit omdat ik een nieuw steunfractielid mag gaan benoemen

of u mag haar benoemen, ik mag haar installeren en dat gaat om mevrouw Visser. Ik vind het

eigenlijk wel heel leuk dat zo'n jong iemand zich bereid heeft verklaard om als steunfractielid toe te treden. Volgens mij is dat heel goed. Is het goed voor de politiek dat er jonge mensen ook in de raad, en dan in dit geval als steunfractielid, starten. Voor deze installatie is hartelijk dank de commissie geloofsbrieven voor de vergadering bijeengeweest en heeft de geloofsbrieven van mevrouw Visser onderzocht. De commissie bestaat uit de heer Bruins als voorzitter, mevrouw Martens en de heer Van der Padt. Ik geef het woord aan de heer Bruins als voorzitter om verslag te doen namens de commissie geloofsbrieven. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. De commissie geloofsbrieven bestaande uit mevrouw Martens, de heer Van der Padt en mijzelf is vandaag bijeengeweest voor het geloofsbrievenonderzoek van het te benoemen nieuwe steunfractielid, mevrouw Visser. De commissie rapporteert aan de raad van de gemeente Baarn dat de bovengenoemde bescheiden zijn onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat het te benoemen nieuwe steunfractielid aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. Wij stellen de raad daarom voor om mevrouw Visser als steunfractielid te benoemen. De VOORZITTER: Dan vraag ik, kunt u instemmen met deze benoeming? Ja, hartstikke fijn.

De wet schrijft voor dat op het moment dat een raad zit, en wij hebben dat in onze verordening opgenomen, ook een steunfractielid wordt geïnstalleerd, hij of zij de verklaring, belofte of de eed aflegt en u heeft gekozen voor de verklaring en belofte. Wat ik ga doen, ik ga zo artikel 14 voorlezen van de Gemeentewet en als u wilt antwoorden met dat verklaar en beloof ik, dan is het keurig helemaal afgerond. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de steunfractieleden in de vergadering in handen van de voorzitter de volgende verklaring en belofte af. Ik verklaar dat ik om tot steunfractielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enigegift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enige schenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als steunfractielid naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw VISSER: Dat verklaar en beloofik.

De VOORZITTER: Hartstikke goed, gefeliciteerd. Dan heb ik bloemen. (applaus) En de felicitatie van de raad volgt. Ik zie dat er wat mensen filmpjes nemen, dus dat is wel mooi om te zien en de felicitatie volgt later. 6. Benoeming lid Rekenkamer (1219744) De VOORZITTER: Het doel van dit voorstel is om mevrouw Gea van den Berg-Melis met ingang van | april te benoemen tot lid van de Rekenkamer en de heer Jeroen van den Heuvel te benoemen

tot voorzitter van de Rekenkamer. Door het vertrek van de heer Langerwerf per 18 december is er een vacature ontstaan voor een nieuw Rekenkamerlid en daarom is er een advertentie geplaatst en heeft er een selectieprocedure plaatsgevonden. De selectiecommissie bestond uit de heer Van den Heuvel, mevrouw Deurloo als lid van de klankboordgroep, de Rekenkamer en de griffier en ik denk dat het op zijn plaats is om de commissie ook te bedanken want het heeft best wel wat tijd gekost om tot een aanbeveling voor vandaag te komen. Dus ik ben heel blij dat dat ook op die manier gelukt is. Na deze selectieprocedure wordt dus aan u voorgesteld om mevrouw Van den Berg-Melis per | april te benoemen en ook voordatzij haar functie kan uitoefenen, legt ook zij in deze raadsvergadering in handen van de voorzitter een eed of in dit geval de verklaring en belofte af. Daarnaast is het voorstel om de heer Van den Heuvel te benoemen tot voorzitter van de Rekenkamer en dan volgen er dus nu twee schriftelijke stemmingen. De eerste stemming is of u kunt instemmen met mevrouw Van den Berg-Melis om haar te benoemen per | april tot lid van de Rekenkamer. En de tweede is of u in kunt stemmen met het benoemen van de heer Van den Heuvel tot voorzitter van de Rekenkamer.

Ik ga een stembureau benoemen en dan wil ik de heer Korkmaz graag als voorzitter aanwijzen en mevrouw Bruijstens en de heer Van Grinsven als leden van het stembureau. Het wordt een schriftelijke stemming want het gaat over personen. De griffier zal dadelijk de stembriefjes uitdelen en daarna ook weer ophalen. U moet stemmen. U kunt op het stembriefje aangeven u stemt voor het lid en voor de voorzitter. Uiteraard moet er een meerderheid zijn. Een blanco ingevuld stembriefje of een onjuist ingevuld formulier is ongeldig en ik schors kort als iedereen de briefjes heeft ingevuld en de griffier het weer heeft opgehaald. Dan gaat het stembureau naar C9 en wachten we even op de uitslag. Ik schors de vergadering. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering en vraag aan de heer Korkmaz om de uitslag van de stemming bekend te maken. De heer KORKMAZ: Voorzitter, dank u wel. Er zijn 19 stemmen uitgebracht. Allen zijn ook geldig verklaard. Voor de heer Van den Heuvel als voorzitter 19 stemmen voor en voor mevrouw Van den Berg-Melis 19 stemmen voor. Beiden unaniem. Van harte gefeliciteerd. (applaus) De VOORZITTER: Dat is altijd een mooie start om te beginnen en dan wil ik vragen of mevrouw Van den Berg mijn kant op wil komen want dan kan ik ook bij haar de belofte afnemen.

Dan ga ik nu inderdaad over tot de installatie en beëdiging van het net door u benoemde nieuwelid van uw rekenkamer, mevrouw Van den Berg-Melis. Ik lees het voor en als u wilt antwoorden met dat verklaar en beloof ik. Ik verklaar dat ik om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enige geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouwd zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.

Mevrouw VAN DEN BERG: Dat verklaar en beloof ik.

De VOORZITTER: Dank u wel. Van harte gefeliciteerd. (applaus) Dan heb ik ook voor u bloemen als welkom in Baarn. Er komt ongetwijfeld een moment dat ook de andere raadsleden kennis met u kunnen maken. Dat laat de agenda ook niet helemaal toe maar heel fijn dat u er bent en heel veel succes met het werk. 6A

Interpellatie

De VOORZITTER: Het onderwerp is bestuurlijke nalatigheid en juridische overtredingen bij de opvang van asielzoekers op het marechausseeterrein, aangevraagd door de ChristenUnie en Lijst Schouten. Ik ga een aantal dingen even met u doornemen om te kijken of we het een en ander zo ordelijk mogelijk kunnen laten verlopen. Er is een voorstel gedaan of een vraag gesteld door de indieners om de raad te vragen om af te wijken van de spreektermijnen die genoemd staan in artikel 34.5 van het reglement van orde van uw raad. De bedoeling daarvan is dat de overige raadsleden en het college vaker dan eenmaal het woord kunnen voeren. Normaal gesproken is het zo dat de interpellant twee keer het woord voert, niet vaker dan twee keer, maar maximaal twee keer. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders één keer. U als raad kunt daarvan afwijken als u dat wilt bij meerderheid. Ik wil uw raad vragen of u akkoord bent om dit te doen, dusaf te wijken van uw eigen reglement maarik zou daar wel wat kaders bij mee willen geven om dat te beperken tot twee keer perfractie en niet in de fracties dat er individuele raadsleden in een fractie het woord gaan voeren. Dus twee keer per fractie, dus dan heeft u eigenlijk twee keer zoveel ruimte om de vragen te stellen. Dat is één.

Een tweedeis dat het een interpellatie is en een interpellatie betekent dat er vragen gesteld kunnen worden aan het college. Dus er is geen ruimte om vragen te stellen aan elkaar. Dus ook geen ruimte om vragen te stellen aan de interpellant. Er is wel ruimte om interrupties te plegen maar het is niet de bedoeling van interrupties om een debat te starten of dat u een heel betoog gaat houden. De bedoeling van een interruptie is dat u een vraag stelt en daar zal ik ook op letten dat dat zoveel mogelijk gebeurt. Dat was eigenlijk meer even een proces zoals we dadelijk de interpellatie gaan doen maar de vraag die nu aan u voorlicht is of u kunt instemmen met die wijziging voor wat betreft de spreektermijnen. De heer JONKERS: Graag als punt van de orde voorzitter zou ik ook willen voorstellen dat de antwoorden die worden gegeven door het college ook kort, krachtig en duidelijk zijn want ik heb helaas wat andere ervaringen de vorige keer. De VOORZITTER: Ik denk dat het gezien een interpellatie, dat het antwoord geven, dat daar denk ik en ik heb de vragen gezien, het is een vrij uitgebreide set van vragen, dat het ook recht doet, ook gezien het onderwerp, dat daar in ieder geval een ruime mogelijkheid is om die antwoorden te geven maar ik zal er op letten maar we gaan het ook niet afraffelen. Nogmaals mijn vraag. Kunt u instemmen met de vraag van de interpellatie? Mevrouw STRUIJK.

Dank u voorzitter. Als eerste, we kunnen daarmee instemmen maar er moet mij nog wel iets van het hart bij deze vraag. Ware het zo dat het als discussiestuk was ingediend bij een RIB, dan hadden we hier met z'n allen prima over kunnen debatteren. Dat is niet gedaan en dat vind ik jammer. Dat wil ik wel gezegd hebben maar verder zullen wij wel instemmen. De heer BOSMAN: Voorzitter, ik heb gewoon even een verduidelijkende vraag. Prima, het voorstel. De inbreng vanuit de raadsleden, de twee termijnen. Gaat het echt uitsluitend om het stellen van vragen aan het college? De VOORZITTER: Je kunt het twee termijnen noemen, het is niet helemaal maar het gaat puur om vragen aan het college. Dat is de hele achtergrond van een interpellatie. Mag ik het zo samenvatten als ik even rondkijk dat iedereen instemt met het verzoek. Ja, dan gaan we dat op die manier doen. En dan begin ik bij de heer Bruins om hem de gelegenheid te geven om de vragen te stellen en de interpellatie te starten. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Trots is geen woord dat je vaak hoort bij de ChristenUnie en toch zit ik hier met een gevoel van trots. Trots op de manier waarop we in Baarn kwetsbare mensen opvangen, waaronder jonge vluchtelingen die in de oude marechausseekazerne wonen. Baarn laat zich hier van haar meest open, gastvrije en solidaire kant zien. En daar zijn we trots op.

En wij zullen die openhouding ook altijd blijven stimuleren. Het hoort bij de diepste waarden van onze partij en juist omdat dit zo is, moeten we ook heel zorgvuldig omgaan met de manier waarop we die open

houding bestuurlijk vormgeven. Stevig onderbouwd, zorgvuldig geregeld, transparant en rechtmatig op basis van goed bestuur. Allemaal belangrijke waarden. In dit dossier is echter gebleken dat de juridische basis voor de opvang is weggevallen zonder dat het college tijdig heeft gehandeld of de raad adequaat heeft geïnformeerd en daar moet je als raad handelen. Het is onze taak om het college te controleren en haar te houden aan haar belofte van goed bestuur. Wij kunnen en mogen dit slordige proces, het ontbreken van een geldige vergunning en de voortdurende onduidelijkheid over het planologisch kader dus niet negeren. Deze slordige manier van besturen ondermijnt namelijk het draagvlak onder die open, gastvrije en solidaire houding. En die is ons te kostbaar. Juist als we met z'n allen verantwoordelijkheid willen dragen voor kwetsbare mensen, mogen we niet wegkijken als een proces tekortschiet. Voorzitter, hierom willen wij graag een interpellatiedebat houden. Ik zal de tekst, de inleiding die bij dat stuk zit, niet helemaal voorlezen maar mij richten op de vijf hoofdvragen. Vraag |. Het verlopen van een vergunning zonder verlenging.

Waarom heeft het college nagelaten de vergunning tijdig te verlengen, ondanks eerdere uitbreiding en duidelijke signalen dat de opvang langer nodig zou zijn? Hoe kon de gemeente niet signaleren dat de vergunning op | juli 2023 was verlopen en waarom is de raad er niet over geïnformeerd? Hoe heeft de overdracht van het dossier plaatsgevonden tussen wethouder Veldhuizen naar wethouder Eijbaard en is daarbij aandacht geweest voor de omgevingsvergunning en het feit dat het bestemmingsplan niet langer geldig meer was? Thema 2. Geen ingrijpen na de vernietiging van het bestemmingsplan door de Raad van State. Waarom is na de vernietiging van het bestemmingsplan geen procedure gestart voor een nieuwe omgevingsvergunning of een herziening van het bestemmingsplan? Welke concrete juridische en bestuurlijke stappen overweegt de gemeente nu? Wordt er alsnog een bestemmingsplanwijziging aangevraagd of blijft de opvang in strijd met de wet? Hoe gaat de gemeente om met de juridische druk van Stichting Behoud het Borrebos en de mogelijke juridische stappen tegen de gemeente! Uitblijven van handhaving.

Waarom is er niet handhavend opgetreden na | juli 2023 terwijl de gemeente expliciet verplicht is om op te treden tegen illegaal gebruik? Welke verantwoordelijkheden draagt het college voor het voortzetten van de illegale opvang sinds 2024? Waarom heeft het college geen onderzoek gedaan naar de aanleiding van de verschillende signalen uit het veld en vanuit de gemeenteraad? En dan het eigen functioneren. Uit de beantwoording van de mondelinge vragen lijkt het dat de gemeente al voor 27 november 2024 op de hoogte was van het feit dat de vergunningen waren verlopen. Dit rijmt niet met berichtgeving in de media. Kan het college hier duidelijkheid over geven? De wethouder geeft in de media, de Gooi en Eemlander, aan dat hij pas sinds een week op de hoogte was van het verlopen van de vergunning. Echter, zoal eerder aangegeven, was hij al eerder op de hoogte. Kan het college aangeven wanneer het college voor het eerst kennisgenomen heeft van het verlopen van de vergunning? Waarom heeft er na het verzoek van het COA om te groeien naar 152 plaatsen geen vergunningscheck plaatsgevonden? Welke consequenties overweegt het college voor het bestuurlijk falen dat heeft geleid tot deze situatie en welke bestuurlijke stappen worden er nu genomen? En dan de toekomst.

Welke maatregelen neemt de gemeente om te voorkomen dat deze bestuurlijke wanprestatie zich in de toekomst herhaalt? Hoe gaat de gemeente dit dossier nu verder oppakken? Welke lessen trekt het college uit deze situatie en hoe wordt geborgd dat vergelijkbare fouten niet opnieuw worden gemaakt? Wanneer wordt er vorm en inhoud gegeven aan een breed gedragen participatie- en inspraaktraject? NamensLijst Schouten de heer Schouten en namens de ChristenUnie mijzelf. De VOORZITTER: Dan wil ik nu de heer Eijbaard de gelegenheid geven om namens het college te antwoorden. Daarna zal ik weer terugkomen bij uw raad en kunt u ook weer aanvullende vragen stellen indien nodig. Wethouder EIJBAARD: Dank u voorzitter. De afgelopen weken heb ik regelmatig gedacht waarom? Waarom hebben we die vergunning niet verlengd op het moment dat dit noodzakelijk was en waarom hebben we in dit traject wat het college en ik als portefeuillehouder zo zorgvuldig mogelijk hebben getracht te lopen, onvoldoende oog hiervoor gehad? Staat u mij toe toch even te reflecteren

op hoe ik mij hierover voel voordat ik toekom aan het beantwoorden van de vragen van de heer Bruins want het is niet vaak dat ik wakker lig van mijn werk. Eigenlijk nooit maar de afgelopen weken is dit nog meermaals gebeurd omdat ik mij twee dingen afgevraagd heb. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat we in dit proces zoiets essentieels als het verlengen van de tijdelijke vergunning over het hoofd hebben gezien? En heb ik, zoals door de vragenstellers wordt gesuggereerd, in de afgelopen maanden de raad onjuist geïnformeerd? Ik zal bij de beantwoording van de vragen bij deze twee punten stilstaan. Maar ik wil ookstilstaan bij de toon die met name in en via de media gezetis. Alsof er iets crimineels gebeurd is. Dat raakt mijn integriteit en dat raakt mij als persoon. Wie ik ben en hoe ik probeerte functioneren in mijn werk als wethouder. Voorzitter. De opvang van vluchtelingen op deze locatie wordt door veel mensen gewaardeerd en biedt de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan het probleem wat er speelt op het gebied van opvanglocaties. Ik betreur het dat er door het onvoldoende scherp zijn op het tijdig verlengen van de tijdelijke omgevingsvergunning nu zoveel negatieve sentimenten zijn ontstaan. Dan ga ik graag in op de gestelde vragen, voorzitter en die wil ik beantwoorden per thema zoals ze zijn gesteld.

Daarbij is het goed om vooraf te zeggen dat voor het gebruik van de locatie van de voormalige marechausseekazerne als opvanglocatie in 2022 eentijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor één jaar en bij het in gebruik nemen van deze locatie is destijds ook met omwonenden en geïnteresseerden gesproken. Voor wat betreft de vergunningen en de tijdelijke verlenging. Toen in juni 2023 de tijdelijke vergunning afliep werd ook gewacht op de uitspraak van de Raad van State. Op 17 april 2023 was de hoorzitting van de Raad van State en formeel is de uitspraak dan na zes weken met een optie tot verlenging van twaalf weken. Mocht het bestemmingsplan niet afgekeurd zijn door de Raad van State en mocht er toen een uitspraak gedaan zijn, dan was hoogstwaarschijnlijk de opvang op dat moment beëindigd. Omdat de uitspraak langer opzich liet wachten werd de tijdelijke opvang verlengd. Onze inschatting is dat in de onduidelijkheid wanneer de uitspraak zou komen het verlengen van de vergunning over het hoofd is gezien. En datis slordig. Tijdelijke omgevingsvergunningen komen weinig in Baarn voor. We hebben dit eerder gedaan bij de opvang voor Oekraïners op de parkeerplaats van Meander. Wij moeten nu constateren dat onze systemen onvoldoendezijn ingericht op het tijdig signaleren van het aflopen van tijdelijke omgevingsvergunningen.

Op dit moment wordt gekeken hoe we in het systeem een signaalfunctie kunnen implementeren die dergelijke situaties eenvoudig kan voorzien en daarmee voorkomen kunnen worden. Na de uitspraak van de Raad van State in januari 2024 heb ik samen met collega Veldhuizen meermaals gesprekken gehad met de MBE. Hierbij is stilgestaan bij de uitspraak en de onverwachte wending. Daarnaast is door MBE aangegeven dat ze even de tijd nodig had om de situatie te laten

bezinken en te kijken hoe ze verder wilde gaan. Daarbij is het goed om te melden dat de strijdigheid van het gebruik van het marechausseeterrein zowel gold onder het vernietigde bestemmingsplan als ook voor het bestemmingsplan Landelijk gebied. Dan over hoe het gegaan is na het vernietigen van het bestemmingsplan. Vanaf het moment dat het bestemmingsplan vernietigd was is gewerkt aan het inzichtelijk maken van de gevolgen van deze uitspraak. Hierover hebben wij u in maart 2024 uitgebreid geïnformeerd om de gevolgen en stappen die genomen moesten worden te duiden. Hierbij zijn we ook ingegaan op het gebruik van het COA op het marechausseeterrein. Wij waren op dat moment in de veronderstelling dat de vergunningen in orde waren en hadden geen reden om dit te onderzoeken. Snel daarnazijn er gesprekken gestart met het COA en de MBE om te kijken of en hoe een langdurige opvanglocatie op het marechausseeterrein gerealiseerd kon worden. Hiervooris uitgebreid de tijd genomen omdat gezien de uitspraak van de Raad van State een stedelijke ontwikkeling op die locatie op de juiste manier moet passen binnen de provinciale regels.

Hier is zorgvuldig naar gekeken en beoordeeld dat in overeenstemming met de Rood voor Rood regeling een bestaande stedelijke functie een andere stedelijke functie mag krijgen en we willen de technische avond van 7 april gebruiken om u meer in detail hierover mee te nemen. Op dit moment geldt op de locatie van het marechausseeterrein de bestemming maatschappelijk marechaussee en dat wil zeggen dat als de marechaussee morgen het verzoek zou doen om hier de gebouwen en huizen weer als kazerneterrein in gebruik te nemen, dat dit gewoon mogelijk is.

Wat deze ontwikkeling anders maakt dan de planvorming in het vernietigde bestemmingsplan is dat voor de woningbouw die gepland was op het Alexanderkwartier ook werd gebouwd buiten het marechausseeterrein in NNN-gebied op oude bosgroeiplaatsen. Voor het bouwen buiten bestaande bebouwd en verhard gebied gelden aanvullende regels die ervoor zorgen dat de Raad van State heeft geoordeeld dat de ontwikkeling die was voorzien niet zomaar mogelijk was. Onze inschatting is dat door de huidige kleinschalige ontwikkeling en het realiseren van de opvang binnen het bestaande bebouwd en het verharde gebied een beroep gedaan kan worden op de wijziging van het stedelijke gebruik in overeenstemming met de Rood voor Rood regeling. Het COA zal voor het definitief wijzigen van de bestemming een wijziging omgevingsplan moeten aanvragen. Dan is ook het moment om te kijken op welke manier invulling gegeven kan worden aan deze ruiling van functies en bij het wijzigen van het omgevingsplan is participatie vereist. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de initiatiefnemer. We hebben het COA aangegeven dat wij zullen toezien op een zorgvuldig en uitgebreid participatieproces.

Omdat de procedure om tot een nieuw omgevingsplan te komen tijd zou kosten en de voorgenomen koop door het COA van het marechausseeterrein pas geëffectueerd wordt als de bestemming is gewijzigd, zijn de partijen overeengekomen dat het COA voor maximaal 10 jaar gaat huren en dat in die periode de procedure gelopen zal worden. De nu lopende aanvraag voor een tijdelijke ontheffing sluit aan bij deze periode van 10 jaar. En dan de juridische druk. Er was geen weerstand tegen het tijdelijk gebruik van deze locatie de afgelopen twee jaar. Er is in 2022 geen bezwaar ingediend tegen het tijdelijk gebruik door het COA en hierover heeft de Stichting Behoud het Borrebos ook altijd verklaard dat er geen bezwaar was tegen de tijdelijke opvang. De juridische stappen die de stichting nu neemt komen niet als een verrassing. De locatie is in beeld als een langdurige opvanglocatie en de stichting is tegen elke ontwikkeling op deze locatie. Dat maakt ook dat we sinds de zomer van 2024 zorgvuldig met het COA en de provincie hebben bekeken of een langdurige opvanglocatie mogelijk zou zijn en hoe de provinciale regels geïnterpreteerd zouden moeten worden, juist omdat wij bij een langdurige invulling op welke manier dan ook juridische stappen konden verwachten. En dan over het handhavend optreden. Het lijkt me goed om een aantal zaken te verduidelijken. Allereerst het illegale gebruik.

Wij spreken hier over gebruik in strijd met het omgevingsplan. En dan het handhavend optreden. In overeenstemming met ons beleid handhaven wij pas op het moment dat er een verzoek tot handhaving gedaan wordt. Mocht er daarbij een situatie zijn waarin gevraagd wordt om handhavend op te treden, dan moet eerst gekeken worden of legalisatie van de strijdigheid mogelijk is. Mocht een vergunning verleend kunnen worden, dan kan er door een partij alsnog een vergunning aangevraagd worden en gaan wij niet direct tot handhaving over. De vraag waarom we zelf geen onderzoek hebben gedaan, of in mijn woorden onvoldoende scherp zijn geweest op het niet verlengen van de vergunning, vind ik terecht. Die was onvoldoende en hiervoor heb ik in ieder geval onvoldoende oog gehad op het moment dat ik het dossier overnam. Wij zijn ervan uitgegaan dat de tijdelijke ontheffing in orde was en er had scherpte moeten zijn bij ons naar aanleiding van eerdere opmerkingen vanuit uw raad en de brieven van de stichting. Dat neem ik mijzelf kwalijk. De focus heeft voor mij gelegen op het op een goede manier regelen van de langdurige opvang en de daarbij behorende nieuwe tijdelijke ontheffing. Daarbij is voor dit traject duidelijk aan het COA aangegeven dat er tijdig een aanvraag moestliggen. En dan het eigen functioneren.

Eind vorige maand werd ons duidelijk dat de brieven die de stichting eerder had verstuurd gezien moesten worden als verzoek tot handhaving en dat de eerderafgegeven tijdelijke ontheffingen op twee momenten niet waren verlengd terwijl dit wel had gemoeten. Dit is nooit eerder bij ons in beeld geweest en dit had voor mij alles te maken met de focus op de langdurige oplossing en de gesprekken over onder welke voorwaarden een langdurige opvang op die locatie wel mogelijk was. Over de tijdelijke opvang hebben wij u te allen tijde bericht. We hebben gepoogd dit zo transparant mogelijk te doen en door middel van het sturen van raadsinformatiebrieven u ook de gelegenheid gegeven om hierover met het college van gedachten te wisselen. Er was en is geen reden voor mij om het niet verlenen van de vergunningen niet aan u te melden als ik dit al eerder had geweten. U kunt ervan op aan dat wij op dit dossier nog scherperzijn op vergunningen. Dit geldt niet enkel voor de locatie van het COA maar ook voor de benodigde tijdelijke ontheffingen voor het gebruik van het paleis en de gebouwen op het Herenhuis cluster zelf

en daarbij is het goed om te melden dat het aanvragen en initiëren hiertoe de verantwoordelijkheid is van de gebruiker en niet van de gemeente. Wij willen en mogen dit niet zelf doen. En dan de toekomst. Er worden grote woorden gebruikt zoals falen en wanprestatie. Het moet mij van het hart dat dit mijn integriteit aantast en dat dit niet past bij hoe ik mij als bestuurder tot uw gemeenteraad probeer te verhouden. In alle dossiers betracht ik maximale transparantie en duidelijkheid en een zo volledig mogelijke informatievoorziening zodat de raad haar controlerende rol op een goede manier kan uitoefenen. Een wanprestatie vind ik een bewuste keuze. Er was en is geen noodzaak om een tijdelijke vergunning niet telkens voor een jaar te verlengen. Gezien het feit dat deze eerder verleend was, was dit waarschijnlijk een formaliteit geweest. Dat maakt dat het hele proces hiervan knullig en onbegrijpelijk is en dat vind ik persoonlijk erger. Het college baalt hier enorm van en dat is een understatement. Het college heeft in het collegebericht van 20 maart aangegeven dat we op korte termijn uw raad willen betrekken bij de besluitvorming rondom de langdurige opvang. Het college zal een voorstel doen op welke manier dit het beste kan.

Voor dit slordige proces en onvoldoende scherpte bied ik mijn excuses en de excuses van dit college aan en de belofte dat in het vervolg van dit proces wij scherp zullen toezien dat de juiste procedures gevolgd worden. Daarbij zullen we u, zoals we dat bij alle stappen tot nu toe gedaan hebben, informeren en bespreken we graag met u in overeenstemming met het advies van de heer Janssen hoe we u bij de besluitvorming kunnen betrekken. Daarbij uitgaand van ieders eigen bevoegdheid. Voorzitter, ik hoop met dit uitgebreide antwoord op de vragen van de heer Bruins antwoord te hebben gegeven op de vragen die er zijn en hoop hiermee inzichtelijk te hebben gemaakt op welke manier dit proces bij ons is gelopen. De VOORZITTER: Dan ga ik nu terug naar uw raad. We hebben afgesproken dat u twee keer allemaal eventueel vragen kan stellen als daar behoefte toe is. Ik kan me voorstellen dat we dat inderdaad in twee termijnen doen. Eerst een ronde met vragen en beantwoording, eventueel vanuit de wethouder en dan eventueel een tweede ronde. Ik kijk eerst even naar de indieners van het interpellatieverzoek. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Ten eerste wil ik de wethouder danken voorzijn duidelijke en heldere beantwoording. Hetfeit dat hij erkent dat er fouten zijn gemaakt doet me deugd. Dat klinkt verkeerd maar daar ben ik blij om dat dat gezien wordt en dat dat wordt opgepakt.

Ik moet het even laten bezinken voordat ik met vervolgvragen kom. De heer JONKERS: Dank u voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Eentje over de handhaving, twee over de vergunning en eentje over het gedoogbesluit. Die bestaat uit een A, B en een C. Allereerst hecht ik er waarde aan om aan te geven dat het een taak is van deze raad om controlerende vragen te stellen. De VVD-fractie is een van de eerste fracties geweest die hier controlerende vragen over heeft gesteld. Dat is onze taak. Laat ik het maar zo zeggen, het is zakelijk en nooit persoonlijk. Ik heb de heer Eijbaard horen zeggen, excuses voor hoe het is gegaan. Excuses aanvaard maar ik heb nog wel wat vragen aan meneer Eijbaard. Het eerste gaat over de handhaving. Nu is het zo dat in Nederland een beginselplicht tot handhaving geldt en dat betekent dat als een bestuursorgaan dat kan, dat deze dan ook moet overgaan tot handhaving behoudens bijzondere omstandigheden. Vaste rechtsspraak van de Raad van State. U spreekt over een soort piepsysteem. Pas op het moment dat iemand een vraag stelt, dan gaan we handhaven. Dat kan dus niet. Dat is niet zoals het werkt in Nederland. Althans, volgens de Raad van State en volgens wetgeving en er moeten dus sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Mijn eerste vraag zou dan ook zijn.

Watzijn de bijzondere omstandigheden om niet te handhaven? Een tweede is een hele korte praktische vraag. De vergunning. Wat is nu precies de status van de vergunning en ik bedoel dan natuurlijk de nieuwe te verstrekken vergunning. Ik ga ervan uit, u horende, dat die nog verstrekt moet worden. Dus daar de status van. Ook voor wat betreft de vergunning graag ter verduidelijking zou ik u willen vragen of het juist is dat voor de vergunningaanvraag het uitgebreide voorbereidingsbesluit geldt. Volgens mij heb ik u dat al

10

horen zeggen dat dat gaat gebeuren zodat in ieder geval ook alle inwoners en betrokkenen de mogelijkheid krijgen om daar iets van te vinden. En dan het gedoogbesluit. Daar heb ik toch wel wat vragen over. Vaste rechtspraak is ook dat een gedoogbesluit, dat dat aanvaardbaaris als het beperkt is in omvang en tijd. Dat is een beetje een listige juridische term maar beperkt in omvang en tijd. Dat is geen tien jaar naar mijn idee. Kunt u aangeven hoe u tot de conclusie bent gekomen dat het gedoogbesluit wat u heeft genomen beperkt is in omvang en tijd? Ook moet er sprake zijn bij een gedoogbesluit van een zorgvuldige belangenafweging. Kunt u mij gemotiveerd aangeven hoe de belangen van de omwonenden en de natuur zijn afgewogen? En ook geldt bij een gedoogbesluit dat er duidelijke voorwaarden aan het gedogen moeten worden gesteld. Kunt u mij benoemen wat deze voorwaarden zijn? De VOORZITTER: Ik denk dat we even doorgaan met de vragen. Dan pakken we het één keer en dan kan ik me voorstellen dat we even kort schorsen om daar even naar te kijken of de vragen want soms zijn ze detaillistisch allemaal nu beantwoord kunnen worden of daar op een ander moment op terugkomen. Mevrouw STRUIJK: Dank u voorzitter. Ik heb twee vragen.

Is het college het met ons eens dat deze interpellatie onnodig afleidt van waar het echt over zou moeten gaan: het duurzaam opvangen van vluchtelingen en statushouders bij Paleis Soestdijk. Jongeren en gezinnen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld en die hier een toekomst proberen op te bouwen. En mijn tweede vraag. De heer JONKERS: Dank u voorzitter. Nu gaan we het hebben over het wel of niet vluchtelingen en of het wel of niet goed is. Volgens mij gaat het vanavond over de procedure en niet of er wel of geen vluchtelingen moeten komen. Dat is een heel ander gesprek. De VOORZITTER: Het is een vraag van mevrouw Struik. Ik denk dat in de inleiding van de heer Bruins hij dit onderwerp ook op deze manier adresseerde. Dus ik kan me iets voorstellen bij de vraag die mevrouw Struik stelt. Dus hij is gesteld. Dus daar zal een antwoord op komen. Mevrouw STRUIJK: Dank u voorzitter. De tweede vraag. Te vaak laten we in de politiek onderbuikgevoelens leidend zijn. Wantrouwen wordt als uitgangspunt genomen. Suggesties wordenfeiten. Dit ondermijnt het vertrouwen in ons bestuur en in elkaar. Feiten moeten leidend zijn, geen onderbuikgevoelens. Nu mijn vraag aan het college. Zijn er nog feiten onbenoemd die het college zelf zou willen toevoegen? De heer VAN HARDEVELD: Dank u voorzitter. Twee vragen ook. De eerste vraag.

Los van de gemaakte fouten vinden wij het belangrijk en gewenst dat de opvang die bij het marechausseeterrein met het COA gecreëerd is gecontinueerd wordt en mag ik uit de beantwoording van wethouder Eijbaard concluderen dat het college er precies zo in zit! De tweede vraag. We hebben meer voorbeelden meegemaakt van een gebrekkig contractbeheerssysteem en van gebrekkige overdracht van relevante gegevens. Wij zien hier helaas een patroon in. Onze vraag is. Welke actie onderneemt het college hierin. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Ik wil nog even teruggaan naar het proces. De wethouder gaf aan dat in 2023 gewacht werd op de uitspraak van de Raad van State om daarna verder te gaan. Maar toch zie je in diezelfde periode dat daar een COA-verzoek komt en wordt ingewilligd voor 22 extra plaatsen en dat de bestuurlijke overeenkomst afloopt april 2023 en dat die optioneel nog iets verlengd zou kunnen worden. Ik wil duidelijk hebben van waarom wacht u daar op de uitspraak van de Raad van State in plaats van te handelen op het proces wat loopt? De heer SCHOUTEN: Dank u wel voorzitter. Toch nog even terugkomend op het verschil in misschien wel de interpretatie.

Dat kan natuurlijk ook over wanneer wat geweten was want in de beantwoording op de vragen van de VVD in februari 2025 geeft de wethouder aan dat, ik citeer, ‘daarover zijn we eind vorig jaar tot overeenstemming gekomen en dat betekent dat op dat moment 1

het ook duidelijk was dat een nieuwetijdelijke vergunning benodigd is voor die locatie’. Einde citaat. Uit de media hebben wij vernomen, uit een artikel van de Gooi en Eemlander van maart 2025 en ik citeer dat stukje: ‘ik hoorde pas vorige week hoe het zat’. Ik zoek naar wat is die tijdslijn. De VOORZITTER: Dan stel ik voor dat we even kort schorsen om even deze vragen te bespreken. Ik schors de vergadering voor een kwartiertje. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. Er zijn in de eerste termijn een aantal vragen gesteld. Het college heeft daar even met elkaar over gesproken en ik wil graag als eerste wethouder Eijbaard de gelegenheid geven om de beantwoording te starten. Er zal ook door mij antwoord gegeven worden en door wethouder Veldhuizen. Wethouder EIJBAARD: Dank u voorzitter. Dan sla ik die vragen over. De heer Jonkers vraagt hoe zit het nu met de vergunning. De aanvraag is binnen. Die wordt op dit moment door ons beoordeeld en dat proces loopt nu. Uiteindelijk komt daar een beoordeling uit. Daarnaast, hoe zit het nu met tijdelijk of eigenlijk reguliere procedure of de uitgebreide procedure. Er spelen voor deze locatie 2 ontwikkelingen. Eén is de tijdelijke vergunning voor tien jaar. Daarvooris standaard de reguliere procedure nodig en voor de wijziging van het omgevingsplan.

Daarvooris de uitgebreide procedure nodig met ook daarin uitgebreid ruimte voor participatie. Dan vraagt de heer Jonkers naar het gedoogbesluit. Er is door het college geen gedoogbesluit genomen. Er is een vergunningsaanvraag gedaan door het COA. Die wordt nu beoordeeld op dit moment en tot die tijd, conform onze handhavingsstrategie, handhaven we niet. Dat is wat er nu

speelt. Mochten er andere vragen zijn met betrekking tot de vergunning of het proces zoals dat eruitziet. Dan zijn we bereid om tijdens de technische avond die we op 7 april organiseren alle vragen daarover ook te beantwoorden die of bij de fractie van de VVD of bij andere fracties nog leven. Eigenlijk zowel de fractie van het CDA als D66 hebben gevraagd of het college nog staat achter de locatie als opvanglocatie en dan is het antwoord volmondig ja. Dus het college is nog steeds bezig om deze locatie langdurig beschikbaar te houden voor de opvang van vluchtelingen. Er zijn geen feiten onbenoemd gelaten door mij. Ik heb geprobeerd alles nu op tafel te hebben zoals het is. Dan de vragen van de ChristenUnie. Die vraagt over het wachten op de uitspraak van de Raad van State maar er is ook gewerkt aan de bestuurlijke overeenkomst met het COA. Ik heb er in mijn beantwoording ook al wat over gezegd maar de bestuurlijke overeenkomst ziet ook echt toe op het wijzigen van aantallen vluchtelingen. Daar is niets over opgenomen in de omgevingsvergunning. Dat gaat niet over aantallen, dus datis een van de verklaringen waarom er op dat moment onvoldoende oog geweest is om ook de tijdelijke omgevingsvergunning in dit traject mee te nemen. Dan de vragen van de heer Schouten. Hij heeft het erover dat ik gezegd heb over een nieuwe tijdelijke vergunning.

Ik denk dat het goed is om hier 2 dingen te scheiden, althans zo zit het voor mij. De nieuwe tijdelijke vergunning waarover ik het gehad heb in reactie op de vragen van de heer Jonkers gaat over de vergunning die nodig was voor 10 jaar vanaf | januari. De reactie op wat niet bekend was over het niet tijdig verlengen van de tijdelijke vergunningen gaat over de vergunningen die in de afgelopen 2 jaar niet verlengd zijn en telkens voor één jaar geldig waren geweest. Dat waren 2 procedures volgens mij en we hebben altijd geprobeerd duidelijk aan te geven dat we voor de tienjaars verlenging zoals we die voorstaan altijd een nieuwetijdelijke omgevingsvergunning nodig was. De VOORZITTER: Dan neem ik kort de beantwoording voor mijn rekening met betrekking tot de handhaving. Wethouder Eijbaard heeft daar namens het college al iets over gezegd maar wat ik daar nog aan toe willen voegen is dat we een handhavingsbeleid hebben vastgesteld als gemeente. We hebben het daar ook vorige week over gehad, over het VTH, de uitvoering daarvan maar dat was specifiek op een ander onderwerp maar dat past binnen het hele vastgestelde beleid. Daar hebben we een aantal zaken in benoemd. Wethouder Eijbaard heeft in zijn eerste termijn al aangegeven dat we niet alles direct gaan handhaven maar dat als er een verzoek ligt tot handhaving dat doen.

Dat verzoek hebben wete laat geïnterpreteerd zeg maar, dat heeft wethouderEijbaard ook aangegeven 12

en vervolgens kom je dan in de situatie om een afweging te maken ga je direct handhaven of is dat zicht op legalisatie er. Met die vergunningsaanvraag zien wij zicht op legalisatie en handhaven wij niet, in ieder geval niet op dit moment. Het is ook denk ik goed daarbij te zeggen mochten daar nog heel specifieke vragen over zijn, laten we die dan ook meenemen in het technisch overleg om dat scherper te krijgen want anders denk ik dat we hier in een juridische discussie zouden kunnen komen tussen een jurist en een gestopte rechtenstudent en datis volgens mij niet een goede verhouding. Wethouder VELDHUIZEN: Dank u voorzitter. Ik zal de vraag van de heer Van Hardeveld proberen te beantwoorden maar ook ik wil wel even melden dat het gehele college ongelooflijk baalt van de ontstane situatie en collega Eijbaard heeft ook daarzijn verontschuldigingen voor gemaakt maar ook wil ik die daarin benadrukken. Het vervelende is, het merendeel gaat goed van de ongelooflijke hoeveelheden zaken die voorbijkomen. Er wordt heel hard gewerkt door onze ambtenaren. Het merendeel gaat gewoon goed en dan is het extra vervelend dat op een dossier dat zoveel sentiment oproept, dat we daar dan net de verkeerde dingen doen. Ik kan wel aangeven dat we bezig zijn met het implementeren van een signaleringssysteem.

Dit soort vergunningen komen heel weinig voor maar we gaan er wel voor zorgen dat het in de systemen wordt vastgelegd zodat er in de toekomst daarvoor een piep gaat komen. Dat is dan geen piepsysteem maar gewoon een hele duidelijke melding van let op, er moet het volgende gebeuren. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Ik heb nog even 2 vragen. Ik wil toch nog even terug naar het moment van het missen van die vergunning want in de raadsinformatiebrief van juni 2024 waar we spreken over de verdere uitbreiding naar 152 asielzoekers. Daar staat bij het kopje Omgevingsplan dat er een nieuwe tijdelijke ontheffing nodig is en is er dan niemand die op dat moment van het schrijven denkt van laten we dat dan ook eens in gang gaan zetten? Ik ben er echt benieuwd naar hoe dat dan gemist kan worden in een ambtelijke organisatie waar je juist heel erg op procedures moet

zitten.

De andere vraag die ik nog heb. U heeft het over de Rood voor Rood regeling. U wilt bouwen binnen de bestaande contouren van het marechausseeterrein. Aan de andere kant de Raad van State zegt kleinschalige woonvoorziening. Hoe rijmt u die twee met elkaar? De heer JONKERS: Dank u voorzitter. Ten eerste een vraag aan de heer Eijbaard. Ik heb eerder vragen gesteld over de termijn van meer dan 10 jaar want dat is wat u zei. U heeft het erover dat het nog langer dan 10 jaar zou kunnen. Netin de eerste termijn hoorde ik u zeggen maximaal 10 jaar en ik hoorde u zojuist zeggen 10 jaar. Ik zou graag willen weten wat nou precies de termijn is en wanneer die nieuwe termijn ingaat. Is dat vanaf de datum van de nieuwe regeling of wordt de periode hiervoor ook meegenomen en hoe lang is dan maximaal 10 jaar. Kunt u daar iets meer over zeggen? Dan voor wat betreft de handhaving begrijp ik dat u geen handhavingsbesluit heeft genomen. Nu is het zo dat als je afwijkt of in strijd handelt met regelgeving, dat je dan in principe als overheidsorgaan een handhavingsbesluit zou moeten nemen. Dus dan zou voor nu mijn vraag zijn bent u voornemens om dat gedoogbesluit alsnog te nemen? De heer BOSMAN: Dank u voorzitter.

Ik hoor de heer Jonkers het woord gedoogbesluit telkens gebruiken maar volgens mij spreken we nog steeds over, dan moetik even kijken hoe de term precies luidt, een strijdigheid met het omgevingsplan en dat is toch een heel ander verhaal en volgens mij heeft de wethouder heel duidelijk uitgelegd dat. Is de portefeuillehouder het met ons eens dat hier begripsverwarring wordt gezaaid? De VOORZITTER: nee zeg ik dan maar. Ik begrijp wat de heer Jonkers bedoelt. Het gaat over het feit dat we niet handhaven en dat je dan een gedoogbesluit neemt. Dat staat even los van de andere discussie en datis een optie en daar moet ik naar kijken, meneer Jonkers, want daarom gafik net al aan er zit een jurist en er zit een gestopte rechtenstudent en ik ga daar nu geen antwoord op geven. Ik weet het gewoon niet.

De heer JONKERS: Voorzitter, komt u daar dan schriftelijk op terug? De VOORZITTER: Daar kom ik op terug en misschien al tijdens de sessie in april want dat lijkt mij een mooi moment. Dat was mijn voorstel namelijk ook. De heer SCHOUTEN: Dank u voorzitter. Dank aan de portefeuillehouder voor mijn vraag van zojuist. Dan krijg je een beetje ik heb bedoeld dat en ik heb gehoord dat. Daar komen weniet uit. Dus dat is wat hetis. Dan een vraag. Er wordt nu gewerkt aan een tijdelijke vergunning. Is daar beroep en bezwaar op mogelijk is de vraag en dan wordt er al een aantal keer gesproken over de technische avond van 7 april. Misschien weet ik het antwoord wel maar ik stel hem toch: is die openbaar? Wethouder EIJBAARD: Dank u voorzitter. De vraag van de heer Bruins met betrekking tot wat wij daarover in juni 2024 hebben gezegd en de nieuwetijdelijke ontheffing. Dat is eigenlijk een beetje in lijn met het antwoord wat ik ook op de vragen van de heer Schouten heb gegeven. Het was ons bekend dat voor het traject hierna zeg maar 152, 10 jaren om te gaan werken aan het omgevingsplan, dat daarvoor een nieuwe ontheffing nodig was. We zijn dus altijd inzichtelijk geweest. Er is op dat moment nooit teruggekeken, ook naar de situatie zoals die is, om te kijken of die tijdelijke ontheffingen nog verlengd moesten worden. De heer Bruins vraagt ook wat over de Rood voor Rood regeling.

Ik denk dat ik daar in mijn eerste beantwoording al op ingegaan ben met waarom wij denken waarom het nu wel kan. Dat zou ik hier niet willen herhalen en ook daar komen we denk ik in de technische avond die voor 7 april gepland staat uitgebreid op terug. De heer Jonkers heeft het over de tijdelijke ontheffing die nu voor 10 jaar ingaat vanaf | januari van dit jaar. De totale afspraak die we hebben gemaakt voor de lange termijn is voor 30 jaar met het COA maar dat heeft alles te maken met het wijzigen van het uiteindelijke omgevingsplan en of dat allemaal lukt. Dus dat is er allemaal van afhankelijk. Voor nu speelt dat we het eerst hebben over de 10 jaar en alle processen die daarvoor nodig zijn. Ik zie de heer Jonkers moeilijk kijken. Ook daar kunnen we wat mij betreft tijdens de technische avond, waar we voldoende tijd hebben om het daar met elkaar over te hebben, over spreken. De heer Schouten vraagt of er bezwaar en beroep openstaat. Ja, dat is altijd mogelijk tegen dit soort besluiten van het college en verleende omgevingsvergunningen en de technische avond is openbaar maar vragen stellen is alleen voor de raadsleden. De heer JONKERS: Dank u voorzitter. Mijn vraag was eigenlijk is het nou 10 jaar of is het maximaal 10 jaar voordat u weer zegt 10 jaar maar ik hoor u niet zeggen maximaal 10 jaar, dus dat zou ik nog graag duidelijk willen weten.

En ik hoor u daarna zeggen 30 jaar. Is dat dan 10 jaar en daarna nog 30 jaar, dus totaal 40 jaar? Ik zie u nee schudden maar ik geef u de gelegenheid. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Ik zou graag straks even willen schorsen. De VOORZITTER: Dat is prima. Dan geef ik wethouder Eijbaard gelegenheid om te antwoorden. Wethouder EIJBAARD: Dank u voorzitter. De tijdelijke vergunning is voor 10 jaar. In die 10 jaar gaan we werken aan het wijzigen van het omgevingsplan. Mocht dat in die 10 jaar gerealiseerd kunnen worden, dan hebben we met het COA afgesproken dat we voor maximaal 30 jaar in totaal er een opvanglocatie voor vluchtelingen is. De VOORZITTER: Hoe lang heeft u nodig voor de schorsing meneer Bruins? De heer BRUINS: 5-10 minuten. De VOORZITTER: Laten we 10 minuten doen. Dan schors ik tot 10 over half. 14

De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. De heer BRUINS: Dank u voorzitter. Namens de Lijst Schouten en de ChristenUnie wil ik graag voorafgaand aan het indienen van een motie toelichten waarom wij dit noodzakelijk achten. Bij de ingang van ons gemeentehuis worden wij herinnerd aan de fundamentele waarden van onze samenleving. Daar hangt immers een verwijzing naar artikel | van de Grondwet en het recht op gelijke behandeling, op bescherming en waardigheid. Het Internationaal Kinderverdrag vinden we eveneensin artikel |. Het artikel | dat ons herinnert aan de definitie van een kind, ieder mens dat jonger is dan 18 jaar. Voorzitter, in 2022 opende het COA een opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen, kinderen op de vlucht, kinderen die veiligheid zoeken, kinderen die afhankelijk zijn van ons, van onze zorg, van onze besluiten en onze bescherming. Het internationaal recht bijvoorbeeld bij de artikelen 22 en 27 van het kinderrechtenverdrag bevestigt het recht van deze kinderen op adequate opvang, op bescherming en op een toereikende levensstandaard, het recht op wonen hoort daar ook bij. Een fundamenteel recht en juist dat recht staat hier op een veel te wankele bodem. Door het vervallen van de omgevingsvergunning in 2023 is hun veilige woonplek plotseling illegaal geworden.

De Raad van State oordeelde in 2024 dat op deze plek slechts sprake mag zijn van een kleinschalige woonvoorziening. Het gevolg nieuwe onzekerheid en discussie want hoe valt een ontwikkeling van 172 bewoners, asielzoekers en starters, onder de noemer kleinschalig terwijl het plan van MBE destijds voor 80 appartementen, circa 160 bewoners, te grootschalig was? Wij kunnen dan ook niet anders dan concluderen dat in dit proces een fundamenteel recht van deze kinderen tot tweemaal toe op het spel is gezet. Niet door omstandigheden maar door bestuurlijke keuzes. Deze kinderen mogen in onze ogen geen speelbal zijn in een politiek steekspel maar ze zijn nu wel de dupe van onzorgvuldig handelen binnen ons ambtelijk systeem en daarvoor draagt dit college de volle politieke verantwoordelijkheid en daarom dienen wij de volgende motie in: Constaterende dat: e De gemeente Baarn sinds | juli 2023 opvang biedt aan asielzoekers op het marechausseeterrein, terwijl de benodigde juridische grondslag ontbreekt; e De gemeenteraad hierover niettijdig en niet volledig is geïnformeerd; e Het college in de loop van 2024 zonder raadsbesluit en zonder juridische basis heeft ingestemd met een uitbreiding van de opvangcapaciteit op het terrein naar 152 personen; e Tegelijkertijd sprake was van een vernietigd bestemmingsplan en een verlopen vergunning, terwijl geen concrete stappen zijn gezet om deze

situatie te legaliseren; e De bestuurlijke verantwoordelijkheid in dit dossier in de loop van 2024 is overgedragen aan andere portefeuillehouders, wat het gevoelsmatig moeilijk maakt om de volledige politieke verantwoordelijkheid neer te leggen bij de huidige wethouders; Overwegende dat: e De raad verwacht dat het college handelt op basis van zorgvuldigheid, transparantie en juridische onderbouwing; e Dat het college bestuurlijk is tekortgeschoten in het waarborgen van legaliteit, zorgvuldigheid en open communicatie met de raad; Van oordeel dat: e Het college op meerdere momenten in dit proces daarin tekort is geschoten; e Deze gang van zaken heeft geleid tot een zeker verlies van vertrouwen in de bestuurspraktijk rond dit dossier; Spreekt uit: e De handelswijze van het college in het dossier rond de opvang van asielzoekers op het marechausseeterrein af te keuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15445766/1