CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

241204 Schriftelijke vragen Lijst Schouten Alcoholverbod verenigingsgebouwen Ericastraat (1109291) + BEANTWOORDING

Raadsvergadering 29 januari 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Motie Lijst Schouten, CDA, 50PLUS, ChristenUnie - Opheffen drooglegging5.662 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

inlichtingen bij

Mandy Vons

doorkiesnummer

(035) 548 16 11

Lijst Schouten De heer T. Schouten

uw kenmerk ons kenmerk

datum Portefeuillehouder(s) onderwerp

1120313

9 januari 2025 Burgemeester Röell Beantwoording schriftelijke vragen Lijst Schouten Beperking verhuurmogelijkheden verenigingsgebouwen Ericastraat

Geachte heer Schouten, Op 4 december jl. heeft u het college schriftelijke vragen gesteld over de beperking verhuurmogelijkheden verenigingsgebouwen Ericastraat. Hierbij geeft het college u zijn reactie op uw vragen: Achtergrond Aan de Dahliastraat zijn twee verenigingen gevestigd te weten, de speeltuinvereniging en de Postduivenvereniging. Beide verenigingen zijn vanaf 2008 gevestigd op de Dahliastraat. De speeltuinvereniging huurt het pand van de gemeente. De postduivenvereniging zijn zelf eigenaar van het pand. Het college vindt dat beide verenigingen een belangrijke maatschappelijke functie vervullen. Daar waar mogelijk, en indien gewenst, wordt ondersteuning geboden aan de verenigingen zodat deze kunnen blijven voortbestaan. De verenigingen worden geïnformeerd over ontwikkelingen en mogelijkheden en, de gemeente verstrekt diverse subsidies. De gemeente ondersteunt de verenigingen bij het vinden en realiseren van oplossingen. Daarnaast zorgt de gemeente voor een goede bereikbaarheid en open communicatielijnen. Door de jaren heen is er al meerdere keren gekeken naar de activiteiten die plaats vinden bij voornamelijk de speeltuinvereniging. Vanaf het begin (2008) komen er al klachten binnen bij de gemeente over feesten en partijen bij de speeltuinvereniging.

Aangezien deze niet zijn toegestaan heeft de gemeente in 2010 extra tijdelijke subsidie toegekend om te stoppen met feesten en partijen en zich te richten op nieuwe exploitatiemogelijkheden die planologisch zijn toegestaan. De subsidie was toegekend om de als gevolg hiervan teruglopende inkomsten gedurende de eerste vier jaar te compenseren.

1

Het blijkt dat de inzet van de extra subsidie niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. De klachten blijven en de gemeente legt uiteindelijk in 2015 een last onder dwangsom op aan de speeltuinvereniging. De jaren die volgen verlopen vervolgens rustig (mede door corona). Vanaf 2022 tot heden komen er veelvuldig meldingen binnen van overlast en is een verzoek om handhaving ingediend. Ook zijn er klachten over de activiteiten die plaatsvinden bij de Postduivenvereniging. In de gemeente Baarn is de laatste jaren een inhaalslag gemaakt als het gaat om het rechtmatig uitoefenen van een horecabedrijf en het rechtmatig verstrekken van alcohol. Dit is gedaan met de zogenoemde nulmeting. Ook de beide verenigingen aan de Dahliastraat zijn in dit kader gecontroleerd[1]. Vanuit de controle is gebleken dat beide verenigingen alcohol schonken, al dan niet aanwezig hadden, zonder hiervoor de juiste vergunningen te hebben. Aangezien de kans op legalisatie niet aannemelijk is, is handhavend opgetreden. Het omgevingsplan/bestemmingsplan staat deze activiteiten niet toe en dit is ook de uitkomst van de motie van de groep Allal Ennahachi uit 2014. Nieuw bestemmingsplan 2013 In 2013 is er een nieuw bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’ vastgesteld door de gemeenteraad.

Voor beide verenigingen die gevestigd zijn aan respectievelijk de Dahliastraat 16 en Dahliastraat 18 de bestemming ‘Maatschappelijk’ met de functieaanduiding ‘verenigingsleven’. In de planvoorschriften is expliciet ondersteunde horeca bij het verenigingsleven uitgesloten[2]. Een zelfstandig horecabedrijf is uiteraard ook niet toegestaan. Ook het in 2008 geldende bestemmingsplan "Oosterhei" liet deze activiteiten niet toe. Motie In 2014 heeft de groep Allal Ennahachi een motie ingediend met het verzoek om te onderzoeken welke maatregelen noodzakelijk zijn om het gebouw van de speeltuinvereniging, Dahliastraat 16, geschikt te maken voor feesten en partijen. De uitkomst was dat de regeling zoals die is opgenomen is in het bestemmingsplan "Nieuwe Oosterhei" het uitgangspunt moet blijven voor het gebruik van het gebouw. Planologisch gezien bestaat er geen reden om de gebruiksmogelijkheden te verruimen. Dit betekent ook dat er toen geen voorstel is gedaan om de vigerende bestemming te wijzigen. Wat we nu doen Zoals gezegd vindt het college de maatschappelijke functie van beide verenigingen van belang. Momenteel wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om het omgevingsplan te verruimen. Hierbij wordt rekening gehouden met zowel de maatschappelijke functie en de buurtfunctie.

Daarnaast wordt onderzocht of het huurcontract met de speeltuinvereniging moet worden herzien en eventuele subsidies verhoogd moeten worden. 1. Wat is de reden van het niet meer mogen schenken van (zwak) alcoholische dranken? Het is niet toegestaan om zonder alcoholwetvergunning alcohol te schenken al dan niet aanwezig te hebben in een ruimte die voor publiek toegankelijk is. Uit de nulmeting is gebleken dat beide verenigingen geen exploitatievergunning en (para-commerciële) alcoholwetvergunning hebben.

2

2. Geldt dit verbod op elk moment en ook bij besloten bijeenkomsten? Dit verbod geldt ook op elk moment en ook bij besloten bijeenkomsten. De Alcoholwet (artikel 25) is duidelijk in het verbod om alcoholhoudende drank aanwezig te hebben in ruimten die voor publiek geopend zijn zonder dat sprake is van een rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf (of slijtersbedrijf). Doordat genoemde verenigingen veelvuldig de zaal aanbieden voor verhuur valt dit volgens jurisprudentie[3] onder publiekelijk toegankelijk. Zie de bijlage voor een nadere toelichting. 3. Wordt hier streng op gehandhaafd? En wat is de reden daarvoor? De gemeente heeft bij de zogenoemde nulmeting geconstateerd dat er activiteiten plaatsvinden waarvoor geen vergunning is afgegeven. Vanuit de handhavingsstrategie wordt eerst een waarschuwing gegeven. Bij een tweede overtreding wordt een last onder dwangsom opgelegd. Niet handhavend optreden zou leiden tot een ongewenst precedent. 4. Is een gedoogbeleid hierop mogelijk? Nee, het is niet mogelijk om te gedogen omdat dit niet past binnen de kaders van de gedoogstrategie. Niet handhaven zal leiden tot een ongewenst precedent en het gevolg zal zijn dat we bij gelijkwaardige situatie niet handhavend kunnen optreden.

Het college is van mening dat de verenigingen in de Dahliastraat op die plaats een historisch gegroeide situatie is met een toegevoegde waarde voor het woon- en leefklimaat van de gezinnen met kinderen en een ontmoetingsplek voor onder andere de oudere generaties. Het college staat positief ten opzichte van initiatieven die het voortbestaan van de verenigingen waarborgen. 5. Wat kan de gemeenteraad doen om dit verbod teniet te doen? Er is destijds expliciet door de gemeenteraad gekozen om op deze locaties geen ondersteunende horeca mogelijk te maken. Deze locaties hebben een bestemming waarbij een bepaald gebruik is toegestaan en past binnen de ligging (woonwijk). Indien de gemeenteraad meer gebruiksmogelijkheden wil toestaan zal het omgevingsplan moeten worden gewijzigd op het gebied van para commerciële activiteiten zoals nu ook bij sportverenigingen het geval is. Indien na een wijziging van het omgevingsplan ondersteunende horeca is toegestaan voor beide verenigingen is het voor deze verenigingen eventueel mogelijk om een para-commerciële alcoholwetvergunning aan te vragen. Aan deze vergunning zitten bepaalde voorwaarden gekoppeld ter voorkoming van oneerlijke concurrentie. Hierom is onder andere door de gemeenteraad bepaald dat tijdens bepaalde bijeenkomsten (zoals bruiloften en persoonlijke partijen) niet geschonken mag worden.

Het is mogelijk hiervoor drie keer een ontheffing aan te vragen door de verenigingen. De gemeenteraad kan het maximum van de ontheffingen eventueel verhogen. Zie voor een nadere uitleg bijlage 2. 6. Is het college het met mij eens dat deze verenigingen de mogelijkheid moeten blijven krijgen tot verhuur van de gebouwen, om zodoende geld te verdienen om hun exploitatie rond te krijgen? Het college weet dat beide verenigingen een belangrijke maatschappelijke functie vervullen. Het college is het met u eens dat waar de wet- en regelgeving het toestaat men binnen deze grenzen van het omgevingsplan de zalen mag verhuren. De gemeente is met beide verenigingen in gesprek om

3

aan te geven wat de grenzen zijn en bespreekt eventuele vervolgstappen. Ook zijn er gesprekken om eventuele subsidies te verhogen of extra subsidies toe te kennen. De speeltuinvereniging krijgt in dit kader dit jaar eenmalig een verhoging om te investeren in speeltoestellen.

7. Is het college het met mij eens dat er sowieso een schaarste is aan zaaltjes die gehuurd kunnen worden in Baarn? (nog niet zo lang geleden stonden beide gebouwen op de (inmiddels verdwenen) website Verhuur je ruimte). Voor zover bij het college bekend is er geen sprake van een groot tekort aan mogelijkheden om een zaal te huren. [1] De gemeente Baarn staat voor gelijke behandeling en gelijke rechten en plichten voor vergelijkbare gevallen. Regelgeving is er voor iedereen en dient een algemeen doel. De nulmeting komt daaraan tegemoet. Na de nulmeting is er een actueel overzicht van het gemeentelijk horecabestand. Elke horecaondernemer voldoet aan de regelgeving en wordt gehouden aan dezelfde eisen. [2] zie Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 7 Maatschappelijk via https://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0308.000004-VA01/r_NL.IMRO.0308.000004VA01_2.7.html [3] uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 1986 (ECLI:NL:RVS:1986:AM9214).

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

4

M.A. Röell burgemeester

Bijlage(n): Bijlage 1 RIB 25 februari 2014: Gebruik gebouw speeltuinvereniging, Dahliastraat 16 Bijlage 2 Para commerciële rechtspersonen Kopie: – Leden van de raad van de gemeente Baarn en steunfractieleden – Griffier

5

r.

inlichtingen bij doorkiesnummer ons kenmerk

gemeente Baarn

de heer J.H. Timmerman en de heer W . Z . ten Boske

Aan

(035) 548 17 29

jtn/PLOW/1U

C Vuo C o j o ļ

'İ0\^

Û \ C.C1

de leden van de raad van de gemeente Baarn en de steunfractieleden

datum

15 FEB 2014 onderwerp

Gebruik gebouw speeltuinvereniging, Dahliastraat 16

portefeuillehouder

Drs. J. Baerends

Geachte leden van de raad en steunfractieleden,

O p 29 mei 2013 heeft de G r o e p Allal Ennahachi een motie ingediend met het verzoek o m te onderzoeken wat v o o r maatregelen noodzakelijk zijn o m het gebouw van de speeltuinvereniging, Dahliastraat 16, geschikt te maken v o o r live muziek. O o k was daaraan verbonden de vraag een raming te geven van de kosten die hiermee zijn gemoeid. N a een toezegging van de wethouder dat dit zou w o r d e n onderzocht, is de motie d o o r de indiener ingetrokken. Met deze informatiebrief willen wij u informeren over het verloop van het onderzoek en de stand van zaken op dit moment.

Allereerst moeten wij meedelen dat het o n d e r z o e k meer tijd heeft gevergd dan was voorzien. O o k zijn wij van oordeel dat de gestelde vraag in een breder kader geplaatst moet w o r d e n d o o r hierbij te betrekken de regeling in het ter plekke vigerende bestemmingsplan en de met de speeltuinvereniging O o s t e r k w a r t i e r vanaf I januari 2008 afgesloten huurovereenkomst.

Het bestemmingsplan O p 25 september 2013 heeft u het bestemmingsplan " N i e u w e O o s t e r h e i " gewijzigd vastgesteld. In dit bestemmingsplan is de speeltuin en het bijbehorende gebouw van de speeltuinvereniging bestemd als "Maatschappelijk" met de nadere aanduiding "verenigingsleven". O o k het naastgelegen verenigingsgebouw van de postduivenvereniging (Dahliastraat 18) heeft deze bestemming. V o o r de beide gebouwen is een bouwvlak opgenomen. In de bestemmingsomschrijving is in de regels o n d e r artikel 7.1 sub a en b opgenomen dat de v o o r "Maatschappelijk" aangewezen gronden bestemd zijn voor: maatschappelijke voorzieningen en dat ter plaatse van de aanduiding "verenigingsleven" uitsluitend een verenigingsgebouw is toegestaan, ondersteunende horeca is ter plaatse van deze aanduiding niet toegestaan. Een gebruik als horeca met feest- en muziekavonden is strijdig met het toegestane gebruik volgens de vigerende bestemming. O o k het in 2008 ter plekke geldende bestemmingsplan " O o s t e r h e i " liet deze activiteiten niet toe.

De huurovereenkomst Met ingang van I januari 2008 huurt de Speeltuinvereniging O osterkwartier de gronden en het verenigingsgebouw aan de Dahliastraat 16. Bij het aangaan van de huurovereenkomst per I januari 2008 is de jaarlijkse huurprijs verhoogd naar een huurprijs van C 8.000, -. D e z e huurprijs is stapsgewijs ingevoerd met een o p b o u w waarbij de huurprijs v o o r het jaar 2008 C 5000, - bedroeg, v o o r 2009 C 6000, - bedroeg en v o o r 2010 C 7000, - bedroeg. V o o r het jaar 201 I bedroeg de huurprijs C 8000, - waarna per I januari 2012 de huurprijs is aangepast aan de d o o r het C B S gepubliceerde prijsindexcijfers v o o r alle huishoudens. In 2013 bedroeg de huurprijs C 8.441,66. In de

Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 II f (035) 548 17 94 e gemeente@baarn,nl I www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden.

huurovereenkomst is de voorwaarde opgenomen dat het de vereniging slechts is toegestaan het gehuurde te gebruiken ten behoeve van sociaal-culturele en aanverwante activiteiten in het kader van het inrichten en in stand houden van een speeltuinvereniging.

Geluidsoverlast voor de buurt D e eerste klachten uit de buurt over geluidsoverlast als gevolg van activiteiten in het gebouw dateren van enige jaren geleden. Enkele bouwkundige aanpassingen die wij hebben laten uitvoeren in 2010 hebben helaas niet het gewenste positieve effect opgeleverd. Vanaf 2010 is de verhuur van het gebouw v o o r feesten en partijen afgebouwd. O m de als gevolg hiervan teruglopende inkomsten gedurende de eerste jaren als gewenning te compenseren heeft de speeltuinvereniging v o o r 201 I een (extra) subsidie ontvangen van C 7000, - met vervolgens een afbouw van het bedrag met C 1750, - per jaar. Dit jaar loopt de extra gemeentelijke subsidietoekenning ten einde met nog een bedrag van C 1750, -.

De bevindingen uit het akoestisch

onderzoek

Adviesbureau G e b o u w d e Omgeving Baarn heeft akoestisch o n d e r z o e k uitgevoerd en o o k een kostenraming gemaakt o m de geluidsisolatie van het gebouw te verbeteren. O m inzicht te krijgen in de geluidwering, geluidmaatregelen en de kosten is het o n d e r z o e k in 3 fasen uitgevoerd. D e totale rapportage treft u hierbij aan.

D e milieuwetgeving kent drie geluidsperioden per etmaal, dit zijn de dagperiode, liggend tussen 07.00 uur en 19.00 uur, de avondperiode liggend tussen 19.00 en 23.00 uur en de nachtperiode liggend tussen 23.00 uur en 07.00 uur. Zoals in het o n d e r z o e k is beschreven heeft live muziek een gemiddelde geluidbelasting die varieert tussen de 95 en 115 dB(A).

D e inrichting valt o n d e r de vergunningsfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In fase I van het akoestisch o n d e r z o e k (datum 14 juli 2013) is uit dit Activiteitenbesluit overgenomen artikel 2.17 (zie pagina 3). In dit artikel is v o o r de gevel van gevoelige gebouwen (de meest nabijgelegen woningen) een tabel opgenomen v o o r het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau, veroorzaakt d o o r de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede d o o r de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten.

A a n de hand van geluidsmetingen en geluidsberekeningen, toegespitst o p de situatie van de grote zaal, zijn o p dit m o m e n t de volgende conclusies te trekken: 1.

Uitgaande van de huidige gevelopbouw is in de dag- avond- en nachtperiode in de grote zaal een muziekniveau toelaatbaar van respectievelijk 75 dB(A), 70 dB(A) en 65 dB(A). Bij deze muziek geluidniveaus w o r d t voldaan aan de eisen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit.

2.

Met de hoogst haalbare geluidwering (bouwkundige maatregelen zowel aan de gevel als het dak en o o k installatietechnische maatregelen) is een muziekgeluidsniveau in de grote zaal toelaatbaar van respectievelijk 100 dB(A), 90 dB(A) en 80 dB(A). Dit is niet toereikend v o o r het toelaten van live muziek.

3.

V o o r de bouwkundige en installatietechnische maatregelen w o r d e n de kosten geraamd o p C 172.000, -. D e bijkomende kosten v o o r onderzoek, voorbereiding, toezicht en o n v o o r z i e n ramen wij op circa C 18.000, -. Totaal is met de noodzakelijke werkzaamheden gemoeid een bedrag van C 190.000, -.

Uit het voorgaande blijkt dat live muziek o o k met de meest vergaande geluidsmaatregelen niet mogelijk is. O o k wijzen wij nadrukkelijk op de strijdigheid die hiermee zou ontstaan met zowel het vigerende bestemmingsplan " N i e u w e O o s t e r h e i " als o o k de huurovereenkomst.

Het bestemmingsplan

"Nieuwe

Oosterhei" nader bezien voor de locatie Dahliastraat

16

In het bestemmingsplan " N i e u w e O o s t e r h e i " w o r d t o n d e r maatschappelijke voorzieningen verstaan educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en (in beperkte mate) o o k v o o r voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie. Vanwege de ligging nabij woningen is met de aanduiding "verenigingsleven" v o o r deze locatie gekozen v o o r een maatbestemming in die zin dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend een verenigingsgebouw is toegestaan, ondersteunende horeca is, zoals hiervoor reeds w e r d vermeld, ter plaatse van deze aanduiding niet toegestaan.

V o o r ons college is het uitgangspunt dat enerzijds activiteiten die passen binnen de bestemmingsomschrijving van het vigerende bestemmingsplan " N i e u w e O o s t e r h e i " in dit gebouw moeten kunnen plaatsvinden z o n d e r dat dit geluidsoverlast v o o r de omgeving geeft, maar anderzijds o o k nadrukkelijk dat activiteiten die daarmee in strijd zijn (blijvend) w o r d e n geweerd. H e t houden van feesten en partijen of bijeenkomsten met live muziek sluiten wij daarmee uit.

Bij de regeling van dit bestemmingsplan (en in verlengde daarvan de huurovereenkomst) gaat het o m een ruimtelijke afweging die is gemaakt en waarbij nadrukkelijk meespeelt de afstand van het gebouw t o t de nabij gelegen woningen in de Dahliastraat. H e t woonmilieu v o o r o m w o n e n d e n maar tegelijk de wens van de speeltuinvereniging v o o r ruimere gebruiksmogelijkheden, staan op gespannen voet met elkaar. D e waarde van het gebouw met de speeltuin v o o r de wijk staan v o o r ons niet ter discussie. Ruimtelijk gezien zijn er echter geen redenen o m buiten de kaders van het vigerende bestemmingsplan (door u vastgesteld na een zorgvuldige en uitgebreide R O - p r o c e d u r e ) een oplossing te zoeken. H e t vigerende bestemmingsplan blijft daarom v o o r ons het uitgangspunt.

Conclusies en voorgestelde

afdoening

W i j zijn van oordeel dat de regeling zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan " N i e u w e O o s t e r h e i " het uitgangspunt moet blijven v o o r het gebruik van het gebouw. Planologisch bestaat er geen reden o m de gebruiksmogelijkheden te verruimen. Dit betekent o o k dat wij u geen voorstel doen o m de vigerende bestemming te wijzigen.

Zoals uit het akoestisch o n d e r z o e k blijkt zouden de kosten v o o r geluidisolerende maatregelen o m een meer optimaal gebruik mogelijk te maken C 190.000, - gaan bedragen. W i j vinden dit bedrag buiten verhouding hoog. Dit overwegende zien wij geen aanleiding o m de huidige situatie te wijzigen. Dit betekent o o k dat wij u geen voorstel hiertoe zullen doen.

Bij onze overwegingen hebben wij o o k laten meespelen de verwachting dat als gevolg van het sluiten van andere gebouwen in Baarn met een vergelijkbare functie er mogelijkheden komen v o o r de speeltuinvereniging O o s t e r k w a r t i e r o m nieuwe gebruikers te winnen die wel goed passen binnen de bestemming maatschappelijke voorzieningen.

•3

W i j hebben o p 24 februari 2014 een afvaardiging van het bestuur van de speeltuinvereniging O o s t e r k w a r t i e r in een gesprek van ons besluit o p de hoogte gebracht met als motivatie de argumenten in deze informatiebrief.

W i j vertrouwen er o p u hiermee voldoende te hebben g e ï n f o r m e e r d .

Met vriendelijke groet,

drs. A . Naiib

ai

gemeentesecretaris

A . Roe burgemeester

Bijlagen: Akoestisch onderzoek (14-7-2013), controlemetingen Speeltuin Dahliastraat te Baarn; Akoestisch onderzoek Speeltuin Dahliastraat te Baarn (26-9-2013), geluidonderzoek; Akoestisch onderzoek Speeltuin Dahliastraat te Baarn (29-01-2014), aanvullende maatregelen (fase 3 onderzoek).

Kopie: Griffier

Bijlage 2 Toelichting para-commerciële rechtspersonen – juridisch kader 1. Wanneer is sprake van een para-commerciële rechtspersoon? Een para-commerciële rechtspersoon is een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaalculturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf (artikel 1, lid 1 van de Alcoholwet). Hierbij valt te denken aan sportkantines, wijk- en buurtgebouwen, gemeenschapshuizen, verenigingskantines, schoolgebouwen, kerkelijke gebouwen en dergelijke. In artikel 2:34a van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) wordt verwezen naar de volgende definitie: ‘Onder horecabedrijf wordt verstaan de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse (artikel 1, lid 1, van de Alcoholwet).’ De definitie van para-commerciële rechtspersoon is belangrijk, omdat de Alcoholwet onderscheid maakt tussen commerciële en para-commerciële horecabedrijven. Voor de volledigheid: een horecabedrijf is bijvoorbeeld een bar, café, restaurant of hotel.

Hieronder vindt u de relevante passages van de hiervoor genoemde artikelen uit de Alcoholwet en de huidige APV : • Artikel 1, lid 1 van de Alcoholwet: (…) – horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse; (…) – para-commerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf; • Artikel 2:34a van de APV: In deze afdeling wordt verstaan onder: (…) – Para-commerciële rechtspersoon, (…) dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. De volledige tekst van artikel 1, lid 1, van de Alcoholwet kunt u vinden op https://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/2025-01-01 . Daarnaast kunt u de volledige tekst van artikel 2:34a van de APV vinden op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR676301/3 2. Moet de APV gewijzigd worden? In artikel 2:34b, lid 4, van de huidige APV staat : Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een para-commerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of b.

tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende para-commerciële rechtspersoon zijn betrokken. In artikel 2:34b lid 5 van de APV staat dat: ‘De burgemeester kan ontheffing verlenen voor bijeenkomsten als bedoeld in lid 4 onder a. en b. tot een maximum van drie per kalenderjaar per para-commerciële rechtspersoon.’ Aangezien het schenken tijdens bijeenkomsten genoemd onder artikel 2:34b lid 4 van de APV veelvuldig bij de genoemde verenigingen (en mogelijk ook bij overige para-commerciële rechtspersonen) voorkwam, handelden

de verenigingen in strijd met dit artikel. Mochten de verenigingen in de toekomst wel een para-commerciële Alcoholwetvergunning hebben dan zal dit artikel eventueel moeten worden aangepast. Het hiervoor genoemde artikel van de APV kan eventueel aangepast worden. In artikel 4, lid 1, van de Alcoholwet staat namelijk dat bij gemeentelijke verordening (lees: APV) ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels worden gesteld waaraan para-commerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Uit lid 3 van dit artikel volgt dat de hiervoor genoemde regels o.a. betrekking hebben op de in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en overige bijeenkomsten (niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard). Hoe exact de hiervoor genoemde regels luiden mogen gemeenten zelf bepalen. Daarbij dient onder andere in oogschouw te worden genomen hoeveel mogelijkheden er zijn om binnen de commerciële horeca een zaal te huren voor een bijeenkomst van persoonlijke aard /overige bijeenkomst (niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard). Deze mogelijkheden worden volgens de jurisprudentie veelal beperkt tot een straal van 10/15 km. Verder hangt het aantal af van het alcoholmatigingsbeleid gemeente en het draagvlak voor het houden van dit soort bijeenkomsten.

Indien de raad van mening is dat para-commerciële rechtspersonen meer vrijheid zouden moeten krijgen om alcohol te mogen schenken tijdens persoonlijke bijeenkomsten moeten de para-commerciële artikelen uit de huidige APV aangepast worden naar een hoger aantal mogelijke ontheffingen. Op die manier kan er ontheffing verleend worden voor het verstrekken van alcoholhoudende drank door para-commerciële rechtspersonen tijdens in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en in de inrichting te houden overige bijeenkomsten (niet zijnde bijeenkomst van persoonlijke aard). Hoe vaak zo’n ontheffing per jaar verleend kan worden is afhankelijk van de keuze die de raad maakt. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met de oneerlijke concurrentie voor de commerciële horeca. 3. Wat als de gebruikers zelf alcoholische drank meebrengen? Wat als de verenigingen enkel toestaan dat hun gebouw wordt gebruikt door een derden voor een bijeenkomst van persoonlijke aard en/of overige bijeenkomst (niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard) en deze derden zelf alcoholhoudende drank meenemen? Op grond van artikel 25, lid 2, van de Alcoholwet is het degene die, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf, een ruimte voor publiek geopend houdt, verboden toe te laten dat in die ruimte alcoholhoudende drank wordt genuttigd.

Dit verbod geldt niet, indien er sprake is van de uitzondering bedoeld in artikel 13, tweede lid. In artikel 13, lid 2, van de Alcoholwet staat: ‘Het is verboden in een slijtlokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse, tenzij het betreft verstrekking om niet door een persoon die in die slijtlokaliteit dienst pleegt te doen en die verstrekking tot doel heeft een klant die daarom verzoekt een alcoholhoudende drank die in dat slijtersbedrijf verkrijgbaar is te laten proeven’. Toestaan van het gebruik van een gebouw van de para-commerciële rechtspersoon door derden voor bijeenkomsten maakt geen deel uit van de rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf (lees: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse vanaf één uur voor aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met het statutaire doel van de rechtspersoon). In verband met het gebruik van het gebouw voor bijeenkomsten door derden wordt een ruimte (lees: het gebouw) voor publiek geopend gehouden. Als de para-commerciële rechtspersoon toestaat dat daarin alcoholhoudende drank wordt genuttigd, wordt artikel 25, lid 2, van de Alcoholwet overtreden. Het moet, zoals hiervoor beschreven, dan wel gaan om een ruimte die “voor het publiek geopend wordt gehouden”.

In de situatie dat deze (feest)ruimte vaker wordt gebruik voor “besloten” feesten, ontstaat een

situatie waarbij feitelijk een besloten feest wordt gehouden in een ruimte die voor het publiek geopend is (omdat een ieder deze ruimte zou kunnen huren). Deze redenering volgt uit de uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State van 14-08-1986 (AB 1987/113) en 28-12-1988 (Gemeentestem, nr. 6880). In de betreffende uitspraak ging het om een persoon die zijn inpandige stal die hij tot 1972 ten behoeve van zijn landbouwbedrijf gebruikte, had verbouwd tot een ruimte welke geschikt werd voor het houden van feesten en gezellige bijeenkomsten en ook voor dat gebruik door hem werd verhuurd. Ten aanzien van het al dan niet bestaan van het openbare karakter is toen het volgende gesteld door de Afdeling. 1. De stal kon op afroep door een ieder worden gehuurd; 2. Van deze mogelijkheid werd zeer regelmatig en steeds door andere groeperingen gebruik gemaakt; 3. Voorts had de verhuurder er, blijkens rapporten van de politie, geen grip of controle op wie bij een bepaalde bijeenkomst aanwezig waren; 4. Het is de Afdeling niet gebleken van voorwaarden tussen verhuurder en de huurders, op grond waarvan het besloten karakter zou kunnen worden veiliggesteld; 5.

Voorts is gebleken dat verhuurder bij het verhuren van zijn lokaliteit lang niet in alle gevallen zekerheid had omtrent het aantal genodigden en de band die er tussen hen bestond, zodat meer dan eens sprake was van een onbepaalde groep bezoekers; 6. Ter zitting is door de verhuurder verklaard dat tijdens de openingsuren de huurder de beschikkingsmacht over de stal had en verantwoordelijk was voor de orde en rust, en dat verhuurder maar in zeer beperkte mate controle uitoefende op de bezoekers van een bepaalde bijeenkomst; 7. Bezien in verband hiermee was tevens van belang dat de verhuur met een vrij hoge frequentie en aan steeds wisselende groeperingen plaatsvond; 8. Hierdoor ontstaat toch een vorm van publiek gebruik, totaal verschillend van bijvoorbeeld bijeenkomsten van steeds dezelfde sociëteit of vereniging; 9. Dit aspect versterkt het publieke karakter van het gebruik van de lokaliteit. Onder het publiek wordt alsdan c.q. behoort te worden verstaan: een ieder die dat wenst; 10. Dat huur door een ieder op afroep mogelijk was, bleek onder meer uitverklaringen van gebruikers alsmede uit een aantal huurcontracten. Gelet op deze omstandigheden was de Afdeling van oordeel dat de feitelijke exploitatie te dezen op zodanige wijze werd gevoerd dat, bezien in het licht van doel en strekking van de Alcoholwet, niet meer van een besloten inrichting kon worden gesproken.

Uit de uitspraak van de rechtbank Roermond d.d. 4 juni 2009 blijk dat de hiervoor genoemde uitspraak van de afdeling nog steeds actueel is. Daarin staat namelijk: “Voor de beantwoording van de vraag of door de wijze waarop ‘[naam groepsaccomodatie]’ wordt geëxploiteerd sprake is van strijd met artikel 25 van de Alcoholwet is van belang vast te stellen of sprake is van een besloten inrichting. Daarbij speelt een aantal criteria een rol, zoals ook weergegeven in de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 1986, No. R03.84.2306. (…)” 4. Waarom zijn een alcoholwetvergunning en exploitatievergunning nodig? Alcoholwetvergunning Een alcoholwetvergunning is nodig, omdat alleen dan het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse is toegestaan (artikel 1, lid 1, en artikel 3, lid 1, van de Alcoholwet). Uit de uitspraak van de rechtbank Midden Nederland d.d. 24 oktober 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:5217, blijkt dat er snel sprake is van het verstrekken van alcoholhoudende drank anders dan om niet. In deze uitspraak staat namelijk: “Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 1 van de DHW wordt elke verstrekking van

alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse die bedrijfsmatig geschiedt, ongeacht of dit wel of niet tegen betaling gebeurt, tot de uitoefening van het horecabedrijf gerekend. Ditzelfde geldt voor niet bedrijfsmatige verstrekking van drank tegen betaling, waaronder ook valt het vragen van een toegangsprijs, waarna de drankjes gratis zijn (Kamerstukken II 1997-1998, 25 969, nr. 3, blz. 20). Uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 10 november 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BO3493) en 3 februari 2011 (ECLI:NL:RVS: 2011:BP3653) volgt dat wanneer sprake is van het betalen van entreegeld, het vragen van een geldelijke bijdrage voor alcoholhoudende consumpties dan wel het onderling verrekenen van de kosten voor de hoeveelheid geconsumeerde drank per persoon, sprake is van het anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank.” Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het voor de Alcoholwet niet uitmaakt aan wie de alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Een alcoholwetvergunning is dus ook nodig als er bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor het gebruik ter plaatse wordt verstrekt. Exploitatievergunning Een exploitatievergunning is nodig, omdat het exploiteren van een horecabedrijf (lees: kantinefaciliteiten) alleen is toegestaan met een vergunning (artikel 2:27, sub a en artikel 2:28, lid 1, van de APV).

Dit geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel, zorginstelling, museum of school omdat dit uitgezonderd is in artikel 2:27, lid 4, van de APV. Strijdigheid met het omgevingsplan is een weigeringsgrond voor de exploitatievergunning.

Schriftelijke vragen aan het college van B&W

Datum: 4-12-2024 Onderwerp : Beperking verhuurmogelijkheden verenigingsgebouwen Ericastraat Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen te beantwoorden: 1. Wat is de reden van het niet meer mogen schenken van (zwak) alcoholische dranken? 2. Geldt dit verbod op elk moment en ook bij besloten bijeenkomsten? 3. Wordt hier streng op gehandhaafd? En wat is de reden daarvoor? 4. Is een gedoogbeleid hierop mogelijk? 5. Wat kan de gemeenteraad doen om dit verbod teniet te doen? 6. Is het college het met mij eens dat deze verenigingen de mogelijkheid moeten blijven krijgen tot verhuur van de gebouwen, om zodoende geld te verdienen om hun exploitatie rond te krijgen? 7. Is het college het met mij eens dat er sowieso een schaarste is aan zaaltjes die gehuurd kunnen worden in Baarn? (nog niet zo lang geleden stonden beide gebouwen op de (inmiddels verdwenen) website Verhuur je ruimte) Toelichting: Niet voor het eerst is mij ter oren gekomen dat in zowel het verenigingsgebouw van Speeltuinvereniging Oosterkwartier, als ook het gebouw van postduivenvereniging de Pool geen alcohol geschonken, noch genuttigd mag worden. Op geen enkel moment, zo heb ik begrepen. Dit verbod heeft een direct invloed op de verhuurmogelijkheden van beide gebouwen en daarmee op de levensvatbaarheid van beide verenigingen.

Wat als gevolg zou kunnen hebben, dat de verenigingen ophouden te bestaan, of volledig afhankelijk worden van gemeentelijke subsidie. Met de gestelde vragen wil ik helderheid krijgen in het waarom, maar vooral hoe we deze naar mijn mening omissie recht kunnen trekken. Ondertekening en naam formele indiener, Tino Schouten Lijst Schouten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15091170/1