240627 RIB Meicirculaire 2024 en significantie afwijkingen op de begroting 2024 (976796)
Tekst van het document
inlichtingen bij
Ilse Lubach - van der Werff
doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk datum portefeuillehouder(s) onderwerp
964146 / 976796
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
27 juni 2024 Wethouder Prakke Meicirculaire 2024 en significante afwijkingen op de begroting 2024
Geachte leden van de raad en steunfractieleden,
Op 27 mei jl. is de meicirculaire verschenen. In deze meicirculaire is de Voorjaarsnota van de rijksoverheid opgenomen. Bij de meicirculaire wordt bekend gemaakt welke inkomsten wij van het Rijk kunnen verwachten. Ongeveer de helft van onze inkomsten ontvangen wij via de Algemene Uitkering. Ontwikkeling van de Algemene Uitkering In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssytematiek vervroegd ingevoerd van 2027 naar 2024. De verwachting is dat door de nieuwe systematiek de Algemene Uitkering stabieler is. Voorheen was deze uitkering gekoppeld aan de uitgaven van het Rijk (trap op trap af systematiek). De invoering van de nieuwe systematiek pakt voor gemeente nadeliger uit. Hiervoor wordt de gemeente in 2024 en 2026 t/m 2029 gecompenseerd. Daarnaast wordt vanaf 2026 de opschalingskorting structureel geschrapt (tabel 1 Algemeen A). De gemeente Baarn ontvangt een hogere bijdrage vanuit de Algemene Uitkering dan bij de Perspectiefnota op basis van de Voorjaarsnota is berekend (tabel 2). Dit verkleint het tekort op de meerjarenbegroting (tabel 3) de verwachting is dat bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025 deze hogere bijdrage uit de algemene uitkering voor een groot deel door tegenvallers teniet wordt gedaan. Voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ontvangen wij middelen via de Algemene Uitkering.
In de toekomst zal een deel van de Wmo middelen niet langer via de Algemene Uitkering lopen, maar via een aparte financiering. De verwachte vergrijzing de komende jaren zorgt ervoor dat de kosten voor uitvoering van de Wmo voor de gemeente stijgen. Door de financiering niet langer via de Algemene Uitkering te laten verlopen ligt het risico van een grote kostenstijging niet langer meer exclusief bij de gemeente. Op dit moment wordt er nog gewerkt aan de financieringsvarianten. Er zijn extra middelen gereserveerd maar nog niet toegevoegd aan het gemeentefonds. Toelichting op de belangrijkste taakmutaties
Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden
Bijzondere bijstand en vroegsignalering: Vanaf dit jaar ontvangt de gemeente Baarn € 37.000 structureel voor de aanpak geldzorgen, armoede en schulden (vanaf 2025 respectievelijk € 38.000 en de jaren daarna € 36.000). De extra middelen zorgen ervoor dat de gemeente in staat is om strategisch en doelgericht de activiteiten ter bestrijding van schulden en armoede te bevorderen (tabel 1 Specifiek D). Werkdrukverlaging jeugdbescherming: In oktober 2023 is er een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Vanaf 2024 ontvangt de gemeente structureel ca. € 30.000. Deze middelen worden toegevoegd aan het budget voor de jeugdzorg (tabel 1 Specifiek G). Besparingsverlies jeugd: De aanvullende besparing op de Jeugdzorg wordt in 2025 éénmalig teruggedraaid. Het Rijk, die deze taakstelling zou invullen heeft aangegeven dit niet te kunnen realiseren. De gemeente heeft deze taakstelling al eerder budget neutraal verwerkt in de meerjarenbegroting (tabel 1 Specifiek L). Uitvoering Omgevingswet: Ook in 2024 ontvangt de gemeente extra middelen voor de uitvoeringskosten van de Omgevingswet. Met deze middelen kan de gemeente voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er vindt nog een evaluatie plaats waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht.
Voor 2025 staat er nog een reservering bij het ministerie van Financiën van ruim € 80 miljoen. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds (tabel 1 Specifiek U). Uitvoering Participatiewet: De omvang van de integratie uitkering Participatie wijzigt door toekenning van een loonprijsbijstelling in 2024. De gemeente Baarn ontvangt in 2024 € 97.555.
Belangrijkste significante afwijking t.o.v. begroting 2024 In deze raadsinformatiebrief hebben wij vooruitlopend op de Tussenrapportage 2024 de belangrijkste mutaties op een rijtje gezet. De definitieve uitwerking is opgenomen in de Tussenrapportage 2024. CAO akkoord 2024: Op basis van dit akkoord stijgen de salarissen met 6%. In de nieuwe CAO zijn afspraken gemaakt die het werken voor de gemeente bij deze arbeidsmarktkrapte goed ondersteund. De loonstijging zorgt ervoor de salarislasten met € 524.000 extra stijgen. Verschuiving investeringen van 2023 naar 2024: Bij de jaarrekening zijn er investeringen doorgeschoven naar 2024. Hierdoor verschuiven de voor deze investering geraamde afschrijvingslasten van 2024 door naar 2025. Immers, de afschrijving start in het eerst volgende jaar na het gereed komen van het investeringsproject. Hierdoor zijn de kapitaallasten ruim € 395.000 lager. 2
Planvorming wegen, civieltechnische kunstwerken en straatmeubilair: Op dit moment wordt gewerkt aan het in beeld brengen van de kwaliteit van de onderdelen (areaal) van de openbare ruimte. Dit geldt voor een groot aantal beheerdisciplines, zoals Straatmeubilair, Wegen, Groen, Civieltechnische kunstwerken en Spelen. Daarnaast lopen diverse onderhoudscontracten af en moeten daarom opnieuw worden aanbesteed. Ook blijkt het areaal aan groen groter te zijn dan oorspronkelijk bepaald. Dit zorgt voor hogere onderhoudskosten. Binnen de budgetten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is geen ruimte voor het uitvoeren van deze onderzoeken en de noodzakelijke werkzaamheden voor het aanbesteden van nieuwe onderhoudscontracten. De verwachting is ca. € 500.000 aan hogere lasten. Sociaal Domein: Op basis van een landelijk kostprijsonderzoek Berenschot is het uurtarief voor Hulp bij het Huishouden met ca. 20% gestegen. Hierdoor ontstaat er in 2024 een overschrijding van € 500.000 op het huidige budget. Door een stijging van het aantal jeugdigen en zwaardere ondersteuning bij de ambulante dagbehandeling verwachten wij dit jaar € 400.000 aan extra lasten voor jeugdhulp. Een gedetailleerde uitwerking wordt opgenomen in de tussenrapportage.
Meerjarenbegroting 2025-2028 In het vervolg op het VNG begrotingsadvies deel 1 maart dit jaar heeft de VNG een begrotingsadvies deel 2 uitgebracht. Zolang er nog geen uitwerking is van het Hoofdlijnenakkoord blijft het motto "Prepare for the worst and fight for te best". Wij zullen het advies bij het opstellen van onze meerjarenbegroting 2025-2028 volgen. Het advies van de VNG luidt in het kort: Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet. Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025. Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg. Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BtwCompensatiefonds (BCF) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
3
A. van Wijk locosecretaris
M. Eijbaard locoburgemeester
Bijlagen: Bijlage 1 Tabellen meicirculaire 2024 Bijlage 2 ledenbrief-begrotingsadvies 2025-2028 deel 2
4
Aan de leden
Datum
11 juni 2024 Ons kenmerk
U202400248 Lbr. 24/021 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
2
Onderwerp
Begrotingsadvies 2025-2028 deel 2
Geachte leden van college en gemeenteraad, Na het eerste deel van ons begrotingsadvies voor de meerjarenbegroting 2025-2028 van 1 maart 2024, volgt in deze brief het tweede deel. Een advies dat, ondanks de Voorjaarsnota van het rijk en de presentatie van het Hoofdlijnenakkoord, in grote lijnen onveranderd blijft. De forse terugval in financiële middelen voor gemeenten vanaf 2026 blijft bestaan, waardoor taken en middelen van gemeenten niet in balans zijn. De komende maanden zal door een nieuw kabinet worden gewerkt aan de verdere uitwerking van het hoofdlijnenakkoord richting een regeerprogramma, waarbij wij ons maximaal zullen inspannen om deze balans alsnog te bewerkstelligen. De resolutie Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur en de motie van Enschede die hierop voortbouwt, konden dan ook op veel steun rekenen tijdens de extra ALV van 24 mei. Dit maakt dat we het motto “Prepare for the worst and fight for the best” zullen blijven hanteren, zoals ook uitgesproken bij de ALV, zolang er nog geen uitwerking is van het Hoofdlijnenakkoord. Advies in het kort: • Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet. • Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025.
• Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg. • Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BtwCompensatiefonds (BCF) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
Doel begrotingsadvies Het is ongebruikelijk dat we als VNG een begrotingsadvies afgeven. Het vaststellen van de begroting is bij uitstek een proces waarin gemeenten eigen keuzes maken en waarin de gemeenteraad door het uitoefenen van het budgetrecht de financiële kaders vastlegt. Vorig jaar zagen we ons niettemin genoodzaakt om een advies uit te brengen, omdat er grote onzekerheid was over de financiële toekomst van gemeenten. Die onzekerheid is in de kern nog steeds aanwezig, ondanks de stappen die zijn gezet in de meest recente Voorjaarsnota van het demissionaire kabinet en de presentatie van het Hoofdlijnenakkoord. We moeten vaststellen dat taken, middelen en ambities vanaf 2026 uit balans zijn gebracht door eerdere besluiten. Daarmee staan gemeenten voor een lastige keus: lossen we dit probleem stilletjes op, ten koste van onze inwoners, of kiezen we ervoor de noodzakelijke uitgaven voor zorg en investeringen wel in de gemeentebegroting op te nemen waardoor er tekorten ontstaan? Het eerste willen we niet, het tweede mogen we niet. Om taken en middelen vanaf 2026 weer in balans te brengen, is er nog veel werk te verzetten. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet zijn stappen in het herstellen van deze balans nog niet zichtbaar. Zoals in het akkoord te lezen is, zal het nieuwe kabinet met ons in gesprek moeten treden voor verdere uitwerking van het akkoord.
Tot die tijd blijft de financiële toekomst voor gemeenten ongewis. Er zijn verschillende manieren om met deze onzekerheid om te gaan. Elke gemeenteraad zal zelf de keus moeten maken hoe hier het beste mee om te gaan en tot welk moment pijnlijke keuzes hierin kunnen worden opgerekt. Dit advies is opgesteld met de bedoeling het gesprek daarover tussen gemeenteraad en college te ondersteunen. Mocht u, als college of raad, om die reden behoefte hebben aan een nadere, specifieke inkleuring of toelichting, schroom dan niet contact met ons op te nemen. Tussentijdse ontwikkelingen Sinds het advies van 1 maart hebben veel gemeenten hun werk aan de meerjarenbegroting voortgezet. In dit proces hebben zij veelal invulling gegeven aan onze oproep om te werken aan een inventarisatie van de meest significante ombuigingen en om de consequenties daarvan in beeld te (gaan) brengen. In de maanden maart en april zijn er door de VNG intensieve gesprekken gevoerd met het rijk. In de Voorjaarsnota is de opschalingskorting van € 675 miljoen structureel vanaf 2026 geschrapt . Ook zijn er afspraken gemaakt over het verder uitwerken van de aanvullende indexatie op het bruto binnenlands product (bbp) voor de Wmo, waarvoor vanaf 2026 € 75 miljoen structureel per jaar op de Aanvullende Post van de rijksbegroting is gezet. Dat betekent dat dit bedrag (nog) niet aan het gemeentefonds is toegevoegd.
Daarnaast wordt er gekeken naar een opschoonactie van de Specifieke Uitkeringen (SPUKS). Helaas komt dit met een prijs: met het naar voren halen van de bbp-systematiek naar 2024 resteert er een eenmalige korting van € 675 miljoen in 2025. Deze effecten zijn vertaald in de meicirculaire 2024. Gelijktijdig is een reguliere actualisatie voor loon- en prijsontwikkelingen doorgevoerd die ook leidt tot een neerwaartse bijstelling.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/7
Vervolgens is op 16 mei het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 gepresenteerd, waarin geen aanvullende budgettaire wijzigingen zichtbaar zijn na de Voorjaarsnota ten aanzien van de korting vanaf 2026. Wel is er het voornemen om alle specifieke uitkeringen, met uitzondering van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten), over te hevelen naar het gemeenteen provinciefonds. Daar wordt echter wel een besparing van 10%, € 638 miljoen aan gekoppeld. De extra bezuiniging op de jeugdzorg van € 511 miljoen, die voor rekening en risico rijk was, vervalt definitief. Aan de inkomstenkant zijn er twee punten van aandacht. Allereerst wordt er gesproken over het maken van afspraken met gemeenten over het maximeren van de woonlasten (ozb). Ten tweede worden er nieuwe belastingen geïntroduceerd waarvan de opbrengsten (uitsluitend) ten goede komen aan woningbouw en infra in de betreffende gemeente: een planbatenheffing en een (onbebouwde) grondheffing. Grote lijn van het begrotingsadvies maart blijft van kracht Er zijn stappen gezet, maar het hoofdlijnenakkoord heeft ons niet verder gebracht, dus we zijn er nog lang niet. De opschalingskorting vormde een gedeelte van de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Het restant van de korting blijft staan en daar zal de komende periode over besloten moeten worden.
Ons advies blijft daarom in grote lijnen hetzelfde, met een aantal aanvullingen: 1. Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet De Voorjaarsnota en de impliciete bekrachtiging daarvan in het budgettair kader van het Hoofdlijnenakkoord is op dit moment een realiteit waar we ons toe moeten verhouden. Zoals aangegeven op de ALV van 24 mei, blijven we het nieuwe kabinet duidelijk maken dat er vanaf 2026 onvoldoende middelen voor gemeenten beschikbaar zijn om alle taken uit te kunnen voeren. In het eerste deel van ons begrotingsadvies begin maart gaven we aan dat het wel verstandig is om eventuele noodzakelijke ombuigingen in kaart te brengen en voor te bereiden. Dat is in eerste instantie vooral bedoeld om duidelijk te maken wat het effect is van de korting op het gemeentefonds. Wij adviseren u zich hierbij te focussen op bezuinigingen op medebewindstaken. Belangrijkste argument hiervoor is dat het gaat om een niet-taakgebonden korting die door het rijk is veroorzaakt met de overstap naar een nieuwe normeringssystematiek. Daarmee ligt het voor de hand om ook op taken die voor het rijk worden uitgevoerd te besparen. Zie de bijlage voor de hoofdlijn van het rapport Beleidsvrijheid geduid van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), waarin de medebewindstaken zijn benoemd.
We kunnen ons voorstellen dat u kijkt naar onorthodoxe of controversiële maatregelen, zoals het instellen van budgetplafonds, wachtlijsten of meer rekening houden met het inkomen bij het verstrekken van voorzieningen. Dit kan schuren met de uitvoering van wettelijke taken. Zo lang het rijk geen duidelijke richting geeft aan hoe taken en middelen in balans gebracht worden, veronderstellen wij dat gemeenten maximaal de ruimte krijgen om een eigen invulling te kiezen. Vanzelfsprekend blijven wij ons inspannen voor een betere financiële situatie. Tegelijkertijd moeten we de mogelijkheid onder ogen zien dat we onze doelstellingen niet volledig behalen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/7
We adviseren u daarom opnieuw een onderdeel “Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder” op te nemen in uw begroting. Beschrijf daarin de nieuwe of voorgenomen bezuinigingsmaatregelen, maar ook bezuinigingen waartoe – vooruitlopend op de financiële situatie in 2026 – al eerder is besloten. Beschrijf in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen en consequenties en het betreffende taakveld (op basis van Iv3) dat daarmee geraakt wordt. Dit stelt ons in staat onze analyse hierop te blijven actualiseren en dit macrobeeld te gebruiken in de gesprekken met het rijk. 2. Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025 De incidentele korting in 2025 vraagt extra financiële flexibiliteit van gemeenten. Wij adviseren u het jaar 2025 sluitend te maken, waarbij vanuit het IPO is bekrachtigd dat de afspraken uit het BOFv leidend zullen zijn voor de wijze waarop de toezichthouder kijkt naar de incidentele korting (zie de brief van de toezichthouders die als bijlage is toegevoegd bij deze brief) en dus als leidraad kunnen worden genomen. Het bedrag kan als incidentele korting worden beschouwd die niet hoeft te worden vertaald naar het structureel en reëel evenwicht (SRE) en vraagt daarmee niet om structurele dekkingsmiddelen.
Om in deze onzekere tijden nog geen onomkeerbare bezuinigingen in gang te zetten voor de jaren die volgen, adviseren we boekjaar 2025 structureel en reëel sluitend te maken, maar de incidentele uitname van € 675 miljoen daarin buiten beschouwing te laten en zo binnen de kaders van het toezicht en de afspraken die hier specifiek over zijn gemaakt tussen IPO, VNG en rijk te blijven. Voor de jaren 2026 en verder adviseren we een begroting op te stellen waarin wordt uitgegaan van het benodigde voorzieningenniveau op basis van uw eigen afwegingen. Deze reële begroting zal mogelijk tekorten laten zien. 3. Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg In de Hervormingsagenda Jeugd is de afspraak gemaakt dat een deskundigencommissie een zwaarwegend advies geeft over hoe om te gaan met een kostenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomen meerjarig financieel kader. Deze voorstellen voor mogelijke (toekomstige) bijsturing verwachten we uiterlijk in het voorjaar van 2025. In het advies staat ook wie verantwoordelijk is voor het dekken van eventuele tekorten conform artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. Hierbij zijn enkele leidende principes afgesproken, onder meer dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatregelen waarop zij kunnen sturen, terwijl onvoorziene omstandigheden en autonome groei voor risico van het rijk zijn.
We vertrouwen op het advies van deze commissie. De timing is dusdanig gekozen dat het kabinet het advies kan meenemen in de besluitvorming omtrent de Voorjaarsnota 2025. De VNG zal vanaf de start van het nieuwe kabinet onderdeel uitmaken van de gesprekken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/7
Ons advies aan u is om u te blijven inspannen om de acties uit de Hervormingsagenda uit te voeren1, zodat het rijk eraan gehouden blijft dit van haar kant ook te doen. Daarmee zouden de genoemde besparingen gehaald moeten worden, maar de niet-beïnvloedbare groei van de kosten voor jeugdzorg vergoed. Begroot het effect daarvan op de uitgaven voor jeugdzorg in uw gemeente. Mocht het in een uiterste geval toch niet lukken om de kosten jeugd te reduceren, na invulling van de in de Hervormingsagenda afgesproken inspanningen, dan is ons advies niet te snijden in de kosten van andere beleidsterreinen, maar om dit tekort overkoepelend in de totale begroting te laten zien. Conform artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet en de afgesproken principes omtrent de deskundigencommissie, moet zij immers tot een advies komen waarmee de extra uitgaven voor groot deel voor rekening van het rijk komen. 4. Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BtwCompensatiefonds (BCF) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo): -
-
Storting in het Btw-Compensatiefonds (BCF) Jaarlijks valt uit het BCF geld vrij aan het gemeentefonds. Dit blijft naar verwachting ook de komende jaren zo. Gemeenten mogen de vrijval in het jaar 2023, die in 2024 wordt afgerekend, ook voor de komende jaren als extra inkomsten uit de algemene uitkering begroten. U mag er in de begroting ook vanuit gaan dat deze toekomstige vrijval nihil is. Zo kunt u zelf bepalen in hoeverre u deze begrotingspost wilt benutten als extra dekkingsmiddel. Aanvullende indexatie vergrijzing Wmo We zien dat veel gemeenten ervoor kiezen om de jaarlijkse € 75 miljoen vanaf 2026 op een stelpost te zetten, zodat de middelen daadwerkelijk beschikbaar blijven om de bovengemiddelde volumegroei van de kosten van de Wmo op te vangen. Op dit moment zijn deze middelen nog geen onderdeel van het gemeentefonds, maar staan deze als reservering op de Aanvullende Post van de rijksbegroting. Desondanks gaan we er vanuit dat deze middelen zonder meer nodig zijn om de groei van de uitgaven voor de Wmo door vergrijzing op te kunnen vangen vanaf 2026. Vanuit dit perspectief vinden we het logisch om deze middelen als stelpost op te nemen en er voorlopig vanuit te gaan dat deze aanvullende indexatie zal worden bijgesteld/geactualiseerd om de daadwerkelijke kostenstijging door vergrijzing op te vangen.
Wij realiseren ons dat het doorlopen van deze stappen voor elke gemeente een eigen afweging vraagt die tot verschillende keuzes kan leiden. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn op de hoogte gebracht van dit begrotingsadvies. Meer informatie Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze ledenbrief, dan kunt u contact opnemen met ons klantcontactcentrum via info@vng.nl of 070-373 83 93.
1 De ‘Monitor van de afspraken’ is een handig instrument om te beoordelen of u alle afgesproken
acties uitvoert. De voortgang zal jaarlijks worden gemonitord, mede ten behoeve van de deskundigencommissie. Zie de VNG ledenbrief van 11 april 2024 voor meer informatie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/7
Tot slot Er zijn stappen gezet, maar we zijn er nog niet. We zullen het gesprek met het kabinet dat nu gaat starten daarom in alle stevigheid blijven voortzetten. De voortdurende onzekerheid over de financiën vraagt veel van u als gemeentebestuur, maar ook van uw gemeentelijke organisatie en uw partners. In een tijd waarin de maatschappelijke opgaven groot zijn en om investeringen vragen, is de structurele financiële dekking daarvoor helaas nog steeds ontoereikend. Als VNG blijven we ons in alle contacten met het rijk onverkort inzetten om hier verandering in aan te brengen. Bij voortschrijdend inzicht, vooral richting Prinsjesdag, zullen we hier spoedig over communiceren. Ik vertrouw erop dat ons advies behulpzaam is bij het gesprek binnen uw gemeente over mogelijke keuzes in uw meerjarenbegroting 2025-2028. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/7
Bijlage: mate van beleidsvrijheid per cluster – taken in medebewind In het rapport Beleidsvrijheid geduid van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt een cijfer gegeven voor de mate waarin gemeenten beleidsvrijheid hebben. Hoe hoger het cijfer, hoe meer beleidsvrijheid. In grote lijnen kunnen de clusters met een score tussen de 1 en de 5, als een taak in medebewind worden gezien. Hieronder is aangegeven welke clusters dit zijn, met bijbehorende taak/voorziening. Het rapport geeft verdere kleuring en invulling aan de inhoud. Clusters (groten)deels in medebewind
Inhoud
Inkomen en participatie (score 2)
Inkomensregelingen, begeleide participatie, arbeidsparticipatie en toeleiding naar werk
Bestuur en algemene ondersteuning (score 2)
Bestuur, burgerzaken, overhead en overige baten en lasten
Jeugd (score 3)
Maatwerkdienstverlening 18- en geëscaleerde zorg 18-
Educatie (score 3)
Primair onderwijs, onderwijshuisvesting en onderwijsbeleid en leerlingzaken
Samenkracht en burgerparticipatie (score 3)
Samenkracht en burgerparticipatie en wijkteams
Maatschappelijke ondersteuning (score 4)
Maatwerkvoorzieningen (Wmo), Maatwerkdienstverlening 18+ en geëscaleerde zorg 18+
Openbare Orde en Veiligheid (score 4)
Crisisbeheersing en brandweer en openbare orde en veiligheid
Volksgezondheid (score 4)
Volksgezondheid
Riolering en reiniging (score 5)
Riolering en afval
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/7