240327 VNG begrotingsadvies en toelichting op zero based budgetting als onderdeel van de scenario's en knoppen (907117) Beantwoording technische vragen VoorBaarn
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen Voor Baarn begrotingsadvies en ZBB : Hugo Prakke : 8 april 2024
Geachte raadsleden en steunfractieleden,
De fractie van Voor Baarn heeft technische vragen gesteld over begrotingsadvies en Zero Based Budgetting . Hieronder de vragen en de antwoorden. Vraag 1. Wanneer is sprake van ‘significantie’: hoeveel % meer wordt er dan per inwoner uitgegeven? Hoeveel euro is dat per inwoner? Antwoord: Er wordt niet gekeken naar bedrag per inwoner of % maar er wordt gekeken naar de flexibiliteit (beinvloedbare posten) in de begroting en waar deze elkaar raken. Afwijkingen < € 50.000 ten opzichte van referentie gemeenten worden niet onderzocht. Vraag 2. Welke gemeentes zijn vergelijkbaar met Baarn? Waar wordt dat door bepaald? In welk opzicht zijn deze gemeentes ook niet vergelijkbaar met Baarn? Antwoord: Gemeenten die vergelijkbaar zijn met Baarn zijn de gemeenten Vught, Gilze en Rijen en Beuningen. Deze gemeenten hebben een vergelijkbare algemene uitkering, een vergelijkbare sociale en ruimtelijk structuur waar de maatstaven van de algemene uitkering op gebaseerd zijn. (b.v. aantal inwoners, aantal jeugdigen, etc.) Vraag 3. Is in de benchmark alleen gekeken naar het gemiddelde of ook naar de mediaan? Wat is de mediaan in de benchmark met vergelijkbare gemeentes? Toelichting: de mediaan kan een relevante correctie geven op het beeld van het gemiddelde. Bijvoorbeeld: het gemiddeld persoonlijk inkomen van de werkenden in 2021 kwam op € 46.900, maar de mediaan lag met € 39.100,— beduidend lager.
50% van de bevolking verdient dus minder dan € 39.100,— (cijfers CBS). Antwoord: In de benchmark wordt gekeken naar de bestedingen per taakveld op basis van de afgelopen drie jaar. Dit wordt gedaan aan de hand van de IV3 aangifte die een gemeente bij het CBS moet aanleveren. De benchmark is niet op basis van gemiddelde of mediaan. Vraag 4. Kunt u aangeven of er een correlatie is tussen de lokale beinvloedbaarheid van budgetten en de hoogte van deze budgetten? Welk van de 5 taakvelden zijn het meest beïnvloedbaar en welke het minste? Toelichting: de 5 genoemde taakvelden zijn evident taakvelden waar lokaal keuzes gemaakt worden in lijn met wat lokaal belangrijk wordt gevonden.
1
Bijvoorbeeld gemeente Texel heeft een hoog budget op toerisme, hetgeen evident het gevolg is van de lokale keuze om vol in te zetten op toerisme. Antwoord: De beleidsvrije ruimte binnen deze taakvelden zijn allen beïnvloedbaar. Indien zoals bij Texel wordt gekozen voor een hoog budget voor Toerisme zal daar ook de meeste ruimte zijn voor ombuiging. Waar binnen de gemeente Baarn de meest beïnvloedbare ruimte zit is niet directe te benoemen hiervoor gaan wij de begroting op basis van ZBB opstellen waardoor beter inzichtelijk wordt wat lokaal beleid is, wat wettelijk is en wat wij evt. extra doen op de wettelijke taak. We gaan nu aan de slag met de taakvelden die de hoogste bestedingen hebben in relatie tot andere gemeente. Het is aan de raad uiteindelijk een keuze te maken waar en hoeveel beleidsvrije ruimte moet worden omgebogen. Vraag 5. Indien er sprake is van verwevenheid met lokale keuzes op de 5 genoemde taakvelden, hoe houdt u hier rekening mee in de verdere uitwerking van Zero Based Budgetting op deze gebieden? Toelichting: het kan prima werken om zowel vanuit beleidsontwikkeling als vanuit ZBB, dus vanuit twee invalshoeken, te kijken naar hoeveel geld ergens aan wordt uitgegeven. In de tijd gezien is dat echter nauwelijks mogelijk, aangezien de P&C cyclus niet persé gelijk oploopt met beleidskeuzes maken.
Bijvoorbeeld: hoe wordt rekening gehouden met de uitkomsten van het traject kunst- en cultuurvisie, wat onderbouwing kan geven aan de inzet van financiële middelen, al dan niet in afwijking van een landelijk gemiddelde? Antwoord Er is op veel vlakken sprake van verwevenheid, dit wordt meegenomen bij de uitwerking. De uitwerking van de kunst en cultuurvisie kan leiden tot inzet van extra middelen. Het is de keuze aan de raad extra middelen hiervoor beschikbaar te stellen of dit binnen de bestaande middelen uit te voeren of zelfs beleid hierop te matigen. Vraag 6. Welke taakvelden hebben de 6e tot en met de 10e plaats behaald? Indien de benchmark al gedeeld kan worden kan deze vraag vervallen. Antwoord De andere taakvelden waarvan onderdelen hoog eindigen zijn taakveld 8, 0, 4, 7 en 3. (ruimtelijk ordening, bestuur en ondersteuning, onderwijs, volksgezondheid, milieu en economie. De benchmarkt wordt op een later moment aan de raad gepresenteerd.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Hugo Prakke Wethouder
2