240229 Gevolgen uitspraak Raad van State voor bestemmingsplan Soestdijk (889313)
Tekst van het document
inlichtingen bij
Albert van 't Riet
doorkiesnummer
035-5481611
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
uw kenmerk ons kenmerk
887237 / 889313
datum
29 februari 2024
portefeuillehouder(s) onderwerp
Wethouder Eijbaard Gevolgen uitspraak Raad van State voor bestemmingsplan Soestdijk
Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Met deze raadsinformatiebrief geven wij u een eerste duiding van wat de uitspraak van de Raad van State voor de gemeente betekent. Het gaat om de eerste inzichten die nog aan verandering onderhevig zijn. Wij proberen zo volledig mogelijk te zijn maar gaan ervan uit dat u nog vragen zult hebben die wij graag meenemen in het vervolg. De vernietiging betekent vertraging van de restauratie van paleis, park en bos. De afgelopen jaren is het landgoed Paleis Soestdijk technisch in stand gehouden. De MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) heeft aangegeven dat het noodzakelijke onderhoud ook de komende periode zal worden gecontinueerd. We gaan hieronder in op de volgende punten: • Korte voorgeschiedenis • Juridische duiding van de uitspraak • Wat betekent de vernietiging van het bestemmingsplan • Wat is het vervolg op de korte termijn • In gesprek • Zorgen over kosten en capaciteit Korte voorgeschiedenis In 1971 werd het Rijk eigenaar van paleis Soestdijk. Om tot herbestemming van paleis Soestdijk te komen nadat het niet meer werd bewoond, heeft de ‘Ronde Tafel Paleis Soestdijk’ advies uitgebracht (juli 2015) en is het paleis middels een verkoopprocedure in de markt gezet. Voor de verkoopprocedure zijn uitgangspunten meegegeven waar elke inschrijving aan moest voldoen.
Er is bij het formuleren van de uitgangspunten bewust aansluiting gezocht bij de ‘Omgevingsvisie Paleis Soestdijk’ (2011). Het belangrijkste daarin was dat het ensemble van paleis, park en bos als ensemble behouden moest blijven voor de toekomst. Het plan ‘Made by Holland’ van Meyer Bergman Erfgoed Groep (MBEG) is na een selectieprocedure en een biedingsfase door de rijksoverheid de ‘winnaar’ geworden. Geen van de drie partijen die uitgenodigd waren een bieding te doen had (ontbindende) voorwaarden verbonden aan de bieding. Eind 2017 werd
1
MBEG eigenaar van het landgoed. Om het plan ‘Made by Holland’ te kunnen realiseren was een herziening van het bestemmingsplan nodig. Omdat het plangebied in het landelijk gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt was de provincie ook een belangrijke partner bij het opstellen van het bestemmingsplan. Op 23 februari 2022 is het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk vastgesteld door de gemeenteraad van Baarn. Na de vaststelling hebben elf personen, groepen van personen en instanties beroep ingediend bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State. De gemeente is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Vanwege de korte termijn die de gemeente kreeg om het verweer in te dienen, de complexiteit van het dossier én de beperkt beschikbare ambtelijke capaciteit is besloten HBR-advocaten uit Baarn in te schakelen bij het opstellen van het verweerschrift. HBR was in het voortraject door de gemeenteraad als adviseur ingeschakeld en zodoende al goed in het dossier ingewerkt. Het verweerschrift met bijbehorende raadsinformatiebrief vindt u hier. De Raad van State heeft op 24 januari jl. uitspraak gedaan en heeft het bestemmingsplan vernietigd. De uitspraak kunt u nalezen op de website van de Raad van State. Juridische duiding van de uitspraak Het college heeft HBR-advocaten gevraagd de uitspraak te duiden.
Uit de analyse van de uitspraak door HBR blijkt dat op een aantal aspecten van de onderzoeken zodanig kritiek is, dat het plan volgens de Raad van State geen stand kon houden en in een mogelijke vervolgprocedure als geheel opnieuw moet worden beoordeeld. Wij geven hier een aantal punten uit de analyse van HBR weer: • Op het punt van de verkeersbewegingen wordt gesteld dat de toename van verkeer als gevolg van het bestemmingsplan hoger is dan door de gemeente aangegeven. Dit heeft een doorwerking in meerdere onderzoeken die daarom op dit onderdeel allemaal opnieuw moeten worden bekeken en uitgevoerd. • Ook stelt de Raad van State dat voor het bestemmingsplan de verkeersafwikkeling bij evenementen nader onderzocht moet worden in relatie tot het overige verkeer en dat de gevolgen van evenementenverkeer op de luchtkwaliteit niet voldoende zijn duidelijk gemaakt. • Evenementen en bijeenkomsten kunnen leiden tot een aantasting van het NNN. Om dat te voorkomen moeten mogelijk maatregelen worden genomen. Dat moet worden aangetoond en vastgelegd. • De verkeersbewegingen bij evenementen zijn niet meegerekend. Deze zullen tot meer geluid en verslechtering van de luchtkwaliteit leiden, stelt de Raad van State. Gelet hierop zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden in het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
• In tegenstelling tot hetgeen in het kader van het bestemmingsplan is onderzocht, is de Raad van State van oordeel dat uit aanpassingen voor het voorliggende plan die voortkomen uit de uitspraak mogelijk een milieueffectrapport (MER) opgesteld had moeten worden. • HBR constateert ook dat de Raad van State in reactie op een aantal ingebrachte beroepen heeft aangegeven dat het bestemmingsplan wél afdoende onderbouwd was. In bijgaand memo treft u de volledige duiding van HBR aan. Wat betekent de vernietiging van het bestemmingsplan? Vernietiging van het bestemmingsplan betekent dat voor het gebied weer het bestemmingsplan Landelijk Gebied uit 2009 geldt. Het paleis en de gronden daar omheen en het grootste deel van de Parade (de woningen zijn als Woning bestemd) heeft de bestemming Maatschappelijk Culturele en educatieve doeleinden. Maatschappelijke
2
voorzieningen zijn gedefinieerd als educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De tuin en het parkbos hebben de bestemming Natuur en Bos. Het marechausseeterrein heeft de bestemming Maatschappelijk Marechaussee waarbij alleen een marechausseeterrein is toegestaan. Voor de AMV-opvang is een tijdelijke vergunning in afwijking van de regels van het bestemmingsplan verleend. Deze vergunning is onherroepelijk en blijft dus in stand. Hieronder wordt nader ingegaan op de situatie rondom het COA. De natuurregels zijn weer komen te vervallen die in de vorm van voorwaardelijke verplichtingen in het vernietigde bestemmingsplan waren opgenomen als gevolg van nieuwe natuurwetgeving, de nieuwe provinciale interim omgevingsverordening en de beperkingen die daaruit voortvloeiden. Dit heeft met name gevolgen voor evenementen. De overeenkomsten die bij dit bestemmingsplan waren gesloten zullen worden beëindigd. Dit betreft de anterieure overeenkomst tussen MBEG en de gemeente, de overeenkomst mobiliteitsmaatregelen en restauratie paleis in relatie tot woningbouw tussen MBEG en de provincie en de overeenkomst natuurmaatregelen tussen MBEG en de provincie.
De inhoud van de overeenkomsten was gerelateerd aan de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakte. Het beëindigen van de overeenkomsten wordt nog geformaliseerd. In het geval dat er een nieuw bestemmingsplan (wijziging omgevingsplan) wordt opgesteld, dan zullen er ook nieuwe overeenkomsten voorbereid moeten worden. De provinciale subsidie die was toegekend als bijdrage is voor de restauratie van het paleis blijft wel in stand, omdat deze op de restauratie van het casco van het paleis (het gebouw zelf) betrekking heeft. Evenementen De Raad van State heeft zich uitgesproken over evenementen. Hij stelde vast dat deze op dit moment al waren toegestaan, op grond van het oude bestemmingsplan Landelijk Gebied. De Raad stelde ook vast, dat de onderliggende onderzoeken voor het nieuwe bestemmingsplan niet op alle punten volledig waren. Nu het bestemmingsplan is vernietigd, zijn ook de beperkende voorwaarden die daarin waren vastgelegd weer van tafel, zoals maximaal 5.000 bezoekers per evenement. Voor de beoordeling van aanvragen voor evenementenvergunningen valt de gemeente dus weer volledig terug op de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Beleidsregels voor evenementen en de Geluidsbeleidsregels bij evenementen. Voor MBEG betekent dat dezelfde situatie als voor de vaststelling van het bestemmingsplan in 2022.
In de evenementenwereld is het niet ongebruikelijk dat vergunningen op het laatste moment worden verleend. Hierdoor is er nauwelijks tijd voor een deugdelijke bezwaarprocedure. Ook in onze gemeente werden evenementvergunningen in sommige gevallen pas kort voor het evenement verleend. Wij vonden dat niet langer wenselijk en hebben afgelopen periode, los van de uitspraak, al stappen gezet om ervoor te zorgen dat aanvragen voor grootschalige evenementen eerder worden ingediend en beoordeeld en de vergunningen daardoor minimaal 12 weken voorafgaand aan het evenement aangevraagd en 6 weken ervoor verleend kunnen worden. Wij werken daarin toe naar een eenduidig proces. Wij zijn ons ervan bewust dat we van organisatoren iets vragen wat ze niet gewend zijn, namelijk ver van tevoren de vergunningaanvraag compleet te hebben en in te dienen. De komende aanvragen en alle benodigde onderzoeken bestuderen wij daarom kritisch.
3
Bij de bestudering van de uitspraak en de gevolgen daarvan voor grootschalige evenementen is ook zorgvuldig gekeken naar het natuuronderzoek uit 2022 (natuuronderzoeken zijn drie jaar geldig) van Royal Park Live. Van dit onderzoek is geconstateerd dat dit op onderdelen niet volledig was en moet worden aangevuld. Wij hebben de organisatie dit laten weten. De nieuwe versie van het onderzoek zullen wij uiteraard opnieuw zorgvuldig (laten) toetsen. Voor Royal Park Live is op het moment van schrijven nog geen evenementenvergunning aangevraagd. Pas als die er is en helemaal is beoordeeld, wordt duidelijk of de vergunning verleend kan worden. Naast het genoemde natuuronderzoek moet er onder andere ook een goed verkeersplan zijn en een veiligheidsplan. Voor Royal Park Live geldt, dat wij de vergunning in april willen verlenen, mits alle adviezen dat toelaten. Merhula Merhula is ver gevorderd met de nieuwbouw van het clubgebouw. Het casco is gereed, het gebouw is winden waterdicht. Merhula is nog wel hard op zoek naar de financiële middelen om de bouw af te ronden en het gebouw in gebruik te nemen. De omgevingsvergunning voor de herbouw van het clubgebouw van Scouting Merhula naast het voormalige Marechausseeterrein is in de zomer van 2022 aangevraagd en in het najaar verleend.
De aanvraag is beoordeeld op basis van het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, dat toen van kracht was. De vergunning is lang voordat het bestemmingsplan vernietigd werd, onherroepelijk geworden. De uitspraak van de Raad van State heeft dan ook geen gevolgen voor deze vergunning. COA De overeenkomst tussen het COA en MBEG loopt op 30 juni 2024 af. Beide partijen bezien of de overeenkomst verlengd kan worden. Het college heeft geconstateerd dat de opvang van de minderjarige asielzoekers over het algemeen goed verloopt. Daar zijn wij tevreden over en hebben dit zowel aan het COA als aan MBEG aangegeven. Vanuit de gemeente zien wij geen belemmeringen om de overeenkomst te verlengen. Over de duur van de verlenging moet nog worden gesproken. Ook met het oog op de Spreidingswet wordt een verlenging door ons als positief gezien. De raad ontvangt binnen enkele weken een raadsinformatiebrief over de Spreidingswet. Wat is het vervolg op de korte termijn MBEG is aan zet om te bedenken wat zij als vervolg zien. Wordt het reparatie van het bestemmingsplan, een nieuw plan of aanpassingen binnen het oude bestemmingsplan? De heer en mevrouw Meijer hebben in een eerste gesprek met wethouders Eijbaard en Veldhuizen na de uitspraak aangegeven vast te houden aan de uitgangspunten van het plan ‘Made by Holland’. Er is vastgesteld dat de uitspraak gevolgen heeft voor de businesscase.
Minder woningen op het Alexanderkwartier betekent ook dat er minder geld is voor de beoogde restauratie. MBEG kijkt nu hoe zij invulling aan ‘Made by Holland’ kunnen geven, rekening houdend met de uitspraak van de Raad van State. Zij zullen de gemeente en de provincie Utrecht betrekken bij hun overwegingen en bij het bijstellen van het plan. De gemeente Soest heeft aan ons aangegeven graag op de hoogte gehouden te willen worden over de analyse van de uitspraak en het vervolg. MBEG heeft het volle eigendom over het landgoed. Het koopcontract maakt verkoop van het Ensemble Landgoed Paleis Soestdijk, of delen daarvan, binnen 15 jaar na de aankoop in 2017, alleen mogelijk ná instemming door het Rijksvastgoedbedrijf. Na 2032 vervalt die verplichting. Deze optie in het koopcontract was opgenomen in het modelcontract dat onderdeel was van de verkoopprocedure. De optie was nodig
4
voor het geval een koper voor afloop van de 15 jaren failliet zou gaan. MBEG heeft aangegeven geen voornemen te hebben het ensemble te willen verkopen. In gesprek Het college wil met de mensen en groeperingen die een beroep tegen het bestemmingsplan hebben ingesteld in gesprek gaan omdat het college het belangrijk vindt met iedereen in gesprek te zijn en te blijven. Wij zullen niet alleen de omwonenden en plaatselijke groeperingen uitnodigen, maar ook de regionale organisaties die bezwaren kenbaar hebben gemaakt. Ons eerste doel is te luisteren naar de analyses van eenieder. Zorgen over kosten en capaciteit De gemeenteraadsfractie van het CDA heeft de breder levende zorgen geadresseerd over mogelijke toekomstige belasting van de gemeente bij een vervolg. Daarover valt nog weinig zinnigs te zeggen omdat het afhankelijk is van wat MBEG wil gaan doen. Ook de Tweede Kamerfractie van het CDA heeft vragen gesteld. Minister De Jonge heeft deze vragen op 26 februari jl. beantwoord (zie bijlage). Vervolg Zodra er nieuwe informatie is, zullen wij u nader kunnen informeren over: • De vervolgstappen van de MBEG • De evaluatie die de gedeputeerde van de provincie Utrecht heeft toegezegd Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
M.A. Röell burgemeester
Bijlagen: - Memo HBR Advocaten - Overzicht onderdelen uitspraak Raad van State - Antwoord op vragen van het lid Krul over het bericht ‘Gemeenteraad Baarn wil spoedberaad over Paleis Soestdijk nadat Raad van State het bestemmingsplan voor het landgoed vernietigde’
5
MEMO Aan: Betreft: Datum: Van:
College van B&W gemeente Baarn uitspraak bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk 27 februari 2024 Saskia de Boer
Geachte leden van het college, De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 24 januari 2024 het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk vernietigd. Hieronder geef ik aan op grond van welke onderdelen het plan is vernietigd, maar ook noem ik die onderdelen die de Afdeling akkoord heeft bevonden. Uit het geheel van de analyse van de uitspraak volgt dat veel is goed gegaan, maar er met name op een aantal onderzoekspunten kritiek is, zodanig dat het plan in een mogelijke vervolgprocedure als geheel opnieuw moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van de uitspraak houd ik de volgorde van de uitspraak aan en de daarin opgenomen randnummers aan. De Afdeling noemt regelmatig “de deskundige”. Dat is de Stab, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, die door de Afdeling is ingeschakeld als eigen onafhankelijk deskundige. De opzet van deze analyse: Onder A alle nummers uit de uitspraak waar de Afdeling tekortkomingen constateert. Daaronder zet ik steeds heel kort welke maatregelen nodig zijn voor een (mogelijk) vervolg. Wat er goed is gegaan geef ik verderop in dit memo ook weer onder B. In C geef ik een hele korte voorzet op een mogelijk vervolg. A. De punten waarop de vernietiging is gebaseerd: Restauratieverplichting en termijn 27 De verplichting over de termijn voor de restauratie van het paleis ontbreekt in het plan zelf.
De verplichting is weliswaar privaatrechtelijk en via de subsidie geregeld, maar de termijn waarbinnen dit moet gebeuren is onvoldoende vastgelegd in het bestemmingsplan zelf. De Afdeling merkt op dat dat zij ziet dat de raad het volgens de privaatrechtelijke overeenkomst wel van ruimtelijk belang acht dat de restauratie binnen een termijn van vijf jaren na het in rechte onaantastbaar worden van het bestemmingsplan wordt voltooid. De Afdeling stelt dat dit dan ook letterlijk in het bestemmingsplan had moeten worden geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
1
Hoe de restauratie concreet wordt uitgevoerd hoeft niet in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. Dat pas houtopstanden mogen worden geveld nadat met de restauratie is begonnen is goed geborgd in de planregels. Verkeer: algemene verkeersbewegingen 44.2 De algemene verkeersgeneratie wordt door de Stab iets hoger ingeschat dan door onze eigen deskundige is gedaan. De Afdeling houdt het oordeel van de Stab aan. Het betreft slechts een lichte onderschatting. Dat hoeft volgens de Afdeling op zich geen probleem te zijn, het gaat om een “betrekkelijk geringe onderschatting”. Dit aspect werkt echter wel door in andere onderzoeken waarbij het verkeer ook een rol speelt zoals ten aanzien van geluid, luchtkwaliteit en natuur (stikstof) en moet in dat opzicht nader worden beschouwd, zie o.a. 97.5 voor het opgaan van evenementenverkeer in het reguliere verkeersbeeld, en het meenemen van dit aspect voor toekomstige beoordelingen. Wel mag het evenementenverkeer als zodanig afzonderlijk worden onderzocht en beoordeeld omdat de gevolgen daarvan zich slechts maximaal 40 dagen per jaar voor zullen doen. Parkeren bij de appartementen 47.8 Ten aanzien van het parkeren voor het wonen had het parkeren in de artikelen 8 en 18 van de planvoorschriften beter moeten worden geduid.
Daar had niet enkel mogen worden verwezen naar de toepasselijke parkeernormen, maar naar concreet benoemd beleid dat gewijzigd kan worden. Geluidnormen bij en wijzigingsbevoegdheid evenementen 56 Een wijziging van de geluidnormen voor evenementen gaat via het door het college van B en W vastgestelde beleid. Dat betekent concreet dat collegebeleid zo uiteindelijk de planregels bepaalt. Dat is niet toegestaan, wel geeft de Afdeling meteen aan hoe het wel mag: dat dit gebrek kan worden gerepareerd door de bij zin "dan wel de […] geluidnormen van de meest recente versie van de geluidbeleidsregels voor evenementen van de gemeente Baarn" in artikel 1.33 en 1.35 te schrappen. 57 Voor de wijzigingsbevoegdheid van het aantal evenementen geldt dat dit in beginsel wel via een collegebesluit had gemogen, maar in dit geval is er geen grens gesteld aan de bevoegdheid van het college voor wat betreft het aantal evenementendagen dat "naar boven" kan worden bijgesteld. De gevolgen van het verhogen van het aantal evenementendagen had moeten worden onderzocht, de onderzoeksplicht met betrekking tot de gevolgen van een wijziging voor het woon- en leefklimaat had niet volledig mogen worden doorgeschoven naar de toekomst als de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast.
Verkeersafwikkeling bij evenementen 59 De gevolgen van het evenementenverkeer zijn voor wat betreft het verkeer dat puur ziet op de evenementen uitvoerig onderzocht. Er is daarbij echter geen (onvoldoende) verband gelegd met de gevolgen van evenementen voor de verkeersafwikkeling en -veiligheid in het kader van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het gehele plan. Dat had nu al moeten worden onderzocht in het kader van het volledige bestemmingsplan zelf. Beoordeling van evenementenverkeer in het kader van (het moment van) vergunningverlening 2
mag niet in de plaats komen van beoordeling van evenementenverkeer in het kader van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het gebruik van het gebied voor evenementen. Volgens een eigen berekening van de Stab zijn problematische verkeerssituaties denkbaar, aan de andere kant zijn lagere verkeersintensiteiten mogelijk als de routekeuzes van de automobilisten wijzigen. De gevolgen voor de verkeersafwikkeling zijn mogelijk niet marginaal. Dit had daarom vooraf voor het geheel in aanmerking moeten worden genomen in de onderzoeken. 61 De gevolgen van het evenementenverkeer zijn voor wat betreft de luchtkwaliteit niet duidelijk genoeg gemaakt. Er heeft een saldering van uitstoot en effecten op de luchtkwaliteit plaatsgevonden maar de vergelijking tussen de oude en nieuwe situatie is voor de Afdeling niet goed onderzocht / niet duidelijk. Interim Omgevingsverordening provincie (IOV): verstedelijking 77.6 De ontwikkeling in het Alexanderkwartier, te weten 98 appartementen en 1000 m² aan collectieve zorgvoorzieningen, is niet "kleinschalig" als bedoeld in artikel 7.8 van de IOV. Dat levert strijd op met het verstedelijkingsverbod als bedoeld in 9.2 IOV. Maar de Afdeling merkt daarbij in 78 vervolgens op dat artikel 9.8 IOV verstedelijking op locaties binnen de kernrandzone onder voorwaarden mogelijk maakt. De gronden van het Alexanderkwartier zijn aangewezen als kernrandzone.
Er is niet onderzocht of op basis van artikel 9.8 IOV van het verstedelijkingsverbod kan worden afgeweken. Uitgangspunten stikstofberekening en verkeer 92.5 In 85 zet de Afdeling het stikstofkader uiteen: Voor het vergelijken van de plansituatie moet gekeken worden naar de mogelijkheden van de bestaande en de toekomstige planologische situatie. Als het plan leidt tot toename van stikstofdepositie op een Natura-2000 gebied dan moeten de gevolgen van toename worden onderzocht. Als op grond van dat onderzoek (de voortoets) volgt dat “significante gevolgen” niet zijn uit te sluiten moet een passende beoordeling worden gemaakt. In het plan is terecht uitgegaan van de uitleg van het vorige plan, namelijk dat evenementen al waren toegestaan. Het verkeer voor evenementen was dus ook al toegestaan. Daarbij is terecht uitgegaan van het referentiejaar 2019, vlak voor de corona periode. Voor wat betreft het reguliere verkeer is de vergelijking gedaan met de jaren 2013-2014 en 2018, onder meer omdat in een groot deel van het jaar 2019 het paleis al gesloten was. De keus voor het gebruik maken van 2013-2014 en 2018 en niet van de daartussen liggende periode is niet duidelijk. De referentiesituatie is voor het reguliere verkeer daarom niet goed genomen.
96.2 Verder zijn de instructies voor het maken van de AERIUS (stikstof)berekening niet goed gevolgd en daarmee zijn de gemaakte berekeningen niet inzichtelijk. Ook in combinatie met de andere vastgestelde gebreken in het stikstofrapport, is niet uitgesloten dat dit invloed heeft op de uitkomst van het stikstofonderzoek. Het stikstofrapport heeft daarom niet als uitgangspunt mogen gelden. NNN gebied, compensatie oppervlakten en borging compensatie 108.1 Hoewel toegestane paviljoens alleen tijdelijk aanwezig mogen zijn had de oppervlakte daarvan toch moeten worden meeberekend in het kader van de oppervlakte voor de 3
compensatie van het NNN gebied. Ook het aspect afname van rust had moeten worden meegewogen bij de compensatie: niet alleen de aantasting van de oppervlakte van het NNN, maar ook de aantasting van andere kwaliteiten van het NNN, zoals in dit geval de afname van rust in het gebied, had moeten worden meegenomen bij de compensatieopgave. Dat is niet (inzichtelijk) gebeurd. 110.2 Artikel 6.3 van de IOV bepaalt dat compensatie van NNN gebied moet leiden tot aantoonbare meerwaarde, waarbij ook een termijn moet worden bepaald. Dat en hoe binnen 10 jaar de meerwaarde voor het NNN gebied wordt gerealiseerd is niet voldoende duidelijk: In het beheer- en inrichtingsplan zijn weliswaar twee verschillende totaaloverzichten van de voorgestelde natuurmaatregelen opgenomen, maar daaruit volgt niet voor welke kwaliteiten van het NNN de verschillende maatregelen tot een meerwaarde kunnen leiden en wat onderaan de streep de meerwaarde is van die maatregelen voor het NNN. Bovendien zijn de mogelijke positieve gevolgen van die natuurmaatregelen niet in relatie gebracht met de negatieve gevolgen van de aantasting van het NNN. De conclusie is daarom dat de raad er niet in is geslaagd afdoende te motiveren dat het plan, met de voorgestelde maatregelen, binnen 10 jaar leidt tot een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het NNN.
114 De borging van de compensatie van de uitbreiding van de boskeet is onvoldoende geregeld, de voorwaardelijke verplichting daarvoor ontbreekt in de planvoorschriften. 115 De afname van rust in het NNN gebied onder meer rondom het Paleis en de Parade wordt niet alleen veroorzaakt door de komst van een auditorium en de bouw van een hotel, maar naar het oordeel van de Afdeling mogelijk ook door het houden van evenementen en het organiseren van exposities, bijeenkomsten en vergaderingen. Die evenementen en bijeenkomsten kunnen ook plaatsvinden zonder dat een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend. Of de afname van rust in het gebied ook komt door het houden van evenementen en andere bijeenkomsten in het Paleis en bij de Parade wordt niet duidelijk uit het NNN-rapport, maar dat acht de Afdeling niet uitgesloten. Deze activiteiten kunnen dus leiden tot een aantasting van het NNN, zonder dat voor die aantasting is zeker gesteld dat maatregelen worden genomen. Op grond van de IOV hadden maatregelen ten behoeve van compensatie van het NNN gebied ook in dit kader, dus afgezien van de bouwmogelijkheden, eveneens expliciet in het plan moeten worden geregeld. Stikstof in het NNN gebied 117.3 Gelet op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN gebied moet de stikstofdepositie ook voor dit gebied worden beoordeeld (en niet alleen voor Natura 2000gebieden).
Dat is op zich goed gedaan, maar omdat de reguliere verkeersintensiteit onderschat is en niet goed is beoordeeld (zie 44.2), is onzeker of de stikstofconclusie voor NNN gebied wel kan worden getrokken zoals dat nu is gebeurd, omdat de gehanteerde uitgangspunten onjuist zijn. Bescherming houtopstanden 148.2 De gelijkwaardigheid van de waarde van de voorziene herplant is onvoldoende onderzocht: In het houtopstandenrapport is in beeld gebracht welke houtopstanden door de mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkeling naar verwachting worden aangetast. Daarin is echter 4
niet, en ook niet in een ander stuk dat ten grondslag ligt aan het plan, inzicht gegeven in de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de herbeplantingsplicht van die te vellen houtopstanden en hoe daarbij aan de eis van gelijkwaardigheid wordt voldaan. Op voorhand had onderzocht moeten worden of daadwerkelijk aan de provinciale regels voor de herplantplicht kan worden voldaan. MER beoordeling is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten 149 De eindconclusie luidt: de uitgevoerde voortoets is onvoldoende om te stellen dat het plan geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden kan hebben. Hierop wordt onder 32 in de uitspraak voorgesorteerd. Als die beoordeling opnieuw zou worden gedaan is het mogelijk dat dan alsnog een passende beoordeling moet worden opgesteld, en in dat geval is een MER (milieu effect rapport) vereist. Of dat noodzakelijk is kan nu niet worden beoordeeld. Dit laatste lijkt, gelet ook op het totaal van de bevindingen, de reden waarom de Afdeling besluit tot algehele vernietiging van het plan en niet te volstaan met een “bestuurlijke lus” (de opdracht om een aantal onderzoeken opnieuw uit te voeren waarna de procedure bij de Afdeling weer wordt voortgezet).
B. Wat ging er wel goed: De Afdeling geeft van een aantal punten zelf aan hoe deze gerepareerd kunnen worden. De Afdeling bepaalt niet dat het hele plan überhaupt niet mogelijk zou zijn. Letterlijk benoemt de Afdeling in de samenvatting dat de vernietiging niet betekent dat de herontwikkeling van het landgoed niet alsnog mogelijk gemaakt kan worden. Juist met het oog op een mogelijk vervolg heeft de Afdeling alle inhoudelijke punten volledig besproken en beoordeeld, zo wordt benadrukt in de uitspraak. Als de punten van kritiek beter worden uitgelegd of onderzocht kan de conclusie daarom daarna dus mogelijk inhouden dat het plan alsnog wel vergund kan worden. Van de volgende punten geeft de Afdeling expliciet aan dat de onderzoeken en conclusies juist zijn: -
5
De verkeersveiligheid bij het kruispunt parade/paleis is geborgd; De verkeersveiligheid bij het kruispunt Amsterdamsestraatweg/Hilversumsestraatweg is geborgd; De parkeerbehoefte bij evenementen is correct onderbouwd; Woningbouw en verharding bij het Alexanderkwartier is in de kern geen probleem, maar de grootte van de verdere aantasting moet gelet op de IOV beter worden uitgelegd, en de compensatie van de kap moet vooral ten aanzien van het resultaat van de compensatie op voorhand worden onderzocht;
-
-
-
De woningbehoefte aan de appartementen staat niet ter discussie en het ontwikkelen van woningen op het Alexanderkwartier buiten bestaand stedelijk gebied is goed gemotiveerd; Horeca en museale activiteiten worden ook niet ter discussie gesteld; Evenementen zijn op dit moment planologisch al toegestaan, ook op grond van het bestemmingsplan Landelijk Gebied. De bestaande bestemmingsplanmogelijkheden voor evenementen kunnen worden vertaald in een nieuw plan zoals dat nu is gedaan; Het aantal evenementendagen van 40 en het aantal van 12 dagen voor verhoogde geluidnormen wordt door de Afdeling niet ter discussie gesteld; De toegestane en maximum aantallen bezoekers voor plangebied enerzijds en evenementen anderzijds zijn goed gemotiveerd en handhaafbaar;
-
Alle beschermde diersoorten zijn goed onderzocht; Het onderzoeksgebied is goed begrensd; Vrijwel alle compensatiemaatregelen zijn goed berekend voor wat betreft oppervlakte. Alleen de paviljoenen moeten daarbij nog worden opgeteld. Het element rust moet wel verder onderzocht en meegewogen;
-
Verkoop van grond van Staatsbosbeheer aan de ontwikkelaar valt niet onder de toets voor dit plan, staatssteun evenmin; De voorbereiding en inspraakprocedure is correct doorlopen; Er is geen sprake van vooringenomenheid van de gemeente in het voordeel van de ontwikkelaar.
-
De Afdeling geeft diverse praktische aanwijzingen voor verbeteringen in de planregels voor mogelijk maken van meer evenementen in de toekomst en voor de van toepassing zijnde parkeerregels. Ook doet zij dat voor nader onderzoek van stikstof, voor compensatie, voor motivering van afwijken van de IOV.
C. Vervolg? Concept uitgangspunt voor vervolg Met de uitspraak van de Afdeling is het bestemmingsplan Landelijk Gebied komen te herleven. Er is geen wettelijke plicht om het vernietigde plan aan te passen, het is ter keuze van de eigenaar/initiatiefnemer of en hoe het proces wordt voortgezet. In zijn algemeenheid geldt sinds 1 januari 2024 op grond van de Omgevingswet alleen de plicht om per 1 januari 2032 te beschikken over een omgevingsplan dat het gehele grondgebied van de gemeente omvat en dat voldoet aan alle uitgangspunten van de Omgevingswet. De ontwikkeling van het landgoed zoals voorzien in het vernietigde bestemmingsplan lijkt op de lange termijn niet onmogelijk wanneer er meer duidelijkheid geboden kan worden uit vervolgonderzoeken.
6
Een aantal vervolg/aanpassingsonderzoeken is in ieder geval wel nodig indien de bestaande plannen voor de ontwikkeling van het landgoed, al dan niet aangepast, worden doorgezet. Aan de hand van die onderzoeken moet blijken of er alsnog een MER procedure zou moeten worden doorlopen. Het uitvoeren van alle aanvullende onderzoeken kost tijd. Mocht er alsnog een MER procedure moeten worden doorlopen dan is daarmee ook veel tijd gemoeid. Na het uitvoeren van de aanvullende onderzoeken kan beter worden beoordeeld of en zo ja via welke procedure een vervolg kan worden gegeven aan de planvorming. Uiteraard ben ik graag bereid tot een nadere toelichting of om specifieke onderdelen verder te onderzoeken.
7
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2023–2024
2
Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1094 Vragen van het lid Krul (CDA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Gemeenteraad Baarn wil spoedberaad over Paleis Soestdijk nadat Raad van State het bestemmingsplan voor het landgoed vernietigde» (ingezonden 2 februari 2024). Antwoord van Minister De Jonge (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 26 februari 2024). Vraag 1 Hebt u kennisgenomen van het bericht «Gemeenteraad Baarn wil spoedberaad over Paleis Soestdijk nadat Raad van State het bestemmingsplan voor het landgoed vernietigde»?1 Antwoord 1 Ja, ik heb hier kennis van genomen. Vraag 2 Herinnert u zich dat Landgoed Paleis Soestdijk in 2017 door het Rijksvastgoedbedrijf is verkocht aan de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) onder voorwaarde van een duurzame en passende herbestemming? Antwoord 2 Landgoed Paleis Soestdijk is inderdaad in 2017 verkocht en geleverd aan de MBEG. Er heeft in de verkoopprocedure een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden van de door de deelnemers aan de verkoopprocedure ingediende projectplannen. Een van de doelen die in het beoordelingskader was opgenomen was «een duurzame en passende herbestemming van Landgoed Paleis Soestdijk». Er is bij de beoordeling van de plannen onder meer gekeken naar de mate waarin aan dit doel tegemoet werd gekomen.
1
ah-tk-20232024-1094 ISSN 0921 - 7398 ’s-Gravenhage 2024
Baarnsche Courant, «Gemeenteraad Baarn wil spoedberaad over Paleis Soestdijk nadat Raad van State het bestemmingsplan voor het landgoed vernietigde», 1 februari 2024, https:// www.baarnschecourant.nl/lokaal/politiek/1003127/gemeenteraad-baarn-wil-spoedberaad-overpaleis-soestdijk-nada
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel
1
Vraag 3 Onderkent u dat voor de realisatie van de plannen van de MBEG voor Landgoed Paleis Soestdijk (restauratie, beheer en exploitatie, vinden van kostendragers) een zeer aanzienlijke aanpassing van het bestemmingsplan nodig is? Antwoord 3 Het bestemmingsplan is vernietigd. De MBEG is nu aan zet om in samenspraak met de gemeente Baarn te bepalen hoe zij nu verder willen omgaan met de uitspraak van de Raad van State. Op de eventuele gevolgen die dat heeft voor het bestemmingsplan en de opnieuw te doorlopen procedurestappen kan ik niet vooruitlopen. Overigens is het aan de gemeenteraad van Baarn om een nieuw planologisch kader (bestemmingsplan, buitenplanse omgevingsplanactiviteit of wijziging omgevingsplan) vast te stellen. Vraag 4 Bent u ervan op de hoogte dat dit unieke en complexe dossier de afgelopen jaren onevenredig veel van de gemeente Baarn gevergd heeft, in termen van ambtelijke en bestuurlijke capaciteit, participatietrajecten en advieskosten? Antwoord 4 Ik ben ervan bewust dat het gaat om een complex dossier. Voor het antwoord op de vraag of de behandeling ervan beschouwd zou moeten worden als een onevenredige belasting voor de gemeente Baarn verwijs ik naar de antwoorden op de vragen 8 en 9.
Vraag 5 Wat zijn de gevolgen van het feit dat de Raad van State, na ruim een jaar bestudering van het aangepaste bestemmingsplan, dit bestemmingsplan nietig heeft verklaard? Antwoord 5 Landgoed Paleis Soestdijk valt weer terug op het bestemmingsplan Landelijk Gebied dat in 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld en inmiddels van rechtswege onderdeel is van het Omgevingsplan Baarn. Het plan van de MBEG kan volgens de regels van dat plan niet worden uitgevoerd. Vraag 6 Deelt u de verwachting dat aanzienlijke aanpassingen van de plannen voor Landgoed Paleis Soestdijk nodig zijn, alsmede navenante aanpassingen van het bestemmingsplan en dat dit hele proces, inclusief alle eventuele bezwaarprocedures, opnieuw jaren zal vergen? Antwoord 6 De MBEG is nu aan zet om in samenspraak met de gemeente Baarn te bepalen hoe zij nu verder willen omgaan met de uitspraak van de Raad van State. Op de eventuele gevolgen die dat dat heeft voor de plannen voor het landgoed, het bestemmingsplan en de opnieuw te doorlopen procedurestappen kan ik niet vooruitlopen. De gemeente Baarn heeft aangegeven de gemeente Soest hier ook bij te willen betrekken, omdat het landgoed tegen de kern van Soest aan ligt. Hoe lang zo’n proces zal duren is op dit moment niet te zeggen en is mede afhankelijk van de wensen van de MBEG.
Vraag 7 Hoe beoordeelt u het feit dat de noodzakelijke restauratie van Paleis Soestdijk (inclusief landgoed en monumentale bijgebouwen) als gevolg daarvan opnieuw jarenlang uitgesteld zal worden, met verdere verpaupering tot gevolg? Antwoord 7 Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State zullen de restauraties worden uitgesteld. De afgelopen jaren is het landgoed Paleis Soestdijk open geweest voor publiek en technisch in stand gehouden. De MBEG heeft aangegeven dat het noodzakelijke onderhoud ook de komende periode zal worden gecontinueerd.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel
2
Vraag 8 Onderkent u dat de gemeente Baarn opnieuw onevenredig zwaar belast zal worden om dit complexe dossier tot een goed einde te brengen? Antwoord 8 Gemeenten kunnen geconfronteerd worden met een breed spectrum aan complexe dossiers, die overigens ook van gemeente tot gemeente verschillen. Gemeenten moeten in de regel in staat geacht worden om dergelijke complexe dossiers tot een goed einde te brengen. Bovendien wordt opgemerkt dat het vaststellen van een nieuw planologisch kader na een doorgelopen bezwaar- en beroepsprocedure, tot de kerntaken van een gemeente behoort. Vraag 9 Deelt u de opvatting dat het niet reëel is dat van de gemeente Baarn, een gemeente van 25.000 inwoners, opnieuw dezelfde materiële/financiële en immateriële inspanningen gevraagd worden met betrekking tot dit dossier als in de afgelopen (zeven) jaren? Antwoord 9 Zoals aangegeven bij vraag 8 kan elke gemeente in Nederland geconfronteerd worden met een breed spectrum aan complexe dossiers. Gemeenten moeten in de regel in staat geacht worden om dergelijke complexe dossiers tot een goed einde te brengen, zeker als het kerntaken betreft.
Vraag 10 Bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de Rijksoverheid financiële en personele ondersteuning zal bieden aan de gemeente Baarn, als onmisbare noodzakelijke voorwaarde om dit complexe dossier tot een goed einde te brengen? Antwoord 10 Aanvullende bekostiging en/of personele ondersteuning is niet aan de orde. Zie het antwoord op de vragen 8 en 9.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel
3