240228 Afvalbeleid Baarn Kansen voor efficiëntie en kostenbesparing (888597)
Tekst van het document
BENCHMARK
27
KLASSE D
24
KLASSE C
0
25
KLASSE B
10
85
Verwerkingskosten
222
146 40 148
159
107
185 58
49
98
Inzamelkosten
69
146
122
BENCHMARK
13
234
200
KLASSE D
15
11
40
KLASSE C
15
37
39
250
KLASSE B
30
43
KLASSE A
40
40
KLASSE A
€ per aansluiting
50
Totale kosten (€ per ton) (n=107)
€ per ton
Totale kosten (€ per huishouden) (n=107)
Verwerkingskosten
De kosten van de milieustraat (personeel, inzamelmiddelen, kapitaallasten) bedroegen in 2022 gemiddeld € 22,- per huishouden.
30 24
25 22
19
20 13
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
0
KLASSE B
10
KLASSE A
€ per aansluiting
Kosten milieustraat (€ per huishouden) (n=99)
Pagina 23 van 52
2.3 Bijplaatsingen Omvang en beleid Met bijplaatsingen wordt het afval bedoeld dat naast verzamelcontainers wordt geplaatst. Bijna alle gemeenten (96%) die hebben deelgenomen aan de benchmark hebben er in meer of mindere mate last van. De gemeenten die geen last hebben van bijplaatsingen zijn overwegend landelijk van karakter (klasse D). Dit kan zijn omdat ze nauwelijks verzamelcontainers hebben staan in de gemeente of dat het aanbiedgedrag gewoonweg beter is (meer sociale controle). Gemiddeld bij 20% van de verzamelcontainers wordt structureel afval bijgeplaatst. Bij de meeste gemeenten (77%) wordt het bijgeplaatste afval direct na constatering en/of melding weggehaald, om meer bijplaatsingen te voorkomen. De overige 23% van de gemeenten verwijdert het afval op een vaste dag in de week of op de eerstvolgende ledigingsdag.
Verwijderbeleid bijplaatsingen (n=137) 17%
6%
Blijft liggen tot de eerstvolgende ledigingsdag Wordt direct na constatering/ melding weggehaald Wordt op vaste dag(en) in de week verwijderd
77%
Rol handhaving Om een duidelijk signaal af te geven dat het bijplaatsen van afval- en grondstoffen niet is toegestaan, kan de inzet van handhaving effectief zijn. Iets meer dan de helft van de gemeenten (53%) sturen hun handhavers alleen af op buitensporige bijplaatsingen (omvangrijk, gevaarlijk afval, verkeersonveilige plek). Bij 19% van de gemeenten gaan de handhavers nog wel af op iedere bijplaatsing. 16% van de gemeenten zetten nauwelijks tot geen handhaving in voor bijplaatsingen. Hier zitten ook de gemeenten bij die nauwelijks tot geen last hebben van bijplaatsingen (6%).
Welke rol heeft handhaving? (n=137) Alleen buitensporige bijplaatsingen gaan via afd. handhaving Alleen containers in specifieke buurten gaan via afd. handhaving Er vindt nauwelijks tot geen handhaving plaats Iedere melding/ constatering gaat via afd. handhaving
19%
16%
53%
12%
Pagina 24 van 52
Communicatie en participatie Ook communicatie en participatie zijn instrumenten om bijplaatsingen tegen te gaan. 44% van de gemeenten zet gerichte communicatie in tegen bijplaatsingen. Containeradoptie, waarbij bewoners worden betrokken bij het schoonmaken en -houden van de verzamelcontainerlocatie, vindt bij 30% van de gemeenten plaats.
Gerichte voorlichting (n=137)
Containeradoptie (n=137) Ja Nee
Ja Nee 30%
44% 56% 70%
Kosten De verwijderingskosten van bijplaatsingen in 2022 bedroegen gemiddeld € 4,50 per huishouden. De kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan het verwijderen van bijplaatsingen, exclusief de verwerkingskosten. Niet iedere gemeente heeft deze kosten inzichtelijk, vooral niet de gemeenten die het schoonhouden van containerlocaties overlaten aan hun BOR-afdeling (beheer en onderhoud openbare ruimte). Bij het bepalen van de gemiddelde kosten zijn deze gemeenten uitgesloten.
6
5.8
5.4 4.5
4
3.2
2.8
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
0
KLASSE B
2
KLASSE A
€ per aansluiting
Kosten verwijderen bijplaatsingen (€ per huishouden) (n=33)
Pagina 25 van 52
3. Best practices 3.1 Inzamelstrategieën Welke aanpak (in deze benchmark inzamelstrategie genoemd) leidt tot optimale afvalscheiding, minimale hoeveelheid restafval en de laagste beheerkosten? Er zijn verschillende inzamelstrategieën voorhanden om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren. Hieronder een overzicht van de belangrijkste strategieën: Inzamelstrategie
Omschrijving
Tariefdifferentiatie
Ook wel diftar genoemd: betalen per keer of hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Onder diftar valt in deze benchmark niet de 'volume-diftar' (hoe groter de minicontainer voor restafval, hoe meer men betaalt)
Servicedifferentiatie
Grondstoffen worden met een hoog serviceniveau ingezameld (inzameling aan huis, hoge ophaalfrequentie) en restafval wordt met een laag serviceniveau ingezameld (met een lage ophaalfrequentie of met verzamelcontainers op buurtniveau).
Combinatie
In de praktijk komt het vaak voor dat diftar in combinatie met servicedifferentiatie wordt toegepast.
Basis-systeem
Met basis-systeem wordt een inzamelsysteem bedoeld zonder diftar en zonder servicedifferentiatie.
Diftar versus geen-diftar Van de genoemde inzamelstrategieën is tariefdifferentiatie de meest prestatiebepalend. Om die reden laten we eerst het onderscheid tussen de volledige groep diftar-gemeenten (n=71) en de volledige groep nietdiftar gemeenten (n=83) zien. Met gemiddeld 103 kilogram hebben de diftar-gemeenten 43% minder restafval dan de groep niet-diftargemeenten. Ook de totale beheerkosten van de groep diftargemeenten zijn met €193,- per huishouden 13% lager dan de die van de groep niet-diftargemeenten. In de onderstaande grafieken worden de verschillen tussen beide groepen weergegeven, zowel benchmarkbreed (aangeduid met BENCHMARK) als per hoogbouwklasse. Beheerkosten
250
150
117
100
110
94
103
Geen diftar
Diftar
BENCHMARK
192
222
215 189
193
150 100 50 0
KLASSE D
KLASSE C
0
KLASSE B
50
227 204
Geen diftar
BENCHMARK
149
220
KLASSE D
181
179
225
200
KLASSE C
191
KLASSE B
203
€ per aansluiting
200
KLASSE A
kg per inwoner
250
KLASSE A
Restafval
Diftar
Pagina 26 van 52
Inzamelstrategieën per hoogbouwklasse Hieronder worden de resultaten (hoeveelheid restafval, totale beheerkosten) per inzamelstrategie en per hoogbouwklasse weergegeven. Door het uitkristalliseren van de resultaten naar 16 sub-groepen (4 inzamelstrategieën x 4 hoogbouwklassen) is het aantal meting per subgroep (n-waarde) in sommige gevallen erg laag. Dit maakt deze analyse erg gevoelig voor individuele uitschieters. Aantal metingen (n-waarde)
Hoogbouwklasse A In hoogbouwklasse A komen slechts 2 van de 4 inzamelstrategieën voor: het basissysteem en servicedifferentiatie. Servicedifferentiatie wordt vooral toegepast in de vorm van 'restafval op afstand' (service op restafval wordt verlaagd door alleen nog maar restafval te laten brengen naar verzamelcontainers). Zowel op hoeveelheid restafval als op beheerkosten is servicedifferentiatie voordeliger dan het basissysteem. 300
217
214
192 164
150
139
232 215
200 185 168
150
BASIS
100
246
250
BASIS
200
280
SERV DIFF
250
€ per aansluiting
279
SERV DIFF
kg per inwoner
300
Hoogbouwklasse B In hoogbouwklasse B komen alle 4 inzamelstrategieën voor. Vooral de diftar-strategieën zijn effectief in het reduceren van restafval. Servicedifferentiatie lijkt weinig toegevoegde waarde te hebben in het reduceren van restafval. Op totale beheerkosten zijn de verschillen tussen de strategieën marginaal, met uitzondering van de strategie tariefdifferentiatie. Het aantal metingen dat aan deze waarde ten grondslag ligt is echter zeer klein.
150
249
215
213 182
155
168
167
TARIEF EN SERV DIFF
127
100
TARIEF DIFF
93
223
200
SERV DIFF
89
246
250
BASIS
116
€ per aansluiting
139
117
TARIEF EN SERV DIFF
105
136
TARIEF DIFF
137
100 50
186
SERV DIFF
150
199
290 268
253
250 200
300
281
BASIS
kg per inwoner
300
Pagina 27 van 52
Hoogbouwklasse C Ook in hoogbouwklasse C laten de diftar-strategieën de beste resultaten zien. Tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie is de meest kosten-effectieve strategie. 350
135
100
103 76
200
234
225
201
217 210 205
167
150 100
TARIEF EN SERV DIFF
SERV DIFF
50
95
129
250
282 220 187 157
TARIEF EN SERV DIFF
150
303
TARIEF DIFF
134
169
300
SERV DIFF
150
177
€ per aansluiting
185
215
TARIEF DIFF
200
BASIS
kg per inwoner
217
BASIS
250
Hoogbouwklasse D In hoogbouwklasse D laat de basis-strategie uitzonderlijk goede resultaten zien. Het aantal metingen waarop deze waarde berekend is, is zeer klein. Tariefdifferentiatie in combinatie met sevicedifferentiatie levert in ieder geval de minste kilo's restafval op. De gemiddelde beheerkosten van deze strategie zijn €181,- per huishouden.
41
249
200 150 100
268 210
246 206 181
168 148
149
159 129
TARIEF EN SERV DIFF
63
250
TARIEF DIFF
87
297
SERV DIFF
0
81
115
TARIEF EN SERV DIFF
50
112
134
300
BASIS
100
151
161
€ per aansluiting
145
196
TARIEF DIFF
150
190
SERV DIFF
200
350
BASIS
kg per inwoner
250
Pagina 28 van 52
Benchmark breed In onderstaande figuur zijn de gemiddelden per strategie(combinatie) weergegeven van de gehele benchmark, dus alle hoogbouwklassen samen. Met gemiddeld 96 kg restafval en € 190,- per huishouden aan beheerkosten is tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie (n=50) de meest kosteneffectieve inzamelstrategie in de benchmark. De basisstrategie zonder tarief- en servicedifferentiatie (n=28) levert gemiddeld 190 kg restafval per inwoner en € 216,- per huishouden aan beheerkosten op. De meest kosteneffectieve inzamelstrategie resulteert dus in 49% minder restafval en 12% lagere kosten ten opzichte van het basissysteem.
249
150
41
100
216
148
268
226 202 149
190
127
129
TARIEF EN SERV DIFF
250 200
297
TARIEF DIFF
63
96
303
SERV DIFF
81
105
300
BASIS
139
TARIEF DIFF
0
169 121
100 50
176
TARIEF EN SERV DIFF
150
BASIS
kg per inwoner
190
€ per aansluiting
253
250 200
350
281
SERV DIFF
300
Pagina 29 van 52
3.2 Inzamelmiddelen Niet alleen inzamelstrategieën hebben impact op de scheidingsprestaties en de hoeveelheid restafval, ook het soort inzamelmiddel dat wordt toegepast. In de benchmark wordt onderscheid gemaakt naar haalinzamelmiddelen die individueel worden toegepast (minicontainers, zakken, duocontainers) en brenginzamelmiddelen die collectief (door meerdere huishoudens) worden toegepast (boven- of ondergrondse verzamelcontainers in de wijk). Niet ieder inzamelmiddel is overal toepasbaar. Bij de hoogbouw is veelal geen ruimte voor het stallen van individuele inzamelmiddelen (uitgezonderd de zak), zodat daar collectieve inzamelmiddelen veelal de enige optie is. In deze paragraaf worden de verschillende soorten inzamelmiddelen vergeleken op respons: de gemiddelde hoeveelheid grondstof die per huishouden per inzamelmiddel wordt ingezameld. Ofschoon het soort inzamelmiddel ook effect op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen kan hebben, wordt dat in deze analyse buiten beschouwing gelaten. Er hebben te weinig participerende gemeenten hieromtrent valide data aangeleverd.
Halen versus brengen Alvorens de prestatieverschillen tussen de afzonderlijke inzamelmiddelen te analyseren, eerst het verschil tussen halen en brengen. Hieronder wordt de minicontainer (als meest toegepaste haal-inzamelmiddel) vergeleken met de verzamelcontainer (als meest toegepaste breng-inzamelmiddel). Omdat diftar sterk prestatiebepalend is zijn er twee figuren opgemaakt: met diftar (linker figuur) en zonder diftar (rechter figuur). Voor praktisch alle afvalstromen kan worden geconstateerd dat het halen aan huis met de minicontainer meer kilo's per huishouden oplevert en lagere kosten met zich meebrengt dan de brengen naar verzamelcontainers. Diftar
Niet-diftar 500
Hoeveelheid (kg/huish.)
Hoeveelheid (kg/huish.)
500 400 300 200 100 0
400 300 200 100 0
0
200
400
Inzamelkosten (€/ton) gft minicontainer gft verzamelcontainer opk minicontainer opk verzamelcontainer pmd minicontainer pmd verzamelcontainer rest minicontainer rest verzamelcontainer
600
0
200
400
600
Inzamelkosten (€/ton) gft minicontainer gft verzamelcontainer opk minicontainer opk verzamelcontainer pmd minicontainer pmd verzamelcontainer rest minicontainer rest verzamelcontainer
Pagina 30 van 52
Per afvalstroom Hieronder is het effect van de verschillende inzamelmiddelen per afvalstroom weergegeven. Laten zien wordt hoeveel er gemiddeld met een bepaald inzamelmiddel wordt ingezameld, onderscheiden naar hoogbouwklasse en toepassing van diftar. Let op: de hoeveelheden zijn weergegeven in kilo per aangesloten huishouden, dus niet per inwoner van het verzorgingsgebied. Groente- fruit en tuinafval Voor groente-, fruit-, en tuinafval worden twee inzamelmiddelen belicht: de minicontainer en de verzamelcontainer. Andere inzamelmiddelen zoals de citybin, duocontainer of zak worden sporadisch toegepast en bieden voor deze analyse te weinig valide data. In alle hoogbouwklassen is de respons van de minicontainer beduidend hoger dan die van de verzamelcontainer.
Diftar
Geen diftar
Minicontainer
Minicontainer
95
KLASSE D
BENCHMARK
64
KLASSE B
KLASSE C
24
Verzamelcontainer
259
371 281
297 215 123
195
500 475 450 425 400 375 350 325 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0
KLASSE A
KLASSE D
BENCHMARK
gft (kg/huish.)
108
172
319
347
320
KLASSE C
69
267
(minicontainer n= 45) (verzamelcontainer n=23)
212
KLASSE B
500 475 450 425 400 375 350 325 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0
KLASSE A
gft (kg/huish.)
(minicontainer n=58) (verzamelcontainer n= 12)
Verzamelcontainer
Oud papier en karton Naast de minicontainer en de verzamelcontainer wordt oud papier en karton ook vaak los/ gebundeld ingezameld. Het grootste verschil in respons is weliswaar te constateren tussen de minicontainer en de verzamelcontainer, waarbij de minicontainer gemiddeld 67% meer oplevert dan de verzamelcontainer. De verschillen zijn bij de diftar-gemeenten groter dan bij de niet-diftargemeenten. Diftar
Geen diftar
(minicontainer n=39) (losse bundels n=17) (verzamelcontainer n=45)
Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer
124
58
BENCHMARK
58
58
95 87
101
93
99 99
KLASSE C
0
KLASSE B
50
44 49
70
71 64
100
KLASSE A
69
BENCHMARK
KLASSE D
52
51 42
KLASSE C
0
KLASSE B
50
opk (kg/huish.)
118
150 92
128 109 103
109 95
110
100
KLASSE A
opk (kg/huish.)
150
KLASSE D
(minicontainer n=34) (losse bundels n=27) (verzamelcontainer n=38)
Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer
Pagina 31 van 52
Plastic, metalen en drankenkartons Voor PMD worden minicontainers, zakken en verzamelcontainers met elkaar vergeleken. Overall gezien levert de minicontainer 32% meer op dan de zak en 146% meer dan de verzamelcontainer. Diftar is voor deze volumineuze afvalstroom sterk prestatiebepalend, zeker als dat op basis van volume en frequentie wordt toegepast.
Diftar
Geen diftar,/div>
(minicontainer n=17) (zak n=30) (verzamelcontainer n=17)
(minicontainer n=21) (zak n=5) (verzamelcontainer n=28)
74
83 39 28
41 31
KLASSE D
BENCHMARK
28
44
KLASSE C
17
KLASSE B
0
23
50
34
61
68
84
100
KLASSE A
35
BENCHMARK
pmd (kg/huish.)
89 39
64
66
Minicontainer Zak Verzamelcontainer
KLASSE D
35
KLASSE C
KLASSE B
0
32
50
60
74 67
100
87
101
150
KLASSE A
pmd (kg/huish.)
150
Minicontainer Zak Verzamelcontainer
** Omdat er voor oud papier en pmd soms meerdere inzamelsystemen per huishouden worden toegepast overstijgt het aantal metingen (som van n-waarden) de totale benchmarksteekproef.
Pagina 32 van 52
3.3 Nascheiding Nascheiding vervult een belangrijke rol in het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer. Daarbij gaat het vooral om het mechanisch nascheiden van pmd uit het fijn restafval en het nascheiden van grof (verbouwings)restafval.
PMD In de benchmark onderscheiden we drie groepen gemeenten in de wijze waarop pmd wordt gescheiden: gemeenten die pmd alleen bronscheiden, gemeenten die pmd alleen nascheiden en gemeenten die zowel aan bron- als nascheiding doen. De laatste groep zijn ondermeer gemeenten die in wijken waar het bronscheiden slechte resultaten oplevert (veelal hoogbouw), overgaan op nascheiden, maar in de rest van de gemeente doorgaan met bronscheiden. De hoeveelheid gescheiden pmd van de groep die alleen aan bronscheiding doet bedraagt gemiddeld 30 kg per inwoner (n=76), die van de groep die alleen aan nascheiding doet 20 kg per inwoner (n=19), en die van de groep die zowel aan bron- als nascheiding doet 32 kg pmd per inwoner (n=59). De geconstateerde verschillen kunnen echter mede het gevolg zijn van andere verschillen in het inzamelsysteem, waaronder tariefdifferentiatie. In de groepen 'alleen bronscheiding' en 'bron- en nascheiding' zitten meer gemeenten met tariefdifferentiatie dan in de groep 'alleen nascheiding'. Een tweede nuancering bij de getoonde indicatoren is dat het meetpunt van de brongescheiden pmd niet gelijk is aan het meetpunt van nagescheiden pmd. De hoeveelheid brongescheiden pmd wordt gemeten bij acceptatie overslag en kan nog stoorstromen bevatten. Nagescheiden pmd wordt direct na scheiding en voor sortering gemeten en bevat vrijwel geen stoorstromen meer.
Alleen bronscheiding Bron- en nascheiding
23 18
16
21
24
27
40
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
10 KLASSE B
BENCHMARK Alleen nascheiding
16
20
20
30
22
20
40
0 KLASSE D
KLASSE B
0
KLASSE C
10
kg per inwoner
30 32 22
17
20
50
33 34 25
30 31
33 24
29 19
30
KLASSE A
kg per inwoner
40
Grof (verbouwings)restafval na nascheiding
KLASSE A
PMD gescheiden
Alleen bronscheiding Bron- en nascheiding
Grof restafval In paragraaf 2.2 is aangegeven dat er in 2022 gemiddeld 20 kilogram per inwoner aan grof (verbouwings)restafval resteert na bron en nascheiding. In de rechter figuur is weergegeven wat de verschillen zijn tussen gemeenten die grof huishoudelijk afval alleen bronscheiden (n=54) en gemeenten die ook nascheiden (n=100). Bij gemeenten die hun grof afval nascheiden is de gemiddelde hoeveelheid grof restafval die uiteindelijk naar de verbrandingsoven gaat 18 kg per inwoner, 22% minder dan gemeenten die hun grof huishoudelijk afval alleen bronscheiden. Bij klasse A is dit verschil nog iets groter, omdat bij deze gemeenten relatief veel grof huishoudelijk afval ongescheiden wordt opgehaald.
Pagina 33 van 52
3.4 Best practice-gemeenten per klasse Welke gemeenten hebben de minste restafval en het hoogste scheidingspercentage? En wat voor een inzamelstrategie of beleidskeuze ligt daaraan ten grondslag? Hierna worden per hoogbouwklasse de best practice-gemeenten beschreven. Klasse A (50 tot 100% hoogbouw)
Gemeente
Restafval Scheidings% Diftar (kg/inw)
Groningen
139
65
Amstelveen
164
59
Schiedam
171
59
Restafval Uitsluitend Bron- en Frequentie Nascheiding op nascheiding nascheiding verlaging grof rest afstand pmd pmd
Beste-practice (gemeente met de minste hoeveelheid restafval) in klasse A is Groningen. Deze gemeente met 234950 inwoners en 61% hoogbouw heeft 139 kg (grof)restafval per inwoner. Bepalende factor is de nascheiding van het fijn restafval waarbij naast pmd ook de nodige andere stoffen en stromen worden gescheiden ten behoeve van nuttig toepassing. Gemeente Amstelveen (92331 inwoners en 51% hoogbouw) heeft geen nascheiding maar wel behoorlijk wat meer laagbouw waar 'restafval op afstand' of 'frequentieverlaging restafval' is ingevoerd. Dit resulteert in 164 kg (grof)restafval per inwoner. Gemeente Schiedam (79666 inwoners en 69% hoogbouw) heeft dezelfde strategie als Groningen maar doet het met 171 kg restafval per inwoner iets minder goed.
Klasse B (30 t/m 49% hoogbouw)
Gemeente
Restafval Scheidings% Diftar (kg/inw)
Hengelo
88
77
Maastricht
89
76
Deventer
93
73
Restafval Uitsluitend Bron- en Frequentie Nascheiding op nascheiding nascheiding verlaging grof rest afstand pmd pmd
De top 3 in klasse B ontloopt elkaar niet veel. Hengelo, Maastricht en Deventer hebben alle drie rond de 90 kilo (grof)restafval per inwoner. Alle drie de gemeenten hebben diftar ingevoerd. Hengelo en Deventer hebben daarnaast ook het aanbieden van restafval onaantrekkelijk gemaakt met 'restafval op afstand' en/ of 'frequentieverlaging restafval'. Maastricht doet dat niet maar heeft wel aanvullende nascheiding van pmd en nascheiding van grof restafval.
Klasse C (20 t/m 29% hoogbouw)
Gemeente
Uitsluitend Bron- en Restafval Omgekeerd Frequentie Nascheiding Scheidings% Diftar nascheiding nascheiding (kg/inw) inzamelen verlaging grof rest pmd pmd
Oosterhout
76
85
Culemborg
80
80
Tiel
81
80
Ook de drie bestpresterende gemeenten in klasse C liggen qua hoeveelheid restafval (rond de 80 kg per inwoner) dicht bij elkaar. Alle drie de gemeenten hebben diftar ingevoerd en het aanbieden van fijn restafval ontmoedigd met 'restafval op afstand' of 'frequentieverlaging restafval'. Gemeente Oosterhout doet niet aan nascheiding van grof huishoudelijk restafval, de andere twee gemeenten wel.
Pagina 34 van 52
Klasse D (0 t/m 19% hoogbouw)
Gemeente
Uitsluitend Bron- en Restafval Omgekeerd Frequentie Nascheiding Scheidings% Diftar nascheiding nascheiding (kg/inw) inzamelen verlaging grof rest pmd pmd
Land van Cuijk en Boekel
41
92
Bronckhorst
45
86
Maasdriel
58
86
De gemeente Land van Cuijk en de gemeente Boekel, samen meegedaan onder de naam Land van Cuijk en Boekel, zijn met 41 kg restafval per inwoner de best-practice in klasse D en de best-practice in de gehele benchmark. Evenals de best-practice van peiljaar 2021 gemeente Horst aan de Maas (die dit peiljaar niet heeft meegedaan) heeft Land van Cuijk en Boekel tariefdifferentiatie met een betaalzak (alleen voor restafval) en zamelt de meeste grondstoffen met een hoge frequentie aan huis in. Ook Bronckhorst en Maasdriel doen het met respectievelijk 45 en 58 kg restafval goed, en hebben een vergelijkbare inzamelstrategie als Land van Cuijk en Boekel. In plaats van een betaalzak hebben deze gemeenten diftar op basis van volume en frequentie minicontainers.
Pagina 35 van 52
4. Grondstofketens in kaart Afvalscheiding is geen doel op zich maar een middel om zo zuiver mogelijke grondstoffen te verkrijgen die op een hoogwaardige manier kunnen worden gerecycled. Daarom is het belangrijk om naast de ingezamelde hoeveelheden grondstoffen ook te kijken naar hoe deze worden be- en verwerkt. In tegenstelling tot de paragrafen hiervoor wordt hier rekening gehouden met eventuele sorteer- en verwerkingsverliesen. In de benchmark zijn voor vijf grondstoffen en fijn restafval de ketens inzichtelijk gemaakt en circulaire indicatoren (R-percentages) berekend. Voor het in kaart brengen van grondstofketens is rendementsdata benodigd van de sorteerders en verwerkers. Omdat rendementsdata van verwerkers veelal niet meer zijn te herleiden naar individuele gemeenten zijn deze data op installatieniveau opgevraagd door de deelnemende gemeenten en verwerkt in de benchmark. Voor pmd is het gemiddelde sorteerrendement van Nederland toegepast, aangezien Nedvang/RKN geen rendementsdata op installatieniveau ter beschikking stelt. De resultaten zijn hier ongewogen (iedere gemeente weegt even zwaar in het weergegeven gemiddelde) en benchmarkbreed (over alle hoogbouwklassen) weergegeven, met de kanttekening dat met name de inzamelrespons behoorlijk kan verschillen per hoogbouwklasse.
Daarnaast heeft niet iedere gemeente die heeft deelgenomen aan de benchmark de benodigde data aangeleverd (zie n-waarden bij de grafieken) waardoor de resultaten niet volledig representatief zijn voor de situatie van Nederland. Het meetpunt van de R-percentages ligt bij de output van de eerstvolgende verwerker na inzameling.
Groente-, fruit- en tuinafval (n=120) Van de 148 kg aan gft die bij huishoudens vrijkomt (=100%) wordt uiteindelijk 26% verwerkt tot compost, 2% verwerkt tot biobrandstoffen, 32% tot (condens)water, en belandt 40% van het bij huishoudens vrijkomende gft in de verbrandingsoven.
Plastic-, metalen- en drankverpakkingen (n=108) Van de 41 kg aan pmd die bij huishoudens vrijkomt (=100%) wordt via bron- en nascheiding uiteindelijk 32% gesorteerd tot drankenkartons, metalen en plastic monostromen (DKR-kwaliteit), 16% gesorteerd tot mixed-plastics, en belandt 52% van het bij huishoudens vrijkomende pmd uiteindelijk in de verbrandingsoven. De rendementsdata van sortering en nascheiding, op basis waarvan de weergegeven bestemmings-percentages zijn berekend, zijn verkregen van Nedvang/ RKN en niet verifieerbaar.
Pagina 36 van 52
Oud papier en karton (n=126)
Glas (n=115)
Van de 55 kg aan oud papier en karton die bij huishoudens vrijkomt (=100%) wordt uiteindelijk 79% afgeleverd bij de papierindustrie en belandt 21% in de verbrandingsoven.
Van de 26 kg aan glas die bij huishoudens vrijkomt (=100%) wordt uiteindelijk 77% afgeleverd bij de glasindustrie, vindt 3% (keramiek, steen, porselein, metalen) een bestemming elders, is 1% vocht en belandt 19% in de verbrandingsoven.
Textiel (n=72)
Verbrand fijn restafval (n=119)
Van de 10 kg aan textiel die bij huishoudens vrijkomt (=100%) wordt uiteindelijk 23% als tweedehands kleding verkocht in binnenlandse kringloopwinkels of als herdraagbare kleding geëxporteerd naar het buitenland, 2% als garen hergebruikt (closed loop), 11% als vulmiddel/ isolatiemateriaal hergebruikt, en belandt 64% in de verbrandingsoven.
Van de 125 kg per inwoner aan fijn restafval die verbrand wordt, resteert 25% bodemas. Uit het bodemas worden metalen teruggewonnen (3%), en vindt er al dan niet opschoning plaats tot vrij toepasbare bouwstoffen (gemiddeld 13%).
Pagina 37 van 52
5. Over de benchmark De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD en wordt in samenwerking met Rijkswaterstaat uitgevoerd door CyclusManagement. In de Benchmark wordt het afvalbeheer van gemeenten en inzamelbedrijven vergeleken op een viertal prestatiegebieden: milieu, kosten, dienstverlening en vaardigheden.
Doel en afbakening Benchmarken is een vorm van prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun prestaties vergelijken. Doel van de benchmark is het inzicht in eigen functioneren en presteren te vergroten om op die manier handvatten voor verbetering te bieden. Zowel op beleids-strategisch gebied als op operationeel gebied. Gezocht wordt naar de factoren die van invloed zijn op de prestatie. Dit kan een strategie zijn (tarifering, acceptatie, etc.) of de keuze voor een inzamelwijze of inzamelmiddel. In deze rapportage worden de prestaties zoveel mogelijk in samenhang met de (prestatiebepalende) factoren weergegeven.
Methodiek In de onderstaande driehoek en tabel is weergegeven welke prestatiegebieden en kern-indicatoren centraal staan in de benchmark. De benchmark gebruikt de methodiek van de benchmarkdriehoek. De driehoek benoemt de belangrijkste stuurgebieden (BELEID, RESULTAAT, KOSTEN en SERVICE) en symboliseert hun onderlinge afhankelijkheid: verandering op het ene gebied heeft gevolgen voor andere gebieden en vice versa. Per stuurgebied is een aantal prestatie-indicatoren benoemd. Deze indicatoren geven per stuurgebied snel en gestructureerd inzicht in een gemeentelijke beheer/beleidssituatie. Zo wordt het mogelijk om consequenties van gemeentelijk beleid en beheer te vergelijken en wanneer nodig gericht bij te sturen. (Zie voor uitgebreide toelichting en definities het handboek van de benchmark).
Pagina 38 van 52
Vergelijkingsbasis De gemeenten en bedrijven die aan de benchmark meedoen worden zoveel mogelijk vergeleken op basis van dezelfde omstandigheden. Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn, en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties gegroepeerd naar hoogbouwklasse. De volgende hoogbouwklasses zijn gedefinieerd: Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw Klasse D 0 t/m 19% hoogbouw In deze rapportage worden de gemiddelde resultaten weergegeven van alle benchmarkdeelnemers gezamenlijk ('Benchmark' of 'BM') en per hoogbouwklasse (klasse A t/m D).
Deelnemersveld en dekking Aan de benchmark peiljaar 2022 hebben 116 deelnemers meegedaan die in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven doen voor meerdere gemeenten mee). Daarmee beslaat de benchmark 53% van de Nederlandse gemeenten.
Waarborg en anonimiteit Deze benchmarkanalyse bevat de geaggregeerde, gemiddelde resultaten van de Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2022. Het is daarmee een samenvatting op hoofdlijnen. De anonimiteit van resultaten en gegevens van individuele organisaties is in deze benchmark gewaarborgd. In de huidige analyse zijn wel de best practices opgenomen op milieugebied (kg/inw). Gemeentelijke hoeveelheden zijn in principe ook te raadplegen via andere publieke bronnen (CBS). Daarbij zijn best practices een belangrijke bron van informatie en illustreren zij de algemene conclusies en resultaten uit de benchmark.
Pagina 39 van 52
Contact Informatie Voor al uw informatie of vragen over de Benchmark Huishoudelijk Afval en/of over deze analyse, neem contact op met: NVRD T: 088-3770000 | E: post@nvrd.nl
Inhoud benchmark Kijk voor meer informatie over de inhoud van de benchmark op: www.benchmarkafval.nl.
Deelname Deelname aan de de Benchmark Huishoudelijk Afval staat open voor gemeenten en publieke bedrijven. De benchmarkkalender loopt jaarlijks van april t/m oktober. Verspreid over deze periode vinden enkele bijeenkomsten plaats en wordt door deelnemers gegevens aangeleverd. Inschrijven voor de benchmark in 2024 kan tot en met 15 april 2024. Meer informatie over deelname en kalender vindt u op www.benchmarkafval.nl.
NVRD De NVRD verenigt Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor het afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte en hun afval- en reinigingsbedrijven. Kijk voor meer informatie over alle activiteiten van de NVRD op www.nvrd.nl.
Pagina 40 van 52
Bijlage 1 Begrippen Hoogbouw
Hoogbouw is in de benchmark gedefinieerd als zijnde meergezinswoning (CBSdefinitie): elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.
Hoogbouwklasse In de Benchmark Huishoudelijk Afval worden organisaties onderling vergeleken met een vergelijkbaar aandeel hoogbouw. Organisaties met een vergelijkbaar aandeel hoogbouw worden gegroepeerd in een ‘klasse’. De volgende klassen worden onderscheiden: - Klasse A: 50 t/m 100% hoogbouw - Klasse B: 30 t/m 49% hoogbouw - Klasse C: 20 t/m 29% hoogbouw - Klasse D: 0 t/m 19% hoogbouw
Prestatiegebied
Een cluster van prestatie-indicatoren waarop (bij-)sturing mogelijk is. In de benchmark huishoudelijk afval onderscheiden we 4 prestatiegebieden: milieu (afvalscheidingsprestaties), kosten, service en vaardigheden.
Prestatieindicator
Relatief getal dat het mogelijk maakt prestaties te vergelijken tussen organisaties en eenheden onderling.
Kernprestatieindicator (KPI)
Belangrijkste indicatoren binnen een bepaald prestatiegebied.
Hoeveelheid restafval
KPI van prestatiegebied Milieu. De hoeveelheid restafval (inclusief grof restafval en verbouwingsrestafval en gecorrigeerd voor nascheiding). Het geeft aan in welke mate men erin is geslaagd om afval te voorkomen dan wel als grondstof terug te brengen in de keten.
Scheidings%
KPI van prestatiegebied Milieu. De hoeveelheid huishoudelijk afval die door bronen nascheiding beschikbaar komt voor hergebruik, als percentage van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval die bij huishoudens vrijkomt.
(Afval-) beheerkosten
KPI van prestatiegebied Kosten. De totale directe en indirecte kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht, verminderd met de vergoedingen die worden verkregen uit het Afvalfonds of anderszins. Niet te verwarren met de afvalstoffenheffing waar veelal ook btw-compensatie, kwijtscheldingen en kosten zwerfafval in zijn opgenomen.
Fijn huishoudelijk afval (FHA)
Huishoudelijk afval dat qua formaat past in een inzamelmiddel (minicontainer, zak, verzamelcontainer). Het betreffen de afvalstromen: fijn restafval, gft, oud papier en karton, kunststof verpakkingen, glas, textiel, kca/kga, metalen verpakkingen (blik), drankenkartons, luiers en minerale stoffen.
Grof huishoudelijk afval (GHA)
Huishoudelijk afval dat qua formaat niet past in een inzamelmiddel en om die reden apart van het fijn huishoudelijk afval wordt ingezameld (bijv. via milieustraat, kringloopbedrijf, grof ophaaldienst). Het betreffen onder meer de afvalstromen: grof restafval, grof huisraad, metaal, elektrische huishoudelijke apparaten, hout, grof tuinafval, puin, asbest, etc.
Grondstof
Huishoudelijk afval dat apart wordt ingezameld dan wel wordt nagescheiden ten behoeve van recycling. Grondstoffen zijn bijv. gft, oud papier, kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen, drankenkartons, hout, tuinafval, etc.
Pagina 41 van 52
Inzamelstrategie Aanpak die wordt toegepast om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren. Voorbeelden van inzamelstrategieën zijn diftar, omgekeerd inzamelen, nascheiding, frequentieverlaging Tariefdifferentiatie
Prestatiebepalende inzamelstrategie, ook wel diftar genoemd. Naast een vast tarief betalen huishoudens een variabel tarief naar rato de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden.
Servicedifferentiatie
Prestatiebepalende inzamelstrategie. Wordt soms ook omgekeerd inzamelen genoemd. Het serviceniveau van de grondstoffeninzameling wordt verhoogd en het serviceniveau van de restafvalinzameling verlaagd.
Restafval op afstand
Serviceverlagende maatregel voor fijn restafval. Fijn restafval wordt niet meer aan huis opgehaald maar door bewoners zelf gebracht naar verzamelcontainers op buurtniveau.
Frequentieverlaging restafval Bronscheiding
Serviceverlagende maatregel voor fijn restafval. Fijn restafval wordt minder vaak aan huis opgehaald (bijvoorbeeld 1 x per 3 weken of 1x per 4 weken).
Nascheiding
Het afval wordt fabrieksmatig gescheiden, nadat het is ingezameld door de inzamelaar.
Nascheiding pmd
Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons die fabrieksmatig uit het fijn restafval worden gescheiden.
Inzamelwijze
Wijze van inzameling. Bijvoorbeeld: aan huis (al dan niet gebruikmakend van individuele inzamelmiddelen) of brengen (naar collectieve inzamelmiddelen waaronder verzamelcontainers, buurtdepots of milieustraat).
Inzamelmiddel
Een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd opslag- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden, of een verzamelcontainer ten behoeve van meerdere huishoudens. Rolcontainer met inhoud variërend van 60 tot 360 liter, in gebruik bij een individueel huishouden als inzamelmiddel voor huishoudelijk afval (restafval, gft, oud papier of pmd).
Minicontainer
Het afval wordt door de ontdoener (lees: huishouden) gescheiden op de plek waar het vrijkomt, voordat het wordt ingezameld.
Verzamelcontainer
Container voor inzameling van afvalstoffen die gebruikt wordt door meerdere aansluitingen (ook wel wijkcontainer genoemd).
Milieustraat
Bemande brengvoorziening waar de burger afval naar toe kan brengen en waar personeel aanwezig is die toezicht houdt op het afdankgedrag van de burger
Fijn restafval
Het afval dat resteert na bronscheiding van grondstoffen (zoals gft, papier, glas, textiel, pmd, metalen, etc). Fijn restafval past in het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (zak, minicontainer) i.t.t. grof restafval. Restafval is een ongescheiden stroom.
Groente-, fruit- en tuinafval (gft)
Dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is. Het gft afval past in het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (verzamelcontainer, minicontainer). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Oud papier en karton (opk)
Het huishoudelijk oud papier en karton (bijvoorbeeld kranten, reclamedrukwerk, verpakkingspapier en –karton, telefoongidsen, etc.). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Pagina 42 van 52
Kunststof verpakkingen
Het huishoudelijk kunststof verpakkingsafval, bijvoorbeeld petflessen, kunststof zakken, folies, botervloten, en harde kunststof flacons. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Glas Het huishoudelijk glas (alle soorten eenmalig verpakkingsglas). Deze stroom (verpakkingsglas)wordt gescheiden ingezameld. Textiel
Het huishoudelijk textiel, zoals bijvoorbeeld kleding, schoeisel, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Klein chemisch afval (KCA)
Klein chemisch afval of klein gevaarlijk Afval: afvalstoffen die als gevaarlijk worden aangemerkt en die in kleine hoeveelheden bij huishoudens vrijkomen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om verfresten, spaarlampen en medicijnen. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Metalen verpakkingen (blik)
Metalen verpakkingen (ferro of non-ferro); blik.
Drankenkartons Laminaatachtige drankverpakkingen (zuivelpakken, drankenpakken). PMD
Kunststof verpakkingen, Metalen verpakkingen en drankenkartons. Zie eerdere definities. Deze drie afvalcomponenten worden veelal in combinatie ingezameld en achteraf gesorteerd.
Grof restafval
Niet gescheiden ingezameld restafval dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als het huishoudelijk restafval te worden aangeboden. Het deel van het restafval dat te groot is voor het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (bijv. meubels). Grof restafval is een ongescheiden stroom.
Verbouwingsrestafval / (bouw- en sloopafval)
Harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen. Verbouwingsrestafval (bouw- en sloopafval) is een ongescheiden stroom.
Grof tuinafval
Het deel van het tuinafval dat te groot is voor het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (veelal takken). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Grof gescheiden
Het deel van het grof huishoudelijk afval dat gescheiden wordt ingezameld ten behoeve van hergebruik.
Bijplaatsing
Afval dat naast een verzamelcontainer wordt geplaatst en tot straatvervuiling leidt.
Pagina 43 van 52
Bijlage 2 Representativiteit Aan de benchmark peiljaar 2022 hebben 116 deelnemers meegedaan die samen 154 vragenlijsten hebben ingevuld en in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen. Daarmee beslaat de benchmark 53% van de Nederlandse gemeenten.
Dekking 2022
In deze bijlage wordt stilgestaan bij de representativiteit van de benchmark: de mate waarin het deelnemersveld van de benchmark een goede afspiegeling vormt van Nederland. Hieronder wordt de representativiteit geanalyseerd per: - provincie - hoogbouwklasse - tariefdifferentiatie (diftar) - tariefdifferentiatie per hoogbouwklasse - scheidingswijze pmd - inzamelstrategie Ontleend aan de aanvullende CBS-enquête (peiljaar 2021, bewerkt naar 2022) is per provincie, hoogbouwklasse, inzamelstrategie, etc. aangegeven hoe groot de 'daadwerkelijke' populatie in Nederland is. Gerelateerd aan de benchmarkpopulatie is de dekkingsgraad van de benchmark per subgroep weergegeven. Een dekkingsgraad van > 53% betekent dat deze subgroep oververtegenwoordigd is in de benchmark (extremen groen gearceerd weergegeven); een dekkingsgraad van < 53% betekent een ondervertegenwoordiging in de benchmark (extremen bruin gearceerd weergegeven). per provincie
per hoogbouwklasse
Pagina 44 van 52
per hoogbouwklasse
per inzamelstrategie diftar
per hoogbouwklasse en inzamelstrategie diftar
per scheidingswijze pmd
per inzamelstrategie
Pagina 45 van 52
Bijlage 3 Kosten per stroom Hieronder is per afval- en grondstofstroom de kostenontwikkeling weergegeven van de afgelopen 7 jaar. In de linker grafieken zijn de kosten per huishouden weergegeven, in de rechter grafieken de kosten per ingezamelde ton. Het betreffen de totale kosten van inzameling, overslag, transport en verwerking. De inzamelvergoedingen van het Afvalfonds zijn hier niet in meegenomen. Voor PMD zijn alleen de inzamelkosten (per huishouden en per ton) weergegeven. Fijn restafval
. 250
66
60
61
61
57
65
70
200
40
150
169
167
182
20
155
50
150
Oud papier en karton
139
137
142
2022
2021
2022
2021
100 9
82
80
1
12
9
2016
2022
2021
2020
0
2019
2017
0
2016
0
33
PMD
2017
1
20
27
4
2022
2
2021
3 2
52
40
2020
4
60
2019
5
2018
6
€ per ton
8
2018
**
259
2022
2021
2020
0
2019
0
2018
100
2017
245
270
245
200
5
2016
261
336
2022
12
2021
11
311
300
2018
11
15
2017
14
€ per ton
15
400
19
2020
18
2019
20
2016
€ per huishouden
2020
.
10
€ per huishouden
145
2020
2016
2022
2021
0
2020
0
2019
50
2018
135
100
10
2017
189 163
2019
31 27
20
2016
2019
200 37
2018
29
37
2017
35
€ per ton
30
2018
.
40 32
2017
2016
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
0
Groente- fruit en tuinafval
10
196
213
100
0
€ per huishouden
235
73
€ per ton
€ per huishouden
80
**De kosten van PMD in € per ton laat in 2021 een forse toename zien ten opzichte van de de peiljaren 2016 t/m 2020. In de peiljaren 2016 t/m 2020 zijn de inzamelkosten per ton per abuis berekend op basis van het totale tonnage pmd en niet uitsluitend op het brongescheiden tonnage.
Pagina 46 van 52
40 34 40
.
1.5 200
-0.5
-1
-1.4 100
-100 -114 -94
50
109 101
2022
2021
3.4
2022
Textiel 2020
0
44
2021
0.0 40
2019
0 54
2020
0.8
47
2019
20
2018
1
2018
2.1
2017
60
2017
1.5
€ per ton
2.7
2016
2022
2021
2020
4
2016
0.5
€ per ton
1
2022
2021
1.1
2022
31
2019
2.7
2021
1.0
2020
-1
2019
3
2020
32
2018
2.3
2019
32
2018
-1.5
2018
30 -1
2017
2
2017
2016
€ per huishouden 2.5
2017
2016
€ per huishouden -1.0
2016
€ per huishouden
Glas .
80 72
54
30
112
0
-155 -97
-200
Grof huishoudelijk
35 40
20
10
0
Pagina 47 van 52
Bijlage 4 Regievaardigheden Niet uitputtend is een 26tal regievaardigheden uitgevraagd in de benchmark. Gevraagd is of de betreffende regievaardigheid van toepassing is. Er zijn vier categorieën vaardigheden uitgevraagd: beleidsregie, burgerregie, informatiesturing en circulariteit. In de onderstaande tabel is weergegeven bij hoeveel % van de regiegemeenten de betreffende vaardigheid van toepassing is (n=106).
Beleidsregie BENCHMARK Er heeft de afgelopen 5 jaar een uitvoerige beleidsevaluatie plaatsgevonden
65%
Er is een actueel afvalbeleidsplan voor huishoudelijk afval vastgesteld
73%
Bewoners zijn betrokken bij opstellen beleidsplan
64%
Er is een afvalpreventieplan of -paragraaf opgesteld
47%
Er worden regelmatig sorteeranalyses voor fijn restafval uitgevoerd
93%
Er worden regelmatig sorteeranalyses voor grof restafval uitgevoerd
30%
Er heeft de afgelopen 5 jaar een uitvoerig bewonersonderzoek plaatsgevonden
79%
Burgerregie Er wordt jaarlijks een communicatiekalender opgesteld
76%
Er wordt regelmatig een communicatiecampagne rond afvalscheiding uitgevoerd
77%
Er wordt regelmatig een communicatiecampagne rond afvalpreventie uitgevoerd
46%
Gemeente maakt gebruik van afvalcoaches
67%
Er is een mobiele afval-app voor bewoners
93%
Met de mobiele app kun je een grofvuilafspraak maken
38%
Met de mobiele app kunnen bewoners klachten doorgeven
37%
Informatiesturing Inzamelgegevens worden per deelstroom en inzamelwijze geregistreerd
96%
Er vindt registratie van aanbiedgedrag plaats (containermanagement)
62%
Er wordt jaarlijks een afval-grondstoffenmonitor opgesteld
49%
Prestatie-indicatoren maken deel uit van de Planning & Control cyclus
70%
Er vindt uren en kostenregistratie per inzamelactiviteit plaats
65%
Gemeente voert actief contractmanagement met verwerkers en leveranciers
84%
Circulariteit Er is een actueel beleidsplan Circulaire Economie opgesteld
47%
Er is binnen de organisatie een ketenregisseur aangesteld
24%
Er vindt registratie plaats op circulaire indicatoren
36%
Circulariteit maakt onderdeel uit van contracten met ketenpartners
82%
De inzameldienst doet aan circulaire inkoop
78%
De inzamelmiddelen zijn vervaardigd van circulair materiaal
64%
Pagina 48 van 52
Bijlage 5 Facts & figures Bij hoeveel procent van de gemeenten is een gratis keukenbakje voor gfe verstrekt? Of bij hoeveel procent van de gemeenten worden plannen voorbereid voor het exploiteren van een circulair ambachtscentrum? In de hierna weergegeven diagrammen wordt op diverse onderwerpen weergegeven wat de stand van zaken is.
Inzamelmiddel gfe bij gestapelde bouw (n=147)
16%
Keukenbakje gfe verstrekt? (n=145)
32%
7%
7% 5%
9%
15%
17%
19%
Verzamelcontainers met pasjes Vrij toegankelijke verzamelcontainers Minicontainers in beugel Citybin Geen
73%
Anders
Inzameling opk door verenigingen? (n=147)
20%
32%
Ja, alleen bij hoogbouw Ja, bij alle huishoudens Ja, in sommige wijken/ pilotbasis
Nee
Hoe vindt de verrekening plaats met verenigingen? (n=112)
14% 7%
8% 7%
20%
58%
33%
In deel gemeente doen ze de hele inzameling In deel gemeente leveren ze de beladers Ja, zij doen gehele inzameling incl.transport Ja, zij leveren de beladers Nee, gemeente doet de inzameling zelf
Ze ontvangen vaste prijs per ton of per huish. Ze ontvangen een garantieprijs met een opslag Ze mogen de opbrengsten houden Anders
Opt-in systeem voor reclamefolders en h-a-h bladen? (n=132)
22%
78%
Ja
Nee
Pagina 49 van 52
Scheidingsmethode pmd bij laagbouw (n=154)
Scheidingsmethode pmd bij hoogbouw (n=154)
13%
17%
29%
48%
59%
35%
Uitsluitend bronscheiding Bron- en nascheiding Uitsluitend nascheiding
Uitsluitend bronscheiding Bron- en nascheiding Uitsluitend nascheiding
Toegangscontrole milieustraat? (n=149)
Bedrijven welkom op milieustraat? (n=152)
5% 12%
25% 5%
54%
16%
82%
Ja, obv (milieu)pas Ja, obv identiteitsbewijs Ja, steekproefgewijs
Nee
Acceptatiebeleid grof halen (n=150)
Ja, hiervoor gelden dezelfde acceptatieregels Ja, maar hiervoor gelden andere acceptatiereg Nee, bedrijven worden geweerd
Nascheiding grof restafval (n=154)
35% 12% 65% 62%
27%
Ja
Nee
Beperkt aantal keer of hoeveelheid gratis, daarna betaald Onbeperkt gratis Volledig betaald
Pagina 50 van 52
Last van bijplaatsingen naast verzamelcontainers? (n=143)
Circulair ambachtcentrum? (n=148)
9% 17%4%
17%
20%
74% 59%
Ja Nooit Zelden
Regelmatig
Charitatieve instellingen betrokken bij textielinzameling? (n=142)
36%
27% 47%
Gedeeltelijk
Nee
Worden de grondstofcontainers gecontrolleerd op vervuiling? (n=143)
33%
6% 19%
30%
Ja
In voorbereiding
Veel
Nee
Ja, incidenteel in deel van gemeente Ja, structureel in deel van gemeente Ja, structureel overal Nee
Pagina 51 van 52
Bijlage 6 Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur Hoeveelheden In 2022 werd er gemiddeld 5,1 kg per inwoner aan afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) ingezameld, iets minder dan het jaar daarvoor1. De trend over de jaren 2016 - 2022 laat een wat grillig verloop zien, met een uitschieter in coronajaar 2020 toen veel schuren en zolders werden opgeruimd en oude apparatuur werd afgedankt. De verschillen tussen de hoogbouwklassen B t/m C zijn marginaal. De gemiddelde hoeveelheid in hoogbouwklasse A (gemeenten met 50 t/m 100% hoogbouw) blijft iets achter. Analyse van het fijn restafval laat zien dat er nog gemiddeld 1,3 kg per inwoner aan kleine apparaten niet wordt gescheiden. (n=149)
6 10.8
5.3
5.3
5.1
5.5
5.4 4.7
5.1
4 3 2
2022
2021
2020
2019
0.7
2018
0
1.8
2017
1.7 0.7
KLASSE B
KLASSE A
1.2
4.7
5.1
1
2 0
5.1
4
5
6
2016
4
6.4
BENCHMARK
6
10.8
8.5
KLASSE D
8
KLASSE C
kg per inwoner
10
10.3
kg per inwoner
12
Inzamelmethoden De meeste apparatuur wordt ingenomen op de milieustraat. Enkele gemeenten (n=39) zamelen aanvullend ook apparatuur gescheiden aan huis in. Gemiddeld wordt met deze inzamelmethode 0,7 kg per inwoner ingezameld.
1
Stichting OPEN, de uitvoeringsorganisatie voor de producentenverantwoordelijkheid van AEEA, registreert een iets hogere respons voor 2022 van gemiddeld 5,4 kilo per inwoner.
Pagina 52 van 52
RMN-Baarn VERGELIJKING RMN
SAMENVATTING
Inhoud Inleiding
3
Kernprestaties
4
Milieu
6
Kosten
12
Dienstverlening
13
Bedrijfsvaardigheden
15
Basisgegevens
16
Datum: 6 oktober 2023 Status: definitief
De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD, in samenwerking met Rijkswaterstaat en uitgevoerd door Cyclusmanagement.
Pagina 2 van 13
Inleiding De benchmark huishoudelijk afval is een prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun afval(scheidings)prestaties vergelijken. Doel van de benchmark is het inzicht in eigen functioneren en presteren te vergroten om op die manier handvatten voor verbetering te bieden.
De Benchmark kent vier prestatiegebieden: milieu, kosten, dienstverlening en vaardigheden. Per prestatiegebied zijn prestatie-indicatoren gedefinieerd. Het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer beoogt over het algemeen zo min mogelijk ongescheiden restafval (te realiseren door preventie, reparatie en hoogwaardig hergebruik) tegen zo laag mogelijke beheerkosten. De hoeveelheid restafval en de totale beheerkosten zijn de belangrijkste prestatie-indicatoren in deze benchmark.
Vergelijkingsbasis Aan de benchmark peiljaar 2022 hebben 116 deelnemers meegedaan die in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven doen voor meerdere gemeenten mee). In de benchmark worden de gemeenten en bedrijven zoveel mogelijk vergeleken op basis van dezelfde omstandigheden. Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties gegroepeerd naar hoogbouwklasse. De volgende hoogbouwklasses zijn gedefinieerd: Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw Klasse D 0 t/m 19% hoogbouw In deze regiorapportage RMN kunnen gemeenten en bedrijven van verschillende hoogbouwklasses zijn opgenomen.
Leeswijzer Deze rapportage is een samenvatting van de benchmark. Aan ieder prestatiegebied is een aparte paragraaf gewijd waarin de belangrijkste prestatie-indicatoren zijn weergegeven. Voor een uitgebreide vergelijking wordt verwezen naar het hoofdrapport.
Pagina 3 van 13
Kernindicatoren Hoe presteert RMN-Baarn tov RMN?
Milieu RMN-Baarn
RMN
152
182
Inzamelkosten restafval (€/aansl)
25
28
Inzamelkosten gft (€/aansl)
18
17
Afvalbeheerkosten (€/ aansl)
0
0
291
303
0
0
Arbeidsproductiviteit restafval (mensuur/ aansl)
0.3
0.3
Arbeidsproductiviteit gft (mensuur/ aansl)
0.2
0.2
Restafval (kg/inw)
.
Kosten
Dienstverlening Dienstverlening grondstoffen (score)
Regievaardigheden Regievaardigheid (score)
Bedrijfsvaardigheden
Legenda
Toelichting Restafval = de hoeveelheid afval die resteert na (na)scheiding en wordt afgevoerd naar de afvalverbranding (inclusief grof restafval en verbouwingsrestafval). Afvalbeheerkosten = de kosten die gemoeid zijn met de gemeentelijke zorgplicht, bestaande uit de inzamelkosten, overslag- en transportkosten, verwerkingskosten, en overige afvalkosten (wo beleidskosten, voorlichting, handhaving en perceptiekosten), minus de opbrengsten verkregen vanuit producentenverantwoordelijkheid. Dienstverleningsniveau = het gemak waarmee grondstoffen gescheiden kunnen worden aangeboden. In de benchmark wordt op basis van de intensiteit van de dienstverlening (inzamelfrequentie, voorzieningsdichtheid) een totaal score berekend. Regievaardigheid = de mate waarin de gemeente regie voert op het afval- en grondstoffenbeheer. In de benchmark worden 26 regieaspecten onderscheiden. De score wordt bepaald door de som van de van toepassing zijnde regievaardigheden (max. 26 punten).
Pagina 4 van 13
Milieu Hoe presteert RMN-Baarn op de milieu-indicatoren huishoudelijk afval, afvalscheiding en restafval ten opzichte van RMN? RMN-Baarn
RMN
Huishoudelijk afval (kg/inw)
481
465
Afvalscheiding (%)
68%
61%
Restafval (kg/inw)
152
182
.
Huishoudelijk afval
Afvalscheiding
Restafval
kg per inwoner
%
kg per inwoner
600
80
500
250 200
60
400
150
300
40 100
200 20
RMN-Baarn RMN
.
kg per inwoner
.
300 152
156
166
Baarn
Soest
Bunnik
200
221
225
174
Basis-systeem Servicedifferentiatie Tarief- en servicedifferentiatie
Nieuwegein
IJsselstein
0
Zeist
100
300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0
225 182
174
RMN
Restafval
Tariefdifferentiatie
Toelichting Huishoudelijk afval = de totale hoeveelheid aan afval en grondstoffen die bij huishoudens vrijkomt (inclusief grof afval). Afvalscheiding % = het aandeel van het van het huishoudelijk afval dat (na)gescheiden wordt ten behoeve van hergebruik en nuttige toepassing. Restafval = de hoeveelheid afval die resteert na (na)scheiding en wordt afgevoerd naar de afvalverbranding (inclusief grof restafval en verbouwingsrestafval). Deze milieu-indicator kan worden vergeleken met de landelijke VANG-doelstelling.
Pagina 5 van 13
2022
2021
2020
2019
2017
2022
2021
2020
2019
2018
0 2017
2022
2021
2020
2019
2018
0 2017
0
50
2018
100
Fijn huishoudelijk kg per inwoner RMN-Baarn
RMN
Fijn restafval
118
152
Groente-, fruit- en tuinafval
82
83
Oud papier en karton
44
48
Plastic, metalen en drankenkartons
34
25
Glas verpakkingen
23
22
Textiel
3
3
Klein chemisch afval
2
2
Luiers
2
1
Frituurvet
0
0
Minerale stoffen
0
0
Metalen uit bodemas
0
0
Biogranulaat (onf)
0
0
Fijn huishoudelijk totaal
309
336
Scheidings% fijn huishoudelijk afval
62%
55%
Grof (verbouwings-)restafval
34
30
Grof tuinafval
50
22
Kringloopgoederen
0
0
Oud IJzer
4
4
Elektr(on)ische apparatuur
6
5
Hout A en B
29
25
.
Grof huishoudelijk kg per inwoner
Hout C
6
5
Puin
27
24
Overig brongescheiden
15
13
Nagescheiden
2
1
Grof huishoudelijk totaal
172
129
Scheidings% grof huishoudelijk afval
80%
77%
481
465
Totaal kg per inwoner Huishoudelijk afval totaal
Toelichting Per materiaalstroom is weergegeven hoe RMN-Baarn presteert ten opzichte van RMN. De hoeveelheid restafval (fijn en grof) is gecorrigeerd voor nascheiding. Minerale stoffen, metalen uit bodemas en biogranulaat zijn uit nascheiding verkregen stoffen.
Pagina 6 van 13
Trend
0
0
RMN-Baarn RMN
2022
10
2022
20
2021
20
2020
40
2017
30
2022
60
2021
40
2020
80
2019
50
2018
100
2017
60
2020
kg per inwoner
120
2019
kg per inwoner
2019
Oud papier en karton
2018
Groente-, fruit- en tuinafval
2021
In de onderstaande figuren is weergegeven hoe de afvalscheidingsresultaten van RMN-Baarn zich in de afgelopen 7 jaar hebben ontwikkeld ten opzichte van RMN.
RMN-Baarn RMN
Plastic, metalen en drankenkartons
Glas
kg per inwoner
kg per inwoner
35
30
30
25
25
20
20 15 15
RMN-Baarn RMN
2017
2022
2021
2020
0 2019
0 2018
5
2017
5
2018
10
10
RMN-Baarn RMN
Pagina 7 van 13
Grondstoffen in het restafval kg per inwoner RMN-Baarn
RMN
Groente-, fruit- en tuinafval
46
49
Oud papier en karton
10
15
Plastic, metalen en drankenkartons
2
14
Glas verpakkingen
5
6
Textiel
6
7
Totaal
70
87
39%
41%
2%
5%
4%
.
RMN-Baarn heeft 70 kilogram per inwoner aan grondstoffen (gft, pmd, glas, papier en textiel) in het fijn restafval zitten. Dat is 59% van de totale hoeveelheid fijn restafval.
8%
Vervuiling in de grondstoffen in gewichts% RMN-Baarn Groente-, fruit- en tuinafval Oud papier en karton Plastic, metalen en drankenkartons
28%
CO2-reductie kg per inwoner CO2-reductie (kg/inw)
RMN-Baarn
RMN
99
83
.
Toelichting Grondstoffen in het restafval = geeft een indicatie van het afvalscheidingspotentieel. Het geeft aan hoeveel kilogram aan gft, oud papier en karton, pmd, glas en textiel nog in het restafval zit. Dit is bepaald op basis van de meest recent gehouden sorteeranalyse van het fijn huishoudelijk restafval. Eventuele nagescheiden grondstoffen zijn hierop in mindering gebracht. Vervuiling in de grondstoffen = geeft een indicatie van de aanwezigheid van vervuiling en stoorstromen in de brongescheiden grondstoffen. Dit is bepaald op basis van de meest recent gehouden sorteeranalyses (in opdracht van gemeente of inzamelbedrijf). CO2-reductie = de gereduceerde hoeveelheid CO2 als gevolg van het recyclen van grondstoffen (gft, pmd, oud papier, glas, textiel, hout, grof tuinafval, frituurvet en luiers). Bij het bepalen van deze indicator is gebruik gemaakt van de geactualiseerde CO2-kentallen van adviesbureau CE-Delft (2021).
Pagina 8 van 13
Grondstofketens in kaart Voor de belangrijkste grondstoffen is de keten in kaart gebracht, gebruikmakend van data die door sorteerders/ verwerkers zijn aangereikt. Meetpunt is de 'post sortering' voor pmd, en post verwerking voor gft, papier en glas. De verwerkingsrendementen zijn door de opbulking van de grondstromen op installatieniveau (en dus niet op gemeenteniveau) bepaald. Indien geen verwerkingsdata van een grondstof is opgevraagd, wordt de grondstofketen ervan niet weergegeven.
Pagina 9 van 13
Kosten Inzamelkosten per materiaalstroom € per aansluiting RMN-Baarn
RMN
Fijn restafval
25
28
Groente-, fruit- en tuinafval
18
17
Oud papier en karton
14
12
Plastic, metalen en drankenkartons
18
17
Glas verpakkingen
3
4
Textiel
0
0
Grof huishoudelijk afval
31
25
.
€ per ton Fijn restafval
93
80
Groente-, fruit- en tuinafval
103
103
Oud papier en karton
144
114
Plastic, metalen en drankenkartons
254
338
Glas verpakkingen
61
82
Textiel
0
0
Toelichting Inzamelkosten = de kosten die gemoeid zijn met de inzameling (tot aan overslag), exclusief overhead en winstopslag en BTW. Deze kosten bestaan uit personele kosten, voertuigkosten en kosten van inzamelmiddelen (kapitaallasten, beheer- en onderhoudskosten).
Pagina 10 van 13
Dienstverlening Het dienstverleningsniveau wordt in de benchmark gekwantificeerd met behulp van een vragen-score methodiek. Afhankelijk van de intensiteit (inzamelfrequentie, voorzieningsdichtheid) en de omvang (% huishoudens dat gebruik kan maken van de service) worden scores toegerekend. Er worden twee scores berekend: één voor de dienstverlening op grondstoffen (inclusief milieustraat) en één voor de dienstverlening op (grof) restafval. Een lage score voor restafval hoeft niet per definitie slecht te zijn (ivm het stimuleren van afvalscheiding). RMN-Baarn
RMN
Dienstverlening grondstoffen (score)
291
303
Dienstverlening restafval (score)
75
81
Groente-, fruit- en tuinafval
26
26
Oud papier en karton
13
13
Plastic, metalen en drankenkartons
26
26
13
17
Groente-, fruit- en tuinafval
0
60
Oud papier en karton
174
343
Plastic, metalen en drankenkartons
563
219
Glas verpakkingen
741
465
Textiel
987
1352
Milieustraat
11849
19402
Fijn restafval
33
19
.
Halen aan huis aantal ophaalrondes per jaar
Glas verpakkingen Textiel Fijn restafval
Brengvoorzieningen aantal huishoudens per voorziening
Afvalscheiding gestapelde bouw % gestapelde bouw waar gescheiden wordt ingezameld Groente-, fruit- en etensresten (gfe) Oud papier en karton Plastic, metalen en drankenkartons
100%
Milieustraat Aantal afvalstromen milieustraat
24
24
Openingsuren doordeweeks
20
31
Openingsuren zaterdag
7
7
Pagina 11 van 13
Bedrijfsvaardigheden Productiviteit afval- en grondstoffenbeheer aantal mensuur per aansluiting RMN-Baarn
RMN
Fijn restafval
0.3
0.3
Groente-, fruit- en tuinafval
0.2
0.2
Oud papier en karton
0.2
0.1
Plastic, metalen en drankenkartons
0.3
0.3
Glas verpakkingen
0
0
Textiel
0
0
Containerbeheer (cms)
0
0
Grof afval halen
0
0.1
Milieustraat
0.5
0.4
Fijn restafval
1.1
1.2
Groente-, fruit- en tuinafval
0.8
0.8
Oud papier en karton
0.6
1.3
Plastic, metalen en drankenkartons
0.2
0.2
Glas verpakkingen
1.8
2
Grof afval halen
0.4
0.4
Milieustraat
0.7
0.8
Fijn restafval
1.8
1.8
Groente-, fruit- en tuinafval
1.2
1.2
Oud papier en karton
1
1.5
Plastic, metalen en drankenkartons
0.4
0.3
Glas verpakkingen
1.8
2
Grof afval halen
0.7
0.6
.
Arbeidsproductiviteit inzameling tonnage per mensuur
Voertuigproductiviteit inzameling tonnage per voertuiguur
Toelichting De productiviteit van de afvalinzameling wordt in drie indicatoren uitgedrukt: Productiviteit afval- en grondstoffenbeheer = het aantal mensuur dat totaal wordt besteed aan de inzameling, overslag en transport van het huishoudelijk afval per huisaansluiting. Arbeidsproductiviteit inzameling = tonnage dat per mensuur wordt ingezameld. Voertuigproductiviteit inzameling = tonnage dat per tractie-uur wordt ingezameld.
Pagina 12 van 13
Basisgegevens Algemeen RMN-Baarn
RMN
Aantal inwoners
25008
42254
Aantal aansluitingen
11849
19402
Aandeel hoogbouw (in %)
34%
34%
Gemeentelijk beleid Doelstelling restafval (grof + fijn) Jaartal restafvaldoelstelling Doelstelling afvalscheiding Jaartal afvalscheidingsdoelstelling Doelstelling huishoudelijk afval Jaartal huishoudelijk afvaldoelstelling Diftar Restafval op afstand Frequentieverlaging restafval Scheidingsmethode PMD laagbouw
Bron- en nascheiding
Scheidingsmethode PMD hoogbouw
Bron- en nascheiding
Nascheiding grof huishoudelijk
Bij gehaald en gebracht grof restafval
Tarieven Tariefsysteem Afvalstoffenheffing (gemiddeld vastrecht in €/ aansl)
Huishoudgrootte 356
313
Verwerkingstarief restafval (€/ton) incl. verbrandingsbelasting
135
135
Verwerkingstarief gft (€/ton)
83
83
Verwerkingstarief oud papier en karton (€/ton)
-176
-176
Verwerkingstarief glas (€/ton)
-22
-22
Diftar-tarief restafval (in €/ 100 liter) Diftar-tarief gft (in €/ 100 liter)
Pagina 13 van 13
RMN-Baarn
SAMENVATTING
Inhoud 1. Inleiding
3
2. Kernprestaties
4
3. Milieu
5
4. Kosten
10
5. Dienstverlening
11
6. Bedrijfsvaardigheden
12
7. Basisgegevens
13
Datum: 6 oktober 2023 Status: definitief
De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD, in samenwerking met Rijkswaterstaat en uitgevoerd door Cyclusmanagement.
Pagina 2 van 13
1. Inleiding De benchmark huishoudelijk afval is een prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun afval(scheidings)prestaties vergelijken. Doel van de benchmark is het inzicht in eigen functioneren en presteren te vergroten om op die manier handvatten voor verbetering te bieden.
De Benchmark kent vier prestatiegebieden: milieu, kosten, dienstverlening en vaardigheden. Per prestatiegebied zijn prestatie-indicatoren gedefinieerd. Het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer beoogt over het algemeen zo min mogelijk ongescheiden restafval (te realiseren door preventie, reparatie en hoogwaardig hergebruik) tegen zo laag mogelijke beheerkosten. De hoeveelheid restafval en de totale beheerkosten zijn de belangrijkste prestatie-indicatoren in deze benchmark.
Vergelijkingsbasis Aan de benchmark peiljaar 2022 hebben 116 deelnemers meegedaan die in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven doen voor meerdere gemeenten mee). In de benchmark worden de gemeenten en bedrijven zoveel mogelijk vergeleken op basis van dezelfde omstandigheden. Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties gegroepeerd naar hoogbouwklasse. De volgende hoogbouwklasses zijn gedefinieerd: Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw Klasse D 0 t/m 19% hoogbouw RMN-Baarn heeft 34% hoogbouw en is ingedeeld in klasse B. In deze rapportage vindt de vergelijking plaats vanuit bedrijfsperspectief. Dat wil zeggen dat RMN-Baarn alleen met diensten (gemeenten met eigen inzameldienst) en inzamelbedrijven wordt vergeleken.