CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

240228 Afvalbeleid Baarn Kansen voor efficiëntie en kostenbesparing (888597)

Besluit in de Raad 31 mei 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2024 RMN22.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

inlichtingen bij

Thomas Hodselmans

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk

885883 / 888597

datum

28 februari 2024

portefeuillehouder(s) onderwerp

Wethouder Eijbaard Afvalbeleid Baarn: Kansen voor efficiëntie en kostenbesparing

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Naar aanleiding van uw motie van 31 mei 2023 waarin u verzoekt een onderzoek uit te voeren naar de factoren die van invloed zijn op de hoogte van de afvalstoffenheffing in Baarn en met voorstellen te komen die meer in lijn zijn met het principe van 'de vervuiler betaalt', informeren wij u middels deze brief over de voortgang en de te nemen stappen. Om uw vragen van inzicht en antwoord te voorzien, zijn benchmarkrapporten gebruikt. Ook is onderzocht welke factoren beïnvloedbaar zijn en bijdragen aan de hoogte van de afvalstoffenheffing, evenals welke middelen en mogelijkheden er zijn om de afvalstoffenheffing te verminderen. De benchmark Jaarlijks organiseert de brancheorganisatie NVRD de Benchmark Huishoudelijk Afval, waar dit jaar 183 gemeenten aan hebben deelgenomen voor de resultaten uit het jaar 2022. RMN heeft ook deelgenomen, waarmee direct de individuele gemeenten van RMN vertegenwoordigd zijn. De benchmark huishoudelijk afval is een evaluatie waarbij gemeenten en inzamelbedrijven op basis van vooraf vastgestelde indicatoren hun prestaties met betrekking tot afval(scheiding) vergelijken. Het doel van de benchmark is het vergroten van het inzicht in het eigen functioneren en presteren, met als resultaat concrete handvatten voor verbetering. De benchmark maakt gebruik van een eigen rekenmodule.

De gepresenteerde cijfers zijn berekeningen gebaseerd op de totalen die RMN heeft ingevoerd voor het jaar 2022. Door deze berekeningen kan het voorkomen dat de cijfers in het RMN-rapport niet exact overeenkomen met die in het Benchmarkrapport. Helaas lijken de resultaten in de benchmark met betrekking tot het vergelijken van beheerskosten niet correct en betrouwbaar te zijn. Het streven is dat deze cijfers idealiter wel correct zijn en op elkaar aansluiten, en dit is dan ook het beoogde doel voor de komende jaren. Gelukkig zijn enkel de cijfers omtrent de beheerkosten van RMN incorrect en kunnen

1

andere cijfers en resultaten van RMN en andere gemeenten wel gebruikt worden. De benchmarkresultaten zijn opgenomen in drie rapporten, die als bijlage zijn toegevoegd. 1) Analyserapport benchmark huishoudelijk afval 2022 2) Benchmark rapport Baarn 2022 ten opzichte van RMN 3) Benchmark rapport Baarn 2022 ten opzichte van gemeenten uit dezelfde stedelijkheidsklasse Jaarlijks kan uit het Analyserapport benchmark een heldere conclusie worden getrokken tot de meest effectieve inzamelstrategie. Een inzamelstrategie voor huishoudelijk afval is een aanpak die bepaalt hoe afval wordt ingezameld en verwerkt. Het omvat beslissingen over zaken als scheiding aan de bron, ophaalfrequenties en tariefstructuren, met als doel een efficiënte en duurzame afvalverwerking. De inzamelstrategie gebaseerd op servicedifferentiatie (zoals in Baarn de strategie; Omgekeerd Inzamelen) zonder combinatie met tariefdifferentiatie resulteert tot de hoogste beheerkosten per huishouden. Echter toont de Benchmark dat een combinatie van servicedifferentiatie en tariefdifferentiatie de beste resultaten laat zien. Deze combinatie van strategie resulteert in 49% minder restafval en 12% lagere beheerkosten ten opzichte van het basissysteem (zonder tarief – en servicedifferentiatie).

De inzamelstrategie lijkt hiermee het grootste beïnvloedbare middel te zijn voor het verlagen van de beheerkosten en de hoeveelheid restafval. Inzamelstrategie In oktober 2015 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025 (GGP) vastgesteld. Hierin verbindt Baarn zich aan landelijke doelen voor afvalscheiding: 75% gescheiden inzameling in 2020 en minder dan 100 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2025. De gekozen strategie om deze doelen te bereiken, is de invoering van omgekeerd inzamelen als serviceprikkel. Hiermee ligt de focus bij gescheiden afvalinzameling aan de bron. Grondstoffen worden aan huis ingezameld en inwoners brengen restafval naar centrale inzamelpunten waarbij de ophaalfrequentie voor restafval vermindert. Geen enkele Nederlandse gemeente haalt met enkel omgekeerd inzamelen de landelijke doelstellingen. Naast deze serviceprikkel kan ook een financiële prikkel worden ingezet door de afvalstoffenheffing op huishoudensniveau te laten variëren op basis van de hoeveelheid aangeboden restafval. Gedifferentieerde tarieven (DIFTAR) beogen de eerlijke afrekening van (ongewenst en duur) restafval, in plaats van de kosten hiervoor te verdelen over alle huishoudens. DIFTAR bestaat uit een vast deel dat door iedereen wordt betaald en een variabel deel dat afhankelijk is van de hoeveelheid aangeboden restafval.

Volgens de benchmarkanalyse is de combinatie van een service- en tariefgedifferentieerde inzamelstrategie de meest effectieve manier om de landelijke doelstellingen te behalen tegen de laagste beheerskosten. DIFTAR op basis van volume of frequentie gaat goed samen met omgekeerd inzamelen. Hierbij wordt het variabele tarief bepaald door de volume-inhoud van de restafvalcontainer (zoals in Baarn tot 2021 gebeurde) of door het aantal keer dat het restafval wordt aangeboden. Naast de inzamelstrategie zijn er enkele beïnvloedbare factoren die bijdragen aan de hoogte van de afvalstoffenheffing. Enkele van deze factoren worden hieronder vermeld, net als de stappen die de

2

gemeente onderneemt of mogelijke aanpassingen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de hoogte van de afvalstoffenheffing. Om de volledige reikwijdte en zowel de positieve als negatieve aspecten van de effecten van DIFTAR in de gemeente Baarn te begrijpen, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. 1. Inzamelmiddel Naast de strategie voor inzameling zijn er andere beïnvloedbare factoren die kunnen bijdragen aan het verminderen van restafval en het verlagen van beheerkosten. Hoewel de impact mogelijk niet zo groot is als die van de inzamelstrategie, blijven deze factoren toch belangrijk. Bovendien zijn er ook enkele beïnvloedbare aspecten die kunnen leiden tot een benadering waarbij "de vervuiler betaalt". De prestaties bij het scheiden, de hoeveelheid restafval en het type inzamelmiddel dat wordt toegepast, hebben allemaal invloed op de beheerkosten. Inzameling van minicontainers is duurder in Baarn vanwege beperkte toegang en manoeuvreerruimte voor de ledigingsvoertuigen. Hierdoor dient RMN voor de inzameling van minicontainers veelal gebruik te maken van voertuigen welke zijn voorzien van achterbelading. Achterbelading vergt meer tijd en personeel, verhoogt arbeidskosten door handmatig laden, en leidt tot inefficiënte routes, wat resulteert in hogere operationele kosten.

RMN blijft voortdurend de efficiëntie van haar inzamelingsactiviteiten verbeteren door routes op een doeltreffendere manier te plannen. Echter is RMN gebonden aan de bereikbaarheid van de minicontainers voor het inzamelvoertuig. Mogelijke efficiëntie Het optimaliseren van het systeem van Omgekeerd Inzamelen, waarbij huishoudens ondergrondse containers gebruiken voor restafval, kan niet alleen leiden tot verbeterde resultaten bij afvalscheiding, maar ook een gunstige invloed hebben op de kosten van inzameling. Door de minicontainers voor restafval te vervangen door ondergrondse containers, wordt afvalinzameling onafhankelijk van vaste tijden, waardoor verkeershinder wordt verminderd, het proces kostenefficiënter wordt en er meer flexibiliteit ontstaat in de planning. De conclusie dat de inzameling efficiënter kan worden georganiseerd, wordt ondersteund door de resultaten van de Benchmark. De acties die de gemeente reeds onderneemt Binnen de gemeente bevinden zich ongeveer 40 locaties met bovengrondse verzamelcontainers. Deze containers, soms tijdelijk, nemen veel ruimte in beslag en hebben daardoor aanzienlijke invloed op de buitenomgeving. Naast deze impact zijn de bovengrondse containers inefficiënt vanwege hun beperkte opslagcapaciteit, wat resulteert in een hogere inzamelfrequentie vergeleken met ondergrondse containers.

Op dit moment onderzoekt de gemeente geschikte locaties om al deze bovengrondse containers te vervangen door ondergrondse exemplaren. De beheerkosten van ondergrondse containers zijn lager dan die van bovengrondse containers, wat een positief effect zal hebben op de inspanningen die nodig zijn voor de inzameling van de containers.

3

2. Serviceniveau Een hoog serviceniveau bij afvalinzameling verhoogt afvalstoffenheffing door extra personeel, voertuigen en brandstof bij frequente inzameling, grofvuilophaling en kostbare inzameling van containers die onterecht zijn overgeslagen bij inzameling. Diverse factoren met betrekking tot het serviceniveau kunnen worden onderzocht om de afvalstoffenheffing te verminderen. Twee van deze factoren betreffen de milieustraat en het grofvuil, die afzonderlijk worden toegelicht. Milieustraat De toegang tot de milieustraat is kosteloos voor inwoners van de gemeente Baarn en, dankzij gedeeld gebruik, ook voor inwoners van de gemeente Eemnes. Er wordt geen vergoeding gevraagd voor een bezoek aan de milieustraat, waardoor het als "gratis" wordt beschouwd. Desalniettemin zijn deze kosten geïntegreerd in de afvalstoffenheffing, wat betekent dat inwoners die er weinig of geen gebruik van maken, ook hiervoor betalen. Diverse factoren kunnen bijdragen aan het optimaliseren van de milieustraat. Hoewel alleen inwoners van Baarn (en Eemnes) gratis toegang hebben tot de milieustraat, is het niet mogelijk om te controleren of de bezoekers daadwerkelijk inwoners zijn van Baarn of Eemnes. Privacywetgeving en het feit dat een legitimatiebewijs alleen de uitgifteplaats aangeeft, maken het onpraktisch voor medewerkers om de woonplaats van elke bezoeker te verifiëren.

Hierdoor bestaat de kans dat ook bezoekers uit naburige gemeenten, waar bijvoorbeeld betaald moet worden voor het gebruik van de milieustraat of waar deze verder weg is, de milieustraat in Baarn bezoeken. De kosten voor afvalverwerking hebben direct invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Bovendien is het door het gebrek aan registratie onduidelijk hoeveel inwoners daadwerkelijk gebruikmaken van de milieustraat en hoe frequent zij deze bezoeken. De huidige situatie biedt geen monitoring, aangezien de benodigde systemen hiervoor ontbreken. Om de situatie eerlijker te maken voor inwoners, kan implementatie overwogen worden van een registratiesysteem. Dit systeem zou kunnen bestaan uit een slagboom, waarvoor alle huishouden een milieupas ontvangen voor toegang tot de milieustraat. Op deze manier hoeft niet actief getoetst te worden of bezoekers daadwerkelijk inwoners zijn van Baarn en kunnen bezoekers sneller en eenvoudig de milieustraat bezoeken. Tevens worden onbevoegden geweerd, kan het aantal bezoekers en, indien gewenst, ook het aantal bezoeken per huishouden worden geregistreerd. Daarnaast biedt het registratiesysteem de mogelijkheid tot een puntensysteem, waarbij bijvoorbeeld alle inwoners acht of 12 keer per jaar gratis de milieustraat kunnen bezoeken.

Per extra bezoek zou de gemeente dan een vergoeding kunnen vragen, waardoor de kosten eerlijker worden verdeeld voor bewoners die weinig of geen gebruik maken van de milieustraat maar de milieustraat wel gratis blijft tot een bepaald aantal bezoeken. Bij de verdeling van beheerkosten voor de milieustraat tussen de gemeenten Baarn en Eemnes wordt momenteel geen rekening gehouden met het aantal bezoekers of de hoeveelheid afval per gemeente. In 2024 zal het kostenallocatiemodel, waarin deze kostenverdeling is opgenomen, opnieuw worden geëvalueerd. Het opnieuw evalueren heeft als doel de kostenverdeling te optimaliseren en eerlijker te maken. De kostenverdeling voor de milieustraat tussen Baarn en Eemnes zal hier onderdeel van zijn.

4

Grofvuil Inwoners van gemeente Baarn kunnen een afspraak maken voor het gratis laten ophalen van grofvuil. Het invoeren van kosten voor het ophalen van grofvuil zal een gunstig effect hebben op de hoogte van de afvalstoffenheffing. De gemeente Zeist heeft een tarief van €20,- ingevoerd voor het aan huis ophalen van grofvuil. Dit heeft geleid tot een daling van ongeveer 25% in het aantal grofvuilaanvragen en een stijging van 25% in bezoeken aan de milieustraat. Bovendien vermindert dit verwerkingskosten, aangezien het grofvuil op de milieustraat beter gescheiden kan worden dan het grofvuil dat aan huis wordt opgehaald. De acties die de gemeente reeds onderneemt Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een elektrische bakfiets voor bewoners, waarmee het voor hen gemakkelijker wordt om op een toegankelijke manier zelf grofvuil naar de milieustraat te brengen. Dit initiatief is met name gericht op mensen zonder auto of degenen die op een milieuvriendelijke manier hun afval willen transporteren naar de milieustraat. De gemeente wil hiermee tevens de drempel voor inwoners verlagen om grofvuil/elektrische apparaten et cetera zelf naar de milieustraat te brengen in plaats van een ophaal afspraak te maken bij RMN. 3.

Afvalscheiding Afvalscheiding levert bruikbare materialen op voor hergebruik en inkomsten voor de gemeente omdat grondstoffen zoals papier, plastic en glas verkocht worden. Maar vrachten met grondstoffen waar zich verontreinigde stoffen (restafval) in bevinden, ontstaan extra kosten omdat de vracht als restafval wordt behandeld, wat de gemeente geld kost voor de verwerking van restafval in plaats van geld oplevert aan schone vracht grondstoffen. De acties die de gemeente reeds onderneemt De gemeente start een communicatiecampagne, die samen met de inzet van recyclingcoaches beoogt een positief effect te hebben op de afvalscheiding. Een communicatiecampagne draagt bij aan een verlaging van de afvalstoffenheffing doordat het bewoners bewust maakt van het belang van afvalscheiding. Door heldere informatie te verstrekken over de juiste manier van scheiden en de voordelen hiervan, wordt verwacht dat bewoners actiever zullen deelnemen aan afvalscheidingsprogramma's. Dit kan leiden tot een efficiëntere afvalscheiding en uiteindelijk tot lagere verwerkingskosten voor de gemeente. Het optimaliseren en uitbreiden van bovengrondse en ondergrondse containers zal de afvalscheiding stimuleren en daarmee de hoogte van de afvalstoffenheffing beïnvloeden.

Het verstrekken van containerinzamelpunten voor grondstoffen op locaties met hoogbouw en centrale punten kan de scheiding van afval effectiever maken, wat op zijn beurt kan leiden tot lagere verwerkingskosten. In 2024 staan deze initiatieven al op de agenda en er wordt er onderzoek uitgevoerd naar strategische locaties voor de inzameling van grondstoffen zoals Groente, fruit en etensresten. Inzameling groente, fruit en etensresten bij hoogbouw. De gemeente Baarn heeft gewacht op de resultaten van de pilot van de gemeente Soest, die in de zomer van 2023 is uitgevoerd, de inzamelvoorzieningen voor groente, fruit en etensresten (GFE) bij hoogbouw. Hoewel de gemeente Soest de eerste bevindingen heeft gedeeld, waarbij met name de

5

aanpak en het type inzamelmiddel werden belicht, ontbreken nog specifieke resultaten met betrekking tot afvalscheiding. Uit de eerste bevindingen van de gemeente Soest blijkt duidelijk dat een weloverwogen keuze moet worden gemaakt wat betreft het type inzamelmiddel. De gemeente Baarn is begonnen met het zoeken naar geschikte locaties voor de inzamelmiddelen en onderzoekt in samenspraak met RMN naar een passend inzamelmiddel voor de gemeente Baarn. Conclusie Er zijn al lopende initiatieven vanuit de gemeente gericht op het optimaliseren van afvalinzameling, het verbeteren van afvalscheiding en het verminderen van beheerskosten. De impact van deze initiatieven zal echter niet van vergelijkbare omvang zijn als bijvoorbeeld de implementatie van DIFTAR. De effecten van DIFTAR voor een gemeente zoals Baarn zouden verder kunnen worden onderzocht. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: - Analyserapport benchmark huishoudelijk afval 2022 - Benchmark rapport Baarn 2022 t.o.v. RMN - Benchmark rapport Baarn 2022 t.o.v. gemeenten uit dezelfde stedelijkheidsklasse - Afvalbeleid Baarn Bijlage Gemeentelijk grondstoffenplan 2015-2025

6

ANALYSE PEILJAAR 2022

Datum:13 november 2023 Status: definitief

De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD, in samenwerking met Rijkswaterstaat en uitgevoerd door Cyclusmanagement.

Pagina 2 van 52

Inhoudsopgave 1. Hoofdlijnen

4

2. Prestaties

8

2.1 Kernprestaties 2.2 Prestaties per stroom 2.3 Bijplaatsingen

8 12 24

3. Best practices

26

3.1 Inzamelstrategieën 3.2 Inzamelmiddelen 3.3 Nascheiding 3.4 Best practice-gemeenten per klasse

26 30 33 34

4. Grondstofketens in kaart

36

5. Over de benchmark

38

Bijlagen

41

Pagina 3 van 52

1. Hoofdlijnen Jaarlijks organiseert de NVRD de benchmark huishoudelijk afval: een prestatiemeting op het gebied van afval en grondstoffenbeheer met als doel de deelnemende gemeenten en inzamelbedrijven te laten leren van elkaar. 'Benchlearning' staat centraal in de deze benchmark. De data die met deze benchmark wordt verkregen maakt het mogelijk om milieu- en kosteneffectiviteitsanalyses te maken. Door de inzamelprestaties te relateren aan gemeentelijke kenmerken, toegepaste inzamelstrategieën en inzamelmiddelen, wordt inzicht verkregen in de effecten van beleidskeuzes.

Dekking 2022

Dit peiljaar deden in totaal 116 gemeenten en inzamelbedrijven mee aan de benchmark. Zij hebben 154 vragenlijsten ingevuld die in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven hebben voor meerdere gemeenten meegedaan of voor meerdere gemeenten een vragenlijst ingevuld). Daarmee beslaat de benchmark 53% van de Nederlandse gemeenten. Verantwoording Deze benchmarkanalyse bevat de geaggregeerde, gemiddelde resultaten van de Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2022. Het is daarmee een samenvatting op hoofdlijnen. De gemiddelde resultaten zijn ongewogen, ofwel iedere (groep) gemeente(n) weegt even zwaar door in de weergegeven gemiddelden. Ofschoon de benchmark een dekkingsgraad heeft van 53% doen ook grote delen van Nederland (met name in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en Friesland) niet mee aan de benchmark. De getoonde gemiddelden zijn dus representatief voor de benchmark en niet voor Nederland als geheel. --> bijlage 2. De door de gemeenten en bedrijven aangeleverde gegevens die aan deze benchmarkanalyse ten grondslag liggen zijn meerdere malen gevalideerd. Extreme onrealistische waarden zijn uitgesloten.

De betrouwbaarheid van de in dit rapport weergegeven gemiddelden wordt mede bepaald door het aantal gemeenten dat hiervoor gegevens heeft aangeleverd (in dit rapport weergegeven met de n-waarde) en de spreiding van de individuele waarden (vooraf gescreend)--> bijlage 2. Post-corona Peiljaar 2022 kan worden gezien als het eerst jaar na de coronajaren 2020 en 2021 dat er weer 'normaal' geleefd, geconsumeerd en afval en grondstoffen afgedankt werden. Vergelijking van peiljaar 2022 met de jaren ervoor, levert in veel gevallen vreemde curves op. De coronajaren 2020 en 2021 waren uiteindelijk niet alleen jaren waarin veel verbouwingen werden verricht en schuren en zolders werden opgeruimd (met veel grof huishoudelijk afval tot gevolg), ook werd er veel thuisgewerkt, met een verschuiving van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval tot gevolg. Het is dan ook niet vreemd dat de totale hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkwam in 2022 10% is afgenomen in vergelijking met de jaren daarvoor --> zie paragraaf 2.1.

Kernprestaties

Ontwikkeling kosten-effectiviteit

Het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer beoogt over het algemeen zo min mogelijk ongescheiden restafval (te realiseren door preventie, reparatie en hoogwaardig hergebruik) tegen zo laag mogelijke kosten. De hoeveelheid afval die na bron- en nascheiding resteert en naar de afvalverbranding wordt afgevoerd is een kernprestatie-indicator in deze benchmark, ook wel de hoeveelheid restafval genoemd. In 2022 bedroeg de gemiddelde hoeveelheid restafval in de benchmark 145 kilogram per inwoner, 10% minder dan in 2021. Ook ten opzichte van de pre-corona jaren 2018-2019 is dat een sterke daling en lijkt dit het gevolg van de afnemende economische groei en afnemende hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkomt.

Pagina 4 van 52

De totale kosten die met het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer gemoeid gaan is een andere belangrijke kernprestatie-indicator in deze benchmark, ook wel de totale beheerkosten genoemd. In 2022 bedroegen de gemiddelde totale beheerkosten €209,- per huishouden, 4% hoger dan in 2021. Op basis van de afname van de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval zou juist een kostenafname te verwachten zijn. De loon- en prijsinflatie die in 2022 opdoemde, lijkt hier de oorzaak te zijn--> zie paragraaf 2.1.

Restafval (kg/inw)

Per hoogbouwklasse Hoogbouw De omstandigheden voor het goed scheiden van afval 300 zijn in de hoogbouw minder gunstig dan in de laagbouw. De geringe beschikbare binnen- en buitenruimte speelt 250 daarbij een belangrijke factor. Omdat de mate van hoogbouw sterk prestatiebepalend is, maar hierop A 200 nauwelijks invloed is uit te oefenen, zijn de gemeenten in de benchmark ingedeeld in hoogbouwklasses. De B 150 gemeenten in klasse D (0 tot 19% hoogbouw; n=55) C hebben bijna twee keer zo weinig restafval dan de D 100 gemeenten in klasse A (50 tot 100% hoogbouw; n=15). Daarnaast zijn ook de totale beheerkosten van de 50 gemeenten in klasse D substantieel lager dan in klasse 180 200 220 A. Uit de gehele data-analyse van de benchmark blijkt Beheerkosten (€ per huish) een sterke correlatie tussen de hoeveelheid restafval en de hoogte van de beheerkosten: hoe minder restafval, hoe lager de beheerkosten. De verschillen in kosteneffectiviteit tussen de klassen B (n=41) en C (n=43) zijn minder groot.

240

Restafval (kg/inw)

Diftar versus geen diftar Tariefdifferentiatie 250 Een andere sterk prestatiebepalende factor in de benchmark is tariefdifferentiatie (ook wel diftar genoemd): huishoudens betalen naar rato de 200 hoeveelheid of het aantal keer restafval wordt Geen diftar aangeboden. Diftar blijkt een zeer sterke stimulans te 150 zijn voor afvalscheiding en het reduceren van restafval. In alle hoogbouwklassen hebben diftar-gemeenten significant minder restafval en lagere kosten dan Diftar 100 gemeenten die geen diftar hebben toegepast. Over de gehele benchmark (alle hoogbouwklasses samen) 50 hebben diftargemeenten (n=71) 43% minder restafval 180 200 220 240 en 13% lagere beheerkosten dan niet-diftargemeenten Beheerkosten (€ per huish) (n=83)-->paragraaf 3.1. Zonder tariefdifferentiatie is het praktisch onmogelijk om de hoeveelheid restafval te reduceren onder de 100 kg per inwoner. Slechts 1 gemeente die aan de benchmark heeft meegedaan heeft minder dan 100 kg restafval, zonder diftar te hebben ingevoerd-->paragraaf 2.1.

Servicedifferentiatie Zowel gemeenten met als zonder diftar zetten momenteel in op servicedifferentiatie om inzamelprestaties (verder) te verbeteren. Servicedifferentiatie is een combinatie van serviceverlaging op de restafvalinzameling (minder vaak inzamelen 'aan-huis' of geheel vervangen door wijkverzamelcontainers = restafval op afstand) en serviceverhoging op grondstoffeninzameling (extra containers of vaker inzamelen). Met andere woorden, de service wordt verlegd van restafval naar grondstoffen waardoor een extra impuls wordt gegeven aan afvalscheiding en het reduceren van restafval. Diftar-gemeenten met servicedifferentiatie (n=53) hebben gemiddeld 21% minder restafval en 6% lager kosten dan diftargemeenten zonder servicedifferentiatie (n=18). Niet-diftargemeenten met servicedifferentiatie (n=52) hebben 7% minder restafval en 4% hogere kosten dan gemeenten zonder servicedifferentiatie (n=31). Servicedifferentiatie is dus een effectieve strategie in het reduceren van restafval. De verschillen in beheerkosten zijn minder significant --> paragraaf 3.1.

Pagina 5 van 52

Restafval (kg/inw)

Per inzamelstrategie Combinatie van inzamelstrategieën 250 In de praktijk worden ook vaak combinaties van inzamelstrategieën toegepast. Hiernaast zijn de combinaties van inzamelstrategieën weergegeven op de 200 Basis gemiddelde hoeveelheid restafval (inclusief grof Servicedifferentia restafval en gecorrigeerd voor nascheiding) en totale 150 beheerkosten. Tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie laat de beste resultaten zien. Deze Tariefdifferentiatie strategie resulteert in 49% minder restafval en 12% 100 Tarief- en servicedifferentiatie lagere beheerkosten ten opzichte van het basissysteem (zonder tarief- en servicedifferentiatie). 50 180

200

220

240

Beheerkosten (€ per huish)

Inzamelmiddelen Serviceverhoging op grondstoffeninzameling kan worden bereikt door grondstoffen zoveel mogelijk op te halen aan huis (indien mogelijk) in plaats van ze te laten brengen naar verzamelcontainers in de wijk. Ook het soort ophaalmiddel maakt uit. De minicontainer levert over het algemeen de hoogste respons op van de ophaalmiddelen. Een minicontainer voor oud papier en karton (n=73) levert gemiddeld 17% meer kilo's per aangesloten huishouden op dan losse bundels (n=44) en 67% meer dan verzamelcontainers (n=83). Een minicontainer voor PMD (n=38) levert gemiddeld 32% meer op dan de zak (n=35) en 146% meer dan de verzamelcontainer (n=45)**. Deze effecten kunnen echter mede het gevolg zijn van andere verschillen in het inzamelsysteem (bijvoorbeeld tariefdifferentiatie)--> paragraaf 3.2. Het effect van het soort inzamelmiddel en de toegepaste inzamelstrategie op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen (aanwezigheid van stoorstromen en vervuiling) kan door het geringe aantal opgegeven waardes niet worden vastgesteld in deze benchmark. Oud papier en karton

Plastic, metalen en drankenkartons

100

150 105 90 63

50 0

BENCHMARK Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer

pmd (kg/huish.)

opk (kg/huish.)

150

100 79 60

50 0

32

BENCHMARK Minicontainer Zak Verzamelcontainer

Nascheiding Met nascheiding wordt vooral het mechanisch nascheiden van pmd uit het ongescheiden restafval bedoeld. In de benchmark onderscheiden we drie groepen: gemeenten die pmd alleen aan de bron scheiden, gemeenten die pmd alleen nascheiden en gemeenten die zowel aan bron- als nascheiding van pmd doen. Bij deze laatste groep gaat het vooral om 'aanvullende nascheiding' in woonbuurten waar bronscheiding onvoldoende resultaat oplevert (met name hoogbouw). De hoeveelheid gescheiden pmd van de groep 'uitsluitend bronscheiding' (n=76) bedraagt gemiddeld 30 kg per inwoner, die van de groep 'uitsluitend nascheiding' (n=19) 20 kg per inwoner, en van de groep 'zowel bron als nascheiding' (n=59) 32 kg per inwoner. Helemaal zuiver vergelijkbaar zijn deze indicatoren niet omdat het meetpunt van brongescheiden pmd niet gelijk is aan die van nagescheiden pmd--> paragraaf 3.3.

** Omdat er voor oud papier en pmd soms meerdere inzamelsystemen per huishouden worden toegepast overstijgt het aantal metingen (som van n-waarden) de totale benchmarksteekproef.

Pagina 6 van 52

Dat afvalscheiding lonend is bewijst de nevenstaande figuur waarin de gemiddelde kosten van inzameling en verwerking van restafval zijn afgezet tegen die van vijf belangrijke grondstoffen (exclusief vergoedingen Afvalfonds). Geconstateerd kan worden dat de totale inzamel- en verwerkingskosten per ton voor bijna alle grondstoffen lager liggen dan die voor restafval. Dit komt mede door de verbrandingsbelasting die van rijkswege is opgelegd aan restafval, en die bij de kosten van restafval zijn opgeteld.

kosten (€/ton)

Kosten per afval- en grondstofstroom Afvalscheiding loont De benchmark laat een sterke correlatie zien tussen de 500 mate van afvalscheiding en de beheerkosten. 475 450 Gemeenten die het meest succesvol zijn in het 425 400 stimuleren van afvalscheiding en het reduceren van 375 336 350 restafval hebben ook de laagste beheerkosten --> 325 300 paragraaf 3.4. 275

250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0

235

189

52

58

72

BENCHMARK opk textiel restafval pmd

glas

gft

Pagina 7 van 52

2. Prestaties 2.1 Kernprestaties De Benchmark Huishoudelijk Afval maakt de milieu- en kosteneffectiviteit van gemeentelijke inzamelsystemen inzichtelijk. De kernprestatie-indicatoren hierbij zijn:

In peiljaar 2022 kwam er gemiddeld 463 kilogram per inwoner aan huishoudelijk afval vrij, waarvan 68% werd gescheiden ten behoeve van hergebruik en 32% - 145 kg per inwoner - belandde in de verbrandingsoven. De totale beheerkosten die gemoeid zijn met het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeheer bedroegen in 2022 €209,- per huishouden. In deze paragraaf worden deze kernprestaties van de benchmark verder geanalyseerd. Prestaties van de individuele afvalstromen en best practices komen in de hoofdstukken hierna aan bod.

Huishoudelijk afval Huishoudelijk afval is in de benchmark gedefinieerd als zijnde al het afval (gescheiden + ongescheiden) dat bij particuliere huishoudens vrijkomt. Het voorkomen dat huishoudelijk afval vrijkomt (afvalpreventie) is een steeds belangrijker uitgangspunt in het landelijk afvalbeleid. In het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) is een doelstelling opgenomen van maximaal 400 kilogram per inwoner per jaar. In de benchmark bedroeg de hoeveelheid huishoudelijk afval in 2022 gemiddeld 463 kilogram per inwoner, 10% minder dan in 2021. De afname zat zowel in de gescheiden als ongescheiden afvalstromen. 2022 was een overwegend droog jaar waardoor er minder loof en takken van de tuinen afkwam met minder gft en grof tuinafval tot gevolg. Ook de hoeveelheid puin en hout dat vrijkwam in 2022 was beduidend minder dan in de coronajaren daarvoor.

Pagina 8 van 52

10% van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark hebben een doelstelling voor het totale aanbod huishoudelijk afval geformuleerd. Steeds meer gemeenten onderkennen de importantie van een huishoudelijk afval-doelstelling om te kunnen nagaan wat het effect van het gevoerde afvalpreventiebeleid is. (n=154) 800

728

446

400

393

300

334

347

600 500

589 474

483

463

398 298

298

486

505

495

489

528

514 463

400 300 200

BENCHMARK

2022

2021

2020

2019

2018

2017

0

2016

KLASSE D

100

KLASSE C

200

448

KLASSE B

500

543

728

kg per inwoner

600

KLASSE A

kg per inwoner

700

Gemeenten met veel hoogbouw (klasse A) produceren over het algemeen minder afval en grondstoffen per inwoner per jaar dan huishoudens met veel laagbouw (klasse D). De kleinere huizen en geen tuinen in de hoogbouw zorgen voor minder afvalaanbod. Voorts valt ook de grote spreiding binnen de hoogbouwklassen op, vooral in hoogbouwklasse D. Het aanbod grof huishoudelijk afval (verschillen in acceptatiebeleid) is daarbij bepalend.

Afvalscheiding In de benchmark werd in 2022 gemiddeld 68% van al het vrijkomende huishoudelijk afval (bron- of na)gescheiden ten behoeve van hergebruik. Dat is exact hetzelfde scheidingspercentage als in 2021. De hoeveelheid gescheiden grondstoffen nam wel af tot 318 kilogram per inwoner, met name als gevolg van minder gft-aanbod (minder tuinafval als gevolg van droogte) en pmd. Maar doordat ook de restafvalstromen in hoeveelheid afnamen bleef dus het scheidingspercentage nagenoeg constant.

(n=154)

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

28%

64%

65%

66%

66%

68%

68%

40 20 0

2022

39% 28%

59%

2021

58%

60

2020

53%

KLASSE B

20

68

62

48

40

77 70

2019

60

80

2016

65%

92%

2018

76%

92%

Scheidings%

80

KLASSE A

Scheidings%

85%

2017

100

De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn groot. Daar waar er in hoogbouwklasse A slechts 48% van het huishoudelijk afval wordt gescheiden is dat in hoogbouwklasse D gemiddeld 77%. De minder optimale scheidingsomstandigheden bij gemeenten met veel hoogbouw speelt een belangrijke rol.

Pagina 9 van 52

Niet alleen de hoeveelheid maar ook de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen is van groot belang en bepaalt in grote mate de recyclingmogelijkheden van het materiaal. Een manier om de kwaliteit van de brongescheiden grondstoffen te meten is door periodiek sorteeranalyses op de grondstoffen uit te voeren. Daarmee kan het gewichtspercentage aan vervuiling en stoorstromen per ingezamelde grondstof worden vastgesteld. Lang niet iedere gemeente laat sorteeranalyses op de ingezamelde grondstoffen uitvoeren. Vanwege de beperkte aangeleverde data kunnen in deze analyse helaas geen betrouwbare kwaliteitsindicatoren worden gepresenteerd.

Restafval Restafval is de hoeveelheid afval die na bron- en nascheiding verbrand wordt, inclusief het grof restafval en het verbouwingsrestafval. Op deze indicator is veelal de gemeentelijke doelstelling van het afval- en grondstoffenbeleid gebaseerd. In het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) is een ambitie opgenomen van maximaal 100 kilogram per inwoner per jaar. In de benchmark bedroeg de hoeveelheid restafval in 2022 gemiddeld 145 kg per inwoner. Ten opzichte van 2021 is dat een afname van 10%. Het verschil tussen de hoogbouwklasses is groot. In hoogbouwklasse A is de hoeveelheid restafval bijna twee keer zo hoog als in hoogbouwklasse D (203 kg/inw. versus 112 kg/inw).

(n=154) 200

178

162

145

100 50 0

2022

41

150

165

2021

41

170

2020

76

182

2019

KLASSE A

0

112 89

50

145

198

2018

139

144

kg per inwoner

169

196

BENCHMARK

100

203

KLASSE D

150

217

KLASSE B

kg per inwoner

250 200

281

2017

281

2016

279

KLASSE C

300

Best practice De gemeenten met de minste hoeveelheid restafval in deze benchmark peiljaar 2022 zijn de gemeenten Land van Cuijk en Boekel met 41 kg per inwoner. Land van Cuijk en Boekel (101737 inw, 16% hoogbouw) hebben tariefdifferentiatie met een betaalzak (alleen voor restafval) en zamelen de meeste grondstoffen met een hoge frequentie aan huis in. Tariefdifferentiatie (ook wel diftar genoemd: huishoudens betalen naar rato de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden) blijkt een zeer bepalende factor te zijn in het stimuleren van afvalscheiding en het verminderen van restafval. Zeker als het toegepast wordt met servicedifferentiatie, een combinatie van serviceverlaging bij de restafvalinzameling en serviceverhoging bij de grondstofinzameling. In alle hoogbouwklassen hebben diftar-gemeenten (al dan niet met servicedifferentiatie) significant minder restafval dan gemeenten die geen diftar hebben toegepast --> paragraaf 3.1. Een bijzondere vermelding verdient de Limburgse gemeente Peel en Maas. Dit is de enige gemeente in de benchmark die zonder tariefdifferentiatie en ook zonder servicedifferentiatie de hoeveelheid restafval heeft gereduceerd tot onder de 100 kg per inwoner. Fijn restafval wordt 26 x per jaar in zakken ingezameld. De meeste grondstoffen (gft, pmd, papier) worden in hoge frequentie aan huis ingezameld.

Gft/e wordt tot bijna wekelijks (44 keer per jaar) ingezameld. Voor het aanbieden van grof huishoudelijk afval (zowel halen als brengen) moet worden betaald.

Pagina 10 van 52

Beheerkosten De totale beheerkosten betreffen alle directe en indirecte kosten die gemoeid zijn met het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer. Deze kernindicator van de benchmark wordt uitsluitend over de participerende regiegemeenten in de benchmark berekend. De totale beheerkosten bestaan uit a) de directe kosten van inzameling, op-, overslag en verwerking, b) de indirecte kosten (overhead) die ten laste komen van de afvalstoffenheffing en c) (min-kosten) de vergoedingen voor onder producentenverantwoordelijkheid vallende grondstoffen en verwerkingsopbrengsten. Kosten die geen deel uitmaken van de totale beheerkosten zijn: kwijtscheldingskosten, btw-compensatie, kosten voor zwerfafval en bedrijfsafval. Om deze reden kunnen de totale beheerkosten lager uitvallen dan de gemeentelijke afvalstoffenheffing. In 2022 bedroegen de totale afvalbeheerkosten van de participerende regiegemeenten gemiddeld 209,per huishouden. Dat is 4% hoger dan in 2021. Op basis van de afnemende hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval zou eerder een afname van de kosten verwacht mogen worden. De kostentoename vindt dan ook eerder z'n oorzaak in de toegenomen tarieven en prijzen (inflatie) dan in de hoeveelheden. Ook bij de totale beheerkosten zijn er verschillen tussen de hoogbouwklassen.

Bij de gemeenten met veel hoogbouw (klasse A) bedragen de totale beheerkosten gemiddeld € 225,- per huishouden, 14% meer dan bij gemeenten met weinig hoogbouw (klasse D) waar de totale beheerkosten gemiddeld € 198,- per huishouden bedragen. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij Huishoudelijk Afval, Afvalscheiding en Restafval.

(n=105)

250

210

198

209

184

150

129

127

KLASSE D

BENCHMARK

KLASSE C

127

KLASSE B

100

157

162

201

210

175

100 50 0

2022

213

150

168

2021

225

200

178

2020

250

209

200

2019

303

2018

297

2017

303

2016

280

290

€ per aansluiting

300

KLASSE A

€ per aansluiting

350

Pagina 11 van 52

2.2 Prestaties per stroom Fijn restafval Hoeveelheden In 2022 bedroeg de hoeveelheid fijn restafval gemiddeld 125 kg per inwoner. Met fijn restafval wordt bedoeld het ongescheiden afval dat aan huis of in de wijk wordt ingezameld. De hier weergegeven cijfers zijn dus exclusief grof restafval. De nagescheiden grondstoffen zijn op de getoonde cijfers in mindering gebracht. Na een kortstondige stijging in coronajaar 2020 is de trend weer dalend. Ten opzichte 2021 is de hoeveelheid fijn restafval met 9% afgenomen. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) was de hoeveelheid in kilogram per inwoner bijna 2 keer zo hoog als in hoogbouwklasse D (0 tot 19% hoogbouw). De scheidingsomstandigheden bij gemeenten met veel hoogbouw zijn minder ideaal dan bij gemeenten met weinig hoogbouw, waardoor er meer ongescheiden restafval overblijft. (n=154)

176 125 93

2022

2021

BENCHMARK

125

0

2020

27

138

50

2016

27

151

100

62

KLASSE D

76

KLASSE A

125

145

2019

115

150

2018

148

160

150

2017

180

50 0

178

205

150 100

200

263

KLASSE C

200

263

KLASSE B

kg per inwoner

250

248

kg per inwoner

300

Samenstelling De meeste gemeenten laten periodiek hun fijn restafval analyseren op samenstelling (n=153). Zo kan het scheidingspotentieel worden vastgesteld: wat zit er nog aan herbruikbare grondstoffen in het restafval die ook gescheiden ingezameld hadden kunnen worden. De gemiddelde samenstelling van het ongescheiden fijn restafval laat zien dat er onder andere nog 35% groente-, fruit- en tuinafval (gft), 8% papier en 9% plastic verpakkingen, metalen en drankenkartons (pmd) in zit. Dat komt neer op 44 kg gft, 10 kg papier en karton en 11 kg pmd per inwoner. Door betere scheiding van het fijn huishoudelijk afval zou de hoeveelheid fijn restafval nog verder kunnen dalen.

35%

39%

5%

gft opk pmd glas textiel overig

8% 4%

9%

Pagina 12 van 52

Kosten Voor restafval bedroegen de kosten in 2022 gemiddeld € 73,- per huishouden, waarvan € 34,inzamelkosten (personeel, materieel en/of uitbestede kosten), en € 38,- overslag en verwerkingskosten. Het grote verschil tussen hoogbouwklasse A en D (bijna een factor 2) wordt veroorzaakt door de verschillen in de hoeveelheid ingezameld en verwerkt restafval. Per ton restafval bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2022 gemiddeld € 235,-. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij de kosten per huishouden. De ontwikkeling van de inzamel- en verwerkingskosten van restafval zijn weergegeven in bijlage 3.

38

27

34

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

122

237

242

235

116

117

119

121

125

117

BENCHMARK

35

29

126

150

223

KLASSE D

35

57

242

100 50 0

116

101

KLASSE B

50

36

€ per ton

50

73

71

BENCHMARK

45

KLASSE D

80

KLASSE C

56

0

200

106

KLASSE B

100

250

KLASSE A

€ per aansluiting

150

KLASSE C

Per ton (n=110)

KLASSE A

Per huishouden (n=110)

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

Pagina 13 van 52

Groente-, fruit- en tuinafval Hoeveelheden In 2022 werd er gemiddeld 104 kg per inwoner aan gft gescheiden ingezameld, 9% minder dan in het jaar daarvoor. De afname lijkt het gevolg van het droge, niet groeizame weer in 2022, waardoor er minder tuinafval vrijkwam. Dit kan ook worden opgemaakt uit de hoeveelheid gft die in het fijn restafval zit, die eveneens een afname laat zien (van 50 kg in 2021 naar 44 kg per inwoner in 2022). In hoogbouwklasse D werd bijna 5 keer meer gft ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Betere scheidingsomstandigheden (meer ruimte in en rond de woningen voor inzamelmiddelen) en de aanwezigheid van meer en grotere tuinen (dus meer tuinafval) verklaren het verschil. (n=154) 120 183

114 104

96

80 60 40 20

2022

2021

0

BENCHMARK

1

2020

37

KLASSE D

KLASSE A

1

35

KLASSE C

45

30

0

104

80

51

50

110

115

107

2019

100

137

107

2018

117

109

2017

150

100

2016

200

213

kg per inwoner

213

KLASSE B

kg per inwoner

250

Best practice De best presterende gemeente in 2022 was Meerssen met 213 kg gft per inwoner. Deze diftargemeente (18581 inw, 18% hoogbouw) zamelt gft 26x per jaar in met minicontainers. Tuinafval mag daarbij naast de minicontainer worden aangeboden. Er wordt geen variabel tarief op gft geheven. Uit de benchmark blijkt dat in iedere hoogbouwklasse het soort inzamelmiddel voor gft sterk prestatiebepalend is --> paragraaf 3.2. Dat geldt minder voor de inzamelfrequentie. Gemeenten met een wekelijkse inzameling gedurende de zomermaanden zamelen niet meer gft in dan gemeenten die dat niet hebben. 27% van de gemeenten die aan de benchmark hebben meegedaan hebben een gratis keukenbakje verstrekt: 5% bij alle huishouden, 7% bij alleen hoogbouw en 15% op pilotbasis--> bijlage 5.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag, en verwerking van gft bedroegen in 2022 gemiddeld € 37,- per huishouden. Bij hoogbouwklasse D zijn de kosten per huishouden ruim 2 keer hoger dan in hoogbouwklasse A. Dit komt doordat in klasse D substantieel meer gft wordt ingezameld en verwerkt per huishouden dan in klasse A. Per ton bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2022 gemiddeld € 189,-. De kosten per ton bij hoogbouwklasse A zijn beduidend hoger dan bij de overige klassen.

77

200 0

195 271

71

175 63

123

111

142

189 66

82

123

BENCHMARK

23

348

KLASSE D

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

14

400

KLASSE C

26

37

KLASSE B

19

KLASSE A

46

€ per ton

19

24

KLASSE C

0

14

11

14

KLASSE B

19

38

BENCHMARK

31

Per ton (n=110)

KLASSE D

50

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=110)

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

Pagina 14 van 52

Oud papier en karton Hoeveelheden De hoeveelheid oud papier en karton die (gescheiden en ongescheiden) bij huishoudens vrijkomt laat al jaren een afname zien. De digitalisering van de samenleving en de afname van huis aan huis bezorging van reclamefolders en wijkbladen zijn daar de oorzaak van. Inmiddels heeft bijna een kwart van de in de benchmark participerende gemeenten een opt-in systeem voor reclamefolders en huis-aan-huisbladen ingevoerd (ja-ja-sticker) --->bijlage 5. In 2022 werd er 46 kg per inwoner gescheiden ingezameld, 10% minder dan in 2021. Analyse van het restafval laat zien dat er gemiddeld 10 kg per inwoner ongescheiden in het fijn restafval zit. (n=151) 71

60

71

63 54 43

39

40

52

28

29

17

0

46

36

29

20

47

50

17

kg per inwoner

60

54

56

53

51

51

51 46

40 30 20 10

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE A

0

KLASSE B

kg per inwoner

80

Best practice Gemeente Bunnik is de best-presterende gemeente met 71 kg per inwoner. Deze gemeente met servicedifferentiatie (15590 inw, 17% hoogbouw) zamelt bij de laagbouw oud papier en karton in met minicontainers in een frequentie van 13x per jaar. De inzameling gebeurt in samenwerking met verenigingen die de beladers leveren. Bij de hoogbouw staan verzamelcontainers opgesteld. Ook voor opk geldt dat het soort inzamelmiddel sterk prestatiebepalend is. Minicontainers leveren verreweg de hoogste respons--> paragraaf 3.2. Bij bijna driekwart van de gemeenten gebeurt de inzameling in samenwerking met verenigingen --> bijlage 5.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van oud papier en karton, minus de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 5 per huishouden. Bepalende factor is de papierprijs die over de jaren heen zeer fluctueert. Ten opzichte van 2021 zijn de kosten met een factor 2 toegenomen, nadat ze in 2021 ten opzichte van het jaar daarvoor met een factor 4 waren afgenomen. De gemiddelde kosten per hoogbouwklasse laten vooral in klasse A een uitschieter zien. De kosten per ton voor de inzameling en verwerking van oud papier en karton bedroegen in 2022 gemiddeld € 52,-.

0

48

40

52

BENCHMARK

28

KLASSE C

100

KLASSE D

Inzamel- en verwerkingskosten

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

2

150

KLASSE B

5

200

KLASSE A

5

€ per ton

5

5 0

Per ton (n=107)

8

KLASSE B

10

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=107)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 15 van 52

Pmd Hoeveelheden Pmd staat voor plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons. In 2022 werd er in de benchmark gemiddeld 29 kg per inwoner aan pmd bron- en nagescheiden, waarbij het afgekeurde brongescheiden pmd niet is meegerekend. Voor het eerst is er sprake van een afname ten opzichte van het voorgaand peiljaar, en wel met 10%. Ook het ongescheiden pmd in het restafval laat een lichte afname zien (van 12 naar gemiddeld 11 kg per inwoner). De verschillen tussen de hoogbouwklassen worden steeds kleiner doordat steeds meer klasse A-gemeenten met veel hoogbouw overgaan op volledige nascheiding. Bronscheiding bij de hoogbouw levert over het algemeen weinig kilo's pmd op. (n=146)

17 11

6

20

25 22 18

15

BENCHMARK

KLASSE A

0

6

KLASSE D

8

KLASSE C

10

25

29

26

2022

29

2021

32

2020

24

20

30

32

30

2019

27

30

2018

35

30

35

45

2017

44

2016

40

45

kg per inwoner

45

KLASSE B

kg per inwoner

50

Best practice De gemeente met de meeste kilo's gescheiden pmd in deze benchmark is Lisse met 45 kg per inwoner. Deze voormalige diftargemeente (23015 inw, 31% hoogbouw) zamelt het pmd bij de laagbouw met minicontainers in (26 x per jaar) en heeft bij de hoogbouw verzamelcontainers geplaatst in een dichtheid van 1 container op 100 huishoudens. Er wordt geen pmd nagescheiden uit het restafval. Of Lisse ook de best-practice is is mede afhankelijk van de kwaliteit van het brongescheiden pmd en de aanwezigheid van stoorstromen. Voor Lisse is daar geen data voor aangeleverd. In z'n algemeenheid kan worden gesteld dat het soort inzamelmiddel voor pmd sterk bepalend is voor de hoeveelheid pmd die brongescheiden wordt ingezameld, zo blijkt uit de benchmark. Minicontainers leveren de hoogste respons op, zowel bij diftar als niet-diftargemeenten --> paragraaf 3.2.

Kosten De inzamelkosten voor brongescheiden pmd bedroegen in 2022 gemiddeld € 19,3 per huishouden. Voor pmd is producentenverantwoordelijkheid van toepassing. Voor de inzameling ontvangen gemeenten een vergoeding van het bedrijfsleven (Afvalfonds) terwijl de verwerkingskosten en opbrengsten veelal direct tussen het bedrijfsleven en de verwerkers worden verrekend. Om die reden worden in de benchmark alleen de inzamelkosten (excl. inzamelvergoeding) belicht. Per brongescheiden ton pmd bedroegen de totale inzamelkosten in 2022 gemiddeld € 336,-. Door de lage respons zijn de inzamelkosten per ton in klasse A bijna 2 keer hoger dan in de overige hoogbouwklassen. De kostenontwikkeling van pmd is weergegeven in bijlage 3.

326

295

336

BENCHMARK

326

KLASSE D

0

616

KLASSE C

500

KLASSE B

1000

KLASSE A

19,3

BENCHMARK

22,5

KLASSE D

20,6

KLASSE C

0

12,9

KLASSE B

20

15,4

€ per ton

Per ton (n=94)

40

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=94)

Pagina 16 van 52

Glasverpakkingen Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid glasverpakkingen die in 2022 gescheiden werd, bedroeg 22 kg per inwoner. Ook hier is een afname waarneembaar ten opzichte van voorgaand peiljaar, en wel met 4%. Het verschil tussen hoogbouwklasse A met de overige hoogbouwklassen is groot: in klasse A wordt bijna een kwart minder glas ingezameld dan in de overige klassen. Analyse van het restafval laat zien dat er nog gemiddeld 5 kg per inwoner aan glas ongescheiden in het restafval zit. (n=153) 25

40

42 36

34

30 23

20

17

10

22

23

23

15

15

15

10

0

22

kg per inwoner

42

10

20

22

21

21

22

24

23

22

15 10 5

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE A

0

KLASSE B

kg per inwoner

50

Best practice Gemeente Bergen NH is in deze benchmark de gemeente die het meeste glas inzamelde in 2022, namelijk 42 kg glas per inwoner. Deze gemeente met servicedifferentiatie (29723 inw, 29% hoogbouw) zamelt glas in met (ondergrondse) verzamelcontainers in een dichtheid van 1 container op 416 huishoudens. Kanttekening is wel dat Bergen NH ook een bovengemiddelde hoeveelheid glas in het restafval heeft zitten (7,9 kg per inwoner). Er komt dus sowieso veel glas vrij bij de huishoudens in Bergen NH. Glas wordt vrijwel uitsluitend ingezameld met boven- dan wel ondergrondse verzamelcontainers (glasbakken). De gemiddelde dichtheid is 1 container op 522 huishoudens. Enkele gemeenten zamelen glas ook huis-aan-huis in, veelal in combinatie met oud papier en textiel. In afwijking tot wat bij veel grondstoffen wel het geval is, levert het aan-huis ophalen van glas niet meer kilo's op dan het laten brengen naar verzamelcontainers. De kosten van een haalsysteem zijn wel beduidend hoger.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van glasverpakkingen, inclusief de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 3,4 per huishouden. De totale kosten per ton bedroegen gemiddeld € 72,-.

Per ton (n=109)

Inzamel- en verwerkingskosten

59

61

78

72

BENCHMARK

BENCHMARK

106

50 0

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

2

100

KLASSE D

3.4

3.1

KLASSE C

2.7

KLASSE B

3.3

KLASSE A

4

150 4.2

€ per ton

6

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=109)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 17 van 52

Textiel Hoeveelheden De hoeveelheid gescheiden ingezameld textiel in 2022 bedroeg gemiddeld 4,6 kg per inwoner, een fractie meer dan het jaar daarvoor. In hoogbouwklasse D werd bijna 2x meer textiel per inwoner ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat er nog gemiddeld 6,2 kg textiel per inwoner ongescheiden in het restafval zit. (n=146) 6

9.3

7.9

4.6

2.7

4.6

3 2

0

2022

0.2

BENCHMARK

0.2

KLASSE A

0

4.5

1

1.5

KLASSE D

1.3

1.2

KLASSE C

2

4.6

2021

5.2

5.1

2020

4.6

4.9

2019

4.4

2017

4.2

4

4

4.8 4.2

2016

6

5

kg per inwoner

8

2018

9.3

8.9

KLASSE B

kg per inwoner

10

Best practice Gemeente Oude-IJsselstreek (39387 inwoners, 15% hoogbouw) zamelt de meeste kilo's textiel gescheiden in: 9,3 kg textiel per inwoner. Ongeveer een derde daarvan wordt aan-huis ingezameld met de zak (gemiddeld 3 x per jaar) en twee derde wordt ingezameld via de textielcontainers. Deze containers staan in een dichtheid van 1 op 614 huishoudens. De gemiddelde dichtheid in de benchmark waarop textielcontainers worden geplaatst is 1 op 1554 huishoudens. De ophaalfrequentie bedroeg in 2022 gemiddeld 5 x per jaar, berekend over alleen de gemeenten die dat daadwerkelijk doen (n=118). Zij halen daarmee gemiddeld 0,8 kg per inwoner aan textiel op. Dit gebeurt veelal in aanvulling op de textielcontainers die in de gemeente staan opgesteld. Van de top 10 van gemeente met het hoogste textielaanbod hebben er 7 een gecombineerd haalbrengsysteem.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van textiel, inclusief de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 0,82 per huishouden. Daar waar textiel een aantal jaren geleden nog per saldo geld opbracht, kost het nu per saldo geld --> bijlage 3. Ofwel de inzamelkosten worden niet volledig gecompenseerd door de opbrengsten. Doordat sommige gemeenten de opbrengsten aan de charitatieve instellingen laten, en andere gemeenten dat niet doen, liggen de netto kosten van textiel per gemeente sterk uiteen. De kosten per ton bedroegen in 2022 gemiddeld € 112,-.

168 112

BENCHMARK

33

KLASSE D

0

52

KLASSE C

100

137

KLASSE B

BENCHMARK

KLASSE D

Inzamel- en verwerkingskosten

200

KLASSE A

0.82

0.28

KLASSE C

0

0.34

KLASSE B

1

0.99

1.27

€ per ton

Per ton (n=82)

2

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=82)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 18 van 52

Overig fijn huishoudelijk afval Luiers

1.3

0.2

0.2

8.8

8

8.8

7.4

6

4.7

4.8

4

3.5

3.2

2

1.7

0

0

0.8

0.1

KLASSE C

0.5

1.3

BENCHMARK

0.8

0.3

1.4

KLASSE C

0.8

1.4

KLASSE B

0

1.2

KLASSE A

1

2.2

2.1

2

KLASSE D

3

3.1

kg per inwoner

3.1

0

BENCHMARK

10

KLASSE D

(n=38)

4 kg per inwoner

(n=150)

KLASSE B

KCA

In 2022 werd gemiddeld 1,3 kg per inwoner aan klein chemisch afval ingezameld. Over de hoogbouwklassen B t/m D liggen de resultaten vrij dicht bij elkaar. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) blijft de gemiddelde hoeveelheid gescheiden kca iets achter. Analyse van het ongescheiden restafval laat zien dat er gemiddeld nog 0,5 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De best presterende gemeente (een diftargemeente in hoogbouwklasse D) zamelde 3,1 kg per inwoner in.

In 2022 werd gemiddeld 0,9 kg per inwoner aan luiers en incontinentiemateriaal apart ingezameld. Dit cijfer is berekend over de 38 gemeenten die hiervoor cijfers hebben aangeleverd in de benchmark. Analyse van het restafval laat zien dat er gemiddeld nog 9,3 kg per inwoner in het restafval zit (n = 128). De best presterende gemeente is een diftargemeente in hoogbouwklasse D en zamelde 8,8 kg per inwoner in.

Frituurvet

Nagescheiden stoffen

(n=103)

(n=39)

0.02

KLASSE B

0.01

KLASSE A

0.0

0.04

0.03

0.13

0.01

In 2022 werd gemiddeld 0,13 kg per inwoner aan frituurvet ingezameld, veelal ingezameld via de milieustraat. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) werd gemiddeld 0,05 kg ingezameld, terwijl in hoogbouwklasse D 0,14 kg werd ingezameld. De best presterende gemeente zamelde 0,37 kg per inwoner in.

60 44

40 20 0

47 30

29

1

21 12

12

1

1

3

1

BENCHMARK

0.05

0.14

78 65

KLASSE D

0.13

78

KLASSE C

0.09

80

KLASSE B

0.1

0.16

BENCHMARK

0.2

0.29

KLASSE D

0.3

100

KLASSE A

0.32

0.37

kg per inwoner

0.37

KLASSE C

kg per inwoner

0.4

Nagescheiden stoffen zijn minerale stoffen, metalen en biogranulaat. Het zijn veelal de bijproducten die ontstaan bij de nascheiding van pmd uit restafval. De gemiddelde hoeveelheid nagescheiden stoffen van de 39 gemeenten die hiervoor data hebben aangeleverd bedroeg in 2022 21 kg per inwoner.

Pagina 19 van 52

Grof huishoudelijk afval Hoeveelheden In 2022 werd in de benchmark gemiddeld 126 kilogram per inwoner aan grof huishoudelijk afval ingezameld. Daarvan werd 106 kg bron- en/of nagescheiden. Het restant (grof restafval + verbouwingsrestafval) bedroeg in 2022 gemiddeld 20 kilogram per inwoner. Uit de linker onderstaande figuur kan worden opgemaakt dat de hoeveelheid grof huishoudelijk afval toeneemt naarmate het hoogbouwpercentage afneemt. In hoogbouwklasse D (0 t/m 19% hoogbouw) zijn de huizen gemiddeld groter en hebben meer huizen een tuin, wat resulteert in 60% meer grof huishoudelijk afvalaanbod dan in hoogbouwklasse A (50 t/m 100% hoogbouw). Vooral de hoeveelheden tuinafval, hout en puin maken het verschil. De verschillen in de hoeveelheid grof restafval tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot doordat er in de gemeenten met weinig hoogbouw beter wordt gescheiden (zie figuur afvalscheiding%). In hoogbouwklasse A wordt relatief veel grof huishoudelijk restafval nagescheiden. Grof huishoudelijk

Afvalscheiding% grof huishoudelijk

(n=153)

(n=153)

150 129

130 121

120

13

3

82% 5

4

70

26

20

KLASSE A

23

22

6

4

19

19

79

81

77

30

55

20

6

10 20

0

Grof restafval Nagescheiden grondstoffen Grof tuinafval AEEA Huisraad Oud Ijzer Hout AB Hout C Puin Overig gescheiden

BENCHMARK

6

23

BENCHMARK

14

25

KLASSE D

16

5 33

77

4

5

KLASSE C

30

5

40

KLASSE D

5

5

KLASSE B

5

KLASSE A

17

50

KLASSE C

25

Scheidings%

26 26 27

5

60

24

12

40

0

84%

74%

33

6

KLASSE B

kg per inwoner

88

50

10

5

18

70 60

81%

80

126

25

100 80

84%

14

14

14

110 90

90

138

140

Aandeel bronscheiding Aandeel nascheiding

Trend Ten opzichte van de coronajaren 2020 en 2021 is er duidelijke afname waarneembaar, niet alleen in de hoeveelheid grof huishoudelijk afval die vrijkomt (-14%), maar ook in de hoeveelheid afval die resteert na bron- en nascheiding (-20%). Er worden minder zolders opgeruimd, huizen verbouwd, etc. dan tijdens de coronaperiode. Maar ook opvallend is dat de hoeveelheid grof tuinafval sterk is afgenomen ten opzichte van 2021. Peiljaar 2022 was een relatief droog jaar, waarin bomen en struiken tot minder loofvorming kwamen dan gebruikelijk, met minder snoeiafval tot gevolg.

Pagina 20 van 52

Grof huishoudelijk

Grof restafval

(n=153)

(n=153)

200

30

143

134

134

151

27

25 146 126

100 50

kg per inwoner

25

23

20

20

20

20

20

15 10 5

2022

2021

2020

2019

2018

2016

2022

2021

2020

2019

2018

0

2017

0

2017

kg per inwoner

150

Grof tuinafval

(n=152) 40

kg per inwoner

34

34

30

29

29

28

23

20 10

2022

2021

2020

2019

2018

2017

0

Halen versus brengen Grof huishoudelijk afval wordt doorgaans op twee manieren ingezameld: halen aan huis (veelal op telefonische afspraak) en brengen naar de gemeentelijke milieustraat. Gemiddeld 92% van al het huishoudelijk afval wordt gebracht naar de milieustraat. Een goede zaak want het scheidingspercentage op de de milieustraat ligt beduidend hoger dan op het gehaald grof huishoudelijk afval (81% versus 49%). Daarbij is geen rekening gehouden met eventuele nascheiding. Percentage gebracht grof huishoudelijk

(n=152)

Scheidings% gebracht en gehaald grof huishoudelijk

(n=152)

150

49%

81%

84%

64%

82%

80%

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE B

11%

0

KLASSE A

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE B

KLASSE A

0

50

47%

50

48%

%

100

75%

92%

96%

93%

94%

70%

%

100

150

Scheidings% milieustraat Scheidings% halen

Een manier om het scheiden van grof huishoudelijk afval (en daarmee het reduceren van de hoeveelheid grof restafval) te verbeteren is door het brengen van grof huishoudelijk afval te stimuleren ten opzichte van het aan huis ophalen ervan. Dat kan bijvoorbeeld door huishoudens te laten betalen per keer dat er grof huishoudelijk restafval wordt opgehaald. Gemeenten die gratis grof afval ophalen, dus geen kosten in rekening brengen per keer dat er wordt opgehaald, halen gemiddeld 16 kg per inwoner aan grof restafval op. Bij gemeenten die tegen betaling ophalen is dat gemiddeld 3 kg per inwoner.

Pagina 21 van 52

Hoeveelheid gehaald grof restafval per acceptatiewijze

Toegangscontrole milieustraat? (n=151)

40

25% 5%

Gratis

54%

16

16%

Beperkt gratis

BENCHMARK

KLASSE D

1

3

7

9 6 3

5

KLASSE C

KLASSE B

0

KLASSE A

4

8

10

15

12

20

11

30

26

kg per inwoner

50

Ja, obv (milieu)pas Ja, steekproefgewijs

Ja, obv identiteitsbewijs Nee

Betaald

Kringloop en circulaire ambacht Preventie en hoogwaardig hergebruik van grof huisraad kan worden gestimuleerd door kringloopbedrijvigheid in de gemeentelijke inzamelstructuur op te nemen. Van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark heeft 49% een aparte ophaalservice voor kringloopgoederen georganiseerd door de samenwerking met lokale kringloopbedrijven te zoeken. Bij nog eens 47% van de gemeenten zijn weliswaar kringloopbedrijven actief met de inzameling van bruikbaar huisraad, maar dat gebeurt buiten de gemeente om. De gemiddelde hoeveelheid kringloopgoederen en huisraad die in 2022 werd ingezameld bedroeg gemiddeld 5 kg per inwoner (berekend over uitsluitend de gemeenten die samenwerken met kringloopbedrijven). Steeds meer gemeenten en inzamelbedrijven in Nederland zijn bezig met de opwaardering van hun milieustraat tot circulair ambachtscentrum. Een circulair ambachtscentrum is een locatie van bestaande en/ of nieuwe initiatieven waar hoogwaardig product- en materiaalhergebruik plaatsvindt, bijvoorbeeld door de exploitatie van een reparatiewerkplaats of een secundaire bouwmarkt. Van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark heeft 9% al een circulair ambachtscentrum operationeel en is 17% bezig met de voorbereidingen daarvan. De meeste gemeenten voorzien daarbij ook in een educatiecentrum en een reparatiewerkplaats.

Best practice Best practice is de gemeente Lochem die 91% van zijn grof huishoudelijk afval scheidt, dat resteert in 4 kg grof restafval per inwoner. Lochem (34071 inw, 16% hoogbouw) is een diftargemeente waar je niet alleen moet betalen voor het laten ophalen van grof huishoudelijk afval maar ook voor het zelf wegbrengen daarvan. Nagenoeg al het grof huishoudelijk afval wordt gebracht naar het Recycleplein (milieustraat) waar het goed wordt gescheiden. De gemeente heeft geen plannen voor de ontwikkeling va een circulair ambachtscentrum maar werkt wel actief samen met een lokaal kringloopbedrijf. Er vindt geen nascheiding van grof (verbouwings)restafval plaats. Ofschoon Lochem het grof (verbouwings)restafval niet nascheidt, blijkt nascheiding wel een bepalende factor te zijn in de benchmark. Gemeenten die hun grof restafval nascheiden hebben gemiddeld 22% minder grof restafval dan de gemeenten die dat niet doen --> paragraaf 3.3.

Pagina 22 van 52

Kosten De totale kosten van inzameling, op- en overslag en verwerking van grof huishoudelijk afval bedroeg in 2022 gemiddeld € 40,- per huishouden. De inzamelkosten zijn de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling inclusief de kosten van de milieustraat. Deze bedroegen gemiddeld € 25,- per huishouden (€ 122,- per ton).

13

20

Inzamelkosten

25

25

150 100 50 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14034661/1