240214 Verslag Debat in de Raad 14 februari 2024
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 14 februari 2024 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
de heer A.P. van der Padt
Griffier:
mevrouw C. Heusingveld
Aanwezig:
de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), de heer J.M. Jonkers (VVD), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer D.D. Kolt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz, de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw M.A. Martens (VVD), mevrouw P.A.M. Patrick (PvdA), de heer M.R.N. Schouten, mevrouw Sluijs (GroenLinks), mevrouw E.C. SluisHoogerwerf (VoorBaarn), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Er wordt mee ingestemd dat geen technische vragen kunnen worden gesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Oortman Gerlings, de heer Mascini en de heer Bosman. De heer Korkmaz heeft afgelopen donderdag een bericht aan de raad gestuurd dat hij zich heeft aangesloten bij de VVD. Daarom is voor vanavond een nieuwe tafelschikking opgesteld. Dit zal nog geagendeerd en besproken worden in het presidium en daarna volgt de definitieve tafelschikking. De wijzigingen bij de namen van de nieuwe fracties van de heer Korkmaz en de heer Schouten gaan formeel in bij Besluit van de Raad van 28 februari. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 17 januari 2024 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Financiële uitgangspunten en keuze scenario (876451) De heer SCHOUTEN memoreert dat de rekenkamer een mooi rapport heeft opgesteld over de eerdere bezuinigingsopgave 2002-2003. Er zijn zeker parallellen met de opgaven van destijds en daarom is het niet zonde van de tijd om dit rapport nog eens door te nemen waarbij het hoofdstuk 1
Conclusies en aanbevelingen warm wordt aanbevolen. De bezuinigingsopgave is nu vooral te wijten aan de bezuinigingen op het gemeentefonds. Dit doet in Den Haag geen zeer maar het wordt wel straks gevoeld bij de eigen inwoners omdat keuzes moeten worden gemaakt in voorzieningen en/of belastingverhogingen. In 2021 heeft de gemeenteraad een brandbrief onderschreven die naar de toenmalige informateur is gegaan en ook dit jaar is op 29 januari een manifest ondertekend door 1119 raadsleden van 302 gemeenten waaronder een aantal leden van deze gemeenteraad. Ondanks diverse moties en een lobby vanuit de VNG blijft het oorverdovend stil vanuit het Rijk. Ergens voelt het als onrechtvaardig om nu een keuze te maken. Hoe voorkom je dat er keuzes worden gemaakt die onomkeerbaar zijn, ook als het Rijk onverhoopt toch over de brug komt? Het door het college voorgestelde scenario lijkt het beste te zijn of het minst slechte maar het is de vraag of het de lading dekt. Een vraag aan de collega-raadsleden die een landelijke lijn hebben: wat hebben die fracties de afgelopen tijd gedaan om hun vertegenwoordigers in de Tweede Kamer te overtuigen van de noodzaak om de herijking van het gemeentefonds te heroverwegen? De heer BRUINS zegt dat een tekort van 1 miljoen niet veel lijkt op de begroting maar het is toch een tekort.
Dit kan op zich worden opgevangen maar het is aan de andere kant goed om eens met een stofkam door de begroting te gaan. Het is niet verstandig om je dan alleen te verbinden aan scenario A. Scenario B is ook goed om hierbij op te nemen. Wat vinden de overige raadsleden ervan om zowel scenario A als scenario B uit te werken? Mevrouw STRUIJK kan zich prima vinden in het voorgestelde scenario en de uitgangspunten die het college voorstelt. Dit geeft iets meer bewegingsruimte om in de komende jaren tot een sluitende begroting te komen zonder daarbij de bodem van de schatkist te bereiken. Bij moties en amendementen is het gebruikelijk dat de dekking wordt aangegeven maar dat is in de praktijk vaak best moeilijk omdat de raad een lekenbestuur is, de raad de financiën vaststelt op programmaniveau en de discussie over financiën vaak te veel afleidt van de inhoudelijke discussie bij een motie of amendement. Vinden de andere raadsleden het een goed idee om de best practices op dit gebied bij andere gemeenten over hoe zij omgaan met de financiële dekking van moties en amendementen te laten onderzoeken door het college? De gemeente Utrecht heeft daar bijvoorbeeld behoorlijk wat in gedaan.
De heer VAN DER DONK stelt dat het belangrijk is om als raad te weten hoe groot het tekort is waaraan wordt gewerkt, dat bekend is wat de werkelijke uitgaven zijn en dat er een richting is hoe die gaten kunnen worden gevuld. Op al die 3 vragen geeft dit stuk geen antwoord. Het is niet helder welk gat moet worden gedicht. Ook wordt er nog steeds gewerkt aan een tekort en de portefeuillehouder werkt bovendien niet met inflatie of de groei van uitgaven over de jaren. Het gat zal daardoor aanzienlijk groter zijn dan nu aangegeven. De portefeuillehouder geeft wel aan dat het essentieel is dat wordt gewerkt met een zero cost budget om die uitgaven echt inzichtelijk te krijgen maar niet bekend is wanneer de raad dit inzicht krijgt. Daarnaast wordt in het voorstel een soort van blanco cheque gevraagd om alle mogelijkheden open te houden inclusief de mogelijkheid om het mes te zetten in de reserves. Een lange traditie van een prudent reservebeleid zonder bestemmingsreserves wordt hiermee van tafel geveegd. Er wordt een weerstandsvermogen en ondergrenzen genoemd en reserveniveaus die miljoenen lager liggen dan nu het geval is. De impact op de langere termijn, op de al zeer lage solvabiliteit en het loslaten van het werk over vele jaren voor het opbouwen van dit potje wordt gemakshalve niet genoemd. Wel wordt gezegd dat er nog meer geld in de reserves zal komen maar dat is wensdenken.
Zijn de andere raadsleden het ermee eens dat niet moet worden gewerkt aan een bepaald maximumtekort maar aan gewoon een sluitende begroting en vinden de raadsleden het ook belangrijk dat de zorgvuldig opgebouwde en bewaakte reserves via dit voorstel niet als blanco dekking worden weggegeven? 2
De heer VAN DER LINDEN vindt de eis voor de hoogte van de algemene reserve vrij willekeurig vastgesteld, te weten 10 miljoen dat geen wettelijke onderbouwing heeft maar die norm is er wel. Baarn wil de minimale hoogte van de algemene reserve opbouwen met de hulp van 2 waarden die herleidbaar zijn, namelijk 2% van de algemene uitkering en de leegstandscapaciteit. Bij elkaar geteld komt de hoogte van de minimale algemene reserve voor 2024 op 6,5 miljoen. Dat past beter dan een uit de lucht gegrepen getal. In het eerste of het laatste jaar van elke meerjarenbegroting moet deze structureel sluitend zijn. Houdt dit nu in dat de algemene reserve grotendeels met grote negatieve resultaten wordt uitgeput? Natuurlijk niet en dat blijkt uit scenario A. Bezuinigen op verbonden partijen door gezamenlijk met alle deelnemers in een gemeenschappelijke regeling op te trekken. Het verminderen van investeringen en indien mogelijk het verlengen van afschrijvingstermijnen zal zeker een positief effect hebben. Het verhogen van belastingen zal met grote terughoudendheid moeten worden toegepast. Het toepassen van methode C leidt tot ongewenste resultaten want iedereen lijdt pijn en alles zal minder efficiënt gaan. Scenario B legt de lasten bij de inwoners en deze weg wil de Partij van de Arbeid zeker niet ingaan. De maatregelen die worden voorgesteld in scenario A zijn de enige juiste.
De heer GENUIT heeft ook een voorkeur voor scenario A. Dat scenario biedt de beste kans om straks bij de perspectiefnota met een evenwichtig pakket van voorgestelde maatregelen te komen. GroenLinks zal zeer kritisch kijken naar het effect van voorgestelde bezuinigingsmaatregelen op kwetsbare groepen in de Baarnse samenleving. De zwaarste lasten moeten terechtkomen op de sterkste schouders. Zijn de collega-fracties ook van mening dat het een goed uitgangspunt is bij het voorbereiden van maatregelen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen? Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF zegt dat het niet ondenkbaar is dat Den Haag voortgaat op de ingezette ramkoers. Het voorstel van het college is om enerzijds te bezuinigen en anderzijds inkomsten te verhogen maar dat geeft een dubbel gevoel want als alle gemeenten het geld zelf dicht lopen komt Den Haag daar mooi mee weg. Als je je poot stijf houdt kan de gemeente straks verworden tot een uitgeknepen citroen met sterk ingeperkte dienstverlening die bij de inwoners om belastingen moet gaan bedelen. Geen kaasschaafmethode door puur te bezuinigen maar vanuit de mix van maatregelen komen een aantal zaken naar voren waar VoorBaarn zich zorgen over maakt. In het coalitieakkoord is een lastenverhoging voor de ozb zeer duidelijk aan banden gelegd en daar mag deze collegeperiode niet van worden afgeweken.
Dan wordt geopperd om maatschappelijk vastgoed te verkopen dat geschikt is voor bewoning maar wordt daar ook een deel van het Poorthuis onder verstaan en zo ja, gaat dat dan mogelijk ten koste van huisvesting voor cultureel maatschappelijke organisaties die dan commercieel duurder moeten huren en daarvoor weer subsidie aanvragen? Er zit een blinde vlek in de voorgestelde keuzes want maatschappelijke financiering loopt al lang niet meer via de gemeente. Er stromen langs andere kanalen bakken met geld, gratis kennis en menskracht via allerlei provinciale en regionale projecten zoals regiodeals. Zijn de andere raadsleden ook van mening dat aanvullend op scenario A ook hier volop moet worden ingezet om ervoor te zorgen dat inwoners en ondernemers in Baarn maximaal toegang krijgen dankzij hulp van de gemeente tot al die stromen van geld en andere hulp? De heer KORKMAZ merkt op dat nu het systeem wordt gehanteerd van een of twee bestemmingsreserves en de algemene reserve. Voorheen was dat verdeeld in meerdere bestemmingsreserves. Op voorstel van het college in 2014 is dit teruggebracht tot de algemene reserve om meer grip te hebben op de gelden die bestemd zijn voor de samenleving maar nu wordt opnieuw verzocht om dit te verdelen in verschillende bestemmingsreserves. Zijn de mede-raadsleden ook van mening dat dat de raad nog steeds grip c.q. controle moet hebben?
3
In de Nota reserves en voorzieningen staat bij artikel 4.1, lid 2 dat bij voorkeur geen bestemmingsreserves worden gevormd maar er wordt wel geld voor een doel beschikbaar gesteld met een claim op de algemene reserve. Waarom stelt het college dan nu voor om bestemmingsreserves in te richten? In scenario A wordt benoemd gericht bezuinigen. Kan de portefeuillehouder een voorbeeld geven op welke gerichte onderwerpen bezuinigd gaat worden? Hoe staan de andere fracties erin om ook de subsidies tegen het licht te houden? Kan de portefeuillehouder aangeven welke maatregelen worden genomen als er sprake is van frictiekosten bij de uitvoering van maatregelen? Wethouder PRAKKE geeft aan dat wanneer alle gemeenten gaan bezuinigen het Rijk niets meer hoeft te doen maar niets doen voelt ook heel raar. Daarom is het zaak om keuzes te maken om voorbereid te zijn. Het is het lopende beleid om geen bestemmingsreserves in te stellen maar dit zou een knop kunnen zijn die het college wil meenemen als optie om het gat te gaan dichten. Als de raad die ruimte geeft en het college komt met een update van de Nota reserves en voorzieningen in de grotere revisie die dit jaar op de agenda staat, dan wordt dat meegenomen. Dan wordt gevraagd om een paar voorbeelden van gerichte keuzes.
Dat kan gaan over dienstverlening, bijvoorbeeld de balie een dag dicht te doen, minder boa’s op straat, de kwaliteit van de openbare ruimte naar beneden of in het sociaal domein andere scherpere keuzes maken. Dat zal in beeld worden gebracht, ook door de zero based budget, om te kijken waar de ruimte zit, ook in de benchmark, van waar geven we meer geld aan uit en willen we dat wel. Wanneer een gerichte keuze wordt gemaakt om met minder personeel te werken betekent dit dat mensen met een regeling naar buiten moeten worden gestuurd en dat kost geld oftewel frictiekosten. Er zouden ook frictiekosten kunnen zijn bij subsidieverlening want de gemeente kan niet van vandaag op morgen zeggen dat bepaalde grote instellingen de helft subsidie krijgen. De heer SCHOUTEN vraagt wat de fracties met een landelijke achtergrond hebben gedaan om hun vertegenwoordigers in de Tweede Kamer te overtuigen van de noodzaak om de herijking van het gemeentefonds te heroverwegen. De heer BRUINS meldt dat de ChristenUnie sinds corona één keer in de 3 maanden een koffieuurtje heeft en elke regio heeft zijn eigen contactpersoon en dat is in deze mevrouw Bikker. Daar wordt gesproken met verschillende gemeenten in Utrecht en ook over dit onderwerp. Mevrouw STRUIJK geeft aan dat er vanuit de provincie Utrecht een fractievoorzittersgroepje is die een keer per maand vergadert.
Daar zit ook een regionale vertegenwoordiging bij. Het is een bekend probleem maar het is niet makkelijk oplosbaar. De heer VAN LOON geeft aan dat de fractie op dit moment niet in de Tweede Kamer zit. De heer VAN DER DONK memoreert dat de vertegenwoordiger van het CDA, mevrouw Van Dijk, heel veel aandacht heeft gevraagd in de Kamer in de afgelopen tijd over dit onderwerp. Daarbij is vermeld dat de afgelopen jaren veel taken naar de gemeenten zijn gegaan en dat er simpelweg niet genoeg geld is en dat dit ook verder opdroogt. Er zijn daarnaast veel vragen gesteld in de Tweede Kamer met betrekking tot het dossier Paleis Soestdijk naar aanleiding van de vragen van CDA-Baarn. De heer VAN DER LINDEN meldt dat de fractie geen contact heeft gehad met Den Haag maar de portefeuillehouder van de PvdA wel degelijk en ook de Tweede Kamer-fractie vindt het een zeer onwenselijk standpunt.
4
De heer GENUIT meldt dat de GroenLinks-fractie niet alleen intensief contact gehad heeft met de eigen fractie in de Tweede Kamer maar ook met andere kamerleden over dit onderwerp. De eigen portefeuillehouder heeft ook met de Kamerfractie meerdere malen contact gehad over dit onderwerp. De heer SCHOUTEN is nog niet tevreden over de uitkomst van deze gesprekken tot nu toe maar dankt de andere raadsleden voor hun mededeelzaamheid. De heer VAN DER DONK vraagt of de heer Schouten over dit onderwerp vragen heeft gesteld aan de groep in Den Haag die de lokale partijen vertegenwoordigt. De heer SCHOUTEN meldt dat zijn fractie niet is vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. De heer JONKERS kan geen antwoord geven namens de VVD-fractie omdat de woordvoerder in deze niet aanwezig is. De heer BRUINS zegt dat het goed is om te kijken naar zowel de mogelijkheden om te bezuinigen als om de inkomsten te verhogen zodat je een totaalplaatje krijgt en straks gerichte keuzes kunnen worden gemaakt. Er zou een soort van menukaart moeten komen om af te vinken hoe tot die miljoen kan worden gekomen. Om nu niet de inkomstenkant mee te nemen zou een gemiste kans zijn. Mevrouw STRUIJK merkt op dat in scenario A ook wordt gekeken naar hoe de inkomsten kunnen worden verhoogd maar dat is niet het enige wat er gebeurt en dat is het verschil tussen A en B.
De heer SCHOUTEN constateert dat daarnaast in scenario B wordt aangegeven om te kijken welke subsidies er landelijk zijn om daar gebruik van te maken. Dit moet echt worden meegenomen als mogelijke keuze. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF zou dit nog ruimer willen zien dan alleen de subsidiemogelijkheden want maatschappelijke financiering loopt helemaal niet meer via subsidiestromen via gemeenten maar langs allerlei regiodeals en provinciale regelingen. Er zijn wel 8 regionale definities met alle hun eigen financieringsstromen. Daarnaast zijn er fondsen uit Europa en er zijn private fondsen in opkomst om ervoor te zorgen dat burgercollectieven verder geholpen gaan worden. Er zou moeten worden gekeken naar wat de gemeente kan doen bij de ondersteuning van ondernemers en inwoners bij het verwerven van toegang tot deze middelen. De heer KORKMAZ meldt dat de fractie kan instemmen met het voorstel van de ChristenUnie. De heer VAN DER DONK vindt dat niet alleen naar subsidies moet worden gekeken maar naar bijvoorbeeld ook parkeergelden, leges, toeristenbelasting et cetera. Dit moet goed worden vergeleken met wat er in andere gemeenten gebeurt. Mevrouw STRUIJK is van mening dat ook zeker moet worden gekeken naar andere subsidiemogelijkheden maar hier zal extra menskracht op moeten worden gezet en de vraag is of dat wel mogelijk is binnen de gemeentelijke organisatie.
De heer VAN LOON merkt op dat scenario B op zich aantrekkelijk is maar dit geeft wel een lastenverzwaring voor de inwoners.
5
De heer BRUINS vindt dat wanneer er wordt bezuinigd dit een vermindering van service is voor de inwoners. In scenario B kan ook worden gekeken naar geldstromen door derden of toeristenbelasting. Als dus breder wordt gekeken worden niet alleen de eigen inwoners geraakt. De heer VAN DER LINDEN zegt dat heel goed moet worden afgewogen dat het verhogen van een subsidie niet een kwartje kost en een dubbeltje opbrengt. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF bevestigt dat het aanvragen van een subsidie een klus is en dat het verantwoorden ervan ook veel capaciteit vraagt. Als daar veel ambtelijke capaciteit bij komt gaat de gemeente dingen doen die weinig toegevoegde waarde hebben voor de Baarnse samenleving. Daarom moet verder worden gekeken naar mogelijkheden waar niet van die ingewikkelde aanvragen voor hoeven te worden gedaan en het lijkt dat die financieringsstromen alleen maar toenemen. Er zijn bijvoorbeeld verschillende regiodeals gesloten en blijkbaar slagen groepen gemeenten erin om behoorlijk wat miljoenen te genereren. Daarnaast verplicht de EU de lidstaten om burgercollectieven bij energietransitie te faciliteren. Het gaat erom dat mensen worden gefaciliteerd die de handen ineenslaan om zaken op te pakken die vroeger door de gemeente geregeld werden.
De heer VAN DER LINDEN stelt dat ook deze financieringsstromen gemanaged moeten worden door iemand in de gemeentelijke organisatie en de vraag is of het dan voldoende gaat opleveren maar het college zou dit kunnen uitzoeken. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF zegt dat dit inderdaad koffiedik kijken is en er zijn ook veel nieuwe regelingen. Daarom is het goed om dit uit te zoeken maar het zal zich wel terug kunnen verdienen. Mevrouw STRUIJK vraagt hoe het college denkt over het onderzoeken van dit soort subsidies en de daarbij behorende ambtelijke capaciteit die dat vraagt. Wethouder PRAKKE zegt dat als dit de wens is van de raad bij de perspectiefnota duidelijk zal worden gemaakt welke mogelijkheden hiertoe zijn. Dan wordt ook de provincie daarin meegenomen want de provincie is niet zo enthousiast als de gemeente denkt dat die over 3 jaar het gat kan vullen door subsidies binnen te halen want dat is boterzacht. Het is wel interessant om op een andere manier naar financiering te kijken. Mevrouw STRUIJK wijst erop dat bij moties en amendementen altijd de dekking moet worden aangegeven maar in de praktijk blijkt dat de betreffende fractie vaak niet goed weet hoe ze dit moet doen. Bij de gemeente Utrecht wordt dan een meer algemene dekking geregeld en vervolgens wordt aan het college gevraagd om dat verder uit te werken in bijvoorbeeld de begroting of de perspectiefnota.
Hoe denken de andere raadsleden hierover? Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF staat positief tegenover een dergelijk ontwikkeling. De gemeente Utrecht beschikt over een dashboard wat behoorlijk wat inzicht geeft aan raadsleden maar in de praktijk is het teleurstellend hoeveel ruimte er te vinden is voor de ideeën en plannen. Wellicht zijn er nog meer praktijken in deze te vinden. De heer VAN DER LINDEN stelt voor dat in de begroting een potje voor de raad wordt opgenomen waaruit geput kan worden. Dit wordt in meerdere gemeenten gedaan en als het potje leeg is, is het klaar. De heer SCHOUTEN begrijpt het voorstel maar de raad gaat nog praten over de bestemmingsreserves. 6
De heer GENUIT is van mening dat het voorstel van D66 niet gaat helpen voor een dekkende begroting maar op zich is GroenLinks ook benieuwd naar best practices bij andere gemeenten in het vinden van dekkingen en daar zou eens goed naar kunnen worden gekeken. De heer BRUINS vindt het verschil tussen Utrecht en Baarn erg groot en als moet worden gekeken naar best practices is Utrecht niet het beste voorbeeld. Eerder moet worden gekeken naar een gemeente gelijk van omvang met een vergelijkbare problematiek maar hij betwijfelt of daar veel uit gaat komen en hij is er daarom geen voorstander van. De heer VAN DER DONK vraagt of de raad wil werken naar een sluitende begroting. De heer VAN DER LINDEN zegt dat het juist de bedoeling is van alle scenario’s om te komen tot een sluitende begroting. De heer SCHOUTEN stelt dat de gemeente met een sluitende begroting nog alle kanten op kan. Het reëel begroten dat al jaren geleden is ingesteld draagt daaraan bij. De heer VAN DER DONK vraagt of de portefeuillehouder zijn licht kan laten schijnen op een sluitende begroting want er staat nu min een half miljoen in het stuk. De VOORZITTER constateert dat de raad het er niet mee eens is dat deze vraag naar de wethouder gaat. De heer KORKMAZ kan zich aansluiten bij het betoog van de heer Schouten.
Mevrouw STRUIJK zegt dat een sluitende begroting slecht haalbaar is op dit moment en dan is het prima om te streven naar een minimaal tekort. Als de gemeente nu gaat streven naar een sluitende begroting wordt mogelijk bezuinigd op punten die wellicht helemaal niet nodig zijn want tot nu toe is er aan het einde van het jaar altijd weer geld over. De heer BRUINS merkt op dat nu al de begroting vaak fictief sluitend wordt gemaakt omdat er in de diverse posten een afronding zit. Er moet wel reëel worden begroot en gedurende het jaar dient te worden gemonitord in hoeverre uit de pas wordt gelopen en hoe kan worden bijgestuurd. De heer VAN DER DONK vraagt of de raad het belangrijk vindt dat de reserves worden vastgehouden en niet worden opengezet voor dekking. De heer KORKMAZ is het daar volledig mee eens. De heer BRUINS denkt dat het goed is om te kijken hoeveel geld de komende 2 jaar wordt overgehouden en of dat opzij kan worden gezet voor de 2 jaren die daarna komen. Dan hoeft niet te worden bezuinigd en de raad kan meer gerichte keuzes maken omdat er meer tijd voor is. Dan moet wel een bestemmingsreserve worden ingericht en dat is een onderwerp van gesprek. Mevrouw STRUIJK stelt dat wanneer het potje dat achter de hand wordt gehouden onnatuurlijk hoog is voor de geldende risico’s dat zonde is en moet straks toch worden bezuinigd op andere zaken.
Als het potje fatsoenlijk kan worden ingezet zonder te hoge risico’s mag het zeker gebruikt worden.
7
De heer GENUIT vindt de systematiek die het college nu voorstelt veel zorgvuldiger dan de reserve die toevallig op het niveau is gekomen waar die nu staat. GroenLinks heeft geen moeite met het interen van die reserve zolang het maatschappelijk rendement heeft. Er moet echt worden gekeken wat nodig is om in het kader van risicobeheersing in die reserve te houden. De heer VAN DER DONK zegt dat de raad altijd het recht heeft om aan de reserves te komen maar het gaat erom dat een voorstel wordt gedaan om gaten met 4 bestemmingsreserves te dekken. Natuurlijk kunnen reserves wanneer die hoog oplopen altijd worden gebruikt voor activiteiten. De heer VAN DER LINDEN stelt dat de bedoeling van het college is om met scenario A te komen tot een sluitende begroting. Incidentele kosten kunnen altijd uit de algemene reserve gedekt worden. Die staat op dit moment op 14 miljoen en het voorstel is om terug te gaan naar ongeveer 7 miljoen. Daarnaast komen er nog een aantal posten in de algemene reserve zoals de Baarnsche Zoom en de Montini-gelden die nog niet zijn afgerond. Voorts zal Meander een positieve boost geven aan de algemene reserve. Daarom is het niet zo erg om de algemene reserve voor een aantal punten aan te passen zoals de riolering, straten et cetera. De heer VAN DER DONK zegt dat er misschien meer geld komt in reserves maar dat kan niet nu al worden verdeeld.
De heer VAN DER LINDEN vindt dat er geen sprake is van wensdenken want de inzet van het college op de Baarnsche Zoom is bekend. De Montini is op een oor na gevild en de Meander komt er ook aan. De heer VAN DER DONK is van mening dat het niet juist is om de algemene reserve aan te spreken wanneer nog niet bekend is of de voorspelde inkomsten werkelijk binnenkomen. De heer SCHOUTEN zegt dat de raad gaat over het gebruiken van de algemene reserve en als het CDA vindt dat dit niet kies is moet die fractie daar tegen stemmen. Mevrouw STRUIJK heeft begrepen uit de stukken dat de algemene reserve kan worden ingezet voor structurele kosten. Inkomsten vanuit de Baarnsche Zoom zouden apart kunnen worden gezet in een bestemmingsreserve waarvan langjarig iets wordt bekostigd. Dat moet wel terughoudend worden gedaan omdat het aan het eind van de jaren voor problemen zou kunnen zorgen. Als het college met voorstellen komt kan de raad daarover oordelen. De heer VAN DER LINDEN merkt op dat de algemene reserve een spaarpotje is van de inwoners en niet een spaarpotje van het college. De heer VAN DER DONK zegt dat het aan de raad is om te bepalen of iets met die reserves wordt gedaan. Alleen staat nu in het voorstel dat het moet worden gebruikt voor het dekken van gaten. De raad heeft dat recht altijd maar moet dat nu niet openzetten.
De heer VAN LOON constateert dat wanneer in tabel 1 naar het begrotingssaldo wordt gekeken van 2024 tot en met 2027 de gemeente er toch nog positief uitkomt. De heer GENUIT vindt het belangrijk dat wanneer er bezuinigingsmaatregelen worden bedacht kwetsbare groepen in de Baarnse samenleving daar geen nadeel van ondervinden. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Hoe staan de andere fracties daar tegenover?
8
De heer VAN DER LINDEN is het daarmee eens. De heer SCHOUTEN stelt dat de sterkste schouders al de zwaarste lasten dragen. De heer VAN DER DONK is het eens met vorige spreker en het moet niet complexer worden gemaakt door op dit punt inkomenspolitiek te gaan plegen. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF zegt dat de sterkste schouders al de zwaarste lasten dragen. In de komende jaren moet ervoor worden gezorgd dat als het gaat om culturele en maatschappelijke voorzieningen en ondersteuning van collectieve initiatieven dat die goede kansen krijgen zodat er straks geen overheidsregelingen structureel nog nodig zijn om mensen te helpen die het wat minder getroffen hebben. Mevrouw STRUIJK is ook van mening dat het grotendeels al gebeurt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen maar bij vermeend sterke schouders kan ook verborgen armoede zitten. De raad moet heel kritisch zijn op hoe de lasten worden verdeeld onder de inwoners. De heer KORKMAZ vraagt hoe de andere fracties erin staan om de subsidies tegen het licht te houden. Er zou bijvoorbeeld geen inflatiecorrectie meer kunnen worden toegepast. De heer VAN DER DONK vindt dat dat zeker moet worden meegenomen net zoals parkeergelden, leges, toeristenbelasting en de groeiende uitgaven van de gemeenschappelijke regelingen. De heer BRUINS is van mening dat daarom scenario B ook moet worden meegenomen.
De heer VAN DER LINDEN stelt dat hiermee de organisaties die subsidie ontvangen al snel op de kast worden gejaagd. Ze raken onnodig in paniek terwijl in scenario A er heel duidelijk mogelijkheden zijn om een sluitende begroting in 2026 en 2027 te krijgen. De heer SCHOUTEN vindt het raar om geen inflatie mee te nemen want de kosten lopen ook voor organisaties op. Wel zou kunnen worden bekeken wat de subsidies brengen voor Baarn en de gemeente moet ook kijken hoe kan worden gestuurd op de kosten die die gesubsidieerde organisaties moeten maken op last van de gemeente. Bijvoorbeeld veiligheidsmaatregelen bij festivals die in Baarn misschien minder zinvol zijn dan in Amsterdam. Daarmee zouden die organisaties al een bezuinigingsslag kunnen maken. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF merkt op dat er al sprake is van een herziening van het subsidiebeleid. Is dit dan iets extra’s wat de heer Korkmaz voorstelt? Wethouder PRAKKE geeft aan dat er een herijking van subsidies plaatsvindt als het gaat om culturele subsidies. Op basis van het rapport van de rekenkamer wordt ook bij de raad teruggekomen op de algemene subsidieverordening. Mevrouw STRUIJK zegt dat in scenario A ook bekeken zou moeten worden op welke subsidies kan worden bezuinigd. Daar moet geen generiek maar een specifiek verhaal van worden gemaakt gericht op bepaalde subsidies.
De heer GENUIT is ook van mening dat er gerichte keuzes moeten worden gemaakt wat betreft subsidies. Het niet door laten gaan van de inflatiecorrectie lijkt meer op een kaasschaaf dan op een gerichte keuze. 9
De heer KORKMAZ gaat het voornamelijk om het tegen het licht houden en kijken wat de opties zijn, dus scenario A. Er zou ook kunnen worden bekeken of er een aantal opties zijn die kunnen fuseren zodat een aantal subsidies kunnen worden teruggebracht tot één dak. De heer BRUINS is van mening dat wanneer er gericht naar subsidies gekeken gaat worden de gemeente zich op glad ijs begeeft. De raad moet dan hele duidelijke argumenten en kaders stellen waarom iets niet meer voor subsidie in aanmerking zou kunnen komen. Mevrouw STRUIJK is ook van mening dat de gemeente hier zeer zorgvuldig in moet zijn maar wellicht zijn er dingen samen te voegen waardoor de subsidie omlaag kan. Wellicht kunnen verenigingen worden uitgedaagd om op andere manieren aan geldstromen te komen. De heer VAN DER LINDEN is het volledig eens met de heer Bruins. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Ziekenhuislocatie Molenweg - overeenstemming erfgenamen (878399) De heer BRINKMAN constateert dat de erfgenamen een groot gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid laten zien en het is verstandig dat de portefeuillehouder tot deze overeenkomst is gekomen en daarmee zo snel mogelijk aan de gang gaat.
Zo kan worden gerealiseerd waarom dit project is gestart, namelijk het behoud van een uitgebreid medisch centrum met poliklinieken in Baarn, ruimte voor zorginstellingen als fysiotherapeuten, huisartsen en andere zorgverleners. Daarnaast is er in het dorp veel behoefte aan zorgwoningen. Het is begrijpelijk dat er zorg kan zijn over de ontwikkeling van een gebied maar dit akkoord is tot stand gekomen na zorgvuldige onderhandelingen met de erfgenamen en altijd met het oog op het algemeen belang. Het terrein kan nu op een verantwoorde manier worden ontwikkeld en worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden. De heer JONKERS had zorgen over dit dossier omdat er bepaalde rechten en plichten zijn in dit land en ook de erfgenamen iets te zeggen hadden. Daarom heeft de raad ook gezegd dat moet worden gekeken naar een verklaring voor recht. Als er echter sprake is van overeenstemming is er sprake van een geheel andere juridische situatie. Dat betekent dat in principe alles weer mogelijk is op dat terrein maar er is nog wel veel verzet en zorg bij de omwonenden. Daar zal de wethouder ook rekening mee moeten houden. Dit is een mooie kans om samen met de omwonenden een plan te maken. De heer GENUIT constateert dat de nota van uitgangspunten voorziet in herontwikkeling binnen de rode contouren.
Dus ook geen extra verstening, het huidige bosje blijft in stand en het hertenkamp blijft behouden. Daar staat tegenover dat de plannen ervoor zorgen dat er in Baarn een ziekenhuisfunctie blijft en dat ouderen de mogelijkheid krijgen om dichtbij zorgvoorzieningen te gaan wonen. Dat kan leiden tot doorstroming op de woningmarkt waardoor er woningen vrijkomen voor woningzoekenden. De weg is nu vrij om voortvarend verder te gaan met de voorbereidingen voor de herontwikkeling. Mevrouw DEURLOO is opgelucht dat er op een zorgvuldige wijze overeenstemming is bereikt met de erfgenamen. De fractie is de erfgenamen heel dankbaar dat zij de vaststellingsovereenkomst met de gemeente Baarn zijn aangegaan. Ondanks de bezwaren van omwonenden wordt toch gehoopt dat 10
zij zich realiseren dat uitstel en vertraging zeer onfortuinlijk en verlies voor alle partijen zou zijn. Tijdens de informatieraad heeft de portefeuillehouder duidelijk uitgelegd dat er geen verklaring voor recht meer hoeft te worden gevraagd. VoorBaarn is een groot voorstander van het verplaatsen van Santvoorde naar het nieuwe Meander. Inmiddels is begrepen dat Santvoorde haar huidige locatie zal moderniseren en dat is goed nieuws voor de inwoners aldaar. Zowel Woonzorg Nederland als Silverein herkennen dat er een grote zorgbehoefte en de behoefte aan zorgwoningen in Baarn is. In het kader van het proces van de herontwikkeling van Meander zijn zij bereid om een uitbreiding van hun areaal te onderzoeken en om een rol te spelen in de herontwikkeling en dat is een goede zaak. Mevrouw STRUIJK is ook verheugd dat er een akkoord is bereikt met de erfgenamen. Er ontstaat nu een andere juridische situatie. De voorwaarden die er waren zijn er niet meer met deze overeenkomst.
Hoe kijkt de raad tegen de ontwikkeling van deze locatie aan naast de polikliniek en de andere zorggerelateerde zaken? Moet de gemeente zich beperken tot zorgwoningen of dient er ook te worden gekeken naar andersoortige woonvormen die daar mogelijk zouden zijn? De heer SCHOUTEN vindt het een huzarenstukje van de wethouder dat die de erfgenamen zover heeft gekregen dat zij de intentie hebben uitgesproken om een vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Hiervoor moet wel een kleine vergoeding worden betaald maar die is alleszins redelijk te noemen. Toch heeft spreker een soort onbehagen. Komt het omdat de motie die opriep tot een verklaring voor recht niet is uitgevoerd? De wethouder zal dan aangeven dat deze motie overbodig is geworden maar ging die verklaring voor recht niet vooral over wat in 1965 is afgesproken? Inmiddels wordt begrepen dat Silverein Santvoorde niet wil verplaatsen terwijl de motie van 29 maart 2023 toch echt bij punt 3 oproept om over de uitkomsten van dit gesprek de gemeenteraad inhoudelijk en uitgebreid te informeren. In de vaststellingsovereenkomst staat de definitie ‘in het algemeen belang’ waar het gaat om de realisatie van voorzieningen. Die is zo breed dat je er alles mee kan en doet dit alles voldoende recht aan de schenking in 1920? De heer VAN LOON is blij met de afkoop en wil de wethouder complimenteren met dit succes.
Voor zover bekend zal er niets veranderen aan het hertenkamp en het wandelgebied. Goed moet worden geluisterd naar de mening van veel inwoners van Baarn die graag de eerste en tweedelijns zorg in Baarn willen houden. Ook Meander en de gemeente willen dat het een zorglocatie blijft. Dit houdt in dat de poliklinieken blijven, huidige zorgverleners moeten blijven en graag combineren met andere zorgdisciplines. Zorg voor een brede mix van functies en doelgroepen van zorg en zorgwonen. In de nabije toekomst zal er een grote behoefte zijn aan verpleeghuisplekken en daar kan alvast op voor worden gesorteerd. De heer VAN HARDEVELD zegt dat het hier gaat om een conflict van belangen en als dit aan de rechter wordt voorgelegd zal die meestal aan de betrokkenen vragen om even de gang op te gaan om te proberen er samen uit te komen. Die stap is nu gezet en complimenten hiervoor aan het college. Het is maatschappelijk onverantwoord om de huidige ziekenhuislocatie niet te gebruiken voor het behoud van een goede lokale ziekenhuisfunctie. De satelliet in Baarn moet behouden blijven en daarnaast kunnen op deze plek een substantieel aantal betaalbare woningen komen met alles bij elkaar een oppervlakte van niet meer dan de huidige bebouwing + de oppervlakte van het enkele jaren geleden gesloopte zusterhuis. Daarom kan het CDA het raadsvoorstel steunen.
Mevrouw STRUIJK constateert dat gezien de nieuwe situatie en dat de voorwaarden van tafel zijn er meer mag en zij is benieuwd hoe de raad daarover denkt.
11
De heer VAN HARDEVELD memoreert dat de fractie het amendement om het specifiek voor woonzorg te besteden niet heeft gesteund omdat er zo breed mogelijk moet worden ingezet op de mogelijkheden. Het is een fantastisch idee als er een uitruil zal plaatsvinden met Santvoorde, namelijk Santvoorde naar wat nu het Bosje van IJssendijk heet en Santvoorde een woonwijk maar gezien de nieuwe plannen van Santvoorde is dat al een bewijs dat niet te nauw moet worden bestemd. Er is ook veel behoefte aan betaalbaar wonen, dus niet per se alleen woonzorg. De heer JONKERS merkt op dat toen de vraag was of er überhaupt woningen konden worden gerealiseerd. Het antwoord was dat dit kan wanneer het zorggerelateerde woningen zijn maar dat is niet meer na deze vaststellingsovereenkomst. In principe kan alles. De omwonenden hebben bepaalde wensen en daar moet rekening mee worden gehouden maar dit is nu de kans om samen met die bewoners iets te realiseren wat conform de wens is van de raad en van de omwonenden. De heer BRINKMAN vindt dat niet te snel van stapel moet worden gegaan met dat alles kan en mag. De gemeente dient het zeer zorgvuldig te bekijken en het moet ook goed met de omgeving worden afgestemd. Mevrouw DEURLOO is hier zeer positief over want er is zeer veel vraag naar woningen voor met name ouderen. Zorgwonen maar wellicht ook andere woonvormen onder toezicht.
Andere instellingen zoals de JGZ hebben hetzelfde DNA en die zouden hier ook kunnen worden ondergebracht. Daarnaast moet de satellietfunctie van Meander voor Baarn worden behouden. De heer BRUINS vindt dat samen met de buurt naar de mogelijkheden moet worden bekeken. Het is echter ook een kwetsbaar bosgebied waar niet alles kan. Er worden veel geluiden gehoord om daar te bouwen voor ouderen maar als iemand 80 is, is het best lastig om daar met een rollator die heuvel op te moeten. Er moet kritisch worden gekeken naar wat er kan en haalbaar is maar doe dat samen met de buurt en maak er een goed plan van. De heer SCHOUTEN memoreert dat er in 1920 een schenking is geweest en een afkoop in 1965 waar nog steeds de voorwaarden van de schenking overeind blijven van zorg. Nu komt er een andere afkoop maar de gemeente moet zoveel als mogelijk ook recht doen aan de schenking destijds in 1920. Daar is later zorg aan toegevoegd en dat zou het uitgangspunt moeten blijven. De heer VAN LOON is het met de heer Schouten eens. Mevrouw DEURLOO is ook van mening dat zo dicht mogelijk moet worden gebleven bij wat mejuffrouw Van IJsendijk en de erven van destijds wilden. Vooral inzetten op woonzorgvormen voor ouderen omdat daardoor ook veel doorstroming zal plaatsvinden op de woningmarkt. Mevrouw STRUIJK is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt.
Wordt er strak vastgehouden aan puur woonzorg of wordt er al breder gekeken? De VOORZITTER constateert dat niet wordt ingestemd met het geven van het woord aan de wethouder. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5. Investeringen maatschappelijk vastgoed – JGZ (de Leuning) (862068)
12
De heer SCHOUTEN vraagt of de vertrouwelijkheid op de beantwoording van de technische vragen wat betreft vraag 2 ook gehandhaafd moet blijven want daar heeft hij een deel van zijn betoog op geënt. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. Wethouder PRAKKE zegt dat het college de intentie had om geheimhouding op te leggen op de bijlage, de kostenraming van Bureau Bos voor de investering. De antwoorden op de andere vragen zijn openbaar. De heer SCHOUTEN merkt op dat de GGD regio Utrecht, waarvan de JGZ een onderdeel is, ruim 4 miljoen aan eigen vermogen heeft waarvan 2,8 miljoen in de algemene reserve. Ergens is dit scheef. Voorts is er in 2016 in de Leuning een flinke verbouwing geweest. Dat heeft zo’n € 175.000 gekost en dit lijkt nu op een vorm van kapitaalvernietiging. De technische vraag is gesteld hoe deze verbouwing zich verhoudt tot de verbouwing in 2016. Daar is destijds € 575.000 aan gespendeerd, weliswaar uit de bestemmingsreserve Inventaris en computers wat toen Stichting Welzijn Baarn heette. Het college gaf het antwoord dat in 2016 € 175.000 is geïnvesteerd in Stichting Welzijn Baarn en dat deze gelden zijn gebruikt voor de inventaris, computers en meubilair. Daarnaast wat kleine aanpassingen in het pand.
Uit de raadsinformatiebrief van 1 december 2015 blijkt dat de SWZ Baarn in haar brief van 28 mei aangaf dat er intussen wel maatregelen nodig zijn om haar taken de komende jaren goed te kunnen blijven doen. De SWZ heeft voorgesteld om de komende 5 jaar op 2 locaties gehuisvest te blijven. Om op die 2 locaties alle werkzaamheden te kunnen uitvoeren en alle medewerkers te huisvesten zijn aanpassingen aan beide panden noodzakelijk. De kosten hiervan worden door de stichting geraamd op 150.000-€ 175.000 en kan dit dekken uit de bestemmingsreserve Inventaris en computers. Kan de wethouder hier wat duidelijkheid over geven? De JGZ is nu gevestigd op Koningsweg 4. Over dit perceel heeft de raad nog niet zo lang geleden een besluit genomen ten behoeve van woningbouw. Het perceel is verkocht aan een ontwikkelaar en het lijkt dat hierdoor de JGZ moet verhuizen. Waarom moet de gemeente Baarn dan voor deze kosten opdraaien? Mevrouw SLUIJS zegt dat tijdens de rondleiding op 29 januari bleek dat het deel dat de JGZ gaat gebruiken veel ruimer en lichter was dan verwacht en goed was aan te passen aan de nieuwe functie. Bovendien zijn de medewerkers enthousiast en dat geldt ook voor het team van PIT Baarn dat kansen ziet om meer samen te werken en van de Leuning een plek te maken waar jong en oud elkaar tegengekomen.
Hierdoor hoeft er geen huur meer aan een derde partij te worden betaald wat gunstig uitpakt voor de gemeente. Met deze verhuizing wordt de speelruimte in het nog te presenteren plan maatschappelijk vastgoed verder beperkt. Waarom is hier dan toch voor gekozen? Gaat deze ontwikkeling niet ten koste van de ruimte die de gemeente voor andere maatschappelijke organisaties zoekt? De heer VAN HARDEVELD constateert dat dit niet helemaal een vrije keus is van de GGD zelf. De kosten die hiermee gemoeid zijn, zijn niet een gevolg van de eisen van de centrale GGD maar dit gaat gewoon over de verhuizing van het Groene Kruisgebouw aan de Koningsweg van het consultatiebureau en de GGD naar de Leuning. Eerder is in de raad besproken dat het goed is dat PIT Baarn bij elkaar komt met het lokaal team en dat is ook een van de oorzaken van deze verschuiving. De raad stelt de kaders maar gaat niet over de details en de uitvoering en daarom kan met het voorstel wordt ingestemd.
13
Mevrouw DEURLOO vindt dit voorstel geen logische keuze en daarom heeft de fractie zich laten informeren door de heer Achterberg over waarom de portefeuillehouder deze locatie koos. Jeugdgezondheidszorg of ouderenlocatie is geen ideale match. Omdat deze locatie door de verplaatsing van PIT Baarn vrijkomt zou daar iets moeten komen wat het centrum kan verlevendigen. Er was gevraagd om bij de stukken een verbouwingstekening te voegen maar die is nog steeds niet gekregen. Is er wat betreft de herplaatsing van de JGZ ook gekeken naar aansluiting bij bijvoorbeeld Santvoorde waar ook bijvoorbeeld particuliere verloskundigen zitten of bij het gezondheidszorgcentrum aan de Oosterstraat? Daar blijkt nog ruimte te huur. Vinden de andere raadsleden ook dat qua locatie de Leuning veel meer ingezet zou moeten worden om het centrum te verlevendigen en gekeken moet worden of de JGZ bij andere zorgcentra of van hetzelfde DNA kan worden ondergebracht? De heer KORKMAZ meldt dat er sprake was van een duidelijke rondleiding en dat kan worden ingestemd met het voorstel. De heer BRINKMAN is ook aanwezig geweest bij de rondleiding en enkele vragen aan de wethouder zijn keurig beantwoord. Met het voorstel wordt akkoord gegaan. Mevrouw STRUIJK kan zich ook vinden in het raadsvoorstel. Het weegt ook zwaar dat de medewerkers het een goede locatie vinden.
Wethouder PRAKKE zegt dat schriftelijk wordt teruggekomen op de vraag waaraan het geld is besteed en of er nog wel of geen ruimte is als het gaat om de afschrijving. Het is wettelijk verplicht om een consultatiebureau in de gemeente te hebben. Op de Koningsweg was dat een huurpand en nu wordt de oplossing gevonden in een pand dat in bezit van de gemeente is. Daarom dient de gemeente ook de investering te doen maar het voordeel hiervan is dat er ook huurpenningen worden ontvangen. De heer SCHOUTEN stelt dat de huurpenningen door de gemeente worden vergoed aan de GGD en daar schiet de gemeente dus niet veel mee op. Wethouder PRAKKE geeft aan dat op de Koningsweg meer dan € 80.000 wordt betaald en daar komen nog servicekosten bij. Dat wordt vergoed aan de GGD middels de subsidie. Nu wordt dat rond de 24.000-€ 30.000. Dit levert dus een enorm voordeel op voor de gemeente. De actualisatie van het plan maatschappelijk vastgoed is bijna klaar. Het komt in april in de raad. Onderhavig voorstel is parallel opgetrokken met het maken van dit plan maar hier lag wel de urgentie op omdat de huur op de Koningsweg is opgezegd. Daarom moest de gemeente zorgen voor een locatie voor het consultatiebureau. In de afweging is zeker gekeken of er andere opties waren voor de Leuning.
Of bijvoorbeeld Lokaal-O in de Leuning zou passen maar er zit een VVE boven met bewoners waardoor er ‘s avonds geen lawaai mag worden gemaakt. Er is gekeken naar de Historische Kring maar die vraagt 500 m² en dit is 200 m². Daarnaast is gekeken naar andere organisaties die een locatie zoeken of dat in de Leuning zou passen. Uiteindelijk is dit een hele mooie combinatie, ook omdat het in een gebouw met bewoners daarboven zit. De verbouwingstekening zit in de geheime bijlage. Er is naar een veelheid van locaties gekeken. Santvoorde staat ook in de raadsinformatiebrief over de locatieontwikkeling. Die viel af omdat het college nu een toekomstvaste oplossing wil hebben opdat op deze locatie 20 jaar vooruit kan worden gegaan en die onzekerheid zat op Santvoorde waardoor dat is afgevallen. Het gezondheidscentrum is niet voorbijgekomen. Het heeft financieel voordeel om dit bij het eigen vastgoed in te brengen ten opzichte van commercieel huren want dat zal uiteindelijk meer geld kosten.
14
Mevrouw DEURLOO vraagt of Meander nu kan worden meegenomen. Wethouder EIJBAARD meldt dat Meander op dit moment geen nieuwe huurders aanneemt want de investering voor die korte periode is echt te groot. Mevrouw DEURLOO begrijpt dat er sprake is van tijdsdruk en dat er een financieel voordeel is maar VoorBaarn kijkt naar het verlevendigen van het centrum en er komt nu een kans voorbij om de Leuning voor verlevendiging van het centrum te gebruiken. Hoe denken de andere raadsleden hierover? De heer BRINKMAN vraagt wat VoorBaarn dan graag in de Leuning zou zien. Mevrouw DEURLOO zou daar graag een museum zien als trekpleister voor mensen buiten Baarn en de inwoners van Baarn. De heer KORKMAZ merkt op dat bij de rondleiding de JGZ en PIT Baarn juist aangaven dat ze bij elkaar willen komen zodat ze korte lijntjes hebben en dit is daarvoor de juiste locatie. Mevrouw SLUIJS vindt het belangrijk dat verschillende opties zijn afgewogen bij deze locatie. Niet alles kan daar omdat je te maken hebt met de woningen daarboven en het feit dat een deel van PIT Baarn elders zit en samen moet gaan met een organisatie die daarbij past. Op de inloopavond bleek dat dit daarvoor een goede combinatie is. De heer BRUINS stelt dat die levendigheid niet vanuit de Leuning hoeft te komen.
Het kan ook zijn dat het aangrenzende centrumgebied ineens denkt van er komen meer moeders met kleine kinderen en dat een winkel voor babykleertjes moet worden geopend of een wellnesscentrum voor baby’s. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat je je kunt afvragen wat het centrum is. Draagt halverwege de Oranjestraat bij aan de verlevendiging van het centrum? Dat is de vraag. Daarnaast lijkt het daar een vreemde combinatie van dagbesteding, recreatie voor ouderen en een consultatiebureau voor jongeren en kinderen. Zowel de medewerkers die daar achterblijven als de bezoekers van de Leuning vinden dit echter een combinatie om naar uit te kijken en de combinatie van ouderen en kinderen is niet ongebruikelijk. Bovendien past het heel goed bij wat de bewoners boven dit pand wel en niet willen en daarom is dit een hele mooie oplossing. Mevrouw STRUIJK sluit zich aan bij het betoog van de heer Bruins en de heer Van Hardeveld. Er zijn veel mogelijkheden om het centrum te verlevendigen door bijvoorbeeld meer jonge mensen met kinderen naar het centrum te trekken met een winkel in babykleren en dit is ook een soort van verlevendiging. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Kadernota RID Utrecht 2025 (871262) De heer STOLK gaat akkoord met de zienswijze en bedankt de raadsrapporteurs voor de duidelijke memo’s.
Mevrouw SLUIJS sluit zich aan bij de woorden van de heer Stolk.
15
De heer VAN WIJK vindt het triest en vervelend dat het harmoniseren van de applicaties nog steeds een heet hangijzer is. Die traagheid ligt waarschijnlijk aan de gemeenten zelf die niet over willen. Hoe kan worden gestimuleerd dat de gemeenten de juiste keuze maken in de gemeenschappelijkheid van die applicaties? Voorts wordt in het verslag van de raadsrapporteurs aangegeven dat de herijking van het verdeelsysteem, wat in het verleden ook al speelde, plaatsvindt in 2026. Begrepen wordt dat daar een nadelig resultaat uit voortkomt van 2,4% voor de gemeente Baarn. Hoe denkt het college dit op te lossen door de verhoging van de kosten van deze gemeenschappelijke regeling te reduceren tot nul of min? Wethouder PRAKKE geeft aan dat vorig jaar een rapport is ontvangen van een externe partij die aangeeft dat er weinig winst is te behalen met de harmonisatie van de applicaties want het kost heel veel inspanning en uiteindelijk levert het misschien heel weinig op. Dat heeft de voortgang ook wat vertraagd. Er ligt een convenant waarin met elkaar is afgesproken dat wanneer iemand wil afwijken dat ook in de AB-vergadering zo moet worden besloten en ook Baarn maakt soms de afweging om niet mee te gaan omdat er nog sprake is van een lopend contract dat al langer loopt. In het kader van de duurzame investeringsplanning gaat eind van het jaar alles naar de cloud.
Dan wordt nog wat ‘oud ijzer’ overgehouden en dan wordt bekeken wat moet worden gedaan met het totale applicatielandschap en iedereen is bezig om zijn eigen applicaties op te ruimen waardoor het hele landschap wordt opgeschoond. Zo kan uiteindelijk worden gekomen tot minder applicaties hoewel er misschien nog wel verschillen blijven. De heer VAN WIJK vraagt of dan die harmonisatie niet gewoon moet worden geschrapt want nu komt het steeds weer terug terwijl het misschien niets oplevert. Wethouder PRAKKE zegt dat als de raad deze oproep steunt dit zal worden ingebracht in het algemeen bestuur. In de praktijk wordt wel gezien dat er een nieuw financieel systeem komt en misschien moet ook niet het kind met het badwater worden weggegooid maar je moet wel realistisch zijn met wat hiermee in de komende jaren wordt bereikt. De 2,4% zit nu al in de begroting en dat is gebaseerd op de verdeelsystematiek van het aantal inwoners, het serverbeslag en het aantal accounts. Het is een wens van verschillende gemeenten om te kijken naar een andere verdeelsleutel. De heer VAN WIJK vraagt wat de verwachting is na de herijking. Wethouder PRAKKE constateert dat iedereen aangeeft dat het alleen maar duurder gaat worden omdat er veel meer wordt gedigitaliseerd en meer gebruik wordt gemaakt van allerlei data.
De verwachting is dus dat het duurder zal worden maar het is nog een beetje koffiedik kijken welke verdeelsleutel eruit gaat komen. De heer KOLT merkt op dat vanuit de groep van raadsrapporteurs de doelstelling is meer harmonisatie. Dat heeft ook te maken met dat dingen gaan worden uitgefaseerd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Begroting Stichting Eemvallei educatief 2024 (876313) Mevrouw DEURLOO geeft complimenten voor de onverminderde inzet met taalklassen want het is een moeilijke tijd met stijging van de energiekosten en personeelskosten terwijl helaas de daling van 16
het aantal leerlingen voortgaat. Sinds 1 oktober is de school zelfs onder de opheffingsnorm gekomen. In de begroting wordt niets gezien over de investering in de warmtevoorziening. Zou het een idee zijn om het leerlingenaantal omhoog te brengen door hier voorlopig de Marimba school onder te brengen? Is daar ruimte voor en staan beide partijen hiervoor open? Vinden de collega-raadsleden het ook een goed idee om de Marimba school hier voorlopig onder te brengen? Voor zwemonderwijs wordt bijvoorbeeld met busjes vervoerd en dan kunnen de leerlingen van de Marimba school in die tijd wel in het bos gaan zitten. De heer KORKMAZ heeft vorige week vernomen dat er maatregelen zijn getroffen tegen het teruglopen van het aantal leerlingen op De Uitkijck. Een van de maatregelen is om de leerlingen die worden afgewezen op andere scholen te verleiden om zich in te schrijven op De Uitkijck. Is het mogelijk dat de raad hiervan een terugkoppeling krijgt met bijvoorbeeld het aantal afgewezen leerlingen op andere scholen en die ingeschreven worden op De Uitkijck? Het is goed om te horen dat het probleem met de taalklassen is opgelost met betrekking tot het gymmen, dat het vervoer nu geregeld is naar de Trits en dat de gemeente bijspringt om dit financieel te dekken.
Mevrouw SLUIJS constateert dat leerlingen op De Uitkijck erg zelfstandig zijn en inzien dat ze allemaal op hun eigen manier iets kunnen betekenen binnen de school en daarbuiten. Ondanks deze mooie prestaties is het leerlingenaantal helaas onder de opheffingsnorm gezakt. Graag een terugkoppeling als meer bekend is over het resultaat van de maatregelen die hiertegen worden genomen. Het is van groot belang om openbaar onderwijs in Baarn te behouden. Mevrouw STRUIJK is ook van mening dat De Uitkijck het hartstikke goed doet. Goed is de maatregel om de leerlingen die worden afgewezen bij andere scholen door te sluizen naar De Uitkijck en daar moet de raad een goede rapportage van krijgen. Al een jaar geleden heeft de fractie aangegeven dat inschrijfpraktijken bij de scholen vaak niet wettelijk waren omdat kinderen eerder werden ingeschreven voordat ze 3 jaar oud waren. Hier dient in de rapportage aan de raad ook aandacht aan te worden besteed en hoe het nu gaat met het doorschuiven van leerlingen die niet geplaatst worden op de school die ze willen en of ze naar De Uitkijck kunnen. De heer SCHOUTEN heeft ook zorgen over de terugloop van het aantal leerlingen op De Uitkijck.
Het wrange is dat andere meestal katholieke of christelijke basisscholen aan een duidelijke signatuur inboeten, er hierdoor meer vermenging is en deze scholen daardoor misschien wel een meer openbaar karakter krijgen. Het openbaar onderwijs is hiervan misschien de dupe maar het zal lastig zijn om deze trend om te buigen. Wethouder PRAKKE zegt dat het misschien goed is om weer een bijeenkomst voor de raadsleden met het bestuur van de school te organiseren om met elkaar in gesprek te gaan over wat de gemeente en het bestuur zelf kunnen doen om ervoor te zorgen dat het leerlingenaantal weer omhooggaat. Op de vraag over de warmtevoorziening zal schriftelijk worden teruggekomen. Marimba is op zich een zelfstandige school en zelfs wanneer die wordt gehuisvest in het gebouw van De Uitkijck telt het aantal leerlingen van de Marimba niet bij De Uitkijck op. Aan de raad zal inzicht worden gegeven met betrekking tot het aanmeldbeleid. De gemeente gaat een kwartiermaker aanstellen om dat proces strakker neer te zetten en de regie naar de gemeente te trekken, zowel in de informatievoorziening naar ouders en of er voor gezorgd gaat worden dat de aanmelding anders gaat dan nu gebeurt in het kader van de leeftijd van 3 jaar.
Hopelijk zullen in het schooljaar na het komende schooljaar hiervan de effecten worden gezien en het is goed om in het gesprek op De Uitkijck daar meer inzicht in te geven.
17
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Wijziging artikel 4.2 Nota reserves en voorzieningen (878660) De heer STOLK is geen voorstander van extra bestemmingsreserves. Bij de toelichting van de aanvulling wordt gesproken over het instellen van een bestemmingsreserve maar daar ontbreekt de toevoeging ‘met een egalisatiereserve’. Kan dat nog worden toegevoegd? In de voorgestelde bestemmingsreserve met een egalisatiereserve voor sociale woningbouw wordt geen einddatum voor de egalisatiereserve opgenomen. Kan de wethouder toezeggen dat jaarlijks in de jaarrekening het verloop van de egalisatiereserve wordt opgenomen zodat het verloop hiervan duidelijk zichtbaar is en bij gebrek aan mutaties weer na enige tijd kan worden opgeheven? Kan de portefeuillehouder aangeven wanneer de raad de nieuwe geactualiseerde nota reserves en voorzieningen ter behandeling krijgt aangeboden? Wethouder PRAKKE geeft aan dat de woorden ‘met een egalisatiereserve’ zullen worden toegevoegd. Bij elke bestemmingsreserve is het college verplicht om bij de jaarrekening het verloop van de reserve te presenteren. Als de raad op een gegeven moment vindt dat het genoeg is geweest met die bestemmingsreserve kan de raad hem ook weer opheffen. De geactualiseerde nota reserves en voorzieningen zal net voor de zomer of na de zomer worden gepresenteerd.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 9. Vervanging en uitbreiding griffie (881564) De VOORZITTER merkt op dat bij dit agendapunt mevrouw Martens de portefeuillehouder is. De heer SCHOUTEN vindt dat een goed functionerende gemeenteraad is gebaat bij een goede griffie. Het is daarom een goed voorstel maar wel was verrassend dat de huidige griffiemedewerkster 36 uur op papier draaide. Zij was altijd bereikbaar en gaat nu weg maar een welgemeend dank je wel is op zijn plaats. (applaus) Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat gezien de grote vraagstukken die afkomen op het lokaal bestuur en de ambities van de raad de voorgestelde uitbreiding van de griffie verstandig is. De in het raadsvoorstel genoemde dreiging van overbelasting en uitval van griffiemedewerkers is zorgelijk en als werkgever dient de gemeenteraad goed te zorgen voor deze mensen. Daarom wordt ingestemd met het voorstel en de fractie roept de medewerkers van de griffie op om hun grenzen goed te bewaken. Mevrouw KOENDERS meldt dat de hele fractie heel blij is met de prettige en deskundige griffie. Het is goed dat door structurele uitbreiding meer invulling kan worden gegeven aan de ambities van de raad en dat de griffie iets minder kwetsbaar zal worden doordat er meer ruimte komt om elkaar te vervangen.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 10. Realiseren van starters- en flexwoningen
18
De heer BRUINS merkt op dat Baarn een gewilde plek is om te wonen en het wordt meer dan eens een stad met een dorps karakter genoemd maar de huizenprijzen zijn de afgelopen jaren exorbitant gestegen waardoor bepaalde groepen zich op dit moment niet kunnen vestigen in Baarn. Het lukt de gemeente niet om de juiste doelgroep te bedienen terwijl daar wel mogelijkheden voor zijn. De verschillende overheidslagen zijn verplicht om actief woonbeleid te ontwikkelen en uit te voeren. Er ligt een plan om een wijk met 250 flexwoningen te bouwen op een deel van het aan de Zandvoortweg gelegen bomencentrum. Dit gebied grenst direct aan het Natuurnetwerk Nederland. De provinciale omgevingsverordening maakt woningbouw in dit gebied onmogelijk maar de vraag is of dat zo is gezien het tekort aan betaalbare woningen. Daarom mag deze locatie niet op voorhand worden uitgesloten. In oktober 2023 heeft de ChristenUnie hierover een motie vreemd aan agenda ingediend waarin het college werd opgeroepen om een positief bestuurlijk besluit te nemen over dit woningbouwproject. Toen kwam de suggestie in de raad om hierover eerst met elkaar van gedachten te wisselen en daarom is de motie destijds ingetrokken. Wethouder Veldhuizen heeft toen toegezegd dat hij het initiatief met een positieve grondhouding zal onderzoeken en het gesprek zal aangaan met de ontwikkelaar en de provincie.