CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

234695 IBOR 2021-2030 bijlage 2 Beheerplan Wegen

Besluit in de Raad 21 april 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-20309.779 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beheerplan wegen 2021-2030 Gemeente Baarn

2

Projecttitel

:

Beheerplan Wegen 2021-2030

Status document

:

Definitief

Opdrachtgever

:

Dhr. S. Polderman Gemeente Baarn

Opgesteld door

:

David van Zanten Pontifex Infra Consultants

Datum

:

April 2021

3

Inhoudsopgave 1. INLEIDING.......................................................................................................... 3 1.1. Aanleiding beheerplan wegen 2021-2030 .......................................................... 4 1.2. Doelstelling ................................................................................................... 4 1.3. Werkwijze opstellen beheerplan ....................................................................... 4 1.4. Kader beheerplan........................................................................................... 5 2. WEGBEHEER IN DE GEMEENTE BAARN ................................................................... 6 2.1. Inleiding ....................................................................................................... 6 2.2. Integraliteit ................................................................................................... 6 3. BEELDKWALITEIT ................................................................................................ 7 3.1. Inleiding ....................................................................................................... 7 3.2. Kwaliteitsniveau B .......................................................................................... 8 4. HET TE BEHEREN AREAAL.....................................................................................

9 4.1. Inleiding ....................................................................................................... 9 4.2. Areaal .......................................................................................................... 9 5. KWALITEIT VAN HET AREAAL ...............................................................................11 5.1. Inleiding ......................................................................................................11 5.2. Inspectieresultaten verhardingen ....................................................................11 5.3. Asfaltverhardingen ........................................................................................11 5.4. Elementenverhardingen .................................................................................11 5.5. Cementbeton verhardingen ............................................................................12 5.6. Boomwortelschades ......................................................................................12 6. WAT GAAT HET KOSTEN ......................................................................................13 6.1. Inleiding ......................................................................................................13 6.2. Uitgangspunten ............................................................................................13 6.3.

Kostensoort..................................................................................................13 6.4. Klein onderhoud ...........................................................................................13 6.5. Groot onderhoud ..........................................................................................13 6.6. Vervangingen ...............................................................................................14 7. PLANNING VERVANGINGEN 2021-2030 .................................................................15 7.1. Inleiding ......................................................................................................15 7.2. Planning belangrijkste projecten .....................................................................15 8. HOE GAAN WE DAT BETALEN ...............................................................................16 8.1. Inleiding ......................................................................................................16 8.2. Exploitatie....................................................................................................16 8.3. Voorziening groot onderhoud wegen................................................................17 8.4.

Meerjaren-investeringsprogramma wegen (MIP) 2021-2030 ...............................17 Bijlage 1: Wetteksten .............................................................................................19 Bijlage 2: Beleid en regelgeving ...............................................................................22 Bijlage 3 inspectiesystematiek .................................................................................24 Bijlage 4: Relatietabel maatregelen en eenheidsprijzen ...............................................28 Bijlage 5: Verklarende woordenlijst ..........................................................................30

1. INLEIDING

4

1.1. Aanleiding beheerplan wegen 2021-2030 De gemeente Baarn is verantwoordelijk voor een adequaat beheer van haar kapitaalgoederen, waaronder wegen, riolering, groen en gebouwen. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd, dat voor het beheer van deze kapitaalgoederen meerjarenprogramma’s beschikbaar moeten zijn. Om te kunnen voldoen aan de eisen uit het BBV dient het beheerplan wegen geactualiseerd te worden. Voor het hebben van een voorziening groot onderhoud wegen is conform het BBV een beheerplan met een meerjaren onderhoudsprogramma nodig. Dit beheerplan heeft een looptijd van 2021-2030. Met dit beheerplan wegen krijgt de gemeente inzicht in het beheer van haar wegenareaal om het onderhoud op een doelmatige en efficiënte wijze en tegen zo laag mogelijke kosten uit te kunnen voeren. De resultaten in dit beheerplan zijn geënt op de resultaten van de globale visuele weginspectie, de maatregeltoets, diverse onderzoeken gebaseerd op kwaliteitsniveau B. Daarnaast is de planning integraal afgestemd met onder andere de rioleringsprojecten en groen. 1.2.

Doelstelling Het beheerplan wegen 2021-2030 heeft tot doel om voor de korte, middellange en lange termijn het beheer en onderhoud van de verhardingen inzichtelijk te hebben, teneinde het onderhoud op een doelmatige en efficiënte wijze en tegen zo laag mogelijke kosten uit te kunnen voeren. Naast bovengenoemde doelstelling heeft het beheerplan wegen onderstaande doelstellingen: • Financieel uitvoeringsprogramma waarmee voldaan wordt aan het vigerende beleid, het onderhoud van de wegen in het centrum op kwaliteitsniveau A en in de wijken op kwaliteitsniveau B; • Voldoen aan de BBV met het opstellen van een meerjaren-uitvoeringsprogramma. • Meerjaren-uitvoeringprogramma waarbij de onderhouds- en vervangingswerkzaamheden integraal worden afgestemd op projecten van verkeer, riolering en groen; • Het inrichten van een voorziening groot onderhoud wegen conform het BBV. 1.3. Werkwijze opstellen beheerplan Het opstellen van een beheerplan wegen is een omvangrijk proces. Op hoofdlijnen bestaat het opstellen van het beheerplan uit twee stappen: 1.

Het technische deel Het technische deel bestaat uit het uitvoeren van een globale visuele weginspectie, onderzoeken naar de restlevensduur van de asfaltverhardingen en een wegenscan. Vervolgens worden de resultaten ingevoerd in het wegenbeheersysteem Greenpoint.

2.

Samenstellen van het beheerplan Voor het opstellen van het beheerplan wegen wordt gebruik gemaakt van het beheeren informatiesysteem Greenpoint. Greenpoint genereert kwalitatieve, kwantitatieve en financiële gegevens op basis van de uitgevoerde inspecties en onderzoeken. Daarnaast is met het beheerpakket de meerjarenplanning opgesteld. Naast bovenstaande componenten worden in het beheerplan het vigerende beleid en de processen met betrekking tot het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingen toegelicht. Het beheerplan is een plan op tactisch niveau, dat de vertaalslag maakt van beleid en wet- en regelgeving naar operationeel beheer en derhalve voorziet in de behoefte om beleid te kunnen vertalen naar concrete streefbeelden conform beeldkwaliteit A en B.

5

1.4. Kader beheerplan Dit beheerplan heeft betrekking op de bij de gemeente Baarn in beheer zijnde verhardingen. Dit betreffen alle asfalt-, elementen- en cementbetonverhardingen. Het kwaliteitsniveau van het beheerplan wegen is conform het vigerend beleid, vastgesteld op kwaliteitsniveau B. Dit is het basis kwaliteitsniveau voor het beheren en onderhouden van de wegen. De overige beleidskaders zijn in het hoofdstuk beleid nader uitgewerkt. De kwaliteit en de onderhoudskosten van onverharde en halfverharde wegen/paden kunnen niet op basis van de CROW-wegbeheersystematiek bepaald worden. In dit beheerplan wordt volstaan met de kwaliteit van eerste drie verhardingstypen (asfalt, elementenverhardingen en cementbeton). Wegbeheer omvat het beheren en in stand houden van de openbare verhardingen en is onder te verdelen in: • Klein onderhoud; • Groot onderhoud; • Rehabilitaties en reconstructies. In dit beheerplan hebben de financiële middelen die worden aangevraagd betrekking op klein onderhoud, groot onderhoud en rehabilitaties met alle bijkomende kosten (dit is inclusief VAT, algemene kosten, uitvoeringskosten winst & risico, engineering en alle overige kosten). De onderhoudsplanning is integraal afgestemd met overige projecten in de openbare ruimte, waaronder het vervangingsprogramma riolering.

De gemeente Baarn maakt gebruik van het beheer en informatiesysteem van Greenpoint, om het beheer van het wegenareaal systematisch en planmatig uit te voeren. Het goed en tijdig uitvoeren van onderhoud aan verhardingen heeft zowel een economisch als een (verkeers-) veiligheidsdoel en levert daarnaast een positieve beleving van de openbare ruimte door de burger. De planning uit het beheersysteem is samen met andere onderzoeken een goed hulpmiddel om onderhoud tijdig te plannen.

6

2. WEGBEHEER IN DE GEMEENTE BAARN 2.1. Inleiding In maart 2019 is het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan maakt inzichtelijk hoe de gemeente op lange termijn de openbare ruimte wil beheren. De beheervisie beschrijft op welke kwaliteit een gebied beheerd moet worden. In hoofdstuk 3.2 wordt verder in gegaan op wat het kwaliteitsniveau B inhoudt voor de beheerdiscipline wegen. 2.2. Integraliteit Wegbeheer is een onderdeel van het totale beheer van de openbare ruimte. Zo zijn ook het beheer van het groen en de riolering behoorlijke posten op de gemeentelijke begroting. Door de onderhoudsplannen van de verschillende beheerdisciplines op elkaar af te stemmen, is het onderhoud doelmatig en efficiënt uit te voeren waarbij wordt getracht de overlast voor de burger zo veel mogelijk te beperken. De afstemming kan niet alleen over de verschillende beheerdisciplines heen plaatsvinden, maar ook binnen de verschillende disciplines, waarbij werkzaamheden welke in meerdere jaren staan gepland o.b.v. technische noodzaak, toch in één jaar worden uitgevoerd. Daarnaast wordt de eventuele overlast voor de burgers beperkt tot slechts één periode waarin onderhoud wordt uitgevoerd. Dit draagt vervolgens ook bij aan de belevingswaarde van de openbare ruimte, maar ook het beeld van de burger: de gemeente werkt samen en stemt af en geeft niet onnodig geld uit.

Bij integraal beheer gaat het erom dat de openbare ruimte als één geheel wordt gezien. Bij beheer, onderhoud en (her-)inrichting van wegen, dient rekening gehouden te worden met: • Het in een vroegtijdig stadium betrekken van alle beheerdisciplines / afdelingen bij de plannen over functionaliteit, beeld en beheerbaarheid van de openbare ruimte bij herinrichting van de bestaande openbare ruimte of bij nieuwbouwprojecten; • Het aansluiten bij reeds lopende projecten en ontwikkelingen binnen de gemeente wanneer groot onderhoud moet worden uitgevoerd; • Integrale afstemming bij regulier onderhoud in de openbare ruimte; • Integrale afstemming met uitvoering kabels en leidingen (MOOR).

7

3. BEELDKWALITEIT 3.1. Inleiding De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018, CROW publicatie 380, is de basis voor het opstellen van de onderhoudscontracten en -bestekken én voor het vergelijken van de kwaliteit van de openbare ruimte met de afgesproken kwaliteitsdoelen. In de gemeente Baarn zijn zowel wegen die op beeldkwaliteitsniveau A als wegen die op beeldkwaliteitsniveau B worden onderhouden. Kwaliteitsniveau

Omschrijving

Indicatie kwaliteit

Relatie met wegbeheer

A+

Zeer hoog

Nagenoeg ongeschonden

Er is geen schade

A

Hoog

Mooi en comfortabel

B

Basis

Functioneel

C

Laag

Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder

D

Zeer laag

Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid of sociale onveiligheid

Er is enige schade, maar de waarschuwingsgrens is niet overschreden De waarschuwingsgrens is overschreden: er is klein onderhoud nodig of binnen vijf jaar is groot onderhoud nodig De richtlijn is overschreden: er is binnen twee jaar groot onderhoud nodig De richtlijn is meer dan één klasse overschreden: er is direct groot onderhoud nodig

Tabel 3.1 Relatie kwaliteitsniveaus In tabel 3.2 is naast een omschrijving en relatie tot het kwaliteitsniveau uit de CROWpublicatie ook een indicatie gegeven ten aanzien van de consequenties voor de beleidsthema’s. Doelstelling

Kwaliteitsniveau A

B

Veiligheid

A+ Kans op ongevallen geminimaliseerd

Kans op ongevallen klein

Bereikbaarheid

Uitstekende bereikbaarheid

Goede bereikbaarheid

Kans op ongevallen klein Bereikbaarheid niet in het geding

Comfort

Zeer comfortabel

Comfortabel

Aanzien

Zeer verzorgde uitstraling

Verzorgde uitstraling

Leefbaarheid uitstekend Belasting op milieu zo beperkt mogelijk

Leefbaarheid goed Belasting op milieu lager dan wettelijke eisen

Leefbaarheid

Milieu

Tabel 3.2 Relatie kwaliteitsniveau - beleidsthema

Redelijk comfortabel Redelijk verzorgde uitstraling Leefbaarheid niet in het geding Belasting op milieu conform wettelijke eisen

C/D Kans op ongevallen neemt toe Bereikbaarheid beperkt

Minder comfortabel

Slechte uitstraling Leefbaarheid beperkt

Belasting op milieu

8

3.2. Kwaliteitsniveau B Het vastgestelde beleidskader is kwaliteitsniveau A en B, echter voor de beheerkosten in dit plan is de kwaliteit van het areaal doorgerekend op kwaliteitsniveau B. Bij kwaliteitsniveau B wordt onderhoud precies op het juiste moment uitgevoerd en vindt er geen kapitaalsvernietiging plaats. In de catalogus van CROW-publicatie 380 worden schaalbalken benoemd. Iedere schaalbalk beschrijft in vijf verschillende kwaliteitsniveaus de voorkomende kwaliteit van een specifiek kwaliteitscriterium van een object. Een schaalbalk bestaat uit vijf foto’s, beschrijvingen van het criterium en meetbare normen. Figuur 3.1 geeft een voorbeeld van deze schaalbalken met een beschrijving van het criterium, zoals opgenomen in CROW-publicatie 380. A+

A

B

C

D

Er is geen dwarsonvlakheid (spoorvorming). Er is geen schade volgens de CROWsystematiek voor wegbeheer.

Er is lichte dwarsonvlakheid (spoorvorming). Er is enige schade volgens de CROWsystematiek voor wegbeheer.

Er is enige dwarsonvlakheid (spoorvorming). De waarschuwingsgrens van de CROWsystematiek voor wegbeheer is overschreden.

Er is aanzienlijke dwarsonvlakheid (spoorvorming). De richtlijn van de CROW-systematiek voor wegbeheer is overschreden.

Er is veel ernstige dwarsonvlakheid (spoorvorming). De richtlijn van de CROW-systematiek voor wegbeheer is met meer dan één klasse overschreden. Er is sprake van onderhoudsachtersta nd.

Omvang en spoordiepte per rijstrook

Omvang en spoordiepte per rijstrook

Omvang en spoordiepte per rijstrook

Omvang en spoordiepte per rijstrook

Omvang en spoordiepte per rijstrook

lichte dwarsonvlakheid (> 10 mm)

lichte dwarsonvlakheid (> 10 mm)

lichte dwarsonvlakheid (> 10 mm)

lichte dwarsonvlakheid (> 10 mm)

lichte dwarsonvlakheid (> 10 mm)

< 5 m¹ per 100 m¹

≥ 5 m¹ per 100 m¹

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

matige dwarsonvlakheid (> 25 mm)

matige dwarsonvlakheid (> 25 mm)

matige dwarsonvlakheid (> 25 mm)

matige dwarsonvlakheid (> 25 mm)

matige dwarsonvlakheid (> 25 mm)

0 m¹ per 100 m¹

< 5 m¹ per 100 m¹

< 15 m¹ per 100 m¹

< 35 m¹ per 100 m¹

≥ 35 m¹ per 100 m¹

ernstige dwarsonvlakheid (> 40 mm)

ernstige dwarsonvlakheid (> 40 mm)

ernstige dwarsonvlakheid (> 40 mm)

ernstige dwarsonvlakheid (> 40 mm)

ernstige dwarsonvlakheid (> 40 mm)

0 m¹ per 100 m¹

0 m¹ per 100 m¹

< 5 m¹ per 100 m¹

< 5 m¹ per 100 m¹

≥ 5 m¹ per 100 m¹

Figuur 3.1 Voorbeeld schaalbalk CROW publicatie 380

9

4. HET TE BEHEREN AREAAL 4.1. Inleiding De gemeente Baarn heeft een totaal oppervlak van 33,03 km² en telt ruim 24.700 inwoners. Het totale areaal aan verhardingen binnen de gemeentegrenzen dat in beheer is bij de gemeente bedraagt 1.004.726 m². Het areaal Wegen betreft verharding in de openbare ruimte. De halfverharding in parken en de verharding binnen sportvelden, schoolpleinen, parkeerplaatsen van bedrijven of verharde privéterreinen behoren niet tot de scope van dit beheerplan.

Afbeelding 4.1 Baarn

4.2. Areaal Onderverdeling naar wegtypen De wegen van de gemeente Baarn kunnen conform de CROW worden onderverdeeld naar 5 verschillende wegtypes afhankelijk van het gebruik en de functie van de weg. In tabel 4.1 is de onderverdeling weergegeven. Wegtype 1 (autosnelwegen) en wegtype 2 (provinciale wegen), komen wel binnen de gemeentegrenzen voor, maar zijn niet in beheer bij de gemeente Baarn.

10

Wegtypen Oppervlakken [m²] Nr. Benaming 3 Gemiddeld belaste weg 124.623 4 Licht belaste weg 100.052 5 Weg in woongebied 496.337 6 Weg in verblijfsgebied 279.952 7 Fietspaden 4.262 Onbekend Totaal 1.004.726 Tabel 4.1 Onderverdeling wegenareaal naar verhardingstype

Percentage van totaal [%] 12,4 10 49,4 27,8 0.40 100%

In tabel 4.2 is het gemeentelijke wegenareaal naar verhardingstype in m² weergegeven. Verhardingstype

Oppervlakken [m²]

Percentage van totaal [%]

Dicht asfaltbeton

277.264

27,6

Elementen

723.592

72,02

Cementbeton

3.870

0,39

Overige

-

-

Totaal

1.004.726

100%

Tabel 4.2 Onderverdeling wegenareaal naar verhardingstype In tabel 4.3 is het gemeentelijke wegenareaal naar jaar van aanleg in m² weergegeven. Jaar van aanleg

Oppervlakten [m²]

Percentage van totaal [%]

94.016

9,4

1946-1950

0

0,0

1951-1955

24.582

2,4

1956-1960

72.570

7,2

1961-1965

33.010

3,3

1966-1970

126.483

12,6

1971-1975

51.153

5,1

1976-1980

43.922

4,4

1981-1985

27.020

2,7

1986-1990

69.749

6,9

1991-1995

96.688

9,6

1996-2000

41.473

4,1

2001-2005

49.856

5,0

2006-2010

34.715

3,5

2011-2015

24.604

2,4

2016-heden

69.854

7,0

Onbekend

145.631

14,5

< 1945

1.004.726 Tabel 4.3 Onderverdeling wegenareaal naar jaar van aanleg Totaal

100%

11

5. KWALITEIT VAN HET AREAAL 5.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het wegenareaal weergegeven. Per type verharding is de kwaliteit beschreven zoals die naar voren is gekomen uit de visuele weginspectie die is uitgevoerd. 5.2. Inspectieresultaten verhardingen Inzicht in de onderhoudstoestand van de verhardingen wordt verkregen door om het jaar een globaal visuele inspectie uit te voeren volgens de inspectiemethodiek beschreven in publicatie 146 a en b van CROW. Doordat in deze publicatie de beoordeling van de mogelijke schades in hoge mate is gestandaardiseerd met beschrijvingen en normstellingen (ernst en omvang), is het mogelijk een objectief beeld te vormen van de kwaliteit van de verhardingen. De schadebeoordeling voor de ernst van de schade wordt aangeduid met: geen schade (G), lichte schade (L), matige schade (M) of ernstige schade (E). Daarnaast wordt de omvang van de geconstateerde schade aangeduid met de cijfers 1 (geringe omvang), 2 (enige omvang) en 3 (grote omvang). 5.3. Asfaltverhardingen De kwaliteit van de asfaltverharding wordt conform de methodiek bepaald door 5 schadegroepen. In onderstaande tabel is de geconstateerde combinatie van ernst en omvang weergegeven voor de verschillende schadebeelden waarop de asfaltverhardingen beoordeeld zijn. Asfaltverharding

Goed (G-L1-L2)

Licht (L3-M1)

Matig (M2-M3)

(m2) (%) (m2) (%) (m2) Rafeling 211.142 76 17.084 6 2.111 Dwarsonvlakheid 269.122 97,1 5.857 2,1 0 Scheurvorming 179.716 64,8 29.140 10,5 1.127 Oneffenheden 272.506 98,3 1.482 0,5 86 Randschade 203.335 73,3 8.486 3,1 0 Tabel 5.1 Onderverdeling schadebeelden asfaltverhardingen

(%) 1 0 0,4 0 0

Ernstig (E1-E2E3) (m2) (%) 46.927 17 2.285 0,8 67.281 24,3 3.190 1,2 65.443 23,6

Uit tabel 5.1 is op te maken dat de schadebeelden scheurvorming 24,3% en randschade 23,6% het meeste voorkomen. Bij het grootste deel van de wegvakken komen deze schades ook in ernstige vorm voor. De aanwezigheid van deze ernstige schades in grote omvang betekent dat onderhoud op korte termijn noodzakelijk is. Ook het schadebeeld rafeling is met 17% ernstig, aanzienlijk en zal op korte termijn moeten worden hersteld. 5.4. Elementenverhardingen De kwaliteit van de elementenverharding wordt bepaald door de schadegroepen dwarsonvlakheid, oneffenheden en voegwijdte. In onderstaande tabel is de geconstateerde combinatie van ernst en omvang weergegeven voor de verschillende schadebeelden waarop de elementenverhardingen beoordeeld zijn. Elementenverharding

Goed (G-L1-L2)

Licht (L3-M1)

Matig (M2-M3)

(m2) (%) (m2) (%) (m2) (%) Voegwijdte 711.514 98,3 10.131 1,4 651 0,1 elementen Dwarsonvlakheid 687.132 95 24.718 3,4 2.781 0,4 Oneffenheden 227.998 31,5 346.347 47,9 62.402 8,6 Tabel 5.2 Onderverdeling schadebeelden elementenverhardingen

Ernstig (E1-E2E3) (m2) (%) 1.296

0,2

8.961 86.845

1,2 12

12

Bij elementverhardingen is het schadebeeld oneffenheden het meest voorkomend met 12% ernstig en 8,6% matig. De schadebeelden voegwijdtes en dwarsonvlakheid komen weinig tot niet voor. 5.5. Cementbeton verhardingen Naast de asfalt- en elementenverhardingen. Bij de cementbetonverhardingen (3.870 m²) zijn geen schades geconstateerd. Voor het inzichtelijk maken van de kwaliteit van betonverharding worden 3 schadegroepen gebruikt. In onderstaande tabel is de geconstateerde combinatie van ernst en omvang weergegeven voor de verschillende schadebeelden waarop de betonverhardingen beoordeeld zijn.

Cementbeton verharding

Goed (G-L1-L2)

Licht (L3-M1)

Matig (M2-M3)

(m2)

(m2)

(m2)

(%)

(%)

Ernstig (E1-E2-E3)

(%)

(m2)

(%)

Oneffenheden

3.839

99,2

5

0,1

16

0,4

10

0,3

Scheurvorming

3.787

97,9

9

0,2

6

0,2

68

1,8

Voegvulling

3.870

100

0

0

0

0

0

0

Tabel 5.3 Onderverdeling schadebeelden cementbetonverhardingen

5.6. Boomwortelschades In Baarn zijn in het verleden veel bomen geplant waarbij de wortels, nu de bomen zijn volgroeid, schade veroorzaken aan de verhardingen. Dit betreft locaties met achterstallig onderhoud, waarbij de kans op aansprakelijkheidsstellingen en ongevallen groot is. Afhankelijk van de (monumentale) waarde van de boom wordt de keuze gemaakt of de verharding wordt aangepast, de wortels gekapt kunnen worden, de boom gerooid moet worden en/ of er een nieuwe boom aangeplant kan worden. Er kan voor gekozen worden om kleine wortels te verwijderen waarmee de schade plaatselijk verholpen kan worden. Veelal wordt bij monumentale en beeldbepalende bomen in geval van wortelopdruk groeiplaatsverbetering toegepast. Hierbij wordt de harde grond rondom de wortels verwijderd en nieuwe goed doorwortelbare grond aangebracht. Deze werkwijze zorgt voor een beter groeiklimaat waardoor de wortel minder wortelopdruk veroorzaakt.

13

6. WAT GAAT HET KOSTEN 6.1. Inleiding In dit hoofdstuk worden de benodigde kosten voor het domein wegen inzichtelijk gemaakt. De kosten zijn onderverdeeld in klein onderhoud, groot onderhoud en de vervangingen van de verhardingen. 6.2. Uitgangspunten Alle genoemde bedragen in het beheerplan wegen 2021-2030 zijn weergegeven in euro (€) en exclusief 21% omzetbelasting. De kosten betreffen de aannemerskosten inclusief algemene kosten, uitvoeringskosten, winst en risico en verkeersmaatregelen. Voor klein- en groot onderhoud is geen VAT-percentage gerekend, voor de projecten in de MIP is wel met VAT-percentage gerekend. 6.3. Kostensoort Per verhardingstype (asfaltverharding, elementenverharding en cementbeton), wegtype en maatregelgroep is in het beheerpakket een standaard maatregel met bijhorende kosten opgenomen. Op basis van de te nemen maatregelen vermenigvuldigt met het aantal m² te onderhouden areaal is het benodigd budget samengesteld. In bijlage 6 is een overzicht van de maatregel en maatregelprijzen per m² opgenomen. 6.4. Klein onderhoud Onder klein onderhoud wordt verstaan: • Het plaatselijk herstellen van oneffenheden; • Scheuren vullen; • Kleine reparaties. Het budget klein onderhoud is een percentage van de jaarlijkse gemiddelde kosten van groot onderhoud. Voor de planperiode 2021-2030 bedraagt het groot onderhoud gemiddeld €150.000 per jaar.

In de CROW publicatie 147 is een percentage aangehouden voor de hoofdwegen tussen de 8 en 12% en voor de woonstraten, fiets en voetpaden 10-15%. Voor Baarn wordt 20% aangehouden en is daarmee hoger dan wordt geadviseerd. Dit is een bewuste keuze om de kosten op het groot onderhoud te verminderen.

Klein onderhoud

2021

2022

2023

2024

2025

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Gem. per jaar 2026-2030 150.000

Tabel 6.1 Klein onderhoud 2021-2030 6.5. Groot onderhoud Het groot onderhoud is onderverdeeld in verhardingssoort asfalt, elementen en cementbeton. De kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht voor uitvoering van het groot onderhoud wordt uitgevoerd door medewerkers van de gemeente. Type verharding

2021

2022

2023

Asfalt

401.332

134.425

-

778

Elementen

395.759

Totaal

797.091

Cementbeton

2024

2025

Totaal

477.163

436.689

20.287

-

2.274

-

3.052

794.326

256.296

213.037

663.291

2.322.709

929.529

733.459

652.000

683.578

3.795.657

Tabel 6.2 Kosten groot onderhoud asfalt, elementen en cementbeton 2021-2025

1.469.896

14

6.6. Vervangingen Na het opstellen van de gemuteerde basisplanning is een nieuw meerjareninvesteringsprogramma 2021-2030 (MIP) opgesteld. In hoofdstuk 7 is een overzicht van de belangrijkste projecten uit het MIP opgenomen. De kosten voor vervangingen betreft de aannemerskosten. Over de kosten van vervangingen is een percentage van 16% VAT (voorbereiding, administratie en toezicht) gerekend wat niet door de eigen medewerkers wordt uitgevoerd maar bedoeld is voor het uitvoeren van alle nodige onderzoeken en het door een ingenieursbureau op laten stellen van een ontwerp naar bestek en tekeningen en het verzorgen van de aanbesteding, het voeren van directie en toezicht houden op de uitvoering van het werk. MIP 2021-2030

Staatsliedenwijk Transvaal Schilderswijk Eemstraat Lage Vuursche Noordschil Rode Dorp Torenlaan Professorenwijk Van Reenenlaan e.o. Stationsgebied Zandvoortweg

2021 300.000 680.000

2022 445.000

125.000

160.978

2023 445.000

407.397

2024

2025

333.008

333.008

2026

2027

2028

2029

489.835 216.545

489.835 216.545

2030

407.397

798.664 597.010

597.010

597.010 165.609

460.000 200.000

1.765.000

605.978

852.397

740.405

Tabel 6.3 Kosten MIP wegen 2021-2030

930.018

597.010

597.010

706.379

706.379

964.273

Totaal 1.190.000 680.000 666.016 285.978 814.794 979.669 433.089 798.664 1.791.029 165.609 460.000 200.000

8.464.848

15

7. PLANNING VERVANGINGEN 2021-2030 7.1. Inleiding Het planmatig onderhoud aan de wegen is onderverdeeld naar 2 categorieën te weten: groot onderhoud en vervangingen. In dit hoofdstuk zijn de vervangingsprojecten met kosten en uitvoeringsperiode opgenomen. De prioritering van de projecten is tot stand gekomen door de technische staat van onderhoud en de verwachtte restlevensduur van zowel de wegen als de riolering apart en in combinatie met elkaar te vergelijken en over elkaar heen te leggen. Hoe eerder het project op de planning, des te slechter is de kwaliteit van de wegen en de riolering. 7.2. Planning belangrijkste projecten Wegenprojecten i.c.m. riolering De komende jaren moet in een groot aantal wijken werkzaamheden plaatsvinden aan de riolering. In verband met de werkzaamheden aan de riolering zullen de rijbanen in deze wijken worden opgebroken. Omdat dit een ingrijpende maatregel is en omdat de verhardingen in deze wijken aan vervanging toe zijn, wordt gelijktijdig met het riool ook de verharding van perceelgrens tot perceelgrens vervangen. De kosten voor het vervangen van het straatwerk wordt gefinancierd vanuit het MIP wegen.

Projecten Staatsliedenwijk

Wegen

Jaar van uitvoering

1.190.000

2021-2023

Transvaal

680.000

2021

Schilderswijk

666.016

2024-2025

Eemstraat

285.978

2022

Lage Vuursche

814.794

2023-2024

Rode Dorp

433.089

2028-2029

1.791.029

2025-2027

165.609

2030

460.000

2021

Professorenwijk Van Reenenlaan e.o. Stationsgebied Totaal

6.486.515

Tabel 7.1 planning wegenprojecten i.c.m. met rioolprojecten 2021-2030 Wegenprojecten In aansluiting op de rioolwerkzaamheden in de Zandvoortweg wordt in 2021 ook de weg heringericht met nieuwe materialen voor € 200.000 In de periode 2028-2029 staat de Noordschil op de planning om daar de elementenverharding om te vormen naar een asfaltconstructie hier is € 979.669 voor opgenomen. In 2030 wordt de Torenlaan heringericht, hier is € 798.664 voor opgenomen.

Projecten

Wegen

Jaar van uitvoering

Noordschil

979.669

2028-2029

Torenlaan

798.664

2030

Zandvoortweg

200.000

2021

Totaal

1.978.333

Tabel 7.2 planning wegenprojecten (autonoom)

16

8. HOE GAAN WE DAT BETALEN 8.1. Inleiding Het beheer en onderhoud en de vervangingen van wegen is op 3 verschillende plekken in de begroting opgenomen. Exploitatie. Op de exploitatie staan de kosten voor klein onderhoud, onderzoeken en adviezen. Daarnaast is de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud en zijn de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen opgenomen. Voorziening groot onderhoud wegen. Om fluctuaties in exploitatie wegen te voorkomen als gevolg van het wisselende groot onderhoudsprogramma en om de jaarlijkse vrijval van niet besteed budget aan de algemene reserve te voorkomen, is gekozen om de kosten voor het groot onderhoud wegen ten laste van de voorziening groot onderhoud wegen te laten lopen. Jaarlijks wordt hier vanuit de exploitatie een bedrag ontvangen en worden de kosten voor het uitgevoerde groot onderhoud hier van ten laste gebracht. Meerjaren investeringsprogramma wegen (MIP). De projecten voor de vervangingen van de wegen zijn opgenomen in het meerjareninvesteringsprogramma 2021-2030. Conform de BBV is de gemeente verplicht deze vervangingsinvesteringen te activeren en de hieruit volgende kapitaallasten ten laste te brengen van de exploitatie wegen. Deze zogenaamde kapitaallasten bestaan uit een deel aflossing en een deel rente. Onderstaand een overzicht van de huidige beschikbare budgetten voor het beheer en onderhoud van de wegen.

Alle genoemde bedragen in het beheerplan wegen 2021-2030 zijn weergegeven in euro (€) en exclusief 21% omzetbelasting. 8.2. Exploitatie Omschrijving kostenplaats

Wegen, onderzoek en planvorming Herinrichting en reconstructie Onderhoud wegen, straten en pleinen Totaal beschikbaar

2021

23.903 187.603 1.021.707 1.233.213

2022

2023

23.903 23.903 187.145 186.688 1.071.707 1.071.707 1.282.755 1.282.298

2024

2025

23.903 186.231 1.071.707 1.281.841

23.903 185.773 1.071.707 1.281.383

Tabel 8.1 Beschikbaar budget exploitatie wegen

In tabel 8.1 zijn de huidige beschikbare budgetten voor het beheer en onderhoud van de wegen vermeld zoals deze zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Voor de kosten van de kapitaallasten van de eerder geactiveerde investeringen zijn alleen de afschrijvingslasten opgenomen en zijn de rentelasten in verband met de geringe omvang hier achterwege gelaten. In tabel 8.2 zijn de benodigde budgetten conform de berekening van het beheerplan voor het beheer en onderhoud van de wegen vermeld. De afschrijvingslasten als gevolg van het nieuwe investeringsprogramma 2021-2030 zijn hier opgenomen en worden gedekt door de het tekort te verreken met de storting aan de voorziening, waarmee deze is gedekt.

Omschrijving kostenplaats

2021

Wegen, onderzoek en planvorming 23.903 Herinrichting en reconstructie 187.603 Onderhoud wegen, straten en pleinen 1.013.623 Totaal benodigd 1.225.129

2022

2023

23.903 23.903 222.445 242.932 990.536 1.008.156 1.236.884 1.274.991

2024

2025

23.903 253.728 1.022.733 1.300.364

23.903 278.136 1.044.274 1.346.312

Tabel 8.2 Benodigd budget exploitatie wegen

In tabel 8.3 is het verschil tussen het benodigde en het beschikbare budget vermeld.

17

Op de activiteit klein onderhoud ontstaat een jaarlijks voordeel van € 33.171 en door een lagere dotatie aan de voorziening groot onderhoud wegen ontstaat een jaarlijks voordeel vanaf 2022 van € 70.000. Als gevolg van het investeringsprogramma 2021-2030 zijn de kapitaallasten opgenomen die cumulatief oplopen van € 35.300 in 2022 tot € 163.260 in 2030. In de begroting 2021 (en meerjarenraming 2022-2024) zijn de kapitaalslasten verrekend met een verlaging van de storting in de voorziening. Om de voorziening voor groot onderhoud op peil te houden, wordt dit niet meer toegepast, waardoor het meerdere van de kapitaalslasten ten laste zullen gaan komen van de begroting. Omschrijving kostenplaats

Wegen, onderzoek en planvorming Herinrichting en reconstructie Onderhoud wegen, straten en pleinen Totaal verschil

2021

0 0 8.084 8.084

2022

2023

2024

2025

0 -35.300 81.171 45.871

0 -56.245 63.551 7.307

0 -67.497 48.974 -18.524

0 -92.363 27.433 -64.929

Tabel 8.3 Verschil beschikbaar minus benodigd budget exploitatie wegen

8.3. Voorziening groot onderhoud wegen Op basis van het uitvoeringsprogramma groot onderhoud wegen is gemiddeld per jaar een dotatie van € 780.000 benodigd om de jaarlijkse kosten voor het groot onderhoud wegen te dekken. Om te voorkomen dat de voorziening negatief komt te staan wordt in 2021 eenmalig € 115.000 uit de algemene reserve onttrokken en wordt dit bedrag in 2024 weer aan de algemene reserve (terug) gestort. Conform de regels van de BBV is het niet toegestaan dat een voorziening groot onderhoud negatief staat. In onderstaande tabel 8.4 is het verloop van de voorziening groot onderhoud wegen over de planperiode 2021-2030 weergegeven. Voorziening Wegen 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand per 1 januari* 52.000 149.909 381 46.923 59.923 156.345 136.345 116.345 96.345 76.345 tijdelijke dekking uit AR 115.000 -115.000 Dotatie 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 780.000 Grootonderhoud projecten -797.091 -929.528 -733.458 -652.000 -683.578 -800.000 -800.000 -800.000 -800.000 -800.000 Stand per 31 december 149.909 381 46.923 59.923 156.345 136.345 116.345 96.345 76.345 56.345

Tabel 8.4 Verloop voorziening groot onderhoud wegen 2021-2030 8.4. Meerjaren-investeringsprogramma wegen (MIP) 2021-2030 In het huidige meerjaren investeringsprogramma is alleen voor jaarschijf 2021 € 1.100.000 een investeringskrediet opgenomen voor het vervangen van wegen. Voor de jaren 2022 en verder is nog geen beschikbaar budget beschikbaar, deze budgetten in tabel 8.5 staan dan ook op € 0. 2021 Beschikbaar budget

2022

1.100.000

2023 0

2024 0

Gem. per jaar 2026-2030

2025 0

0

0

Tabel 8.5 Beschikbaar budget MIP 2021-2030 In tabel 8.6 zijn de investeringen voor de jaren 2021-2025 weergegeven. Voor 2026-2030 is een gemiddelde investering van € 714.210 benodigd.

Totaal benodigd

2021

2022

2023

2024

2025

1.765.000

605.978

852.397

740.405

930.018

Gem. per jaar 2026-2030 714.210

Tabel 8.6 Benodigd budget MIP 2021-2030 In tabel 8.7 zijn de verschillen tussen de beschikbare- en benodigde investeringskredieten

18

weergegeven. Het totale investeringsvolume Wegen voor de periode 2021-2030 inclusief 2021 bedraagt € 8.464.848 2021

2022

2023 0

2024 0

Gem. per jaar 2026-2030

2025

Beschikbaar budget

1.100.000

0

0

Totaal benodigd

1.765.000

605.978

852.397

740.405

930.018

714.210

Verschil

-665.000

-605.978

-852.397

-740.405

-930.018

-714.210

Tabel 8.7 Beschikbaar budget minus benodigd budget MIP 2021-2030

0

19

Bijlage 1: Wetteksten Grondwet Volgens Artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van wegen past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (BW) dat van kracht is geworden op 1 januari 1992, is de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Ten opzichte van het oude BW is de bewijslast omgedraaid. Indien de beheerder aansprakelijk wordt gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg, dient deze beheerder aan te tonen dat hij de inspectie en het onderhoud van de wegen (inclusief voeten fietspaden) met optimale zorg uitvoert. Met andere woorden: de beheerder moet kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet. Alleen op die manier is het risico van aansprakelijkheidstelling door weggebruikers terug te dringen. Onontbeerlijk voor een overtuigende bewijsvoering zijn daarbij preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer.

De mate waarin aan de onderhoudsplicht moet worden voldaan, hangt af van de functie van de weg en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de weg. Jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat het kwaliteitsniveau “5” (zeer slecht) volgens de oude CROW-wegbeheersystematiek vermeden moet worden. Daar deze vijfschaal inmiddels niet meer wordt gebruikt, zal het begrip “onderhoudsachterstand” als grens worden aangehouden. Als gevolg van het BW met daarin het aangepaste aansprakelijkheidsrecht, is het aantal klachten en daarmee het aantal aansprakelijkheidsstellingen toegenomen. Er is een maatschappelijke verandering waarneembaar waarbij de wegbeheerder ook in de toekomst rekening dient te houden met een groeiend aantal aansprakelijkheidsstellingen. Landelijk wordt gesproken over een verdubbeling van de schade. Een bijkomende trend is het feit dat letselschadeadvocaten op basis van no-cure-no-pay mogen gaan werken. Een verdere groei van het aantal aansprakelijkheidsstellingen zou kunnen ontstaan. Wegenwet De Wegenwet heeft betrekking op alle openbare wegen en vereist van de gemeente dat alle binnen het gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen welke door het Rijk, de provincie of het Hoogheemraadschap worden onderhouden, in goede staat verkeren.

Daarbij maakt de wet onderscheid tussen het beheer van wegen en de onderhoudsplicht van wegen. De gemeente heeft in het algemeen de onderhoudsplicht van de wegen die zij in beheer heeft. De Wegenwet vereist verder van de beheerder 'goed rentmeesterschap'. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Dit betekent dat de gemeente ervoor moet zorgen dat het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd, in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud. Tevens verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratie instrument waarin voor openbare wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn. Wegenverkeerswet Deze wet bevat zowel bepalingen voor weggebruikers als voor beheerders. De Wegenverkeerswet verwacht van de wegbeheerder dat hij streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen borgen. Deze wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de

20

weggebruiker. Daarnaast dienen de één maal genomen maatregelen zodanig te worden gehandhaafd dat de weggebruiker zich op de situatie kan instellen. Hieruit blijkt het belang van goed beheer en onderhoud van verkeersvoorzieningen en verkeersmaatregelen. Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Deze stoffen, die in dit kader kunnen vrijkomen bij de aanleg van en het onderhoud aan wegen, mogen niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor secundaire grondstoffen die in de wegenbouw worden toegepast. Deze materialen mogen wel worden gebruikt indien ze worden aangewend overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit. Code Milieu Verantwoord Wegbeheer In een brief van 25 juni 2008 heeft het ministerie van VROM alle wegbeheerders in Nederland aangeschreven om de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer te ondertekenen. Het betreft de volgende punten: • •

Inzicht in het wegenbestand over de aanwezigheid van teer. Het door middel van onderzoek ontdekken van teer in wegverhardingen en wegfunderingen voorafgaand aan reconstructie of sloop. Het selectief verwijderen van teerhoudende lagen en het rechtstreeks voor thermische verwerking afvoeren van het vrijgekomen TAG naar een vergunde inrichting.

De wegbeheerders hanteren hierbij voor de omgang met vrijkomend asfalt de CROW-Richtlijn 210: “Omgaan met vrijkomend asfalt - aandacht voor de teerproblematiek”. De werkwijze binnen de gemeente Baarn sluit aan bij deze code. Bij het plegen van onderhoud aan asfaltverhardingen wordt projectmatig bekeken of er sprake is van teerhoudend asfalt. Bij het constateren van teer wordt vervolgens overgegaan tot het selectief verwijderen hiervan indien het verwijderen noodzakelijk is om de constructie te verbeteren. Net als alle andere vrijkomende materialen wordt ook teerhoudend asfalt afgevoerd naar een erkende inrichting. Besluit Asbestwegen Milieubeheer Besluit van 8 september 2000, houdende regels voor wegen waarin asbestbevattend materiaal is verwerkt (Besluit asbestwegen Wms). Als asbest in het verleden als verharding voor toegangswegen, kavelpaden of erven is gebruikt, kan dit risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Dit is vooral het geval als het asbest onvoldoende is afgedekt. Asbestvezels kunnen door het berijden van de weg, pad of erf loskomen en opstuiven. Als deze vezels worden ingeademd, ontstaat er een verhoogde kans op een asbestziekte. Vooral direct omwonenden lopen een verhoogd risico. In 2000 is vanwege de risico’s voor de volksgezondheid het Besluit asbestwegen milieubeheer van kracht geworden.

Volgens dit besluit is het verboden een onbedekte asbesthoudende weg of erf in het bezit te hebben. Wet Geluidshinder (Wgh) De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het einde van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidshinder. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer de geluidsbelasting moet worden getoetst. Voor het wegverkeer is dit onder andere bij de aanleg van een nieuwe weg, de bouw van nieuwe woningen en wanneer er wijzigingen aan de weg plaatsvinden. Daarnaast is vastgelegd hoeveel decibel geluid in deze situaties is toegestaan. Wanneer een overschrijding van de norm wordt geconstateerd bij de toetsing, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen.

21

Arbeidsomstandighedenwet (Wet Arbo) Alle werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot het uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid, het opstellen van een meerjarenplan daarvoor en het uitbrengen van een jaarverslag. Het beleid moet zijn gericht op zowel veiligheid, gezondheid, welzijn als milieu. Daarnaast moet worden voldaan aan het Bouwprocesbesluit. Dit is een uitwerking van de EG-richtlijn “Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen”. Voor de wegbeheerder betekent dit in hoofdzaak het opstellen van bestekanalyses of arboprojectrisico-inventarisaties en het zorgdragen voor het opstellen van Veiligheids- en Gezondheidsplannen (V&G-plannen). In het kader is ook de CROW-publicatie “Maatregelen bij werken in uitvoering” van toepassing. Daarnaast of eigenlijk ook wel daarbij geldt dat wij als wegontwerper verantwoorde keuzes moeten maken in de ontwerpen. Niet alleen moeten wij bedenken of dat wat wij ontwerpen aangelegd kan worden, maar ook of dat, met aandacht voor de arbeidsomstandigheden waaronder veilig werken, later onderhoud aan de weg kan worden uitgevoerd.

22

Bijlage 2: Beleid en regelgeving Juridisch kader Op nationaal niveau zijn wetten vastgesteld die betrekking hebben op de staat en de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze wetten geven geen concrete richtlijnen voor de kwaliteit waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Wel wordt het belang onderstreept dat er kaders vastgelegd moeten worden, waarbinnen beheerd en onderhouden moet worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aansprakelijkheid van de gemeente Baarn volgens de wetgeving. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In bijlage 1 zijn de relevante wetten kort uiteengezet. Aansprakelijkheid in relatie tot het wegbeheer Sinds 1992 is door de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder formeel veranderd. Dit heeft tot gevolg dat ook wanneer de beheerder zijn zorgplicht is nagekomen, hij toch aansprakelijk kan zijn voor schades die weggebruikers (automobilisten, fietsers, voetgangers) ondervinden door gebreken aan de verharding. Gebreken aan de verharding kunnen leiden tot een relatief onschuldige valpartij, maar ook tot een dodelijk ongeval, waarbij de gemeente uiteindelijk strafrechtelijk kan worden vervolgd. De wettelijke aansprakelijkheid kan onderverdeeld worden in risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid.

Risicoaansprakelijkheid Artikel 174 van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (6:174 BW) regelt de aansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg (waaronder mede het weglichaam en de weguitrusting). Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al is hij niet op de hoogte van dit gebrek. Voorbeelden van gebreken zijn gaten in de weg, losliggende (stoep-)tegels, ondeugdelijk uitgevoerde drempels, maar ook gevaarlijke verkeerssituaties door onduidelijke bebording. Specifiek voor de gemeente Baarn zijn de schades aan de verhardingen als gevolg van boomwortelopdruk een groot risico. Is één maal vastgesteld dat de schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen, een beroep te doen op de zogenaamde “tenzijclausule”. De tenzijclausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is , als een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. De wegbeheerder dient een beroep op de tenzijclausule goed te onderbouwen.

De wegbeheerder moet aantonen dat, ook al was hij van de situatie op de hoogte, vanwege het korte tijdsbestek tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade geen mogelijkheid bestond tot het treffen van een maatregel. Verder dient de wegbeheerder aan te tonen dat de weg regelmatig is gecontroleerd en dat uit bijvoorbeeld het klachtensysteem geen eerdere bekendheid met het gebrek is te herleiden. Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg), dan is er sprake van schuldaansprakelijkheid. Voorbeelden van losse voorwerpen of substanties zijn bladeren, zand, olie, modder, grind, maar ook sneeuw, ijzel of afgevallen lading op de weg. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel

23

162 van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (6:162 BW). Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht om de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot risicoaansprakelijkheid, kan de wegbeheerder aan schuldaansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Ook hier dient de wegbeheerder aan te tonen dat de weg regelmatig is gecontroleerd en dat uit bijvoorbeeld het klachtensysteem geen eerdere bekendheid met het gebrek is te herleiden. Is de wegbeheerder één maal bekend met een gevaarlijke situatie, dan dient hij zo spoedig mogelijk doeltreffende maatregelen te nemen. Beleidskader Het vigerende beleid is met het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte in maart 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In dit beleidsdocument wordt beschreven op welk kwaliteitsniveau de verschillende structuurelementen binnen de openbare ruimte, waaronder de wegen en het groen onderhouden worden. Voor de verhardingen geldt kwaliteitsniveau A voor het centrum, de parken, de trottoirs en Lage Vuursche en kwaliteitsniveau B (CROW Kwaliteitscatalogus openbare Ruimte, publicatie 380) voor de overige verhardingen in de wijken.

Wettelijke beheertaak Onder het noodzakelijke technische kwaliteitsniveau vallen de volgende werkzaamheden, namelijk: het klein onderhoud, het groot onderhoud en vervangingen (rehabilitatie). Uitgaande van een wettelijke beheertaak van een gemeente met daaruit voortvloeiende verplichtingen (zowel maatschappelijk als economisch), dient voor het beheer van wegen het noodzakelijke technische kwaliteitsniveau als ondergrens te worden gehanteerd, zoals hier boven is omschreven.

24

Bijlage 3 inspectiesystematiek Om het beheer en onderhoud van de wegen binnen de gemeente Baarn op een verantwoorde manier uit te voeren, gebruikt de gemeente onder andere het wegbeheersysteem Greenpoint. Dit beheersysteem is een hulpmiddel bij het planmatig en systematisch onderhouden van de wegen. Dit systeem is gebaseerd op de CROW-richtlijnen. Proces wegbeheer

Figuur Planningsproces wegbeheer Onderstaand worden de stappen in het proces van wegbeheer kort toegelicht. Vaste gegevens Allereerst worden de vaste gegevens in het wegbeheersysteem gezet. Onder de vaste gegevens wordt verstaan de verzameling van gegevens betreffende gebieden (districten en wijken), wegen, wegvakonderdelen, verhardingssoorten, wegtypen, oppervlaktes en dergelijke. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op het areaal van de gemeente Baarn. Variabele gegevens De variabele gegevens vormen naast de vaste gegevens de input voor het wegbeheersysteem. Hoe meer de variabele gegevens zijn afgestemd op de gemeentelijke

25

situatie, des te betrouwbaarder de uitkomsten van het systeem zijn. De variabele gegevens betreffen de globale visuele weginspectie- en meetgegevens. De kwaliteitsgegevens worden vastgelegd per wegvakonderdeel. De globale visuele weginspectie heeft plaatsgevonden in juni en juli 2019. De globale visuele weginspectie is uitgevoerd op basis van de inspectiemethodiek zoals deze is beschreven in CROW-publicatie 146b. De weginspectie is uitgevoerd door een gespecialiseerd weginspectiebureau. De gemeente Baarn laat één maal per twee jaar een globale visuele weginspectie uitvoeren door een externe partij. Hiermee wordt invulling gegeven aan de minimaal vereiste frequentie van inspecteren conform het CROW. De inspectieresultaten vormen samen met de vaste gegevens de basis om te komen tot een basisplanning. Richtlijnen, maatregelmatrix en maatregelprijzen Nadat de inspectiegegevens zijn ingelezen in het wegbeheersysteem, worden de resultaten getoetst aan de CROW-wegbeheersystematiek daarbij rekening houdend met richtlijnen, gedragsmodellen en waarschuwingsgrenzen. Indien onderhoud noodzakelijk is, wordt middels de maatregelmatrix de maatregelgroep en onderhoudsmaatregel bepaald. Deze maatregelmatrix is opgesteld conform de CROW, maar de gemeente mag qua onderhoudsmaatregel hiervan afwijken. In bijlage 6 is deze maatregelmatrix van de Gemeente Baarn opgenomen.

Hierin zijn ook de maatregelprijzen opgenomen. Basisplanning Aan de hand van de toetsing in het wegbeheersysteem is een CROW-basisplanning gegenereerd. In de basisplanning zijn onderstaande items aangegeven. •

Jaarlijks te nemen onderhoudsmaatregelen per wegvakonderdeel;

•

Korte termijn planning (planjaar één of twee);

•

Middellange termijn planning (planjaar drie tot vijf);

•

Kosten van de onderhoudsmaatregelen.

Conform de CROW-richtlijnen hanteert de gemeente Baarn in het beheerplan wegen een planperiode van vijf jaar om het benodigde onderhoud uit te voeren. Na vijf jaar wordt er een nieuw beheerplan wegen opgesteld, gebaseerd op nieuwe inspectiegegevens met bijbehorende onderhoudsplanning en -begroting. Voor de vervangingen van de wegen is een investeringsprogramma opgesteld voor de periode 2021-2030. Zodat dit aansluit op het programma van riolering. Maatregeltoets In de CROW-basisplanning met bijbehorende begroting is nog geen rekening gehouden met de maatregeltoets (verplichte controleslag in CROW-systematiek) en het gemeentelijk beleid. Tijdens de maatregeltoets wordt ook rekening gehouden met de uitgevoerde onderzoeken naar de restlevensduur, projecten van andere vakdisciplines (o.a. riolering en verkeer), gemeentelijk beleid etc. Voor het beheerplan wegen zijn onderstaande punten integraal afgestemd en afgewogen. Rioolvervangingen Op basis van het vGRP (verbreed gemeentelijk rioleringsplan) zijn de rioolvervangingen per planjaar van het beheerplan inzichtelijk gemaakt. De rioolvervangingen zijn vervolgens in de planning verwerkt. In de planperiode staan verschillende rioleringsprojecten gepland. Bij een rioleringsproject moet het straatwerk worden opengebroken, de kosten voor het verwijderen en opnieuw aanleggen van straatwerk wordt financieel gedekt vanuit riolering.

De kosten voor het afvoeren van het huidig materiaal en het aanleveren van nieuw materiaal moet bij

26

rioleringsprojecten worden gedekt vanuit wegen zoals het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorschrijft. Omdat rioleringsprojecten reeds ingrijpende maatregelen zijn voor de toegankelijkheid van straten is om werk met werk te maken besloten bij rioleringsprojecten gelijktijdig het oude straatwerk van voortuin tot voortuin (of gevel tot gevel of perceelgrens tot perceelgrens) te vervangen. Gemuteerde basisplanning De planning en bijbehorende begroting die na de maatregeltoets ontstaat, wordt ook wel de gemuteerde basisplanning genoemd. Dit is de planning die is afgestemd op de gemeentelijke projecten. Inspectiemethodiek De inspectiemethodiek is beschreven in CROW-publicatie 146b - “Handleiding globale visuele inspectie”. Tijdens de inspecties wordt de conditie van de weg vastgelegd, waarbij de voorkomende schades zijn beoordeeld op omvang (Zeer gering, Gering, Enig en Groot) en ernst (Licht, Matig en Ernstig). Bij de kwaliteitsbeoordeling is onderscheid gemaakt in de verschillende verhardingstypen. De scheiding wordt aangebracht, omdat de vervolgschade bij asfaltverhardingen in korte tijd de hele verharding kan aantasten. Bij de elementenverhardingen is dit risico minder groot. Om een strategisch onderhoudsplan te krijgen, is het van belang om te weten wat de consequenties zijn bij het uitblijven van onderhoud.

In dit hoofdstuk is per verhardingstype de mogelijk voorkomende schade aangegeven, deze zijn weergegeven in tabel 5.1. Schadebeelden. Asfaltbeton verhardingen

Schadegroep Textuur

Elementen verhardingen

Cementbeton verhardingen

Dwarsonvlakheid Oneffenheden

-

Vlakheid

Rafeling Dwarsonvlakheid Oneffenheden

Samenhang

Scheurvorming

Voegwijdte

Scheurvorming

Waterdichtheid

-

-

Voegvulling

Oneffenheden

Tabel 5.1 Schadebeelden In de volgende paragrafen zijn de schadebeelden bij asfalt- en elementenverhardingen benoemd. Deze twee verhardingstypen beslaan ruim 99% van het totale verharde wegenareaal. Schadebeelden asfaltverhardingen Bij de asfaltverhardingen wordt onderscheid gemaakt in de schadegroepen textuur, vlakheid en samenhang. Textuur In de schadegroep Textuur komt de schade Rafeling voor, als gevolg van defecten aan het asfaltoppervlak (steenverlies). Deze schade heeft een negatief effect op: •

Veiligheid (lagere stroefheid, langere remweg, afwijkend rijgedrag, ruitbreuk).

•

Comfort (discomfort).

•

Geluidhinder (verhoging geluidsniveau).

•

Structurele waarde (verkorting levensduur).

Rafeling komt voor in de schadegroep textuur, waarbij stenen groter dan 2 mm uit het oppervlak verdwijnen. Dit treedt vaak op bij scheurvorming en plaatsen die lang nat blijven. Als de schade zich met betrekking tot de textuur negatief verder ontwikkelt, ontstaan er grotere gaten, waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

27

Vlakheid Vlakheid of, beter gesteld, onvlakheid is tevens een voorbeeld van een oppervlakteschade. De oorzaak van de schade ligt echter dieper in de constructie, waardoor niet meer kan worden volstaan met een simpele onderhoudsmaatregel. Bij deze schadegroep komen de schadebeelden dwarsonvlakheid en oneffenheden voor. Dwarsonvlakheid Een verticale vervorming van het dwarsprofiel van de weg met een lengte van minimaal 5 meter. Een veel voorkomend voorbeeld van dwarsonvlakheid is spoorvorming. Dwarsonvlakheid heeft een negatief effect op: •

Veiligheid (instabiel rijgedrag, aquaplaning).

• Comfort (plasvorming, fietsers, voetgangers). De verschijningsvormen van dwarsonvlakheid zijn spoorvorming en langssleuven. Oneffenheden Plaatselijk voorkomende, verticale vervormingen van de verharding met een oppervlakte kleiner dan 5 m². Voorbeelden zijn plaatselijke verzakkingen, hoogteverschillen als gevolg van boomwortelgroei of gefundeerde elementen, die niet mee zakken zoals inspectieputten en duikers. Oneffenheden hebben een negatief effect op: •

Veiligheid (langere remweg, ladingverlies, afwijkend rijgedrag).

•

Comfort (discomfort, resonanties).

•

Duurzaamheid (toename dynamische belastingen -> verkorting levensduur).

Samenhang Schade, die zich manifesteert in de vorm van scheuren in lengterichting en/of scheuren in lengterichting en dwarsrichting, die onderling verbonden zijn. In het laatste geval is er sprake van craquelé. De oorzaak van de scheurvorming zit diep in de constructie. Veel scheuren beginnen zelfs aan de onderkant van het asfalt. Dit houdt in dat dit type schade alleen goed hersteld kan worden door de gehele constructie te vervangen. Scheurvorming heeft een negatief effect op: •

Duurzaamheid.

Schadebeelden elementenverharding Vlakheid Net als bij de asfaltverhardingen komen ook bij elementenverhardingen dwarsonvlakheid en oneffenheden voor. Onvlakheid op een klinkerweg wordt veroorzaakt door een verzakking in de fundering van de weg. Op de weg ontstaan waterplassen, die kortdurend hinder opleveren voor de gebruikers van de weg. Elementenverhardingen slijten ook (onder andere breuk van de stenen). Deze schade wordt niet meegenomen tijdens de globale inspectie aangezien deze schade geen invloed heeft op de technische kwaliteit van de verharding.

28

Bijlage 4: Relatietabel maatregelen en eenheidsprijzen Eenheidsprijzen Greenpoint asfalt Weg-type Maatregelgroep

Onderhoudsmaatregel

1 Conserveren

Wt A1: Deklaag vervangen

1 Gedeeltelijk groot onderhoud

Wt A1: Frezen 8 cm + Inlage 15% oppervlak

1 Gedeeltelijk groot onderhoud + conserveren Wt A1: Frezen 8 cm + Inlage 15% oppervlak + Nieuwe deklaag 1 Ophogen

Wt A1: Ophogen + Nieuwe constructie

1 Rehabilitatie

Wt A1: Asfalt + Fundering vervangen

1 Verbeteren vlakheid

Wt A1: Uitvullen + deklaag aanbrengen

1 Versterken

Wt A1: Frezen 8 cm + Tussenlaag + Deklaag

2 Conserveren

Wt A2: Dunne deklaag SMA 0/11

2 Gedeeltelijk groot onderhoud

Wt A2: Frezen 8 cm + Inlage 15% oppervlak

2 Gedeeltelijk groot onderhoud + conserveren Wt A2: Frezen 8 cm + Inlage 15% oppervlak + Dunne deklaag 2 Ophogen

Wt A2: Ophogen + Nieuwe constructie

2 Rehabilitatie

Wt A2: Asfalt + Fundering vervangen

2 Verbeteren vlakheid

Wt A2: Uitvullen + deklaag aanbrengen

2 Versterken

Wt A2: Frezen + Deklaag

3 Conserveren

Wt A3: Dunne deklaag SMA 0/8

3 Gedeeltelijk groot onderhoud

Wt A3: Frezen 6 cm + Inlage 15% oppervlak

3 Gedeeltelijk groot onderhoud + conserveren Wt A3: Frezen 6 cm + Inlage 15% oppervlak + Dunne deklaag 3 Ophogen

Wt A3: Ophogen + Nieuwe constructie

3 Rehabilitatie

Wt A3: Asfalt + Fundering vervangen

3 Verbeteren vlakheid

Wt A3: Uitvullen + deklaag aanbrengen

3 Versterken

Wt A3: Frezen + Deklaag

4 Conserveren

Wt A4: Dubbele oppervlakbehandeling

4 Gedeeltelijk groot onderhoud

Wt A4: Frezen 4 cm + Inlage 15% oppervlak

4 Gedeeltelijk groot onderhoud + conserveren Wt A4: Frezen 4 cm + Inlage 15% oppervlak + dubbele oppervlakbehandeling 4 Ophogen

Wt A4: Ophogen + Nieuwe constructie

4 Rehabilitatie

Wt A4: Asfalt + Fundering vervangen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9915547/1