230907 Voortgang ontwikkeling RWS terrein (853012) Beantwoording technische vragen VoorBaarn
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen van VoorBaarn RWS terrein : Mark Eijbaard : 9-10-2023
Geachte raadsleden en steunfractieleden, De fractie van VoorBaarn heeft technische vragen gesteld over het RWS terrein. Hieronder vindt u de vragen en de beantwoording. Vraag 1: Wat is de vervuiling? (Graag redelijk specifiek, om zo te achterhalen waar vervuiling vandaan komt). Antwoord: Uit het “Verkennend bodemonderzoeksrapport, Oude Amsterdamsestraatweg te Baarn” (Anteagroup, kenmerk 0586020.100, d.d. 24 mei 2023) blijkt dat er 2 gevallen van ernstige bodemverontreiniging op het terrein bekend zijn. Dit is het gevolg van het voormalig gebruik van de locatie. Dit recente onderzoek geeft een vergelijkbaar beeld met de eerdere onderzoeken. In 2012 is asbestvervuiling onderzocht. Daaruit is gebleken dat asbest niet sterk verhoogd voorkomt. De resultaten van het recente bodemonderzoek uit 2023 stellen dat er sprake is van bodemverontreiniging in de boven – en ondergrond. De duiding van deze vervuiling, dus het risico voor mens of ecosysteem, wordt beoordeeld als zonder risico. Dit geldt zowel voor de beoogde functie van bedrijventerrein en zelfs ook voor mogelijke woonfunctie. In het (bovengenoemde) verkennend bodemonderzoek is aangegeven dat de sterke verontreiniging met PAK in de ondergrond van het westelijke terreindeel in dit onderzoek is bevestigd. Daarnaast is ook in de puinhoudende bovengrond een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten.
Verder zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. De bovengrond van het oostelijk terreindeel bevat een licht verhoogd gehalte aan lood. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Vraag 2: Waarom is Rijkswaterstaat (vorige grondeigenaar) niet verantwoordelijk voor de sanering van de grond? Antwoord: Ten tijde van de verkoop van de grond is een onafhankelijk bodemonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Uit dit onderzoek is destijds gebleken dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging, maar dat er geen sprake is van zodanige risico's voor mens, ecosysteem en/of verspreiding van de verontreiniging dat spoedige sanering noodzakelijk is. Gezien het beoogde gebruik van de locatie heeft de gemeente deze verontreinigingen geaccepteerd.
1
In de koopovereenkomst tussen gemeente en Rijkswaterstaat is daarom opgenomen dat beide partijen bekend zijn met de inhoud van het uitgevoerde bodemonderzoek en de geconstateerde bodemverontreiniging. Daarbij is overeengekomen dat de (eventuele) kosten voor onderzoek, beveiligingsmaatregelen, sanering en nazorg voor rekening komen dan de gemeente. Vraag 3: Hoe staat dit in het overdrachtsdocument? Antwoord: In de koopovereenkomst wordt in artikel 14 specifiek ingegaan op de bodemverontreiniging. De tekst van artikel 14 luidt: Artikel 14 Bodemverontreiniging. Met betrekking tot het risico van bodemverontreiniging in de onroerende zaak komen de Koper en de Verkoper, ten dele in afwijking van het hierna in artikel 16 bepaalde omtrent het risico van het verkochte, het navolgende overeen. 1. Van bodemverontreiniging in de zin van dit artikel is sprake indien zich op en/of in de bodem van de onroerende zaak hogere concentraties van schadelijke stoffen bevinden dan op grond van natuurlijk voorkomen te verwachten is gelet op de Achtergrondwaarden van het Besluiten de Regeling bodemkwaliteit, voor zover het de vaste bodem betreft, en gelet op de Streefwaarden grondwater van de Circulaire bodemsanering 2013, voor zover het grondwater betreft, dan wel daarvoor in de plaats tredende of aanvullende algemeen gangbare kwaliteitseisen. 2.
Er is door een specifiek gekwalificeerde en van beide partijen onafhankelijke instelling onderzoek verricht naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging in de onroerende zaak. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport ‘Actualiserend bodemonderzoek Oude Amsterdamsestraatweg 6 te Baarn’ van Tauw BV. d.d. 26 juni 2017, projectnummer 1249996. Beide partijen verklaren in het bezit te zijn van dit rapport. De Verkoper verwijst naar dit onderzoeksrapport voor de hem bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn of kunnen zijn voor de vraag of er sprake kan zijn van bodemverontreiniging in de onroerende zaak. 3. In de beschikking van het bevoegd gezag Wet bodembescherming de dato 13 augustus 2008 is vastgesteld dat er in de bodem van het Verkochte sprake is van een ernstig geval van bodemverontreinigingen en tevens dat gelet op het huidige of het toekomstige gebruik van deze ernstige verontreinigde bodem, er geen sprake is van zodanige risico’s voor mens, ecosysteem en/of verspreiding van de verontreiniging, dat spoedige sanering als bedoeld in artikel 37 van de Wbb, noodzakelijk is. 4. Het is de Koper bekend dat de in het hierboven onder lid 2 bedoelde rapport en de onder lid 3 bedoelde beschikking geconstateerde verontreinigingen, gebruiksbeperkingen met zich kunnen brengen.
De Koper accepteert deze gebruiksbeperkingen die geen aanleiding hebben gegeven de koopsom te verlagen. Partijen verklaren beiden in het bezit te zijn van voormeld rapport en voormelde beschikking en met de inhoud hiervan volledig op de hoogte te projectnummer zijn. 5.
De Koper zal de Verkoper niet wegens toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad aanspreken tot sanering of het anderszins nemen van maatregelen ten aanzien van bodemverontreiniging in de onroerende zaak, dan wel tot vergoeding van de kosten ten gevolge van bodemverontreiniging, voor zover deze uit voormeld rapport blijkt. Deze verplichting van de Koper geldt als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek
2
6.
7.
8.
en zal overgaan op degenen die de onroerende zaak zullen verkrijgen onder bijzondere titel. Degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van de onroerende zaak zullen verkrijgen zijn eveneens aan deze verplichting gebonden. De eventuele door Koper gemaakte of te maken kosten van onderzoek, tijdelijke beveiligingsmaatregelen, maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem, sanering en nazorg alsmede het waardedrukkend effect van eventuele (rest)verontreiniging komen voor rekening van de Verkoper indien blijkt dat ten tijde van deze overdracht behalve beide partijen bekende verontreiniging, ook andere verontreiniging in de onroerende zaak aanwezig is, waarover de Verkoper de Koper verwijtbaar onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd.
Wanneer binnen een periode van tien jaren, ingaande op de Overdrachtsdatum, indien alsdan de rechtsvordering van de Koper niet reeds op grond van de wet is vervallen of verjaard, door het bevoegd gezag krachtens de Wet bodembescherming wordt vastgesteld dat er in de onroerende zaak sprake is van een partijen ten tijde van deze overdracht niet bekend geval van ernstige bodemverontreiniging en door de Koper aannemelijk wordt gemaakt dat deze verontreiniging ook ten tijde van deze overdracht in de onroerende zaak aanwezig was en ook onder de heden geldende normen moest worden aangemerkt als een geval van ernstige bodemverontreiniging, worden de eventuele door Koper gemaakte kosten van maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem alsmede het waardedrukkend effect van deze verontreiniging door de Verkoper vergoed.
Indien de koper bovendien aannemelijk maakt dat in het kader van de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen op het moment van ondertekening van de akte, en voorts uitgaande van het gebruik van de bodem ten tijde van de ondertekening van de akte, ten aanzien van dit geval van ernstige bodemverontreiniging sprake is van spoed om het betreffende geval te saneren, komen de eventuele door Koper gemaakte of te maken kosten van onderzoek, tijdelijke beveiligingsmaatregelen, maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem, sanering en nazorg alsmede het waardedrukkend effect van eventuele restverontreiniging voor rekening van de Verkoper. Behoudens omstandigheden genoemd in lid 7 komen de eventuele door Koper gemaakte of te maken kosten van onderzoek, tijdelijke beveiligingsmaatregelen, maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem, sanering en nazorg alsmede het waardedrukkend effect van eventuele (rest)verontreiniging voortvloeiende uit de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen op het moment van ondertekening van de akte voor rekening van de Koper indien na tien jaar of langer zal blijken van een partijen ten tijde van de overdracht in de onroerende zaak onbekende verontreiniging.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Mark Eijbaard Wethouder
3