230830 Exploitatieprognose De Speeldoos in Baarn (851737)
Tekst van het document
inlichtingen bij
Menno Wiegman
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk
850949 / 851737
datum
30 augustus 2023
portefeuillehouder(s) onderwerp
Wethouder Veldhuizen Exploitatieprognose De Speeldoos in Baarn
Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Naar aanleiding van signalen van Theater de Speeldoos over oplopende financiële tekorten, heeft het college De Speeldoos gevraagd om een exploitatieraming voor de komende jaren te maken. Deze raming heeft De Speeldoos aangeleverd als onderdeel van de subsidieaanvraag voor 2024. De raming beslaat de periode 2024 t/m 2027 en gaat uit van de exploitatie van het huidige theater (geen renovatie of nieuwbouw) en de bestaande subsidiebeschikking. Uit de exploitatie blijkt dat er in 2024 een tekort van €136.000 wordt geprognosticeerd. Het tekort loopt in de jaren daarna op tot ruim €150.000. Het eigen vermogen zal volgens de begroting eind 2024 negatief zijn. Per eind 2027 wordt het negatief eigen vermogen geprognosticeerd op bijna €500.000. De verwachting is dat het theater, zonder maatregelen vanaf eind 2024 de rekeningen niet meer kan betalen. Mede in het licht van het 'Raadsvoorstel uitvoering motie Theater - Bibliotheek' is noodzakelijk de raad inzicht te geven in de meerjarenexploitatieprognose van De Speeldoos. Ook wil het college laten weten dat op korte termijn maatregelen nodig zijn om het theater de komende jaren open te houden. Achtergrond De Speeldoos kampt al langere tijd met exploitatieproblemen.
Vanaf 2016 waren deze problemen de aanleiding voor de ontwikkeling van gezamenlijke huisvesting met de bibliotheek aan de Rembrandtlaan. Eén van de doelstellingen was kostenbesparing op huisvestingslasten en beheer. De raad heeft in februari jl. per motie verzocht dit project (De Kroon) te staken, onder meer vanwege de uitdrukkelijke wens om de bibliotheek in het centrum te houden. Gedurende de planontwikkeling van het project de Kroon zijn de financiële problemen van de Speeldoos nooit verdwenen en is altijd rekening gehouden met een exploitatietekort. Echter, door de
1
coronasteunmaatregelen laat de jaarrekening 2022 een goed resultaat en een positief eigen vermogen zien. Door het wegvallen van de steunmaatregelen en oplopende kosten (onder andere door de hoge inflatie, personeel- en energielasten, etc.) zijn de problemen versneld groter geworden. Hierover heeft de Speeldoos afgelopen voorjaar een brief gestuurd aan de gemeente. In een daaropvolgend bestuurlijk overleg heeft de gemeente de Speeldoos gevraagd een exploitatieprognose voor de komende jaren op te stellen. Deze is in de bijlage toegevoegd. Stappen naar aanleiding van prognose Naar aanleiding van de prognose heeft het college een aantal stappen genomen: • Er heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de directie en het bestuur van de Speeldoos. In dit overleg heeft de Speeldoos een toelichting gegeven op de prognose. • Om de prognose goed te kunnen duiden en in een bredere context te kunnen plaatsen is adviesbureau Berenschot gevraagd het realiteitsgehalte te toetsen en een benchmark (vergelijking met andere theaters) uit te voeren. Berenschot heeft een quickscan uitgevoerd en geen uitgebreid exploitatieonderzoek. Dit exploitatieonderzoek staat als beslispunt in het ‘raadsvoorstel uitvoering motie theater-bibliotheek’.
Algemene bevindingen quickscan Berenschot De quickscan bestaat uit een benchmark met vergelijkbare theaters in gemeentes tot 50.000 inwoners en een analyse aan de hand van het door Berenschot gehanteerde methodisch kader (het zogenaamde IGLO-model). De analyses, conclusies en aanbevelingen zijn indicatief en richtinggevend. Berenschot concludeert dat: • De Speeldoos goed presteert, ondanks het feit dat de stichting substantieel minder subsidie ontvangt dan vergelijkbare theaters; • Door het relatief geringe inwonertal van Baarn het subsidiebedrag per inwoner hoger is (€ 18 euro) dan in de referentiegemeentes (€ 14,64 euro). • Het subsidiebedrag - zowel in absolute als in relatieve zin - substantieel ligt lager dan bij vergelijkbare theaters in gemeentes tot 50.000 inwoners; • De baten voor 2024 en de jaren daarna ambitieus zijn ingeschat en dat de Speeldoos qua zelfstandige verdiencapaciteit de grenzen van het haalbare opzoekt. Conclusie college De Speeldoos is in de prognose voor 2024 van een lagere indexering van de subsidie uitgegaan dan de gemeente (4% in plaats van de voorgenomen 11,2%). Als daarmee rekening wordt gehouden, komt het geprognosticeerde tekort in 2024 op ruim € 100.000. Het college concludeert dan ook dat op korte termijn maatregelen nodig zijn om het theater de komende jaren te blijven exploiteren. Deze conclusie wordt door Berenschot onderschreven.
Het college merkt op dat er geen vergelijkbare theaters bestaan in gemeentes met een grootte van 25.000 inwoners. Dit gegeven tekent de benchmark en zorgt ervoor dat de subsidie per inwoner relatief hoog is. Het college is zich er zeer wel van bewust dat het theater, gezien het relatief lage inwoneraantal van Baarn, per inwoner een relatief hoog subsidiebedrag ontvangt.
2
Vervolgstappen Totdat de voorgestelde onderzoeken over de exploitatie conform de motie van 22 februari 2023 (huisvesting, investering, ect.) in combinatie met de kunst- en cultuurvisie zijn afgerond, heeft het college de ambitie om een geprogrammeerd theater voor Baarn te behouden. Het college heeft de Speeldoos gevraagd een sluitende begroting aan te leveren voor 2024, uitgaand van ongewijzigd beleid met eventueel een aanpassing van het subsidiebedrag. Op korte termijn zal het college de raad hierover informeren en indien nodig met een voorstel komen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
M.A. Röell burgemeester
Bijlagen: - Exploitatieprognose Theater de Speeldoos - Quickscan van de exploitatie van de Speeldoos door Bureau Berenschot. - Brief De Speeldoos bestuurlijk overleg motie feb. 2023
3
Exploitatie De Speeldoos te Baarn Een quickscan
COR WIJN 18 AUGUSTUS 2023
Inhoud 1. Vraag en aanpak
2. De exploitatie van de Speeldoos in perspectief 3. Exploitatieanalyse met het iglo-model 4. Autonome kostenstijgingen
5. Conclusies 6. Aanbevelingen
Bijlage: het verdienmodel van theaters
69089
2
1. Vraag en aanpak Uw vraag
Onze aanpak
Theater De Speeldoos heeft een exploitatiebegroting
Wij hebben de exploitatiecijfers van De Speeldoos onder
2024 opgesteld met daarin een doorkijk naar 2027. De
de loep genomen. Daarbij is belangrijk om vast te stellen
exploitatiebegroting gaat uit van een negatief
dat de jaren 2020 en 2021 vanwege de coronacrisis niet
exploitatieresultaat in de komende jaren met als
representatief waren. Wij hebben:
gevolg daarvan een oplopend negatief eigen vermogen
•
tot bijna €500k in 2027.
De exploitatiebegroting geanalyseerd met het Berenschot-Iglomodel.
•
De exploitatiebegrotingen voor de periode 2024-2027
Ten behoeve van de raadsvergadering van 6
vergeleken met 2022 en met het laatste normale
september as wilt u de begroting van het theater delen
exploitatiejaar vóór corona: 2019
met de raad. Echter, deze dient dan vergezeld te gaan
•
Kostenontwikkelingen in beeld gebracht.
van een toets op de cijfers. Uw vraag:
•
De kengetallen van De Speeldoos vergeleken met
Zijn de exploitatiecijfers realistisch (in vergelijking met
enkele referentietheaters m.b.v. het Theater Analyse
andere theaters)? Of zit er nog lucht in?
Systeem (TAS) van de VSCD
U heeft behoefte aan een heldere en ook onafhankelijke analyse. 3
2. De exploitatie van de Speeldoos in perspectief Het Theater Analyse Systeem (TAS) De VSCD heeft een benchmarksysteem dat kan worden benut om theaters onderling te vergelijken. Wij maakten een vergelijking van de Speeldoos met een selectie van negen andere theaters: -
Tussen 350 en 550 zitplaatsen (Speeldoos: 442)
-
In gemeenten tussen 20.000 en 50.000 inwoners.
-
Met niet meer dan twee zalen.
Op de volgende pagina zijn de voornaamste cijfers weergegeven. De cijfers hebben betrekking op 2022.
4
De exploitatie van de Speeldoos in perspectief (2) Kerncijfers 2022 Aantal professionele theatervoorstellingen
De Speeldoos 2022
Selectie van 9 referentie-theaters 79
79
13.464
13.826
Aantal theaterzalen
2,0
1,3
Totaal aantal zitplaatsen (alle theaterzalen)
442
456
€460.000
€632.000
Aandeel subsidie in de totale baten
35%
47%
Gemeentesubsidie per inwoner
€ 18
€ 14,46
Totale inkomsten incl. subsidie
€ 1.323.354
€ 1.335.838
€ 721.000
€ 648.000
Aandeel eigen inkomsten in de totale baten
54%
48%
Aandeel personeelskosten in de totale lasten
41%
37%
7,8
8,8 *)
Lasten per fte
€ 71.885
€ 58.398
Aandeel huisvesting in de totale lasten
20% **)
16%
Aantal betalende bezoeken theatervoorstellingen
Subsidie
Eigen inkomsten
Aantal fte
*) De referentietheaters hebben daarnaast nog gemiddeld voor 0,7 fte aan zzp-ers. **) De huisvestingslasten van de Speeldoos waren in 2022 incidenteel hoger vanwege investeringen. In 2019 bedroegen ze 8% van de totale
lasten (landelijk gemiddelde: 20%). 5
De exploitatie van de Speeldoos in perspectief (3) Wat valt op? •
Qua aantal professionele voorstellingen (79) en aantal bezoekers hieraan (13.464) presteert De Speeldoos nagenoeg identiek aan het gemiddelde van de referentietheaters.
•
De eigen inkomsten van de Speeldoos (€ 721.000) zijn hoger dan het gemiddelde van de referentietheaters (€ 648.000).
•
Het aandeel eigen inkomsten in de totale exploitatie is bij de Speeldoos 54%, bij de referentietheaters is dit 48%
•
De gemeentesubsidie aan de Speeldoos ligt met € 460.000 een kwart lager dan het gemiddelde van de referentietheaters (€ 632.000).
•
Het aandeel van de subsidie in de totale exploitatie is bij de Speeldoos 35%, bij de referentietheaters 47%.
•
De subsidie per inwoner is daarentegen hoger: € 18 in Baarn tegenover € 14,64 in de gemeenten van de referentietheaters en € 13,10 als landelijk gemiddelde. De oorzaak is uiteraard het geringe inwonertal van Baarn.
•
De personeelslasten van de Speeldoos liggen per fte en als aandeel in de totale exploitatie hoger dan bij de referentietheaters. Een verklarende factor is de ligging van Baarn: gekwalificeerd personeel kan in de regio makkelijk aan de slag en daarom is adequate honorering noodzakelijk om medewerkers vast te houden. Een
andere factor is het feit dat bij de Speeldoos enkele vaste medewerkers aan het maximum van hun salarisschaal zitten.
6
De exploitatie van de Speeldoos in perspectief (4) Maar weinig gemeenten van de omvang van Baarn kunnen zeggen dat ze over een theater beschikken. Gemeente
aantal inwoners 2023
Theater
Subsidie
IJsselstein
33.501
Fulco theater
€ 650.000
Culemborg
29.732
De Fransche School
€ 100.000
Winterswijk
29.250
De Storm
€ 562.000
Veendam
27.620
Theater Van Beresteyn (ook filmvertoning)
Voorschoten
25.585
geen
Baarn
25.032
De Speeldoos
€ 460.000
Wijk bij Duurstede
24.000
Calypso
€ 60.000
Bloemendaal
23.932
Caprera (open lucht)
Lisse
23.373
Floralis
geen
Rhenen
20.332
geen
0
Bunnik
15.997
geen
0
ca € 1,6 mln. 0
niet structureel
7
3. Exploitatieanalyse met het iglomodel Om inzicht te krijgen in exploitatie van de Speeldoos structureren we de exploitatie met behulp van het door Berenschot ontwikkelde en in de gehele cultuursector ingezette Iglo-model. Dit model is als good practice erkend door de vereniging van Nederlandse Gemeenten. Met het model plaatsen we de bedrijfsvoering in een beleidsmatig
kader. Dit levert een goede basis voor een gesprek over de wijze van financiering én over het realiseren van huidige en toekomstige prestaties. In het Iglo-model worden de personele en materiële kosten afzonderlijk in beeld gebracht. De methodiek is verwant aan het systeem van ‘direct costing’. Bij de directe kostenmethode wordt onderscheid gemaakt tussen de variabele kosten die direct zijn toe te rekenen aan een product en de algemene kosten (overhead) die ten laste worden gebracht aan het geheel. De gesprekken tussen gemeenten en culturele organisaties zoals theaters gaan doorgaans over de culturele
prestaties die worden geleverd. Hier is het bestaansrecht van de organisatie gelegen.
8
Exploitatieanalyse met het iglomodel (2) Het Iglo-model draait om het maken van onderscheid binnen de exploitatie in drie onderdelen A, B en C:
A. Voorziening: huisvesting, infrastructuur en staforganisaties. Doorgaans geheel gesubsidieerd op basis van meerjarige vaste lasten. B. Subsidiabele culturele en maatschappelijke activiteiten. De bestaansreden van de organisatie. Doorgaans deels gedekt door eigen inkomsten, deels gesubsidieerd.
C. Vrije ruimte: commerciële activiteiten zoals horeca en verhuur. Doorgaans geheel gedekt door eigen inkomsten en private financiering, zonder subsidie. Op elk deel kan apart beleid worden gemaakt. Want: duidelijk is welke subsidiedeel wordt gebruikt voor welke soort lasten. Deel B vormt meestal de basis voor de prestatieafspraken met de gemeente. Van de subsidie die culturele organisaties waaronder theaters ontvangen gaat het grootste deel doorgaans naar onderdeel A, vooral naar huur, die meestal terugvloeit naar de gemeente. Culturele organisaties met exploitatieproblemen kunnen met de subsidie vaak de kosten voor onderdeel A al niet gedekt krijgen. 9
Bevindingen exploitatieanalyse •
Wat opvalt, dat is dat de Speeldoos de financiën erg goed op orde heeft: er is goed inzicht in de kosten en baten van de diverse activiteiten en (daardoor) veel goede stuurinformatie voor het management.
•
In de begroting 2023 van de Speeldoos bedragen de vaste lasten (onderdeel A) € 383.742. Een groot deel (83% van
de subsidie ad € 461.626) is nodig om de vaste lasten te dekken. •
Van de subsidie komt in 2023 slechts 17% ten goede aan het culturele product. De culturele activiteiten worden dus grotendeels gefinancierd met eigen inkomsten.
•
De vaste lasten zijn relatief laag omdat de huisvestingslasten laag zijn. Waren deze net zo hoog als bij andere theaters (landelijk gemiddelde: 30%), dan ging de gehele subsidie naar de vast kosten.
•
Te zien is dat de personeelskosten t.o.v. 2019 zijn gestegen van 41% naar 45% van de exploitatie: dit zien we in deze jaren ook bij andere theaters.
•
In 2023 wordt op de culturele en maatschappelijke programmering uiteindelijk ca. € 60.000 toegelegd. Dit komt vooral doordat de kosten van de voorstellingen (= inkoop) sterker stijgen dan de verwachte baten.
•
Verhuringen en horeca leveren een kleine plus op: ca. € 12.000. Hiermee wordt het negatieve resultaat uit de culturele programmering enigszins gedempt (NB: de mate waarin horeca en verhuur renderen verschilt per situatie: het is sterk afhankelijk van de gebruiksfuncties van het gebouw, de ligging in de gemeente en de concurrentie).
•
De baten zijn voor 2023 ambitieus ingeschat: € 120.000 hoger dan in het coronajaar 2022 en € 10.000 hoger dan in het topjaar 2019.
•
In 2023 is de verhouding tussen eigen inkomsten en subsidie in de totale baten nagenoeg identiek als in 2019: 66% versus 35%.
10
Exploitatie De Speeldoos 2023 Baten
Lasten
Opbrengst theatervoorstellingen
€ 325.000
Theatervoorstellingen
€ 413.275
Opbrengst filmvoorstellingen
€ 55.000
Culturele activiteiten
€ 15.795
Opbrengst verhuringen
€ 100.000
Kostprijs sponsoring
€ 9.730
Opbrengst horeca
€ 255.000
Personeelslasten (incl. gerelateerde lasten)
€ 609.865
Overige baten
€ 25.000
€ 148.769
Bijdragen vrienden en sponsoren
€ 29.500
Huisvesting Exploitatielasten (aankopen techniek, onderhoud)
Baten culturele activiteiten
€ 8.000
Verkoopkosten
€ 40.000
Livestream
€ 30.000
€ 43.000
Donaties
€ 12.500
Kantoorkosten Algemene lasten (admin, advies, account, rente)
Subtotaal (netto omzet)
€ 840.000
Incidentele subsidie
€ 60.000
€ 5.000
Reguliere subsidie
€ 461.626
Totale baten
€ 1.306.626
Verlies
€ 10.000
Som der lasten
€ 1.350.434
-43.808 11
Meerjarenperspectief Exploitatiebaten
2024 € 992.286
2025 € 1.031.978
2026 € 1.073.257
2027 € 1.116.187
Kostprijs van de Omzet Personeelskosten Huisvestingskosten Kantoorkosten Verkoopkosten Exploitatiekosten Dotatie bestemmingsreserve Vervangingsinvesteringen Algemene kosten
-€ 543.866 -€ 718.702 -€ 183.240 -€ 35.000 -€ 55.000 -€ 15.000 -€ 12.600 -€ 50.000
-€ 565.620 -€ 747.450 -€ 190.569 -€ 36.400 -€ 57.200 -€ 15.600 -€ 13.104 -€ 52.000
-€ 588.245 -€ 777.348 -€ 198.192 -€ 37.856 -€ 59.488 -€ 16.224 -€ 13.628 -€ 54.080
-€ 611.775 -€ 808.442 -€ 206.120 -€ 39.370 -€ 61.868 -€ 16.873 -€ 14.173 -€ 56.243
Totaal Lasten
-€ 1.613.407
-€ 1.677.943
-€ 1.745.061
-€ 1.814.864
Bedrijfsresultaat
-€ 621.121
-€ 645.966
-€ 671.804
-€ 698.677
Resultaat voor subsidies
-€ 621.121
-€ 645.966
-€ 671.804
-€ 698.677
€ 479.941 € 5.000
€ 499.139 € 5.000
€ 519.104 € 5.000
€ 539.868 € 5.000
-€ 136.180
-€ 141.827
-€ 147.700
-€ 153.808
Structurele subsidie gemeente Baarn* Incidentele subsidie Mutatie algemene reserve
Wat opvalt is dat de Speeldoos qua zelfstandige verdiencapaciteit de grenzen van het haalbare opzoekt. De meerjarenbegroting (in het bijzonder wat betreft het verwachte resultaat op voorstellingen) valt als ambitieus aan te merken. 12
Ontwikkeling weerstandsvermogen Een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering is het weerstandsvermogen waarover een organisatie beschikt. Het
weerstandsvermogen is het vermogen van de culturele instelling om ook in ongunstige tijden haar activiteiten te kunnen voortzetten. De vaste activa worden hier niet in meegerekend omdat bij verkoop van vaste activa de continuïteit van de instelling in gevaar kan komen. Als maat voor het weerstandsvermogen wordt door het ministerie van OCW voor het cultuurveld gebruik gemaakt van het eigen vermogen gedeeld door de totale baten: dit wordt de haringmaat genoemd. Als deze verhouding gunstig genoeg is heeft de instelling voldoende financiële middelen om bij tegenvallende inkomsten haar activiteiten gedurende een periode weergegeven door deze ratio voort te kunnen zetten. Als het eigen vermogen minder dan 0% is van de totale baten dan loopt een instelling een hoog risico. Als het eigen vermogen tussen de 0% en 10% bedraagt is er sprake van een middelmatig risico. En als het eigen vermogen meer dan 10% is van de totale baten
dan is er op termijn van een jaar sprake van weinig risico voor voortzetting van de activiteiten. Het perspectief van De Speeldoos is op basis van de Meerjarenbegroting somber. Op dit moment is het weerstandsvermogen nog toereikend (€ 148.512 per 31-12-2022, een haringmaat van 11%), maar met de verliezen die voor komende jaren worden verwacht (€ -48.808 in 2023; € -136.180 in 2024; € -141.827 in 2025; € -147.700 in 2026 en € -153.808 in 2027) verdampt het eigen vermogen snel en is de exploitatie na 2024 niet meer mogelijk. De verliezen in de komende jaren zijn onvermijdelijk als de subsidie gelijk blijft en de kosten zoals valt te verwachten blijven stijgen (zie hierna).
13
4. Autonome kostenstijgingen Tot slot van dit rapport geven we de autonome kostenstijgingen weer waarmee theaters in de afgelopen jaren te maken hebben gehad.
Hogere inkoopkosten (algemeen) • •
CAO Nederlandse podia
CBS: consumentenprijsindex in 2022 was 10%. Goederen en
Jaar
Stijging
diensten (Europees): 11,6%.
2017
1,5%
Oorzaken: heropening na corona (onevenwichtigheden tussen
2018
1,5%
vraag en aanbod) en de energieprijzen.
2019
1,5%
2020
3%
2021
0%
2022
3%
2023
5%
2024
Verwachting: ca. 8%
Hogere loonkosten •
Cao Nederlandse podia. Zie de tabel hiernaast.
•
Stijgende loonkosten door krapte op de arbeidsmarkt voor specifieke beroepen: het onderwijs, de zorg, de techniek, de ICT en de financiële wereld. Bv. flexibel werkende technici: +7% in 2022; 4% tot 6% in 2023.
14
5. Conclusies •
Qua aantal professionele voorstellingen en bezoekers hieraan presteert De Speeldoos nagenoeg identiek aan vergelijkbare theaters.
•
Die vergelijkbare theaters staan in grotere gemeenten dan Baarn. Maar weinig gemeenten van de omvang van
Baarn beschikken over een theater. •
De eigen inkomsten van de Speeldoos zijn in absolute en in relatieve zin hoger dan het gemiddelde van de referentietheaters.
•
Voor de komende jaren zijn de eigen inkomsten ambitieus ingeschat. Dit is mooi, maar vormt ook een risico.
•
Qua zelfstandige verdiencapaciteit heeft de Speeldoos in de meerjarenbegroting de grenzen van het haalbare
opgezocht. Het feitelijke bedrijfsresultaat zal in komende jaren eerder tegen- dan meevallen. •
De gemeentesubsidie aan de Speeldoos ligt met € 460.000 een kwart lager dan het gemiddelde van de referentietheaters (€ 632.000).
•
Het aandeel van de subsidie in de totale exploitatie is bij de Speeldoos 35%, bij de referentietheaters 47%.
•
De Speeldoos presteert objectief beschouwd goed, maar gaat zonder verhoging van de subsidie toch een faillissement tegemoet.
•
Het verdienmodel van theaters maakt dat er weinig knoppen zijn waaraan De Speeldoos kan draaien.
15
6. Aanbevelingen De exploitatie van de Speeldoos is alleen structureel sluitend te krijgen met een mix van maatregelen, te weten: •
Het tijdig en volledig indexeren van de subsidie voor loon- en prijsontwikkelingen.
•
Het structureel verhogen van de subsidie met € 150.000 p.j. bij een gelijkblijvende hoeveelheid activiteiten (nb: de beschikbare ruimten worden intensief benut).
•
Een minder ambitieuze strategie van het theater wat betreft te realiseren inkomsten uit voorstellingen. Het nettoresultaat op voorstellingen wordt nu erg optimistisch geschat. Deze ambitieuze opstelling valt te prijzen, maar vormt ook een risico. Een meer behoudende raming verdient aanbeveling.
•
Het gezamenlijk (gemeente en stichting) zorgen voor verbetering van het (gebruik van het) gebouw via: a. het vinden geschikte mede-gebruikers zodat gebouwgebonden kosten kunnen worden gedeeld;
b. verduurzamingsmaatregelen zodat de energiekosten worden gedrukt; c.
noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Als substantiële investeringen worden gedaan in de keuken en de zalen dan ziet de Speeldoos mogelijkheden om de inkomsten uit horeca en zaalverhuur nog wat te vergroten.
Zonder deze maatregelen is beëindiging van de theaterexploitatie over enkele jaren onvermijdelijk.
16
Bijlage: het verdienmodel van theater
Het verdienmodel van theaters Belangrijk om te weten is dat bijna ieder theater in
De eigen inkomsten van een theater zijn afkomstig uit een
Nederland op het geheel van de voorstellingen geld
aantal bronnen die te verdelen zijn in twee categorieën:
moet toeleggen. In het gunstige geval zijn de
verkoop en verhuur. Van verkoop is sprake in de horeca,
opbrengsten uit de jaarlijkse kaartverkoop gelijk of
waar hapjes en drankjes worden verkocht. Ook bij de
iets hoger dan de directe kosten. In veel gevallen is
voorstellingen is sprake van verkoop, hoewel het hier
echter zelfs dat niet het geval.
eerder om een beleving gaat dan om een goed. Verhuur
Het economisch model in de podiumkunsten werkt zo
vindt plaats wanneer het theater zijn ruimten ter
dat de vaste lasten van theaters bijna altijd worden
beschikking stelt aan bedrijven of verenigingen en hier geld
gedekt door de gemeente (bijvoorbeeld via subsidie).
voor krijgt.
Datgene wat wordt verdiend met horeca of commerciële verhuringen wordt doorgaans gebruikt
Naast genoemde inkomstenbronnen ontvangt een theater
om betere of duurdere voorstellingen in te kopen.
doorgaans ondersteuning van de gemeente en soms sponsorbijdragen. De meeste theaters genereren extra inkomsten met bijvoorbeeld vriendenclubs, fondsaanvragen of andere initiatieven. Het gaat hierbij echter veelal om relatief kleine bijdragen.
18
Het verdienmodel van theaters (2) Hiernaast worden de betekenissen van verschillende
Verdeling van inkomstenbronnen van theaters
inkomstenbronnen weergegeven. Bron: Vereniging van Schouwburg en ConcertgebouwDirecties (VSCD). NB: bij de Speeldoos bedraagt in 2023 het aandeel van de subsidie (€ 461.626) in het geheel van baten (€
1.301.626): 35% De inkomsten uit autonome bronnen en activiteiten bedragen bij het de Speeldoos: 65% (!)
19
Het verdienmodel van theaters (3) De inkoop van voorstellingen (programmering) vindt veelal
Nb: soms wordt afgesproken dat de bespeler de
tenminste 1 jaar van tevoren plaats.
volledige recette ontvangt (100 %). In dat geval zegt
Theaters hanteren verschillende contractvarianten. De
men dat er op ‘recette basis’ wordt gespeeld.
meest voorkomende zijn de volgende:
c. Partage met een garantiesom
a. Uitkoop
Dit is bij de Speeldoos de meest voorkomende vorm.
Het theater betaalt een totaalprijs aan degene die het
Voor bespelers is het namelijk risicovol om op basis van
podium komt bespelen. Dit is een vooraf afgesproken
partage te spelen. De bezoekersaantallen kunnen
bedrag. Als de kaartverkoop meer oplevert dan de
immers tegenvallen. Daarom geeft een theater via een
uitkoopsom verdient het theater aan de voorstelling. Bij een
garantiesom de bespeler vaak wat meer zekerheid. In
contract op basis van een uitkoopsom ligt het risico voor
dat geval is de partage-afspraak bijvoorbeeld 80/20
100% bij het theater, maar is ook de “winst” helemaal voor
met een garantie van 1.000 euro. Mocht de bespeler
het theater.
met 80% van de recette slechts uitkomen op 800 euro,
b. Partage
dan krijgt hij sowieso 1.000 euro.
Een contract op partage-basis betekent dat de bespeler een
d. Huur
deel van de inkomsten uit de kaartverkoop krijgt (“recette”)
De bespeler huurt het theater en hij krijgt ook alle
en het theater ook een deel. Vooraf wordt afgesproken wie
inkomsten. Voor het theater is dit de meest veilige optie
welk deel krijgt. Vaak ontvangt de bespeler 80% en het
(geen risico).
theater 20%. Het risico is dan navenant verdeeld (80% bij de bespeler, 20% bij het theater).
20
Het verdienmodel van theaters (4) Prijsstelling
Prijselasticiteit
Prijzen worden bepaald door marktomstandigheden
Uit alle onderzoeken blijkt dat podiumkunst een
(vraag en aanbod van voorstellingen).
inelastisch goed is. Redenen zijn onder andere dat
Aan de aanbodzijde zijn het de bespelers en hun
voorstellingsbezoek een waarde op zich is en voor
impresariaten die proberen een zo gunstig mogelijke prijs
‘hogere’ podiumkunsten smaak moet worden ontwikkeld
te bedingen. Op dit moment is het beeld dat de
waardoor substitutie met andere vrijetijdsbestedingen
gevraagde garantiesommen voor seizoen 2022/2023
niet louter op prijs plaatsvindt.
over de gehele linie alleen maar verder omhoog gaan. Aan de vraagzijde trachten theaters voor hun bezoekers
Voor amusementsvoorstellingen ligt substitutie met
de voorstellingen zo betaalbaar mogelijk in te kopen.
andere vrijetijdsbestedingen meer voor de hand.
Theaters houden dus rekening met de betaalbereidheid
Aanbieders van dergelijke voorstellingen zullen zich wat
van hun bezoekers in relatie tot alternatieve
prijsstelling betreft moeten inhouden.
tijdsbestedingen en intrinsieke motivatie. Ze hebben weinig tot geen mogelijkheid voor theater om deze factoren te beïnvloeden, behalve door differentiatie (rangen, last minute prijzen e.d.) en eventueel hanteren van een service- en/of horecatoeslag (drankje
inbegrepen).
21
Berenschot
www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot