230517 Verslag Debat in de Raad 17 mei 2023
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 17 mei 2023 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal
Griffier:
mevrouw C. Heusingveld
Aanwezig:
de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), de heer M. van den Heuvel (D66), de heer J.M. Jonkers (VVD), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer D.D. Kolt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VoorBaarn), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer M.R. Mascini (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer M.R.N. Schouten (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), mevrouw E.C. Sluis-Hoogerwerf (VoorBaarn), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Er wordt mee ingestemd dat geen technische vragen kunnen worden gesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De heer SCHOUTEN meldt dat hij bij agendapunt 5 de zaal verlaat vanwege een vermeend belang. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 12 april 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen Van Galenlaan 3b (719662) De heer BRUINS vindt dat een inbreidingslocatie moet voldoen aan allerlei regels zoals samenhang met de buurt en draagvlak in de buurt en die zijn er beiden niet. De ontwikkelaar en de buurt moeten nog eens goed met elkaar in gesprek gaan om nog eens te kijken naar wat wel haalbaar is. Levensloopbestendig wonen in een riante stadsvilla is ook niet helemaal passend want als je er gaat wonen wanneer je 50 bent en je blijft er wonen totdat je 85 bent. Kan je dan nog zo’n ongelooflijk 1
grote woning onderhouden want je kunt bijvoorbeeld niet meer naar boven om de slaapkamers te luchten. Bovendien liggen de parkeerplaatsen ver van de woning verwijderd voor oudere mensen. Dus niet tegen hier wonen maar wel tegen dit plan. De heer VAN LOON zegt dat er een groot tekort is aan betaalbare woningen en dat dit project er prachtig uitziet. Helaas is de verwachte prijs hoger dan verwacht en het draagvlak bij omwonenden is zeer laag. Dat wordt niet goed begrepen want het terrein is nu omringd door schuttingen en ziet er niet aantrekkelijk uit. Elke vorm van nieuwbouw is een verrijking van deze locatie. Insprekers die bewoners vertegenwoordigen hebben duidelijk laten weten niet tegen woningbouw te zijn en lieten ook weten erg teleurgesteld te zijn in de participatie. Dat had zeker beter gekund. Op dit moment zijn alle voorgestelde situaties afgewezen en staan de buurt en de initiatiefnemer lijnrecht tegenover elkaar. In een van de brieven van de gemeente stond dat de buurt geen trackrecord heeft om overal ongefundeerd tegen te zijn maar streeft naar een afgewogen en goede oplossing voor de ruimtelijke invulling. De Wintertuin staat er niet goed voor en moet financieel geholpen worden. Helaas heeft die te maken met beperkingen die opgelegd zijn zoals onder andere de openingstijden en dat maakt het moeilijk om het pand te exploiteren.
Echte Baarnaars moesten van Schoonoord naar Soest verhuizen omdat er nieuwbouw zou komen maar om allerlei redenen is dat jarenlang vertraagd en uitgesteld waardoor veel voormalige bewoners de nieuwbouw niet hebben gezien omdat ze in de tussentijd zijn overleden. Gelukkig staan er nu mooie gebouwen maar zo langzamerhand ontstaat het gevoel dat de buurt alles wel wil maar nergens aan mee wil werken. Zelfs juridische stappen worden niet uitgesloten. Alle bewoners moeten toch het beste voor zichzelf en voor hun ouders en kinderen willen en daarom moet er met z’n allen voor worden gezorgd dat iedereen een geschikte woning kan vinden in een warme leefomgeving. Mevrouw STRUIJK is elke keer weer positief verrast over de verborgen bouwgronden in de gemeente want er moet veel gebouwd worden. Doorstroming ontstaat door nieuwe woningen gericht op specifieke doelgroepen en daar wordt hieraan voldaan. Eigenlijk zou het beter zijn als op deze locatie meer nieuwe woningen worden gerealiseerd met ook sociale en middenhuurwoningen en misschien zelfs een klein appartementengebouw voor senioren met een kleine tuin. De vraag is wel of de omwonenden daar blijer van zouden worden. De heer VAN HARDEVELD zegt dat het algemeen beleid is in de gemeente om bedrijfsterreinen in de kern zoveel mogelijk te verplaatsen en deze te gebruiken voor woningbouw.
De wethouder zei vorige week tijdens de informatieraad dat het participatieproces goed is verlopen en daaraan twijfelt de fractie niet. Als deze locatie wordt bestemd voor wonen voldoet het volledig aan de kaders die de gemeente daaraan stelt. Als je via de website van het CBS kijkt naar de procentuele toename van de woningvoorraad de afgelopen jaren in Baarn en naar de omliggende gemeenten staat Baarn stijf onderaan. Er moet dus zo snel mogelijk aan de slag worden gegaan. De heer BRINKMAN merkt op dat de inwoners zich verre van gehoord voelen. Op de succesvolle bewonersavond kon worden geconstateerd dat de 55-plussers geïnteresseerd zijn om in Baarn te komen wonen. Wat vindt de wethouder over het participatieproces wat betreft de Van Galenlaan en wat zou er kunnen worden verbeterd? Hoe kan de wethouder ervoor zorgen dat Baarnaars voorrang krijgen op de nieuw te bouwen woningen en dat de woningen die worden achtergelaten naar inwoners van Baarn gaan zodat er daadwerkelijk doorstroming ontstaat? De heer BOSMAN constateerde vorige week dat de insprekers helemaal niet tegen woningbouw op dit terrein zijn maar ze hadden ervaren dat ze weinig in te brengen hadden over de nadere invulling. Pas halverwege de vierde participatiebijeenkomst kwam de aap uit de mouw, het betrof woningbouw 2
en het plan lag al klaar. De wethouder omarmde het verzoek van de omwonenden om nog een keer met de ontwikkelaar in gesprek te gaan maar uiteindelijk kwam dit gesprek niet tot stand. Hier is iets grondig misgegaan in de communicatie en zijn de verhoudingen op scherp gezet. GroenLinks is blij met de daadkracht van de wethouder in het op gang brengen van vastgelopen woningbouwprojecten maar dit plan heeft weinig draagvlak in de buurt en gaat onherroepelijk verzanden in een zienswijzencircus. Het hoeft niet zover te komen door nu even een pas op de plaats te maken en dan kan straks het proces worden versneld want de grieven van omwonenden gaan meer over het proces en de communicatie dan over de ontwikkeling op zich. De raad moet het houden bij een duidelijk kader dat er woningen komen die geen overwegende bezwaren in de buurt oproepen en die zoveel mogelijk tegemoet komen aan de woningbehoefte in de gemeenschap.
Als het lukt om alsnog een constructief gesprek tussen de ontwikkelaar en de omwonenden tot stand te brengen over de detaillering van het plan, wat betekent dat dan voor de voortgang van het proces? Moet het raadsvoorstel dan van de agenda en na de zomer opnieuw worden geagendeerd en over welke termijn wordt dan gesproken? Wat vinden de andere fracties van het voorstel om alsnog zo’n gesprek tot stand te brengen en welke kaders wil de raad dan meegeven? De heer VAN DER PADT betreurt dat de omwonenden zwaar teleurgesteld zijn in het participatietraject. Op zich is het een zeer mooi plan. Als alternatief had er een appartementencomplex of grootschalige sociale huur gebouwd kunnen worden wat zeker niet op de instemming van de omwonenden had kunnen rekenen. Wel bedenkingen bij de vrij nauwe toegangsweg en hiermee de openheid van het geheel. Verder is het iets minder levensloopbestendig als je een flink stuk moet lopen van je auto naar de achterste woning. Er is onvoldoende geluisterd naar de omwonenden terwijl participatie hoog in het vaandel van het college zou moeten staan. Toch zal de VVD voor het plan stemmen omdat het past binnen de extra woningen die worden nagestreefd en ook nog voor een bepaalde doelgroep. De heer SCHOUTEN ziet hier een participatietraject waarbij eigenlijk niemand zich gehoord voelt.
Daarbij is dit wellicht de toekomst met ingang van de nieuwe Omgevingswet. Een derde partij slaagt er niet in om uit te leggen wat de status is van bijvoorbeeld een haalbaarheidstoets omdat hier zelfs een WOO-verzoek voor wordt ingediend. Er is volop frustratie terwijl de buurt daar best wel woningbouw wil maar hoeveel blijft onduidelijk. De initiatiefnemer zegt het plan best te willen aanpassen maar vraagt om een richting mee te geven. Op zich geen gek verzoek maar is dit niet te laat? De gemeente krijgt uiteindelijk de regie in de schoot geworpen maar gaat met de beste intenties iets te veel op de stoel van de ontwikkelaar zitten en schept hiermee verwachtingen. Dat moet beter. Over 2 weken zal worden ingestemd met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen en dus ruimte geven voor woningbouw maar als er geen zienswijzen worden ingediend mag het niet als een definitieve verklaring van geen bedenkingen worden beschouwd. Het definitieve voorstel dient via de raad te gaan en daarbij wordt ervan uitgegaan dat beide partijen hun uiterste best doen om dichter bij elkaar te komen.
Hoe staat de raad er tegenover dat beslispunt 2 wordt gewijzigd en wat VoorBaarn betreft wordt geschrapt? Wethouder VELDHUIZEN heeft van het participatietraject alleen het laatste deel meegemaakt, namelijk in november het gesprek met de stichting en een aantal omwonenden en aansluitend in april een vraag aan de ontwikkelaar of nog een keer het gesprek kon worden aangegaan onder voorwaarde dat de bewoners op papier zetten wat er dan nog besproken moet worden. Toen kwam de mededeling van eerst de vergunningsaanvraag intrekken en dan kunnen we weer gaan praten. De Baarnse geïnteresseerden weten van deze plannen en zullen als eerste reageren bij de makelaars. De gemeente kan geen voorrang geven aan Baarnaars. Er kan ook geen garantie worden gegeven dat mensen uit Baarn de achtergelaten woning betrekken. 3
Op dit moment is er geen reden om het constructieve gesprek aan te gaan aangezien er geen aanleiding is om iets constructief te bespreken en dat betekent voor het proces dat er zienswijzen zullen komen. De heer BOSMAN heeft omwonenden gesproken die zeiden van het gesprek zou er komen maar de ontwikkelaar zei er gaat niets veranderen. Toen zeiden ze dan hebben we niets te bespreken. Het is heel jammer dat de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en dat komt het proces niet ten goede. Misschien moet een pas op de plaats worden gemaakt om eerst de omwonenden en de ontwikkelaar bij elkaar te brengen. Een constructief gesprek is het enige waardoor de verhoudingen misschien wat kunnen afkoelen. Zien fracties in de raad mogelijkheden om dit toch voor elkaar te krijgen? De heer BRUINS zegt dat dat de enige manier is om voortgang in het project te krijgen en te behouden. Het alleen van de agenda afhalen is wellicht niet de juiste stap. De raad zou kunnen zeggen van er mogen woningen komen en de uiteindelijke besluitvorming ligt dan weer bij de raad. De heer BOSMAN kan ermee leven als dat de procedure is waardoor mogelijkheden worden gegeven voor detaillering tussen buurt en omwonenden. De heer VAN HARDEVELD herinnert eraan dat dit proces al heel lang duurt en de indruk is dat de standpunten dermate geharnast zijn dat er weinig vertrouwen in is.
De afgelopen jaren waren er meer participatieprojecten in deze omgeving en die hebben niet tot veel tevredenheid gestemd. Mevrouw STRUIJK ziet niet hoe hier uit te komen is gezien de verschillende standpunten en dan heeft het weinig zin om een wassen neus op te tuigen en weer het gesprek aan te gaan dat waarschijnlijk nergens op gaat uitdraaien. De heer VAN DER PADT constateert dat de omwonenden openstaan voor woningen maar als wordt gevraagd hoeveel dat er moeten worden geeft dat geen duidelijkheid. Daarom is het beter om het voorstel van VoorBaarn te volgen wat betreft beslispunt 2. De heer SCHOUTEN vindt dat de raad een signaal moet geven richting ontwikkelaar dat daar woningen moeten komen. Op zich is het plan goed maar omwonenden zijn er niet echt blij mee. De verklaring van geen bedenkingen kan gewoon worden afgegeven waardoor in ieder geval duidelijk is dat de raad woningen wil. Niet duidelijk is hoeveel woningen de omwonenden daar willen maar er gaan woningen komen en om te borgen dat kan worden gezien dat de bereidheid er is van alle kanten om eruit te komen zou het prettig zijn als het toch nog een keertje terug in de raad komt waarna dan de finale klap kan worden gegeven. Dan zal VoorBaarn akkoord gaan met het voorliggende voorstel. De heer BOSMAN vindt ook dat er woningen moeten komen.
Dat moet als kader worden genomen en een finale klap op een later moment dient dan te worden gegeven. De heer BRINKMAN wil nadenken over het interessante voorstel van VoorBaarn. Mevrouw STRUIJK kan niet goed overzien wat het betekent als beslispunt 2 uit het raadsvoorstel wordt gehaald, wat dat betekent voor het proces hierna en welke stappen er dan nog komen. De heer SCHOUTEN wil voorkomen dat beslispunt 2 wordt geïnterpreteerd alsof er niets aan de hand is en daarom moet het terug naar de raad. Het kan in een besluitenraad komen als beide partijen eruit zijn of er wordt nog een keer met elkaar het debat over gevoerd. 4
Mevrouw STRUIJK verwacht dat er veel zienswijzen worden ingediend en wat is dan de noodzaak van het eruit halen van dit beslispunt? De heer SCHOUTEN stelt dat vaak wordt gezegd dat de zienswijzen eigenlijk pas worden ingediend als het bestemmingsplan echt gewijzigd wordt en dit is nog maar een verklaring van geen bedenkingen. Dat is het begin van het proces en er dient te worden geborgd dat het terug naar de raad komt. Daar hoeft geen vertraging in op te treden want het plan moet nu uitgewerkt worden en dan kan het gesprek met elkaar worden aangegaan en hij zal hiervoor een amendement voorbereiden. De heer VAN HARDEVELD vindt dat de komende 2 weken moeten worden benut om te kijken wat dit allemaal inhoudt. Als er helemaal geen beweging valt te bespeuren steunt VoorBaarn de verdere voortgang en daar is het CDA het mee eens. In ieder geval voelt de fractie weinig voor vertraging. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Principeverzoek Zandvoortweg 132 (716591) De heer SCHOUTEN merkt op dat zowel de nokhoogte als de parkeernormen aansluiten bij de omgeving. Er is alsnog parkeerdruk maar dat heeft ook te maken met elkaar soms wat ruimte gunnen en niet alle auto’s hoeven per se voor de deur. De heer JONKERS vraagt of de wethouder kan aangeven wie het parkeeronderzoek heeft gedaan.
In de huidige situatie zijn er 8 parkeerplaatsen op het eigen terrein en in het nieuwe plan wordt dat er slechts 1. De raad is april 2021 akkoord gegaan met het principeverzoek voor uitbreidingsplannen van 6 zelfstandige naar 23 zelfstandige woonruimten op de Plataanlaan 57 tot en met 69. Als dit plan aan de Plataanlaan gerealiseerd wordt geeft dat extra druk op de bestaande parkeergelegenheid. Hierover is echter niets terug te vinden in het parkeerverslag. Daarnaast wordt er in het parkeerverslag rekening gehouden met 6 beschikbare plaatsen op de Zandvoortweg ter hoogte van de 58 aanleunwoningen van Santvoorde maar het zijn er maar 4. In de afgelopen periode zijn er veel nieuwe bewoners komen wonen in de aanleunwoningen die in het bezit zijn van een auto en ook in de directe omgeving willen parkeren. Als gevolg hiervan breidt het aantal invalidenparkeerplaatsen zich ook steeds meer uit. Daardoor blijven er steeds minder vrije parkeerplaatsen over en dat geeft nu al problemen in de directe omgeving. Het is een prima plan maar het parkeren voor deze 5 woningen dient op eigen terrein plaats te vinden. Is de raad het ermee eens dat het plan op zich prima is maar wel met parkeren op eigen terrein zoals de situatie nu is met 8 parkeerplaatsen? De heer BOSMAN vindt het een goede zaak dat in de anterieure overeenkomst wordt opgenomen dat de oude linden behouden moeten blijven.
De heer BRINKMAN begrijp dat er door omwonenden zorgen zijn geuit over de impact van het ontwikkelen voor de bomen langs de Goeman Borgesiuslaan en de bijbehorende groenstrook. Goed is dat er een bewonersavond is geweest om de plannen te presenteren en om de feedback van de bewoners te verzamelen. De fractie is blij om te zien dat er een Bomen Effect Analyse is uitgevoerd om de mogelijke schade aan de groenelementen tijdens en na de ontwikkeling te beoordelen en dat de ontwikkelaar via de anterieure overeenkomst verantwoordelijk is voor de bescherming van deze groenelementen. 5
De heer VAN DER DONK sluit zich aan bij de woorden van VoorBaarn en de PvdA. Mevrouw STRUIJK sluit zich aan bij de oproep van VoorBaarn wat betreft de parkeerdruk dat de mensen elkaar de ruimte moeten geven. Misschien moet de auto iets verder weg neergezet worden. De heer VAN LOON constateert dat ook hier weer sprake is van hogere prijzen dan gehoopt terwijl er juist behoefte is aan betaalbare koop- en huurwoningen. Ondanks dat het slechts 5 woningen betreft blijft de fractie hameren op de zelfbewoningsplicht, een anti-speculatiebeding van 5-10 jaar om casinowoningen te voorkomen en voorrang verlenen aan Baarnaars. De heer BRUINS zegt dat het ontwerp in strijd is met het bestemmingsplan omdat de nokhoogte 2 m hoger ligt dan is toegestaan. Als wordt gekeken naar de buurt is dat ook wel terecht. Het liefst zouden er wat goedkopere woningen moeten komen en de nokhoogte moet worden aangepast zodat die passend is in de buurt. De VOORZITTER geeft aan dat de vraag van de heer Jonkers een technische vraag is en zij verzoekt hem om de vraag te mailen naar de griffie. De heer JONKERS vraagt of de raad ook van mening is dat het parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden met 8 parkeerplaatsen zoals nu het geval is. De heer BOSMAN merkt op dat het plan aan de Plataanlaan begeleid wonen betreft en dat dit mensen zijn die over het algemeen geen auto rijden.
Mevrouw STRUIJK stelt dat er geen ruimte is voor het parkeren op eigen terrein en als die ruimte zou worden genomen houden de mensen geen tuin en geen groen meer over. De voorkeur gaat uit naar groen en parkeren en dat kan ook anders opgelost worden. De heer BRINKMAN sluit zich aan bij de woorden van D66. De heer SCHOUTEN stelt dat wanneer je wilt inbreiden je ergens zult moeten marchanderen met parkeernormen. De parkeernormennota staat ter discussie en komt naar de raad toe en het gaat te ver om een heel woningbouwplan af te wijzen omdat er volgens een staatje te weinig parkeerplaatsen zouden zijn. Natuurlijk moet er aandacht voor blijven maar het is voldoende geborgd en als mensen niet alle auto’s die ze hebben voor de deur willen parkeren kom je al een heel eind. De heer VAN LOON vindt dat dit project op een goede locatie zit wat betreft parkeren want het ligt bij een grote parkeerplaats aan de Drakenburgerweg en tussen Santvoorde en de Trits. Dan hoef je niet ver te lopen. De heer JONKERS wijst erop dat wanneer veel van dit soort projecten worden gedaan de parkeerdruk in straten blijft toenemen. Er ontstaan problemen omdat mensen voor de deur willen parkeren en daardoor ontstaan allerlei ruzies en ergernissen. Het is in ieder geval goed om daar aandacht aan te geven. Mensen die begeleid wonen worden begeleid en de mensen die ze begeleiden komen nogal eens met de auto.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat.
6
5. Uitvoering Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2041 (727755) Mevrouw DEURLOO vraagt of er een scenario mogelijk zou zijn om tegelijkertijd, dus zonder tijdsverlies voor de scholen, het herhuisvestingsplan Maatschappelijk Vastgoed hierin mee te nemen. Na beantwoording door de wethouder zal dit scenario ook worden voorgelegd als debatpunt voor de andere fracties. De heer JONKERS vraagt aandacht voor de participatie want tot op heden blijkt uit verschillende dossiers dat er nog geen sprake is van verbetering, ondanks dat het is beloofd in het coalitieakkoord. Sterker, het tegendeel blijkt het geval te zijn. Het college moet op dit dossier laten zien dat ze wel in staat is om alle inwoners op voldoende wijze mee te laten participeren. Hoe wordt de participatie precies vormgegeven, welke partijen worden hierbij betrokken en hoeveel ruimte is er desgewenst om nog af te wijken van de voorliggende plannen? Worden leerlingen hierbij ook betrokken? Dit heeft directe gevolgen voor Lokaal-O. De gemeente heeft in het verleden een harde toezegging gedaan dat ze kon blijven. De gemeente heeft dus een zorgplicht ten aanzien van Lokaal-O en verwacht wordt dat het college met een passende oplossing komt. Mevrouw SLUIJS vindt dat er sprake is van een uitgebreide en zorgvuldige aanpak. De nieuwbouw en uitbreidingen dragen ook bij aan de verbetering van de onderwijskwaliteit.
Daarnaast vinden noodzakelijke duurzaamheidsmaatregelen plaats waarbij de voorkeur lijkt uit te gaan naar energieneutrale gebouwen. Voor de maatschappelijke organisaties in het Poorthuis is het minder goed nieuws omdat het gevolgen heeft voor hun huisvesting. Vorige week bleek dat er veel zorgen leven bij de vrijwilligers van Lokaal-O. Het college moet zich inspannen voor alternatieve huisvesting en alles in het werk stellen, zo nodig met een financiële bijdrage, om tijdig nieuwe huisvesting te realiseren. Er wordt van uitgegaan dat waardevolle ideeën uit het participatietraject rond Hoofdstraat 1 waar mogelijk worden meegenomen. Mevrouw BRUIJSTENS vindt dat de investeringen in de gebouwen vooral moeten bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. Het hielp de fractie dat tijdens het bezoek van de raad aan de KWS en het Aloysius van de schoolbesturen zelf werd gehoord wat ze nodig hadden. Het is goed dat het college het draagvlak bij de schoolbesturen zwaar heeft laten meewegen bij de keuze voor het voorkeurscenario dat nu voorligt bij de raad. Het college kan door met de verdere uitwerking van de plannen en het eerder beschikbaar stellen van het budget voor de capaciteitsuitbreiding van het voortgezet onderwijs is een logisch gevolg. Het is naar dat de keuze die in het raadsvoorstel wordt gemaakt voor het onderwijs voor zoveel onrust zorgt bij Lokaal-O.
Parallel aan de ontwikkeling van het Poorthuis wordt het plan Maatschappelijk Vastgoed geactualiseerd en daarin wordt gekeken naar de huisvesting voor diverse maatschappelijke organisaties. Het is aan het college en Lokaal-O om in de tussentijd met elkaar in gesprek te blijven. De heer VAN HARDEVELD stelt tevreden vast dat de gezichtsbepalende schoolgebouwen van de KWS en de Aloysiusschool behouden blijven. De fractie heeft destijds al beoogd dat slopen en nieuwbouw meestal niet met goed fatsoen duurzaam genoemd kan worden en dat schoolgebouwen altijd langer mee moeten gaan dan onderwijsconcepten. Het CDA zal de komende tijd de vinger goed aan de pols houden wat betreft de financiële consequenties van een en ander. In het redactioneel commentaar van de Baarnsche Courant van afgelopen maandag stond dat LokaalO niet moet worden behandeld als onderdeel van het huisvestingsplan onderwijs want Lokaal-O heeft recht op een eigen agendapunt in de raad.
7
Mevrouw STRUIJK kan instemmen met het voorgestelde scenario en het voorbereidingskrediet. Het is belangrijk dat er nu snel begonnen wordt met de uitbreiding van de Aloysius en de vernieuwbouw van de KWS. De uitkomst van dit raadsvoorstel dient simpelweg als uitgangspunt te worden meegenomen in de aanpassing van het plan Maatschappelijk Vastgoed. De heer VAN LOON geeft aan dat nieuwbouw en renovatie voor deze locaties hard nodig zijn. Meer ruimtes zijn nodig om in kleinere groepen aan leerdoelen te werken. Met deze vernieuwbouw en renovatie kunnen de statige gebouwen er weer jaren tegen. Hopelijk wordt er een geschikte plek gevonden voor Lokaal-O want veel inwoners zijn zeer betrokken en maken gebruik van deze maatschappelijke organisatie. De heer BRUINS memoreert dat de raad in 2021 de locatie Poorthuis heeft aangegeven als inbreidingslocatie op het gebied van wonen. Toen kwam dat voort uit de samenvoeging van de bibliotheek en De Speeldoos zodat de Hoofdstraat vrijkwam voor welzijnsorganisaties. Dat plan gaat niet door en dan is het heel goed om deze locatie ook mee te nemen voor mogelijk maatschappelijk vastgoed zodat eventueel Frontaal Kunst en Lokaal-O daar in een nieuw pand gevestigd kunnen blijven.
Hoe denken de andere fracties hierover? Wethouder PRAKKE zegt dat het voornemen is om uiterlijk in het eerste kwartaal 2024 te komen met de kredietbesluiten voor de individuele scholen als ook met de actualisatie van het plan Maatschappelijk Vastgoed. Tot nu toe is de participatie met omwonenden zo gedaan dat iedereen een brief in de bus heeft gehad om hen te attenderen op deze raadcyclus. Het is aan de scholen, de leerkrachten, de leerlingen om het vorm te geven in het verdere traject om deze plannen verder uit te gaan werken. Vandaag is een mailtje ontvangen van 2 bewoners die achter de KWS wonen om in overleg te gaan en dat wordt natuurlijk vanuit de gemeente opgepakt. Het ligt uiteindelijk bij de school om het door te ontwikkelen tot het voorliggende plan. De participatie vanuit de gemeente is vooral gericht op de omwonenden die daarbij betrokken zijn. Er zijn nu wat scenario’s geschetst hoe het eruit zou kunnen komen te zien maar er is nog alle ruimte om daar met omwonenden, de medezeggenschapsraad, kinderen over de definitieve plannen te discussiëren. Ook van de kant van het college grote waardering voor de maatschappelijke waarde van Lokaal-O. Het was gisteren feest om te zijn bij de lokale taalshow bij Lokaal-O.
Het college zal een maximale inspanning betrachten om Lokaal-O op een goede wijze en ook in afstemming met de organisatie naar een nieuwe locatie te gaan brengen. Dat zal worden meegenomen in de actualisatie van het plan Maatschappelijk Vastgoed. Mevrouw DEURLOO vraagt of de planning met een concreet stappenplan kan worden vormgegeven zodat de onrust bij de maatschappelijke organisaties een beetje kan worden weggenomen. Wethouder DE VRIES zegt dat de activiteiten die in Lokaal-O gebeuren heel belangrijk zijn en de mensen die er komen worden vaak niet gezien op andere plekken in de gemeente waar activiteiten plaatsvinden. Daarom is het heel belangrijk om een maximale inspanning te plegen. Op dit moment is er geen concreet pand voorhanden dat kan worden aangeboden maar het college gaat zijn uiterste best doen om een alternatief te geven. In het eerste kwartaal 2024 moet duidelijk zijn wat de toekomstige oplossing is voor Lokaal-O. De heer JONKERS zegt dat het een gemiste kans zou zijn als de jongeren niet betrokken worden in dit traject maar ook de ouders zijn indirect belanghebbenden en die zijn vertegenwoordigd in de medezeggenschapsraad op die scholen. De heer BRUINS memoreert dat de raad in 2021 de locatie Het Poorthuis heeft aangewezen als inbreidingslocatie voor wonen. Dat was omdat het vrij zou komen bij de verplaatsing van de 8
bibliotheek naar De Speeldoos en dan zou het een van de kostendragers in het hele project zijn. Inmiddels gaat dat plan niet meer door en dat schept de ruimte om de locatie van Het Poorthuis, het gedeelte dat overblijft van de scholen, in te richten als maatschappelijk vastgoed in plaats van wonen. Dan zou de raad het besluit moeten nemen om de locatie voor wonen te bestemmen weer op te heffen. Mevrouw BRUIJSTENS wijst erop dat de bouw van woningen op die plek nodig is als kostendrager voor het plan van Hoofdstraat 1 en dat plan is nog niet van de baan. De heer BRUINS zegt dat er in het plan Hoofdstraat 1 nog van alles kan komen maar om dan nu al de beperking op te leggen dat op de locatie Poorthuis alleen maar wonen mag komen is wat kort door de bocht want als je in de Hoofdstraat 1 alle welzijnsorganisaties wilt onderbrengen en een bibliotheek is daar echt wat ruimtegebrek. Dus je zult meer ruimte moeten hebben dan alleen de Hoofdstraat 1 en daarvoor leent de Poorthuis-locatie zich uitstekend. Mevrouw SLUIJS kan zich voorstellen dat met de actualisatie van het plan Maatschappelijk Vastgoed de Poorthuis-locatie ook meegenomen moet worden met de vraag of dat nog steeds nodig is. Trek dat zo open mogelijk en kijk welke kosten er nodig zijn in het nieuwe plan en of dan nog steeds die woningen daar moeten komen. Als dat niet meer het geval is dient de raad dat te horen.
De heer VAN HARDEVELD stelt dat op dit moment niet voorligt om het resterende deel van het pand aan de Kerkstraat te bestemmen voor wonen. Er is het afgelopen najaar een uitgebreid traject geweest met een aantal belanghebbenden onder begeleiding van ‘plekmakers’. Het wordt tijd dat de raad hierover wordt geïnformeerd voordat kan worden besloten over dit soort bestemmingswijzigingen. Wethouder DE VRIES zegt dat het plan Maatschappelijk Vastgoed, mede op verzoek van de gemeenteraad, wordt geactualiseerd. Dat betekent dat het hele plan tegen het licht wordt gehouden, ook omdat alle omstandigheden met betrekking tot vastgoed echt veranderd zijn. In het huidige plan Maatschappelijk Vastgoed zijn een aantal gebouwen aangewezen als af te stoten panden. Er zou daarmee geld kunnen worden verdiend door op die plek woningbouw te ontwikkelen. Dit wordt in de actualisatie opnieuw beoordeeld en daarna wordt het plan aan de raad voorgelegd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Participatieverordening gemeente Baarn (717419) De heer BRUINS meldt dat kan worden ingestemd met het voorliggende raadsvoorstel. De heer VAN LOON vindt het een duidelijke verordening en is er positief over. De heer VAN DEN HEUVEL stelt voor dat het infoblad nog een keer wordt voorgelegd aan inwoners en dan kan die worden verbeterd op basis van de feedback.
De heer VAN HARDEVELD zegt dat participatie altijd klinkt als goed nieuws maar dat is het niet altijd. Veel te vaak zorgt inwonersparticipatierecept voor teleurstelling en frustratie. Daarom is het goed dat in deze verordening een infoblad bewonersparticipatie is opgenomen. Het is van belang bij aanvang van het participatietraject goed door te nemen wat we van elkaar mogen verwachten.
9
Daarbij is het infoblad een belangrijk hulpmiddel en dit moet bij elk participatietraject tot vervelens toe tot onderwerp van gesprek met alle deelnemers worden gehouden. De heer BRINKMAN merkt op dat dit voorstel past bij de visie van de PvdA dat burgers ook tussen de verkiezingen door invloed kunnen uitoefenen op de politieke besluitvorming. Het vergroten van de invloed van burgers op de politiek kan worden bereikt door burgers meer inspraak te geven en door de afstand tussen burgers en politiek te verkleinen. Hierdoor ontstaat er meer saamhorigheid en begrip tussen burgers wat de leefbaarheid van wijken en buurten ten goede komt en dit draagt bij aan een meer rechtvaardige samenleving. Mevrouw SLUIJS geeft aan dat wat ‘bestuursorgaan’ gemeenteraad, college of burgemeester kan betekenen onduidelijk is voor de raad en voor inwoners. Sommige acties kunnen alleen door het college worden uitgevoerd, dus waarom dan daar niet alleen ‘college’ schrijven? Op punten waar een actie wel door de gemeenteraad of het college kan worden uitgevoerd kan dat ook gewoon zo worden opgeschreven. Dit naar aanleiding van opmerkingen hierover van mevrouw Sluis-Hoogerwerf van VoorBaarn. Na vaststelling van de verordening en het infoblad is het zaak om zoveel mogelijk inwoners hiervan op de hoogte te brengen zodat ze weten welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn om te participeren.
De heer MASCINI stelt dat wanneer je de verordening leest het niet meer mis kan gaan maar bijvoorbeeld vandaag is het op het Laanplein voor winkeliers en ondernemers een grote verrassing dat opeens een heel deel is afgezet voor ongeveer 15 auto’s maar het zijn er 30 geworden en de gemeente is vergeten om de ondernemers en de omwonenden te informeren. Het staat prachtig op papier maar er moet een link zijn tussen de theoretische en praktische werkelijkheid. Er is ook nog een factor van gezond verstand van er is iets aangevraagd, hebben we bewoners geïnformeerd? Zo nee, een brief sturen. Hopelijk brengt de verordening wat iedereen ervan verwacht. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF zegt dat deze participatieverordening ook bedoeld is voor het goed vastleggen wat de verantwoordelijkheden voor de raad en voor het college zijn. Op verschillende plekken staat het begrip ‘bestuursorgaan’ en daar kan op drieërlei wijze uitleg aan worden gegeven. Daarmee is het onduidelijk wanneer een participatietraject aan de raad voorgelegd gaat worden en wanneer dat vooraf gebeurt en niet pas achteraf in de vorm van een raadsinformatiebrief. Uit de antwoorden vorige week en contact met de betreffende ambtenaar bleek dat het college hier flexibel in wil zijn en dat de raadswerkgroep hier adviserend in zou kunnen optreden.
Uiteindelijk is het dan nog steeds onduidelijk wanneer de raad aan zet is en bij een participatietraject echt aan de orde is dat het eerst langs de raad gaat. Ziet de portefeuillehouder kans om de onduidelijkheid wanneer het wel naar de raad gaat op te lossen in de verordening of op een andere creatieve manier voor de aanstaande besluitenraad? Hoe staat de raad er tegenover om de verordening op dit punt te verbeteren? Wethouder PRAKKE verduidelijkt dat de verordening niet de heilige graal is waardoor ineens alles goed gaat lopen. Nu begint het harde werken om participatie succesvol te laten zijn. De beleidsadviseur fungeert als centrale spil en als vraagbaak. Er gaan trainingen georganiseerd worden voor medewerkers en er wordt voor gezorgd dat teamleiders in gesprek zijn met hun medewerkers als het om participatie gaat. Niet alles zal goed gaan en er zullen heus trajecten zijn waar het beter gedaan had kunnen worden maar er wordt alles aan gedaan wat betreft houding en gedrag om de verordening te laten landen in de organisatie. Het college is niet zo enthousiast om de verordening aan te gaan passen wat betreft het begrip bestuursorgaan. De modelverordening van de VNG praat over bestuursorgaan. Ook andere gemeenten hanteren deze terminologie. Bovendien biedt het begrip bestuursorgaan ook flexibiliteit. 10
Het college wil graag maatwerk leveren in de participatietrajecten en dat betekent dat het ene participatietraject wordt vastgesteld en uitgevoerd door het college en dan wordt de raad achteraf geïnformeerd en bij het andere participatietraject wordt dat vooraf aan de raad gevraagd met een plan van aanpak zoals bij de buurtbudgetten en bij het burgerberaad gaat dat ook worden gedaan. Dan gaat het om factoren als wat is het onderwerp van het participatietraject, wat is de impact en het benodigde commitment van de raad en het budget dat daarbij hoort. Dat zijn allerlei factoren die meewegen of iets wel of niet aan de raad wordt voorgelegd. Het is lastig om dat vooraf in de verordening te bepalen en dat is dus die flexibiliteit. Als de raad dit wel wil specificeren is er meer tijd nodig om het juridisch te toetsen en om met elkaar te bepalen wat betekent dit voor welk traject, welke impact, welk onderwerp enzovoort om die splitsing te kunnen maken. Binnenkort komt er een participatiekalender en daarin wordt een indeling gemaakt van wat wel en niet naar de raad wordt gebracht. Dat wordt besproken met de raadswerkgroep en het wordt opgenomen in de begroting.
Dan wordt in de begroting opgenomen van dit zijn alle participatietrajecten dit jaar, dit doen we als college en dit doet de raad en dan kan de raad een afweging maken van bij een bepaald traject dient de raad daar vooraf kennis van te nemen. Mevrouw SLUIS-HOOGERWERF had de stille hoop dat er een creatieve weg mogelijk was zonder dat de verordening hoefde te worden aangepast maar zoals de wethouder het schetst klinkt het als een deugdelijke manier om met elkaar te beoordelen van wanneer vinden we het echt in de raad thuishoren met daarbij ook een goede benutting van de raadswerkgroep. Mevrouw SLUIJS is voor een pragmatische oplossing. Bij sommige passages in de verordening gaat het over het college maar dat wordt dan niet benoemd en dat komt de duidelijkheid niet ten goede. Dat is echter niet een zodanig bezwaar dat de verordening zal worden weggestemd. Wethouder PRAKKE merkt op dat het college bijvoorbeeld het voorstel doet voor de begroting maar de raad stelt de begroting vast. Dat is ook de reden waarom het begrip bestuursorgaan wordt gehanteerd. De heer MASCINI vraagt wanneer de participatiekalender komt. Wethouder PRAKKE zegt dat eind juni met de raadswerkgroep de eerste versie zal worden besproken. De heer VAN DEN HEUVEL voelt ook de behoefte aan duidelijkheid en een flexibele aanpak. De participatiekalender is een goede aanpak.
Daar dient ervaring mee te worden opgedaan. Conclusie De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 7. Kredietaanvraag openbare verlichting (713589) De heer GENUIT is het eens met het college dat met de vervanging van de kapotte straatverlichting niet gewacht moet worden totdat het nieuwe beleidsplan er is voor de openbare verlichting. Goed dat de bestaande lampen vervangen gaan worden door ledlampen en dat zo alvast een start wordt gemaakt met de verduurzaming van de openbare verlichting.
11
De heer VAN DER LINDEN zegt dat lantaarnpalen zullen moeten branden om onveilige situaties te voorkomen. Door een gebrek aan licht is er ook een grotere kans op woninginbraken. Daarom zal de kredietaanvraag worden gesteund. De heer VAN WIJK is ook voor een goed werkende openbare verlichting maar het is wel verbazingwekkend dat in december 2021 en eerder al is aangegeven dat het leasecontract met CityTec afliep en er nu pas wordt aangegeven dat er een beleidsplan gemaakt gaat worden dat eind 2023 aan de raad gaat worden gepresenteerd. Vervelend is dat door de vele storingen een tijdelijke oplossing moet worden gerealiseerd en dat dit extra budget vraagt. Wat komt er in het beleidsplan te staan, dat de armaturen en lantaarnpalen duurzaam en recyclebaar moeten zijn, kleur Baarns groen en dat nu al een keuze is gemaakt voor de vervanging door ledlampen? Waarom moet op het beleidsplan worden gewacht en nu al een investering worden gedaan omdat er nog geen plan van aanpak is? Kan deze noodmaatregel nu al niet definitief voor het grootste deel van de lantaarnpalen gerealiseerd worden? Zo nee, waarom niet en het beleidsplan is toch een doel en niet een middel? Mogelijk is straks al 80% van de lantaarnpalen vervangen en zijn armaturen in het hele dorp energievriendelijk. De niet-standaard lantaarnpalen dienen in een beleidsplan te worden opgenomen. Dat kan later aan de beurt komen.
Vindt de raad het ook onzin om zo lang te moeten wachten op de lantaarnpalen en dat nu direct moet worden begonnen met een definitief plan en het beleidsplan uitstellen voor speciale lantaarnpalen? De heer VAN DEN HEUVEL hoopt dat het beleidsplan er snel komt maar voor nu is het belangrijk dat de openbare verlichting goed functioneert. De kredietaanvraag zal worden gesteund. De heer VAN LOON zal het voorstel steunen omdat openbare verlichting moet bijdragen aan een prettige leefomgeving, veiligheid en duurzaamheid voor de bewoners van Baarn. De heer BRUINS vindt het ook spijtig dat nu al 3 jaar moet worden gewacht op een beleidsnotitie. Helaas neemt dat niet weg dat deze stap noodzakelijk is en daarom zal worden ingestemd met het raadsvoorstel. De heer KOLT verwijst naar een raadsinformatiebrief uit 2011 waarin afspraken zijn gemaakt met CityTec om de armaturen te vervangen in de komende 25 jaar. Dan wordt uitgekomen op 2036. Is hier sprake van onderbreking van de plannen of is dit nog actueel? Er wordt namelijk ook gesproken over een fase 2 dat lampen van 25 jaar oud afgeschreven zouden zijn in 2018. Uit de beantwoording van de technische vragen van de ChristenUnie blijkt dat er geen investeringskrediet is gebruikt in 2021. De fractie maakt zich daarom zorgen dat er niet verder wordt geïnvesteerd in onderhoud. Het beleidsplan zou naar voren moeten worden getrokken.
Is er een prioriteitenlijst opgesteld waarvoor nu direct een noodzaak is en waarvoor deze kredietaanvraag is opgesteld? De stukken betreffende CityTec worden nog steeds afgewacht en daarom dient dit als bespreekstuk te worden geagendeerd voor de komende besluitenraad. De fractie is wel voorstander van deze kredietaanvraag. Mevrouw MARTENS stelt dat de veiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte optimaal moeten zijn en dat staat op gespannen voet met de constatering in het raadsvoorstel dat de openbare verlichting sterk verouderd, niet energiezuinig en in slechte technische staat verkeert. Het voorgestelde krediet maakt het mogelijk om de ernstige nood te ledigen en daar zal de VVD voor stemmen. Er dient snel een degelijk beleidsplan te komen voor een vorstelijke verlichting. Wethouder EIJBAARD zegt dat het beleidsplan in december komt en daarvoor zal in september met de raad een uitgangspuntennotitie worden gedeeld. Voorts is er al een presentatie gegeven aan de 12
raad tijdens de college informatieavond in januari. Daar is heel duidelijk verteld wat er in het beleidsplan moet komen en welke keuzes er dan nog zijn voor de raad. Er wordt nu al een stap genomen om ervoor te zorgen dat de meest onzuinige verlichting, die op dit moment ook vaak stuk gaat, alvast kan worden vervangen. De fractie van de Partij van de Arbeid heeft in het verleden ook een vraag gesteld over de raadsinformatiebrief uit 2011 en voor de volledige beantwoording wordt daarnaar verwezen. De heer VAN WIJK heeft een vraag gesteld of 80% niet naar voren kan worden gehaald want in het plan ging het om bijzondere armaturen. Daar is extra aandacht voor nodig. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om 80% van de lantaarnpalen in het dorp die standaard zijn nu al te vervangen vooruitlopend op het beleidsplan? De heer KOLT ziet gaten in het onderhoud in de jaren. Straks komen er weer gaten. Daar is al over gesproken in 2018 en in 2021 maar er is geen doorlopend plan daarin. Wethouder EIJBAARD verduidelijkt dat op dit moment alleen de armaturen worden vervangen en niet de palen waar de armaturen op staan. De raad kan dus straks nog keuzes maken welke palen zij wil, een hele duurzame, een aluminium of de bestaande variant staal met groen. De raad heeft eind 2021 gekozen voor de variant waarbij de straatverlichting weer zelf in beheer wordt genomen.
Toen is ook door het college aangegeven dat het ging om een bedrag van 8-10 miljoen. Wanneer dat wordt omgezet in een krediet en de kosten ervan worden opgenomen in de begroting is het noodzakelijk dat er daarvoor ook een beleidsplan is om het doel te realiseren van goede openbare verlichting. In 2011 is de ambitie uitgesproken om de openbare verlichting te verduurzamen maar daar is nooit uitvoering aan gegeven. Het college heeft in de beantwoording ook aangegeven dat die ambitie nog steeds overeind staat en daarom wordt deze keuze vanavond voorgelegd. Het contract met CityTec zat zo in elkaar dat het ging op basis van leeftijd. Hoe ouder de paal, hoe goedkoper het werd voor de gemeente. De armaturen en de lantaarnpalen die er op dit moment zijn, zijn oud. Dat vraagt om een investering op het moment dat de gemeente die lantaarnpalen heeft overgenomen. De heer KOLT vindt dat de dingen die echt nodig zijn nu meteen gedaan moeten worden. Er dient vooral te worden gekeken naar de verkeersveiligheid op bepaalde punten. Wethouder EIJBAARD zegt dat het altijd onderdeel is van het plan dat wordt gemaakt. De verlichting die kapot is kan niet meer worden gemaakt omdat die lampen niet meer beschikbaar zijn. Daarom wordt deze lampen nu vervangen.
Inwoners kunnen makkelijk een melding doen op de website want de paal kan worden aangegeven op een Google Mapskaart en dan gaat de gemeente ermee aan de slag. De heer BRUINS vraagt of de griffie de antwoorden in het verleden op de vragen van de PvdA zou kunnen toesturen naar de raad. Wethouder EIJBAARD legt uit dat wanneer wordt gezocht op openbare verlichting dit makkelijk is te vinden maar misschien kan de griffie het opzoeken. De GRIFFIER geeft aan dat er volgende week een bijeenkomst is voor raadsleden van NotuBiz hoe je moet zoeken en dan kan dit voorbeeld tegelijk worden meegenomen maar de griffie zal het even opzoeken.
13
De heer SCHOUTEN vindt dat het college de plicht heeft om de antwoorden uit 2011 ter beschikking te stellen aan de raad. De heer VAN WIJK begrijpt dat de wethouder het zelf heeft opgezocht en daarom een vriendelijk verzoek om het document dat hij gevonden heeft te delen met de raad. Vindt de raad dat het noodplan tijdelijk definitief moet worden gemaakt om door te kunnen bouwen? De heer GENUIT vindt dat er voor een investering in de openbare verlichting een duidelijk beleidsplan moet komen en dat moet worden afgewacht. Mevrouw MARTENS geeft de voorkeur aan een integrale afweging bij de behandeling van het beleidsplan. De heer VAN DER LINDEN sluit zich aan bij de woorden van GroenLinks en VVD. De heer KOLT constateert dat het beleidsplan staat gepland voor eind 2023 en dat is midden in de donkere dagen. Kan dit niet worden versneld? De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich aan bij de woorden van VoorBaarn en van vorige sprekers. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 8. Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht (671118) De heer JONKERS is er content mee dat het concept wijziging gemeenschappelijke regeling grotendeels aansluit bij de eerder door de gemeente Baarn geformuleerde zienswijze. De heer BOSMAN sluit zich aan bij de vorige spreker. De heer VAN LOON dankt als raadsrapporteur de raad in deze.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Beleidsplan/Bestuursagenda Veiligheidsregio Utrecht 2024-2027 (711873) De heer JONKERS ziet dat de zienswijzen van de gemeenteraden zijn verwerkt en daarmee kan dit voorstel als hamerstuk naar de raad. De heer VAN LOON meldt dat er afgelopen maandag een webinar was van de VRU. Dat zat heel goed in elkaar en daarom heeft hij er alle vertrouwen in dat dit een goed beleidsplan is. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 10. Ontwerpbegroting 2024 RMN (703560) De heer KORKMAZ is blij dat er positieve veranderingen plaatsvinden bij de RMN maar uit de beantwoording van de vragen blijkt dat er weer een begrotingswijziging aankomt met extra kosten 14
die niet eerder reëel waren begroot. Dus weer extra kosten voor de burgers. Dat had eerder begroot kunnen worden. Kan de wethouder toezeggen dat er nu duidelijkheid komt? Is de raad ook van mening dat vanaf heden er een reële begroting moet komen om duidelijkheid te geven richting raad en bewoners? Dat dient ook te gelden voor toekomstige begrotingen. De heer VAN DER DONK vindt het fijn dat er een verbeterplan loopt en dat er een duidelijke splitsing is gemaakt tussen de verwerkings- en operationele kosten. Ook dank voor het werk van de raadsrapporteurs die gematigd positief lijken te zijn over de stappen bij de RMN. Een compliment aan wethouder Eijbaard voor zijn actieve rol als bestuurslid bij deze organisatie. Nog in herinnering is echter de schok van het gat van 7 ton en de constatering van wanbeleid. De aanstelling van een interim-directeur, financieel inzicht en een veel daadkrachtiger bestuur zijn inderdaad de oplossing. Ondanks deze stappen zijn echter de verhogingen in de jaarbegroting en tussentijds steeds weer aanzienlijk. Sinds 2001 is gegaan van een budget van 28 miljoen naar 36 miljoen en daar is IJsselstein even uitgehaald en dan zijn de begroting voor 2024, de cao en de kosten van derden nog niet verwerkt.
Dat is 30% verhoging in een paar jaar en dat valt niet onder normale marktontwikkeling en dit pas ook niet in het in het verbeterplan genoemde doel van sturing en beheersing van de financiën. Al deze stijgingen worden doorbelast aan de Baarnse burgers die al een verhoging van 8% voor hun kiezen hebben gehad. Baarn is nu de op een na hoogste betaler in de provincie Utrecht. Burgers van Bunschoten betalen 30% minder en die van Leusden bijna de helft. Met de huidige verhogingen komt de Baarnse burger wellicht aan de top te staan als hoogste betaler in de provincie. Vinden de wethouder en de raad de continue verhogingen voor de burgers ook pijnlijk? Moet niet nog veel sterker worden gestuurd op grip op kosten, bijvoorbeeld via extra kostenbeperkingen in het verbeterplan? Zou het daarom niet goed zijn om deze kosten voor Baarn dieper te analyseren en bijvoorbeeld een benchmark te doen met andere gemeenten? De heer VAN DER LINDEN zegt dat de rapportage van de raadsrapporteurs vertrouwen geeft dat RMN nu op de goede weg is. Helaas komt er een nieuwe stijging van kosten voor de burgers. Het doet deugd dat de financiële verantwoording op orde komt en dat de extra comptabele spreadsheets tot het verleden gaan behoren. Ook de verwachting dat vanaf 2024 een goedkeurende verklaring wordt verstrekt is een goede zaak.
Wethouder EIJBAARD verduidelijkt dat het totale bedrag van de begroting van RMN ook de kosten van de AVU behelst. Er is in zoverre grip dat ervoor kan worden gezorgd dat de tonnages naar beneden gaan maar in de afgelopen jaren is de afvalverbrandingsbelasting flink omhooggegaan en dat heeft grote impact gehad op de kosten die moeten worden betaald. Daarnaast zijn in het afgelopen jaar keuzes gemaakt om de begroting van de RMN te versterken en dat zijn geen kosten die jaarlijks terugkomen. Daar waar het kan is de oproep aan alle gemeenschappelijke regelingen om reëel te begroten maar er zijn marktomstandigheden waarop moet worden ingespeeld. Kijk naar de verhoging van de cao. De begroting van 2023 is halverwege 2022 vastgesteld en de cao-onderhandelingen zijn pas dit jaar afgerond. Ook volgend jaar zal er nog een cao-onderhandeling plaatsvinden en daar zal ook weer een begrotingswijziging uit voortvloeien. Voor de rest moet ervoor worden gezorgd dat de kosten in de tang blijven. Straks kan de raad keuzes maken in bijvoorbeeld andere kosten te maken in de afvalverwerking voor hoogbouw. Daardoor zouden de tonnages van restafval naar beneden kunnen worden gebracht waardoor de totale kosten naar beneden gaan. Dat zou uiteindelijk kunnen leiden tot een mindere stijging van de kosten. Binnen de RMN worden benchmarks gemaakt met andere gemeenten.
Er is op dit moment ook heel veel druk op de organisatie om ervoor te zorgen dat de juiste rapportages worden gekregen zodat echt kan worden vergeleken hoe Baarnse wijken zich verhouden tot die van andere RMN-gemeenten en bijvoorbeeld beter of slechter wordt gescheiden dan in andere gemeenten. Dan kunnen gepaste maatregelen worden genomen door op wijkniveau te kijken of het bijvoorbeeld nodig is om 15
afvalcoaches in te zetten om ervoor te zorgen dat het percentage PMD omhooggaat en het percentage restafval naar beneden. De heer VAN DER DONK vraagt wat de wethouder ervan vindt dat Baarn met stip bovenaan de lijstjes staat. Er zou eens een benchmark moeten plaatsvinden met gemeenten buiten de RMN om de RMN te vergelijken met andere partijen. Wethouder EIJBAARD zegt dat als de lijstjes worden bekeken Baarn het niet veel slechter doet dan andere RMN-gemeenten. Eemnes heeft bijvoorbeeld ongeveer dezelfde bedragen. De heer VAN DER DONK wijst erop dat IJsselstein die er nu uitstapt de nummer 1 was. Blijkbaar willen gemeenten van het lijstje van de RMN af die aan de top staan. Wethouder EIJBAARD wil de heer Van der Donk graag een keer meenemen in hoe de afvalwereld in elkaar zit en hoe het komt dat gemeenten soms minder kosten hebben. Er kan altijd met de raad gesproken worden over keuzes die het misschien voor de inwoners goedkoper maken en die het misschien ook meer vergelijkbaar maken met andere gemeenten. Afvaltarieven zijn namelijk niet altijd vergelijkbaar tussen gemeenten. Misschien dat bij een andere gemeente moet worden betaald voor het weghalen van het afval voor het afvalbrengstation. Inwoners van Baarn mogen elke week zoveel brengen als ze willen. Het is nu zaak om Baarn te kunnen vergelijken met andere RMN-gemeenten gezien de verbeterstappen die worden gezet.
Als dat goed voor elkaar is kan worden gekeken of binnen de AVU mogelijkheden zijn. Daar wordt gewerkt met cirkelwaarden en dat zijn veel meer gemeenten in Nederland. Dit moet stapje voor stapje worden gedaan. De heer KORKMAZ is van mening dat het inhuren van derden reëel is te begroten want dit is in alle begrotingsjaren terug te vinden. Waarom zijn er geen voorzieningen getroffen voor de verhoging van de cao? Wethouder EIJBAARD stelt dat het antwoord op de vraag over inhuur kan worden teruggelezen in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Deze verhoging van de cao was op het moment dat de begroting werd opgesteld nog helemaal niet in beeld. Ook de verhoging van de cao voor volgend jaar is nu nog niet in beeld waardoor het onduidelijk is op welk percentage een voorschot moet worden genomen. De heer KORKMAZ vraagt of goed wordt begrepen dat er elk jaar een nieuwe cao komt. Wethouder EIJBAARD zegt dat ook de cao die nu is afgesloten voor het gemeentepersoneel een jaar geldt. Die loopt tot 1 januari 2024 en voor de cao daarna zal opnieuw het spel van onderhandelingen moeten worden gevoerd. De heer KORKMAZ vraagt of de raad het ermee eens is dat er reëel begroot moet worden. Als de wethouder kan toezeggen dat voortaan reëler wordt begroot is dat geen debatpunt meer.
De heer VAN DER DONK vraagt of de raad het ook pijnlijk vindt dat Baarn op het lijstje van de hoogste kosten staat en dat de kosten nog steeds lijken te stijgen in de afgelopen 3 jaar en of daar niet actiever beleid op moet worden gevoerd om te kijken hoe de RMN daar paal en perk aan kan stellen en daarmee ook voor de burgers van Baarn.
16
De heer KORKMAZ vindt dat pijnlijk en vandaar dat dit onderwerp elk jaar serieus wordt besproken. Er is echter nog geen toezegging gekregen van de wethouder en daarom de vraag aan de raad dat de wethouder aan de RMN moet meegeven dat er reëler begroot moet worden om dit beter in te dekken voor de toekomst. De heer MASCINI merkt op dat men in Baarn de RMN kan bellen voor het ophalen van een bank tot een maximum van 2 kuub en in Leusden kost dat bijna € 60. Daarom moet een benchmark worden beperkt tot de RMN-gemeenten want in Bunschoten moet je ook iets betalen bij het afvalbrengstation. De heer VAN DEN HEUVEL proeft een gemeenschappelijk gevoel in de raad over zorgen met betrekking tot de kostenstijgingen. De raad is op zoek naar grip en daar moet scherpte in worden gehouden met elkaar. Er zijn goede stappen gezet maar een meer reële begroting of een meer diepgaande analyse, dat zijn allemaal stukjes die gaan helpen om uiteindelijk tot grip te komen op de RMN. De heer GENUIT vindt het heel vervelend dat de kosten omhooggaan maar je moet ook kijken naar of je waar krijgt voor je geld wat betreft het hele pakket dat Baarn afneemt van de RMN en hoe zich dat verhoudt tot andere gemeenten. Een benchmark is belangrijk maar dat moet dan goed worden geanalyseerd opdat appels met appels worden vergeleken.
De vraag is of de gemeente sterker moet sturen op kosten want het zou best zo kunnen zijn dat de problemen die in het verleden met de RMN zijn geweest kwamen omdat juist heel sterk gestuurd werd op kosten en het belang van de kwaliteit van de organisatie uit het oog verloren werd. De investeringen die nu zijn gedaan in de organisatie moeten worden gewaardeerd opdat dit in de toekomst de RMN kan vrijwaren van nieuwe ongelukken. De heer VAN LOON is van mening dat de wethouder er als een pitbull in zit om mogelijk te maken dat de raad inzicht krijgt in de kosten. In het verleden zijn veel dingen misgegaan maar het gaat nu de goede kant op. De raad moet er echter wel heel kort op blijven zitten maar de fractie maakt zich niet alleen zorgen over de stijgende kosten maar ook over de verdeling daarvan onder de inwoners en daar wordt graag nog een keertje op teruggekomen. De heer VAN DER LINDEN vindt het ook heel vervelend dat de kosten stijgen maar er moet eerst worden gekeken hoe de kosten voor wat betreft Baarn in elkaar zitten. Een gemeente die heel laag in de lijst staat moet misschien veel additionele kosten betalen. De heer BRUINS zegt dat de RMN de afgelopen tijd met een interim bestuurder stappen heeft gezet om zich te verbeteren en ook om reëler te gaan begroten.
Inmiddels is er een nieuw bestuur bij de RMN en wellicht is het daarom vanuit de raad niet verkeerd om nogmaals het signaal mee te geven dat de financiën en reëel begroten voor de raad wel prioriteit hebben in het totale verandertraject. De heer KORKMAZ hoort van een aantal raadsleden dat ze ook vinden dat er reëler begroot moet worden. In de afgelopen 5 jaren zie je de post inhuur van derden terug en nu opeens niet. Dat moet reëler worden begroot. De heer BRUINS is het daarmee eens want als je een aantal jaren inhuurt kun je daar een gemiddelde van nemen. De heer MASCINI is het eens met de oproep om nog reëler te begroten.
17
De heer VAN DER LINDEN denkt dat het haast onmogelijk is om de uren van derden reëel te begroten. Het is de vraag of een gemiddelde nemen over de afgelopen 3 jaar reëel begroten is. De heer KORKMAZ zegt dat iets begroten beter is dan niets begroten. De heer VAN DER DONK vindt dat als 4 jaar lang de post inhuur van derden is opgenomen dit nu weer moet gebeuren. Helder moet worden meegegeven aan de nieuwe voorzitter van het bestuur van RMN dat Baarn daar zeer scherp op zal zijn. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 11. Begrotingswijzigingen 2023.1 en 2023.2 RMN (703985) De heer VAN DER LINDEN gaat ervan uit dat de gevolgen van deze begrotingswijzigingen ongetwijfeld in de begroting 2024 zullen worden teruggezien want de voorziening is opgesoupeerd. De fractie kan instemmen met het niet indienen van een zienswijze. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 12. Ontwerpbegroting 2024 AVU (709300) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 13.
Financiële verordeningen ex artikel 212, 213, 213a Gemeentewet (715285) De heer KORKMAZ merkt ten aanzien van de financiële verordening ex artikel 212 op dat bij artikel 6 staat de grote afwijkingen geconstateerd gedurende de eerste 5 maanden worden al in een eerder stadium aan de raad verstuurd en de afwijkingen zullen onderdeel uitmaken van de raadsinformatiebrief die naar aanleiding van de meicirculaire wordt opgesteld. De auditcommissie zou dit graag als volgt terugzien: als in de eerste 5 maanden een overschrijding komt van € 25.000 op basis van het jaarbudget direct de raad hierover moet worden geïnformeerd. Wethouder PRAKKE legt uit dat met dit voorstel is gekomen omdat er een tussenrapportage was over de eerste 4 maanden en die gaf een beperkt beeld van hoe het jaar eruit zou komen te zien. In de periode mei/juni zijn de financiële mensen heel erg druk met de jaarrekening en de perspectiefnota en de opmaat naar de begroting toe. Voorts ligt er een wens van de raad en ook van het college zelf om de tussenrapportage veel inhoudelijker te maken, dus niet alleen qua financiën maar ook wat betreft de inhoud, op het beleid en de voortgang in het bereik van maatschappelijke doelen. Er is overlegd met de auditcommissie en gezegd van er wordt een raadsinformatiebrief gemaakt van de eerste tussenrapportage en dan wordt het begrip van de grote afwijkingen gehanteerd.
Dat laat veel ruimte aan het college om hier invulling aan te geven maar het college heeft altijd de verplichting om de raad actief te informeren op het moment dat er grote wijzigingen zijn ten opzichte van de begroting of van datgene wat het college zich heeft voorgenomen. Als dit zou worden neergezet op € 25.000 wordt toch weer teruggegaan naar een soort van tussenrapportage want dan moet er over alle posten worden gerapporteerd als er een overschrijding is van meer dan € 25.000 terwijl een post ook 1 miljoen kan bedragen. Doelen die zijn voorgenomen worden niet bereikt maar er wordt wel binnen het budget gebleven, dus daar wordt niet over gerapporteerd. De angst is dat het hierdoor wel een heel financieel document gaat worden met 18