CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

230301 Woondeal Regio Amersfoort 2022 tm 2030 en Regionaal programma wonen en werken regio (683627)

Informatie in de Raad 8 maart 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Woondeal Regio Amersfoort 2022 tm 2030 en Regionaal programma wonen en werken regio34.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Belangrijke locaties Locaties

Woningaantallen

Realisatie­ termijn

Aandachtspunten

Stadshaven

640

2025-2030

Bereikbaarheid, onrendabele top, milieu­ contouren van omliggende bedrijven, ­bedrijfsverplaatsingen, bodemsanering

Hoevelaken

1260-1560

2026-2030

Bereikbaarheid

Paasbos

200

2026-2030

Onrendabele top, etc

Nijkerkerveen, ­deelplan 3

335

2024-2030

Nijkerk inbreidings­ locaties

1450

2024-2030



Op de locatie Stadshaven, waar een WBI voor is verstrekt, worden in de eerste fase nog 30 woningen (33% sociaal) en in de tweede fase 610 woningen gebouwd (36% sociaal en 20% middelduur). De noodzaak van een aantal bedrijfsverplaatsingen en van

Realisering geluidwal (Doornsteeg 3de fase)

bodemsanering en de aanwezigheid van milieucontouren van omliggende bedrijven maakt Stadshaven een complex ontwikkelgebied;

Belangrijke locaties

1 4

3

5

2

66

Definitieve versie | 10 februari 2023

1. Stadshaven 2. Hoevelaken 3. Paasbos 4. Nijkerkerveen, deelplan 3 5. Nijkerk inbreidingslocaties

Woondeal Regio Amersfoort

67

Gemeente Soest

Gemeenten Periode

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

Beschikbare bruto plancapaciteit (aantal woningen)

Aandeel betaalbare woningen in openbare bruto plancapaciteit (aantal woningen) Huur vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur

’22

262

472

102

32

‘23

262

472

102

32

‘24

262

472

102

32

‘25

262

472

102

32

’22-‘25

1.050

1.888

409

130

’26-‘30

200

607

178

0

Totaal

1.250

2.495

587

130

Periode

Koop tot €355.000

0

Ambitie en plannen woningbouwcorporaties

Bouwtempo Sociale huur

Midden huur

Onbekend

300 ’22

68

Definitieve versie | 10 februari 2023

200

‘23

129

7

‘24

113

29

‘25

150

16

’22-’25

292

52

48

’26-‘30

504

Totaal

796

52

48

48

100 0 2017

2018

2019

2020

2021

Saldo toegevoegde woningvoorraad

Woondeal Regio Amersfoort

69

Toelichting  Het huidige gemeentelijke beleid voor de kern Soest geeft aan dat er 50% betaalbare woningen gerealiseerd worden. Voor de kern Soesterberg is dit 20%.  Begin 2023 wordt dit beleid herzien, door herziening van de doelgroepenverordening, en wordt bekeken hoe er meer betaalbare woningen geprogrammeerd kunnen worden.  Soest kent een sociale voorraad van 22%. De SWEV (corporaties) ambieert in Soest 896 woningen t/m 2030 te realiseren.  De gemeente Soest heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met woningcorporatie de Alliantie om onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor het plaatsen van 100 tijdelijke woningen op de locatie Insingerstraat/Den Blieklaan.

Kritische succesfactoren  Soest vraagt aandacht voor cofinanciering van onrendabele toppen die door verandering van de programmering kunnen ontstaan, vooral in de transformatiegebieden (Soesterberg Noord) is dit aan de orde;  Soest zou graag woningbouwprojecten willen versnellen, maar kent een ambtelijk capaciteitsgebrek. Hierdoor is het noodzakelijk om prioriteiten te stellen bij het in behandeling nemen van plannen. Plannen boven de 12 woningen en plannen van woningcorporaties krijgen waar mogelijk voorrang in de behandeling.  Knelpunten die in Soest aan de orde zijn: • Er is veel zachte planvoorraad, het hard maken van de plannen blijft te lang uit. • Te weinig beschikbare locaties voor betaalbare woningen voor woningbouwcorporaties. • Ondersteuning nodig bij de transformatie van bedrijventerreinen (uitplaatsing bedrijven., capaciteit en financiële mogelijkheden)

Belangrijke locaties Locaties van Belang

Woningaantallen

Realisatie­ termijn

Aandachtspunten

Soesterberg-Noord

500

2024-2030

Co financiering onrendabele top

Dalweg

200

2024-2030

Oude Tempel

251

2024-2026

In de nog te maken Gebiedsvisies voor Soesterberg-Noord wordt uitgegaan van 50% betaalbaar wonen. Gelijktijdig met het opstellen van de Gebiedsvisie is er een doorrekening hiervan in de grond­ exploitatie.  Soest verkent de mogelijkheden voor een WBI subsidie met een WBI quickscan door Stad2 uit te laten voeren voor ­Soesterberg Noord. 

Belangrijke locaties

2

1 3

70

Definitieve versie | 10 februari 2023

1. Soesterberg-Noord 2. Dalweg 3. Oude Tempel

Woondeal Regio Amersfoort

71

Gemeente Woudenberg

Gemeenten Periode

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

Beschikbare bruto plancapaciteit (aantal woningen)

Aandeel betaalbare woningen in openbare bruto plancapaciteit (aantal woningen) Huur vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur

Koop tot €355.000

’22

115

118

22

20

‘23

115

118

22

20

’24

115

118

22

20

‘25

115

118

22

20

’22-‘25

460

475

90

83

’26-‘30

600

745

39

0

18

Totaal

1.060

1.220

129

0

101

Periode

Ambitie en plannen woningbouwcorporaties

Bouwtempo Sociale huur

Midden huur

Onbekend

150 ’22 ‘23

30

‘24

15

100 50 0

‘25

72

Definitieve versie | 10 februari 2023

2017

’22-’25

45

’26-‘30

47

Totaal

92

80 0

2018

2019

2020

2021

Saldo toegevoegde woningvoorraad

80

Woondeal Regio Amersfoort

73

Toelichting  Woudenberg wil wel versnellen. Men bouwt nu voldoende voor eigen behoefte en heeft tot 2030 nog voldoende woningbouwlocaties, maar geen zicht op locaties daarna;  Conform het woonbehoefteonderzoek is er binnen de gemeente Woudenberg een behoefte aan een variatie van alle type woningen en alle type doelgroepen.  Iedere 2 jaar vindt behoefteonderzoek plaats op basis waarvan de woning­ bouwprogrammering plaats vindt. De nieuwe rijksdoelstellingen vragen een andere aanpak;  Wat betreft sociale huur: • Doelstelling is alle sociale huur door de corporatie; • Woudenberg kent een sociale voorraad van 20,6 %. De SWEV ambieert in Woudenberg 172 woningen te realiseren.

Kritische succesfactoren  De directe en indirecte invloed van de voorgenomen regionale ontwikkeling bij knooppunten is op dit moment voor Woudenberg beperkt. Woudenberg volgt de ambitie voor vitaliteit. Dit maakt dat de verstedelijking in deze gemeente ­primair moet worden afgestemd op wat nodig en mogelijk is voor de lokale vitaliteit. Dit vergt in combinatie met het ­knelpunten van N224 maatwerk. Gemeente en provincie zijn hierover met elkaar in gesprek. Verwacht wordt dat in 2023 meer duidelijkheid komt.  Zoektocht naar meer betaalbare woningbouw op de middellange en lange termijn (gebrek aan financiën en locaties);  Benodigde verbetering leefbaarheid en mobiliteit N224 en N226 ontwikkeld en daarbij zoeken naar duurzame mobiliteitsoplossingen (station Maarsbergen);  Inzet busverbinding / HOV Amersfoort-Leusden-Woudenberg-Scherpenzeel – Veenendaal de Klomp;

Belangrijke locaties Locaties van Belang

Woningaantallen

Realisatie­ termijn

Hoevelaar 1ste fase

250

Heden-2023

Hoevelaar 2e fase

250

2023-2026

Hoevelaar 3e fase

425

2026-2030

Aandachtspunten

Particulier eigendom

Belangrijke locaties

1 2 3

1. Hoevelaar 1ste fase 2. Hoevelaar 2e fase 3. Hoevelaar 3e fase

74

Definitieve versie | 10 februari 2023

Woondeal Regio Amersfoort

75

Ondertekening

Gemeente Leusden Patrick Kiel , Wethouder

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge, Minister

Gemeente Nijkerk Esther Heutink-Wenderich, Wethouder

Provincie Utrecht Rob van Muilekom, Gedeputeerde

Gemeente Soest Osman Suna, Wethouder

Gemeente Amersfoort Astrid Janssen, Wethouder

Gemeente Woudenberg Henk-Jan Molenaar, Wethouder

Gemeente Baarn Mark Veldhuizen, Wethouder

de Alliantie Joan van der Burgt, directeur regio Amersfoort

Gemeente Barneveld Bennie Wijnne, Wethouder

G&O Maarten van Gessel, directeur bestuurder G&O

Gemeente Bunschoten Wim de Jong, Wethouder

Omnia Wonen Peter Toonen, directeur bestuurder

Gemeente Eemnes Mirjam Havinga , Wethouder

Omthuis Francois Claessens, directeur bestuurder

Portaal, Mounaim Abdelkhalki, directeur regio Amersfoort

Woondeal Regio Amersfoort

77

Bijlage 1:

Realitychecks Realitycheck door gemeenten Ambtenaren bij gemeenten en provincies hebben geïnventariseerd hoeveel woningbouwproductie reëel is en in welk segment qua betaalbaarheid. De planregistratie-systemen zijn daarvoor benut en naar realistisch inzicht geactualiseerd en aangevuld. Dit heeft cijfermatig tot de ophoging van de woningbouwambitie voor de Woondeal ’22 geleid. Daarnaast hebben er inhoudelijke gesprekken plaatsgevonden tussen de Regio Amersfoort en alle gemeenten. Inhoudelijk kansen en knelpunten zijn daar besproken vanuit de integraliteit van de totale ruimtelijke opgave. Er zijn een aantal uitkomsten die in de meeste gemeenten benoemd of herkend werden:  In de eerste plaats is er overal bereidheid om te versnellen indien de noodzakelijke randvoorwaarden ingevuld worden. In iedere gemeente is de laatste jaren ook al een versnelling ingezet, maar ziet men op het moment ook veel “tegenwind” waardoor versnelling moeilijker zal zijn. Of het bouwtempo zelfs af zal nemen;  -De ambtelijke capaciteit is niet op orde in de hele keten die nodig is voor de realisatie van projecten. Zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin kan men de opgaven niet aan.

Er is vraag naar structurele of projectgerichte ondersteuning (lokaal via bijvoorbeeld flexpool-middelen), en op onderdelen kunnen we verkennen of regionale samenwerking een mogelijk kans is om gezamenlijk kennis en kunde te benutten;  Inzet op mobiliteit is over het algemeen randvoorwaardelijk op woningbouw, omdat dit vaak een lokaal overstijgend karakter heeft en financieel grote impact.  Er is behoefte aan autonome groei en daarvoor hebben gemeenten voldoende

78

Definitieve versie | 10 februari 2023

woningen die bestemd zijn voor de lagere inkomens en beschikbaar voor specifieke doelgroepen  een huurprijs heeft lager dan de liberalisatiegrens  een woning waarbij het exploitatie­ overschot wordt bestemd voor ­olks­huisvesting  een woning met een minimale ­oppervlakte van x m2 

strategische voorraden nodig. Door zoveel mogelijk versnellingskansen te benutten droogt de strategische voorraad te snel op. Gezocht wordt naar nieuwe mogelijkheden voor de middellange en lange termijn. De gemeenten willen dit de komende periode samen met de provincie nader verkennen via de daarvoor ingerichte systematiek van het PPWW.

Realitycheck door corporaties In de regio Amersfoort is sprake van een oplopend tekort aan sociale- en midden huurwoningen met 14% groei van het aantal huishoudens tot 2035 in het vooruitzicht in Amersfoort (bron ABF). De samenwerkende woningbouwcorporaties (SWEV) in de regio Amersfoort kunnen en willen de handschoen graag oppakken om de duurzaam beschikbare woningvoorraad te vergroten om meer woningzoekenden met een bescheiden inkomen een passend en betaalbaar thuis te bieden in een prettige leefomgeving. Het hanteren van een gezamenlijke definitie van sociale huur (verankerd in deze Woondeal en uiteindelijk in wetgeving) is voorwaarde van de corporaties om de plannen en ambities waar te maken. Onder sociale huur wordt verstaan7:  woningen onderdeel vormen van een sociaal stelsel of het sociale huisvesting voor de lange termijn (tenminste 25 jaar);  een distributiesysteem kent voor de toewijzing van de woonruimte

7 Deze definitie is besproken tijdens de realitycheck in de periode juni-oktober 2022. Later is deze aangepast zoals in hoodfdstuk 4 is opgenomen.

De ambitie kunnen we alleen waarmaken in samenwerking met overheden, waarbij alle gemeenten zich (naast een eenduidige definitie van sociale huur) committeren aan de fair share van 30% sociale huur, op basis van wederkerige afspraken en als aan noodzakelijke randvoorwaarden wordt voldaan. De randvoorwaarden die corporaties hierbij stellen zijn:  exclusieve positieve op sociale huur en aandeel in middenhuur;  vroegtijdige betrokkenheid bij bouwplannen;  meer bouwlocaties tegen sociale grondprijs;  voldoende ambtelijke capaciteit;  bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak;  onherroepelijke bestemmingsplannen en tijdige vergunningverlening;  versnelling van procedures;  medewerking energiebedrijven. Versnelling en verhoging van de bouw­ productie vraagt naast regie van Rijk en ­provincie nauwe samenwerking met gemeenten en denken in kansen. Dit vraagt visie, creativiteit, draagvlak, durf en daadkracht met corporaties in de positie van een vanzelfsprekende samenwerkingspartner. Na de realitycheck geeft de SWEV aan dat zij bruto 7.563 woningen wil opleveren in de periode 2022-2030. Aanvullend 628 woningen zitten in de planontwikkeling welke worden opgeleverd in 2031 en 2032. Dit betreft de 7 gemeenten die in de provincie Utrecht gelegen zijn.

Van deze plannen betreft het in 31% herstructurering en 27% inbreiding. Transformatie betreft slechts 5% een klein deel van deze woningen. En uitbreiding is slechts 14%. Voor ruim 1.700 woningen is geen nog locatie in beeld. Ruimtelijke haalbaarheid:  16% van de plannen kunnen de corporaties binnen de ruimtelijke kaders (zelfstandig) uitvoeren.  18% van de plannen is in procedure en zijn de corporaties afhankelijk van capaciteit, draagvlak en politieke besluitvorming bij gemeenten.  Voor ruim 5.000 beoogde corporatie­ woningen is er nog geen geschikt/passend bestemmingsplan.

Realitycheck met marktpartijen In de afgelopen periode is er een Woontafel georganiseerd met marktpartijen. Hierbij heeft een gezelschap van vastgoed ontwikkelaars, (ontwikkelende) aannemers, corporaties en investeerders met de gemeentelijke overheid een gesprek gevoerd over de woningmarkt en de voorliggende woningbouwopgave. Partijen willen niet alleen de focus op nieuwbouw, maar op een goede woonomgeving voor iedereen. In dit samenspel heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid (rol). Partijen zien veel onzekerheden op ieder onderdeel van de totale keten. Door (te) veel regulering op bijna alle onderdelen van het bouwproces is er overal stagnatie. De balans tussen risico en rendement is daarmee verstoord. Daardoor verwacht men in z’n algemeenheid dat het bouwtempo op korte termijn geen stijgende lijn meer zal kennen. Er is behoeft aan een consistent lange termijn perspectief, wat meer zekerheden geeft. Pas dan verwacht men dat het bouwtempo op lange termijn wel opnieuw gaat toenemen.

Woondeal Regio Amersfoort

79

Bijlage 2:

Woondeal 2021 Om de complexe en omvangrijke verstedelijkingsopgave te laten slagen is een langjarig commitment en bestuurlijke samenwerking tussen Rijk, provincies en regio cruciaal. Het Rijk bood extra mogelijkheden aan regio’s waar de druk op de woningmarkt het grootste is. De krachten van verschillende overheidslagen worden dan gebundeld rondom een specifiek onderwerp. Tegen die achtergrond is in 2021 gekozen voor bestuurlijke samenwerking rond de urgente en complexe woningbouwopgave in de Regio Amersfoort. Belangrijke overwegingen voor de keuze van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn de snel oplopende woningtekorten, de complexe verstedelijkingsopgave van de regio, de strategische ligging en de economische ambities van de regio (een van de meeste competitieve regio’s in Europa). Het ministerie van BZK, de provincies Utrecht en Gelderland, de 9 gemeenten van de Regio Amersfoort en 8 woning­ corporaties sloten op 14 juli 2021 samen een Woondeal om met elkaar te werken aan de groei en de ontwikkeling. De doelen van deze Woondeal waren: (I) functioneren van de woningmarkt in de Regio Amersfoort structureel te verbeteren; (II) de bouwproductie met oog voor circulariteit en duurzaamheid te versnellen én op niveau te brengen; (III) de leefbaarheid te vergroten.

De Regio Amersfoort blijkt met zijn ligging een uitstekende uitvalsbasis voor hoogwaardige bedrijvigheid en biedt een prettig woonklimaat voor kenniswerkers. De ambitie is om dit profiel in het licht van deze Woondeal te versterken. Samen met de provincies en het ministerie stelt de regio daar de verstedelijkingsstrategie (het Ontwikkelbeeld 2030-2040) voor op: een strategie met

80

Definitieve versie | 10 februari 2023

een integrale lange termijnvisie. De Woondeal ’21 concentreert zich sterk op de verstedelijkingsopgave tot 2030. We zien bij deze opgaven sterke samenhang met de opgaven die spelen binnen het Programma U Ned. Zij heeft daarvoor in 2021 vijf opgaven geformuleerd: 1. Woningbouw en woningmarkt (Kwantitatief en kwalitatief voldoende woningaanbod) Mensen willen graag in de Regio Amersfoort wonen. Dat betekent een forse woningbouwopgave in de komende jaren. In totaal moeten er tot 2030 ongeveer 23.000 woningen gebouwd worden. Allereerst om de huishoudensgroei op te vangen en ook om in te lopen op het bestaande woningtekort. Het grootste deel moet in de periode tot 2025 al opgeleverd worden. Er moeten niet alleen voldoende woningen bijgebouwd worden; een belangrijk deel van deze woningen moet goed betaalbaar zijn. Het tijdig opleveren van deze woningen vraagt op korte termijn nog forse inspanningen: er zijn nu nog onderliggende obstakels die de voortgang belemmeren. Randvoorwaarden:  Het bouwtempo moet opgeschaald worden om in de woningvraag te voorzien, waarvoor nog diverse obstakels overwonnen moeten worden.  Veel woningbouwplannen tot 2030 moeten nog planologisch ‘hard’ gemaakt worden.  De financiële middelen moeten meer in lijn met de opgaven komen te liggen.  Doelmatig instrumentarium om betaalbare, middensegment (koop) woningen in de voorraad te behouden.

2. Bereikbaarheid en multimodaliteit (Infrastructuur voorbereiden op de toekomstige verkeersstromen) Meer inwoners betekent ook meer behoefte aan mobiliteit. De woningbouwopgave gaat daarom hand in hand met het werken aan een goede bereikbaarheid van de stedelijke gebieden en vitale kernen. De nationale, bovenregionale en regionale netwerken moeten aansluiten op het toekomstige gebruik ervan. Alleen zo kan de regio zowel per spoor, OV, auto als de fiets (of ander niet gemotoriseerd vervoer) bereikbaar blijven. Hier wordt voor een deel al in een samenwerking tussen Rijk, provincies en regio aan gewerkt in andere trajecten zoals Knooppunt Hoevelaken, A1-A30 Barneveld, Toekomstbeeld OV, Nationaal Toekomstbeeld Fiets en het Ontwikkelbeeld. In de context van de woondeal worden de belangrijkste bereikbaarheidsopgaven nog uitgelicht, want ze zijn een voorwaarde om meer woningen te kunnen bouwen. Dit zijn de belangrijkste mobiliteitsopgaves:  Door concentratie op lastige binnenstedelijke locaties is de bereikbaarheid van deze locaties zowel lastig in te passen en zeer kostbaar.  De infrastructuur van de regio betekent veel voor het landelijk verkeer; dit staat op gespannen voet met de verstedelijking in de regio en omliggende gebieden.  Er is een mobiliteitstransitie nodig, terwijl grote gebieden in de regio afhankelijk zijn van de auto als belangrijkste vervoersmiddel.

Randvoorwaarden  Woningbouw en bereikbaarheid ­worden in samenhang opgepakt.  Directe ontsluiting van (nieuwe) woningbouwlocaties én het faciliteren van bovenregionale bereikbaarheid. Dit hangt samen met de versnelling die bij opgave 1 is vastgesteld, waarbij grotendeels gebouwd wordt bij bestaande OV-knooppunten.

Nieuwe mobiliteitsoplossingen voor de geringe (binnenstedelijke) ruimte, want traditionele oplossingen bieden niet langer het antwoord.  Bovenregionale samenwerking organiseren en afspraken maken met het BO MIRT (door onder meer het eerder genoemde Ontwikkelbeeld te bespreken), met het programma U Ned en de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Uiteindelijk maakt het Rijk de afweging vanuit het functioneren van het mobiliteitssysteem op nationaal schaalniveau met daarbij de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) als basis.  Duidelijkheid creëren over de mogelijkheid om te komen tot afspraken over de vormgeving en de ruimteclaim door het opschalen van de binnenstedelijke infrastructuur.  Duidelijkheid creëren over hoe de bereikbaarheid tussen sterk en minder verstedelijkte delen van de regio vormgegeven moet worden. 

3. Aandachtsgroepen (Voldoende (financieel) passend aanbod voor aandachtsgroepen) De komende jaren zijn er meer woningen nodig voor aandachtsgroepen. Het gaat om woningen voor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg en maatschappelijke opvang en woningen voor (kwetsbare) ouderen, daklozen en statushouders. Mensen met een laag inkomen en een vorm van begeleiding: Uitstromers uit de zorg en opvang en statushouders zijn veelal mensen met een lager inkomen. Zij hebben een betaalbare huurwoning nodig (onder de kwaliteitskortingsgrens of eerste aftoppingsgrens).

Woondeal Regio Amersfoort

81

Bijlage 3: Ouderen: Door de vergrijzing stijgt het aantal ouderen de komende jaren sterk. Voor hen gaat het vooral om de juiste woning op de juiste plek. Voor specifiek deze groepen geldt dat de (financiële) haalbaarheid van de wenselijke woonvormen in de gereguleerde huursector onder druk staat. Daarom is het nodig om hier in de Woondeal bijzondere aandacht voor te vragen . De Taskforce Wonen en Zorg roept gemeenten op een woonzorgvisie vast te leggen, prestatieafspraken te maken over wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid en de komende jaren projecten in uitvoering te brengen die inspelen op de opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid. Randvoorwaarden:  De precieze omvang van de opgave om te bouwen voor aandachtsgroepen moet uitgewerkt worden.  Woonvormen voor deze doelgroepen moeten financieel beter haalbaar worden. 4. Vitale wijken (Terugbrengen van grote leefbaar­ heidsverschillen tussen buurten) In de regio bestaan er grote verschillen tussen buurten. Ook tijdens de groei van de afgelopen jaren namen deze verschillen toe. In buurten/complexen met veel sociale woningbouw en lage inkomens wonen relatief veel mensen in een kwetsbare positie. Het leefbaar en vitaal houden van de omgeving is in een aantal gebieden een grote zorg. De grote onderlinge verschillen tussen buurten moeten verminderen.

De inzet is gericht op onder meer eenzaamheid terugdringen, meer participatie, investeren in de fysieke leefomgeving via bijvoorbeeld groen, het verhogen van veiligheid, bevorderen van brede welvaart, vergroten van werkgelegenheid en werken aan een goede gezondheid.

82

Definitieve versie | 10 februari 2023

Randvoorwaarden  Sociale en fysieke wijkvernieuwing is in een aantal wijken, buurten, complexen en straten nodig om de leefbaarheidssituatie te verbeteren.  Opschalen van sociale en fysieke wijkvernieuwing in de regio vraagt in de aanpak om samenwerking tussen verschillende overheidslagen en woningcorporaties. 5. Duurzaam, groen en circulair (Versnellen van de transitie naar een duurzame, circulaire en groene regio) In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% zijn teruggebracht ten opzichte van 1990 én de economie moet circulair functioneren. Om dit te bereiken moeten we in 2030 op de helft zijn. Bouwen kan daarom niet zonder de thema’s duurzame mobiliteit, de energietransitie, gezond leven en een circulaire economie. Ook klimaatadaptatie krijgt hierin een plaats. Net als de zorg voor natuur, groen en water, waarin recreatievoorzieningen meegroeien. Vanuit de Woondeal wordt ingezet op het versnellen van de regionale transitie door in te zetten op regio specifieke uitdagingen die er liggen.

Steunverklaring Provincie Gelderland Datum

31 januari 2023 Zaaknummer

2022-006793 Onderwerp

Regio Amersfoort (BORW) T.a.v. Wethouder Astrid Janssen Postbus 4000 3800 EA AMERSFOORT

Adhesieverklaring provincie Gelderland bij Woondeal Regio Amersfoort 20222030 Inlichtingen bij

Peter Hendrixen Adviseur Wonen regio Foodvalley post@gelderland.nl Blad

1 van 2

Geachte mevrouw Janssen, Vanwege de verstedelijkingsrelatie participeren de Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk in het samenwerkingsverband Regio Amersfoort en ook in de woondeal voor deze regio. De provincie Gelderland geeft met deze brief een steunverklaring af ten bate van deze woondeal. Zij onderschrijft de ruimtelijke samenhang en de dynamiek op het gebied van wonen, werken en recreëren in de Regio Amersfoort. Heldere regie en eenduidige afspraken Conform de eenduidige regie op de volkshuisvesting is voor alle betrokken partijen helder dat de woondeal voor de regio Foodvalley leidend/bindend zal zijn voor de gemeente Barneveld en

Randvoorwaarden  Meer regie en samenwerking in de regio is nodig om de energietransitie en circulair bouwen een impuls te geven.  Versnellen van innovatieve warmteoplossingen vanwege het ontbreken van warmtebronnen voor warmtenetten in de regio.  Voorkomen dat de stikstofuitstoot bij de woningbouw een obstakel vormt.  Inzicht in de groene/blauwe opgaven in gebiedsontwikkelingen, zodat het daadwerkelijk mogelijk is om een klimaat-adaptief gebouwde omgeving te creëren.

Nijkerk. Dat is ook zo opgenomen in de Woondeal Regio Amersfoort. Dit om eenduidig te zijn bij de invulling van de provinciale regierol (waaronder monitoring en toezicht). De opgave en ambitie over het aantal te realiseren woningen (ook naar betaalbaarheidscategorie) in de gemeenten Nijkerk en Barneveld zijn daarom in zowel de woondeal voor de regio Foodvalley als de woondeal voor de Regio Amersfoort gelijk. Zo is er geen verschil in de cijfers voor beide gemeenten. Waarmaken van ambities De gemeenten Barneveld en Nijkerk leveren een belangrijk aandeel in de woonopgave(n) van de Regio Amersfoort en spannen zich in om de (versnelling van de) woningbouwproductie in de regio en de bouw van voldoende betaalbare woningen ook daadwerkelijk te realiseren. Provincie Gelderland ondersteunt hen hierin, bijvoorbeeld via het provinciale Actieplan Wonen. Provincie Gelderland zal de afstemming blijven zoeken met de samenwerkende (tekenende) partijen in de woondeal Regio Amersfoort.

Woondeal Regio Amersfoort

83

Bijlage 4:

Steunverklaring Woning­stichting Barneveld en Nijkerk Datum

31 januari 2023 Zaaknummer

2022-006793 Blad

2 van 2

Er ligt een flinke uitdaging voor de komende jaren. Dit vraagt om stevige samenwerking tussen (lokale) overheden, woningcorporaties, marktpartijen en andere belanghebbenden in de uitvoering van de woondeal. De provincie Gelderland wenst de samenwerkende partijen in de woondeal Regio Amersfoort veel succes bij het waarmaken van de ambities! Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

John Berends Commissaris van de Koning

Miriam Nienhuis-van Doremaele Secretaris

Bestuurlijk Overleg Ruimte en Wonen (BORW) t.a.v. de bestuurlijk trekker van de Woondeal, mevrouw A. Janssen

Onderwerp: Steunverklaring Woondeal Regio Amersfoort Datum: 8 februari 2023

Geachte mevrouw Janssen, Woningstichting Nijkerk (hierna te noemen WSN) en woningstichting Barneveld (hierna te noemen WSB) maken formeel deel uit van de regio Foodvalley en de provincie Gelderland en nemen daarmee deel aan de Woondeal Regio Foodvalley. WSN is daarbij ook onderdeel van de woningmarktregio Amersfoort. Door de huidige indeling in regio’s die wordt gehanteerd bij de regionale Woondeals, zullen de woningmarktregio’s (op termijn) worden opgeheven. Zowel WSN als WSB hebben een bijzondere ligging in de regio Amersfoort en de gemeenten Nijkerk en Barneveld werken op een aantal gebieden nauw samen met deze regio. Om die reden spreken wij middels deze brief onze steun uit voor de woondeal regio Amersfoort. Ondanks dat wij geen formele ondertekenaar zijn van de Woondeal Regio Amersfoort, zal bij de afspraken die de overheden onderling maken een groot beroep op ons worden gedaan en hebben wij belang bij deze afspraken en de goede samenwerking in deze regio. Daarom spreken wij graag onze steun uit voor de ambities op het gebied van het toevoegen van nieuwe sociale huurwoningen, zoals vastgelegd in de Woondeal Regio Amersfoort. De afgelopen periode zijn we, via de Samenwerkende Woningcorporaties Eemland en Gelderse vallei (SWEV), betrokken bij de totstandkoming van de Woondeal Regio Amersfoort.

Wij waarderen dat we zijn meegenomen in het proces en de gelegenheid hebben gekregen op een aantal punten mee te praten. Met deze brief willen wij onze positieve grondhouding aangaande de samenwerkingsagenda betuigen en de waardering uitspreken dat u prioriteit geeft aan de grote vraagstukken op het gebied van voldoende beschikbare, betaalbare en duurzame sociale huurwoningen en de rol van de corporaties. Met vriendelijke groet,

M.V. van Baarsen Directeur-bestuurder WSN

84

Definitieve versie | 10 februari 2023

M.T. Peek-Marlet Directeur-bestuurder WSB

Woondeal Regio Amersfoort

85

Bijlage 5:

Financiële ondersteuning woningbouwlocaties Woningbouwlocatie

Gemeente

Rijksbijdrage 8

Hoefkwartier (4.220 woningen)

Amersfoort

€7,5 mln uit WBI

Kop van Isselt (2.490 woningen)

Amersfoort

€ 9,6 mln uit WBI

Amersfoort Spoorzone Amersfoort C.S (4.830 woningen)

Amersfoort

€ 30.372.300 versnellingsafspraak BO-MIRT 2022

Stadshaven (Havenkom) (637 woningen)

Nijkerk

€ 4.155.099 uit WBI

Soesterberg (920 woningen)

Soest

€ 1.989.845 versnellings­afspraak BO-MIRT 2022

Afspraak BO-MIRT Grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoor- en A1-zone Het rijk reserveert middelen voor een mobiliteitspakket voor de ontsluiting van het grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie deelgebied Spoorzone en deelgebied A1-zone (Vathorst-Bovenduist). Onderdeel van dit mobiliteitspakket zijn onder meer de realisatie van de ontsluiting van Bovenduist op de A1 en het verbeteren van de omgeving en de bereikbaarheid van Amersfoort CS en Amersfoort-Schothorst  De taakstellende bijdrage van het rijk is € 65 mln. (prijspeil 2022, inclusief btw). Het bedrag wordt (tot aan het moment van uitkeren) jaarlijks geïndexeerd met de uitgekeerde IBOI. Er zal afdracht plaatsvinden aan het btw-compensatiefonds 

De middelen voor het mobiliteitspakket worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van gemeente (danwel in samenwerking met mede-bekostigende partners zoals provincie en marktpartijen, etc.).  Als onderdeel van de bijdrage van € 65 mln. levert het Rijk voor de maatregelen die verbonden zijn aan de stations Amersfoort CS en Amersfoort Schothorst een bijdrage van € 8 mln. (respectievelijk circa € 5 mln. en € 3 mln., inclusief btw). Voor deze bijdrage geldt mogelijk (gedeeltelijk) geen afdracht aan het btw-compensatiefonds, afhankelijk van de ontvanger en wijze de uitkering (ProRail of gemeente).  Rijk, gemeente en ProRail maken gezamenlijk afspraken over de meest optimale inzet van de € 8 mln. (o.a. mede i.r.t. exploitatielasten) en tevens de middelen 

uit de versnellingsafspraken die ook gekoppeld zijn aan Station Amersfoort CS  De regio zet zich in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.500 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het BOL 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld.  In het BOL 2022 zijn afspraken gemaakt over de verstedelijkingsstrategieën Utrecht en Amersfoort (NOVEX-gebied MRU). Bovenstaande afspraken passen hierin. Hier werken Rijk en regio gezamenlijk aan binnen het programma U Ned:  De realisatie van de verstedelijkingsstrategieën Utrecht en Amersfoort (NOVEXgebied MRU) in een programmatische aanpak Rijk-regio. Basis daarvoor is het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!  Het op orde brengen van benodigde randvoorwaarden hiervoor, waaronder: aanpak stikstof, versterking multimodale bereikbaarheid, groen groeit mee en toevoeging energienetwerken (elektra en warmte).  In aanvulling op bovenstaand bijdrage voor het mobiliteitspakket maken rijk en Amersfoort ook een versnellingsafspraak over de versnelling van woningen in de Spoorzone.

Afspraak BO-MIRT Grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Foodvalley 

Om die woningen te kunnen realiseren is een pakket aan mobiliteitsmaatregelen noodzakelijk. In het BO MIRT van november 2022 heeft de grootschalige woningbouwlocatie Foodvalley hiervoor een reservering voor een bijdrage ontvangen van € 67 miljoen (prijspeil 2022). Voor de volledige MIRT-afspraak verwijzen we naar de Woondeal Regio Foodvalley.

8 Voor wat betreft de versnellingsafspraken betreft dit een reservering.

86

Definitieve versie | 10 februari 2023

Woondeal Regio Amersfoort

87

Deze Woondeal is in samenwerking met Regio Amersfoort en de Provincie Utrecht tot stand gekomen

Programma en Regio Amersfoort Publicatiedatum 17 januari 2023 Status Concept t.b.v. besluitvorming Documentnummer UTSP-1494042740-4525

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................................... 2 1

Aanleiding en doel...........................................................................................................................................3

2

Regionaal programma wonen ........................................................................................................................ 5 2.1

Kwantitatieve afspraken wonen .................................................................................................................. 5

Tabel 2 Bandbreedte woningbouw tot 2040 ......................................................................................................5 Van planaanbod naar regionaal programma .....................................................................................................6 2.2

3

2.2.1

Integrale stedelijke kwaliteit .............................................................................................................. 10

2.2.2

Aandeel sociale en middeldure woningbouw .................................................................................... 11

2.2.3

Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen .................................................................................. 13

2.2.4

Energieneutrale nieuwbouw, klimaatadaptatie en circulariteit .......................................................... 13

Regionaal programma werken ..................................................................................................................... 16 3.1

Kwantitatieve opgave werken ................................................................................................................... 16

3.1.1

Uitgangspunten actualisatie regionaal programma werken .............................................................. 16

3.1.2

Aanbod van bedrijventerreinen ......................................................................................................... 18

3.1.3

Programma bedrijventerreinen 2022 t/m 2040.................................................................................. 19

3.1.4

Ruimtegebruik, intensivering en vervanging ..................................................................................... 20

3.1.5

Nieuwe behoefteraming .................................................................................................................... 22

3.1.6

Monitoring en evaluatie van bedrijventerreinen ................................................................................ 22

3.2

4

Kwalitatieve afspraken wonen .................................................................................................................. 10

Kwalitatieve afspraken werken ................................................................................................................. 23

3.2.1

Regionale uitgiftestrategie ................................................................................................................ 23

3.2.2

Diversiteit in werklocaties.................................................................................................................. 23

3.2.3

Zorgvuldig / intensief ruimtegebruik .................................................................................................. 23

3.2.4

Verduurzaming bedrijventerreinen .................................................................................................... 24

Samenwerking, besluitvorming en monitoring ........................................................................................... 26 Organisatie ...................................................................................................................................................... 26 Opzet monitoring ............................................................................................................................................. 27 Evaluatie en actualisatie van het programma .................................................................................................. 27 Planning en tijdpad .......................................................................................................................................... 27

BIJLAGEN ............................................................................................................................................................. 28

2 van 27

1 Aanleiding en doel Dit tweede regionale programma wonen en werken is een gezamenlijk product van de zeven Utrechtse gemeenten in de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht. Het bevat afspraken over de voortgang van de woningbouw en de ontwikkeling van bedrijventerreinen voor de komende jaren, zowel kwantitatief als kwalitatief. Mede met dit programma sturen gemeenten en provincie, ieder vanuit z’n eigen rol en verantwoordelijkheden, samen op de woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling. Regionaal programmeren is een cyclisch proces: dit programma wordt periodiek (elke anderhalf jaar) geactualiseerd. Ook is sprake van een groeimodel: bij elke actualisering zullen er nieuwe plannen worden toegevoegd en afspraken worden geüpdatet of aangescherpt. Onder meer het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort Centraal! is leidraad voor de regionale afweging. Regionaal programmeren in relatie tot ontwikkelbeeld Amersfoort In de Regio Amersfoort hebben de (Utrechtse en Gelderse) gemeenten en de provincie Utrecht samen het Ontwikkelbeeld 2030-2040. Regio Amersfoort Centraal vastgesteld met daarin een integrale regionale visie en strategie op wonen, werken, groen, mobiliteit en energie. Het Ontwikkelbeeld geeft richting aan de keuzes op de lange termijn (na 2030). In het Ontwikkelbeeld zijn enkele locaties opgenomen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling.

Overige kernen kunnen bouwen voor lokale vitaliteit. Voor wat betreft de bedrijventerreinontwikkeling, zijn in de uitvoeringsagenda een aantal acties opgenomen. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan een regionale bedrijventerreinenvisie.

Samenwerking nodig voor aanpak van urgente maatschappelijke vraagstukken In de hele provincie Utrecht spelen urgente vraagstukken op de woningmarkt en de markt voor bedrijventerreinen. Zo is er een grote behoefte aan extra woningen en ruimte voor bedrijfsvestigingen. De oplossing voor deze grote maatschappelijke vraagstukken kunnen niet door een enkele partij worden geboden. Samenwerking is noodzakelijk: tussen verschillende overheden, maar ook met andere partners. Daarbij zien we een duidelijke samenhang tussen voor wonen en werken. Het gaat steeds vaker om gezamenlijke vraagstukken en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het realiseren van gemengde woon-werkmilieus, of juist transformaties van werklocaties naar wonen. Dergelijke ontwikkelingen, en mogelijkheden tot daadwerkelijke realisatie hiervan, dienen dan ook in samenhang te worden bekeken.

Maatschappelijke vraagstukken die relevant zijn voor de programmering zijn onder andere: • Voldoende ruimte bieden voor de grote behoefte aan (extra) woningbouw, in de gewenste kwaliteiten (woonmilieus en -typen, inclusief betaalbaarheid), op passende locaties en fasering; • Versnelling van de woningbouwproductie, danwel het voorkomen van vertraging van de geplande woningbouwproductie; • Voldoende ruimte bieden voor bedrijventerreinen die nodig zijn voor de gewenste economische ontwikkeling, in de gewenste kwaliteiten, uitgaande van zorgvuldig en intensief ruimtegebruik; • Wonen-werken-bereikbaarheid in balans; • De samenhang met andere opgaven en kwaliteiten zoals groen, gezondheid, energie en klimaat (integraliteit). • Dit met oog voor de lokale vitaliteit van dorpen en steden, met balans in vraag en aanbod. Nieuwe locaties kunnen bij iedere actualisatie (elke anderhalf jaar) worden opgenomen in de programmering. Bij actualisatie is het mogelijk de programmering frequent en naar behoefte aan te scherpen, en daardoor adaptief en flexibel. Dit binnen de door Provinciale Staten vooraf vastgestelde kaders. Hierdoor kunnen partijen sneller inspelen op actualiteiten. Ook biedt de regionale programmering een totaaloverzicht van alle nieuwe uitbreidingsplannen waar overeenstemming over is.

Wegnemen van de knelpunten draagt ook bij aan versnelling: wat is nodig om harde (en zachte) plancapaciteit gerealiseerd te krijgen? Het in regionaal verband bezien van de programmering is belangrijk. De woningmarkt en de werklocatiemarkt zijn ook in Regio Amersfoort hoofdzakelijk regionaal (hoge aandelen regionale verhuisstromen). Deze regionale schaal beperkt zich niet tot deze zeven gemeenten, maar omvat ook het aangrenzende Gelderse deel van de Regio Amersfoort. Afstemming binnen de hele regio is daarom van belang. Vanuit dat perspectief is het nodig niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief te kijken naar de opgave: woningen en woon- en werklocaties van goede

3 van 27

(omgevings)kwaliteit. Dat wil zeggen: passend bij de geprognotiseerde behoefte en bij de (financiële) wens en/of draagkracht van de toekomstige woningzoekende of bedrijf. Maar ook toekomstbestendig als het gaat om klimaatadaptief, energieneutraal en circulair bouwen. Dit regionale programma betreft afspraken tussen de zeven Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Dit programma is opgesteld in afstemming met de af te sluiten woondeal Regio Amersfoort, die wèl de negen gemeenten betreft. In dit programma is er aandacht voor de wens vanuit kleinere gemeenten en kernen om te bouwen voor lokale vitaliteit. Het provinciale beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening die op 1 april 2021 van kracht zijn geworden biedt daar ruimte voor. Dit vergt echter wel maatwerk en zorgvuldigheid. Regionale programmering als (toekomstbestendige) werkwijze om te komen tot voldoende plannen Het uiteindelijke doel van regionaal programmeren is zorgen voor voldoende en kwalitatief goede woningen en bedrijventerrein op passende locaties, om in de groeiende behoefte hieraan te kunnen voorzien. Dit vraagt op regionaal niveau om voldoende uitvoeringsgerede plannen. De toegevoegde waarde van regionaal programmeren is dat er samenhang ontstaat tussen alle plannen, zodat inzichtelijk wordt waar en wanneer ontwikkelingen beoogd worden.

Het regionaal programma maakt onderscheid tussen verschillende tijdsvakken: korte, middellange en lange termijn. Het door Gedeputeerde Staten vast te stellen Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) bevat de essentie van de drie regionale programma’s (Regio Amersfoort (Utrechtse gemeenten), Regio U10 en Regio Foodvalley (Utrechtse gemeenten). Voor dit provinciale programma wordt een (verplichte) PlanMER opgesteld. Alvorens Gedeputeerde Staten overgaan tot definitieve vaststelling worden het programma en de PlanMER ter inzage gelegd en kan eenieder een zienswijze indienen. In de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV) is bepaald, dat nieuwe bestemmingsplannen (straks: Omgevingsplannen) moeten passen in het Provinciaal Programma Wonen en Werken. Ook dit programma wordt elke anderhalf jaar geactualiseerd.

4 van 27

2 Regionaal programma wonen 2.1

Kwantitatieve afspraken wonen

In (het Utrechtse deel van) de Regio Amersfoort bestaat de komende negen jaar een additionele behoefte aan 16.800 woningen (bron: Primos 2022). Op dit moment is het woningtekort al circa 5.000 woningen in Regio Amersfoort (bron: ABF). In de eerste vier jaar gaat het richtinggevend om een toename van 8.200 woningen en de vijf jaar daarna om bijna 8.600. Deze woningbehoefte komt tot stand door de huishoudensgroei. Tussen 2031 en 2040 bestaat daarnaast nog een behoefte aan 12.500 woningen. Dit resulteert in een totale kwantitatieve opgave van 29.300 tot 34.300 woningen tussen nu en 2040 in de Regio Amersfoort. Zie tabel 1. Tabel 1 Woningtekort en woningbehoefte, Primos 2022 (ABF) Regio Regio Foodvalley Amersfoort

Woningtekort en woningbehoefte

U16

Provincie Utrecht

Woningtekort 2022

1.483

5.051

23.623

30.157

Toename behoefte 2022 t/m 2025 (4 jaar)

2.112

8.204

20.671

30.987

Toename behoefte 2026 t/m 2030 (5 jaar)

2.313

8.581

27.790

38.684

Toename behoefte 2031 t/m 2039 (9 jaar) Totale max. opgave (tekort en behoefte) 2022 t/m 2039 Bron: Provinciaal Kader

3.546

12.476

33.346

49.368

9.454

34.312

105.430

149.196

Tabel 2 geeft de bandbreedte voor wonen uit het provinciaal Kader weer. De onderkant van de bandbreedte faciliteert alleen de toename van de woningbehoefte; de bovenkant faciliteert ook het volledig inlopen van het woningtekort, waarbij wordt opgemerkt dat het niet onze ambitie is om het tekort volledig (tot 0%) in te lopen. Inzet is gericht op het inlopen van het tekort tot 2% (dat wordt gezien als een gezond evenwicht). De bandbreedtes uit het provinciale Kader zijn leidend voor de omvang van de regionale programma’s. De ‘schotten’ tussen de verschillende tijdvakken zijn richtinggevend, maar niet absoluut. Hier is (enige) flexibiliteit in mogelijk. Tabel 2 Bandbreedte woningbouw tot 2040 Periode

Regio Foodvalley

Regio Amersfoort

U16

Provincie Utrecht

2022 t/m 2030 (9 jaar)

4.400 - 6.200

16.800 - 19.800

48.500 - 66.600

69.700 - 92.700

2022 t/m 2039 (18 jaar)

8.000 - 9.500

29.300 - 34.300

81.800 - 105.400

119.000 - 149.200

Kader 2020, 2020 t/m 2039 (20 jaar)

7.900 – 9.100

26.100 – 31.000

99.200 – 125.600

133.200 – 165.700

Bron: Provinciaal Kader In het Programma Woningbouw heeft het Ministerie van BZK aangegeven dat het Rijk de regie wil versterken en daarvoor onder andere afspraken wil maken over het provinciale aandeel in de opgaven voor de woningbouw. De provincie heeft eind september in dit kader het definitieve bod aangeboden aan de Minister voor VRO. Hierin is nadrukkelijk aangegeven welke randvoorwaarden ingevuld moeten worden om tot realisatie te komen. Het bod is mede in afstemming met de regio’s en gemeenten tot stand gekomen. Het randvoorwaardelijke bod is om voor de provincie Utrecht in de periode 2022 tot en met 2030 op provinciaal niveau 83.500 (bruto) woningen toe te voegen. Dit is een bruto aantal nieuw te bouwen woningen. Een realistisch aantal en tegelijkertijd ambitieus qua bouwtempo. Hierbij is uitgegaan van bestaande plancapaciteit en waar in de

5 van 27

provincie overeenstemming over is met gemeenten en regio’s. In het bod is ook ingegaan op beoogd aantal/aandeel betaalbare woningen (streven 2/3) en aantal/aandeel corporatiewoningen. Medio oktober zijn bestuurlijke afspraken tussen de provincie Utrecht en de Minister voor VRO ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de (gezamenlijke) inspanningen die worden verricht ter uitvoering van afspraken gebaseerd op het provinciale randvoorwaardelijke bod. Het gaat hierbij om inspanningsverplichtingen. Het bod is een tussenstap naar de nog af te sluiten regionale woondeals. Deze worden in de periode tot begin 2023 opgesteld. Rijk, provincies en gemeenten maken hierin nadere afspraken. Het bod en de afspraken zijn daarbij een belangrijk vertrekpunt. Van planaanbod naar regionaal programma Bij het opstellen van het eerste programma in 2021 was ervoor gekozen om een onderverdeling te maken tussen een zogenaamd realisatiedeel (het eigenlijke programma) en een ‘pijplijndeel’. Bij die methodiek werden onder meer de openbare binnenstedelijke plannen in de periode tot 2030, toegevoegd aan het realisatiedeel en werden door gemeenten als vertrouwelijk aangemerkte plannen, opgenomen in het pijplijn deel. De afgelopen maanden is door gemeenten en provincie veel tijd gestoken in het beter invullen van de Planregistratie, de bron die we voor het programma gebruiken.

Dat heeft er onder andere toe geleid dat er in de periode t/m 2030, veel meer binnenstedelijke plannen een openbare status hebben gekregen in de Planregistratie. Het is echter niet realistisch om dit gehele volume ook te programmeren. Daarmee ontstaat een te hoog bouwprogramma, er kan verwacht worden dat er sprake zal zijn van planuitval. Daarom is ook voldoende planvoorraad (overplanning) wenselijk: als vuistregel wordt uitgegaan van 130% plancapaciteit. Daarom wordt het onderscheid tussen realisatie- en pijplijndeel bij deze actualisatie losgelaten. Bij deze actualisatie is de informatie uit de Planregistratie benut als ‘referentie’ voor het nieuwe programma wonen, in plaats van een één op één getalsmatige koppeling. De informatie uit de Planregistratie, die door de gemeenten zelf wordt ingevuld, geeft daarbij per gemeente het totaaloverzicht over de plancapaciteit. Hiervan wordt in tabel 3.1 t/m 3.4. een overzicht gegeven. Het gaat om de stand van zaken in het planregistratiesysteem d.d. 27 oktober 2022. In de tabel staat de bruto plancapaciteit. Het gaat daarbij om alle openbare (binnenstedelijk en uitleg) en het totaal van de door gemeente als vertrouwelijk, aangemerkte plannen. Het gaat dus om alle harde en zachte plannen.

Voor de bepaling binnenstedelijk en uitleg is uitgegaan van de aanduiding stedelijk gebied in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Bij de aantallen plancapaciteit kunnen dus ook (uitleg)locaties zitten waar nog geen overeenstemming over is (besluit over passend in provinciaal beleid). Tabel 3.1: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode 2022 t/m 2025 Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk 7.044

Uitleg 84

Vertrouwelijk 603

Totaal 7.731

Baarn

389

98

91

578

Bunschoten

657

3

29

689

Eemnes

313

0

102

415

Leusden

655

0

183

838

Soest

1.432

0

456

1.888

410

0

65

475

10.900

185

1.529

12.614

Woudenberg Regio Amersfoort

6 van 27

Tabel 3.2: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode 2026 t/m 2030 Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk

Uitleg

Vertrouwelijk

Totaal

4.463

2.496

1.206

8.165

Baarn

376

0

26

402

Bunschoten

501

0

0

501

Eemnes

0

0

291

291

Leusden

305

415

12

732

Soest

539

0

68

607

640 6.824

92 3.003

13 1.616

745 11.443

Woudenberg Regio Amersfoort

Tabel 3.3: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode vanaf 2031 Binnenstedelijk

Uitleg

Vertrouwelijk

Totaal

Amersfoort

0

1.004

0

1.004

Baarn

0

0

0

0

Bunschoten

952

0

0

952

Eemnes

0

0

673

673

Leusden

455

676

0

1.131

Soest

342

0

174

516

0

918

10

928

1.749

2.598

857

5.204

Woudenberg Regio Amersfoort

Tabel 3.4: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, totalen Gemeente Totaal 2022 t/m 2030 Totaal voor en na 2031 (9 jaar) Amersfoort 16.900 15.896 Baarn

980

980

1.190

2.142

Eemnes

706

1.379

Leusden

1.570

2.701

Soest

2.495

3.011

Woudenberg

1.220 24.057

2.148

Bunschoten

Regio Amersfoort

29.261

Het programma wonen Op basis van de plannen in de Planregistratie hebben gemeenten aangegeven welke plannen er zijn om woningen op binnenstedelijk locaties te realiseren per tijdsperiode. Op basis van onder andere inzichten uit de reality check die in het kader van het provinciaal bod/woondeal is uitgevoerd en de binnenstedelijke openbare plannen in de Planregistratie is hier, in afstemming tussen gemeenten en provincie, een ‘verwachte binnenstedelijke realisatie’ per tijdsperiode uit afgeleid. Nieuwe uitbreidingslocaties zijn alleen opgenomen na regionale afstemming (overeenstemming tussen regio, gemeenten en provincie). Dit heeft geleid tot een aantal te realiseren woningen op uitleglocaties per gemeente. De 'verwachte binnenstedelijke realisatie’ en het programma op uitleglocaties vormt samen het (concept) programma wonen. Dit is weergegeven in tabel 4.1 t/m 4.3. Het geeft per gemeente en per tijdvak aan hoeveel woningen er naar verwachting binnenstedelijk en op uitleglocaties kunnen worden gerealiseerd.

7 van 27

Binnenstedelijk Voor de binnenstedelijk locaties wordt daarbij alleen het totaal- volume per tijdsperiode geprogrammeerd (afgeronde aantallen). In de Planregistratie is zichtbaar om welke locaties het gaat. De lijst met onderliggende openbare binnenstedelijke locaties uit de tabellen 3.1 t/m 3.4 (d.d. 27 oktober 2022), is als bijlage 1 bijgevoegd. Binnenstedelijke woningbouwcapaciteit per gemeente bevat een veelheid aan, vaak kleine, woningbouwplannen. Dit is vaak een momentopname: er doen zich enerzijds geregeld nieuwe kansen voor waardoor nieuwe locaties in beeld komen, terwijl anderzijds zich onverwachts knelpunten kunnen voordoen waardoor de ontwikkeling van een opgenomen locatie stagneert. Het aantal is voor de binnenstedelijke locaties daarom niet limitatief. Er kan sprake zijn van ‘plantoeval’ en/of ‘planoptimalisatie’ waardoor er meer of minder woningen gerealiseerd worden dan het aantal dat nu voor die locatie is opgenomen. Uitleglocaties De uitleglocaties die met dit programma mogelijk worden gemaakt zijn in dit programma specifiek opgenomen in tabel 5. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van locaties die reeds bij het vorige programma (Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021) mogelijk zijn gemaakt. Daarbij worden alleen de uitbreidingslocaties van enige omvang (vanaf ca. 15 woningen) specifiek aangegeven.

Kleinere locaties betreffen meestal transformatielocaties in het landelijk gebied. Kleinschalige woningbouwlocaties die op basis van het kwaliteitsinstrumentarium landelijk gebied worden gerealiseerd zijn via de regels in de Interim Omgevingsverordening rechtstreeks mogelijk. De aantallen worden kwantitatief wel opgenomen in het programma om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de woningbouwcapaciteit. Nieuwe kleinschalige transformatielocaties worden door de provincie nog beoordeeld conform eisen functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing (of kleine bebouwingsconcentraties). In het totaal leiden de beoogde nieuwe uitbreidingslocaties tot een extra woningbouwpotentieel van 2489 woningen tot en met 2030. In het totaal komt het programma voor de Regio Amersfoort (verwachte realisatie binnenstedelijk en uitleg) daarmee op 17.896 woningen tot en met 2030. Daarbij is verhouding programma – bruto plancapaciteit gedurende deze periode 134%. Voor de periode na 2030 zijn op dit moment 1530 woningen op buitenstedelijke locaties geprogrammeerd. Met dit alles is beoogd een realistisch programma weer te geven. Desondanks kunnen deze locaties niet allemaal van vandaag op morgen worden ontwikkeld, er zijn randvoorwaarden die op orde moeten zijn.

Daarbij kan gedacht worden aan ontsluiting, energie-infrastructuur, stikstofruimte, financiële haalbaarheid, beschikbaarheid capaciteit en materialen en dergelijke. Gezien de huidige marktontwikkelingen is dat ambitieus en onzeker. Het gaat dan ook om een randvoorwaardelijk programma. Tot slot: Voor de periode t/m 2030 moet het totaal geprogrammeerde aantal woningen (binnenstedelijk en uitleg) in lijn met de aantallen woningen in de bestuurlijke afspraken provincie – BZK (83.500 bruto toe te voegen woningen). Ook moet er afstemming zijn met de aantallen waar in de regionale Woondeals afspraken over worden gemaakt. Tabel 4.1 Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2022 t/m 2025 (4 jaar) in aantallen woningen Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk

Uitleg

Totaal

4.000

84

4.084

Baarn

400

98

498

Bunschoten

600

3

603

Eemnes

340

0

340

Leusden

750

0

750

Soest

1.050

0

1.050

460

0

460

7.600

185

7.785

Woudenberg Regio Amersfoort

8 van 27

Tabel 4.2 Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2026 t/m 2030 (5 jaar) in aantallen woningen Gemeente

Binnenstedelijk

Amersfoort

Uitleg

Totaal

5.500

2.000

7.500

Baarn

376

0

376

Bunschoten

500

0

500

Eemnes

61

0

61

Leusden

300

405

705

Soest

200

0

200

Woudenberg

600

0

600

7.537

2.405

9.742

Regio Amersfoort

Tabel 4.3: Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, totalen in aantallen woningen Gemeente Totaal 2022 t/m 2030 (9 jaar) Amersfoort Baarn

Percentage plancapaciteit ten opzichte van programma t/m 2030

Percentage verwachte realisatie ten opzichte van de woningvoorraad op 1-1-2022

11.584

137 %

17 %

874

112 %

7%

1.103

108 %

13 %

Eemnes

401

176 %

14 %

Leusden

1.455

108 %

11 %

Soest

1.250

200 %

6%

Woudenberg

1.060

115 %

20 %

Regio Amersfoort

17.727

136 %

13 %

16.800 – 19.800

--

--

Bunschoten

Bandbreedte Kader

* Voor de in bovenstaande tabellen opgenomen aantallen woningen geldt dat aan meerdere randvoorwaarden moet worden voldaan. Gezien de huidige marktomstandigheden is dat ambitieus en onzeker. ** Opgemerkt wordt overigens dat plannen voor flex-woningen niet altijd bij plancapaciteit en/of verwachte te realiseren aantallen zijn opgenomen.

Tabel 5: Uitbreidingslocaties wonen in Programma Wonen 2023 tot en met 2030 Regio Amersfoort* Gemeente

Locatie

Amersfoort

Utrechtseweg 299

-

Bovenduist (Vathorst-West)

Leusden

Aantal woningen t/m 2030

Aantal woningen na 2030

84

--

2.000

1.000

Toelichting Transformatie locatie landelijk gebied (vm. Lichtenberg) Nieuw opgenomen. Deze locatie was reeds planologisch mogelijk gemaakt in de PRS/PRV 2013. Nieuw opgenomen.

Tabaksteeg Zuid 305 455 Achterveld 100 75 Nieuw opgenomen. Noordoost 2489 Totaal uitleglocaties 2e cyclus 1530 * In bijlage 4 zijn de uitbreidingslocaties uit het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021 opgenomen. Kleinschalige transformatielocaties zijn niet opgenomen in deze tabel.

** In Bunschoten is een kleinschalige transformatielocatie (3 woningen) in het kwantitatief programma opgenomen. Vanwege de omvang hoeft deze niet apart als uitleglocatie te worden benoemd. Omdat deze locatie wel in concepten wat opgenomen, vermelden we deze locatie hier wel als voetnoot.

9 van 27

Bij deze actualisatie zijn de volgende uitbreidingslocaties toegevoegd aan het programma. Bovenduist – gemeente Amersfoort Deze uitbreidingslocatie voor woningbouw was reeds opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 en is in de provinciale Omgevingsvisie aangeduid als ‘zoekrichting grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid. Qua woningbouw is de gemeente Amersfoort voornemens om circa 2/3 van de woningen op deze locatie t/m 2030 te realiseren in het sociale en middeldure segment. De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau goud. Voor de periode na 2030 worden 1.000 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 3.000 woningen. Tabaksteeg-Zuid – gemeente Leusden De gemeente Leusden heeft naar verwachting na 2025 nog slechts beperkt binnenstedelijke woningbouwmogelijkheden. Voor de lokale vitaliteit, maar ook ten behoeve van de regionale woningbouwopgave, wordt daarom deze uitbreidingslocatie opgenomen, die gefaseerd zal worden ontwikkeld. De gemeente heeft een woonvisie vastgesteld met daarin al minimaal 40% betaalbaar wonen en herkent de behoefte om op deze locaties 66 % in de segmenten sociaal en middelduur te realiseren. De gemeente zal hierover het gesprek aan gaan met de raad.

De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau brons. Voor de periode na 2030 worden 455 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 760 woningen. Voor Leusden-Tabakssteeg geldt dat provincie en gemeente nog in overleg gaan over de component betaalbaarheid en dat de uitkomsten daarvoor worden doorvertaald in het Provinciaal Programma Wonen en Werken. Achterveld Noordoost – gemeente Leusden Met de gefaseerde ontwikkeling van deze locatie na 2025 blijft de lokale vitaliteit in Achterveld op niveau. De gemeente heeft een woonvisie vastgesteld met daarin al minimaal 40% betaalbaar wonen en herkent de behoefte om op deze locaties 66% in de segmenten sociaal en middelduur te realiseren. De gemeente zal hierover het gesprek aan gaan met de raad. De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau brons. Voor de periode na 2030 worden 75 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 175 woningen.

2.2

Kwalitatieve afspraken wonen

Het is niet alleen belangrijk om voldoende woningen te bouwen, maar ook woningen van voldoende en liefst goede kwaliteit. Hierover zijn in het regionaal programma 2021 al gezamenlijke ambities geformuleerd en afspraken gemaakt. De afgelopen periode is ook samengewerkt in andere trajecten, zoals het Convenant Duurzame Woningbouw (CDW) en het randvoorwaardelijke bod van de provincie Utrecht aan de Minister voor VRO over het Utrechtse aandeel in de nationale woningbouwopgave. Deze afspraken worden voor wat betreft onder andere betaalbaarheid parallel verder uitgewerkt in regionale woondeals. In het kader van de Monitoring van het Provinciaal Programma Wonen en Werken wordt de voortgang van de afspraken, dus ook de voortgang van de trajecten waar een verbinding mee is gemaakt, gemonitord. Monitoring van de in die – separate – trajecten gemaakte afspraken is aan het desbetreffende traject. Hierna zal dat per kwalitatief aspect nader worden gespecificeerd. 2.2.1

Integrale stedelijke kwaliteit

Gezamenlijke ambitie: We streven naar een goede stedelijke kwaliteit: vitale en levendige kernen en wijken. Dit betekent dat: • We primair inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling, ontwikkeling bij knooppuntlocaties en op efficiënt ruimtegebruik; • We streven naar functiemenging, passend bij de lokale situatie en woonmilieus; • We aandacht hebben voor een gezonde inrichting van de openbare ruimte in het stedelijk gebied met voldoende groen en water;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12464861/1