230119 Sociaal recreatief Wmo-vervoer per 2024 (626336) Beantwoording technische vragen PvdA
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: Gemeenteraad Baarn : RIB Sociaal recreatief Wmo-vervoer per 2024 : Steven de Vries : 1 februari 2023
Geachte raadsleden en steunfractieleden, De fractie van de PvdA heeft technische vragen gesteld over de RIB Sociaal recreatief Wmo-vervoer. Hieronder vindt u de vragen en antwoorden.
Vraag 1: ‘Vervoerder en reizigers op een positieve manier te stimuleren tot gewenst gedrag’ Kunt u verduidelijken wat hiermee precies wordt bedoeld? Welk gedrag wordt op welke manier gestimuleerd en waarom? Antwoord: Verwachtingen richting de reiziger Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor (het organiseren van) hun vervoer. Daarom doen we een beroep op wat iemand zelf kan, lopend, per fiets, met de eigen auto, het (aanvullend) openbaar vervoer of met hulp van familie, vrienden of buren. We zetten in op het verminderen van de afhankelijkheid van doelgroepenvervoer en stimuleren het gebruik van andere mobiliteitsoplossingen. Zo geldt bijvoorbeeld dat iedereen die met het openbaar vervoer kan reizen, reist met het openbaar vervoer of met het aanvullend openbaar vervoer (AOV: aanvullende diensten van OV). Het doelgroepenvervoer wordt georganiseerd als vangnet. Het is alleen bedoeld voor inwoners die door hun beperking of handicap niet op een andere wijze kunnen reizen. Het OV-vangnet vervoer kan gebruikt worden om de afstand tot de OV halte te overbruggen. Op deze manier zorgen we ervoor dat het betaalbaar blijft voor de gemeenten (en daarmee inwoners) en dat alle inwoners kunnen participeren. Verwachtingen richting de vervoerder We verwachten van de vervoerder daarom dat hij zijn activiteiten integreert in het gehele vervoersaanbod in de provincie Utrecht.
De vervoerder staat ervoor open om innovatieve oplossingen op het snijvlak van OV-vangnet vervoer en doelgroepenvervoer te ontwikkelen. Daar waar de vervoerder zelf niet ook andere vormen van doelgroepenvervoer uitvoert, zoekt hij afstemming met aanbieders van andere vormen van doelgroepenvervoer. De vervoerder werkt waar mogelijk samen met vrijwilligersinitiatieven. Deze initiatieven vormen geen concurrentie voor de vervoerder omdat ze een kortere rit uitvoeren en naar andersoortige locaties. Stimuleren van gewenst gedrag In het programma Vernieuwing doelgroepenvervoer en (A)OV experimenteren en leren gemeenten en provincie op het raakvlak van OV, AOV en doelgroepenvervoer. We vragen de vervoerder
1
nadrukkelijk om de lessen uit dit programma mee te nemen en met ons verder uit te werken en waar mogelijk toe te passen. Ook wordt er meer gestuurd op de spreiding van het vervoer over de dag oftewel het voorkomen van piek- en dal-momenten. Dit doen we door in plaats van standaard een opstaptarief van 4x het km-tarief, gedifferentieerde opstaptarieven te hanteren. Dit zijn: ▪ een opstaptarief van 3x het km-tarief te hanteren wanneer iemand vóór 20.00 uur de vorige avond een rit boekt of eerder. ▪ een opstaptarief van 6x het km-tarief te hanteren wanneer iemand op de dag zelf een rit boekt. ▪ een opstaptarief van 4x het km-tarief te bieden wanneer iemand op verzoek van de vervoerder bij het boeken van een rit op de dag zelf bereid is meer dan 1 uur wil af te wijken van de origineel gewenste tijd.
Vraag 2: ‘Bij de selectie van de vervoerder en gedurende de contractperiode oog te hebben voor de kwetsbaarheid van de inwoners die op het vervoer zijn aangewezen en hun behoeften’ ‘Oog hebben voor’ klinkt wat zijdelings. Bent u het met ons eens, dat de kwetsbaarheid en behoeften van betreffende inwoners juist het uitgangspunt zouden moeten zijn bij de selectie? Hoe gaat u er voor zorgen dat die kwetsbaarheid en de behoeften van deze inwoners centraal komen te staan bij de selectie van de vervoerder? Antwoord: Deze vraag wordt mondeling beantwoord.
Vraag 3: ‘De ritaanname en -uitvoering bij de vervoerder te beleggen’ Welke afspraken worden er met de gegunde partij gemaakt over het melden en adequaat oplossen van klachten en de wijze waarop de kwaliteit van het vervoer wordt gemeten en verbeterd? Antwoord: Klachtafhandeling Klachten over de uitvoering van onderhavige opdracht kunnen per telefoon, brief of via de website worden ingediend bij één centraal punt: het Contractmanagement Bureau. Deze wijst ze toe aan Vervoerder of Opdrachtgever, al naar gelang de aard van de klacht. Is er sprake van een zwaardere klacht dan is driehoeksoverleg nodig (Contractmanagement Bureau, partij waar de klacht betrekking op heeft (Opdrachtgever/Vervoerder) en indiener van de klacht). Klachten zijn inzichtelijk voor Opdrachtgever, Vervoerder en het Contractmanagement Bureau via de op te stellen managementtool. Het Contractmanagement Bureau stelt hiervoor in afstemming met de gegunde partij van de 5 Vervoerspercelen één klachtenprocedure Regiotaxi Utrecht op. Monitoring kwaliteit Eén keer per half jaar wordt onder de Reizigers een algemeen digitaal en/of schriftelijk Reizigerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd op de verschillende onderdelen van de dienstverlening (op tijd rijden, snelheid van opnemen van de telefoon, bejegening door de chauffeur, kwaliteit voertuigen etc).
Daarnaast wordt na het eerste kwartaal en na het derde kwartaal van een kalenderjaar de Reizigerstevredenheid gemeten door middel van telefonische enquêtes. Continu wordt de Reizigerstevredenheid gemeten via de app.
2
Als uit de continue meting via de app en/of de telefonische enquêtes blijkt dat de Reizigerstevredenheid naar het oordeel van de Opdrachtgever (gemeente) te wensen over laat, treedt het Contractmanagement Bureau hierover in overleg met de Vervoerder en kijken ze gezamenlijk wat de oorzaak is. Dit wordt na de gunning verder uitgewerkt. Daarnaast is de vervoerder is verplicht opvallende zaken te rapporteren b.v.: Extreem veel ritten naar en van een bepaalde bestemming met een vaste regelmaat (ochtend en middag). Veel ritten naar bridgeclub die mogelijk anders/slimmer vervoerd kunnen worden.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Wethouder Steven de Vries
3