221214 Verslag Debat in de Raad 14 december 2022
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 14 december 2022 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal
Griffier:
de heer D.E. Bulthuis
Aanwezig:
de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), de heer M. van den Heuvel (D66), de heer J.M. Jonkers (De heer Jonkers), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VoorBaarn), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw M.J. Maas-Heijkoop (CU), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer M.R. Mascini (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer R.M.N. Schouten (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Met het niet stellen van technische vragen wordt ingestemd. Met de voorliggende agenda wordt ingestemd. Er zijn afmeldingen van de burgemeester en de heer Bruins en spreker wenst de heer Bruins beterschap. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 9 november 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Zoneringsplan Centrum Baarn (472590) De heer DE WEYER (Coöperatie Ondernemers Centrum Baarn) memoreert dat hiervoor iedereen het eens was over het compacter en levendiger maken van het centrum maar iedereen hanteerde ook een eigen definitie en het is nooit concreet vastgelegd. Het is nu voor het eerst dat de raad de gelegenheid heeft om zich voor een van de scenario’s uit te spreken. Als er geen keuze wordt gemaakt wordt op de oude voet doorgegaan, dan wordt het centrum niet compacter, is er geen kwalitatieve zonering en ontneemt de raad zich de kans om deze ontwikkeling te sturen. De keuze die de raad gaat maken is niet juridisch maar slechts richtinggevend. Er zitten geen negatieve consequenties aan voor winkeliers, pandeigenaren, bewoners of anderen en niemand wordt ergens toe gedwongen want dat kan ook niet eens. Hierna wordt het gekozen model uitgewerkt en vervolgens voorgelegd aan de raad. 1
De term ‘kernwinkelgebied’ gebruikt de coöperatie zo weinig mogelijk maar dat is een eigen leven gaan leiden. Alle gekleurde modellen wordt beschouwd als centrumgebied en als gezoneerd. De modellen zijn schematisch bedoeld. Het gaat om de zones. De panden zijn alleen ter illustratie in de schema’s aangebracht. De modellen hebben als uitgangspunt alles is toegestaan tenzij het verboden is. De rode zone mag bijvoorbeeld niet bewoond worden, de oranjezone mag niet bewoond worden aan de voorkant, dat moeten winkels blijven en groen mag eventueel bewoond worden. Rood en groen zijn ononderbroken zodat een winkel niet plotseling een woonhuis naast zich kan krijgen. De voorwaarden moeten nog bepaald worden afhankelijk van de aanpak hierna maar er wordt nu ook gewerkt aan branchering en dat zou bijvoorbeeld een van de voorwaarden kunnen zijn. Een aantal uitgangspunten en voordelen van het multifunctionele model zijn de zones zijn aaneengesloten, een andere keuze zou versplintering van het centrum betekenen. Niet het tussendoor wonen toestaan want dat betekent dat het centrum wordt opgedeeld in delen. Toen bijvoorbeeld een aantal jaar geleden een aantal ketens vertrok lieten deze vaak winkels open met een groot vloeroppervlak die moeilijk zijn te verhuren en zwarte gaten tussen de winkels vormen. Dat frustreert eigenaren, winkeliers en een levendig centrum.
In de oranje zones wordt de mogelijkheid geboden om bijvoorbeeld de oppervlakte te halveren zodat achter geschikt kan worden voor bewoning en voorin winkel blijft. Dat is makkelijker te verhuren en minder leegstand. Daarvoor dienen dan wel bestemmingsplannen te worden aangepast zoals ook voor het toestaan van kwalitatieve daghoreca en cultuurinitiatieven in de rode gebieden. Er wordt al sinds 2013 gesproken over het compacter maken van het centrum. Alle leden worden altijd uitgenodigd voor de ledenvergadering en daar zijn steevast 25-35 leden aanwezig. De modellen zijn zeker 2 keer besproken in de ALV en iedere keer heeft de vergadering ermee ingestemd. De vereniging van pandeigenaren één keer op de ALV en één keer in een gezamenlijke bijeenkomst met de centrumwinkeliers waarbij ook planologen, sociaal geografen en een makelaar aanwezig waren en vertegenwoordigers uit de cultuur- en welzijnssector. Niet iedere winkelier is van de zoneringsmodellen op de hoogte maar dat kon ook niet en hoefde ook niet omdat de raad nog geen keuze heeft gemaakt voor een richting en omdat deze richting voor hen geen consequenties heeft. Voor de coöperatie wel om er hierna actief mee aan de slag te gaan.
In 2019 heeft de Gouden Driehoek al bepaald dat zodra de raad een keuze voor een scenario heeft gemaakt er volop gecommuniceerd moet worden voor de verdere interactieve uitwerking met winkeliers, pandeigenaren, bewoners in het centrum en andere stakeholders. Het communicatieplan, dat al in 2019 is geschreven, ligt klaar zodra de raad een keuze heeft gemaakt. Door de ontstane onrust vorige week heeft de coöperatie aan alle winkeliers pagina 12 van de Baarnsche Courant doen toekomen waarin een en ander goed wordt uitgelegd. Spreker verzoekt de raad om het voorstel te steunen maar om in ieder geval een keuze voor een model te maken. De heer BOSMAN merkt op dat op pagina 2 van de toelichting staat dat wonen boven winkels in alle zones is toegestaan maar in het kaartje staat bij de rode zone wonen niet toegestaan. De heer DE WEYER zegt dat niets wordt veranderd aan de bestaande situatie zodat waar nu gewoond wordt dit zo blijft. Het is wel de bedoeling dat als er in de rode zone een winkel sluit daar niet een woonhuis kan komen want met bijvoorbeeld 2 woningen in een winkelstraat heb je een dood stuk. Het gaat erom dat de winkel op de begane grond winkel moet blijven maar boven de winkels is wonen toegestaan. De heer VAN DER PADT vraagt om een toelichting op de term branchering.
Waarom is de coöperatie geen voorstander van de andere 3 modellen en waarom is het multifunctionele model zo ontzettend belangrijk? De heer DE WEYER meldt dat Stad & Co bezig is met een onderzoek en een plan van aanpak. Daar wordt gewacht op de keuze van de gemeente om er verder mee aan de slag te gaan. Een van de 2
adviezen zal zijn dat een coördinator moet worden aangesteld maar die moet door kunnen gaan op de richting die door de gemeenschap is aangewezen. Het compacter maken is een middel maar geen doel. Het doel is een kwalitatief hoogstaand levendig centrum. Als er leegstand is en de eigenaar wil het verhuren kan er een belwinkel in komen en als zijn buurman ook met een belwinkel begint heb je snel 3 massagesalons, 3 nagelstudio’s en 3 belwinkels naast elkaar en dan blijft er niets meer over van een kwalitatief centrum. Het probleem van branchering is dat de pandeigenaren niet kunnen worden gedwongen om aan een bepaalde branche niet te verhuren. In het bestemmingsplan kan het wel een beetje worden gestuurd maar niet per branche. Zodra de gemeente volgende week een keuze heeft gemaakt kan actief aan de slag worden gegaan met op zoek gaan naar welke soort winkels je in het centrum wilt hebben, ook om te voorkomen dat panden lang leeg blijven staan en om een verbetering te bewerkstelligen. Het is zeker niet zo dat de oude winkeliers gevaar lopen. Het multifunctionele model beschermt de winkeliers het beste. In de verbeteringsslag zijn er dingen die de coöperatie onwenselijk vindt maar die in principe zouden moeten worden toegestaan omdat het nu in een bestemmingsplan past. Er zijn dingen die wel wenselijk zijn maar nu niet kunnen omdat ze niet in het bestemmingsplan passen.
Daarmee kan pas aan de slag worden gegaan als er in ieder geval een richting is aangegeven. Het mobiliteitsplan heeft ermee te maken en er moet worden gedacht aan wat moet worden gedaan met de parkeerplaatsen. Er is al begonnen aan de kop van de Laanstraat met nieuwe bewegwijzering maar er kunnen pas echt slagen worden gemaakt als de gemeenteraad heeft gezegd welke kant moet worden opgegaan. Dan heeft de coördinator iets om mee te werken. Mevrouw STRUIJK vraagt of het plan van aanpak van Stad & Co hetzelfde is als het uitvoeringsplan dat in 2023 wordt verwacht. De heer DE WEYER zegt dat dit hetzelfde is. De uitspraak van de raad is de basis om ermee verder te gaan. De heer BRINKMAN zegt dat zijn fractie nog in verwarring is hoe een en ander op elkaar aansluit. Wordt Stad & Co ook voor de pandeigenaren ingezet om te zeggen waar behoefte aan is. De heer DE WEYER legt uit dat aan de raad wordt gevraagd om een keuze te maken uit een van de 4 modellen. Dan kan er verder mee aan de slag worden gegaan. Stad & Co is nu bezig met de afrondingsfase van het plan van aanpak en dat wordt naar verwachting aan de raad voorgelegd. Het zoneringsplan heeft niets met het plan van aanpak, behalve dat de uitspraak die door de raad straks wordt gedaan wordt meegenomen in het plan van aanpak. De heer JONKERS begrijpt dat er meer flexibiliteit met de winkels gewenst is.
Omdat de oppervlakten van de winkels vrij groot zijn en daarom lastig te verhuren moet de mogelijkheid er zijn om daar achter woningen te maken. Dat betekent dat er meer minder grote winkels zullen komen. Zou er dan wat de coöperatie betreft ook ruimte moeten komen aan de Noordschil om winkels te maken met wat grotere oppervlaktes? De heer DE WEYER is daar geen voorstander van en de raad heeft ook uitgesproken daar geen voorstander van te zijn. Als de raad kiest voor een levendig centrum en een sociaal ontmoetingscentrum moet je niet ergens anders in Baarn een ander centrum gaan creëren wat concurrerend is met het levendig centrum. De heer SCHOUTEN stelt dat het centrum breder is dan het model van de mix zone en dan moet de gemeente niet gaan bepalen welke branche waar mag zitten. Er is anders gevaar voor overbetutteling en weinig creativiteit en dat is nooit goed voor het ondernemersklimaat. Winkels in 3
een winkelstraat is voor Baarn het belangrijkste en het is prima dat er hier en daar ruimte is voor toevoeging van diensten en/of horeca. Er zal in de besluitvormende raad een amendement worden ingediend ten behoeve van het zonder voorwaarden toestaan van winkels in het stuk tussen het Floraplein en de Nieuwstraat. De heer VAN DER PADT kan zich vinden in het uitgangspunt dat er nader onderzoek moet plaatsvinden gebaseerd op scenario 4. De andere 3 modellen zullen resulteren in te weinig aanloop vanwege te weinig aantrekkingskracht. Voor een winkelier die net heeft geïnvesteerd in zijn winkel en niet valt in zone 1 kan het een hard gelag zijn. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat dwang niet van toepassing zal zijn maar een langetermijnbeleid. Er dient snel met een uitvoeringsplan te worden gekomen want de winkeliers vragen om snelheid en duidelijkheid. De heer BOSMAN zegt dat het plan hier en daar wel op gespannen voet staat met de realiteit van vandaag. De vraag is of het een goed idee is om de grens van het kernwinkelgebied strak bij het Floraplein te leggen terwijl juist richting Nieuwstraat en Nieuw Baarnstraat een levendig winkelgebied is ontstaan. Uit contacten met diverse ondernemers blijkt dat zij minder op de hoogte zijn dan wordt aangenomen en dat leidt soms tot onrust over de consequenties van dit plan op de korte termijn.
Het is belangrijk om te blijven benadrukken dat ondernemers buiten het kernwinkelgebied niet op de schopstoel komen zodra het zoneringsplan is aangenomen. Goed is dat men met dit plan wordt erkend dat de Brink de centrale ontmoetingsplek van het dorp moet worden en dat daghoreca daarbij hoort. Clustering van maatschappelijke organisaties in de Hoofdstraat kan zo’n agora versterken en het is belangrijk dat de plannen van de Arcade daar straks naadloos op aansluiten qua invulling en uiterlijke vormgeving. Kan de wethouder garanderen dat als het zoneringsplan is aangenomen dat maatgevend wordt voor de gesprekken met de projectontwikkelaar over de plannen voor de Arcade? De heer BRINKMAN meldt dat het plan voor de fractie nog steeds onduidelijk is. Het is fijn dat er acties worden ondernomen om de winkeliers bij een bruisend centrum te betrekken maar er zijn nog te veel vragen. Hoe worden alle winkeliers betrokken bij dit plan? De heer VAN WIJK staat globaal achter het idee om te komen tot een verdikking van het centrumgebied. Het college heeft echter de regie te veel aan de centrumcoöperatie overgelaten. De verantwoording voor de communicatie met de centrumondernemers moet echt bij het college liggen en kan niet gedelegeerd worden aan de coöperatie.
Er is vernomen dat de winkeliers op de grens van het kernwinkelgebied niet echt op de hoogte waren van de voorliggende plannen en dat ondernemers in met name de Laanstraat tussen stukje 2 en 3 er niet op zitten te wachten om buiten het kernwinkelgebied te komen. Daar is gelukkig een stukje verduidelijking over gekomen. De ondernemers aan de Brink staan achter deze plannen. Zij kunnen prima deze verkleuring aan om tussen eventueel toekomstige woningen te komen. Vooral het deel van de Laanstraat tussen de Nieuwstraat (2) en het Floraplein (3) dient behouden te blijven voor het kernwinkelgebied. De Brinkstraat zou vrijgesteld kunnen worden van zone 2. Wil en kan de wethouder dit aanpassen? Deelt de raad dit standpunt en wat vinden de andere raadsleden van het communicatie c.q. participatieproces? Wat bedoelt de wethouder met zone en rode inkleuring diensten toegestaan onder voorwaarden. Daar is al een verduidelijking over gekregen. Er wordt nu een plan neergelegd dat voor jaren gaat gelden maar hoe wordt dat uitgelegd en ingevuld? Er zullen nog wel wat onderdelen aan het plan moeten worden gewijzigd voordat de fractie geheel overtuigd is. Als er moties of amendementen worden ingediend wil het CDA daar graag in mee denken of eventueel initiatieven daarvoor nemen.
4
Mevrouw STRUIJK kan zich vinden in de voorgestelde zonering en is erg benieuwd naar het uitvoeringsplan. Het levendig houden van het centrum is geen statische zaak want de maatschappij verandert en dat gaat steeds sneller. Dat vraagt om een regelmatige bijstelling van de visie op het centrum en eventueel ook bijstelling van de zonering. De manier waarop en door wie de evaluatie en bijstelling moet plaatsvinden wordt graag teruggezien in het uitvoeringsplan. Wat betreft het deel van de Laanstraat tussen het Floraplein en de Nieuwstraat worden alleen onder voorwaarden winkels toegestaan maar dit blijft een vage omschrijving hoewel niemand gedwongen zal worden. Dit moet beter worden uitgelegd in het uitvoeringsplan. De heer VAN LOON heeft ook voorkeur voor het multifunctioneel model. Het centrum heeft de laatste tijd veel te maken gehad met leegstand en dat staat het winkelend publiek niet aan. Het is mooier en beter als het allemaal wat meer wordt gecentreerd. Goed is dat duidelijk is vermeld dat het niet in beton gegoten is. Er zijn verder al veel vragen en voorstellen van andere fracties en daar zal 50PLUS in meedenken. Mevrouw MAAS vindt het fijn dat er iets gaat gebeuren in de Laanstraat. De heer JONKERS vindt ook dat communicatie een eigen verantwoordelijkheid is van de gemeente en het is behoorlijk bestuur om dit rechtstreeks te communiceren.
Het document is volledig richtinggevend. Het zet alleen de koers uit en er is geen sprake van dwang. Laat de vrijheid van de mensen bepalen hoe dit uiteindelijk wordt ingevuld. Positief over de Brink als centrale plek, het liefst met veel terrassen en horeca. Neem dan ook het gebouw van de Arcade mee en maak er iets moois van. Wethouder VELDHUIZEN geeft aan dat in het voorliggende plan 4 de Arcade als zodanig wordt meegenomen maar de ontwikkelaar moet eerst met plannen komen. Als er een zoneringsplan ligt is dat in ieder geval richtinggevend voor de ontwikkelaar. In het uitvoeringsplan gaat de raad de kaders vaststellen van wat er ingevuld kan worden. De heer VAN WIJK is van mening dat de gemeente de regie in dit plan moet hebben. Het is mooi dat de meningen uit de winkeliersvereniging worden opgehaald als vorm van participatie maar de verantwoording en de communicatie horen bij de gemeente te liggen. Inmiddels zijn er een aantal communicatieproblemen ontstaan over uitvoering, onder voorbehoud en dat soort zaken. Wethouder VELDHUIZEN vindt de communicatie niet direct de verantwoordelijkheid van de gemeente. Er wordt bijvoorbeeld gesproken met besturen van sportclubs.
Daar worden afspraken mee gemaakt en die houden algemene ledenvergaderingen waarin ze als bestuur verantwoording afleggen aan de leden of een opdracht van de leden meekrijgen om met de gemeente te onderhandelen over wat de leden willen. De coöperatie is ook een vereniging waar alle centrumwinkeliers in zijn vertegenwoordigd. Bij de sportclubs wordt ook gezien dat van de 1000 leden er 50 op een vergadering komen en dat die het met elkaar bepalen. Het is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente om individueel over de rug van een bestuur heen te gaan om vervolgens aan de leden van het bestuur te vragen of ze het met hun bestuur eens zijn want de leden kunnen het bestuur naar huis sturen of andere maatregelen nemen. Als er onduidelijkheid is, is dat vervelend maar dat wordt ook veroorzaakt door het niet te lezen of een vraag te stellen of ongeïnteresseerd zijn en daarnaast ook door wisseling van winkeliers. Dit zijn plannen die er al jaren liggen en ook jarenlang gecommuniceerd worden. Het antwoord is dus in principe nee. De heer VAN WIJK merkt op dat een besluit van het bestuur van een vereniging niet in de raad komt en dit onderwerp komt wel in de raad. 5
Wethouder VELDHUIZEN stelt dat wanneer er geen keuze wordt gemaakt over de situatie tussen Floraplein en de Nieuwstraat de gemeente weer keuzes vooruitschuift. Het voorbeeld van 3 belwinkels, 3 nagelstudio’s en 3 kapsalons voegt niet veel toe aan de kwaliteit van een centrum en aan de kwaliteit van het publiek dat je graag in het centrum zou willen hebben. Niets ten nadele van deze bedrijven maar als er geen keuzes worden gemaakt wordt er ook niet ingedikt en wordt voortgegaan op hetzelfde. Er liggen nu plannen om een levendig centrum te realiseren en de gemeente is onderdeel van De Gouden Driehoek en die is dus medeverantwoordelijk over hoe dit in elkaar wordt gestoken. Dit is echt een keuze om die richting uit te gaan maar in het uitvoeringsplan gaat de raad pas definitief de kaders vaststellen. De heer SCHOUTEN vindt dat winkels zonder voorwaarden tussen het Floraplein en de Nieuwstraat moeten worden toegestaan. Het is prima dat er horeca en dienstverlening wordt toegestaan maar er moet altijd de mogelijkheid zijn om daar een winkel te starten. De heer VAN WIJK onderschrijft dit standpunt. De heer BOSMAN vraagt of de heer Schouten van mening is dat voor alle zones zou moeten gelden dat er winkels zouden moeten kunnen komen. De heer SCHOUTEN stelt dat waar nu een winkelbestemming op zit een winkelbestemming moet worden houden.
Mevrouw STRUIJK constateert dat door een gerenommeerd bureau een onderzoek is gedaan waarbij winkeliers zijn geraadpleegd en daar komt uit dat moet worden ingedikt en dat het een goed idee is om in te dikken tot het Floraplein. Het is dan een lastige vraag of dat tot de Nieuwstraat moet. Echter, er zitten nu winkels tussen het Floraplein en de Nieuwstraat en die moeten daar dan ook blijven zitten. Als die eruit gaan en er komt een nieuwe winkel, dan zou het worden gewaardeerd om te zeggen van doe dit wat meer naar het midden van de Laanstraat. Verbieden is een tweede en daarom heeft D66 ook gevraagd om de ‘onder voorwaarden’ beter uit te werken. De heer JONKERS vindt dat de invulling vrij moet worden gelaten en dat de markt zijn werk moet doen. De heer SCHOUTEN memoreert dat het indikken tot nu toe is geweest het korte stukje Kerkstraat/Burgemeester Penstraat en het korte stukje Laanstraat. Floraplein/Nieuwstraat is tot op heden nooit eerder genoemd. De gemeente moet zeggen dat daar zonder voorwaarden winkels zijn toegestaan en als een pand leegkomt en daar een dienst of horeca in komt is dat ook prima. Daar zitten al winkels sinds mensenheugenis en die moet je niet zenuwachtig maken.
Mevrouw STRUIJK deelt de mening dat de winkels die er nu zitten niet zenuwachtig moeten worden gemaakt maar als er een winkel vrijkomt en er zich een nieuwe winkelier in wil vestigen zou moeten worden gekeken of er verderop in de Laanstraat nog plek is. Een verplichting gaat te ver maar wel stimuleren. De heer BOSMAN zou het ook fijn vinden als er enige verleiding is voor zo’n winkel om naar het kernwinkelgebied te gaan. Zeker geen dwang en wat er nu zit mag er blijven zitten. De heer VAN WIJK vindt dat de ondernemer de vrijheid moet hebben om te kunnen kiezen of die aan de ene kant van de straat of aan de andere kant van de straat wil zitten. 6
De heer SCHOUTEN zegt dat het indikken op zich een mooi streven is maar het nadeel ervan is dat er minder winkelpanden komen waardoor de huurprijzen omhooggaan. De heer BOSMAN is van mening dat uiteindelijk de ondernemers zelf moeten beslissen maar als de gemeente al van tevoren zegt van het is helemaal vrij en we gaan niet verleiden, wat is dan dit zoneringsplan waard? De heer JONKERS merkt op dat de eigenaar van de winkel wanneer die leegkomt bepaalt of er een nieuwe winkel in komt of dat er een woning van wordt gemaakt. Dat is een positieve manier om een verandering te bewerkstelligen. Wat GroenLinks en D66 zeggen komt toch in de buurt van lichte dwang: als u hier gaat zitten krijgt u straks geen vergunning voor uw activiteit en als u daar gaat zitten past het wel. Daarmee wordt juist leegstand bereikt. Mevrouw STRUIJK heeft het onder geen voorwaarden over dwang. Het is een lastig dilemma wat de heer Schouten zei en in de fractie zal worden besproken of zo’n amendement wel of niet wordt gesteund maar onder geen voorwaarden dwang. De heer BRINKMAN vraagt hoe de heer Bosman ziet hoe die winkels toch in het centrum te krijgen zonder te verleiden of te dwingen. De heer BOSMAN wil sowieso niet dwingen maar de gemeente kan wel zeggen van dit is de straat waar we reuring willen hebben en dat de coöperatie heeft gekozen om die weg in te slaan.
Het zijn dus de ondernemers zelf die hiermee komen. De heer BRINKMAN constateert dat de heer Bosman het toch heeft over verleiding om het kernwinkelgebied in te dikken. Hoe wil hij dat doen? De heer BOSMAN zegt dat er andere mensen zijn die er meer verstand van hebben dan hij hoe ondernemers kunnen worden verleid om daar te gaan zitten. De heer JONKERS merkt op dat ondernemers graag veel winst maken en daarom gaan zitten op een plek waar veel mensen komen zodat ze zoveel mogelijk producten kunnen verkopen. De gemeenteraad moet zich hier niet mee bemoeien. Mevrouw STRUIJK kan zich daar volledig bij aansluiten. De Gouden Driehoek heeft dit voorgelegd en daar zitten ondernemers in en die hebben ervoor gepleit dat dit het zoneringsplan moet zijn. De heer BOSMAN sluit zich aan bij de vorige spreker. De heer SCHOUTEN merkt op dat de raad nu voor de eerste keer gaat vaststellen dat er wordt ingedikt naar een stukje Laanstraat en een stukje Brinkstraat. Vervolgens wordt er gezegd van we willen in het rode gebied alleen maar winkels en in het oranje gebied gaan we dingen toestaan maar onder voorwaarden. Dat is een linke en daarom is het beter te zeggen zonder voorwaarden en laat de markt dat maar bepalen. Daarom zal volgende week met een amendement worden gekomen om dat daar zonder voorwaarden neer te leggen.
De heer VAN WIJK is van mening dat de communicatie door de gemeente wordt gevoerd en niet is gedelegeerd aan de coöperatie. De wethouder heeft een mooi voorbeeld gegeven van
7
sportverenigingen maar beslissingen van sportverenigingen liggen niet voor in de raad en dat geldt wel voor onderhavige vereniging. De heer SCHOUTEN merkt op dat een sportvereniging kan komen met een subsidieaanvraag en daar gaat de gemeente dan wel over. De gemeenteraad gaat dan niet het college de opdracht geven om met elk individueel lid van de sportvereniging in gesprek te gaan. Als het gemandateerd is naar een bestuur is het bestuur daarvoor verantwoordelijk en het bestuur van de winkelierscoöperatie heeft dit prima opgepakt. De heer JONKERS zegt dat het bestuur van een sportclub het met de leden onderling wel regelt maar het gaat hier om ondernemers die in de winkelstraat een bedrijf runnen en die worden geraakt door een besluit dat de gemeenteraad neemt. Daar hoort de gemeente rechtstreeks met de ondernemers over te communiceren. Dat behoort tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De ondernemers dienen rechtstreeks van dit soort plannen op de hoogte te worden gesteld. De heer SCHOUTEN stelt dat de coöperatie gewoon een vereniging is. De winkeliers zijn allemaal lid van de coöperatie. De heer JONKERS herhaalt dat de gemeente verplicht is om dit te communiceren naar de ondernemers en het is behoorlijk en netjes dat de gemeente dat doet. Dat enkele ondernemers er bezwaar tegen hebben dat dit niet rechtstreeks is gebeurd is meer dan begrijpelijk.
De heer VAN WIJK betwijfelt of alle winkeliers lid zijn van de coöperatie maar als niet-leden niet volledig zijn geïnformeerd is het een taak van de lokale overheid om iedereen die dat betreft van tevoren te informeren, wel of geen lid. De heer BRINKMAN heeft vernomen dat als er een nieuwe winkel wordt geopend er altijd iemand van de gemeente langskomt om degene welkom te heten en te informeren over de stand van zaken. De heer BOSMAN stelt dat wanneer het hier zou gaan om een stuk waardoor winkeliers met dwang uit hun winkels worden gejaagd de overheid de verplichting heeft om de ondernemers daarover te informeren maar dit is een richtinggevend stuk dat door de mensen zelf in het veld met de gemeente is samengesteld. Het heeft geen juridische consequenties maar is meer een soort stip op de horizon en dan kan het prima via die kanalen worden gecommuniceerd. De heer VAN LOON wijst erop dat ondernemers graag willen weten wat er gaat gebeuren waardoor ze erover mee kunnen denken. Als er ondernemers zijn die niet bekend zijn met dit plan moet er vanuit de gemeente of vanuit de coöperatie met die mensen worden gepraat zodat zij er ook bij betrokken worden zodat uiteindelijk met z’n allen een plan kan worden gemaakt. Mevrouw STRUIJK vond de uitleg van de wethouder erg duidelijk.
Het algemeen bestuursrecht gaat over de officiële communicatie tussen overheid en burgers en hier is nog geen sprake van een vergunning of subsidie of iets dergelijks maar als dit besluit over een week wordt genomen dient daar heel duidelijk over te worden gecommuniceerd met alle ondernemers. Dan wordt verwacht dat dat op een of andere manier vanuit De Gouden Driehoek gebeurt. Conclusie: De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat.
8
4. Rekenkameronderzoek Vervolgonderzoek subsidieverlening in Baarn (558389) Mevrouw MAAS zegt dat zij niet zal deelnemen aan het debat voor wat betreft het vluchtelingenwerk bij de agendapunten 4 en 5 vanwege een subsidierelatie met de gemeente en betrokkenheid bij integratie en inburgering. Mevrouw DEURLOO is ervan overtuigd dat dit onderzoek wellicht zal leiden tot meer duidelijkheid bij subsidieaanvragers als ook voor de gemeente Baarn wat betreft de evaluatie van subsidiegelden. Mevrouw BRUIJSTENS memoreert dat de raad in april een geamendeerd raadsvoorstel rekenkameronderzoek subsidieverlening heeft aangenomen waarin het college wordt gevraagd om in december 2022 een beleidsnotitie aan de raad voor te leggen met een visie op de subsidieverhouding tussen gemeente en instellingen en daarbij ook een verbetervoorstel te doen met betrekking tot het verloop van het subsidieproces. Het college doet nu de mededeling dat zij de aanbevelingen uit beide onderzoeken van de rekenkamer wil samenpakken tot één verbetervoorstel en in juni met een startnotitie terugkomt naar de raad. Dit aanvullende rekenkameronderzoek komt echter niet uit de lucht vallen.
Wat is de overweging van het college geweest om ergens tussen april en december een ander besluit te nemen zonder de raad daarin te kennen? De portefeuillehouder gaf vorige week aan dat begin volgend jaar al aan de wens van kleine organisaties tegemoet zal worden gekomen om het subsidieproces eenvoudiger te maken en dat er ook beter op gestuurd gaat worden. Wat gaan de kleine organisaties daar concreet van merken, wat gaat de gemeente in die gesprekken anders doen dan ze altijd al deed? Is de portefeuillehouder ook van mening dat je niet op een nieuwe subsidieverordening hoeft te wachten om ook bij middelgrote en grote subsidieaanvragers al beter te gaan sturen op wat gevraagd wordt en wat wordt geleverd? Welke mogelijkheden zijn er om in de komende maanden al tot verbeteringen te komen? De heer BOSMAN zegt dat het nu een half jaar later wordt met een visie op de subsidieverhouding tussen gemeente en instellingen waardoor de verbeteringen en vereenvoudigingen die de rekenkamer adviseert pas in 2025 kunnen ingaan. Gelukkig gaat de gemeente voor de kleine instellingen al aan de slag met de aanbevelingen van de rekenkamer. De gemeente gaat de voorwaarden voor die instellingen in februari publiceren.
Kan de wethouder toezeggen dat de kleine instellingen die nu al subsidie krijgen actief worden geïnformeerd over de verbeteringen en vereenvoudigingen in het subsidieproces en de aangepaste subsidievoorwaarden die daaruit voortvloeien. Wethouder PRAKKE zegt dat er inmiddels al gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de rekenkamer en de verschillende accounthouders in de organisatie om te kijken wat nu al op korte termijn kan worden verbeterd. In ieder geval zal in januari de tekst op de website voor het aanvragen voor subsidies worden aangepast en op die pagina worden ook eenvoudiger versies van het modelactiviteitenplan en de modelbegroting getoond die kunnen worden aangeboden. Op het moment dat dit is aangepast op de website zullen de kleinere instellingen daarop worden gewezen en dan kan er ook op worden gewezen dat het een normale procedure is dat rond april/mei de subsidies voor 2024 kunnen worden aangevraagd. Wat betreft de subsidiebehandelaars is toegelicht dat de afspraak is gemaakt dat sneller telefonisch contact zal worden opgenomen met de subsidieaanvrager als het activiteitenplan of de begroting die worden ingediend niet in orde zijn. Dit kan het komende half jaar al worden gedaan vooruitlopend op de startnotitie.
Voor de verantwoording van de kleinere subsidies maar groter dan € 5000 wordt bekeken of het format voor de beantwoording wat kan worden versimpeld, vooruitlopend op de stappen die daarna worden gedaan in de startnotitie. 9
Het eerste rapport ging over de grotere organisaties zoals De Speeldoos, PIT Baarn en bibliotheek. Die bestuurlijke en ambtelijke gesprekken blijft de gemeente voeren en in lijn met het eerste advies van de rekenkamercommissie zal al in het komende voorjaar worden geprobeerd om dat concreet te maken qua indicatoren en prestatieafspraken en die meer vast te leggen. De huidige bezetting laat het niet toe om de grotere stap nu al te zetten naar het aanpassen van de subsidieverordening en om met al die organisaties in gesprek te gaan. In juni bij de perspectiefnota wordt gekomen met de startnotitie. De dingen die nu al gedaan kunnen worden, worden dus opgepakt, ook in overleg met de rekenkamercommissie. Mevrouw BRUIJSTENS herhaalt dat er een geamendeerd raadsvoorstel lag en dan is er opeens iemand op het gemeentehuis die denkt we gaan het anders doen en daar wordt dan in december mee bij de raad gekomen. Wat gaat er dan mis? Wethouder PRAKKE zegt dat inderdaad aan de raad had kunnen worden meegegeven dat gezien het verzoek van de raad de rekenkamer ook met de kleinere subsidies aan de gang is gegaan en dat toen al het college heeft bekeken van wat kunnen we doen in het kader van de capaciteit en toen de afweging heeft gemaakt om te wachten op de uitkomsten zoals die er nu liggen en dat gaan combineren in het komende jaar.
Dit had inderdaad actiever kunnen worden gecommuniceerd toen werd gezien dat december niet zou kunnen worden gehaald. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 5. Rekenkameronderzoek ‘Inburgering en integratie’ (558423) De heer VAN HARDEVELD ziet in de bestuurlijke reactie staan dat het college het maken van een verordening afraadt. Dat is verbazingwekkend omdat de raad een controlerende taak heeft. Waarom wordt dit afgeraden? Er zijn in het land tal van voorbeelden van dit soort verordeningen en dat hoeft dus niet zoveel ambtelijke capaciteit te kosten. Mevrouw SLUIJS merkt op dat dankzij de aanbevelingen van de rekenkamer de raad de ontwikkelingen op het gebied van inburgering en de nieuwe wet goed kan blijven volgen. Omdat de rekenkamer en het college van mening verschilden over een raadsvoorstel met betrekking tot een mogelijke verordening inburgering is de wethouder om meer toelichting gevraagd. Daaruit blijkt dat er in Baarn geen aanleiding is om een dergelijke verordening op te stellen. Het opstellen van zo’n verordening zou meer tijd kosten dan het oplevert en er is een inhoudelijk argument om te werken vanuit het vertrouwen. De fractie is van plan om met een motie of een ander instrument te komen waarin wordt verzocht om een mogelijke verordening pas te onderzoeken als daar in de praktijk aanleiding voor is.
Kunnen de andere fracties zich ook hierin vinden en willen zij eventueel meedenken over een motie of amendement? Wethouder DE VRIES legt uit dat de gemeente zo’n verordening zou gebruiken op het moment dat iemand bijvoorbeeld zijn inburgeringsplicht niet nakomt. Dan kan met zo’n verordening makkelijker de boete die daarop staat worden verrekend met de bijstandsuitkering. Dat soort situaties hebben zich tot nu toe nog nooit voorgedaan en het waarschuwen vooraf als mensen weigerachtig blijven op het vlak van inburgering heeft al voldoende effect en wordt conform de afspraken de inburgering vervolgd. Daarnaast werkt de gemeente liever op basis van vertrouwen. Het klopt dat er inderdaad modelverordeningen hiervoor zijn maar die moeten wel actueel worden gehouden. De raad kan hier grip op houden door de halfjaarlijkse rapportage sociaal domein. Dit past ook bij de gedachte dat wordt gewerkt vanuit een integraal sociaal domein en in deze raadcyclus is een aparte 10
brief over de stand van zaken met betrekking tot het aantal statushouders in Baarn vorige week in de informatieraad langsgekomen. Daarnaast maakt de rekenkamer een opmerking over een evaluatie te zijner tijd. Dat moet niet nu al gedaan worden omdat het aantal statushouders die volgens de nieuwe wet zijn binnengekomen nog te beperkt is. Over 2 jaar zijn er wel voldoende statushouders binnengekomen volgens de nieuwe wetgeving en dan kan een evaluatie worden gedaan. Dan kan ook worden meegenomen de vraag of er gevallen zijn geweest waar de gemeente zo’n verordening echt heeft gemist. De heer VAN HARDEVELD vindt het prachtig dat tot nu toe het niet fout is gegaan maar er zijn tal van situaties in Baarn waar dingen geregeld zijn voor het geval dat. Het is mooi om op basis van vertrouwen met mensen om te gaan en zeker gezien het feit dat het een kleine moeite kost om een modelverordening een beetje aan te passen is het niet verstandig om deze passage te schrappen uit het raadsvoorstel. De heer JONKERS is het eens met de heer Van Hardeveld en zou dit graag als debatpunt hebben. Als iemand een boete krijgt op grond van de Wet inburgering en de gemeente dit wil verrekenen met een bijstandsuitkering is de gemeentelijke verordening inburgering zelfs noodzakelijk want de wet voorziet hier niet in.
De VOORZITTER memoreert dat mevrouw Sluijs de vraag stelde wie mee wilde denken en de heer Jonkers komt met een goede suggestie. De heer JONKERS zegt dat hij graag wil meedenken en dat hij een modelverordening heeft en daarin staan zaken die wel of niet naar keuze kunnen worden ingevuld. Het is verstandig als de gemeente dit doet want dan weet iedereen wat de regels zijn. Mevrouw SLUIJS is van mening dat er toch sprake is van verschillende meningen met de heer Jonkers en dat beide fracties zich dus niet zullen vinden in deze motie maar het zijn wel nuttige gedachten om mee te nemen. De heer SCHOUTEN zegt dat hij graag wil meedenken. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Communicatienota 2022-2026 (543149) De heer JONKERS zegt dat hij niet met de nota zal instemmen. Het is een heel belangrijk onderwerp en daarom moet het serieus worden genomen. Dit lijkt meer op een communicatiepamflet. De heer VAN WIJK bedankt de wethouder voor het antwoord op de technische vraag. De raad en zeker de griffie kunnen met het antwoord prima verder. De lay-out is snel veranderd en nu goed leesbaar. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat het een duidelijk verhaal is met handen en voeten en daarom zal met het voorstel worden ingestemd.
Mevrouw SLUIJS merkt op dat de tekst van de communicatienota onduidelijk is opgebouwd, de samenhang ontbreekt, er is sprake van veel herhaling van hetzelfde, veel zinnen zijn vaag of nietszeggend. De 6 strategische uitgangspunten kan de fractie echter zeker onderschrijven zoals het 11
communiceren vanuit verbinding en het herstellen van vertrouwen door transparant te zijn. Deze communicatienota stelt geen doelen vast terwijl dat toch het doel was van deze nota. Het is essentieel om te definiëren wat de gemeente de komende jaren wil bereiken. Kan de wethouder vertellen wat deze doelen zijn en hoe de raad straks kan vaststellen of die bereikt zijn? De heer VAN DER PADT geeft aan dat de fractie volgende week het voorstel waarschijnlijk zal steunen hoewel het gebaseerd zal worden op een participatievisie die nog moet worden vastgesteld. Elke 5-10 jaar veranderen de communicatiemethodes en daarom dient zo’n nota ook regelmatig te worden aangepast. Er staan veel algemene uitgangspunten in waar de raad weinig mee kan. Ook moeten er concrete doelen worden benoemd. De heer SCHOUTEN vindt dit tot nu toe de beste communicatienota van de gemeente. Communicatie is dynamisch en staat nooit stil want er komen steeds nieuwe communicatiekanalen. Gaat er bijvoorbeeld massaal worden overgestapt van Twitter naar Mastodon? De gemeente moet elke ontwikkeling volgen en heeft daarvoor hippe en jonge ambtenaren nodig. Er zijn nog veel mensen die niet weten hoe een computer werkt en ze kunnen bijvoorbeeld deze raadsvergadering niet volgen omdat er een technisch probleem is bij de lokale televisie.
Daarom is VoorBaarn blij dat er in de nota voor tweerichtingsverkeer wordt gekozen en dat de intentie is om eens vaker de ouderwetse telefoon te pakken. De fractie zal volgende week zeker voor de communicatienota stemmen. Wethouder VELDHUIZEN geeft toe dat de doelen inderdaad niet in de nota staan maar de VNG houdt elke 2 jaar een vergelijkend onderzoek en dat heet Waar staat je gemeente. In 2023 wordt weer een burgerpeiling gehouden door de VNG en daar kan de gemeente zien waar ze staat in de waardering van de diensten die worden aangeboden ten opzichte van landelijk en ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Ook de wijze van communiceren en de waardering daarvan door de inwoners is een onderdeel van het onderzoek. Dan gaat het zeker om het afnemen of het toenemen van het vertrouwen in de overheid. Het is een intern stuk en bedoeld om de medewerkers en het college op een andere manier te laten zien hoe de gemeente wil communiceren met de inwoners. Communicatie is inderdaad tweerichtingsverkeer en om te proberen om hierdoor met elkaar in dialoog te komen. De volgende keer zal nog meer aandacht worden gegeven aan de taal in de communicatienota. Teruggekomen zal worden op de vraag van wat willen we hiermee bereiken richting inwoners, bedrijven, verenigingen enzovoort en hoeveel procentpunten willen we daarin groeien.
Net is de participatie-enquête gehouden en in de volgende ronde wordt die weer gehouden. Het gaat dan niet om harde cijfers maar er kan wel uit worden geconstateerd of de gemeente zich verbeterd of verslechterd heeft of gelijk is gebleven. Dan zijn er toch meetinstrumenten om te kijken of de inwoners de gemeente beter snappen en of de gemeente goed communiceert. Dat kan via vele communicatiekanalen waaronder ook de telefoon maar het gaat erom dat in de gemeentelijke organisatie het besef is dat aan de inwoners duidelijk moet worden gemaakt waarom de gemeente bepaalde dingen doet en waarom de raad bepaalde besluiten neemt. Van mevrouw Sluijs kwam de suggestie om de Quickscan van de lokale democratie te gebruiken. Die is bij spreker niet bekend en wellicht wel bij de afdeling Communicatie maar er wordt teruggekomen op waar wil de gemeente verbeteren en dat die verbeteringen in percentages ten opzichte van de huidige situatie kunnen worden gemeten. Mevrouw SLUIJS vraagt wanneer die informatie richting de raad komt.
12
De heer VAN DER PADT vraagt of in de benchmark op basis van het huidige participatieonderzoek ook kwantitatieve gegevens staan of dat het vooral om kwalitatieve gegevens gaat met opmerkingen van de inwoners. Wethouder VELDHUIZEN zegt dat wat de gemeente in de participatie heeft gedaan niet is te kwantificeren. Het gaat dan om vragen als wat vindt u ervan en kan het beter enzovoort. In Waar staat je gemeente is het absoluut te kwantificeren want daar wordt gezien dat Baarn marginaal boven het gemiddelde van Nederland scoort in vergelijking met gelijke gemeenten. Toch zal de uitdaging worden aangegaan met het college en de medewerkers om nog stappen vooruit te zetten en er beter uit te komen procentueel dan in het huidige onderzoek. Aangegeven zal worden hoe het college het nog denkt te verbeteren met percentages en met de afdeling Communicatie zal worden bekeken wanneer op de vraag van mevrouw Sluijs een antwoord kan worden gegeven. De heer VAN LOON ziet graag dat er rekening wordt gehouden met laaggeletterden en ouderen die niet digitaal vaardig zijn, dat er een duidelijk aanspreekpunt is. Dat zou als een van de doelen kunnen worden geformuleerd. De heer JONKERS vraagt of gezien de toegezegde veranderingen het misschien niet beter is dat de raad volgende week beslist om het voorstel nog even aan te houden zodat het in aangepaste vorm terug kan komen.
Wethouder VELDHUIZEN zegt dat dit aan de raad is maar het is geen goed idee want het gaat om het uiteindelijke doel van de communicatienota. Het college zal er rekenschap van nemen dat die in de toekomst nog kritischer wordt bekeken maar het is goed om de voorgelegde communicatienota nu als vertrekpunt te nemen omdat dan ook de benchmark kan worden gedaan. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekpunt naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 7. Vaststellen belastingverordeningen 2023 (551592) De VOORZITTER geeft aan dat het college normaal in januari met een separaat voorstel komt om de tarieven OZB en RWBR 2023 vast te stellen. Echter, nu de tarieven al bekend zijn heeft het college voor deze verordeningen in één keer voorgesteld om deze definitief vast te stellen. De verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 en de verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023 zijn daarom op maandag 12 december al vervangen in de vergaderstukken. De heer KORKMAZ zegt dat de fractie van het antwoord op de tweede technische vraag een beetje is geschrokken. Het is jammer dat de portefeuillehouder niet aanwezig is want dan had daar een vraag over kunnen worden gesteld. Wellicht zal een amendement worden ingediend met betrekking tot de precario.
De technische vraag ging over de precario afvalcontainers, dat er op dit moment nog niets is geïnd door de gemeente en dat zou dan gaan om handhaving en dat valt onder de andere portefeuillehouder. De heer STOLK dankt voor het memo van het college met de aangepaste tarieven. Houdt het ook in dat de aanslagen een maand eerder de deur uitgaan?
13
Mevrouw BRUIJSTENS vond het antwoord van het college op de technische vragen nogal cryptisch ondanks dat de raad een motie Klare taal heeft aangenomen. Er werd geschreven ‘de zuiverheid van het objectieve criterium. Voor een bredere interpretatie is een bredere omschrijving nodig.’ Staat hier nu dat als ik een betere tekst heb voor de verordening kan ik beter uit de voeten met de verruiming van de vrijstelling? Zijn de andere fracties ook van mening dat als de gemeente zegt hoge waarde te hechten aan participatie, volwaardig meedoen en inclusie dit ook en misschien wel juist in de eigen beleidsregels tot uiting moet komen en dat een vrijstelling voor een bredere groep aandoeningen en dus een bredere groep hulphonden daarbij passend is? De heer VAN HARDEVELD merkt op dat veel inwoners van Baarn moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en de gemeente wacht een niet erg florissant financieel perspectief vanwege het ravijnjaar 2026. Bezoekers aan Baarn leggen een behoorlijk beslag op de openbare ruimte, de handhaving en de uitgaven. Dan gaat het om bezoekers aan Lage Vuursche, aan de bossen, aan Soestdijk en aan Groeneveld. Het is dan ook redelijk dat zij een financieel steentje bijdragen en het college zou voor de perspectiefnota met een voorstel moeten komen over hoe bezoekers zouden kunnen bijdragen aan de gemeentelijke inkomsten.
Denk hierbij aan toeristenbelasting, vermakelijkheidsbelasting, betaald parkeren bij evenementen en toeristische trekpleisters. Hoe denken de collega’s over het verzoek aan het college om met zo’n voorstel te komen? De heer VAN LOON vindt in het kader van wat vorige spreker zei dat toeristenbelasting zeker een debatpunt moet worden. De leges voor het verwijderen van bomen mag fors omhoog. De sancties op het illegaal kappen moeten ook vele malen hoger. In het kader van de rioolbelasting zou ontkoppeling een korting moeten kunnen opleveren. Wethouder PRAKKE meldt dat de aanslagen op 28 januari worden verstuurd en dat is een maand eerder dan in eerdere jaren. De gemeente gaat nu ook Eemnes bedienen en om de druk op de belastingtelefoon wat te verdelen, niet alles tegelijkertijd, is ernaar gestreefd om eind januari de aanslagen voor Baarn en in februari de aanslagen voor Eemnes te versturen. Er zal ook worden gecommuniceerd naar de inwoners van Baarn dat de aanslagen een maand eerder worden verstuurd dan in het verleden is gedaan. Wat betreft de cryptische omschrijving. Geprobeerd is om de omschrijving zo duidelijk mogelijk te maken wat er nu in past maar als het de politieke wens is om het breder te maken zal het college daar uitvoering aan geven. Dit moet dan ook zuiver worden weergegeven zodat daar geen onduidelijkheid over gaat bestaan.
Mevrouw BRUIJSTENS stelt dat als de gemeente waarde hecht aan participatie en zelfstandig mee blijven doen dat ook in de beleidsregels tot uiting moet worden gebracht. De hulphonden komen steeds meer voor en de groep die er gebruik gemaakt wordt steeds groter. Daarom moet dat worden opgenomen in de beleidsregels voor de hondenbelasting. De heer GENUIT zegt dat als er een goede eenduidige definitie is te geven van het begrip hulphond de fractie kan meegaan met het voorstel van de PvdA om die definitie te verruimen. De heer KORKMAZ ziet het voorstel dienaangaande van de PvdA graag tegemoet. Mevrouw BRUIJSTENS legt uit dat er al verschillende gemeenten zijn in Nederland die dit in de verordening hebben opgenomen en dat kan dus worden gekopieerd.
14
De heer VAN HARDEVELD zegt dat het belangrijk is dat er dan een goede definitie komt van het begrip hulphond zodat niet iedere Baarnaar met een hond zich komt melden. De heer JONKERS ziet het amendement met belangstelling tegemoet. Mevrouw BRUIJSTENS geeft aan dat zij een amendementen zal indienen. De heer VAN HARDEVELD gaat het erom hoe bezoekers aan de gemeente een steentje kunnen bijdragen aan de financiële situatie. Naast de toeristenbelasting zijn er wellicht andere creatieve mogelijkheden. De heer KORKMAZ is er in principe zeker voorstander van maar zou het CDA dan ook een verzoek aan het college willen doen voor wat betreft bijvoorbeeld de pannenkoekentax? De heer JONKERS is voorstander van het algeheel afschaffen van toeristenbelasting in Nederland en in heel Europa. In die zin zou met zo’n voorstel niet akkoord worden gegaan. De heer VAN LOON steunt het voorstel van het CDA want als je kijkt naar de hoogte van het tarief van de toeristenbelasting in Amsterdam heeft Baarn nog heel wat in te halen. Veel mensen willen Baarn leren kennen en genieten van Baarn en dan mogen ze ook een steentje bijdragen in de vorm van bijvoorbeeld parkeerbelasting. Mevrouw BRUIJSTENS vindt het niet erg gastvrij om aan mensen die naar Baarn komen om hun geld te besteden in de winkels ook nog te vragen om geld om over de stoep te mogen lopen.
Betaald parkeren op bepaalde plekken zou misschien mogelijk zijn maar het is niet erg gastvrij en het is daarom een erg ingewikkelde discussie. De heer VAN HARDEVELD stelt dat het CDA ook gastvrij wil zijn en geen belasting wil heffen voor mensen die over de stoep lopen maar er worden in Baarn flinke uitgaven gedaan voor het verwerken van de hoeveelheden toeristen. Daarom moet worden gezocht naar een compensatie hiervoor zodat die belasting minder op de eigen inwoners komt te liggen. Daarvoor zijn tal van mogelijkheden. Mevrouw BRUIJSTENS vindt dit een rare redenering want Baarn wil toeristen maar als ze er zijn moeten ze betalen. De heer JONKERS vraagt de heer Van Hardeveld om met concrete ideeën te komen over hoe de toeristen hier meer zouden kunnen betalen. De heer VAN HARDEVELD denkt dan aan toeristenbelasting, vermakelijkheidsbelasting en parkeren bij evenementen. Als in de tussentijd nog meer mogelijkheden worden aangereikt zullen die worden verwerkt in de motie voor volgende week. Mevrouw STRUIJK vindt het de moeite waard om er naar te kijken maar dat laat onverlet dat ook D66 enige bedenkingen heeft bij het heffen van belastingen op toeristen, omdat dat dat niet getuigt van een gastvrije gemeente. De heer KORKMAZ zegt dat wel de voorwaarde moet worden gesteld aan het college dat het ook echt uitvoerbaar is.
15
De heer VAN HARDEVELD heeft voldoende informatie en zal volgende week met een vervolg erop komen. De heer VAN LOON vindt dat de gemeente zuinig moet zijn op de natuur en iedere boom is er een. Er moet zelfs voor iedere gekapte boom een boom terugkomen. Misschien weerhoudt het de mensen om een boom te kappen als daar een behoorlijk bedrag voor moet worden betaald. Als er sprake is van illegale kap zou daar een flinke sanctie of straf voor moeten gelden. De heer JONKERS wijst erop dat op illegaal kappen al een sanctie staat. Er zou kunnen worden gekeken of het kappen van bomen wat kostbaarder kan worden gemaakt maar dan moet wel rekening worden gehouden met bepaalde partijen zoals bijvoorbeeld landgoedeigenaren die bomen moeten kappen. Mevrouw BRUIJSTENS heeft begrepen dat er een bomenbeleidsplan aankomt waarbij er ook sprake is van het verkleinen van de oppervlakte waar een boom op staat. Dat is effectiever dan het in rekening brengen van grote bedragen. De heer KORKMAZ wil wel meedenken met het voorstel van de heer Van Loon maar hoort ook verschillende informatie en misschien moet dat even worden afgewacht. De heer GENUIT vraagt zich ook af of het verhogen van de leges de juiste methode is om mensen ervan te weerhouden om hun bomen te kappen.
Een restrictiever beleid is hiervoor een betere manier en daarom wordt voorlopig gewacht op het bomenbeleidsplan voordat hierin verdere stappen worden genomen. De heer VAN LOON lijkt het een goed idee om te wachten op het bomenbeleidsplan. Aan het eind van de informatieve raad vorige week waren er al ideeën over het ontkoppelen van de rioolheffing en het water zelf op te vangen en te gebruiken. Die mensen zouden dan bijvoorbeeld een korting moeten krijgen op de rekening. De heer GENUIT stelt dat er een heffing zou kunnen worden gelegd op het storten van regenwater in het riool maar de fractie wil graag meedenken met de heer Van Loon om bijvoorbeeld bij de perspectiefnota met een voorstel te komen. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat er een subsidie bestaat voor het afkoppelen en dat is een positieve benadering waaraan moet worden vastgehouden. De heer JONKERS is het daarmee eens. Als de gemeente een heffing zou leggen op het lozen van het water is de vraag hoe dat moet worden gedaan. Zou er een meter tussen moeten worden geplaatst? De heer GENUIT legt uit dat een behoorlijk aantal gemeenten die heffing hebben en in principe gaat het dan om een vast bedrag per jaar. De gemeente gaat niet meten hoeveel water er wordt geloosd. Bij de rioolheffing is er ook geen sprake van een meter die kijkt hoeveel water er in het riool terechtkomt.
Mevrouw BRUIJSTENS stelt dat er nogal wat kosten op de inwoners afkomen voor de verduurzaming en dan is het niet redelijk om daar nog een heffing bovenop te doen. De positieve benadering is subsidie.
16
De heer JONKERS merkt op dat wanneer er sprake is van een heffing een boa moet gaan controleren en mensen die melden dat ze gaan afkoppelen kunnen daarvoor een beloning krijgen. De heer KORKMAZ is van mening dat het moet worden gehouden bij de subsidie. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 8. Septembercirculaire 2022 (523839) De heer STOLK begrijpt de memo van het college op de gestelde technische vraag niet. In de begroting staat dat de gemeente in de komende jaren voor € 544.000 in de min gaat en het is budget neutraal? Wethouder PRAKKE zegt dat het een zeer technisch antwoord was maar het effect is inderdaad negatief en het is dus niet budgettair neutraal. Het ministerie heeft een misrekening gemaakt. Dat wordt in de decembercirculaire rechtgezet en de gemeente is gerechtigd om dat effect nu al te berekenen. De gemeente heeft te veel gehad en daarom die min. Uiteindelijk krijgt de gemeente het bedrag en daar wordt hier al op voorgesorteerd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Controleprotocol 2022 (541758) De heer STOLK verzoekt het college om nog een keer goed te kijken naar de aanpassing van het normenkader want er staan een paar foutjes in. Wethouder PRAKKE heeft in de wandelgangen begrepen dat er nog 2 fouten in staan.
Dat zal worden uitgezocht zodat de jaartallen er goed in komen te staan. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 10. Raadsinformatiebrief Resultaten onderzoeken Definitief Ontwerp De Kroon en stand van zaken aanbestedingsprocedure (559122) De heer VAN HARDEVELD merkt op dat de te verwachten kosten voor De Kroon minimaal 14,1 miljoen zullen bedragen, uitgaande van het feit dat de gemeente alleen al vanuit zijn voorbeeldfunctie niet anders dan voor een energieneutraal gebouw kan gaan. Als in februari dit onderwerp op de agenda staat dienen door het college verschillende scenario’s aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. De meest voorliggende scenario’s zijn een investering van 12,7 miljoen, een investering van 14,1 miljoen voor een energieneutraal gebouw of een beperkte opknapbeurt van de huidige Speeldoos maar 14,1 miljoen is een onverantwoord hoog bedrag voor een voorziening die door velen als suboptimaal wordt beschouwd. Voor de beperkte opknapbeurt voelt de fractie niks. Daarom wordt een vierde scenario voorgesteld met daarin de volgende elementen: ontkoppel het theater en de bibliotheek en laat de bibliotheek in het centrum. Knap het theater zodanig op dat het nog een periode van 10 jaar mee kan en pas hierbij verduurzamingsmaatregelen toe. Stel een budget vast waaraan de raad zich committeert.
Reserveer een bedrag voor herhuisvesting van de bibliotheek
17
of voor herhuisvesting van organisaties die naar het bibliotheekgebouw hadden zullen verhuizen. Hanteer bij dit alles als gulden regel uitgaven aanpassen aan het budget en niet omgekeerd. De fractie wil met de collega’s bespreken welke scenario’s schetsmatig in februari moeten worden voorgelegd. Hiertoe zal het college in de besluitvormende raad via een motie worden verzocht om met verschillende scenario’s te komen. In hoeverre steunen andere fracties het verzoek om in februari verschillende scenario’s voor de toekomst van De Speeldoos en de bibliotheek voorgelegd te krijgen en welke elementen zouden in die scenario’s opgenomen moeten worden? De heer SCHOUTEN zegt dat de vernieuwbouw zoals voorspeld ruim over het budget heen gaat. Bovendien is de aanbesteding nog niet rond welk scenario ook wordt gekozen. Door het uitvoeren van deze onderzoeken is in een vroeg stadium bevestigd van wat eigenlijk al bekend was en waardoor het college vroegtijdig uitvoering kan geven aan een raadsbesluit om indien er een overschrijding van het krediet te verwachten valt men teruggaat naar de raad. Het college heeft ervoor gekozen om in februari met scenario’s te komen naar de raad. VoorBaarn gaat vanavond geen suggestie doen voor een mogelijk scenario. De Arcade was immers een concreet en uitgewerkt voorstel. Wel wil de fractie meedenken over een impuls voor het noodzakelijke onderhoud.
Het noodzakelijke onderhoud moeten gewoon gebeuren en had gebeurd moeten worden. Daarmee was het voorstel van het bestuur van De Speeldoos niet raar. De heer VAN DER PADT noemt de reactie van de inspreker van vorige week, de heer Burgman van het bestuur van De Speeldoos, een noodoproep. Als de raad niet snel een besluit gaat nemen verdwijnt het theater vanzelf want artiesten, vrijwilligers, bestuur en publiek haken af door de staat van het gebouw en het gebrek aan toekomstperspectief. Nog geen 3 maanden geleden blokkeerde VoorBaarn, gevolgd door de coalitiegenoten, een noodbudget waardoor de staat van het gebouw per dag achteruitgaat. Dan is het verrassend dat die fractie zonet wel aangeeft dat ze een onderhoudsbudget wil. Echter, de onzekerheid leidt ertoe volgens de heer Burgman of de artiesten nog wel de Speeldoos in willen plannen. Iedereen weet dat de bouw- en energiekosten flink gestegen zijn en de vraag en het debatpunt van het CDA is dan ook terecht. Als het voorstel van het CDA echter wordt gevolgd blijft alles zoals het was want dan wordt een beetje doorgemodderd de komende 5-10 jaar. De heer Burgman wil dat er snel duidelijkheid komt, die was er wel 6 maanden geleden. Hopelijk komt er een snel en finaal besluit in februari 2023.
De heer BOSMAN zegt dat uit het onderzoek blijkt dat er een volledig, realistisch en definitief ontwerp voor De Kroon ligt en als dat een op een wordt uitgevoerd is dat 11,9 miljoen en dat is 2,1 miljoen meer dan waarvoor de raad 2 jaar geleden groen licht heeft gegeven en dan moet je terug naar de raad. Daarnaast kost een gasloos gebouw in totaal 12,7 en een energieneutraal gebouw 14,1 miljoen. Dat zijn 3 varianten waar de raad in februari een keuze uit moet maken. De Kroon is een gebouw dat weer tientallen jaren mee moet en daarom is het vanzelfsprekend dat de Kroon toekomstbestendig wordt gemaakt. De fractie kijkt dus vol verwachting uit naar een vergelijking van de investeringen en de bijbehorende maandlasten die de 3 varianten met zich meebrengen. Er ligt ook nog een motie om het dak van de Kroon vol te leggen met zonnepanelen maar dan is het gebouw puur faciliterend en die kosten drukken niet op de maandlasten. De vertegenwoordigers van De Speeldoos en de bibliotheek hebben vorige week heel duidelijk gemaakt dat ze samen willen blijven optrekken. Met het voorstel van de heer Van Hardeveld regeert de gemeente over de meningen van de instellingen zelf heen en dat is een lastige. Mevrouw BRUIJSTENS begrijpt uit de raadsinformatiebrief dat het raadsbesluit wordt uitgevoerd en dat hiervoor teruggegaan wordt naar de raad in februari.