221109 Verslag Debat in de Raad 9 november 2022
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 9 november 2022 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
de heer H.J. van Hardeveld
Griffier:
de heer D.E. Bulthuis
Aanwezig:
de heer V.A. Brinkman (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer G. den Hertog (CDA), de heer M. van den Heuvel (D66), de heer J.M. Jonkers (De heer Jonkers), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VoorBaarn), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer M.R. Mascini (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer R.M.N. Schouten (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), jonkheer M.A. Röell (burgemeester), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Met het niet te stellen van technische vragen wordt in meerderheid ingestemd. Over ongeveer 1,5 uur wordt een pauze ingelast. Met de voorliggende agenda wordt ingestemd. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 12 oktober 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Principeverzoek Oude Utrechtseweg 4A - Paaskerk (503223) De heer SCHOUTEN zegt dat op deze locatie naast de Paaskerk ook de soos was gevestigd en er is hier dus sprake van enig sentiment maar de fractie verwacht in te kunnen stemmen met het voorstel. Mevrouw OORTMAN GERLINGS begrijpt dat de bouw van deze woningen voor omwonenden gevolgen kunnen hebben. De situering van huisnummer 3 is wat vreemd op het perceel in tegenstelling tot de andere 2 nieuw te bouwen woningen maar uit het antwoord van het college op vragen van de PvdA wordt opgemaakt dat zorgvuldig is gekeken en overlegd is met omwonenden. De VVD staat positief tegenover dit principeverzoek.
1
Mevrouw SLUIJS merkt op dat vanochtend bij de bijeenkomst van de Seniorenraad nog eens duidelijk werd hoeveel behoefte er is aan levensloopbestendige woningen zoals die hier komen. Wel worden de zorgen van omwonenden over verstening erkend. Daarom zou de fractie het toejuichen als het groen dat verloren gaat door de eigenaar wordt gecompenseerd door een deel van het parkeerterrein te vergroenen. De heer BRINKMAN vindt het jammer dat de bewoners het gevoel hebben gekregen dat ze onvoldoende gehoord zijn maar uit de reactie van de wethouder wordt begrepen dat er meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden. Het scenario dat nu voorligt lijkt toch de beste optie voor deze plek. De heer DEN HERTOG stemt in met de in het raadsvoorstel geschetste ontwikkeling. Mevrouw STRUIJK is blij met elke ontwikkeling op dit gebied omdat er sprake is van een wooncrisis. Net als bij de locatie Drakenburgerweg die in april in de raad kwam voelen de bewoners zich ook nu niet gehoord in gesprekken met de ontwikkelaar en ook met de gemeente. Het was alsof de uitkomst al vaststond. In april heeft de fractie de toenmalige wethouder gevraagd wat het college kan doen om dit gevoel te voorkomen. Hij had het toen over een toolkit voor initiatiefnemers en het beter uitleggen als gemeente wat zo’n principeverzoek nou precies inhoudt en duidelijkheid te scheppen over de rol van de inwoners hierin.
Dit is dus blijkbaar nog onvoldoende gelukt. Wat kan de gemeente tot de komst van de Omgevingswet anders doen om ervoor te zorgen dat er meer begrip is bij omwonenden? De fractie zal waarschijnlijk instemmen met het voorstel omdat ze blij is met deze ontwikkeling. De heer VAN LOON vindt het positief dat er gebouwd wordt en wel voor senioren die een grotere woning achterlaten. Liever 3 dan 2 woningen bouwen. Ondanks dat het een klein project is moeten er geen casinowoningen komen. Graag hier een zelfbewoningsplicht en een antispeculatiebeding van bijvoorbeeld 10 jaar. Het groen dient zoveel mogelijk te worden behouden maar er moet een alternatief plan voor 3 woningen ontwikkeld worden naar ieders tevredenheid want er waren nogal wat op- en aanmerkingen. Met het voorstel zal worden ingestemd. De heer BRUINS kan ook instemmen met het voorliggende plan. De heer JONKERS constateert wederom dat de inspraak onvoldoende is. Dat is zorgelijk en het college moet duidelijkheid verschaffen. Wethouder VELDHUIZEN is van mening dat gezien deze ontwikkeling er heel veel inspraak voor de omwonenden is geweest maar waar de ene begrip voor heeft, heeft de andere onbegrip. Er zijn 150 mensen uitgenodigd om hun visie te geven. Er zijn 22-25 mensen op bijeenkomsten geweest. Uiteindelijk hebben 2 mensen bezwaar gehad.
Daar zijn 4 individuele gesprekken mee geweest waarna aanpassingen zijn gedaan door de ontwikkelaar. Dan houdt het begrip op een gegeven moment op. Het kan nooit iedereen naar de zin worden gemaakt. Er zijn inderdaad een aantal dossiers waar het beter had gekund maar in onderhavig geval heeft de participatie gedraaid zoals die moet draaien, ook onder de Omgevingswet. Mevrouw STRUIJK stelt dat deze omwonenden een ander beeld hadden van het participatieproces dan daadwerkelijk is gebeurd in hun ogen. Het gaat erom dat van tevoren helder is welke ruimte er is voor omwonenden om mee te praten en om het besluit nog te beïnvloeden. De indruk bestaat dat deze 2 omwonenden dachten meer invloed te hebben dan dat ze werkelijk hadden. Hoe kan de gemeente nou voorkomen dat dat keer op keer optreedt? 2
Wethouder VELDHUIZEN heeft de ervaring dat nooit iedereen tevreden kan worden gesteld. De gemeente geeft de randvoorwaarden van de bebouwingsmogelijkheden en aan mensen die wat anders willen wordt de ruimte gegeven maar niet alles kan op die locatie en dan houdt het op een gegeven moment op. Bij de projecten die nu lopen ligt heel duidelijk de regie bij de gemeente, inwoners en omwonenden worden gehoord, belangen worden afgewogen en er wordt gekeken wat maximaal haalbaar is voor alle betrokken partijen. De heer JONKERS stelt dat de inspraakprocedure helder moet zijn en dat betekent qua verwachtingen dat mensen weten waar ze aan toe zijn en welke inspraak mogelijk is maar dat schijnt keer op keer niet duidelijk te zijn. De gemeente kan het niet iedereen naar de zin maken maar kan er wel voor zorgen dat het proces helder is zodat vertragende juridische procedures kunnen worden voorkomen. Wethouder VELDHUIZEN weet niet welke concrete voorbeelden de heer Jonkers heeft die nu zouden spelen waar dat in de gegeven situatie aan de hand is. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Aanvullende warmtekaders gemeente Baarn (499649) Mevrouw KOENDERS zegt dat dit op korte termijn de inwoners meer perspectief biedt over de mogelijke warmte-oplossingen voor de diverse wijken in Baarn.
Er worden echter een aantal onderwerpen niet genoemd die je wel zou verwachten in deze aanvulling zoals de regierol van de gemeente in het stimuleren en ondersteunen van inwoners bij initiatief-ontwikkeling. Dit geldt niet alleen voor Eemland Noord maar ook voor andere wijken waar naar collectieve warmte-oplossingen wordt gezocht en zeker ook voor wijken die in de routekaart daarbuiten vallen. Ook daar kunnen inwoners door de handen ineen te slaan voortgang boeken. In de wijken waar de energiefixers aan de slag gaan zouden ook snel vervolgstappen kunnen worden gemaakt. De gemeente zou de inwoners moeten steunen met inzicht in de maatschappelijke kosten en hoe die door de verschillende partijen gedragen moeten worden. Zijn de andere raadsleden ook van oordeel dat dit raadsvoorstel, met name op het participatie-onderdeel en de kosten, nog enige aanvulling behoeft? Mevrouw OORTMAN GERLINGS merkt op dat het goed is dat de raad kaders vaststelt over de participatie, de uitvoering en de volgorde van de wijken. Echter, het financiële kader ontbreekt, namelijk wat gaat het de inwoners kosten. Het succes hangt af van zoveel mogelijk deelnemers en mensen doen pas mee als ze weten wat dit persoonlijk in hun portemonnee gaat kosten.
Op welk moment in het traject wordt dat duidelijk voor de Baarnaar? Het is duidelijk dat er een collectief traject en een individueel traject is voor de wijken waar de huizen wat verder uit elkaar staan. Neem bijvoorbeeld 2.8. Elke wijk krijgt een participatietraject op maat maar geldt dat ook voor de wijken waar geen collectief warmtenet gepland staat? Wat gaat de gemeente doen voor die wijken, ook op financieel gebied? Verder maakt de VVD zich zorgen over het eerlijk verdelen van de kosten. Is het eerlijk als Baarnaars al zelf geïnvesteerd hebben in een eigen dure warmtepomp terwijl de buren wat van de gemeente krijgen? Er gebeurt op dit moment heel veel in de wereld van de warmtetransitie, nieuwe uitvindingen en inzichten volgen elkaar in sneltreinvaart op. Beperken we ons niet te veel door ons zo vast te leggen? De fractie beraadt zich nog of ze over 2 weken zal instemmen met dit voorstel. De heer GENUIT zegt dat hiermee hopelijk wordt voorkomen dat van tevoren valse verwachtingen worden gewekt. Aan de raad biedt dit een duidelijk toetsingskader voor de beoordeling van alle 3
voorstellen die gaan komen in het kader van de warmtetransitie. Evaluatie zou hier wel degelijk van toepassing moeten zijn gezien alle onzekerheden op het gebied van warmtetransitie, de veranderende wereld, toekomstige landelijke wetgeving en het lokale participatieproces waarmee de gemeente tot op heden nog geen enkele ervaring heeft opgedaan. Daarom dient een beslispunt aan het voorstel te worden toegevoegd, namelijk om binnen een periode van 2 jaar deze kaders te evalueren en te bekijken of bijstelling van de kaders nodig is. Mevrouw BRUIJSTENS is van mening dat de aanvullende kaders meer recht doen aan de vragen en de zorgen die onder de inwoners leven. Een aantal van de kaders is helaas nog steeds wat vaag want wanneer is een eerlijke verdeling eerlijk genoeg? Zo min mogelijk gedoe en overlast voor woningeigenaren. Wat is ‘zo min mogelijk’? Hebben de inwoners nu echt een beeld hoe ze de transitie moeten gaan bekostigen? Scherper moet worden gesteld het kader dat inwoners bij een nieuwe warmte-oplossing niet meer gaan betalen dan wat ze zouden betalen voor aardgas. Uitgaande van de huidige gasprijzen is dat een beetje een sigaar uit eigen doos en dat helpt hen niet om ze te motiveren om in de transitie mee te gaan. Hier is een benchmark nodig dat de inwoners een wenkend perspectief geeft en vanzelfsprekend wel realistisch is.
Zien de andere raadsleden dit ook zo en wat is hun mening over wat deze benchmark zou moeten zijn en zijn er nog meer kaders nodig? De heer VAN WIJK begrijpt dat de eerste initiatieven al in 2022 zouden moeten starten. Als men weet dat men in zijn buurt tussen 2030 en 2035 aan de beurt is kan men nu nog een nieuwe ketel met warmtepomp aanschaffen. Zal het echt lukken om nog in 2022 initiatieven te zien voor de aanleg van een warmtenet? Voorlichting en participatie is zeer gewenst want anders gaan de inwoners individuele zaken aanschaffen en is er straks een situatie van no regret. Als mensen zelf al zijn overgestapt op een warmtepomp is er geen gelegenheid en interesse meer voor een collectief warmtenet. Gaat de gemeente het warmtenet aan een commerciële partij uitbesteden met het risico van een monopolist op het net en dat mensen die aangesloten zijn geen keuzevrijheid meer hebben? De heer VAN DEN HEUVEL geeft aan dat de warmtetransitie steeds duidelijker vormen krijgt en dat is ook nodig want inwoners hebben behoefte aan duidelijkheid. Wat moet ik doen als mijn CV-ketel het begeeft? De vraag is of de routekaarten daar wel voldoende duidelijkheid in bieden.
Kan de wethouder meer duidelijkheid geven aan de inwoners? Is de vormgeving van het plan voor Eemland Noord niet wat te versnellen? Is het niet beter om in plaats van nu te besluiten over deze warmtekaders het college op te roepen om tot een concrete en uitgewerkte aanpak per wijk te komen waarin deze kaders verder uitgewerkt zijn? Hoe denken de collega-raadsleden hierover? De heer VAN LOON ziet graag een verduidelijking van de plannen voor de inwoners van Baarn want die staan hier nog wantrouwend tegenover. Vooral het financiële aspect maakt de inwoners nerveus. Waterstof wordt steeds belangrijker om mee te nemen in de plannen. In de Gooi- en Eemlander van afgelopen maandag stond een artikel over een proefproject met waterstof. Waterstof wint steeds meer terrein en de gemeente moet daar zijn voordeel mee doen. De heer BRUINS constateert dat aan de raad wordt gevraagd om in te stemmen met een routekaart en met uitgangspunten ten aanzien van de participatie. Uit vragen blijkt dat de gemeenteraad ook instemt met de gekozen techniek maar dat staat er niet. Bij de planning probeert het college aan te sluiten bij het IBOR maar de proeftuin Eemland Noord staat voor het IBOR pas in 2050 op de agenda en het Rode Dorp staat bij de participatie op 2035 maar die staat al voor de komende jaren in de planning voor het IBOR. De planning loopt dus niet helemaal synchroon.
Niet duidelijk is of wordt gekozen voor aquathermie of geothermie. Als de gemeente voor aquathermie kiest, wordt het dan TO of TA oftewel oppervlaktewater of afvalwater? Aquathermie kent risico’s, zeker als één bron wordt gebruikt. Dus welke bronnen worden gebruikt om de risico’s 4
uit te smeren? Bovendien heeft de gemeente eigenlijk niets te vertellen over de Eem want die hoort bij het waterschap en dat staat ook niet in de stukken. Voor aquathermie is een centrale nodig om de warmte uit het water te halen, op te slaan in de grond en in koude dagen weer terug te geven. Waar gaat die centrale gebouwd worden? Als het dit college al niet lukt om in 2 jaar tijd een paar flexwoningen te bouwen, hoe lang gaat de gemeente dan met een elektrische centrale aan de slag? Wat kost de aanleg en het onderhoud van deze warmtenetten? Wat betreft participatie, waarover wil het college met de mensen in gesprek en wanneer gaat hen verteld worden dat het een gemiddeld huishouden zo’n 15.000-€ 20.000 kost om mee te doen? Bovendien kost de ruimte die zo’n installatie inneemt al gauw een slaapkamer. Hoe laat de gemeente de mensen een afweging maken tussen een nieuwe CV, ongeveer € 1200, of een hybride warmtepomp, zo’n € 500, terwijl ze aan de andere kant misschien € 15.000 moeten investeren? Dat is een eenvoudige keus. Mensen meenemen lukt alleen wanneer de gemeente een sterk verhaal heeft en het verhaal dat er nu ligt roept alleen maar meer vragen op. Dit proces kan alleen maar slagen met een ijzersterk inhoudelijk en technisch verhaal met antwoorden op de grootste onzekerheden.
De wethouder moet komen met een totaal verhaal met daarin de techniek, de uitvoering en de toepassing daarvan, de kosten voor de aanleg, onderhoud voor de gemeente, de kosten en opbrengsten voor de inwoners, een degelijk financieel model en een planning/fasering van de uitrol met daarin ook de rol voor de andere betrokkenen zoals het waterschap. Als dat een realistisch verhaal wordt kan het gesprek worden aangegaan met de inwoners. Draagvlak moet niet altijd een randvoorwaarde zijn maar het moet wel het eindresultaat zijn. Het college moet ruimte scheppen voor buurtinitiatieven. Start met een modulair systeem zodat mensen later vrijwillig op het grotere netwerk kunnen aansluiten. De heer JONKERS is van mening dat dit stuk te veel vraagtekens heeft. Het is onvoldoende concreet en met name de kosten zijn heel onduidelijk. Er moeten geen dingen collectief worden geregeld als het niet hoeft. De vraag is of het überhaupt gaat werken. De mensen moeten het maar zelf regelen. Dan kunnen ze ook mee met de tijd want de ontwikkelingen gaan heel snel. Waterstof werd al genoemd. In de beslispunten worden een aantal stellingen geponeerd zonder dat die echt worden onderbouwd. Gelet op de antwoorden op de gestelde vragen is het nog steeds niet duidelijk.
Baarn laat hiermee een soort politieke kitsch zien van we doen wel degelijk wat maar wat doen we nou eigenlijk en gaat het wel werken? Daar is geen vertrouwen in en daarom zal tegen het voorstel worden gestemd. Wethouder DE VRIES hoort de vraag van meer duidelijkheid geven aan de inwoners maar aan de andere kant wil je ook ruimte scheppen voor een goed participatieproces waar inspraak mogelijk is en nieuwe geluiden de kans krijgen. Dat verhoudt zich heel moeilijk tot elkaar. De coalitie heeft de ambitie om per buurt aan te geven wat daar de warmtebron voor de toekomst is en natuurlijk moet de gemeente ook zo goed mogelijk naar de mensen luisteren. Geprobeerd wordt om daar een middenweg in te vinden maar spreker staat open voor suggesties om dit naar een grotere hoogte te tillen. Mevrouw Koenders stelde verstandige dingen. Mevrouw OORTMAN GERLINGS legt uit dat het een succes wordt als zoveel mogelijk mensen meedoen maar mensen doen pas mee als ze weten wat het gaat kosten. Op welk moment in het traject weten mensen wat het gaat kosten? Wethouder DE VRIES zegt dat na dit raadsvoorstel per wijk een uitvoeringsplan wordt gemaakt en daarbij wordt gekeken naar de planning van de wijken. De eerste wijk die hiervoor in aanmerking komt is Eemland Noord. Dan wordt dieper ingegaan op welke participatieproces past het beste bij deze wijk.
Het is bijvoorbeeld niet logisch om in elke wijk Buurtkracht in te zetten. Bij het wijkuitvoeringsplan horen ook de financiële kaders. Dat is afhankelijk van hoeveel mensen deel gaan 5
nemen aan het plan. Dit gaat niet worden opgelegd en dat kan ook niet. Het college wil de mensen verleiden om deel te nemen en hoe meer mensen deelnemen, hoe beter de betaalbaarheid ervan. Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat dit een kip-eiverhaal is want je weet pas hoeveel het kost als je weet hoeveel mensen meedoen. Wethouder DE VRIES geeft aan dat een stap moet worden gezet om op de vele vragen die er zijn een antwoord te krijgen. Op dit moment is nog onvoldoende bekend welke stappen het vraagt om van het gas af te gaan. De kaders snoeren in waarbinnen de oplossing gezocht kan worden. Als de raad suggesties heeft om de kaders van de financiële haalbaarheid nog duidelijker te maken, dan heel graag een amendement hiervoor. Een evaluatie na 2 jaar is verstandig omdat de ontwikkelingen heel snel gaan. Het moet immers actueel blijven en daarom is het verstandig om over 2 jaar te kijken hoe het in de eerste wijken verlopen is, wat daaruit is geleerd om mee te nemen naar nieuwe wijken en welke ontwikkelingen er op landelijk en provinciaal niveau zijn. In De Bilt wordt bijvoorbeeld een landelijke proeftuin gehouden voor aardgasvrije wijken en dat zal lessen opleveren waarmee Baarn zijn voordeel kan doen. De minister van Economische Zaken heeft gezegd dat je warmtenetten eigenlijk niet meer moet overlaten aan commerciële partijen.
De provincie is zich aan het oriënteren of ze misschien een provinciaal warmtebedrijf moet gaan oprichten. Op dit moment voelt het logisch om het in publieke handen te houden, ook om tegemoet te komen aan de betaalbaarheid die voor de inwoners op niveau moet worden gehouden. Dat de winsten dus niet terechtkomen bij de commerciële partijen maar bij de inwoners. In het kader van de Warmtewet is er landelijk een discussie of gemeenten een instrument moeten krijgen om eventueel te handhaven maar dat is nog verre toekomstmuziek. Als er zo’n wet zou komen moet het college eerst terug naar de raad met de vraag of en hoe dat zou kunnen worden ingezet in de gemeente maar op dit moment is er nog individuele keuzevrijheid voor de inwoners. Wat betreft de vraag over het versnellen van de transitie in de wijk Eemland Noord. In de begroting staat ook de ambitie om een burgerberaad over de energietransitie in bredere zin te organiseren. Dat zijn 2 grote projecten en dat vergt ambtelijke capaciteit. Dus voor de zomer moet het zeker lukken maar als het college mogelijkheden ziet om het proces te versnellen zal dat worden gedaan want de intentie is om zo snel mogelijk te beginnen maar wel op basis van een goed wijkuitvoeringsplan. Het artikel in de krant waar de heer Van Loon op wees betreffende waterstof zal spreker tot zich nemen.
Als nu geen stap vooruit wordt gezet komen er ook geen antwoorden op de vragen die door de raad zijn gesteld. Er is onder andere participatie nodig maar ook het toetsen van de techniek. Het college veronderstelt dat aquathermie uit de Eem een oplossing zou kunnen zijn voor de noordoostkant van de gemeente en er zijn stappen nodig om daar meer duidelijkheid over te geven. Het is logisch om een waarborg in te bouwen dat het college daarover terugkomt maar om nu niks te doen is echt onverstandig want de gemeente heeft de opdracht om te werken aan een aardgasvrije samenleving. De heer BRUINS wijst erop dat het waterschap bepaalt of de gemeente al dan niet warmte mag onttrekken aan de Eem. Het kan zijn dat als Amersfoort, Soest, Eemnes het gaan doen de Eem te koud gaat worden. De gemeente gaat hier al over filosoferen maar moet eerst overleg plegen met het waterschap. Als het dan toepasbaar is kan de participatie worden ingegaan want nu gaat de gemeente iets verkopen wat ze misschien niet waar kan maken. Wethouder DE VRIES vindt dat de gemeenteraad een richting moet geven op basis waarvan een gesprek kan worden aangegaan met het waterschap, de provincie en buurgemeenten. Hoe verder je
6
technisch bekijkt of het mogelijk is, hoe minder ruimte daarmee wordt gecreëerd voor een gesprek of initiatieven met een ander karakter uit de samenleving. De heer BRUINS stelt dat de wethouder geen kaders van de raad nodig heeft om te bellen met collega’s van het waterschap of van Amersfoort om te overleggen van misschien kunnen we er wel samen in optrekken. Misschien zou bijvoorbeeld wel één centrale kunnen worden gebouwd in Soest die Soest, Amersfoort en Baarn voorziet. Dat is wel degelijk relevante informatie want dat scheelt in het kostenplaatje. Er staan op internet voldoende kengetallen die kunnen worden gebruikt wanneer wordt uitgegaan van 70% deelname zoals gesteld wordt. Maak een doorberekening, ook wanneer 80 of 85% meedoet, want nu is het in de lucht praten. Wethouder DE VRIES zegt dat een deel van de vragen die de heer Bruins stelt aan de orde worden gesteld bij het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Dan ga je immers concreter in gesprek met de wijk of de voorgestelde techniek ook mogelijk is. Mevrouw OORTMAN GERLINGS merkt op dat het heel belangrijk is dat de financiële kaders voor de inwoners van de wijk die aan de orde komen ook gelden voor de wijk die daarna komt. Wethouder DE VRIES geeft aan dat hoe meer mensen deelnemen hoe interessanter de businesscase voor de wijk wordt.
Als in Eemland Noord het warmtenet een aanvang kan nemen is bekend dat het ook in andere plekken in de gemeente mogelijk is en dan kun je meer richting geven aan hoe de businesscase is en waar de mensen qua kosten rekening mee kunnen houden. In ieder geval kan het verduurzamen van het huis door isoleren bij niemand kwaad. Dat moet je altijd doen maar als het gaat om deze nieuwe warmtebron zit daar nog heel veel uitzoekwerk aan. Het is belangrijk om de andere wijken duidelijkheid te geven en daarom het kaartje, dat is het uitgangspunt. Als er vanuit de samenleving een goed initiatief komt dat afwijkt van het uitgangspunt dat in het kaartje is vastgelegd en op veel draagvlak kan rekenen, dient dat verder te worden onderzocht. Voor Lage Vuursche staat bijvoorbeeld nu benoemd dat de individuele warmte-oplossing de meest voor de hand liggende warmtebron van de toekomst is, namelijk de warmtepomp. Gisteren had het college een gesprek met de Contactcommissie Lage Vuursche en daar werd bijvoorbeeld gezegd dat het misschien wel interessant is om met elkaar in het dorp te onderzoeken of een gezamenlijke warmtebron kan worden aangeslagen onder de grond. Als er een goed idee ontstaat wil het college daar ook serieus naar kijken te zijner tijd. Mevrouw OORTMAN GERLINGS bedoelde juist de wijken die niet collectief meegaan zoals Amaliapark en Prins Hendrikpark.
Bij de wijken die niet meegaan in het collectief staat op het kaartje 2050 of later. Die mensen moeten het dus maar zelf uitzoeken en dat is eigenlijk niet te verkopen aan de inwoners. Wethouder DE VRIES zegt dat als er in een wijk individuele oplossingen op het kaartje staan het college met zo’n wijk aan de slag gaat, zeker voor de mensen die niet zelf die stap hebben genomen, om ze daarover te informeren en door middel van collectieve inkoopacties de inwoners daarbij te helpen zodat ze niet eerst zelf zwaar de techniek in moeten duiken. Mevrouw KOENDERS vindt dat de gemeente de regierol moet nemen bij het ondersteunen en stimuleren van de inwoners, niet alleen in de wijken waar naar een collectieve oplossing wordt gezocht maar juist ook waar individuele oplossingen moeten worden gezocht. Is het herkenbaar dat dat nu nog niet duidelijk in het raadsvoorstel staat en dat daar misschien nog een nadere uitwerking op moet worden gedaan?
7
Mevrouw OORTMAN GERLINGS kan zich daar zeker in vinden. In wat de wethouder tot nu toe heeft toegelicht zit meer dan wat in het raadsvoorstel staat. Mevrouw KOENDERS heeft dat ook als heel prettig ervaren. De heer GENUIT stelt dat de regierol van de gemeente in de uitwerkingsplannen uitgewerkt moet worden. De raad moet er heel gespitst op zijn dat dit goed in de wijkuitwerkingsplannen terechtkomt. De heer BRUINS zegt dat dit op zich een goed idee is maar de gemeente heeft tot nu toe geen flauw idee met wat ze aan het doen is. Het is niet helder, wat kost het, één of twee bronnen, oppervlaktewater of afvalwater? De gemeente kan pas regie houden als ze een goed verhaal heeft want dan kan ze de mensen adviseren. Dit is nu nog een brug te ver. De heer VAN DEN HEUVEL vindt de regierol van de gemeente heel wenselijk. Als je naar de routekaart kijkt zie je dat sommige wijken pas heel laat aan de beurt zijn als het gaat om collectieve oplossingen. De gemeente moet dus duidelijk zijn naar bepaalde wijken dat het voorlopig beter is om individuele oplossingen te kiezen. Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat het dan zo kan zijn in zo’n wijk dat iemand op het warmtenet komt en dat is financieel goed geregeld en zijn buurman heeft net een enorme investering gedaan.
Hoe ziet de heer Van den Heuvel dit? De heer VAN DEN HEUVEL wijst erop dat in de routekaart de periodes langer zijn dan maar een paar jaar voordat bekend is welke investeringen in zo’n wijk gedaan gaan worden en daar moet de gemeente heel duidelijk over zijn. De heer JONKERS hoort nu van veel raadsleden dat de gemeente hier een regierol moet vervullen terwijl in de vorige vergadering is gezegd dat de gemeente onvoldoende capaciteit heeft. In de vorige raadsperiode is er al over gesproken wat betreft de energietransitie dat de gemeente een tekort had aan handjes. Waar komt die capaciteit ineens vandaan? Heeft de wethouder wellicht een hoge hoed? Mevrouw KOENDERS vindt dat in de wijken waar de energiefixers aan de slag gaan ook snel vervolgstappen moeten worden gemaakt. Daar waar naar alle waarschijnlijkheid niet tot collectieve oplossingen wordt overgegaan zou de gemeente inwonersinitiatieven snel moeten kunnen honoreren. Hoe staan de raad er tegenover dat niet alles volgtijdelijk op elkaar moet wachten om tot uitvoering over te gaan? De heer BRUINS is ook van mening dat niet te strak naar het routekaartje moet worden gekeken. Er zijn technieken die modulair mogelijk maken waardoor je in eerste instantie met kleine buurtinitiatieven aan de slag kan. Dat kan je later uitbreiden en aanhaken op een groter netwerk.
Dat soort initiatieven moet de gemeente in de plannen meenemen en niet zeggen van wacht nog maar even de komende 50 jaar. De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich daarbij aan. De heer GENUIT merkt op dat de energiefixers vooral actief zullen zijn op het gebied van maatregelen voor het isoleren van woningen en niet op het terrein van het overschakelen op andere warmtebronnen. Als woningen beter geïsoleerd zijn komen ze wel eerder in aanmerking om over te
8
schakelen op een warmtepomp. Als een hele rij woningen is aangepakt en het energieverbruik omlaag is gebracht zou zo’n rij woningen collectief kunnen overstappen op een andere warmtebron. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat er in de wijken waar de energiefixers aan de gang gaan veel sociale woningbouw is. De woningbouwverenigingen zijn dan nodig om te helpen om de warmte-oplossing tot stand te brengen. Mevrouw KOENDERS is van mening dat de raad zich daar nog over moet buigen. Zou de gemeente niet behulpzaam moeten zijn in het ondersteunen van inwoners bij hun investerings- c.q. kostenafweging? De gemeente moet komen met inzichtelijke berekeningen over de maatschappelijke kosten en hoe die door de verschillende partijen moeten worden gedragen. De heer VAN LOON stelt dat mensen er best open voor staan maar omdat ze nu geen enkel inzicht hebben in de financiële consequenties maakt dat iedereen nerveus. De gemeente moet helpen om dat weg te gaan halen. De heer VAN WIJK zegt dat de gemeente een belangrijke partner is voor de advisering in deze maar er zijn ook in de gemeente Energie Baarn, POB Duurzaam en dat soort adviesorganen die kennis en ervaring hebben om te assisteren en te adviseren bij het energiecollectief. Dat moet zeker worden gebruikt. Mevrouw KOENDERS stelt dat er heel veel slagkracht en rekenkracht is in de eigen omgeving en die moet zeker niet onbenut worden gelaten.
De heer BRUINS zegt dat het eerlijke verhaal moet worden verteld en dan gaat het niet alleen om wat kost het onze inwoners maar ook om wat kost de aanleg van een energienetwerk. De centrale, het leidingwerk in de vloer, hoe zit het met de aanbesteding en hoe lang duurt het want heel Nederland wil dat hebben? Misschien lukt het wel niet in 2030 en dat soort antwoorden ontbreken. De heer GENUIT vindt dat aspecten die in een wijkuitvoeringsplan aan de orde zouden moeten komen. Het ondersteunen van inwoners bij het maken van de afwegingen zou ook geadresseerd moeten worden in een wijkuitvoeringsplan, dat er duidelijk staat wie dat doet, bijvoorbeeld Energie Baarn want niet alles hoeft de gemeente zelf te doen. De heer BRUINS is van mening dat een deel van die kosten vóór de wijkuitvoeringsplannen bekend moeten zijn. Het moet bekend zijn hoeveel een warmtenet kost in de gemeente. Er kan wel worden gezegd voor bijvoorbeeld Eemland Noord dat het 1 miljoen kost om het aan te leggen. Nu heeft de gemeente geld maar straks na 2026 als de gemeente geen geld meer heeft en de Schildersbuurt is aan de beurt, wat doen we dan? Er moet dus een totaalplaatje liggen. De heer GENUIT zegt dat het totaalplaatje er nu nog niet is omdat nog niet bekend is welke oplossing er gaat komen en wat de schaal wordt van die oplossing.
De heer VAN WIJK merkt op dat de gemeente de basiskosten kan uitrekenen en dat kan worden gedeeld door het percentage deelnemers. De heer BRUINS zegt dat het bekend is wat het kost om een aquathermie-centrale te bouwen, wat het per meter kost om een leiding in de grond te leggen. Dat bedrag zou kunnen worden gedeeld door 70% als streefgetal en dan ligt er een plaatje.
9
Mevrouw KOENDERS meldt dat de fractie het initiatief zal nemen voor het opstellen van een amendement op het raadsvoorstel. De andere fracties zullen hiervoor worden benaderd. Mevrouw OORTMAN GERLINGS vraagt zich af dat wanneer de gemeente dit doet en dus op het treintje zit terwijl de technische ontwikkelingen heel snel doorgaan. Intussen zijn gemeenten andere zaken aan het ontwikkelen en mist Baarn die ontwikkelingen. Het is dus onzeker of de gemeente de voorgestelde route wel moet volgen. De heer VAN WIJK zegt dat je kunt blijven wachten maar dan gaat het voorbij. Dit is een compromis tussen nu iets doen waarmee je door kan gaan maar de gemeente moet blijven openstaan voor nieuwe technieken zoals waterstof. Laat de gasleidingen liggen en ga er straks ander gas doorheen doen. Voor dat soort alternatieven moet de gemeente open blijven staan. Mevrouw BRUIJSTENS vindt het ook geen goede zaak om te blijven wachten want dan gebeurt er nooit iets. Het is goed om het om de 2 jaar te evalueren om nieuwe technieken mee te kunnen nemen. Alle raadsleden zullen die onzekerheid voelen maar je moet een eerste stap zetten. De heer GENUIT stelt dat de gemeente een eerste stap moet zetten maar wel de oren en ogen open moet houden en kijken naar ontwikkelingen om zich niet vast te leggen op zaken die op de lange termijn niet optimaal zouden kunnen zijn.
De heer JONKERS is van mening dat het college iets wil gaan doen waarbij het zeer waarschijnlijk is dat deze ontwikkeling door de techniek wordt ingehaald. Dan is heel veel ambtelijke capaciteit gebruikt en zijn heel veel kosten gemaakt en uiteindelijk moet je dan constateren dat het plan niet meer haalbaar is. Dan zijn er weer enkele miljoenen overheidsgeld aan besteed. De heer VAN WIJK zegt dat de gemeente kan blijven wachten op de ideale techniek die fantastisch is. Dan is het 2050 en heeft de gemeente een heleboel dingen laten liggen die nu kunnen worden opgepakt. Mevrouw BRUIJSTENS vraagt aan de heer Jonkers wat de gemeente dan wel moet doen. De heer JONKERS stelt dat de gemeente dit niet moet doen en het bij de mensen zelf moet laten. Die kunnen zelf bepalen wat verstandig is en hoe ze met hun portemonnee om moeten gaan. Dat werkt tot nu toe prima in Baarn. De heer BRUINS verwacht dat de raad gaat instemmen met beslispunt 1 en de routekaart gaat vaststellen. De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de te verwachten warmteoplossing per wijk. Er wordt dus al ingestemd met aquathermie en geothermie. Als de raad flexibel wil blijven moet dit raadsvoorstel worden aangehouden of aangepast. Mevrouw BRUIJSTENS wijst erop dat er staat de te verwachten warmte-oplossing en niet de definitieve warmte-oplossing.
De heer BRUINS zegt dat er inderdaad staat te verwachten maar als je kijkt naar het stuk wat daaronder ligt. Daar wordt gesproken over aquathermie en geothermie en een persoonlijke oplossing en niet over de rest. De heer VAN WIJK ziet dan het amendement van de heer Bruins tegemoet.
10
Mevrouw KOENDERS vindt dat er sprake moet zijn van een open houding van de gemeente en een evaluatie. Dat zijn belangrijke waarborgen die moeten worden meegenomen. De heer GENUIT is bereid om de wens om na 2 jaar te evalueren om te zetten in een amendement als daar voldoende bijval voor is. De heer VAN WIJK wil daar graag in meedenken maar er is al een soortgelijke toezegging van de wethouder. Wethouder DE VRIES zegt dit graag toe. Het is een verstandige suggestie maar als dat wordt gedaan in de vorm van een amendement is dat ook prima. De heer VAN DEN HEUVEL lijkt het een heel goed idee gezien de complexiteit en de lange tijd dat dit traject gaat duren. Mevrouw BRUIJSTENS wijst erop dat in het raadsvoorstel onder het kopje Juridische risico’s al een evaluatie staat. Wordt het een aanvullend amendement? De heer GENUIT vindt het te vaag zoals het is geformuleerd in het raadsvoorstel. Dit moet wat duidelijker worden geformuleerd. Een termijn van 2 jaar is redelijk en het gaat niet alleen om de juridische risico’s maar ook om de ontwikkelingen in de komende 2 jaar mee te kunnen nemen en de fractie wil dat graag vormgeven in een amendement. Mevrouw OORTMAN GERLINGS is van mening dat dit zo’n belangrijk project is dat het beter kan worden gedaan één keer per jaar in de vorm van een raadsinformatiebrief.
Mevrouw BRUIJSTENS merkt op dat de inwoners in het vooruitzicht wordt gesteld dat ze met een nieuwe warmte-oplossing niet meer gaan betalen dan wat ze zouden betalen voor aardgas. Dit is wel een hele ruime en daarom is het beter om een soort benchmark in te stellen, over welke gasprijs hebben we nu bijvoorbeeld. De heer GENUIT lijkt het redelijk voor de vergelijking om een aardgasprijs te nemen voordat de problemen begonnen waarom de gasprijs zo is gaan fluctueren. Bijvoorbeeld een prijs van 2 jaar geleden voor de vergelijking. De heer VAN WIJK zegt dat ook zou worden gekeken naar het energieverbruik van een woning en hoeveel is het vergelijkbare energiegebruik van een alternatief. De heer BRUINS is van mening dat het doen van een benchmark nu geen enkele zin heeft want in de Warmtewet staat dat een warmtenet niet meer mag kosten dan het gasverbruik. Dat zal dus eerst moeten worden aangepast. Als je de kosten voor de inwoners wilt berekenen moet je ook weten hoeveel de gemeente er aan uit gaat geven. Het leidingenwerk, het onderhoud, de centrale. Daar hangt een prijskaartje aan en dat moet verrekend worden in de prijs die bij de klant wordt neergelegd. De heer GENUIT zegt dat uiteindelijk de harde euro’s als rekening wordt gepresenteerd aan inwoners en dat zal de inwoners het meeste interesseren.
11
De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of het niet beter is om in plaats van te besluiten over deze warmtekaders het college op te roepen om tot een concrete en uitgewerkte aanpak per wijk te komen waarin deze kaders verder zijn uitgewerkt en de achtergrond daarbij is geschetst. De heer GENUIT is van mening dat de raad eerst de voorgestelde kaders moet vaststellen. Dan gaat het college aan de slag met de uitvoeringsplannen per wijk. De aanvullende kaders in het raadsvoorstel zijn nodig om op een zinvolle wijze met de wijkuitvoeringsplannen aan de slag te gaan. De heer BRUINS stelt dat eerst een goed plan op hoofdlijnen voor de gemeente moet worden bedacht met alle voorwaarden die kunnen worden bedacht. Daarna kan naar de wijken worden gekeken want dan is er een verhaal dat klopt. Mevrouw KOENDERS stelt dat de wethouder een opdracht moet krijgen van de raad om een aantal zaken op de rit te zetten om daarmee aan de slag te gaan en het is aan de raad om tot een concretisering of aanscherping te komen op sommige onderdelen voor dit raadsvoorstel c.q. wat de raad graag zou willen zien voor de wijkuitvoeringsplannen. De heer BRUINS vraagt of dit raadsvoorstel niet moet worden teruggestuurd naar de tekentafel en de raad kan het met een uitvoeringskader teruggegeven aan het college.
Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat er vanavond veel meningen zijn gehoord die in de fractie zullen worden besproken en daarna zal terug wordt gekomen op de vraag van de heer Bruins. De heer GENUIT zou het geen goede zaak vinden om het college weer terug te sturen naar de tekentafel. Het vorige voorstel dat er lag om met een wijk aan de gang te gaan is door het college zelf teruggenomen omdat het college van mening was dat de kaders niet voldoende vast lagen. Wanneer het college nu weer wordt teruggestuurd wordt het risico gelopen dat de raad de volgende keer een voorstel krijgt dat bijvoorbeeld weer niet concreet genoeg wordt gevonden. De gemeente loopt al vertraging op. Er moet nu zo snel mogelijk aan de gang worden gegaan met de wijkuitvoeringsplannen. Wanneer die er liggen kan de raad bekijken of het de goede kant opgaat. De heer JONKERS stelt haastige spoed is zelden goed en zeker in dit geval. Gelet op de discussie en de vele vragen die bij alle raadsleden leven is het heel verstandig voor het college om terug te gaan naar de tekentafel en om met een goed verhaal te komen. De heer VAN WIJK zoekt meer naar een oplossing in de voortgang en bijstellen. Daarom de vraag aan de wethouder hoe kan worden doorgegaan met een bijgesteld plan? De VOORZITTER benadrukt meerdere malen te hebben gezegd kom met voorstellen, kom met amendementen.
Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat de raad hier zit om input te geven en kaders aan te scherpen. Er kunnen moties en amendementen worden ingediend. Dus niet terug naar de tekentafel. De heer VAN DEN HEUVEL kan zich daarbij aansluiten. Mevrouw KOENDERS geeft aan dat veel is gehoord vanavond en dat in de fractie nog eens goed zal worden overlegd over het in te nemen standpunt in deze. Conclusie: 12
De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 5. 4e wijziging APV (regulier) (487350) De heer SCHOUTEN zal gezien de beantwoording van een technische vraag over wijnhandels die geen slijterijvergunning hebben of nodig hebben een amendement indienen om dit mee te nemen in de mogelijkheid van het houden van een proeverij. Hoe staat de raad hier tegenover? De heer MASCINI geeft aan dat in de beantwoording van de laatste technische vraag door het college wordt gesproken over het verschil tussen een bedelaar overdag en een bedelaar midden in de nacht. Dat laatste is hoogst onwaarschijnlijk in Baarn. Toch zal worden ingestemd met het raadsvoorstel. De heer VAN LOON gaat akkoord met de wijzigingen maar bij 5.10 Parkeerverbod is niet helemaal duidelijk wat het inhoudt. Betekent dit omdat het vervalt je nu op de stoep en overal mag parkeren? De heer VAN WIJK merkt op m.b.t. artikel 2.51 het neerzetten van fietsen en bromfietsen dat er steeds meer commerciële partijen komen met deelscooters, deelsteppen in gemeenten. In veel gemeenten is dit on hold gezet omdat het niet rendabel is.
Is dit een moment om geen deelscooters et cetera in Baarn toe te staan of om het juist te laten gebeuren? Wat vindt de raad hiervan? Is goed begrepen dat een bedelaar mag bedelen als die maar geen overlast geeft? Wil de raad een vuurwerkverbod? Dan kan dat nu in de APV worden opgenomen en welke mogelijkheden ziet de portefeuillehouder daartoe? Artikel 4.9 Verbod op het doen van een natuurlijke behoefte. Hoe is het met de uitvoering van de motie Hoge nood? De VOORZITTER zegt dat de laatste vraag nu niet aan de orde is. De heer RÖELL zegt dat een vuurwerkverbod heel ingewikkeld is om te handhaven. Er zijn een aantal gemeenten die een vuurwerkverbod hebben ingesteld maar er zijn onvoldoende handhavers in Baarn om het te handhaven. Het zou beter zijn om een vuurwerkverbod landelijk op te leggen maar dan is het nog ingewikkeld. Dan is er in ieder geval een basis en kan het zoveel mogelijk aan de voorkant worden dicht gezet. Dit jaar komt er weer een vrijwillig vuurwerkverbod. Mensen kunnen daar straks ook weer posters voor krijgen. Wat betreft artikel 5.10. Er verandert in de praktijk eigenlijk niets. Het was een loos artikel en daarom gaat die eruit. De heer BRUINS sluit zich aan bij de woorden van de portefeuillehouder wat betreft een vuurwerkverbod.
De gemeente moet zich houden aan het landelijk beleid en een goed communicatieprogramma voor het vrijwillig vuurwerkverbod is noodzakelijk. Mevrouw STRUIJK kan zich ook goed vinden in het antwoord van de portefeuillehouder. Op zich is D66 wel voor een vuurwerkverbod. Is het een idee om als gemeente op een centrale plek een groot vuurwerk te organiseren zodat er misschien in de wijken wat minder behoefte is aan vuurwerk? De heer JONKERS vindt het antwoord van de portefeuillehouder juist maar wellicht is het een idee om bepaalde gebieden aan te wijzen waar vuurwerk mag worden afgestoken en dus andere gebieden niet. Wellicht is het een mooi groeimodel.
13
De heer GENUIT zegt dat GroenLinks al jaren pleit voor een vuurwerkverbod. Natuurlijk zijn er problemen wat betreft handhaafbaarheid maar het kan een goed signaal zijn. De mogelijkheid van het centraal organiseren van vuurwerk is een interessante gedachte waar verder over zou kunnen worden gesproken. De heer SCHOUTEN is voor een landelijk beleid in deze. Het is geen goed plan om een verbod te leggen op vuurwerk. Zelfs het handhaven van illegaal vuurwerk is zeer moeilijk. Er wordt een wijziging voorgesteld door het college om een proeverij toe te staan voor slijterijen. Daar is de technische vraag over gesteld van wat is de definitie van een slijterij. Het antwoord is dat die een vergunning nodig heeft en dat heeft met het alcoholpercentage te maken. In Baarn zijn er 2 wijnhandels. Die zijn bij uitstek geschikt om er een proeverij te organiseren maar dit staat er niet in genoemd. Daaruit zou dan kunnen worden geconcludeerd dat het daar wel mag maar dat is te dun. Daarom het voorstel om wijnhandels of iets in die geest toe te voegen. Hoe kijkt de raad daar tegenaan? Mevrouw STRUIJK vindt dit een uitstekend voorstel. De heer VAN WIJK voelt ook voor een dergelijk amendement. De heer GENUIT vraagt hoe de gemeente dan moet omgaan met supermarkten die ook wijn verkopen. De heer SCHOUTEN zegt dat het niet moet worden toegestaan voor supermarkten want dat is een andere tak van sport.
Die hebben al heel veel voordelen daarin. De heer VAN LOON is het eens met het voorstel om dit ook voor wijnhandels toe te staan. De heer VAN WIJK constateert dat een supermarkt wijn verkoopt en het is dus een wijnhandel. Dit is een moeilijk scheidingspunt. De heer SCHOUTEN zegt dat het een supermarkt is. De VOORZITTER constateert dat er behoefte is aan een duidelijke definitie. De heer JONKERS stelt dat als de wens is om het toe te voegen in de APV dan ook een definitie moet worden geven van wijnhandel. Een supermarkt is een supermarkt en een wijnhandel een wijnhandel. Als een supermarkt ook wijn verkoopt blijft het een supermarkt. De heer BRINKMAN vindt het op zich een nobel idee maar wat ga je dan doen met traiteurs, bakkers, slagerijen. Mogen die dan ook proeverijen gaan doen? De heer MASCINI stemt ook graag in met het voorstel van VoorBaarn. De heer JONKERS vraagt wat de heer Van Wijk betreffende deelscooters in de APV zou willen opnemen. Vooral de deelsteps beginnen een probleem te worden want er rijden veel steps rond die niet op de openbare weg mogen, alleen wanneer ze zijn voorzien van een nummerplaatje. Bovendien is men niet verzekerd als er wat gebeurt met voetgangers et cetera. De heer VAN WIJK gaat het om een deelscooters, steppen enzovoort die wettelijk zijn toegelaten op de openbare weg of we die in het dorp willen hebben met het risico van zwerfscooters, 14
zwerfsteppen et cetera. Op dit moment is het commercieel niet haalbaar maar straks misschien wel en het is nu het moment om in de APV te zetten van we willen het wel of we willen het niet. De heer GENUIT is voor het stimuleren van fietsen in het dorp en daar vallen ook deelfietsen onder. Deelscooters en deelsteppen is een ander verhaal maar als er een systeem is dat niet zorgt voor zwerfdeelfietsen in het systeem. In andere steden en dorpen in Europa is het vaak zo dat men de fietsen terug moet zetten in rekken en dat functioneert over het algemeen prima. Het zou in de APV best wel zo kunnen worden geformuleerd dat dat soort systemen toegelaten worden maar niet systemen waar je de deelfiets of deelscooter willekeurig ergens mag achterlaten. Mevrouw STRUIJK zegt dat Baarn heel klein is en de mensen daarom het beste de fiets kunnen nemen. Het zou pas in de APV kunnen worden opgenomen wanneer het concreet is want nu is het nog luchtfietserij. De heer JONKERS verwijst voor of deelsteps enzovoort wel of niet zijn toegelaten naar de Wegenverkeerswet. Als de gemeente het niet wil moet dit in de APV worden opgenomen en als het er niet staat mag het wel. De heer SCHOUTEN ziet de overlast die het oplevert in diverse buurgemeenten zoals Soest maar het ligt niet voor en moet je dan al van tevoren borgen of wachten totdat het voorligt? Misschien kan de wethouder hier iets over zeggen.
De heer BRINKMAN kan zich helemaal aansluiten bij de woorden van GroenLinks. De heer RÖELL vindt de ontwikkeling van deelvervoer op zich heel goed maar je ziet ook de overlast die het met zich meebrengt. Er zijn nu al gesprekken met partijen. De gemeente kan het enigszins reguleren maar er zijn nog geen harde kaders. Dat zou in de APV kunnen worden benoemd. Dan verbied je het niet maar je verwijst naar beleidsregels waardoor de gemeente meer mogelijkheden heeft om het gesprek aan te gaan. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Verlenging gemeentelijk water- en rioleringsplan (468367) De heer BRUINS vraagt of in het kader van duurzaamheid ook de thermische energie afvalwater en de thermische energie drinkwater hierin zijn opgenomen. Wethouder EIJBAARD verzoekt de heer Bruins om de vraag schriftelijk te stellen zodat daar een goed antwoord op kan worden gegeven. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Benoeming burgerlid commissie Ruimtelijke Kwaliteit (493643) Mevrouw SLUIJS wil het met de raad hebben over de vereisten die aan een burgerlid worden gesteld. De wethouder heeft laten weten dat die zijn bepaald door de ambtelijke organisatie na advies van P&O en MooiSticht. Echter, aantoonbare bouwkundige opleiding en ervaring zouden niet zo belangrijk moeten zijn.
De nadruk moet meer liggen op de maatschappelijke rol van het burgerlid. 15
Denk aan eisen als goed op de hoogte zijn over wat er lokaal speelt en heeft gespeeld. Wil de raad de huidige eisen nog eens onder de loep nemen voor de volgende werving? Mevrouw KOENDERS vond het prettig om van de wethouder te horen dat er zo zorgvuldig is omgesprongen met de selectiecriteria en de procedure. De fractie is heel dankbaar dat de heer Van der Meij bereid is om deze plek in te nemen gezien de vereiste criteria. De heer VAN WIJK wenst de heer Van der Meij, als het raadsvoorstel wordt geaccordeerd, veel wijsheid toe in zijn nieuwe functie. De heer VAN DER PADT is blij dat de heer Van der Meij zich kandidaat heeft gesteld en is ook blij dat de ambtelijke organisatie dit soort eisen opstelt. De heer JONKERS vindt het nodig dat een burgerlid bouwkundige kennis heeft als die wil toetsen. Als je daar geen verstand van hebt sta je in zo’n commissie buitenspel. De criteria zijn prima geregeld. Mevrouw SLUIJS is het niet duidelijk wat precies het verschil is tussen wat een burgerlid doet in de commissie en de andere beroepsmatig meer deskundige leden. Natuurlijk moet een burgerlid de stukken kunnen begrijpen maar dat hoeft niet per se vanuit een opleiding te zijn en daarmee maak je het voor meer mensen mogelijk om op deze functie te solliciteren. Mevrouw KOENDERS zegt dat het misschien handig zou zijn om te stellen bouwkundige opleiding en/of ervaring.
Uit de voordracht van de heer Van der Meij kan worden geconcludeerd dat het ambtelijk apparaat, ook gezien de gesprekken die zijn gevoerd met de commissie, veel rekening heeft gehouden met de vereiste criteria. Bij de kandidaat die voorligt is dat in ruime mate aanwezig. De heer JONKERS kan er mee leven als er staat aantoonbare relevante werkervaring maar de vraag is hoe je dat dan gaat toetsen. Als iemand een diploma heeft is dat aantoonbaar maar het is prima zo. Mevrouw BRUIJSTENS stelt dat diploma’s ook niet altijd alles zeggen. Ze kan zich vinden in het betoog van mevrouw Koenders maar het is goed om er nog eens naar te kijken. De heer BRUINS vraagt of in de besluitvormende raad over het te benoemen lid moet worden gestemd omdat het over personen gaat. De VOORZITTER begrijpt van de griffier dat dit in een raadsvoorstel kan en er dus niet schriftelijk over de te benoemen persoon hoeft te worden gestemd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Rekenkameronderzoek Transformatie Tolweg 2, 4, 6 (272987) De heer SCHOUTEN zegt dat het rekenkameronderzoek misschien op een bijzondere wijze tot stand is gekomen maar wel via de uitvraag van dezelfde rekenkamer.
Dat de onderzoeksvraag door belanghebbenden is neergelegd kan hen niet worden verweten want waarom zou je bij een algemene uitvraag die is gedaan door de rekenkamer iets of iemand hiervan uitsluiten? Daarnaast heeft VoorBaarn alle vertrouwen in de integriteit, neutraliteit en onafhankelijkheid van de rekenkamercommissie. Ten tijde van het traject zijn fouten gemaakt en nalatigheden geconstateerd. Daar moet de gemeente van leren. 16
De heer VAN WIJK kan instemmen met het voorstel. De fractie wil hier in het presidium meer op terugkomen. De heer SCHOUTEN merkt op dat het presidium niet openbaar is en als het CDA er iets over te melden heeft dient die fractie dat in het openbaar te doen. De heer VAN WIJK geeft aan dat in de fractie is besproken dat de procedure zoals die is gevoerd discutabel is. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Tweede Tussenrapportage 2022 (496188) De heer STOLK merkt op dat in de raadsvergadering van 29 september 2010 een raadsvoorstel unaniem werd aangenomen om 20 bestemmingsreserves waar geen duidelijk bestedingsplan aan ten grondslag lag op te heffen en toe te voegen aan de algemene reserve. Daarmee werd het doel bereikt om transparante kaders neer te leggen hoe om te gaan met reserves en voorzieningen die helderheid geven aan de raad en voor de ambtelijke organisatie duidelijk zijn om mee te werken waardoor het financieel beheer verbetert. Dit consistente beleid heeft goed gewerkt en meer transparantie gegeven aan de raad omdat er geen potjes meer waren waaruit gegraaid kon worden. Echter, dit college wil bij beslispunt 2 weer terugvallen op het oude systeem. In 2020 en 2021 was er een overschot van in totaal € 292.571 dat werd overgeheveld naar het volgende jaar voor de implementatie van de Omgevingswet.
Om nu in te stemmen met het vormen van een bestemmingsreserve zonder dat daar een duidelijk bestedingsplan aan ten grondslag ligt is niet acceptabel. Dan kan de raad haar controlerende taak niet naar behoren uitvoeren. Als er geen duidelijkheid is over een transparant bestedingsplan moeten de overschotten terugvloeien naar de algemene reserve eind 2022. Hoe denken de andere fracties erover om alleen bestemmingsreserves in te stellen als daar een duidelijk en transparant bestedingsplan aan ten grondslag ligt? De heer KORKMAZ constateert dat de grootste post van het nadelige effect de personeelslasten zijn van 1 miljoen maar dat wordt overal teruggezien in gemeenteland. Ook VoorBaarn stoeit met beslispunt 2. Wellicht heeft de wethouder daar een antwoord op. De heer BRUINS heeft ook moeite met beslispunt 2 het inrichten van een bestemmingsreserve. Is de raad bereid om dit raadsvoorstel te amenderen om de bestemmingsreserve eruit te halen of dat een motie wordt ingediend waarin een plafond wordt gelegd van 2,5-3 ton zodat het college een stukje handgeld heeft en daaronder een bestedingsplan? De heer DEN HERTOG kan zich vinden in de beslispunten. Het CDA was tevreden met het antwoord van de wethouder dat de inhuur van extra personeel is gereserveerd in de begroting voor 2023. Daardoor kan er geen verkeerd beeld ontstaan als er sprake is van overschrijding van kosten.
Mevrouw STRUIJK is blij met de toezegging van de wethouder dat vanaf de rapportages van volgend jaar meer aandacht wordt besteed aan inhoudelijke afwijkingen. Op dit moment was het daarom lastiger leesbaar. Met deze toezegging kan worden ingestemd met het raadsvoorstel. Wethouder PRAKKE is ook van mening dat er zo min mogelijk bestemmingsreserves moeten zijn. Het geld dat het college wil stoppen in deze bestemmingsreserve voor de Omgevingswet heeft de 17
raad ooit bij de begrotingen toegekend aan de implementatie van de Omgevingswet. Het is bekend dat de invoering van de Omgevingswet steeds opschuift. Het college kan dan elk jaar bij de raad teruggekomen met we willen graag dat geld overhevelen. Er is echter ook een regel met elkaar dat het geld maar één keer mag worden overgeheveld. Dan kan een bestemmingsreserve worden ingesteld waardoor het geld dat de raad ooit beschikbaar heeft gesteld voor de Omgevingswet voor dat doel wordt gehouden. Het is dus niet zomaar een potje waaruit allerlei dingen worden gedaan. Mocht de raad dit eruit halen, dan komt het college begin 2023 met een voorstel aan de raad wat betreft de budgetoverhevelingen met het verzoek om dat geld te blijven gebruiken voor de implementatie van de Omgevingswet. De heer BRUINS vindt het zuiverder om het bedrag nu over te hevelen naar de algemene reserve en dat het college op het moment dat de Omgevingswet wordt ingevoerd naar de raad komt met een implementatieplan inclusief financiële onderbouwing en dan wordt het geld weer uit de algemene reserve gehaald. Wethouder PRAKKE zegt dat als volgend jaar een applicatie moet worden aangeschaft of een programmamanager moet worden betaald dat geld er dan niet is. Het geld is nu beschikbaar omdat het altijd is gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet.
Als de raad het niet wil overhevelen zal dan met een voorstel worden gekomen om het uit de algemene reserve te halen. De heer KORKMAZ begrijpt dat als het college actie wil ondernemen er dan te weinig slagkracht is. De fractie zal meedenken met het voorstel van de heer Bruins om een prijsplafond in te stellen zodat het college alvast een budget heeft en als daar bovenuit wordt gekomen het college terugkomt naar de raad. De heer JONKERS merkt op dat de raad hierover een motie heeft aangenomen en die geldt nog steeds. Als hiervan wordt afgeweken en er nog meer voorstellen in die zin komen wordt afgeweken van het besluit dat het eerst in de raad moet worden gebracht zodat de raad iets kan zeggen over die gelden en dat is geen goede zaak. De heer GENUIT vindt dat hier sprake is van een bijzondere situatie omdat de gemeente gedwongen wordt om dit geld beschikbaar te houden voor een bepaalde bestemming. Die bestemming is er door het Rijk aan gegeven. Er kan aan dit geld ook geen andere bestemming worden gegeven dan aan de uitvoering van de Omgevingswet wanneer die is ingevoerd. Het college stelt voor om daar op een efficiënte manier mee om te gaan.
Het is een goed idee om een budgetplafond in te stellen zodat niet meteen het volledige bedrag kan worden uitgegeven maar dat de raad het implementatieplan voor de invoering van de Omgevingswet toch nog een keertje langs wil laten komen op het moment dat dit geld echt besteed gaat worden maar de fractie moet hier nog even over nadenken en komt er in de besluitvormende raad op terug. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Dan nog een toevoeging op het agendapunt Benoeming burgerlid commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De griffier heeft het nog even nagekeken. Over 2 weken zal het burgerlid door middel van stembriefjes worden benoemd en dat betekent dat het dus een bespreekstuk is. 10. Begrotingswijziging 2022-1 GGD regio Utrecht (504566) De VOORZITTER memoreert dat vorige week tijdens de informatieraad is gezegd dat de ontwikkeling van het dossier wordt gestopt. Dat ligt nu bij dit agendapunt niet voor. Er zijn, indien 18
gewenst, 2 manieren om dat wel te bespreken, namelijk tijdens de besluitenraad met een motie vreemd aan agenda of dit voor de volgende raadcyclus van december agenderen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 11. Ontwerp-wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht (474736) De heer MASCINI geeft aan dat de VVD zal instemmen met het wijzigingsbesluit zodat de gemeenschappelijke regeling voldoet aan de wettelijke eisen en de gemeenteraad voldoende mogelijkheden heeft om zijn werk te kunnen doen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 12. Eerste ontwerpbestuursrapportage 2022 RUD Utrecht (509335) De heer VAN WIJK geeft een korte reactie als raadsrapporteur, mede namens de raadsrapporteur de heer Van Grinsven. Zij hebben zich nog niet echt inhoudelijk in het dossier verdiept. Er is wel een zeer prettig eerste overleg geweest met de wethouder en de betreffende ambtenaar. Er zal een afspraak gemaakt worden met de directie van de RUD om nader kennis te maken. Zij zullen zich er zeker verdiepen en de raad informeren over de mogelijke fusie met de andere uitvoeringsdienst in de provincie Utrecht om tot één adequate uitvoeringsdienst te komen. Het CDA verwacht met het raadsvoorstel te kunnen instemmen.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 13. Eerste ontwerpbegrotingswijziging 2023 RUD Utrecht (509450) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 14. Raadsinformatiebrief Herontwikkeling ziekenhuislocatie Meander MC (531395) De VOORZITTER meldt dat de raadsinformatiebrief is geagendeerd in de volgorde De heer Jonkers, VoorBaarn en de VVD en straks wordt in die volgorde aan de betreffende fracties het woord gegeven. Eventueel kan aan dit debat een vervolg worden gegeven door bijvoorbeeld een motie over een niet-geagendeerd onderwerp in te dienen tijdens Besluit in de Raad over 2 weken. De heer JONKERS merkt op dat het gasontvangststation en recent het Laanplein voorbeelden zijn van ambitieuze projecten die de gemeente vele miljoenen belastinggeld hebben gekost. Het Maarschalksbos is een prachtige plek om te bouwen, een droomplek voor projectontwikkelaars. Voor de gemeente is de droom wat minder als er wederom sprake is van een afkoopsom. Bij een realistische grondprijs van 200-€ 300 per vierkante meter en een oppervlakte van 70.000 m² gaat het om een bedrag van 14-21 miljoen. Kan de wethouder toelichten wie dit eventuele bedrag gaat betalen en hoe dit gedekt gaat worden? 19