CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

220413 Verslag Debat in de Raad 13 april 2022

Debat in de Raad 13 april 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Opening, vaststelling agenda en mededelingen8.532 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 13 april 2022 in de raadszaal van het gemeentehuis

Voorzitter:

de heer W.J.L. Genuit

Griffier:

de heer D.E. Bulthuis

Aanwezig:

de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), de heer M. van den Heuvel (D66), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VoorBaarn), de heer J.F. de Leeuw (GL), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw M.J. Maas-Heijkoop (CU), de heer M.R. Mascini (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer R.M.N. Schouten (VoorBaarn), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer J.W. Sonneveld (CU), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66) en de heer R. van Wijk (CDA)

Overige aanwezigen:

de heer T.G.W. Jansma (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), jonkheer M.A. Röell (burgemeester), de heer A.B.A. van Roshum (wethouder) en mevrouw J.L. Vissers (wethouder)

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Vervolgens wordt de vergadering vanwege een technische storing geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Er zijn afmeldingen ontvangen van mevrouw Martens en de heren Jonkers, Eijbaard en Bruins. De burgemeester verlaat de vergadering na de behandeling van agendapunt 3 vanwege een andere verplichting. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 16 en 17 februari 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Derde Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 (353107) De heer SCHOUTEN pleit ervoor om in de komende tijd de APV verder te versimpelen en om het in begrijpbare taal te schrijven. Nu lijkt het erop dat met een simpele pennenstreek de traditie van het carbid schieten om zeep wordt geholpen want al ongeveer 20 jaar wordt aan het Zuidereind tijdens Oudejaarsdag op een verantwoorde manier carbid geschoten. Hier hoefde ook geen

1

ontheffing voor te worden aangevraagd en het is niet te begrijpen waarom dit ineens wel zou moeten terwijl in al die jaren nooit een calamiteit is geweest. Hoe staan de andere fracties hierin? De heer BOSMAN verwacht te kunnen instemmen met het voorstel. De heer VAN DER PADT zegt dat het erop lijkt dat stukken handhaving zijn geschrapt om het onszelf misschien gemakkelijker te maken. De VVD heeft zorgen over het schrappen van artikel 2.26.2 en 2.50b, beiden aangaande de kwalijke uitingen en de motoremblemen. Waarom worden deze artikelen naast het vrij kamperen geschrapt? De fractie heeft haar standpunt nog niet bepaald. De heer VAN WIJK dankt het college voor het duidelijk aangeven van de mutaties die zijn gedaan en verwacht dat de fractie met de voorgestelde wijzigingen kan leven. De heer VAN DEN HEUVEL meldt dat D66 zich ook kan vinden in de voorgestelde aanpassingen. De heer BOSMAN is geen voorstander van het afschieten van vuurwerk en carbid schieten is daar een vorm van maar het is geen probleem omdat er een ontheffing kan worden gevraagd. De heer SCHOUTEN wijst erop dat er eerst geen ontheffing nodig was. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4.

Rekenkameronderzoek subsidieverlening in Baarn (368561) Mevrouw OORTMAN GERLINGS deelt de conclusie dat de informatie aan de raad in het kader van de subsidieverstrekking beter kan maar de afgelopen jaren is dat niet ervaren als een ernstig gebrek omdat de raad toch vaak op een andere manier aan informatie kon komen. Het aanscherpen van het subsidieproces is goed maar het mag niet leiden tot een onevenredige belasting van de medewerkers. De opvolging van de aanbevelingen binnen de gestelde termijn zullen nauwlettend worden gevolgd. De heer BOSMAN zegt dat elk onderzoek van de rekenkamer aantoont dat er verbeteringen mogelijk zijn in de ontwikkeling en uitvoering van beleid. De gemeente kampt met een flink verloop van personeel en dan is het zorgwekkend dat de rekenkamer schrijft dat beslissingen over het al dan niet toekennen van subsidies vaak zijn gebaseerd op ervaring. Die kan dus zomaar verdwenen zijn en dat is een risico voor zowel de gemeente als de subsidieontvanger. Subsidieontvangers zouden meer rekenschap mogen afleggen over hun prestaties en in hoeverre die bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen. Dat vraagt ook om activiteitenplannen waarin de te behalen prestaties specifiek en meetbaar worden gepresenteerd.

Hoe gaat de raad borgen dat het college de aanbevelingen van de rekenkamer ook gaat uitvoeren? Is het voldoende als raad om alleen de aanbevelingen over te nemen of moet ze het college bij amendement of motie expliciet verzoeken om ze daadwerkelijk uit te voeren? De heer VAN HARDEVELD leest de conclusies bij het rapport als gaat goed, kan beter. Wordt de lat bij dat streven niet te hoog gelegd? Het college stelt terecht in haar reactie dat als het subsidiebeleid stevig moet worden aangetrokken dit een investering in de organisatie vergt en dat betekent waarschijnlijk ook iets voor de subsidieontvangers die regelmatig aangeven dat zowel aanvraag als verantwoording steeds vaker gepaard gaan met administratieve lastendruk. Kortom, een en ander moet werkbaar blijven. De aanbeveling om naast de algemene verordening een visiedocument samen te stellen is dan ook niet nodig. Deze aanbeveling suggereert ook dat er nu 2

geheel zonder visie zou worden gewerkt en dat is niet het geval. Er is wel behoefte aan een prestatieafspraak met de subsidieontvangers waarin om actie gevraagd wordt om de subsidieafhankelijkheid te beperken. Willen andere partijen hierop reageren? De heer SCHOUTEN is voornemens om voor het voorstel te stemmen. Het lijkt erop dat het college het rapport echter vooral lastig vindt en niet als hulpmiddel bij het komen tot een betere subsidieverlening en controle daarop. Dat zou juist moeten leiden tot minder regeldruk. Het is goed om ook de kleinere subsidieontvangers mee te nemen in het onderzoek en dit zou moeten worden opgenomen in de planning. Op dit moment biedt de P&C-cyclus te weinig handvatten voor transparantie. Het komt namelijk vaak voor dat gevraagd wordt naar de herkomst van een stichting en wat die doet in Baarn. Het is aan het nieuwe college om daar een goed voorstel voor te maken en daarom is de termijn zoals gesteld in het voorstel misschien wat ambitieus maar daarom niet onhaalbaar. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat de eerste aanbeveling onder beslispunt 2 wat scherper moet worden gesteld. De rekenkamer en het college lijken een ander idee te hebben over wat er in een visienota moet worden opgenomen. De duidelijke beschrijving die de rekenkamercommissie hier zelf over geeft dient te worden toegevoegd aan het beslispunt.

Het is logischer om de visienota en het verbetervoorstel voor het subsidieproces gelijktijdig naar de raad te brengen. De deadline voor het nieuwe college zou dan kunnen worden gesteld op eind 2022. Wat intussen beter kan hoeft natuurlijk niet te worden nagelaten. Hoe kijken de andere raadsleden hier tegenaan? Willen de andere raadsleden het aanvullend onderzoek naar kleinere subsidieontvangers uitgevoerd zien? In het verbetervoorstel zou de PvdA graag terugzien het toetsen van het totale subsidieveld in zijn onderlinge samenhang op zijn bijdrage aan de Baarnse beleidsdoelstellingen. De wethouder gaf in de beantwoording van de technische vragen over de toegankelijkheid van de niet-abonnementenhouders aan het baby- en peuterzwemmen aan om het signaal dat door een van de inwoners is gegeven met De Trits zal worden besproken. Wordt de raad over het resultaat van deze bespreking geïnformeerd? Wethouder VAN ROSHUM meldt dat mevrouw Bruijstens de gevraagde terugkoppeling zal krijgen. De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich aan bij de woorden van VoorBaarn. Een vervolgonderzoek voor de kleinere subsidies is een goede zaak. De heer VAN LOON is ook voor het houden van een vervolgonderzoek. Niet duidelijk is waar de 26% van de subsidiegelden die overblijven naartoe gaan. De fractie is ook blij met de 4 hoofddoelen die hiervoor gelden.

De heer SONNEVELD dankt de rekenkamercommissie voor het goede rapport dat is geschreven. Het is de meerwaarde van dit onderzoek dat het college niet alle adviezen onderschrijft. Angst voor een grote visienota is onterecht. Eerst dient een aangescherpte visienota te worden vastgesteld door de raad. De heer BOSMAN vraagt of misschien iets strakker moet worden geborgd dat het college na het vaststellen van het raadsvoorstel ook echt aan de gang gaat met de aanbevelingen van de rekenkamer. Mevrouw OORTMAN GERLINGS vindt dat er voldoende staat in het raadsvoorstel. Het nieuwe college zal zeker begrijpen wat hier staat en de raad zal dat ook controleren.

3

De heer SCHOUTEN is ook van mening dat het voorstel voldoende is en dat een motie of een amendement alleen maar ruis geeft. De heer VAN HARDEVELD zegt dat in het raadsvoorstel staat dat het college wordt verzocht om de aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen. Dat is voldoende. Mevrouw BRUIJSTENS is van mening dat de vraag van de heer Bosman bij de griffie moet worden neergelegd hoe dit juridisch in elkaar steekt. De heer BOSMAN geeft aan dat hij het hierover met de griffie zal hebben. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat het eerste beslispunt onder 2 moet worden aangescherpt en dat de tekst van de rekenkamercommissie die in het voorstel staat moet worden overgenomen. Het is verstandig om een verbetervoorstel en de visienota tegelijkertijd bij de raad in te dienen en de termijn van 6 maanden zou dan naar wat later in het jaar kunnen worden verplaatst. Hoe kijken de raadsleden aan tegen een onderzoek van de rekenkamer naar de kleinere subsidieontvangers? De heer SCHOUTEN merkt ten aanzien van de termijn op dat het in ieder geval zo snel mogelijk moet gebeuren. Met het voorstel om het verbetervoorstel en de visienota tegelijkertijd bij de raad in te dienen kan de fractie prima leven. Mevrouw OORTMAN GERLINGS wijst erop dat er een duidelijk rapport ligt en de rekenkamer heeft duidelijk aangegeven wat er moet gebeuren.

Het zou dan raar zijn om meteen een langere termijn dan 6 maanden te nemen want daadkracht zou passend zijn voor het nieuwe college. De heer SCHOUTEN leest in de bestuurlijke reactie dat de ambtenaren met capaciteitsproblemen te maken hebben. Als de druk enorm wordt opgevoerd is het de vraag of er een gedegen rapport komt. De heer BOSMAN vindt het samenpakken van de documenten logisch en dan is de termijn iets oprekken gezien de ambtelijke capaciteit een goed idee. De heer VAN HARDEVELD zegt dat de overeenkomst tussen beide discussiepunten is het besturen op hoofdlijnen. Een visiedocument voegt weinig toe aan de subsidieverordening en doet een onnodig beslag op het ambtelijk apparaat. De rekenkamercommissie heeft gekozen voor een onderzoek naar de grote subsidieontvangers en dan is het de vraag of extra capaciteit beschikbaar moet worden gesteld voor een onderzoek naar de kleine subsidieontvangers. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5. Principeverzoek Drakenburgerweg 73 (363194) Mevrouw STRUIJK juicht het splitsen van grotere kavels in principe toe in het kader van de woningcrisis. Bij diverse insprekers vorige week waren er echter twijfels of het passend is in de omgeving. D66 deelt deze twijfels niet.

De insprekers geven aan dat zij ontevreden zijn over de wijze waarop zij betrokken zijn bij dit project en doen ook enige verwijten richting de gemeente. De indruk is dat de gemeente heeft gedaan wat ze moest doen maar er is toch achterdocht bij de inwoners. Een bewoner zei vorige week dat als de gemeente de participatie bij de initiatiefnemer legt de kloof tussen gemeente en inwoners alleen maar groter wordt.

4

Wat kunnen we tot aan de komst van de Omgevingswet anders doen om ervoor te zorgen dat er meer begrip is bij omwonenden? Hoe gaan we er in de Omgevingswet voor zorgen dat de gemeente het participatietraject echt goed inricht? Mevrouw KOENDERS vraagt zich af of het nog mogelijk is of de initiatiefnemer en aanwonenden elkaar proberen te vinden. Klopt het dat als de raad een akkoord geeft op beslispunt 1 een bestemmingsplanprocedure wordt gestart en dat dit vervolgens ter goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd? Ziet de wethouder een mogelijkheid om de betrokken partijen wellicht nader tot elkaar te brengen bij de uitwerking van het bestemmingsplan? Zo ja, kan de gemeente daarin de betrokken partijen helder en duidelijk begeleiden? Kan de wethouder zekerheidshalve bevestigen dat de 4 bomen aan de Diepenbrocklaan en de gemeenteboom op het perceel behouden blijven? De heer BOSMAN zegt dat in de komende Omgevingswet het participatietraject bij de initiatiefnemer ligt. Die bespreekt eerst met de gemeente of het principeplan haalbaar is en presenteert het dan aan de omwonenden maar de initiatiefnemer presenteerde behoorlijk ver uitgewerkte plannen en zei dat de gemeente akkoord was. Voor de omwonenden was het of ze voor een voldongen feit waren geplaatst.

Een gereedschapskist voor de participatie in de Omgevingswet is hard nodig en de gemeente moet ervoor zorgen dat de inwoners die ook kennen. De omwonenden vrezen voor aantasting van hun woongenot. Recht op vrij uitzicht bestaat niet maar met name geluidsoverlast is een ander verhaal en er zijn signalen dat omwonenden daar bevreesd voor zijn. In de plannen is sprake van een garage waarin een bedrijfsbus wordt gestald en mogelijk opslag waardoor het laden en lossen van materialen. Is de wethouder van mening dat hier mogelijk sprake is van bedrijfsmatige activiteiten die hinder voor de directe omgeving zouden kunnen veroorzaken? De heer VAN WIJK dankt de insprekers voor hun visie op het plan. Kan de wethouder verduidelijken of de initiatiefnemer mogelijkheden ziet om het plan binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan te realiseren of waarom niet? Wat wordt de hoogte van de nieuw te bouwen schuur/garage? Mevrouw MAAS vraagt zich af of het niet wat propperig wordt met dit vrij loyale pand op die plaats. De vraag is of dit pand wat betreft de uitstraling past in de omgeving. Natuurlijk is in deze tijd iedere woning er een maar of het deze moet worden is de vraag aan de wethouder. De heer VAN LOON vindt het heel bijzonder dat op deze plek een woning zou worden gebouwd. De bewoners willen beter begeleid worden door de gemeente in samenspraak met de initiatiefnemer.

Wellicht kan de wethouder er zo uitkomen wat daar eventueel wel en niet kan. Er is een regel dat tussen de weg en de groenvoorziening 5 m moet zitten maar het zou hier om 3,5 m gaan. Misschien kan er iets gedaan worden om de communicatie weer op gang te brengen om er samen uit te komen want het woonplezier is belangrijk voor zowel de Drakenburgerweg als de Mozartlaan. Mevrouw OORTMAN GERLINGS stelt dat de initiatiefnemer, als het voorstel volgende week door de raad wordt aangenomen, in het volgende traject aan veel voorwaarden zal moeten voldoen en zal zeker ook in gesprek moeten blijven met omwonenden om het traject met succes te kunnen doorlopen. De VVD ziet voldoende argumenten om akkoord te gaan met het principeverzoek. Het argument dat het inpasbaar is en dat de dichtheid door de extra woning aanvaardbaar is, is voor de fractie doorslaggevend. Mevrouw BRUIJSTENS is op voorhand niet bijzonder enthousiast over het plan. Het is prima dat het initiatief bij de ontwikkelaar ligt maar dat neemt niet weg dat het college wel had kunnen reageren op 5

een brief van de inwoners die daarin hun zorgen hebben geuit. In de nieuwe Omgevingswet moet de initiatiefnemer overleggen met de buurt en hun enthousiasme bepaalt uiteindelijk het succes van het plan. Wethouder JANSMA geeft aan dat dit plan niet kan binnen de kaders van het bestemmingsplan want het bestemmingsplan staat 1 woning toe op het perceel. De gemeente experimenteert met de Omgevingswet en dat is ook zo met elkaar afgesproken. Dat is een leerproces voor iedereen en meer begrip kweken is daar een onderdeel van. Dit plan komt nog terug in de raad. Als de raad instemt met het voorstel komt er een voorlopig bestemmingsplan en dat is een bevoegdheid van het college bij deze omvang en dan komt er een definitief bestemmingsplan dat dient te worden goedgekeurd door de raad. De initiatiefnemers luisteren ook naar de zorgen en wensen die worden geuit van kijk nog eens of er tot elkaar kan worden gekomen. Er zit waarschijnlijk wel ruimte in het plan om beter met elkaar tot overeenstemming te komen en misschien wel tot 100%. Het college wil dat dit plan met zoveel mogelijk draagvlak de eindstreep haalt en de boodschap van de raad zal worden overgebracht op de initiatiefnemer. De Omgevingswet gaat formeel per 1 januari 2023 zijn werking krijgen en de communicatie met de inwoners is daar wezenlijk van belang.

Daar dient nog een heel traject voor te worden opgetuigd maar dat heeft pas zin als je met de Omgevingswet aan de haal gaat. De gemeente heeft geprobeerd duidelijk te maken in het kader van de experimenten met de Omgevingswet wat de status is van het traject. Het college is het met de initiatiefnemer eens dat het bouwplan getoetst gaat worden aan de omgeving en meer is dat principeverzoek niet. Als de initiatiefnemer het getoetst heeft aan de omgeving en daar een verslag van heeft gemaakt beoordeelt het college of dat voldoende basis is om een principeverzoek aan de raad voor te leggen. Hopelijk zijn er mogelijkheden om elkaar te vinden en het college gaat daar haar best voor doen. De gereedschapskist komt eraan want dat is met elkaar afgesproken en de raad moet ook nog aan de slag met de Omgevingswet want er zijn nog heel wat stappen te maken. Dan gaat het ook om hoe de raad straks draagvlak en participatieschap gaat definiëren. De bedoeling van de omgevingsvisie is om meer ruimte te geven aan de samenleving om met initiatieven te komen en dan dient smart te worden geformuleerd wat participatie en draagvlak is en wat bijvoorbeeld moet worden gedaan als mensen in de omgeving niet aan de participatie mee willen doen.

Is dan per definitie de participatie mislukt? Het college ondersteunt het verdere proces rondom het bestemmingsplan en daar maakt participatie ook onderdeel van uit. De vraag over alle 5 bomen behouden wordt nagegaan. Het krijgt een woonbestemming en bedrijfsmatige activiteiten moeten dan onder de woonbestemming vallen. De hoogte van de garage wordt nagegaan. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kijk ook naar het straatbeeld en hoe het past in de omgeving van de wijk. Mevrouw STRUIJK heeft nog niet gehoord wat kan worden gedaan om het participatieproces beter te maken. De heer BOSMAN vraagt wat er wel en niet mag aan bedrijfsmatige activiteiten in een woonbestemming. Wethouder JANSMA zegt dat het bij het participatietraject gaat over de gereedschapskist voor initiatiefnemers. De raad moet nog zelf besluiten in het kader van de Omgevingswet hoe het participatieproces vorm wordt gegeven. Daarnaast dient aandacht te worden gegeven aan het communicatietraject in het algemeen naar de inwoners in het kader van de Omgevingswet en wat dit betekent qua communicatie en participatie vanuit de ontwikkelaars van projecten. Er wordt steeds lering getrokken uit dit soort situaties, bijvoorbeeld dat aan een principeverzoek meer duiding moet worden gegeven. Geprobeerd wordt om op dit soort avonden ook als gemeente aanwezig te zijn om 6

eventueel uitleg te geven over dit soort omstandigheden. Op de vraag over wat valt onder woonbestemming wordt schriftelijk teruggekomen. De VOORZITTER vraagt of de vragen waarop de wethouder een toezegging heeft gedaan ook nog via de griffie schriftelijk kunnen worden ingediend. Dan kan de afdoening van de vragen in beeld worden gehouden. De heer SCHOUTEN wijst erop dat de gebruikelijke procedure is dat de raad krijgt teruggekoppeld dat de toezegging is gedaan. De VOORZITTER heeft juist begrepen dat de griffie graag de vragen op schrift heeft per e-mail omdat dan de vraag eenduidig gesteld is en gecontroleerd kan worden of de vraag wel of niet beantwoord wordt door de portefeuillehouder. Als dit niet duidelijk is moet dit wellicht nog een keer met de griffie besproken worden. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6. Beslissing op bezwaar - vestiging voorkeursrecht Drakenburgerweg (351275) De heer SCHOUTEN memoreert tegen het geamendeerde voorstel te hebben gestemd. Tijdens de zitting van de commissie werden door de gemeente hele andere argumenten aangedragen dan tijdens de behandeling van het raadsvoorstel destijds.

Wat opvalt is de redenering dat de eigenaren van het perceel geen financieel verlies zouden hebben want er zou een marktconforme prijs worden betaald maar de vraag is wat marktconform is in deze tijd en het is vooral wat de gek ervoor geeft en uit dat oogpunt is het zeer aannemelijk dat als de eigenaren eerst de grond moeten aanbieden aan de gemeente er waarschijnlijk wel een gat zit tussen deze 2 uitgangspunten. Het is de eigenaren niet zozeer om het geld te doen maar om op hun oude dag hun hobby te kunnen uitoefenen. Dat zou inhouden dat er naast financiële schade ook emotionele schade optreedt. VoorBaarn snapt het bezwaar tegen het geamendeerde voorstel en kan het advies van de commissie dan ook niet volgen. Derhalve zal tegen het voorliggende voorstel worden gestemd. De heer MASCINI constateert dat de raad in het gelijk is gesteld en zal voor het voorliggende voorstel stemmen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Plan van aanpak verkeerscirculatieplan centrum Baarn (366642) De heer VAN GRINSVEN zag 5 weken lang geparkeerde busjes, fietsende kinderen, ouders en andere volwassenen in de Laanstraat die als winkelstraat uitsluitend tussen 11.00 en 18.00 uur voor voetgangers is bedoeld. Veel wandelende mensen stoorden zich hieraan. Na het verkeersonderzoek uit 2016 lijkt deze overlast alleen maar te zijn toegenomen.

In de afgelopen 5 weken heeft de fractie geen handhavers in de straat gezien. Het onderzoeksgebied zou nog wat moeten worden uitgebreid. Waar komt het bedrag vandaan dat voor het voorgestelde onderzoek is uitgetrokken? Kan het niet voor een lager bedrag dan € 45.000 en is er binnen het gemeentehuis geen verkeersplanoloog die het onderzoek zou kunnen aansturen? Als het onderzoek wordt uitgebreid, komt er dan nog een bedrag bovenop?

7

Mevrouw OORTMAN GERLINGS begrijpt dat een dergelijk onderzoek geld kost, zeker als een goed participatietraject wordt gevolgd. Zou het onderzoeksgebied niet wat ruimer moeten zijn om een plan te maken dat langere tijd meegaat? Kan de wethouder voor de besluitenraad nagaan hoeveel duurder het plan van aanpak wordt als de kring rond de Laanstraat, Eemnesserweg, de Brink ruimer wordt? De heer BRINKMAN begrijp niet waarvoor dit voorstel een oplossing is. De fractie mist veel straten in het onderzoeksgebied hoewel de wethouder heeft gezegd dat die er ook bij horen. Dan moet dat ook in het onderzoek staan. Het verkeerssluw maken van de Laanstraat en het verminderen van het vrachtverkeer zijn 2 aparte onderzoeken maar waarom wordt dit in één onderzoek gedaan? Dit gaat niet leiden tot minder fietsen in de Laanstraat want daarvoor moet worden gehandhaafd. Daarnaast wordt een goede onderbouwing gemist bij het aangevraagde forse budget. Zien de andere fracties ook ruimte voor aanscherping? Mevrouw STRUIJK memoreert dat de raad in 2020 de Mobiliteitsvisie heeft vastgesteld en er zijn gemeenteraadsverkiezingen geweest waar praktisch iedere partij een autoluwe Brink op de wensenlijst heeft staan. Het is dus zonde om alleen naar het afsluiten van de Laanstraat te kijken.

Hoe denken de andere fracties erover als de opdracht in het plan van aanpak ruimer wordt gemaakt en de onderzoeksvraag wordt toegevoegd hoe het doorgaande verkeer door het centrumgebied verminderd kan worden? In de Mobiliteitsvisie is die vraag al benoemd. De heer VAN WIJK geeft aan dat de commissie Sociaal domein en de Seniorenraad ook moeten worden betrokken bij het onderzoek en vooral het winkelende basispubliek. Een onderzoek naar de gevolgen van de koopavond mag vervallen. Verwacht wordt dat handhaving van het fietsverbod uit het additioneel onderzoek zal komen en dat het advies van het onderzoek zal worden handhaaf de 2 doorsteken in de Laanstraat en sluit delen van de Laanstraat af met een slimme paal. Kan de wethouder de toezegging doen om de genoemde adviesraden en het winkelend publiek, met name de Baarnaars, in het onderzoek mee te nemen? Vindt de wethouder het verantwoord om een onderzoek te doen voor € 45.000 ten opzichte van de mogelijke realisering van het afsluiten van de Laanstraat voor ongeveer 80.000-€ 100.000? De verhoogde handhaving is in het begin gerealiseerd maar de urgentie van het handhaven is naderhand weer snel minder geworden.

Ziet de burgemeester de mogelijkheid om het handhaven op verkeer in de Laanstraat weer op te voeren en de verhoogde handhaving te continueren? De heer DE LEEUW is van mening dat elke verandering van het verkeer consequenties heeft voor de rest van de binnenstad. Daarom wordt een integraal verkeerscirculatieplan voor het hele centrum gemist. In de Mobiliteitsvisie zijn een aantal voorkeuren opgenomen zoals het autoluw maken van de centrumkom en de Brink. Een van de pijlers was ook extra ruimte geven aan het langzame verkeer. Het gehele centrum dient in het onderzoek te worden betrokken. Hoe denken de andere fracties hierover? De heer VAN LOON is ook voorstander van uitbreiding van het plan want er zijn meerdere knelpunten waarnaar gekeken mag worden. Er kunnen wel allerlei regels komen van auto’s of fietsen weren maar als dat niet wordt gehandhaafd heeft het weinig zin. Wat zijn de kosten als het plan wordt uitgebreid naar een groter gebied en hoe gaat het handhaven aangepakt worden? De heer SONNEVELD vindt dat het onderzoek breder mag worden getrokken dan alleen de Laanstraat want als je daar iets gaat doen ontstaat er een waterbedeffect. Inmiddels zijn er ontwikkelingen rondom Soestdijk, de Poort van Baarn komt eraan, binnenkort wordt gebouwd bij de Baarnsche Zoom. Bij Soestdijk is al aangegeven dat er een breder plan zou moeten komen, zeker wat 8

betreft grote evenementen, en daar past dit onderzoek prima tussen. Wat zouden de financiële consequenties zijn als het dus nog breder wordt getrokken? Wat vinden de andere fracties van het feit dat deze visie eigenlijk heel Baarn zou moeten betreffen? Wethouder VISSERS zegt dat als het onderzoek wordt uitgebreid het langer gaat duren en het meer gaat kosten. Hoeveel duurder het gaat worden hangt af van hoe breed het onderzoek moet gaan worden. De opdracht van de raad was zorg dat je de Laanstraat gaat afsluiten voor alle verkeer door bedienbare paaltjes. Een aantal keren is gevraagd waarom het nog niet is gebeurd omdat dit een simpele opdracht was. Vanavond wordt het extra gecompliceerd gemaakt door de opdracht met allerlei zaken uit te breiden. Voor de oorspronkelijke opdracht ligt nu het plan van aanpak op tafel. In de Mobiliteitsvisie staan een aantal belangrijke zaken die ook voor dit onderzoek van belang zijn, namelijk het voorkomen van doorgaand verkeer door verblijfsgebieden, het centrum dient te worden getransformeerd naar een verblijfsgebied met een dorpskarakter. In de Mobiliteitsvisie staat heel duidelijk begin met het centrum en daarna kijken hoe precies de stromen van doorgaand verkeer door het dorp gaan. Er staat ook in zoveel mogelijk doorgaand verkeer over de hoofdwegenstructuur en zo min mogelijk door de verblijfsgebieden.

Dat doe je door allereerst de verblijfsgebieden als 30 km gebied in te richten en ervoor te zorgen dat het verkeer zoveel mogelijk over de hoofdwegenstructuur gaat. De afsluiting van de Laanstraat heeft effecten op andere straten maar de straten waarop het effect heeft zitten in het onderzoeksgebied. Het onderzoek in 2016 heeft namelijk uitgewezen dat als je de doorsteken eruit haalt betekent dat vooral wat voor de Eemnesserweg en de Brink. Die straten worden dan onevenredig belast omdat ze nu al op hun maximum zitten en die straten zitten in het onderzoeksgebied. Als je andere zaken gaat betrekken zoals bijvoorbeeld het afsluiten van de Brink of gaat proberen om het nog autoluwer te maken. Je zou er bijvoorbeeld een 15 kilometergebied van kunnen maken of het heel onaantrekkelijk maken voor automobilisten maar de Brink maakt onderdeel uit van de parkeerring en het maakt onderdeel van een hele belangrijke doorgangsroute, namelijk Bosstraat, Eemstraat om bij de A1 te komen. Als je daar aan gaat draaien kun je beter een verkeerscirculatieplan maken voor heel Baarn. Nu is gezegd dat Drakenburgerweg/Geerenweg wordt afgewaardeerd in het kader van de Baarnsche Zoom tot 30 km maar er ligt ook een verzoek vanuit bewoners om er helemaal een 30 km gebied van te maken. Dat zijn zaken die effect hebben op de andere wegen. Wat betreft Paleis Soestdijk.

De provincie is gekomen met de Netwerkanalyse. Als de N221 wordt afgewaardeerd naar 50 of 60 km gaat er heel veel verkeer door Baarn rijden. Dan is het beter om een verkeerscirculatieplan te maken voor het hele centrum. Het is nu verstandig om bij de Netwerkanalyse in te brengen dat Baarn deze uitgangspunten hanteert, bijvoorbeeld een centrum met een aangenaam verblijfsgebied waar niet te veel doorgaand verkeer doorgaat. Als alleen een onderzoek wordt gedaan naar het afsluiten van de Laanstraat voor verkeer zitten daar de wegen in die van belang zijn voor de effecten daarvan. Later kan gezegd worden van er gaat van alles gebeuren op de Amsterdamsestraatweg en de Geerenweg/Drakenburgerweg en maak dan een heel verkeerscirculatieplan want dan ga je wel degelijk de effecten zien op andere wegen. Helaas heeft de gemeente geen verkeersplanoloog. De gemeente is onderbezet en het college is heel blij dat er weer een medewerker is op verkeer. Al is toegezegd dat ook het winkelend publiek gaat worden bevraagd. Alle mensen worden uitgenodigd waarmee spreker wandelgesprekken heeft gehad in het centrum. Het is ook waardevol om de adviesraden erbij te betrekken. In de raad van januari 2023 komt een pakket van maatregelen en dan is pas bekend wat voor kostenplaatje er aanhangt want er kunnen nog meer maatregelen uit het onderzoek komen dan alleen een paar paaltjes.

De vraag of er meer gehandhaafd kan worden op verkeer en hoe het straks wordt aangepakt zal met de burgemeester worden besproken. Als het afgesloten wordt met paaltjes worden de auto’s en busjes tegengehouden maar het tegenhouden van de fietsers is onbegonnen

9

werk. Dat is een kwestie van handhaven en in het onderzoek zal ook moeten worden bekeken of daar dan extra capaciteit voor moet komen. De heer VAN WIJK herhaalt de vraag of de kosten van het onderzoek ad € 45.000 in verhouding staat tot de ingeschatte kosten voor 6 paaltjes en dan hoeven in de basis de doorsteken niet te worden weggehaald. Een offerteaanvraag zal uitwijzen dat dit tussen de 60.000 en € 100.000 gaat kosten. De hoogte van de bedragen voor het onderzoek en de uitvoering zitten dan zo dicht bij elkaar dat het beter is om bij wijze spreken morgen te organiseren wat de gemeente al 6 jaar wil doen en dan kan het onderzoek op een andere manier gedaan worden. De heer BRINKMAN vraagt om uitleg van de wethouder waarom het verminderen van de snelheid op de Amsterdamsestraatweg voor omleidingen van het verkeer gaat zorgen. Als de andere wegen naar 30 km/h worden gebracht zal dat niet voor omleidingen zorgen. Wethouder VISSERS memoreert dat al in 2017 is geprobeerd om de Laanstraat gedeeltelijk af te sluiten en dat is geen succes geworden. Toen is aangekondigd dat de straten zullen worden afgesloten door middel van een aantal paaltjes en toen bleek dat het niet slim is om dat te doen zonder de betrokkenheid van winkeliers, ondernemers en bewoners.

Wat betreft de onderbouwing van de € 45.000: er is gekeken naar wat kost zo’n onderzoek waarbij een verkeerskundige een en ander bekijkt en waar ook een participatief traject bij betrokken is. Het wordt een meervoudige uitvraag en dan is pas bekend wat het daadwerkelijk gaat kosten. Het college stelt voor om het als een taakstellend budget op te leggen zodat het ook niet duurder mag worden dan dat. De heer VAN WIJK zegt dat dat onderzoek van het CDA niet hoeft en het geeft een besparing van € 45.000. Er hoeft niets te worden veranderd aan de Laanstraat. De regelgeving is er. In 3 trajecten is het een wandeldomein. De 3 onderdelen van de Laanstraat worden gehandhaafd. Dus geen wijziging van de regels. Er worden alleen maatregelen getroffen om autoverkeer te weren uit die 3 delen en daar kan morgen mee worden begonnen. Wethouder VISSERS geeft aan dat de raad ook het voorstel niet kan aannemen. De Amsterdamsestraatweg is een belangrijke route vanuit Soest en Hilversum naar de A1 en als het verkeersregime over de hele route 60 km/h wordt leert de ervaring dat het verkeer minder snel doorstroomt en dat er dan ook sprake kan zijn van opstoppingen. Dan zullen mensen genegen zijn om een andere route te kiezen om sneller bij de A1 te komen en gaan ze door Baarn rijden. Die angst is door het college in de Netwerkanalyse ingebracht.

De heer VAN GRINSVEN kan zich goed vinden in het verbreden van het onderzoek. Als D66 hiervoor een amendement indient wil VoorBaarn misschien daarin meedenken. De heer VAN WIJK brengt als debatpunt in het huidige plan in een doe-plan transformeren en mogelijk het plan uitbreiden met een breder verkeersontwikkelingsplan. Het verkeerscirculatieplan centrum wordt dan veranderd in een verkeerscirculatieplan Baarn en het centrumplan kan dan vervallen door de realisatie met 6 palen en realisatie van de huidige situatie. Mevrouw STRUIJK zegt dat er een risico zit in de verbreding van het plan want waar leg je de grens en hoe ver ga je? De wethouder gaf het heel mooi aan. Als de Laanstraat wordt afgesloten gaat het verkeer zich verplaatsen naar onder andere de Eemnesserweg. In de Mobiliteitsvisie staat dat daar nu al eigenlijk te veel verkeer is. Dus daar moet iets gebeuren en dat maakt dus deel uit van het onderzoek. Als toch naar de Eemnesserweg wordt gekeken zou ook kunnen worden bekeken hoe die weg echt autoluwer kan worden gemaakt. Als wordt gekeken naar een breder onderzoek moet 10

dat worden ingekaderd en kijk naar verminder het verkeer op de Eemnesserweg en dat is een flink onderzoek. De heer VAN WIJK legt uit dat in het plan van het CDA de doorsteken in de Laanstraat blijven. De intentie is geweest om de doorgaande Laanstraat af te sluiten. De huidige situatie blijft dan hetzelfde. Alleen het wandelgebied wordt afgesloten zoals dat nu wettelijk geregeld is. Daar hoeft geen onderzoek voor plaats te vinden. Dan dient te worden voorkomen dat toch goederen door de Laanstraat worden vervoerd. Mevrouw STRUIJK wijst erop dat de winkels op dit moment mogen worden bevoorraad. De heer VAN WIJK zegt dat tot 11.00 uur en na 18.00 uur er langzaam verkeer door mag. Aan de huidige regelgeving hoeft dus niets te worden veranderd. Alleen moet worden voorkomen dat busjes er niet doorheen rijden op momenten dat het niet mag. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 8. Budgetoverheveling van 2021 naar 2022 (354914) De heer KORKMAZ meldt dat de fractie volgende week kan instemmen met het raadsvoorstel. De heer VAN DER PADT geeft aan dat de VVD in principe voor het voorstel zal stemmen. Hoeveel keer kan het budget jaar op jaar worden overgeheveld? Dit staat immers gelijk aan het niet uitvoeren van een project of ontwikkeling.

Dit keer worden zelfs 4 projecten uit 2020 doorgeschoven naar volgend jaar. Als er geld wordt vrijgemaakt moet het college er iets mee. Dit mag niet de standaard worden. Wethouder PRAKKE legt uit dat de regel is overheveling voor maximaal 1 jaar. Er is sprake van uitzonderingen, bijvoorbeeld omdat de Omgevingswet weer is uitgesteld maar het streven is maximaal 1 jaar doorschuiven en anders weer het geld terug naar de algemene reserve en een nieuw project anders opstarten. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Raadsinformatiebrief Aanleg kunstgras op voetbalveldje aan de Geerenweg bij BPtankstation (369957) Mevrouw STRUIJK constateert dat het voetbalveldje nieuw gras krijgt en dat er daarom meer van zal worden gebruikgemaakt. Op de kruising Tolweg/Frans Halslaan/Geerenweg zijn echter wat ongelukken gebeurd en zelfs een dodelijk ongeluk. Is de raad niet van mening dat dit daarom in de planning moet komen? Mevrouw SLUIJS lijkt het altijd goed om te bekijken of er meer veiligheid nodig is, zeker gezien de ongevallen die op deze weg hebben plaatsgevonden. Daarom wordt het punt van D66 ondersteund. Wat zou het nadeel zijn van het realiseren van een oversteekplaats op deze plek? 11

De heer BRINKMAN zegt dat het er momenteel onveilig is. De zijkanten van het speelveld zijn open en de speelbal kan op de Geerenweg belanden en daar kunnen ongelukken van komen. Aan de andere kant is een sloot wat gevaarlijk is voor kinderen en volwassenen die niet makkelijk uit de sloot kunnen klimmen. Er zijn te weinig veilige oversteekplaatsen. Het grasveld achter het speelveld is een mooi stuk voor jongeren om samen te komen maar met een flinke regenbui is het niet meer zo toegankelijk voor de jeugd. Wellicht kan de ondergrond worden gewijzigd of daar ook kunstgras worden aangelegd. Kan bij de nieuwe inrichting de jeugd worden betrokken? De heer VAN DER PADT zegt dat inderdaad goed moet worden gekeken naar de oversteekplaats. Voorts dienen er voldoende afvalbakken te worden geplaatst die ook regelmatig moeten worden geleegd om te voorkomen dat het veldje dezelfde uitstraling krijgt als hoe de huidige hanghoek eruitziet. De heer VAN LOON juicht het toe dat er een voetbalveldje komt en hoopt dat het ook hufterproef wordt. De veiligheid is inderdaad een punt want komende vanaf het bedrijventerrein zit er een klein knikje in het fietspad en af en toe is de begroeiing wat hoger. Dan is het niet alleen een levensgevaarlijke plek voor jeugd die oversteekt maar over mensen die de Drakenburgerweg of de Geerenweg op willen draaien.

Wellicht scheelt het al wanneer het rechtdoor wordt gemaakt want dan kan iets meer worden doorgereden met de auto en om de kleine bochtjes worden heen gekeken. De heer SCHOUTEN vindt een kunstgrasveldje van € 42.000 nogal een bedrag. Het zal wel wat drukker worden maar is dit de juiste plek voor een veilige oversteek of moet die niet juist naar de Johannes Vermeerlaan omdat je daar recht tegenover het sportcomplex zit? Juist via de Johannes Vermeerlaan steken de meeste kinderen over naar het sportcomplex. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat hier een voetbalveldje door een voetbalveldje wordt vervangen en daar verandert dus niet veel aan de situatie. Over het algemeen maakt de wat oudere jeugd er gebruik van. Het is ook een hangplek en er zijn al verschillende andere oversteekplaatsen. Afgezien van de vraag hoeveel oversteekplaatsen er mogen zijn op de Drakenburgerweg moet er ook budget worden vrijgemaakt voor een extra oversteekplaats en hoe gaat dat gedaan worden? Dus enige twijfel over nut en noodzaak daarvan. De heer BRINKMAN merkt op dat bij de rotonde op de Eemweg helemaal geen zebrapaden zijn om over te steken naar het voetbalveldje en de eerstvolgende oversteekplaats is een paar 100 m verder richting benzinestation. Er moet dus goed over worden nagedacht of er geen behoefte aan is.

Mevrouw STRUIJK vindt de oversteekplaats bij de voetbalvelden ontzettend noodzakelijk maar dat staat hier los van. Die oversteekplaats is wel heel ver verwijderd van het voetbalveldje bij het BPstation. De jeugd van de wijk aan de overkant zal daar geen gebruik van maken. Die steken gewoon de straat over. Bij het Cruijff Court spelen ontzettend veel kleine kinderen en die schieten de hele dag door dwars de straat over. Het is niet alleen de oudere jeugd. Wethouder VISSERS legt uit dat de Geerenweg/Drakenburgerweg een gebiedsontsluitingsweg is met een verkeersregime van 50 km/h. Als daar een oversteekplaats zou worden gecreëerd is er sprake van schijnveiligheid want kinderen denken dat ze makkelijk de weg kunnen oversteken maar veel mensen rijden daar harder dan 50 km/h. Bovendien is op een gebiedsontsluitingsweg de doorstroming heel erg van belang. De gemeente is bezig om te kijken hoe de weg eruit moet komen te zien. De wens is om het bij de Baarnsche Zoom af te waarderen tot 30 km/h. De 12

bewonersvereniging Drakenburgerweg-Geerenweg heeft bij het college het verzoek neergelegd om er een hele 30 km-weg van te maken met de voorzieningen van dien. Er zijn heel veel verzoeken ontvangen voor oversteekplaatsen en er vindt een inventarisatie plaats van alle wensen omtrent oversteekbaarheid van langzaam verkeer. In het onderzoek wordt bekeken hoe dit kan worden verbeterd. Mevrouw STRUIJK vraagt wanneer de uitkomst van het onderzoek er is. Op meerdere plekken op de Drakenburgerweg zijn oversteekplaatsen gecreëerd die geen zebrapad zijn om schijnveiligheid te voorkomen. Er zou dan een tijdelijke oplossing kunnen komen want er is al een middenberm aanwezig op het kruispunt in de vorm van een soort oversteekplaats maar geen zebrapad. Wethouder VISSERS is niet zo’n voorstander van een tussenoplossing maar om het gedegen aan te pakken. Er wordt nu een conceptinrichtingsplan gemaakt voor de hele route maar even moet worden afgewacht wat er gebeurt met de Poort van Baarn. Bekeken zal worden of er een concrete termijn kan worden gehangen aan de uitkomst van het onderzoek. De heer VAN HARDEVELD vraagt of het dan niet logischer is om de investering in het opknappen van het terrein na bestudering van de verkeerssituatie te doen.

Als uit het onderzoek zou komen dat de oversteekbaarheid heel lastig is op te lossen zou de vraag kunnen worden gesteld of de gemeente nog wel moet investeren in zo’n speelplek aan de overkant. Wethouder VISSERS zegt dat het een dringende wens is van ouders en kinderen in de buurt. Het is bij uitstek een plek waar ze heel graag een balletje willen trappen maar omdat het slecht begaanbaar was zag het college de noodzaak om het opnieuw vorm te geven. De Eemweg is nu 30 km. Ouders kunnen hun kinderen opvoeden om op die manier bij het voetbalveldje te komen. Er liggen meerdere voorzieningen aan die kant van Baarn en de mensen rekenen erop dat in juni met de aanleg wordt begonnen. Mevrouw MAAS vraagt zich af of de ouders die deze wens hebben geuit dit nog steeds zo vinden als ze weten dat er sprake is van een onveilige situatie waar verbetering in komt. Misschien is het dan beter om even te wachten. Mevrouw STRUIJK zegt dat misschien aan de mensen moet worden voorgelegd dat de verkeersveiligheid een issue is en dat de raad voorstelt om dit uit te stellen. De heer BRINKMAN is van mening dat met de aanleg van het veldje moet worden doorgegaan omdat het voor juni op de planning staat. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn moet snel worden bedacht hoe dit kan worden ingevuld. Dat hoeft helemaal geen tijdelijke oplossing te zijn.

De heer SCHOUTEN stelt dat de aanleg van een voetbalveldje heel leuk is maar dat kinderen af en toe nu door een kuiltje moeten is niet zo’n probleem. Het uitgeven van € 45.000 en misschien later concluderen dat het toch niet zo’n handige plek is? Dat is niet de juiste volgorde. De heer VAN HARDEVELD vindt dat de komende dagen hier hard over moet worden nagedacht en daarbij is steun van andere fracties welkom. De heer BRINKMAN vraagt als uit onderzoek blijkt dat het veldje daar niet kan komen waar het dan wordt aangelegd?

13

De heer SCHOUTEN geeft als suggestie het pannaveldje bij het veld van Eemboys. Daarnaast maken veel kinderen gebruik van het sportveld om daar te voetballen en dat vinden ze veel leuker want dat is een groter veld met goals. De vraag is dus of het wat toevoegt. De VOORZITTER wijst erop dat raadsleden volgende week met een initiatief kunnen komen. 10. Raadsinformatiebrief Actueel overzicht projecten in het centrum (369935) Mevrouw STRUIJK vraagt hoe de raad hiermee omgaat omdat er binnenkort een nieuw college komt en het centrum daar een hot topic lijkt te worden terwijl een projectleider wordt aangesteld die uitgaat van de visie van het huidige college. Mevrouw OORTMAN GERLINGS merkt op dat de raad de afgelopen jaren de kaders heeft vastgesteld. De gemeente zit op een rijdende trein die al in 2017 is gestart met allerlei projecten en heel veel initiatieven. De Gouden Driehoek is er hard mee bezig. Het zou heel raar zijn om nu ineens de kaders te gaan veranderen. Is D66 daarop uit? De heer BOSMAN kan zich voorstellen dat even een pas op de plaats moet worden gemaakt om te kijken of een nieuw college er iets anders van gaat vinden. Bij verschillende partijen leven verschillende ideeën. Het is wel ingewikkeld dat D66 vervolgens voorstelt om stil te staan bij het plan van aanpak en de opdracht voor de projectleider.

Dan is het logisch om die discussie ook met een nieuw college te voeren. Mevrouw STRUIJK vindt het logisch om dat op een later moment te doen. Daarom nu even de focus op moeten we niet een pas op de plaats maken. De raad heeft de aanzet gegeven maar het college gaat op een gegeven moment over tot de uitvoering en wellicht is het verstandig om even een pas op de plaats maken. In hoeverre kan de portefeuillehouder al zeggen dat er van alles op de agenda staat voor de komende tijd? Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat het heel vreemd zou zijn als iedere 4 jaar een nieuwe richting wordt uitgegaan want dan kom je tot niets. De raad bepaalt de kaders en er zijn verschillende momenten geweest in het hele proces waarbij de raad de kaders wilde bijstellen en dat is niet gebeurd. Mevrouw STRUIJK merkt op dat D66 niet helemaal een andere kant op wil maar alleen voorstelt om even een pas op de plaats te maken. De heer BOSMAN gaat het erom of nu moet worden geïnvesteerd in een plan van aanpak en een projectleider die dat alles gaat opschrijven en coördineren. Het is handig om even te wachten of er hier en daar nog wat wijzigt, niet om alles stil te leggen want er zijn bepaalde projecten al bezig en die moeten dan ook doorgaan. Wethouder JANSMA memoreert dat vorig jaar juli aan de raad een informatiebrief is gestuurd met een plan van aanpak en het college is dat aan het uitvoeren.

Dit is in september in de raad behandeld en daar zijn geen aanvullingen op gegeven. Op basis van dat plan van aanpak is een subsidieaanvraag gedaan bij de provincie. Die is gehonoreerd maar dat betekent wel dat de gemeente in 2022 het plan van aanpak verder moet afmaken want anders verliest de gemeente de kans op de subsidie. De Gouden Driehoek is de initiatiefnemer van dit plan van aanpak. Over het zoneringsmodel is al uitvoerig gesproken. Dat verandert verder niet. Dus wat het college betreft moet op de ingeslagen weg worden doorgegaan omdat dit in lijn ligt met eerdere besluitvorming.

14

11. Raadsinformatiebrief Toezegging motie bouwwerken in de voortuin (373048) Mevrouw BRUIJSTENS leest in de beantwoording weinig enthousiasme bij het college en dat is jammer. De fractie is voornemens om een motie te maken met het verzoek aan het college om met een paraplubestemmingsplan te komen. Hoe kijken de andere fracties daar tegenaan om een motie in te dienen om kliko-omkastingen en kleine fietsenschuurtjes mogelijk te maken? De heer DE LEEUW vindt dat de gemeente met de tijd mee moet gaan en dat wanneer de tijd vraagt om 3-4 containers in de voortuin het is voor te stellen dat bewoners deze verrommeling willen tegengaan door een compacte ombouw te realiseren. Een verruiming mag niet betekenen dat er bijvoorbeeld ook een carport kan worden gebouwd voor hetzelfde geld. Een beleidsregel met een goed omschreven toetsingskader kan in deze situatie voldoen. De heer MASCINI zegt dat de VVD niets ziet in gedogen of een mogelijke beleidsregel. Het opstellen van een paraplubestemmingsplan voor alleen dit onderwerp is een hele kostbare zaak. Dit onderwerp moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Mevrouw JACOBSON vindt dat de lelijke containers in de voortuin geen gezicht is. De aanblik van containers in een klein voortuintje is allesbehalve vorstelijk en daarom is de fractie voor de mogelijkheid van het maken van een ombouw.

Die moet dan wel aan bepaalde maten, materiaal en kleuren voldoen zodat er geen kakafonie van bouwwerken ontstaat. Ook moet ervoor worden gewaakt dat er schuurtjes in voortuinen worden gebouwd. Hiervoor dient een paraplubestemmingsplan te worden gemaakt. De heer VAN WIJK is niet voor gedogen maar voor strakke regels in deze in bijvoorbeeld een parapluplan. Er moet wel duidelijkheid komen in wanneer iemand wel of niet een bekeuring krijgt. Met strakke lijnen kan verrommeling worden voorkomen. Mevrouw STRUIJK zegt dat het inderdaad tijd is om iets voor de containers te regelen zodat dit legaal kan. Het omgevingsplan is een logische plek hiervoor omdat dit toekomstgericht is maar dan is een tijd te overbruggen totdat het omgevingsplan er is. Misschien is een parapluplan wat te groot om die tijd te overbruggen. Wat is volgens de wethouder de beste manier om dit totdat het omgevingsplan er is op te lossen zodanig dat inwoners duidelijkheid krijgen en dat de containers weggemoffeld kunnen worden? De heer SCHOUTEN staat niet onwelwillend tegenover een paraplubestemmingsplan maar het begrip kleine fietsenschuurtjes is wat breed terwijl een kliko een vaste hoogte heeft. De fractie staat hier niet onwelwillend tegenover maar het is wel afhankelijk van hoe de motie eruit gaat zien. Mevrouw MAAS vindt een paraplubestemmingsplan wel een goed idee.

Het moet mogelijk zijn om de kliko’s te bedekken maar de bouwwerken moeten wel passen in de buurt en een passende hoogte hebben. Het mag niet het straatbeeld verstoren. Wethouder JANSMA wijst erop dat het college de opdracht van de raad heeft uitgevoerd om in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn als de raad wat wil met die zaken in de voortuin. Op dit moment mag het niet en krijgen de mensen dus een boete. Als de gemeente het wil gedogen moet dat in het handhavingskader worden aangepast en dat zou eind dit jaar kunnen. De raad kan dat dan aangeven in het nieuwe beleidskader voor handhaving en dat wordt later dit jaar. Tot de tijd van het omgevingsplan zijn er 2 mogelijkheden. Het paraplubestemmingsplan. Dan wordt het gedaan voor de hele gemeente en het is een uitgebreide bestemmingsplanprocedure met mogelijkheden voor 15

inspraak et cetera. In tijd en ambtelijke capaciteit is dat een hele kostbare en dan is er niet voor volgend jaar zomer een nieuw beleid. De meest simpele maatregel, ambtelijk en juridisch gezien, is de beleidsregel

aanpassen want dan kunnen regels worden gesteld betreffende afmetingen, kleur en materiaalgebruik. Dan is het toetsen op basis van de beleidsregel.

Als de raad snelheid wil maken is het advies om dit te doen via de beleidsregel. Mevrouw BRUIJSTENS vraagt hoe lang het dan duurt voordat er zo'n beleidsregel is. Wethouder JANSMA zegt dat dit een bevoegdheid van het college is en dat scheelt veel tijd. Dit wordt dan via een raadsinformatiebrief

aan de raad meegegeven en die kan er dan nog wat van vinden. Dat zal ergens in het 4e kwartaal van dit jaar

kunnen.

12. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.42 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst "Debat in de Raad" van 18 mei 2022. De griffier,

De voorzitter, de

A

I.

ƒ

r M. Eijbaard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11420045/2