CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

220209 Kadernota Uitvoeringsorganisatie BBS 2023 (354947)

Informatie in de Raad 6 april 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Kadernota Uitvoeringsorganisatie BBS 20232.714 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

inlichtingen bij

Abbas Lotfolahian

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk

351698 / 354947

datum

9 februari 2022

portefeuillehouder(s) onderwerp

Wethouder Jansma Kadernota Uitvoeringsorganisatie BBS 2023

Geachte leden van de raad en steunfractieleden,

Op 24 januari 2022 heeft u de Kadernota 2023 van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn Bunschoten Soest (GR BBS) ontvangen. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending van de kadernota, aan het bestuur hun zienswijze doen blijken. In verband met de gemeenteraadsverkiezingen valt echter de vergadercyclus van maart uit. Om die reden wordt dit jaar voor een afwijkende proces gekozen. Wij bieden u de Kadenota aan in de vorm van een raadsinformatiebrief en adviseren u geen zienswijze in te dienen. De Kadernota is een verplichting vanuit de GR om de raden van de deelnemende gemeenten te informeren over inhoudelijke en financiële uitgangspunten als basis voor de ontwerpbegroting 2023 en de meerjarenbegroting 2023-2026 van de Uitvoeringsorganisatie BBS. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen tot 15 maart 2022 hun zienswijzen aan het bestuur van Uitvoeringsorganisatie BBS kenbaar maken. De Kadernota BBS 2023 gaat uit van de doorontwikkeling van de organisatie. De belangrijkste wijziging is de uitbreiding van het personeelsbestand. Het begeleiden van mensen naar werk vraagt persoonlijke aandacht en maatwerk, en gaat met automatisering niet of nauwelijks sneller. Bovendien vragen nieuwe klanten meer tijd en aandacht dan bestaande, en er zullen meer trajecten ingezet moeten worden.

Om haar taken goed te kunnen blijven uitvoeren op het gebied van Werk & Inkomen zijn er meer consulenten Werk en een kwaliteitsmedewerker nodig. De BBS-organisatie zal dan met een inkomensconsulent en een administratieve medewerker op de zorgadministratie kunnen inkrimpen.

1

Voor Baarn betekent dit vanaf 2023 een extra structurele bijdrage van € 77.000,-. Deze structurele kosten worden meegenomen in de Perspectiefnota 2023. We verwachten dit bedrag te kunnen dekken uit de krimp van het bestand en de daling van het aantal uitkeringen. Wij adviseren u hierom geen zienswijze in te dienen op de Kadernota BBS 2023. In de periodieke verslaglegging (P&C-cyclus) zullen de ontwikkelingen en resultaten worden opgenomen.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

2

Kadernota 2023 Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn Bunschoten Soest

Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................................................... 3 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 2. Werk en Inkomen .......................................................................................................................................... 4 2.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 ................................................................................. 4 2.2 Projecten in 2022 ....................................................................................................................................... 5 2.3 Incidentele extra uitgaven ......................................................................................................................... 5 2.4 Structurele extra uitgaven.......................................................................................................................... 5 2.5 Mogelijke gevolgen nieuwe wetgeving ...................................................................................................... 6 3.

Zorgadministratie .......................................................................................................................................... 7 3.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 ................................................................................. 6 4. Kosten ............................................................................................................................................................ 7 4.1 Totale extra kosten .................................................................................................................................... 7

Voorwoord Voor u ligt de Kadernota van de Uitvoeringsorganisatie Baarn Bunschoten Soest voor het jaar 2023. In deze nota worden de (financiële) contouren geschetst van de ontwikkeling van BBS in dat jaar. Namens het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn Bunschoten Soest (Uitvoeringsorganisatie BBS), Soest, 17 december 2021

Voorzitter De heer E. Jansma Wethouder van Baarn

Directeur BBS De heer B. van der Schelde

Algemeen Bestuur De heer P. van Asselt Wethouder van Bunschoten

Algemeen Bestuur Mevrouw L. van Aalst-Veldman Wethouder van Soest

1. Inleiding In deze kadernota schetsen we een beeld van de verwachte ontwikkeling van BBS in 2023. Centraal staat dit keer de ontwikkeling binnen het bestand. Zoals we de raden het afgelopen jaar meerdere keren hebben aangegeven middels presentaties en rapportages, wordt het bestand steeds ‘zwaarder’. Een groeiend deel van de klanten staat op ruime afstand van de arbeidsmarkt. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden: bij een gelijkblijvende investering in personeel zal een deel van de genoemde groep verder wegzakken en echt ‘kansloos’ worden, gaan behoren tot het zogenoemde ‘granieten bestand’. Extra investeren in de begeleiding van klanten, biedt daarentegen de mogelijkheid om dat te voorkomen, en een groter deel van de inwoners (weer) volop te laten meedoen in de samenleving. Net als vorig jaar ontkomen we ook nu niet aan een ‘winstwaarschuwing’: de Coronapandemie maakt vooruitkijken extra lastig. We gaan uit van wat gezaghebbende instanties als het RIVM, het ministerie van Sociale Zaken en het CPB voorspellen over de ontwikkeling van de pandemie en de economie, en combineren die met onze eigen gegevens over, en kennis van, de huidige organisatie en de drie BBS-gemeenten. Zo komen we tot een zo goed mogelijke inschatting van wat ons te wachten staat en wat er nodig is in 2023.

2. Werk en Inkomen 2.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2022 Intern In de eerste maanden van 2022 verwachten we nog veel druk op de bedrijfsvoering als gevolg van de pandemie. Het ziekteverzuim zal negatief beïnvloed worden door Corona, en face to face groepsactiviteiten zullen nog aan beperkingen onderhevig zijn. We gaan er vanuit dat de pandemie vanaf de lente van 2022 min of meer onder controle komt, door een combinatie van boosterprikken, beter weer en het benaderen van iets dat op groepsimmuniteit gaat lijken. Daarmee verwachten we de eerder doorgeschoven activiteiten op het gebied van cultuur, in 2022 daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Het gaat daarbij om activiteiten met als doel een nog meer klantgerichte organisatie te worden, die eerst doorvraagt en pas daarna weegt en oordeelt, en altijd in staat en bereid is om maatwerk te leveren. De noodzaak om deze beweging te maken bestond al langer, binnen overheidsorganisaties in het algemeen en bij BBS in het bijzonder. Maar de toeslagenaffaire heeft ons allemaal nog eens ondubbelzinnig duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om je als overheidsorganisatie (en als individu die bij zo’n organisatie werkt) bewust te zijn van je positie, hoe kwetsbaar burgers zijn en hoe voorzichtig en weloverwogen je derhalve dient om te gaan met machtsuitoefening.

Onze focus hierop blijft uiteraard ook na 2022 gehandhaafd, en dit geldt ook de overheid in zijn algemeenheid. Zie hiervoor verder paragraaf 2.3 (incidentele extra uitgaven). We verwachten in 2022 ook de geplande activiteiten op het gebied van archivering en digitalisering te kunnen afronden. Aan het eind van dat jaar moet onze archivering aan alle vereisten voldoen, en verwachten we dat klanten voor meer zaken digitaal bij ons terecht kunnen. In 2022 starten we met uitvoering van de Wet Inburgering, een nieuwe taak die structurele kosten met zich meebrengt, die het Rijk voor de gemeenten vergoedt. Wat niet klaar is of kan zijn, is het vele kwaliteitswerk. Als gevolg van achterstanden (Werk en Inkomen heeft het jaren zonder kwaliteitsmedewerker gedaan), en door de grote hoeveelheid nieuwe wetten en wetswijzigingen die het Rijk de afgelopen paar jaar op ons terrein heeft afgekondigd1 en die hoogstwaarschijnlijk niet snel stopt, komen we hier structureel mensen tekort. 1

Denk bijvoorbeeld aan de vernieuwde BBZ, de Wet Inburgering, alles rond Tozo en Tonk

De groeiende complexiteit en samenhang van wetten en regels binnen het Sociaal Domein, vereisen verder dat we zaken steeds meer projectmatig aanpakken. Kwaliteitsmedewerkers worden daarom steeds vaker ingezet als projectleider. In de toekomst willen we ze bovendien inzetten bij het opzetten en begeleiden van intervisie binnen BBS. Extern We rekenen er op dat met het op gang komen van het gewone leven, er in de lente een eind komt aan de grootschalige ondersteuning van bedrijven. Anders dan eerder in de pandemie, wordt niet langer verwacht dat dit zal leiden tot een sterke groei van de werkloosheid2. Datzelfde geldt voor de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden. In de septembercirculaire van de rijksoverheid (uit september 2021) werd nog uitgegaan van een groei van ruim 5% van het volume tussen 2020 en 2022, en daar is de begroting ook op aangepast. Maar inmiddels zijn de geluiden optimistischer3, en in lijn daarmee gaan we voor de periode 2023-2026 vooralsnog uit van de nullijn ten opzichte van 2022. Die inschatting kan uiteraard weer snel achterhaald blijken, en dat onderstreept het belang van de afspraken over meegroeien en -krimpen van de organisatie met de omvang van het bestand, zoals vastgelegd in de begroting van 2022. Deze afspraken blijven uiteraard onverkort van kracht. Een gelijkblijvend bestand qua omvang dus, maar niet qua afstand tot de arbeidsmarkt.

Als genoemd in de inleiding, zal de gemiddelde ‘zwaarte’ van het bestand verder stijgen. Dat wordt veroorzaakt door de combinatie van een sterke en groeiende economie en de instroom van groepen die ver van de arbeidsmarkt afstaan (mensen uit het doelgroepenregister en statushouders). Daarmee groeit ook de inzet die nodig is om mensen te laten uitstromen naar -al dan niet gesubsidieerd- werk. Zie hiervoor verder onder paragraaf 2.4. 2.2 Projecten in 2023 Op dit moment voorzien we geen grote nieuwe projecten in 2023, en dus ook geen extra externe kosten. Er is wel een kans dat we na een aanbestedingsprocedure moeten overstappen naar een ander ICT-systeem. De projectkosten van zo’n overstap zijn aanzienlijk, maar kunnen eventueel (op termijn) wegvallen tegen de voordelen van een goedkoper pakket. Een nieuw ICT-systeem is overigens op dit moment vanuit organisatorisch perspectief niet wenselijk, omdat de implementatie ervan altijd erg veel vraagt van een organisatie. We verwachten hierover ruim voor het indien van de begroting 2023 meer duidelijkheid te hebben. 2.3 Incidentele extra uitgaven We voorzien op dit gebied geen incidentele extra uitgaven in 2023. Het is mogelijk dat de uitkomst van de discussie over de Stip op de Horizon leidt tot extra kosten, maar daarover is op dit moment nog niets te voorspellen.

In reactie op de Toeslagenaffaire, verstrekt de rijksoverheid de komende jaren een flink bedrag aan gemeenten om de dienstverlening aan burgers te verbeteren. Het is te verwachten dat een deel van die gelden ook in de drie BBS-gemeenten terechtkomt. Als dat het geval is, zouden wij ze graag besteden aan het verder borgen van de ingezette cultuurverandering (zie paragraaf 2.1). 2.4 Structurele extra uitgaven Er zijn vooralsnog dus geen extra incidentele uitgaven voorzien voor 2023. We vragen wel om enkele extra structurele uitgaven. Zoals aangegeven wordt het bestand van BBS geleidelijk aan ‘zwaarder’. Door de groeiende economie kunnen mensen met een bijstandsuitkering die niet al te ver van de arbeidsmarkt staan, relatief makkelijk uitstromen. Aan de andere kant staat nieuwe instroom van mensen met meer afstand tot de arbeidsmarkt, als bijvoorbeeld ‘doelgroepers’ en statushouders. Dit proces van ‘verzwaring’ van het bestand speelt al langer. Dat blijkt uit de bestandsindeling zoals we die de afgelopen jaren in onze rapportages tonen, en het bleek bijvoorbeeld ook uit de presentatie van Stimulansz aan de gemeenteraden op 22 september jongstleden.

2 3

De Macro Economische Verkenning van het CPB uit september 2021 gaat uit van een marginale stijging. Het CPB verwacht nu een lichte daling van het bestand tussen 2020 en 2022.

BBS zou zich moeten richten op intensieve begeleiding van de B- en C-categorie, om te voorkomen dat deze groepen verder wegzakken. Tegelijkertijd werd op diezelfde avond duidelijk dat we voor die aanpak- nu de mensen niet hebben. In de BBS-presentatie aan de raden, eveneens op 22 september, gaven we aan dat we de volgende stappen noodzakelijk achten: Voor A-klanten: veel uitnodigen, druk erop houden, voorkomen dat mensen passief worden. Gemiddeld 20 uur begeleiding noodzakelijk. Voor B-klanten: veel uitnodigen, mensen eigen plan laten maken, trajecten bespreken en mensen erop plaatsen. Inzetten van werkervaringsplaatsen. Inzetten van jobhunter zodra mogelijk. 40 uur. Voor C-klanten: samen plan maken op de diverse ‘leefgebieden’. Inzet van derden bij trajecten, overleg over voortgang. Zo nodig bijsturen. 30 uur. Voor D-klanten: waar mogelijk overdragen aan derden (in zorg en welzijn), af en toe check van situatie. Dagbesteding. Indien mogelijk vrijwilligerswerk als tegenprestatie naar vermogen. Gemiddeld 5 uur begeleiding nodig, maar sterk uiteenlopend. Als we het gemiddeld aantal uren vermenigvuldigen met het aantal klanten, hebben we ongeveer 20,5 fte aan begeleiding nodig. In werkelijkheid hebben we op dit moment bijna 13,8 fte hiervoor beschikbaar.

Dat gaat vooral ten koste van de C- en in iets mindere mate de B-klanten, precies de groepen die we zo graag alsnog ‘verder’ zouden willen krijgen. Juist zij krijgen van ons aanzienlijk minder aandacht dan we zelf nodig en wenselijk achten. Om dit te herstellen en wel te kunnen doen wat noodzakelijk is, hebben we (20,5-13,8=) 6,7 fte extra nodig aan begeleiding. Dat is een wel heel forse groei, en mede ook omdat we vooraf geen absolute zekerheid kunnen geven over het effect, stellen we voor om vanaf 2023 geen 6,7, maar 3 extra fte op begeleiding in te zetten. Omdat het uiteindelijke doel is het bestand te verkleinen, en we erop vertrouwen dat dat ook gaat lukken, zouden we vanaf dat moment al direct 1 fte bij Inkomen willen inleveren. Een netto extra opgave van 2 fte’s dus, om ervoor te zorgen dat een groter deel van het bestand in staat wordt gesteld actief in de maatschappij te gaan participeren. We stellen voor de extra investering eind 2023 te evalueren: bij succes zou dan in 2024 of ’25 nogmaals zo’n stap gezet kunnen worden. Overigens zullen als het goed gaat, de extra personele kosten ruimschoots worden terugverdiend door lagere uitgaven op de uitkeringen en andere maatschappelijke kosten. Een andere structurele post is de in paragraaf 2.1 al even aangestipte kwaliteitsmedewerker.

In de begroting is op dit moment 1,6 fte beschikbaar voor kwaliteitswerk bij Werk en Inkomen. Daar moet structureel echt tenminste 1 fte bij, om te blijven voldoen aan de wettelijke vereisten, de externe vraag en de kwaliteitsnormen die de opdrachtgever aan ons stelt. Een derde en laatste punt is de inzet van een jobhunter. Uitgaande van de bestandsverhoudingen, dragen we structureel één fte te weinig bij aan het Werkgevers Service Punt (1,8 fte in plaats van 2,8). De extra inzet op dit terrein zal ons helpen een ‘moeilijker’ bestand beter richting werkgevers te begeleiden. Daarnaast verwachten we met het vergroten van ons aandeel ook een grotere rol te kunnen spelen in het WSP, hetgeen de BBS-gemeenten en onze klanten ten goede komt. 2.5 Mogelijke gevolgen nieuwe wetgeving Op dit moment, rond de totstandkoming van een nieuw kabinet, is niet te zeggen of er nieuwe wetgeving wordt ontwikkeld die vanaf 2023 kosten met zich meebrengt. Duidelijk is wel dat de huidige participatiewet van steeds meer kanten wordt bekritiseerd, en dat de kans bestaat dat die wet op onderdelen wordt aangepast. Eventuele gevolgen daarvan op financieel terrein zijn nog niet in te schatten.

3. Zorgadministratie 3.1 Ontwikkelingen in 2022 en mogelijke besparingen als gevolg daarvan vanaf 2023 Op dit moment loopt een project om de administratie bij de lokale teams te harmoniseren, een doelstelling die vanaf de oprichting al werd genoemd, maar nog niet is bereikt. We zijn nu een stuk verder hiermee dan ooit tevoren, en gaan er vanuit dat gemeenten en BBS samen deze opgave in 2022 wel realiseren. Als dit daadwerkelijk gebeurt, kunnen we een besparing van tenminste één fte realiseren vanaf 2023. Daarnaast zal in 2022 een besluit worden genomen over een aantal extra taken die de zorgadministratie nu uitvoert. Overplaatsing van deze taken zou leiden tot een (beperkte) verdere inkrimping. Tenslotte wijzen we in dit verband nog op de regionale inkoop, die vanaf 2023 van start gaat. Het is mogelijk dat deze consequenties heeft voor het takenpakket van de zorgadministratie, maar of dat zo is, en op welke wijze, is nog onduidelijk.

4. Nieuwe cao In de vorige kadernota werd voorspeld dat het verschil tussen de nieuwe cao en de toen lopende cao klein zou zijn. Het is logisch te veronderstellen dat dit vanaf 2023 anders wordt, als gevolg van de oplopende inflatie. Mogelijk wordt het in november ‘21 gesloten principeakkoord voor 2021 en 2022 -met een tegen de inflatie afgezet gematigd loonbod- nog goedgekeurd door de vakbondsleden, maar daarna komt de loonmatiging waarschijnlijk onder druk. Voor 2023 moet dan ook worden uitgegaan van fors hogere personeelskosten.

5. Kosten 5.1 Totale kosten (structureel)

Kosten 2023

Issue Begeleiding (Werk), uitbreiding ivm doorgaande ‘verzwaring’ bestand+ 3 fte Inkomen, besparing ivm uitbreiding begeleiding, - 1 fte

Kosten 2024-2026, per jaar

€ 240.000

€

80.000

- €

80.000

Kwaliteitsmedewerker W&I, noodzakelijke uitbreiding, + 1 fte

€

85.000

€

85.000

WSP, uitbreiding op verzoek, + 1 fte

€

80.000

€

80.000

€

65.000

€

65.000

Zorgadministratie, besparing als gevolg van harmonisatie, 1 fte

-

€ 240.000

-

Zorgadministratie, mogelijke besparing ivm andere taakverdeling

Totaal

€

-

ntb

ntb

260.000

€ 260.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11323354/1