CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

220119 Samenwerking sociaal-recreatief vervoer (349521)

Informatie in de Raad 2 februari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Samenwerking sociaal-recreatief vervoer1.107 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

inlichtingen bij

Corien Touw

doorkiesnummer

0628646413

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

uw kenmerk ons kenmerk

339112 / 349521

datum

19 januari 2022

portefeuillehouder(s) onderwerp

Wethouder Van Roshum Samenwerking sociaal-recreatief vervoer

Geachte leden van de raad en steunfractieleden,

Met deze brief informeren wij u over ons besluit om een samenwerking aan te gaan met 22 Utrechtse gemeenten (de U16 regio + Eemland) voor de inkoop en het contractmanagement ten behoeve van het sociaal recreatief Wmo-vervoer. Deze stap zetten wij om dit vervoer vanaf eind 2023 goed te regelen voor onze inwoners die dit vervoer nodig hebben om zelfredzaam te zijn en om maatschappelijk te kunnen participeren. Context Per 18 december 2023 worden gemeenten in de Provincie Utrecht zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de inkoop en het contractmanagement van het Wmo-vervoer. De afgelopen jaren voerde de Provincie deze taak – bekend onder de naam Regiotaxi - namens de gemeenten uit. Sinds eind 2019 werken gemeenten en Provincie samen naar de nieuwe situatie toe via het programma Vernieuwing Doelgroepenvervoer (DGV) en Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV). Tevens hebben de gemeenten in de regio Eemland de afgelopen jaren verschillende bewegingen in gang gezet op het gebied van drie ontwikkelrichtingen: kanteling, efficiency en organisatie (vastgesteld door de Gemeenteraad in 2018 in het beleidskader Toekomstbestendig doelgroepenvervoer). Adviesbureau Royal Haskoning DHV is vorig jaar gevraagd een advies uit te brengen over hoe het doelgroepenvervoer beter en efficiënter georganiseerd kan worden in de regio Eemland.

Hierin stelt Royal Haskoning DHV voor om de vervoersstromen te laten integreren en het doelgroepenvervoer gezamenlijk aan te besteden. In dit scenario komt al het vervoer (leerlingenvervoer, regiotaxi, dagbesteding, jeugd ggz) te liggen bij één vervoerder die zowel de ritaanname en planning organiseert alsook het vervoer organiseert. De gedachtegang is dat in principe minder busjes worden

1

ingezet op een dag omdat één bus meerdere vervoersritten van verschillende vervoersstromen kan rijden. Bijvoorbeeld bus 1 begint in de ochtend met het leerlingenvervoer, brengt klanten vervolgens naar de dagbesteding, rijdt dan door voor de regiotaxi, brengt daarna kinderen naar ggz behandellocaties, brengt vervolgens de klant van de dagbesteding naar huis, en de haalt de kinderen op van school en brengt ze naar huis. De mogelijke besparingen die in het advies zijn geschetst zijn voornamelijk gebaseerd op voorbeelden in het land en theorieën, en geeft geen concrete besparingen weer op basis van een doorrekening van onze huidige cijfers in de regio. Onze volumes en vervoersstromen zijn niet meegenomen in het onderzoek. Daarmee zijn het besparingspotentieel en verbeterperspectief onzeker. Dit scenario brengt hierdoor substantiële (financiële) risico’s en investeringskosten met zich mee (kosten gaan voor de baten). De aannames die gemaakt zijn over de effectiviteitswinst worden tevens in twijfel getrokken door andere partijen, en de risico’s en kosten van het omzetten van onze huidige systeem naar een nieuw systeem wordt door die partijen nog hoger ingeschat. Onze conclusie is dat we hiermee geen onderbouwing hebben waar wij op kunnen varen en hebben besloten om dit scenario niet verder uit te werken.

We kiezen als regio Eemland voor een deelname aan het provinciale traject om samen met de Utrechtse gemeenten het sociaal recreatieve vervoer aan te besteden. In dat traject bestaat altijd de mogelijkheid om gedurende de looptijd andere vormen van doelgroepenvervoer te laten instromen. Regionale samenwerking Belangrijke vragen die wij als gemeenten tijdig moeten beantwoorden, zijn: met wie en in welke vorm we gaan samenwerken; hoe we het contractmanagement organiseren, hoe het product eruit ziet en op welke wijze we dit product gaan inkopen. De eerste stap in het beantwoorden van deze vragen is dit jaar gezet door een twee onderzoeken die Trafficon in opdracht van de gemeenten in de provincie Utrecht heeft gedaan. Trafficon deed eerst onderzoek naar de optimale schaal en vorm van samenwerking en deed vervolgens een draagvlakmeting bij de gemeenten over de uitkomsten van dit onderzoek. Het belangrijkste advies was om met zo veel mogelijk gemeenten samen te werken om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken en de kwaliteit te verhogen door expertise op het onderwerp te bundelen . Deze conclusie werd gedragen door alle 22 gemeenten, waarbij alle gemeenten ook aangaven de voorkeur te hebben voor een zo licht mogelijke samenwerkingsvorm waarbij de beleidskeuzes lokaal door college en raad genomen worden.

Van conclusies onderzoek naar gedeelde uitgangspunten Na de uitvoering van de twee bovenstaande onderzoeken hebben de gemeenten de ontstane consensus vastgelegd in uitgangspunten voor de volgende stap. De vervolgstap is het opstellen van een inkoopstrategie en een samenwerkingsovereenkomst. Daarna volgt de aanbestedingsprocedure.

2

Hieronder staan de uitgangspunten op een rijtje: · Sociaal recreatief Wmo-vervoer maakt integraal onderdeel uit van het vervoerslandschap in de provincie Utrecht. · Iedere Wmo-regio is een eigen perceel voor de uitvoering van het vervoer. · Per perceel is het mogelijk om andere vormen van doelgroepenvervoer gelijktijdig in te kopen (start bij aanvang van het contract of instroom gedurende de looptijd). · We gaan een partnerschap aan met uitvoerende partijen. · We streven naar eenvoud voor inwoners en uniformiteit tussen gemeenten op de onderdelen die daarvoor van belang zijn. · We maken als 22 gemeenten één keuze om ritaanname, planning en uitvoering van het vervoer onder te brengen bij de vervoerder of om dit juist in separate opdrachten te scheiden. · Wij gaan het gesprek aan met de Provincie Utrecht om een goede invulling te krijgen van het Openbaar vervoer en Aanvullend Openbaar Vervoer, met oog voor the first and last mile. Samenwerkingsovereenkomst Uit het onderzoek ‘optimale samenwerking’ blijkt dat er bij alle 22 gemeenten een voorkeur voor een ‘lichte’ samenwerkingsvorm. De komende periode zal daarom gewerkt worden aan het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst. Wij informeren u in het tweede kwartaal van volgend jaar over de stappen die wij hierin gezet hebben en over uw rol in de besluitvorming. Inkoopstrategie Deze specifieke inkoop is nieuw voor gemeenten.

We nemen de tijd om iedere stap weloverwogen uit te werken en trekken de juiste expertise aan om het proces te begeleiden. De bovenstaande uitgangspunten worden verder uitgewerkt en daarnaast zullen inhoudelijke uitgangspunten toegevoegd worden. Het vaststellen van de inkoopstrategie – binnen de staande beleids- en budgetkaders - valt binnen de verantwoordelijkheid van het college. Planning op hoofdlijnen De planning van de vervolgstappen in dit traject zien er als volgt uit: 4e kwartaal 2021- 1e kwartaal 2022: uitwerking inkoopstrategie, beheerorgaan en samenwerking 2e kwartaal 2022: collegebesluit inkoopstrategie en concept samenwerkingsovereenkomst 3e kwartaal 2022: start inkoop sociaal recreatief Wmo-vervoer Met deze brief hebben wij getracht u zo volledig mogelijk te informeren over de ontwikkelingen op dit dossier. Mocht u aanvullende vragen hebben dan lichten wij inhoud en proces graag nader aan toe.

3

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11052127/1