CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

214431 Ruimtelijk Kader Baarnsche Zoom bijlage 3 Voorontwerpbestemmingsplan

Besluit in de Raad 24 maart 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Ruimtelijk kader en voorontwerpbestemmingsplan Baarnsche Zoom27.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Opdrachtgever

Gemeente Baarn

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opstellers Projectnummer

Baarn NL.IMRO.0308.BP0000-OW01 Voorontwerp 26 januari 2021 R. Dekker, R. Nijdam 1053

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ..................................................................................................................... 3 Ligging en begrenzing ................................................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2

Bestaande situatie ........................................................................................................ 6

3 3.1 3.2 3.3

Toekomstige situatie ..................................................................................................... 7 Ambitie .......................................................................................................................... 7 Ruimtelijk kader ............................................................................................................ 8 Stedenbouwkundig kader ............................................................................................. 8

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Wetgeving en beleidskaders ....................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 11 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 13

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 17 Inleiding ....................................................................................................................... 17 Archeologie ................................................................................................................. 17 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 19 Water........................................................................................................................... 19 Ecologie ...................................................................................................................... 21 Mobiliteit ...................................................................................................................... 23 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 23 Geluidhinder wegverkeer ............................................................................................ 24 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 26 Externe veiligheid ........................................................................................................

27 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 29

6 6.1 6.2

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 30 Algemeen .................................................................................................................... 30 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 30

7

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 33

8 8.1 8.2 8.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 34 Participatie en vooroverleg ......................................................................................... 34 Procedure.................................................................................................................... 34 Crisis en herstelwet ..................................................................................................... 34

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

2/34

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad van Baarn besloten een invulling te geven aan de locatie Baarnsche Zoom met woningbouw en uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Noordschil’. In het raadsbesluit zijn uitgangspunten vastgesteld (bouwstenen genoemd) die aan het college worden meegegeven voor de ontwikkeling. De vastgestelde bouwstenen zijn: a. de geluidwerende voorziening van de A1 bestaat uit walwoningen; b. de gasleidingen in het plangebied blijven liggen; c. het bedrijventerrein Noordschil naar het oosten uit te breiden met 2 ha bedrijven in een nader te onderzoeken milieucategorie. Daarnaast onderzoeken of nog 1 tot 2 ha moet worden gereserveerd voor bedrijven in een lage milieucategorie als overgangsgebied tussen het bedrijventerrein en de woonwijk, waarbij een combinatie van wonen en werken (incl. beperkte opslag) mogelijk is (geamendeerd); d. de Drakenburgerweg ter plaatse van het plangebied afwaarderen tot 30 km/u-weg; e. de Beltvijver niet saneren. In het besluit is de opdracht aan het College van B&W gegeven om een ontwikkelstrategie voor te bereiden. Op 27 mei 2020 is de ontwikkelstrategie behandeld en is besloten om de verdere plan-, vastgoed- en gebiedsontwikkeling en de realisatie (inclusief het bouw- en woonrijp maken) risicodragend aan te besteden.

Om de uitgangspunten voor de marktpartijen in het kader van de aanbesteding concreet te maken, is tevens besloten om op basis van de bouwstenen een Ruimtelijk Kader op te stellen, aangevuld met o.a. uitgangspunten uit bestaand beleid en de belangrijkste ontwerpprincipes die gehanteerd moeten worden. Het Ruimtelijk Kader vormt tevens de basis voor het onderhavige bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van Baarn en ligt ingeklemd tussen de Rijksweg A1 en de Drakenburgerweg. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het bestaande bedrijventerrein De Noordschil. Aan de oostzijde is de Beltvijver onderdeel van het plangebied.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

3/34

afbeelding 1: ligging plangebied (rode stippellijn) aan de noordzijde van Baarn

afbeelding 2: begrenzing plangebied

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

4/34

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt geen bestemmingsplan waardoor moet worden teruggegrepen op de Bouwverordening Baarn 2012. Voor wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn nauwelijks beperkingen neergelegd in de bouwverordening. Voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling is het gewenst dat er een planologisch kader wordt vastgesteld. Hiermee wordt, in relatie tot de nu geldende bouwverordening, duidelijkheid gegeven over de toekomstige bouw- en gebruiksmogelijkheden van het gebied. Met het onderhavige bestemmingsplan is hier invulling aan gegeven.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en in hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 6 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 7 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 8 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 9.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

5/34

2

Bestaande situatie

De noordzijde van Baarn kent een rijke ontstaansgeschiedenis, waarbij vanaf de tweede helft van de 19e eeuw tot de huidige tijd woningbouwontwikkelingen hebben plaatsgevonden. In de verschillende woonwijken is die historie terug te zien in het gevarieerd bebouwingsbeeld. In de noordrand van Baarn is een scala aan dorpsrandfuncties te vinden, zoals bedrijventerreinen, sport en recreatie en een kleinschalig agrarisch bedrijf. In het oosten tussen de Bisschopsweg en de Eem liggen een uitspanning, enkele bedrijven, woningen en aan de oude loswal enkele woonschepen. Na 1960 werd ten noorden van de Drakenburgerweg Baarns eerste industrieterrein gepland (De Noordschil), gunstig gelegen aan de Rijksweg A1. Nu ligt aan beide afritten een bedrijventerrein (De Noordschil in het westen en De Drie Eiken in het oosten). Het gebied is grotendeels in gebruik als agrarisch grasland. Midden in het gebied staat een boerderij (Drakenburgerweg 6). Meer naar het oosten toe, is een voormalig volkstuinencomplex gelegen. Het gasontvangstation aan de Drakenburgerweg 25a is verplaatst naar de overzijde en ligt daarmee in het plangebied. Binnen het gebied zijn geen openbare wegen aanwezig. De waterstructuur bestaat uit een watergang langs de Drakenburgerweg en langs de A1 en enkele sloten in het gebied die de oorspronkelijke verkaveling laten zien van de vroegere Geerpolder.

Daar waar nu de A1 ligt, was vroeger de Drakenburgerwetering. Deze historische verkaveling is bepalend geweest voor de vorm van de Buitenplaats Rusthoek. De hoofdverkeerstructuur van Baarn Noord wordt gevormd door de Amsterdamsestraatweg, Drakenburgerweg, De Geerenweg, Eemweg, Eemnesserweg, Van Heemstralaan en Chopinlaan. De Plataanlaan en de Zandvoortweg zijn gebiedsontsluitingswegen naar deze hoofdontsluitingswegen toe.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

6/34

3

Toekomstige situatie

3.1

Ambitie

De zes kenmerken van de Baarnse identiteit, zoals omschreven in de toekomstvisie en structuurvisie “Baarn in 2030” zijn de aanknopingspunten voor de kaders van de ruimtelijke ontwikkeling voor de Baarnsche Zoom (hoofdstuk 7.4 van de Structuurvisie). In het algemeen gelden voor Baarn de kleinschaligheid, het groene karakter met de waardevolle elementen zoals de veeltallige monumenten, het afwisselende landschap, de cultuurhistorie met extensieve recreatie en de landgoederen en buitenplaatsen. Dit karakteriseert de hoge kwaliteit van wonen, werken en samenleven in Baarn. Hoogwaardig wonen Het streven is om binnen het plangebied ca. 500 woningen te realiseren, op een oppervlakte van ca. 21,5 ha. Dit is een dusdanige verdichting welke ten goede komt aan het dorpse karakter van Baarn: relatieve openheid en ruime verkaveling. Typologie, ritmiek en korrel van de bebouwing dragen ook hieraan bij, een eigentijdse uitstraling aansluitend bij de schaal en maat van Baarn. Daar waar mogelijk dienen verbijzonderingen te worden toegepast zonder afbreuk te doen aan de Baarnse identiteit. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit biedt hierin meer inzicht.

Groene en blauwe vertoefplekken in een fraaie landschappelijke omgeving Het direct nabijgelegen recreatiegebied de Belt aan de oostkant van de locatie biedt voor de Baarnsche Zoom een recreatieve parkvoorziening, passend bij ontwikkelingen van woongebieden. De relatieve korte afstanden naar overige recreatieve en groene vertoefplekken in de gemeente is inherent aan de schaal en maat van de gemeente. Ten aanzien van de verdichting dient ook in het te ontwikkelen woongebied het groen volop aanwezig te zijn. Immers wordt ervan uitgegaan, dat er verhoudingsgewijs (ca. 62% openbaar) een woningbouwplan komt met een relatieve verdichting, waardoor het groen de nodige ruimte krijgt. Zaken zoals klimaatadaptatie t.a.v. de duurzaamheid en een kwalitatief hoogwaardige leef- en woonomgeving zijn belangrijke doelen en zijn onderdeel van de ontwikkeling. Bestendige bedrijvigheid, met het oog op het lokale aanbod aan arbeid, waar mogelijk gebaseerd op vernieuwend initiatie De locatie heeft te maken met de bedrijvigheid van de Noorschil aan de westzijde en het verderop gelegen bedrijven- en kantorenterrein de ‘Drie Eiken’ aan de oostkant. Met name de uitbreidingswens van de Noordschil aan de westkant zal in samenhang dienen te geschieden met de woningbouwontwikkeling op de Baarnsche Zoom.

Voldoende sociale samenhang, met het oog op de kwaliteit van de lokale samenleving Het is van belang een evenwicht te vinden in de lokale woningmarkt. Voor de continuïteit van de lokale samenleving is een lokale woningmarkt vereist waarin Baarnse starters in verschillende prijsklassen een redelijke kans op een woning hebben en waar ouderen ter plaatse comfortabel terecht kunnen wanneer het eigen huis te groot wordt. Van het woningbouwprogramma voor de Baarnsche Zoom zal een deel bestaan uit betaalbare woningen voor de sociale sector en middeldure huur).

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

7/34

3.2

Ruimtelijk kader

Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad van Baarn besloten een invulling te geven aan de locatie Baarnsche Zoom met woningbouw en uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Noordschil’. In het besluit zijn uitgangspunten vastgesteld (bouwstenen genoemd) die aan het college worden meegegeven voor de ontwikkeling. De bouwstenen die zijn vastgesteld, zijn: 1. de geluidwerende voorziening van de A1 bestaat uit walwoningen; 2. de gasleidingen in het plangebied blijven liggen; 3. Het bedrijventerrein Noordschil naar het oosten uit te breiden met 2 ha bedrijven in een nader te onderzoeken milieucategorie. Daarnaast onderzoeken of nog 1 tot 2 ha moet worden gereserveerd voor bedrijven in een lage milieucategorie als overgangsgebied tussen het bedrijventerrein en de woonwijk, waarbij een combinatie van wonen en werken (incl. beperkte opslag) mogelijk is (geamendeerd); 4. de Drakenburgerweg ter plaatse van het plangebied afwaarderen tot 30 km/u-weg; 5. de Beltvijver niet saneren. De bouwstenen zijn op onderstaande kaart weergegeven. Aanvullend zijn verschillende andere uitgangspunten / aandachtspunten opgenomen.

afbeelding 3: bouwstenen en uitgangspunten/aandachtspunten

Om de uitgangspunten voor de marktpartijen in het kader van de aanbesteding concreet te maken, is een Ruimtelijk Kader opgesteld op basis van de bouwstenen, aangevuld met o.a. uitgangspunten uit bestaand beleid en de belangrijkste ontwerpprincipes die gehanteerd moeten worden. Het Ruimtelijk Kader beschrijft de randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van De Baarnsche Zoom. Het Ruimtelijk Kader is thematisch opgebouwd en beschrijft de uitgangspunten voor de invulling van het gebied.

3.3

Stedenbouwkundig kader

Landschappelijk silhouet Het landschappelijk silhouet van Baarn bepaalt in hoge mate de opbouw van bouwmassa’s voor de Baarnsche Zoom. Dat silhouet is de dorpse uitstraling met de bijbehorende kwaliteit, bepaald door het landschap (bos- en polderlandschap) en de dorpsbebouwing (zie afbeelding 4). Dit uit zich in de grootschalige buitenplaatsen op Hoog Baarn tot en met het monumentale Rode Dorp. Naast de parkachtige setting van een ruime en open verkaveling, met een lommerrijke

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

8/34

uitstraling van Hoog Baarn, is de kleinschaligheid het andere gezicht. Nauwe straatpatronen begeleid door bomen en hagen zijn eveneens beeldbepalend. Dat landschappelijk gegeven met de hoogte van de bouwmassa’s, waarbij de kerktorens de hoogste zijn, is dat silhouet. De nieuwe ontwikkeling van de Baarnsche Zoom zal moeten aansluiten op het landschappelijke silhouet.

afbeelding 4: Het huidig landschappelijk silhouet van Baarn

Aantakken op bestaande structuur met eigen gezicht Het kenmerkende landschap van Baarn, waarbij de dorpse setting is ingebed in dat landschap van bosgebied en het polderlandschap naar de rivier de Eem, was voor de aanleg van de rijksweg A1 goed merkbaar. Echter door die A1, het westelijk gelegen bedrijventerrein de Noordschil, de Belt en Beltvijver, de ijsbaan, de sportvelden, het oostelijk gelegen bedrijventerrein de Drie Eiken, is dat karakteristieke polderlandschap verworden tot een anoniem stuk land. Weliswaar zijn enkele sloten nog aanwezig die doen denken aan dat vroegere landschap, de cultuurhistorische waarde is in die zin niet meer aanwezig. Onderliggende landschapsstructuren, met name de noordwest-zuidoostelijke richting, geven houvast maar hoeven niet dwingend te zijn. De richting vanuit de bestaande bebouwingsstructuur ten zuiden van de Drakenburgerweg kan bepalend zijn t.a.v. de geleidelijke overgang van bestaand naar de nieuwe ontwikkeling. De inzet is vooral om aan te takken op de bestaande structuur om vervolgens een eigen gezicht te geven aan de Baarnsche Zoom met de kenmerken van de Baarnse identiteit. Groen en open karakter De openbare ruimte zal verhoudingsgewijs het groen laten prevaleren boven verharding. Het open karakter dient doorgezet worden in zuidelijke richting van de bestaande woonbebouwing van het dorp.

Woonkwaliteit en Baarnse identiteit Woonkwaliteit en een aangenaam verblijfsgebied staan voorop, in relatie tot die Baarnse identiteit. Walwoningen Een dwarsdoorsnede van noord naar zuid, gezien vanaf de A1 naar het dorp geeft het idee aan, om antwoord te geven aan het dorp en aansluiting te vinden met het dorp. Hierbij vormen walwoningen vanwege de geluidswering een belangrijk front. Tevens bepaalt dit grotendeels het gezicht naar de A1. Waar mogelijk dient het ééntonig langgerekt beeld van de walwoningen onderbroken te worden.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

9/34

4

Wetgeving en beleidskaders

4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 Nationale Omgevingsvisie Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. . 4.2.1.1 Betekenis voor het plan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. De woningen moeten voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

4.2.2 Besluit ruimtelijke ordening / Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder van duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Deze motiveringsplicht is in artikel 3.1.6, lid 2, Bro als volgt geformuleerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." 4.2.2.1 Betekenis voor het plan Het project ligt in het bestaand stedelijk gebied. Het project voorziet in de realisatie van ca. 500 woningen en ca. 2,4 hectare bedrijventerrein. Het bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. De gemeentelijke Visie Wonen en het daarin opgenomen Afwegingskader woningbouw gaat uit van de toevoeging van circa 850 woningen tot 2030. Om deze ambitie te halen, wil de

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

10/34

gemeente Baarn voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Concreet komt dit neer op minimaal 1.000 woningen om in de planning te hebben, zodat rekening wordt gehouden met potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties. Met de ontwikkeling van de Baarnsche Zoom ziet de gemeente kansen om een substantieel deel van de gemeentelijke woningbouwopgave te realiseren. In de uitwerking van de Visie Wonen is met de ontwikkeling van de Baarnsche Zoom rekening gehouden. Er is uitgegaan van circa 500 woningen in onder andere de categorieën sociale huur, middeldure huur en sociale en middeldure koop. Binnen de Baarnsche Zoom is de uitbreiding van het bedrijventerrein Noordschil met circa 2,4 hectare netto aangetoond in de behoefteraming (Stec Groep, 2019) dat is uitgevoerd ten behoeve van de Toekomstvisie Werklocaties Baarn.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerd incl. Herijking 2016, correctie 2017 en 2e partiele herziening 2018) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) beschrijft de provincie haar ruimtelijke visie op de toekomst. De PRS is in 2013 vastgesteld door Provinciale Staten en wordt elke vier jaar opnieuw bekeken en eventueel aangepast (herijken). In de PRS is aangegeven welke provinciale belangen er zijn, welk beleid hierbij hoort en hoe de provincie uitvoering geeft aan dit beleid. Uitvoering van het beleid wordt deels gegeven via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De Provincie Utrecht werkt momenteel aan een nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening voor haar grondgebied. Na vaststelling door Provinciale Staten zullen deze documenten de PRS en de PRV vervangen. Er is een ontwerp van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in maart 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Vanwege uitstel van de Omgevingswet zijn de stukken echter nog niet ter inzage gelegd. Voor het voorontwerpbestemmingsplan is vooralsnog uitgegaan van de eerder genoemde PRS en de PRV. Bij het ontwerpbestemmingsplan wordt de actuele stand meegenomen. De PRS is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie om in te wonen, werken en recreëren.

De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht 2040 vormt daarvoor het uitgangspunt. De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak met vier pijlers: • een duurzame leefomgeving • beschermen kwaliteiten • vitale dorpen en steden; • landelijk gebied met kwaliteit. De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ plaats kunnen vinden. Voor de Baarnsche Zoom zijn de volgende onderwerpen uit het provinciaal beleid relevant: • Stedelijk gebied (art. 4 PRV) • Landschap (art.1.8 PRV) • Mobiliteitstoets (art. 1.6 PRV) Wat dit betekent voor het onderhavige bestemmingsplan is beschreven in de onderstaande paragrafen. 4.3.1.1 Stedelijk gebied – vitale steden en dorpen (art. 4) De provincie zet in op het bevorderen van binnenstedelijke ontwikkeling. Binnenstedelijke ontwikkeling, inclusief transformatie en herstructurering en de aanpak van leegstand, heeft

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

11/34

bovengemeentelijke aspecten, omdat dit gaat om regionale markten voor wat betreft woon- en werklocaties. De provincie vraagt aan gemeenten om regionale afstemming en het creëren van een gelijk speelveld in alle gemeenten. Een nieuw bestemmingsplan voor het stedelijk gebied mag nieuwe verstedelijking mogelijk maken. Hierbij is van belang dat er voldoende ruimte wordt geboden voor het realiseren van een op de behoefte aansluitend aanbod van woningen en woonvoorzieningen. Nieuwe woningbouw dient in overeenstemming te zijn met de regionale programmering en afgestemd te zijn. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve zin aansluit bij de behoefte. In het bestemmingsplan dient een beschrijving te zijn opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Betekenis voor het plan Het nieuwe bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen mogelijk en de uitbreiding van het bedrijventerrein Noordschil. De nieuwe woningen sluiten aan bij de behoefte in de gemeente Baarn zoals in de gemeentelijke Visie Wonen benoemd. 4.3.1.2 Landschap (art.1.8) In de PRV zijn in artikel 1.8 de regels ten aanzien van het landschap opgenomen.

Het bestemmingsplan dient bestemmingen en regels te bevatten ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de het ‘Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, deelkatern Utrechtse Heuvelrug’. Ook mogen de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Betekenis voor het plan Baarn, inclusief het plangebied, ligt op de rand van het Landschap Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is een stuwwal die reikt van de randmeren in het noordwesten tot de Rijn in het zuidoosten. Het is na de Veluwe het grootste bosgebied van Nederland en vormt een kerngebied in het NNN. Als kernkwaliteiten kent de Utrechtse Heuvelrug een robuuste eenheid, reliëfbeleving en extreme historische gelaagdheid. Deze kernkwaliteiten zijn niet van toepassing in het plangebied. 4.3.1.3 Mobiliteitstoets (art. 1.6) De provincie schrijft voor dat een bestemmingsplan dat voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen, een beschrijving geeft van het aantal verplaatsingen ten gevolge van de ontwikkeling, de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen en een analyse of er door de toename van het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan.

Indien er mogelijk sprake is van knelpunten op het omliggend netwerk, moet een mobiliteitstoets worden uitgevoerd. Bij de planning van ruimtelijke ontwikkelingen houden provincie en gemeenten rekening met de effecten op de mobiliteit en de mogelijkheden van de bestaande wegen en OV-verbindingen. De effecten op de netwerken worden vooraf door de mobiliteitstoets bepaald en ondervangen door maatregelen (veroorzakersprincipe). Uitgangspunt bij noodzakelijke aanpassingen van infrastructuur en OV als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen is dat de veroorzaker deze investeringskosten betaalt. Bij infrastructurele aanpassingen betaalt de veroorzaker eveneens de toenemende beheer- en onderhoudskosten. Dit kan zowel de overheid zijn als ontwikkelende partijen. Betekenis voor het plan In paragraaf 5.6 is ingegaan op de toekomstige verkeerstructuur en de parkeernormen. In dit bestemmingsplan is in de regels geborgd dat moet worden voldaan aan de parkeernormen.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

12/34

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 vastgesteld. Met deze nieuwe visie is de gemeente beter in staat om plannen te toetsen en sturing te geven aan ontwikkelingen. Centraal staat hierbij de vraag: hoe de Baarnse identiteit en kwaliteit behouden en versterken? In de Toekomstvisie zijn zes thema’s uitgewerkt, die kenmerkend zijn voor de identiteit van Baarn: Hoogwaardig wonen, Levendig centrum met hoog voorzieningenniveau, Groene en blauwe vertoefplekken, Bestendige bedrijvigheid, Sociale samenhang en Bestuurlijke zelfstandigheid. Hoogwaardig wonen gaat in op de kwaliteit van wonen en woonomgeving. Voor Groene en blauwe vertoefplekken geldt dat de bestaande groenstructuur behouden moet worden en waar nodig versterkt. Recreatief aanbod wordt gestimuleerd en verder ontwikkeld met de nadruk op dagrecreatie. Lage Vuursche is een zeer succesvol recreatiegebied met als keerzijde soms de grote drukte. Meer spreiding van recreanten door de aantrekkingskracht van parels als Paleis Soestdijk, Kasteel Groeneveld en het centrum van Baarn past in het gewenste gemeentelijk beleid. Goede routes en verbindingen horen daarbij. Een zevende thema – dat is toegevoegd – is Bereikbaar en leefbaar.

Bij nieuwbouwplannen dient de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en -veiligheid bij de start van het proces in beeld te zijn. Baarn streeft ernaar om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn. Duurzaamheid wordt betrokken in alle ontwikkelingen binnen de gemeente. Betekenis voor het plan Met de ontwikkeling van de Baarnsche Zoom ziet de gemeente kansen om een substantieel deel van de gemeentelijke woningbouwopgave te realiseren. Door in de programmering ruimte te reserveren voor betaalbare woningen, zal ook voor deze doelgroep de nodige woonruimte worden toegevoegd aan de Baarnse woningmarkt. Met een dichtheid van ca. 23 woningen per hectare krijgt de woonwijk een ruime opzet met veel groen en water in het openbaar gebied, wat zorgt voor een hoogwaardige woonomgeving. Ook moeten de woningen voldoen aan de laatste duurzaamheidseisen. 4.4.2 Visie Wonen 2019 Op 26 september 2019 is de Visie Wonen 2019 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De visie geeft richting aan actuele woningmarktopgaven in Baarn. De Visie Wonen bouwt voort op de eerdere visie uit 2016. Daarin stonden vier ambities centraal: het werken aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop). Deze vier ambities staan nog overeind.

Wel zijn ze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Daarnaast is er een vijfde ambitie: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. De vijf ambities worden hieronder beschreven: 1. Evenwicht in de bevolkingspiramide Door veranderende bevolkingssamenstelling, met minder jongeren en meer ouderen, staat de variatie in het voorzieningenaanbod onder druk. Met name voorzieningen voor jeugd en jongeren (scholen, verenigingen) hebben hier potentieel last van. De gemeente wil dan ook blijven inzetten op het versterken van het evenwicht in de bevolkingspiramide door meer kansen te bieden aan jongeren en gezinnen met kinderen. Daarmee sluit de visie aan op de motie Wonen voor Twintigers. Het Baarnse woonmilieu is hiervoor passend. Het woningaanbod is echter nu nog te beperkt. Toevoegingen zijn gewenst om bevolkingsomvang en –opbouw op peil te houden.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

13/34

2. Toegankelijk comfortabel wonen Tegelijkertijd heeft Baarn een relatief groot aantal inwoners van 65 jaar en ouder. De meeste ouderen zijn lang(er) gezond en participeren actief in de samenleving. Bovendien zijn zij doorgaans gehecht aan de woning waarin zij wonen. Laat onverlet dat een deel van de 65-plussers aanpassing aan de woning, een andere woning of omgeving wensen; vaak makkelijker toegankelijk, comfortabel en nabij voorzieningen. Hieraan wordt preventief aandacht besteed in de bestaande woningvoorraad en door nieuwbouw ten behoeve van doorstroming. Een deel van de ouderen krijgt te maken met een zorgvraag. Doorgaans blijven zij ook (langer) zelfstandig thuis wonen. Dit geldt daarnaast ook voor andere groepen die een zorgbehoefte hebben, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening (GGZ). Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg en ondersteuning, wil de gemeente enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij. 3. Verduurzaming van woningen De Baarnse woningvoorraad is doorgaans van hoogwaardige kwaliteit. Er liggen desalniettemin opgaven om de voorraad meer toekomstbestendig te maken. Belangrijk daarbij is de verduurzaming van woningen.

Hiermee wil de gemeente klimaatdoelen bereiken (minder uitstoot CO2) en er zorg voor dragen dat de afhankelijkheid van energie afneemt. Dit leidt uiteindelijk tot besparing op de totale woonlasten van huishoudens. De gemeente ziet de verduurzaming primair als verantwoordelijkheid van huiseigenaren zelf; inwoners en verhuurders. Waar nodig ondersteunt de gemeente dit door informatievoorziening. 4. Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop Baarn kent twee gezichten. Enerzijds zijn er de wijken met relatief veel (sociale) huurwoningen, anderzijds wijken met vooral grote duurdere woningen. We zien een structureel tekort aan sociale huurwoningen. Tegelijkertijd zijn er tekorten in de middenhuur en goedkopere koopsector (zie vervolg). Om verschillende inkomensgroepen reële kansen te bieden om in Baarn te (blijven) wonen, is een gevarieerde opbouw van de betaalbare huur- en koopvoorraad gewenst. De corporaties die Baarn tot hun werkgebied mogen rekenen worden uitgedaagd om mee te helpen aan het invullen van deze opgaven. Dit kan door nieuwbouw, maar ook door een herschikking in de bestaande woningvoorraad mede om in wijken meer variatie te krijgen. Te denken is aan omzetten van sociale huur naar middenhuur of betaalbare koop, en toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen. 5.

Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen Bij al de geschetste ontwikkelingen voor Baarn zijn de meer traditionele woonwensen leidend: een huis met een tuintje, of een appartement met ruim balkon. Tegelijkertijd zien we op dit moment dat mensen kiezen voor andere woonvormen: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. Wij willen in Baarn ook ruimte geven aan het verwezenlijken van deze alternatieve woonwensen. Woningbouwlocaties bieden hier ruimte voor. Afwegingskader woningbouw De gemeente toetst vanuit de Visie Wonen woningbouwplannen aan het afwegingskader woningbouw: • Voldoende woningen: toevoegen 850 woningen tot 2030 in de gemeente In het gemeentelijk afwegingskader woningbouw is het vertrekpunt de toevoeging van circa 850 woningen tot 2030. Dit aantal woningen vraagt een forse inspanning om te realiseren. De praktijk laat zien dat bij veel plannen enige vertraging optreedt. Daarom wil de gemeente Baarn enerzijds voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Concreet komt dit neer op minimaal 1.000 woningen om in de planning te hebben, zodat rekening wordt gehouden met potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties.

• De juiste woningen: kwalitatief afwegingskader Naast locaties gaat het ook om de kwalitatieve invulling van de locaties. Vanuit de Visie Wonen is een aantal maatschappelijke kaders meegegeven. Op basis van de huidige

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

14/34

planinventarisaties is er in de gemeente vooral een tekort aan plannen bij geclusterde woonzorgvormen, en passende locaties hiervoor. Planontwikkelingen die hierin voorzien, verdienen daarom prioriteit. Als op enig moment (op basis van jaarlijkse monitoring) blijkt dat in voldoende mate wordt voorzien in een van deze segmenten, dan vervalt deze optie voor een initiatiefnemer en resteren de andere segmenten om maatschappelijk aan bij te dragen. Betekenis voor het plan Met de ontwikkeling van de Baarnsche Zoom ziet de gemeente kansen om een substantieel deel van de gemeentelijke woningbouwopgave te realiseren. In de uitwerking van de Visie Wonen is met de ontwikkeling van de Baarnsche Zoom rekening gehouden. Er is uitgegaan van circa 500 woningen. Het woningbouwprogramma van de Baarnsche Zoom dient te voldoen aan de volgende uitgangspunten: • Minimaal 100 sociale huurwoningen • Circa 50 middeldure huurwoningen (tot € 950 per maand) • Minimaal 50 koopwoningen tot € 235.000 • Minimaal 50 koopwoningen tot € 300.000. Door in de programmering ruimte te reserveren voor betaalbare woningen, zal ook voor deze doelgroep de nodige woonruimte worden toegevoegd aan de Baarnse woningmarkt. Met een dichtheid van ca. 23 woningen per hectare krijgt de woonwijk een ruime opzet met veel groen en water in het openbaar gebied, wat zorgt voor een hoogwaardige woonomgeving.

Ook moeten de woningen voldoen aan de laatste duurzaamheidseisen. Tot slot is er een groeiende behoefte aan alternatieve woonvormen. Het meest populair onder deze groep zijn ‘hofjeswoningen’; kleinschalig wonen met eigen voorzieningen en een gemeenschappelijke buitenruimte. Doorgaans gaat het zowel om belangstelling in de huur- als in de koopsector. Locaties nabij het centrum zijn in trek, vanwege gewenste nabijheid van supermarkt en winkels. Voor de Baarnsche Zoom ziet de gemeente ook kansen. Het woningbouwplan sluit zodoende aan bij de ambities en opgaven die in de Visie Wonen 2019 zijn benoemd. De gemeente Baarn beschikt over een doelgroepenverordening (vastgesteld 25 november 2020). In de doelgroepenverordening worden de categorieën sociale huur, middeldure huur en sociale koop nader omschreven. Daarnaast geeft de doelgroepenverordening aan voor welke doelgroepen de te bouwen woningen bedoeld zijn aan de hand van inkomensgrenzen. Voor de woningbouwontwikkeling Baarnsche Zoom is de doelgroepenverordening ook van toepassing.

4.4.3 Toekomstvisie Werklocaties Baarn De gemeenteraad heeft op 23 september 2020 de Toekomstvisie Werklocaties Baarn vastgesteld en daarmee de uitgangspunten en ambities voor de Baarnse bedrijvigheid voor de komende jaren bepaald. Betekenis voor het plan In de toekomstvisie is de gewenste ontwikkelrichting van Bedrijventerrein Noordschil beschreven. Ingezet wordt op herstructurering van het bestaande deel van de Noordschil in samenhang met uitbreiding (zie). De komende jaren wordt samen met alle externe betrokkenen uitvoering gegeven aan de toekomstvisie met als hoofddoelen: • Meer ruimte voor economie • Intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik • Versterken ruimtelijke kwaliteit

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

15/34

Binnen de Baarnsche Zoom ligt de wens om ruimte te bieden aan de uitbreiding van het bedrijventerrein Noordschil met circa 2,4 hectare netto voor regulier MKB (en woon-werk combinaties aan de oostrand), conform behoefteraming (Stec Groep, 2019) en beschikbare inbreidingslocaties. Hierbij hoort een milieucategorie t/m maximaal 3.2 (en afhankelijk van woningen Baarnsche Zoom, milieucategorie 3.1, richtafstand 50 meter). De maximale milieucategorie wordt afgestemd op de afstand tot de nieuwe woningen (inwaarts zoneren). De wens is om te komen tot een overgangsgebied tussen het bedrijventerrein en de nieuw te ontwikkelen woonwijk Baarnsche Zoom. Dit overgangsgebied wordt ontwikkeld als woon-werk wijk (ambachtelijke/ productieve wijk) waar ruimte wordt geboden aan bedrijven die verenigbaar zijn met het woonmilieu (milieucategorie 1 en 2). Het kan hierbij zowel gaan om solitaire (geschakelde) bedrijfsruimte als om bedrijfsruimte in de plint van woningbouw. Het mengen van wonen en werken en daarmee de integratie van bedrijfsruimte in het woonmilieu speelt in op de beperkte uitbreidingsruimte voor bedrijven op de bestaande bedrijventerreinen en de toenemende behoefte van kleinschalige bedrijven naar een vestigingslocatie in Baarn. Daarmee behoudt Baarn ruimte voor vakgeschoolde en (deels) ambachtelijke werkgelegenheid.

4.4.4 Nota Ruimtelijke kwaliteit Gebouwen hebben de openbare ruimte als omgeving; de openbare ruimte heeft gebouwen als decor. De kwaliteit van het één wordt bepaald door het ander. Ruimtelijke kwaliteit is de som van het landschap, stedenbouw en gebouwen plus de samenhang daartussen. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit bestaat uit een inspiratiedeel en een toetsingskader. Het inspiratiedeel geeft per gebied een typering, de ruimtelijke kenmerken, aandachtspunten en ambities en het ruimtelijk streefbeeld. Het toetsingskader is concreter met minimumeisen voor ruimtelijke kwaliteit. Voor de verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen zijn eisen en criteria geformuleerd. Betekenis voor het plan In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunningen voor bouwen zal getoetst worden aan de Nota ruimtelijke kwaliteit.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

16/34

5

Omgevingsaspecten

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

5.2

Archeologie

5.2.1 Algemeen 5.2.1.1 Erfgoedwet Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Archeologische waarden- en verwachtingskaart 2018 en Beleidsvisie Erfgoed – Omgang met het Baarns Erfgoed 2019 In 2018 heeft Baarn voor het grondgebied van de gehele gemeente een archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart laten opstellen (Keunen, Frank & Boshoven, 2018). De archeologische waarden- en verwachtingenkaart is gethematiseerd naar archeologische verwachtingen en is uitgebreid met een weergave van terreinen waarvan de archeologische waarde reeds is vastgesteld, dan wel terreinen met een nog niet nader vastgestelde archeologische waarde (archeologische en historische vindplaatsen) en is als zodanig een kaartbeeld dat is opgebouwd uit meerdere kaartlagen. 5.2.1.2

afbeelding 5: Relevante uitsnede van de Archeologische beleidskaart uit 2018 (bron: RAAP), groen is AWV8, grijs is geen verwachting.

De beleidskaart (zie afbeelding 5) maakt onderscheid in Archeologisch Waardevolle Gebieden (AWG’s) en Archeologisch Waardevolle Verwachtingsgebieden (AWV’s). Deze AWG’s en AWV’s zijn onderverdeeld in respectievelijk 4 en 5 categorieën, die een voorzet bieden voor een

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

17/34

aan een nieuw bestemmingsplan op te hangen voorschriften en dubbelbestemmingen. De categorieën worden beschreven in de Beleidsvisie Erfgoed, ‘Omgang met het Baarns Erfgoed’ (2019) van de gemeente Baarn. Archeologisch vooronderzoek In 2017 is archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor de noordrand van Baarn, waaronder ook voor de Baarnsche Zoom (Vestigia, maart 2017). Dit onderzoek heeft op basis van de geologie, geomorfologie, de bodemopbouw en bevindingen van eerder uitgevoerde onderzoeken een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Het plangebied van de Baarnsche Zoom heeft daarin een lage archeologische verwachting (zie groene kleur in afbeelding 6). Voor dit gedeelte wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De Beltvijver heeft geen archeologische verwachting. Het gele gebied met een middelhoge verwachting ligt buiten het plangebied Baarnsche Zoom.

afbeelding 6: Archeologische verwachting (bron: Vestigia, 2017)

5.2.2 Betekenis voor het plan De categorieën uit de Beleidsvisie Erfgoed die van belang zijn voor het plangebied zijn beschreven in Tabel 1. Categorie met kleur AWV8 – lichtgroen

Omschrijving Lage verwachting

grijs

Relevante zones in plangebied Een smalle strook aan de noordzijde van het plangebied en de zone langs de Drakenburgerweg hebben een lage verwachting. Grootste deel van het plangebied

Geen verwachting of verstoord. Tabel 1: Omschrijving archeologische beleidszones in relatie tot Baarnsche Zoom.

In de beleidsvisie wordt uitgesproken dat ‘behoud in de huidige staat’ altijd het beleidsuitgangspunt is, maar worden tevens vrijstellingsgrenzen geformuleerd per categorie, in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de Baarnsche Zoom zijn de volgende vrijstellingen relevant: Categorie met kleur AWG8 – lichtgroen grijs

Vrijstelling Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 5.000 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv Geen onderzoek nodig

Tabel 2: Voorgestelde vrijstellingen

Binnen het plangebied van de Baarnsche Zoom zijn binnen de lichtgroene zones op de archeologische beleidskaart geen bodemingrepen voorzien met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 én dieper dan 30 cm. Archeologisch onderzoek is om die reden niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

18/34

5.3

Bodemkwaliteit

5.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de (financiële) haalbaarheid van het plan. In het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning voor de nieuwbouw zal moeten blijken of bodemonderzoek vereist is. 5.3.2 Betekenis voor het plan Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor gronden aan de noordzijde van het plangebied aan dat sprake is van een saneringsactiviteit. Aan de zuidzijde is geldt voor gronden nabij de aansluiting van de Drakenburgerweg op de Professor Asserlaan een verdenking op bodemverontreiniging. Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Zodra de resultaten bekend zijn worden deze verwerkt in het bestemmingsplan

Afbeelding 7: Uitsnede kaart Bodemloket

5.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

5.4

Water

5.4.1 Algemeen Voor alle ruimtelijke plannen is de uitvoering van een watertoets wettelijk verplicht. Het doel van de watertoets is om waterbelangen vroegtijdig en evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. 5.4.2

Betekenis voor het plan

5.4.2.1 Huidig watersysteem De huidige watergang zuidelijk van de Rijksweg A1, hierna de “Drakenburgergracht” genoemd, heeft een afwaterende functie voor het westelijk gelegen bedrijventerrein en de Rijksweg. Deze afwatering dient gegarandeerd te blijven.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

19/34

Door de stuw S0920, die nu ongeveer halverwege de Noordschil in de Drakenburgergracht ligt, wordt het stroomopwaartse deel van de Drakenburgergracht (het westelijk deel) op een peil van NAP -0,50 gehouden. De Drakenburgergracht watert af naar het gebied ten noorden van de A1 via een duiker onder de A1, circa 80 m oostelijk van de vijver. Aan de noordkant van de A1, niet ver van de duiker, ligt een stuw die het oostelijk deel van de Drakenburgergracht op een peil houdt van NAP -1,00 m zomerpeil en NAP – 0,80 m winterpeil. Bij intensieve neerslag is de afvoercapaciteit van het hoofdriool langs de Drakenburgerweg onvoldoende en treden er overstorten in werking. De lange aanvoerweg van het hoofdriool tot aan de zuivering is hier mede debet aan. Er zijn wel plannen om de capaciteit te verruimen, maar deze zijn nog niet uitgevoerd. 5.4.2.2 Veiligheidseisen aan plangebied en ophoging van maaiveld Het plangebied Baarnsche Zoom staat via de duiker onder de A1 in rechtstreeks contact met buitendijks gebied en ligt daardoor zelf feitelijk ook buitendijks. De rijksweg mag in dit opzicht niet als een waterkering worden beschouwd. De Wakkerendijk is de primaire waterkering. Alles dat daar buiten ligt, ligt dus buitendijks. De Wakkerendijk heeft een beschermingsniveau met faalkans van 1x per 1.250 jaar.

Het buitendijkse gebied tussen Eem en Wakkerendijk kan inunderen als de kade van de Eem zou overstromen. Voor de locatie Baarnsche Zoom moeten maatregelen worden genomen om aan de veiligheidsnorm van 1: 1.250 te voldoen. Gezien de huidige hoogteligging is het mogelijk om de nieuwbouw hoogwatervrij (boven het maatgevend hoogwaterpeil) te realiseren. Dan is er geen reëel overstromingsrisico meer. Dat houdt in dat het terrein opgehoogd zou moeten worden tot 1,1 meter boven NAP. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het nemen van de maatregelen om aan de veiligheidsnorm te voldoen, evenals het onderhoud ervan. Het beheer en onderhoud van de bestaande zomerkade langs de Eem valt onder verantwoordelijkheid van het waterschap. 5.4.2.3 Toekomstig watersysteem Het is de intentie om een woongebied aan te leggen, dat ruim voorzien is van oppervlaktewater, omdat infiltratie in deze zone niet of beperkt mogelijk zal zijn. Daarom zal overtollig regenwater uit het plangebied, en wellicht ook van bovenstrooms, geborgen moeten kunnen worden in het watersysteem van de ontwikkellocatie Baarnsche Zoom. Het oppervlaktewatersysteem in het plangebied staat geïsoleerd van het oppervlaktewater in de omgeving. In de opzet van de waterpartijen is geen externe voeding via het oppervlaktewater voorzien (behalve wellicht bij overvloedige regenval).

De waterpartijen staan in contact met het ondiepe grondwater. De gemeente adviseert om een streefpeil voor het grondwater van NAP -0,65 m ± 0,15 m aan te houden. Door te kiezen voor een streefpeil van de vijverpartijen van NAP – 0,65 m wordt ook gestreefd naar een zekere minimum doorstroming die de waterkwaliteit ten goede zal komen. De afwatering van het bedrijventerrein (uitsluitend hemelwaterafvoer via de daken) kan via de vijverpartijen plaatsvinden hetgeen ook doorstroming zal genereren. De huidige watergang langs de Rijksweg, de Drakenburgergracht, heeft een afwaterende functie voor het westelijk gelegen bedrijventerrein. Deze afwatering dient gegarandeerd te blijven. In het plangebied is een gescheiden of verbeterd gescheiden rioolstelsel voorzien. De DWA-riolering moet worden aangesloten op het hoofdriool langs de Drakenburgerweg, tenzij een innovatieve vorm van nieuwe sanitatie wordt ingevoerd waarbij inzameling, verwerking en/of afvoer van met name grijs en zwart water op een andere wijze geschiedt. Bij conventionele afvoer van afvalwater met een vrij verval-DWA moet de keuze van locatie(s) voor aansluiting op bestaand riool nog worden gemaakt. Het watersysteem dient bij een T=100 neerslaggebeurtenis geen extra belasting te veroorzaken t.o.v. de onverharde situatie.

Gerekend zonder verdampen en achterblijven op de plek waar het valt (interceptie) dient 60 mm neerslag over de toename aan verharding gecompenseerd te worden door extra waterberging. Vasthouden kan op verschillende manieren. Bergen op het maaiveld (wadi) of in een aan te leggen watersysteem is een optie maar ook onder maaiveld

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

20/34

(infiltratie) is mogelijk indien de bodemgesteldheid en grondwaterstand dat toelaten. Bij de uitwerking van het plan zal hier nader aandacht aan moeten worden besteed. 5.4.3 Conclusie Bij de verdere uitwerking van het plan dienen de randvoorwaarden voor het aspect water, zoals opgenomen in het Ruimtelijk Kader, in acht te worden genomen. Tevens is afstemming met het waterschap noodzakelijk.

5.5

Ecologie

5.5.1 Inleiding Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, dient het bestemmingsplan te worden getoetst op de effecten op beschermde natuurgebieden, beschermde houtopstanden en op de effecten op beschermde planten- en diersoorten. De toetsing dient te voldoen aan Wet natuurbescherming, de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de provinciale Natuurvisie, de Verordening natuur en landschap en de Beleidsregels natuur en landschap. 5.5.2 Betekenis voor het plan 5.5.2.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Beoordeeld is of de voorgenomen planontwikkeling effecten heeft op Natura 2000-gebieden. In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden (zie afbeelding 8). De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn Eemmeer & Gooimeer Zuidoever op ca. 6 km (niet stikstofgevoelig), Arkemheen op ca. 8 km (niet stikstofgevoelig) en de Oostelijke Vechtplassen op ca. 10 km (bevat stikstofgevoelige habitat).

afbeelding 8: Natura-2000 gebieden in omgeving van het plangebied (rood omlijnd)

Omdat het plangebied niet in of nabij een Natura 2000-gebied ligt, zijn directe effecten als gevolg van aantasting van habitattypen of leefgebieden niet aan de orde. Wel kan sprake zijn van indirecte effecten als gevolg van externe werking. Hier is sprake van indien de gevolgen van een activiteit buiten een Natura 2000-gebied wel merkbaar zijn in een Natura 2000-gebied. Voorbeelden hiervan zijn geluidverstoring of verstoring door licht, maar ook de gevolgen van stikstofemissies. Voor de meeste effecten geldt dat door de afstanden tot aan de Natura 2000-

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

21/34

gebeiden ook de externe werking op voorhand uitgesloten kan worden, licht- en geluidbelasting reikt niet dusdanig ver. Enige effect dat niet op voorhand uitgesloten kan worden, zijn effecten van stikstofdepositie. Stikstofemissie kan Natura 2000-gebieden op grotere afstand beïnvloeden. Om de stikstofdepositie te bepalen zal een onderzoek naar de stikstofdepositie (Aeriusberekening) moeten worden uitgevoerd. Effecten op de stikstofdepositie ten gevolge van de planontwikkeling kunnen ontstaan tijdens de aanlegfase en/of de gebruiksfase van het plan. Zodoende zijn de effecten van beide fases relevant. Conclusie effecten op Natura-2000 Vanwege de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte planontwikkeling is geen sprake van een direct negatief effect op een Natura-2000 gebied. Om indirecte effecten te beoordelen is een stikstofdepositie-onderzoek nodig. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland of in de directe nabijheid daarvan.

afbeelding 9: Natuurnetwerk Nederland (groen gearceerd) in omgeving van het plangebied (rood omlijnd)

5.5.2.2 Soortenbescherming Voor de planontwikkeling is een ecologisch onderzoek nodig. Er is in 2009 een inventarisatie uitgevoerd (Grontmij AquaSense). Uit dit onderzoek volgt dat verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd moeten worden danwel voorafgaand aan het broedseizoen moeten starten. Tevens is aangegeven dat de bomenrijen in het plangebied van belang zijn voor de begeleiding/afbakening van de vliegroute voor de gewone dwergvleermuis. Deze mogen niet zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden gekapt. Het onderzoek is echter ruim tien jaar oud. Een actueel onderzoek is nodig om te beoordelen welke beschermde dier- en plantensoorten er in het gebied aanwezig kunnen zijn en welke vervolgacties nodig zijn.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

22/34

5.5.2.3 Houtopstanden In het kader van de realisatie van het project zullen mogelijk bomen in het gebied gekapt worden. Het plangebied ligt buiten het toepassingsgebied voor bescherming van houtopstanden zoals bepaald in de Wet natuurbescherming.

5.6

Mobiliteit

5.6.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. 5.6.2 Betekenis voor het plan Verkeer De Geerenweg en de Drakenburgerweg vormen in de bestaande situatie een ontsluitingsweg tussen de provinciale N221 (Amsterdamsestraatweg) en de N414 (Bisschopsweg/Eemweg). Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het plan is dat de weg op de huidige locatie blijft liggen en vanaf de Drakenburgerweg (zijweg naar Noordschil) tussen Diepenbrocklaan en Wagenaarlaan overgaat van 50 km/u naar 30 km/u. Verder wordt uitgegaan van de realisatie van een vrijliggend fietspad dat aan de eisen van een plusroute voldoet. Ook in de 30 km/u-zone wordt deze route vrijliggend vorm gegeven. Binnen het plangebied zullen de wegen een 30 km/u-regime krijgen en als zodanig worden uitgevoerd conform Duurzaam Veilig. Het is wenselijk dat het langzame verkeer via een eigen vrijliggend netwerk van het gemotoriseerde verkeer wordt afgewikkeld. Parkeren De gemeente Baarn stelt eisen aan de aanleg van parkeervoorzieningen bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. In de Nota Parkeernormen 2014-2019 heeft de gemeente parkeernormen opgenomen voor het parkeren van (personen)auto’s en van fietsen. Tevens is opgenomen op welke wijze de parkeer-eis voor een plan wordt bepaald.

De Baarnsche Zoom valt onder ‘rest bebouwde kom’. Voor het nieuwe plan dient te worden voldaan aan de uitgangspunten uit de Nota Parkeernormen. Wanneer een nieuwere versie van de Nota Parkeernormen wordt vastgesteld, zijn de normen uit de nieuwste nota van toepassing. 50% van het aantal benodigde parkeerplaatsen dient voor openbaar gebruik beschikbaar te zijn De Baarnsche Zoom moet de meest duurzame wijk van Baarn worden. De gemeente wil daarom elektrisch rijden stimuleren. Daarom dient in het plan voldoende oplaadvoorzieningen te komen voor de toekomstige bewoners.

5.7

Bedrijven en milieuzonering

5.7.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd • bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering.

Bestemmingsplan Baarnsche Zoom, Voorontwerp

23/34

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De Baarnsche Zoom wordt hoofdzakelijk een woongebied en is daarom gekwalificeerd als rustige woonwijk. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Baarn de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Milieu-categorie 1 2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m

3.1 3.2

50 m 100 m

30 m 50 m

4.1 4.2

200 m 300 m

100 m 200 m

5.1 5.2

500 m 700 m

300 m 500 m

5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Tabel 3: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9758746/1