CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

211006 Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn (327549) Beantwoording technische vraag VoorBaarn

Debat in de Raad 10 november 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn1.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vraag VoorBaarn over RIB Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn : Erwin Jansma : 18-11-2021

Geachte raadsleden en steunfractieleden, De fractie van VoorBaarn heeft naar aanleiding van de debatraad van 10 november 2021 over de RIB Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn onderstaande vraag gesteld. Vraag: Om toch helderheid te krijgen over de definitie van detailhandel op de Noordschil , hierbij de technische vraag. Dit mede omdat in de rapportage en de rib “Uitwerking toekomstvisie werklocaties” spreekt van het niet toestaan van detailhandel en ook in de beantwoording van onze technische vragen, wordt dit herhaald. Gisteravond bij de bespreking van het agendapunt bleek dat ook de raad duidelijk geen onderscheid ziet, behalve het niet toestaan van food en een minimale vloeroppervlakte van 1000m2. Volgens onze mening laat de motie niets aan duidelijkheid over, maar hoe interpreteert het college deze motie? Wat mag wel en wat mag niet, en waarom de motie niet uitgevoerd in het kader van de Noordschil en niet slechts een deel daarvan? Wij zien de antwoorden graag tegemoet, zodat wij kunnen overwegen om via een nieuwe motie hierover duidelijkheid te krijgen, al is naar onze mening de aangenomen motie volstrekt helder. Antwoord: Hieronder treft u voor de volledigheid cursief de tekst aan van de motie en vervolgens het antwoord. Motie 29 mei 2019 Motie behorende bij agendapunt 19 (beantwoording schriftelijke vragen VoorBaarn “perifere detailhandel).

Detailhandel mee te nemen in de strategische ‘structuur en toekomstvisie’ voor de ‘de Noordschil’ Baarn waartoe de raad op 17 april 2019 in het kader van het ‘Stec’ rapport opdracht voor heeft gegeven en welke in het eerste kwartaal 2020 aan de raad gepresenteerd wordt.en hierbij als uitgangspunten te nemen: • • • • •

Detailhandel toe te staan zich te vestigen op bedrijventerrein “De Noordschil” Baarn Hier een minimum verkoop vloeroppervlak te hanteren van 1000m2 Ook bij zogenaamd shop-in-shop concept minimum van 1000m2 per outlet te hanteren. Geen onderscheid te maken in branche, maar uitsluitend non-food Bij aanvraag toetsen aan concurrentie centrum winkeliers

1

• •

In principe geen outlets (prijsstunters) toe te staan Kwaliteit boven kwantiteit te stellen

Bij het opstellen van de rapporten Toekomstvisie Werklocaties Baarn (vastgesteld door de raad in september 2020) en de Uitwerking Toekomstvisie Werklocaties Baarn (september 2021) zijn de uitgangspunten uit de motie gehanteerd. In de bij de RIB gevoegde rapporten staat dat detailhandel niet is toegestaan met daarbij de kanttekening dat perifere detailhandel (PDV) wel is toegestaan vanaf minimaal 1.000 m2 in de daarvoor op de kaart aangegeven blauwe zone aan het begin van de Hermesweg. Hieronder een nadere uitleg van de begrippen Perifere Detailhandel (PDV) en Grootschalige Detailhandel (GDV) en wat is toegestaan aan het begin van de Hermesweg. Bij bedrijventerreinen gaat het normaliter over perifere of grootschalige detailhandel. Perifere detailhandel is detailhandel die men in de periferie van de stad / het dorp wil hebben omdat deze moeilijk inpasbaar zijn in stadscentra (bijvoorbeeld vanwege de volumineuze aard van de goederen en de bevoorrading). Dit is detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling. Van oudsher zijn dit de ABC bedrijven de verkoop van (auto’s boten caravans) maar ondertussen ook tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens, sanitair, meubelen etc.

Deze benadering van perifere winkels is vanuit het voormalige rijksbeleid ingestoken en dus met name branchegericht. Naast deze branchegerichte insteek zijn steeds vaker winkels perifeer gevestigd, die vanwege omvang niet in één van de traditionele winkelcentra gevestigd zijn. Deze winkels, met een groot verkoopoppervlak, die niet onder de boven beschreven branches vallen, worden grootschalige detailhandelsvestigingen genoemd (GDV). Veelal gaat het daarbij om winkels die een groot verzorgingsbereik hebben (bovenlokaal/regionaal) en een grote verkeer- en parkeerbehoefte genereren. In de motie wordt niet verwezen naar perifere dan wel grootschalige detailhandel. Er wordt enkel gesproken over “detailhandel”. Doordat er een minimum oppervlak van 1000 m² in de motie staat wordt er aansluiting gezocht bij wat algemeen wordt verstaan onder grootschalige detailhandel en poogt de motie de vestiging van grootschalige detailhandel mogelijk te maken. Uitvoeren van de motie betekent derhalve dat we als gemeente medewerking willen verlenen aan bijvoorbeeld een winkel in buitensportartikelen wanneer ze een winkel van minimaal 1000 m² willen realiseren aan het begin van de Hermesweg. Afstemming en goedkeuring van de provincie is daarbij noodzakelijk.

Met betrekking tot het standpunt om alleen aan het begin van de Hermesweg medewerking te verlenen aan PDV/GDV baseren wij ons op de adviezen die zijn opgenomen in de Toekomstvisie Werklocaties Baarn uit 2020. De Toekomstvisie Werklocaties Baarn is tot stand gekomen op basis van overleg met vele stakeholders waaronder het POB en vastgesteld door de gemeenteraad in september 2020. Op de pagina’s 16 en 17 van de Toekomstvisie Werklocaties Baarn is het volgende opgenomen over hoe de motie is meegenomen en waar medewerking wordt verleend aan PDV/GDV: 1.

In het westelijk deel van het terrein is ruimte voor herpositionering van Nijhof (binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden) en uitbreiding met retail van 8.500 m², in lijn met de

2

bestaande mogelijkheden. Daarnaast biedt dit multifunctionele deel van het bedrijventerrein de mogelijkheid voor uitbreiding met perifere detailhandel (>1.000 m 2, in lijn met de motie perifere detailhandel van mei 2019). Waarbij geldt dat deze uitbreiding van perifere detailhandel past binnen het ruimtelijk beleid (van onder meer gemeente en provincie) en geen ongewenste ruimtelijke effecten heeft op bestaande winkelmeters in de beoogde marktregio. Ook toevoeging van (ondergeschikte) horeca past binnen dit deelgebied (waarbij ook geldt dat dit moet passen binnen (horeca)beleid en niet zorgt voor ongewenste ruimtelijke effecten). Daarnaast is er ruimte voor behoud en/of toevoeging van bedrijfsruimte, in lijn met het huidig gebruik. Toelichting over hoe motie perifere detailhandel van 29 mei 2019 is meegenomen in deze Toekomstvisie werklocaties: De gemeenteraad heeft in haar motie zeven uitgangspunten meegegeven. Om te voldoen aan de motie is bij het opstellen van de Toekomstvisie Werklocaties gekeken waar en in welke hoedanigheid, met inachtneming van de zeven opgestelde uitgangspunten, detailhandel mogelijk zou moeten zijn op het bedrijventerrein de Noordschil. Bij deze verkenning is gekeken naar zowel de huidige grondposities (in het kader van reële uitvoerbaarheid) als de potentiële samenhang van functies.

Bij functies moet in dit geval worden gedacht aan zowel het feitelijk gebruik als een planologische functie zoals een bufferzone richting woningbouw(locaties). Indien detailhandel, met inachtneming van de zeven opgestelde uitgangspunten, in potentie op het gehele bedrijventerrein de Noordschil mogelijk zal worden gemaakt ontstaat het risico dat het bedrijventerrein niet alleen geen bedrijventerrein in de klassieke zin van het woord meer zal zijn, maar zelfs in een functionele disbalans zal geraken. Een monofunctioneel terrein voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) is dan een reële mogelijkheid terwijl het ook wenselijk is om ruimte te (blijven) bieden aan (lokale) andersoortige bedrijvigheid. Om disbalans te voorkomen is er gekeken naar een verdeling in functies die recht doet aan de motie, maar ook aan het karakter van een multifunctioneel bedrijventerrein. Om dit te bereiken is er gewerkt met zones, waarbij de blauwe zone zoals opgenomen in figuur 4 (kansenkaart) gezien de ligging bij de ontsluiting van het bedrijventerrein niet alleen functioneel gezien maar ook verkeerskundig gezien het meest geschikt is voor PDV.

Op locaties buiten dit multifunctionele gebied (blauw) is geen ruimte voor toevoeging van aanvullende perifere detailhandel en/of consumentengerichte activiteiten (zoals leisure, horeca et cetera). Wat betreft het meenemen van de ruimtevraag van detaillisten is bij de inventarisatie van de ruimtebehoefte de verplaatsingsvraag wel genoteerd. Bij de berekening van de daadwerkelijke ruimtebehoefte op bedrijventerreinen heeft STEC rekening gehouden met de uitgangspunten van de motie perifere detailhandel uit 2019. Detaillisten die in de enquête hebben aangegeven een ruimtebehoefte te hebben van minder dan 1000 m2 zijn dan ook niet meegenomen in de ruimtebehoefte op bedrijventerreinen. Voor deze detaillisten ligt een plek in het centrum meer voor de hand. Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Erwin Jansma Wethouder

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10810186/1