CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

210929 Update diversen afval (326667)

Informatie in de Raad 6 oktober 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Update diversen afval3.935 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

inlichtingen bij

Beatrijs Erends

doorkiesnummer

0618205738

uw kenmerk ons kenmerk

277207 / 326667

datum

29 september 2021

portefeuillehouder(s)

Wethouder Vissers

onderwerp

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

Update diversen afval

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Met deze brief willen wij u informeren over de voortgang van een drietal zaken binnen het afvaldossier. Om te beginnen delen we graag de resultaten van een project dat we eerder dit jaar hebben uitgevoerd om afval naast ondergrondse containers bij drie hotspots tegen te gaan. Ook zullen we in deze brief ingaan op de stand van zaken van het project collectieve inzameling van bedrijfsafval in het centrum. Tot slot geven we u een update over het opvolgen van de aanbevelingen van de accountant naar aanleiding van het tekort op de jaarrekening 2020 van RMN. Aanpak bijplaatsingen Met de invoering van omgekeerd inzamelen in Baarn is het aantal ondergrondse containers voor afval uitgebreid. De plaatsing van deze containers viel vorig jaar samen met de start van de pandemie. De coronamaatregelen hebben geleid tot een ander gebruik van de openbare ruimte, meer huishoudelijk afval en een toename van zwerfafval in het algemeen en afval naast ondergrondse containers in het bijzonder. Tegelijkertijd kon door de lockdown een deel van de geplande activiteiten in het kader van de zwerfafvalcampagne niet plaatsvinden. Daarom zijn we samen met RMN en een adviesbureau gespecialiseerd in gedragsverandering een project gestart om verkeerd aangeboden afval naast ondergrondse containers, zogenaamde bijplaatsingen, tegen te gaan.

Het project is in juni van dit jaar afgerond en is gefinancierd uit de zwerfafvalvergoeding. In deze brief lichten we kort toe wat we hebben gedaan en wat dat heeft opgeleverd. Een uitgebreider verslag van het project treft u aan in de bijlage. Projectaanpak Het ontstaan van bijplaatsingen is een complex gedragsvraagstuk. Het bevorderen van correct aanbiedgedrag vereist inzicht in motieven en weerstanden bij de doelgroep en in omgevingsfactoren. Pas dan kan succesvol geïntervenieerd worden. Het toepassen van interventies (maatregelen) is dus maatwerk. Met een projectgroep bestaande uit medewerkers van de gemeente en van RMN aangevuld met gedragspsychologen en twee inwoners, zijn drie locaties van verzamelcontainers geanalyseerd, te weten het Laanplein, de Sonnevelt (Fockema Andreaelaan) en de Andoornhof. Hieruit kwam naar voren welke gedragsfactoren waarschijnlijk de oorzaak zijn van

Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden

het relatief grote aantal bijplaatsingen op deze locaties. Het gaat dan bijvoorbeeld om een anonieme omgeving, slecht onderhouden containers en onheldere instructies. Per locatie zijn passende interventies gekozen, zoals containertuintjes op het Laanplein, containerwrappings bij de Sonneveltflats en een duidelijke plek op de stoep van de Andoornhof voor het op de juiste dag aanbieden van PMD-zakken. Op de locaties is voor en na het uitvoeren van deze maatregelen gedurende een aantal weken dagelijks bijgehouden hoeveel bijplaatsingen er waren en van welke aard. Het vergelijken van de voor- en nametingen geeft een goed beeld van de effectiviteit van de interventies. Resultaten Uit de metingen is gebleken dat het aantal bijplaatsingen op twee locaties is afgenomen en op één locatie is toegenomen. Bij de ondergrondse containers op het Laanplein is het aantal bijplaatsingen per dag meer dan gehalveerd, met name door een afname van het aantal bijgeplaatste kartonnen dozen. Ook het aantal bijplaatsingen bij de ondergrondse restafvalcontainer bij de Andoornhof is door de interventies significant afgenomen. Dit blijkt ook uit de vergelijking met een controlelocatie, een vergelijkbare plek waar geen interventies zijn uitgevoerd. Het aantal bijplaatsingen bij de tijdelijke bovengrondse containers bij de Sonnevelt is helaas licht toegenomen na de interventies.

Dit komt met name door het aantal bijgeplaatste restafvalzakken. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk dat er op een aantal dagen dat de containers vol waren, veel zakken naast de containers geplaatst zijn. Inmiddels zijn op deze locatie ondergrondse containers geplaatst. Borging Op basis van de kennis uit de analyses en de effecten van de interventies heeft het adviesbureau een aantal aanbevelingen gedaan voor het behouden van de goede resultaten en het uitbreiden daarvan naar andere locaties. Het belangrijkste advies is om ervoor te zorgen dat de basis altijd op orde is. Dit betekent dat de containers niet vol of kapot zijn, dat de containers en omgeving een nette uitstraling hebben en dat bewoners weten hoe ze hun afval aan kunnen bieden, bijv. met de afvalpas. Op die manier zijn de randvoorwaarden aanwezig om het juiste gedrag te vertonen. Dit lijken wellicht open deuren, maar zeker in de coronaperiode heeft het ons geholpen om, met de beperkte middelen die beschikbaar zijn, ook op andere locaties bijplaatsingen te reduceren. We doen dit bijvoorbeeld door de inzameling nauwer te monitoren. In afstemming met RMN verhogen we zo nodig al dan niet tijdelijk de inzamelfrequentie of laten we een extra glas- of papiercontainer bijplaatsen. Een andere aanbeveling van het bureau is om interventies op te schalen naar soortgelijke locaties als de drie genoemde hotspots.

De zwerfafvalvergoeding die we ontvangen is hiervoor echter niet toereikend. Collectieve inzameling bedrijfsafval centrum In de begroting 2020 was onder de vlag van het programma duurzaamheid budget opgenomen voor het onderzoeken van de mogelijkheden voor een vorm van collectieve inzameling van bedrijfsafval in het winkelcentrum van Baarn, met als voornaamste doel het reduceren van het aantal vervoersbewegingen. Vanwege dit doel, dat raakt aan ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid en veiligheid, hebben we de inhuur van een projectleider gefinancierd. De gemeente heeft echter geen zeggenschap over de inzameling en verwerking van bedrijfsafval; hiervoor zijn ondernemers zelf verantwoordelijk. Om die reden speelt de centrumcoöperatie een belangrijke rol in het project. Vanwege de impact van de coronamaatregelen op de centrumondernemers, is het

2

haalbaarheidsonderzoek doorgeschoven naar 2021. Inmiddels is het onderzoek afgerond en informeren we u graag over de aanpak en de voorlopige resultaten. Resultaten enquête In het tweede kwartaal van dit jaar heeft de projectleider in samenspraak met de centrumcoöperatie een enquête uit laten voeren onder centrumondernemers. Van de circa 140 ondernemers in het gebied hebben 60 (ruim 40%) ondernemers meegewerkt aan de enquête. Uit de antwoorden blijkt dat de inzameling van bedrijfsafval erg versnipperd is: bij deze 60 ondernemers zijn 13 verschillende afvalinzamelaars actief. De twee grootste inzamelaars zijn samen verantwoordelijk voor de inzameling van het bedrijfsafval van iets minder dan de helft van de winkeliers. Ook de diversiteit aan contracten is groot: van de contracten waarvan de looptijd bekend is, is ongeveer de helft doorlopend of stilzwijgend verlengd, en de andere helft loopt af in 2022 of 2023. De opzegtermijn varieert tussen 0 en 6 maanden, waarbij een opzegtermijn van 1 maand het meest voorkomt. De afvalstromen waar winkeliers een contract voor hebben afgesloten zijn met name restafval, papier en karton, en plastic. Voor alle drie de stromen geldt dat het grootste deel wordt aangeboden in rolcontainers, gevolgd door minicontainers. Bij de meeste winkeliers worden deze afvalstromen ofwel 1x per week ofwel 1x per 2 weken opgehaald.

Hoewel de meeste ondernemers tevreden zijn over de huidige afvalinzameling, staat bijna 75% open voor een gezamenlijke aanpak. Deze groep is bereid het inzamelmoment aan te passen, maar vaak niet om de inzamelfrequentie te verlagen. De belangrijkste overwegingen bij afvalinzameling voor de respondenten zijn prijs, schone omgeving, duurzaamheid en efficiëntie/gemak. Reacties inzamelaars De projectleider heeft samen met een vertegenwoordiging van het bestuur van de centrumcoöperatie gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van vier inzamelbedrijven over het voornemen werk te maken van collectieve inzameling in het gebied. Een aantal inzamelaars heeft hier positief op gereageerd. Eén inzamelaar ziet meer heil in het continueren van de huidige contracten en dat de inzamelaars afspreken wie de inzameling gaat verzorgen. Vervolgstappen Op basis van deze resultaten zal de centrumcoöperatie de komende periode een keuze maken tussen de aanbiedingen van de gesproken inzamelbedrijven. Er zal bij de implementatie van de collectieve inzameling sprake zijn van een groeimodel: mede vanwege de diverse opzegtermijnen van lopende contracten, zal waarschijnlijk met een kleine groep ondernemers gestart worden en zullen er in de loop van de tijd hopelijk meer aansluiten. De centrumcoöperatie zal huidige en nieuwe ondernemers actief stimuleren zich aan te sluiten bij het collectief.

Voortgang aanbevelingen onderzoeksrapport accountant RMN Bij het bespreken van de jaarstukken 2020 van Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) heeft de portefeuillehouder toegezegd u om de maand te informeren over de stappen die gezet zijn om de bedrijfsvoering van RMN weer op orde te brengen. Eerder in september heeft u reeds een brief van het Algemeen Bestuur (AB) van RMN ontvangen over de wisseling in de aansturing van RMN en over de opdracht aan de interim directeur. Ook heeft

3

u in de ontwerpbegrotingswijzigingen 2021.2 en 2022.1 kunnen zien wat de financiële consequenties hiervan zijn. Over dit laatste kunt u uw zienswijzen bekendmaken aan het bestuur van RMN. De nieuwe interim directeur van RMN is eind juli gestart en is, na het afronden van een eerdere opdracht en een vakantie, vanaf eind augustus volledig beschikbaar voor RMN. Inmiddels heeft hij kennis gemaakt met het AB en met alle bestuursleden individueel. Hij is bezig een plan van aanpak op te stellen zoals beschreven in zijn opdracht en hij is voornemens zijn eerste bevindingen in de ABvergadering van 6 oktober aanstaande te presenteren. Ook zal in die vergadering het herijkte dienstverleningshandvest en de basis-dienstverleningsovereenkomst ter besluitvorming worden voorgelegd. Dit laatste komt mede voort uit de aanbevelingen van de Rekenkamercommissies. Het kostenallocatiemodel en het tarievenbeleid die horen bij het dienstverleningshandvest, zullen door de interim directeur en het nieuwe interim hoofd financiën de komende maanden herzien worden. Wethouder Vissers, die de gemeente Baarn vertegenwoordigt in het AB van RMN, heeft eind september een bestuurlijk kwartaaloverleg met de interim directeur. We hopen u voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Een volgende update vanuit het college over RMN kunt u in november verwachten.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: Bijlage 1 Rapportage aanpak bijplaatsingen Baarn

4

RAPPORTAGE Aanpak bijplaatsingen in Baarn

1

PA GE

INLEIDING De gemeente Baarn ambieert een schone openbare ruimte. Niet alleen omdat dit bijdraagt aan de milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, maar ook omdat een schoon straatbeeld de leefbaarheid van de gemeente waarborgt. Inwoners wonen prettiger als de omgeving waarin zij wonen schoon is. Bijplaatsingen bij containers vormden op een aantal locaties echter een probleem. We hebben daarom Dijksterhuis en Van Baaren (D&B) gevraagd om gedragsexperimenten uit te voeren waarbij het verminderen van bijplaatsingen bij containers centraal staat. D&B is een adviesbureau gespecialiseerd in gedragsverandering. De experimenten zijn uitgevoerd door een projectgroep die bestond uit medewerkers van de gemeente Baarn, RMN, twee inwoners en gedragspsychologen van D&B. D&B beschrijft in dit rapport hun werkwijze, de methode en de resultaten van de gedragsexperimenten bij drie containerlocaties in Baarn: Laanplein, Sonnevelt (Professor Fockema Andreaelaan) en Andoornhof. Eerst wordt de werkwijze toegelicht die bij elke locatie gehanteerd is. Vervolgens wordt per locatie specifiek ingegaan op de resultaten.

2

PA GE

WERKWIJZE Om tot gedegen gedragsinterventies te komen en daarmee bijplaatsingen tegen te gaan, hanteerden we het AIE-model. Dit model is door D&B ontwikkeld om systematische en wetenschappelijk onderbouwde gedragsverandering te realiseren. We doorliepen drie onderzoeksfasen: de analyse-, interventie- en evaluatiefase. Hieronder volgt een schematische toelichting.

6. EVALUATIE • Leerpunten • Advies over borging

5. UITVOERING • Inzetten • Meten

2. VAN INZICHT NAAR INTERVENTIE • Interventietechnieken • Kanalen

1. • • •

DOELANALYSE Probleemgedrag Doelgroep Doelgedrag

2. • • •

PSYCHOLOGISCH LANDSCHAP Motieven Weerstanden Omgevingsfactoren

3. AANNAMES CONTROLEREN • Versimpeld gedragsmodel • Haakjes interventie

ANALYSEFASE In de analysefase analyseerden we voor drie hotspots welke bijplaatsingen daar ontstaan, waarom deze ontstaan en wie hier verantwoordelijk voor zijn. We haalden deze informatie op door betrokken stakeholders te spreken, vragenlijsten af te nemen bij bewoners en door de hotspots zelf te onderzoeken. De informatie die hieruit naar voren kwam vormden haakjes voor kansrijke gedragsinterventies. INTERVENTIEFASE In de interventiefase ontwikkelden we op maat gemaakte gedragsinterventies voor iedere hotspot. Samen met de projectgroep hakten we knopen door over welke interventies we wel of niet gingen implementeren. 3

PA GE

EVALUATIEFASE In de evaluatiefase implementeerden we de gedragsinterventies en onderzochten we op wetenschappelijke wijze het effect hiervan. Door vóór en na het implementeren van de gedragsinterventies het aantal bijplaatsingen te meten, brachten we in kaart of mensen hun gedrag veranderden en minder bijplaatsten. Om met meer zekerheid te kunnen zeggen dat eventuele veranderingen een logisch gevolg waren van de interventie, en niet van storende variabelen, verrichtten we de effectmeting voor locatie Andoornhof ook bij een controlelocatie: een soortgelijke locatie die geen interventie krijgt. In onderstaande hoofdstukken bespreken we per locatie de uitkomsten van de analyse-, interventie- en evaluatiefase.

4

PA GE

LOCATIE 1: LAANPLEIN Op deze locatie staan twee ondergrondse restafvalcontainers, een ondergrondse papiercontainer en twee ondergrondse glascontainers. Men plaatste regelmatig afval bij de ondergrondse containers. De afvalstroom papier/dozen was hier het grootste probleem. ANALYSEFASE We concludeerden uit de analysefase dat een aantal gedragsfactoren bijplaatsingen veroorzaakt op deze locatie. We beschrijven hieronder de belangrijkste factoren. Algemeen • Anonieme omgeving in het donker. Het Laanplein is ’s avonds niet heel goed verlicht. Dit zorgt ervoor dat mensen het gevoel hebben dat zij zonder sociale controle, anoniem, afval kunnen bijplaatsen. • Negatieve sociale norm. Doordat er al bijplaatsingen staan, zoals papier en afvalzakken, lijkt het de norm om je afval daar neer zetten. Daarnaast kan dit het idee geven dat containers vol zijn. • Normschendingen. Er is een aantal normschendingen rondom de containers, zoals graffiti, zwerfafval en krassen op de containers. Dit kan ervoor zorgen dat de norm om afval enkel in de container te deponeren ook wordt geschonden. Papier • Moeite. Het kost moeite om een grote doos door een kleine klep te duwen. Hiervoor moeten mensen hun doos bijvoorbeeld klein vouwen of verscheuren. • Verstopte papiercontainer. De papiercontainer is hier regelmatig verstopt.

Tenzij iemand heel erg zijn best doet om dozen papier door te duwen, is het soms praktisch onmogelijk om papieren afval netjes in de container te deponeren.

5

PA GE

INTERVENTIEFASE We ontwikkelden een aantal interventies die inspelen op de belangrijkste gedragsoorzaken uit de analysefase. Hieronder beschrijven we de interventies en op welke gedragsfactoren deze inspelen. 1. Basis op orde. In de eerste plaats maakten we de basis op orde op deze locatie. Dit hield in: zwerfafval opruimen, graffiti weghalen en het onkruid verwijderen rondom de containers. Een schone en nette omgeving leidt tot schoon gedrag. Zodra er geen normschendingen meer in de omgeving zijn, zullen mensen zich ook vaker aan de afvalnorm houden. 2. Lichtmast met bewegingssensor. Om het gevoel van anonimiteit in een donkere omgeving te verminderen, plaatsten we een lichtmast met bewegingssensor. Hoe minder anoniem mensen zich voelen, hoe sociaal wenselijker het gedrag is dat zij vertonen. Een neveneffect van betere verlichting is dat het derde onderdeel van deze interventie, de containertuintjes, ’s avonds nog beter functioneert. 3. Containertuintjes. We plaatsten containertuintjes rondom de containers om meerdere redenen. Allereerst om een nettere uitstraling te creëren. Ten tweede activeren (kunst)gras en bloemen associaties met de natuur. In de natuur gedragen we ons schoon. Deze techniek wordt in de gedragspsychologie ook wel priming genoemd.

Tot slot zorgen de containertuintjes ervoor dat het probleemgedrag, bijplaatsen, moeilijker en het doelgedrag makkelijker wordt. Men vindt het namelijk niet prettig om afval op het containertuintje te plaatsen. Dat geldt specifiek voor deze locatie, omdat er door de containertuintjes vrijwel geen ruimte overblijft op de stoep om je afval neer te zetten.

Afbeelding 1. Containertuintjes rondom ondergrondse containers op het Laanplein.

6

PA GE

EVALUATIEFASE Resultaten Het totale aantal bijplaatsingen is marginaal significant gedaald met 61,6 % (p= .062). Dit betekent dat het onwaarschijnlijk is dat deze verandering aan toeval te wijten is. Daarnaast is het aantal dozen significant gedaald met 71,2 % (p= .047). Dit betekent dat deze afname wetenschappelijk is bewezen en niet aan toeval te wijten is.

Aantal bijplaatsingen per dag (N = 61) 3,5 2,97

3 2,5

2,12

2 1,5

1,14

1 0,5

0,61 0,33 0,36

0 Restafvalzakken

0,39 0,15

0

PMD

Dozen Voormeting

0,18

Grofvuil

Totaal

Nameting

Grafiek 1. Het gemiddelde aantal bijplaatsingen per dag op het Laanplein per afvalcategorie.

7

PA GE

LOCATIE 2: SONNEVELT Op locatie Sonnevelt stonden drie bovengrondse restafval containers. De afvalstromen die hier het vaakst worden bijgeplaatst zijn grofvuil, restafvalzakken en papier/dozen. De bovengrondse containers zijn inmiddels weggehaald en er staan nu ondergrondse containers. De analyse- en interventiefase zijn gericht op de (oude) situatie met bovengrondse containers. We geven adviezen over de (nieuwe) situatie met ondergrondse containers. ANALYSEFASE We concludeerden uit de analysefase dat een aantal gedragsfactoren bijplaatsingen veroorzaakt op deze locatie. We beschrijven zowel algemene gedragsoorzaken als gedragsoorzaken voor de specifieke afvalstromen. Algemeen • Weerstand richting de gemeente. Bewoners van de Sonnevelt flat voelen weerstand richting de gemeente. Dit concludeerden we uit zowel de ervaring van de projectgroep en de resultaten van de vragenlijst. De meerderheid van de bewoners was zeer ontevreden over het afvalbeleid op deze locatie. • Slecht onderhoud containers. Denk bijvoorbeeld aan onkruid rondom de containers, zwerfafval en vieze containers. • Negatieve sociale norm. Ook hier kunnen bijgeplaatste restafvalzakken of grofvuil het beeld geven dat het de norm is om bij te plaatsen. Restafval • Volle containers. De containers zitten regelmatig vol. Hierdoor kunnen de bewoners hun afval simpelweg niet in de container deponeren.

• Verstopte containers. De containers kunnen ook verstopt raken. Hierdoor lijken ze vol of kunnen andere afvalzakken er niet bij. • Moeite. Het kost moeite om een zware, vieze afvalzak hoog op te tillen bij bovengrondse containers.

8

PA GE

INTERVENTIEFASE We ontwikkelden de volgende interventies die inspelen op de belangrijkste gedragsoorzaken uit de analysefase. 1. Basis op orde. We maakten ook op deze locatie de basis op orde. We verrichtten een grote schoonmaak en verwijderden zwerfafval, onkruid en oude communicatie in de omgeving. 2. Makkelijker maken. Om het gewenste gedrag makkelijker te maken plaatsten we een plateau onder de klep van de containers. Zo kost het minder moeite om een zware, vieze afvalzak hoog op te tillen en in de container te gooien. 3. Containerwrapping. We omhulden de containers met een ‘containerwrapping’. Een wrapping zorgt ervoor dat de containers en de omgeving er mooier uitzien. Een schone omgeving leidt tot schoon gedrag. Ook zorgen we met de bomen op de wrapping voor onbewust ‘schoon gedrag’. Deze wekken namelijk de associatie op met de natuur. Deze associatie spoort onbewust aan tot schoon gedrag. 4. Weerstand verlagen. Om de weerstand bij bewoners te verlagen verstuurde de gemeente een brief ter informatie dat de omgeving gaat veranderen. Door veranderingen aan te kondigen voorkomen we dat bewoners verrast worden en zich verzetten tegen de interventies.

Afbeelding 2. Containerswrappings op locatie Sonnevelt.

9

PA GE

EVALUATIEFASE Resultaten Het aantal restafval bijplaatsingen is marginaal significant gestegen (p = .066). Voor de overige afvalstromen en het totaal aantal bijplaatsingen geldt dat er geen significante stijging of daling is gevonden.

Aantal bijplaatsingen per dag (N = 61) 1,2

1,08

1 0,76

0,8 0,6

0,5 0,42 0,42

0,4 0,2

0,18 0,15

0,15 0

0 Restafvalzakken

0

PMD

Dozen Voormeting

Grofvuil

Totaal

Nameting

Grafiek 2. Het gemiddelde aantal bijplaatsingen per dag per afvalstroom op locatie Sonnevelt.

De resultaten zijn opvallend, omdat het aantal restafval bijplaatsingen niet is gedaald maar is gestegen. We onderzochten de oorzaak en merkten op dat het aantal restafvalzakken op enkele dagen heel erg hoog was. Op deze specifieke dagen zagen we dat een belangrijk onderdeel van de interventie op die specifieke dagen ontbrak: de basis was niet op orde. De containers waren op deze dagen ofwel vol ofwel verstopt. Hierdoor kunnen bewoners het gewenste gedrag niet vertonen.

10

PA GE

LOCATIE 3: ANDOORNHOF Op deze locatie staat één restafvalcontainer. De meeste bijplaatsingen waren grofvuil en PMD. ANALYSEFASE We beschrijven in onderstaande punten de belangrijkste gedragsfactoren die bijplaatsingen veroorzaakten of juist voorkwamen. Algemeen • Negatieve sociale norm. Doordat er al bijplaatsingen staan, zoals grofvuil en afvalzakken, lijkt het de norm om je afval daar neer zetten. • Normoverschrijdingen. Zwerfafval en groene aanslag op tegels kunnen tot bijplaatsingen leiden. • Verkeerde communicatie. Het verkeerde handelingsperspectief werd gecommuniceerd via een containersticker. Dit kan ervoor zorgen dat mensen het verkeerde gedrag vertonen. • Sociale cohesie. Bewoners voelen zich betrokken bij de buurt en hun bewoners. Dit motiveert om de buurt samen schoon te houden. PMD •

Kennisgebrek/te laat voor de ophaaldag. PMD zakken staan regelmatig naast de ondergrondse restafvalcontainer omdat bewoners niet afweten van de ophaaldag of hiervoor te laat zijn.

11

PA GE

INTERVENTIEFASE Ook hier ontwikkelden we enkele interventies die inspelen op de belangrijkste gedragsoorzaken uit de analysefase. We beschrijven hieronder de interventies en op welke gedragsfactoren deze inspelen. 1. Basis op orde. We maakten de container, straat en paaltjes in de directe omgeving schoon en verwijderden de sticker die het verkeerde handelingsperspectief communiceerde. 2. Containerwrapping. We omhulden de containers met een containerwrapping: een schone omgeving, leidt tot schoon gedrag. 3. PMD-kader. We plaatsten een PMD-kader waar de bewoners hun PMD afval de dag voor de ophaaldag kunnen plaatsen. Hierop staat: ‘’PMD graag hier plaatsen. Elke dinsdag in de oneven weken’’. Met het PMD-kader spelen we in op een aantal factoren: • Kennis ophaaldag: het kader geeft informatie over wanneer bewoners het PMD moeten neerzetten. • Prompt: het kader fungeert als een herinnering (prompt) om je PMD op tijd buiten te zetten. • Sociale norm: door het kader niet naast de container, maar op een andere plek te plaatsen zorgden we voor een schone norm rondom de restafval container. Te laat geplaatst PMD afval stond als gevolg hiervan niet meer rondom de restafvalcontainer. 4. Bord. We plaatsten een bord naast de container waarop we de injunctieve norm communiceren en daarmee ook inspelen op de sociale cohesie in deze buurt.

‘’Wij willen ons Andoornhof schoonhouden’’ zet aan tot schoon gedrag omdat buurtbewoners hiermee duidelijk maken dat schoon gedrag gewenst is. Daarnaast staat er een foto op van iemand die een afval zak in de container deponeert. Hiermee laten we zien welk schoon gedrag gewenst is.

12

PA GE

Afbeelding 3. De containerwrapping

Afbeelding 4. Het PMD-kader

Afbeelding 5. Het bord met de injunctieve norm.

13

PA GE

EVALUATIEFASE Resultaten Het totale aantal bijplaatsingen is op de Andoornhof significant gedaald met 87,3% (p= .043). Dit betekent dat deze daling niet aan toeval te wijten is. Het aantal bijplaatsingen van de aparte afvalstromen is niet significant gedaald. Dit komt doordat het aantal bijplaatsingen op deze locatie relatief laag is. Hierdoor zijn er heel veel metingen nodig om een significant effect te vinden. We geven de resultaten op locatie Andoornhof weer in onderstaande grafiek.

Aantal bijplaatsingen per dag (N = 61) 0,35 0,3

0,3 0,25 0,2 0,15

0,15 0,1

0,09 0,03

0,05 0

0 Restafvalzakken

0,04

0,03 0

0

PMD

Dozen Voormeting

Grofvuil

0,04

Totaal

Nameting

Grafiek 3. Het gemiddelde aantal bijplaatsingen per dag per afvalstroom op locatie Andoornhof.

We verrichtten ook een effectmeting op een controlelocatie; een locatie die geen interventie kreeg. Zo kunnen we met meer zekerheid zeggen dat veranderingen een logisch gevolg zijn van de interventie, en niet van storende variabelen. Het aantal bijplaatsingen op de controlelocatie bleef gelijk. Vanwege het lage aantal bijplaatsingen op deze locatie, geven we het totale aantal bijplaatsingen op de Andoornhof en de Schaepmanlaan samen weer in onderstaande grafiek.

14

PA GE

Totaal aantal bijplaatsingen per dag (N=61) 0,35 0,3

0,3

0,25 0,2 0,15 0,1 0,05

0,04

0,03

0,04

0 Andoornhof

Schaepmanlaan Voormeting

Nameting

Grafiek 4. Het gemiddelde aantal bijplaatsingen per dag in totaal op locatie Andoornhof en Schaepmanlaan.

15

PA GE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10607002/1