210526 Verslag Debat in de Raad 26 mei 2021
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 26 mei 2021
Voorzitter:
de heer M. Eijbaard
Raadsgriffier:
mevrouw C. Heusingveld
Aanwezig:
de heer A.B. Bentura (D66), de heer P.A.H. Blokker (Voor Baarn), de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer R.M. Bruins (CU-SGP), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw S. Diemel-Dijkhuizen (GL), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer M.A.C. van Grinsven (Voor Baarn), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), de heer J.M. Jonkers (D66), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VVD), de heer C. Koudstaal (BOP), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer A.L.W.G. van der Meij (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), mevrouw M.K.J. Papo-Schreuder (VVD), de heer P.S.P. Schilder (D66), de heer M.R.N. Schouten (Voor Baarn), de heer M.A. Schrijver (D66), mevrouw M.J. Stam (BOP), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66), mevrouw E.G.L. Visser-Eschauzier (Voor Baarn) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer T.G.W. Jansma (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer A.B.A. van Roshum (wethouder) en mevrouw J.L. Vissers (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Bij agendapunt 3 zal mevrouw Papo geen deel uitmaken van de beraadslagingen en de vergadering verlaten. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 14 april 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 6 3.1 Onderzoek rekenkamercommissie Tolweg 2, 4 en 6 (272987) 3.2 Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 6 (261950) De VOORZITTER stelt voor om de agendapunten 3.1 en 3.2 als één agendapunt te behandelen. De heer BOSMAN vindt het belangrijk om het eerst over het proces te hebben voordat het onderwerp inhoudelijk wordt besproken en om daarom alle facetten van het onderwerp in die volgorde te behandelen.
De VOORZITTER zegt dat zal worden geprobeerd om het in die volgorde te behandelen. De heer SCHOUTEN vraagt zich af of het voorliggende plan rijp is voor besluitvorming. Het is een prachtig plan maar is dit de juiste locatie? Zonder groenstroken, fietspaden et cetera blijven er slechts 3 woontorens over en 39 sociale huurwoningen. Slechts 25% van de sociale huurwoningen mag met voorrang worden toegewezen aan Baarnse woningzoekenden en dan wordt netto gesproken over 10 woningen. Er is nog steeds een tekort aan bedrijfsruimte. Dat het huidige pand niet te verkopen of te verhuren was had met meerdere factoren te maken dan alleen de vraag. De prijs was destijds te hoog en de situering te mager. Voorts wordt de Tolweg slechts summier genoemd in de Woonvisie 2016. De voorgangers in deze raad hebben besloten om bedrijven uit te plaatsen in een weiland dat later De Drie Eiken is gaan heten. Werken of wonen op een bedrijventerrein. Dat is de vraag waar het om gaat. Er moet ook rekening worden gehouden met de Baarnse ondernemers. De vraag is of het plan rijp is voor besluitvorming. De tweede vraag is de onafhankelijkheid van het Stec-rapport. De invloed op het plan door de aanwezigheid van BP en de laatste vraag is of er twijfel is binnen de raad over het mandaat dat onder andere het CBB heeft.
De heer VAN HARDEVELD zegt dat dit een schoolvoorbeeld is van een conflict van belangen met de belangrijkste belanghebbenden de Baarnse ondernemers, omwonenden en woningzoekenden. Kiezen wij op deze plek voor werken of voor wonen? Wat betreft het participatieproces legt de rekenkamer stevig de vinger op de zere plek. Dit moet in het vervolg beslist beter. Daarbij is het goed om conclusie nummer 5 van de rekenkamer in acht te nemen, namelijk dat de overwegingen en argumenten van het georganiseerde bedrijfsleven inmiddels wel goed bij de raad bekend zijn. Spreker kiest in de fractie voor een ander standpunt dan de heer Van Wijk. Collega Van Wijk laat de belangen van de ondernemers prevaleren en spreker geeft voorrang aan de belangen van de Baarnse woningzoekenden. De argumenten zijn bekend en valide maar ze worden verschillend in de fractie gewogen. De rekenkamercommissie adviseert het college voorafgaand aan deze raadcyclus duidelijk te maken waarom voor de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan niet is gewacht op het rapport over de uitplaatsingsbehoefte van bedrijven uit de kern. Daarnaast krijgt het college het advies om aan te geven welk proces het college voorstaat als er een grotere ruimtebehoefte uit voortkomt dan in de huidige behoefteraming is voorzien.
Vinden de collega’s-raadsleden de reactie van het college in deze voldoende om deze maand over het raadsvoorstel een besluit te kunnen nemen? De heer BOSMAN vindt het een prachtig plan maar het plan vraagt om een verkleuring van het bedrijventerrein naar woonbestemming en dan dienen alle belangen uiterst zorgvuldig te worden gewogen. Er is hier sprake van een belangenconflict. Enerzijds inwoners die met smart wachten op een betaalbare woning en aan de andere kant ondernemers die ruimte willen hebben om aan de rand van het dorp te kunnen ondernemen. Het college heeft gefaald in een zorgvuldige afweging van die belangen en in het op poten zetten van een fatsoenlijk participatietraject en in het zorgen voor een goede inventarisatie van de behoefte aan bedrijventerreinen. Gisteren kreeg spreker een mail van zijn belangenorganisatie wat de behoefte is om te verplaatsen. Dat was een vraag van de gemeente maar waarom nu ineens? Is dit amateurisme, onvoldoende competentie bij ambtenaren? Er is hier sprake van een tunnelvisie. Het college heeft redenen om dit woningbouwproject dolgraag te willen en heeft zich bewust of onbewust doof gelaten voor signalen die lastig waren. Goed wordt begrepen waarom de ondernemers boos zijn. Het proces naar dit raadsvoorstel rammelt aan alle kanten. Het balanceert zelfs op de rand van onbehoorlijk bestuur.
Er is echter ook een hele zware verantwoordelijkheid naar bewoners die maar niet aan een woning kunnen komen. Of volgende week nu ja of nee wordt gezegd, er komt sowieso gedonder van. Het zal nog jaren duren voordat die
betaalbare woningen er uiteindelijk staan. Is het voor de fracties bespreekbaar om het resultaat van het Stec-rapport af te wachten en dit raadsvoorstel in oktober opnieuw te agenderen? De heer VAN DER LINDEN is ook van mening dat het participatieproces in 2018 onvoldoende is geweest. Echter, later in het project is er voldoende ruimte geweest voor de ondernemers en die ruimte is ook genomen door de ondernemers om hun argumenten kenbaar te maken. In een later stadium is er voldoende ruimte geweest voor alle belanghebbenden om hun bezwaren en standpunten in te brengen. Wat betreft het bestemmingsplan zal de fractie een keuze moeten maken tussen huisvesting voor bedrijven en woningen voor starters in de sociale sector en in het middenhuur/koop segment. Voor de bedrijven zijn er nog voldoende mogelijkheden op de Noordschil, De Drie Eiken en op de nog te ontwikkelen Baarnse Zoom voor vestiging van bedrijven uit de woonomgeving. De voorgestelde invulling van de realisering van woningen op onderhavige locatie is de beste keuze. Ook de aanpassingen voor de verkeersafwikkeling zijn een belangrijke verbetering. Goed is dat het kruispunt Geerenweg/Tolweg overzichtelijker wordt gemaakt. Voetgangers en fietsers krijgen een aparte toegang die via de groenstrook langs de Geerenweg aansluit op de langzaamverkeersroute langs de Geerenweg.
Het antwoord van de wethouder over de groenstrook is enerzijds teleurstellend maar biedt ook kansen. Voor de subsidie van de provincie is cofinanciering nodig. De kosten bedragen circa € 120.000 volgens de wethouder. Er is nog een overschot ontstaan uit het plannetje Vondellaan. Dit kan voor de cofinanciering worden ingezet. Is dit een mogelijkheid en kan de wethouder hierin een toezegging doen? Is het bekend welk percentage is gewenst voor de cofinanciering? Wil de wethouder afspraken maken met de projectontwikkelaar met betrekking tot een zelfbewoningsclausule zodat sociale koopappartementen primair ten goede komen aan de doelgroep en een antispeculatiebeding zodat de koopappartementen geen investeringsprojecten worden en een kettingbeding zodat de gevraagde afspraken overgedragen worden bij de eventuele verkoop van het project door de projectontwikkelaar? Als debatpunt wordt ingebracht de cofinanciering groenstrook. Mevrouw STRUIJK zegt dat dit project, samen met de Baarnsche Zoom, een belangrijke invulling kan geven aan de woonvisie. Andere inbreidingslocaties in Baarn zijn vaak kleinschaliger en leveren veel minder betaalbare woningen op maar een goed ondernemersklimaat is ook belangrijk voor Baarn. Er dient voldoende ruimte te zijn waar bedrijven zich kunnen vestigen.
In het coalitieakkoord is al gesproken over het verhuizen van bedrijven uit de kern naar de bedrijventerreinen aan de randen van Baarn. Het Stec-rapport stelt dat er voldoende ruimte is, zeker met de uitbreiding op de Baarnsche Zoom, maar de ondernemers en makelaar Bos spreken dit stellig tegen. Is het wel slim om een klein deel van een bedrijventerrein af te snoepen voor woningbouw, zeker als het zo dicht bij een benzinestation ligt? Wat betreft de woningen zijn er een aantal plussen maar wat betreft de ondernemers zijn er een aantal minnen. Het blijft een politieke afweging welke argumenten het belangrijkste zijn. Het is erg zorgwekkend dat uit het onderzoek van de rekenkamer is gebleken dat de gemeente in het participatieproces niet zorgvuldig is geweest. In het vervolg zal de fractie hier nadrukkelijker op toezien. Welke maatregelen heeft het college getroffen om ervoor te zorgen dat de gemeente voortaan beter toeziet op de uitvoering van het participatieproces? De heer BRUINS merkt op dat wonen en werken beiden essentieel zijn voor de Baarnse gemeenschap. Er is veel gebeurd aan de Tolweg. De emoties zijn hoog opgelopen en dat maakt het debat er niet makkelijker op. De economie en de woningmarkt zijn flink veranderd sinds 2016 toen de raad voor het eerst instemde met dit project als mogelijke locatie voor woningbouw.
Er is nu meer vraag naar bedrijfsruimte en de woningnood is veel groter. Daarnaast is het proces niet altijd even makkelijk geweest want gemeente en ontwikkelaar hebben steken laten vallen en de raad ook.
Er loopt nog een aanvullend onderzoek wat betreft de vraag naar werklocaties. Dit onderzoek is nog niet afgerond maar het moet meer duidelijkheid geven over de Tolweg. Toch moet de raad de Tolweg nu behandelen en dat is niet uit te leggen. Daarom is uitstel van besluitvorming een logische stap. Eerst een onderzoek zodat alle belanghebbenden in dit proces recht wordt gedaan. Daarnaast dient een keuze te worden gemaakt voor wonen of werken aan de Tolweg of kan er nog een middenweg worden gevonden die recht doet aan beide grote maatschappelijke vraagstukken? Op sommige plekken in Nederland lukt het prima om wonen en werken te combineren maar wel met een basis van een visie op het hele gebied en die ontbreekt hier. De gemeente moet het uiterste doen om beide vraagstukken te combineren. Is het niet mogelijk dat de raad de ondernemers, de ontwikkelaar en de wethouder uitdagen om er samen naar te kijken om een creatieve oplossing te zoeken waarbij aan wonen en werken recht wordt gedaan? Als dat niet lukt zal toch een harde afweging moeten worden gemaakt en dan neigt de fractie ernaar om woningbouw iets zwaarder te laten wegen maar wel met de aantekening dat dan elders voldoende ruimte zal moeten ontstaan voor bedrijven. Het debatpunt gaat over het mogelijk uitstel van de behandeling van dit onderwerp.
Mevrouw OORTMAN GERLINGS meldt dat ook de VVD-fractie nog geen eenduidig standpunt heeft. De fractie gaat verder informatie verzamelen en hoopt er volgende week uit te zijn. De heer KOUDSTAAL onderschrijft de conclusies van de rekenkamercommissie en ook het woningbouwplan voor de Tolweg. Niet alleen woningzoekenden maar ook ondernemers dragen bij aan een gezonde economische impuls van de gemeente. Het coalitieakkoord staat positief tegenover uitbreiding van de bedrijvigheid. Dat betekent concreet dat bedrijven binnen de woonkernen dienen te worden verleid om naar de aanwezige bedrijventerreinen te gaan en die dienen dus aantrekkelijk te blijven voor bedrijven om zich daar te vestigen. Echter, de ondernemers vrezen dat de aantrekkelijkheid van het betreffende bedrijventerrein met de bouw van woningen achteruitgaat en zij betwisten de uitkomsten van het Stec-rapport inzake de wens van bedrijven in de kernen om te verhuizen naar de bedrijventerreinen en zij dringen er bij de raad op aan om eerst de uitkomst van het onderzoek af te wachten alvorens een besluit te nemen over woningbouw aan de Tolweg. Dat is geen vreemd verzoek en de BOP sluit zich aan bij dit debatpunt dat al door een aantal andere fracties is ingebracht. Ook de fractie van de BOP heeft nog geen definitief standpunt over het onderwerp.
De heer BOSMAN zegt dat het debatpunt om de behandeling van het onderwerp verder uit te stellen onderdeel is van het proces. Wethouder JANSMA meldt wat betreft de vraag over de cofinanciering dat even moet worden nagekeken of er nog geld vrij is en dit moet altijd een afweging zijn met andere prioriteiten. De behandeling van de perspectiefnota is de plek om wensen en aanvullende wensen in te brengen. Er zijn zeker nog geen potjes gereserveerd voor de groenstrook want dat was toen nog niet in beeld. Bij de behandeling van de perspectiefnota kan dus naar voren worden gebracht of er fracties zijn die ervoor voelen om daar geld voor vrij te maken. Vanzelfsprekend zal met de ontwikkelaar worden gesproken over een zelfbewoningsclausule, een antispeculatiebeding en een kettingbeding. Dat past ook in de nieuwe huisvestingsverordening die vorig jaar is vastgesteld. Dit is een stap verder in het proces wanneer wordt gegaan naar de anterieure overeenkomst. Het college heeft van de rekenkamer een tik op de vingers gekregen. Er is in zoverre al lering uit getrokken dat spreker alle lopende projecten nagaat of dit goed loopt of dat het college daar steken heeft laten vallen. Er zijn een aantal projecten zoals Kampstraat 2 en Heuveloordstraat waar bedrijfshuisvesting zat en participatie heeft plaatsgevonden en er verder geen aanleiding was om daarover met elkaar in gesprek te gaan.
Het college neemt de conclusies van de rekenkamer dus serieus.
Mevrouw STRUIJK vraagt of als de wethouder bij de projecten iets tegen komt dat niet goed gaat hij daarover de raad dan tijdig wil informeren. Wethouder JANSMA memoreert dat in januari aan de raad een overzicht is gegeven van de lopende projecten. Dat wordt eens in het half jaar gedaan en dit komt dus weer in september. Dan zal dit vraagstuk daar in ieder geval in worden meegenomen. De heer BOSMAN merkt op dat in september het Stec-rapport verschijnt en dan wordt het duidelijk wat de actuele behoefte is aan bedrijventerrein. Dan kan met feiten worden onderbouwd of het mogelijk en wenselijk is om Tolweg 2, 4 en 6 te bestemmen voor woningbouw met wellicht compensatie via bedrijventerrein elders. Als de besluitvorming wordt uitgesteld tot oktober groeit de mogelijkheid dat alle betrokken partijen in ieder geval kunnen leven met de dan te kiezen oplossing. De heer SCHOUTEN stelt dat in september 2020 tegelijkertijd met onderhavig plan de Toekomstvisie werklocaties Baarn voorlag. Toen is een amendement aangenomen met de opdracht voor een aanvullend onderzoek naar de behoefte van bedrijfsruimte en dit samen te doen met een vertegenwoordiging van de ondernemers. Afgelopen donderdag is er een eerste uitvraag geweest naar ondernemend Baarn. Derhalve worden de uitkomsten niet eerder verwacht dan september. Ook afgelopen dinsdag is vanuit Bizon nog een uitvraag gedaan.
Derhalve is de fractie voor uitstel van de behandeling van onderhavig voorstel totdat de uitkomsten van het behoefteonderzoek bekend zijn. De heer VAN HARDEVELD merkt op dat sinds 2015 de essentie van het verhaal nog steeds hetzelfde is, namelijk willen we wonen of werken op dit terrein. Niet wordt verwacht dat wanneer de besluitvorming nog een paar maanden wordt uitgesteld er een oplossing komt die alle belanghebbenden gelukkiger zal maken. Het CDA heeft al meerdere malen in de raad aangekaart dat de processen rondom woningbouw en het bedrijfsleven sneller moeten. Weer uitstellen is geen goede oplossing. Mevrouw STRUIJK zegt dat er heel veel voors en tevens zijn. Als er wordt gewacht op de uitkomst van dit onderzoek vindt wellicht meer acceptatie plaats en de aankondiging is al gedaan dat tot de Raad van State wordt gegaan als het nodig is. Wellicht brengt dit onderzoek ook een betere onderbouwing. De fractie heeft haar standpunt nog niet definitief bepaald. De heer VAN DER LINDEN is van mening dat uitstel van de besluitvorming heel moeilijk is te verkopen aan woningzoekenden die al jaren op de wachtlijst staan om een sociale huurwoning te krijgen of te kunnen kopen. Het voorstel mag niet worden uitgesteld en de gemeente moet gaan voor woningbouw op De Drie Eiken.
De heer BRUINS is voor uitstel, mede omdat de raad hier zelf om gevraagd heeft om de besluitvorming scherper te krijgen en de raad neemt zichzelf niet serieus als niet wordt gewacht op de uitkomsten van het onderzoek. De heer KOUDSTAAL sluit zich aan bij de woorden van onder andere de heer Bruins. De heer SCHOUTEN gaat er vanuit dat het rapport van Domus er eerder was dan het Stec-rapport van de gemeente. Het is wel vreemd dat de wethouder vorige week niet wist dat Stec ook voor Domus een rapport had opgesteld. Beide rapporten onderzoeken hetzelfde maar met een ander uitgangspunt. Echter, Stec heeft hier een steekje laten vallen en daarmee de onafhankelijkheid van het rapport ter discussie gesteld. Hoe denkt de raad hierover?
De heer BOSMAN merkt op dat ook zou kunnen worden gezegd dat ergens in het midden de waarheid ligt. De heer VAN HARDEVELD kan en wil dit niet oordelen want het betwisten of zelfs de integriteit van zo’n rapportage is een heilloze weg. Mevrouw STRUIJK sluit zich hierbij aan. De raad moet niet op de stoel van de specialisten gaan zitten. De heer VAN DER LINDEN sluit zich volledig bij de vorige sprekers aan. De heer SCHOUTEN constateert dat Domus aangeeft in gesprek te zijn maar dat de ondernemers aangeven dat de BP niet in gesprek is of wil gaan. De wethouder doet hier geen uitspraak over en dan blijft de raad in vertwijfeling achter. In hoeverre is de BP in de huidige vorm belemmerend voor de plannen? Er is in ieder geval geen overeenstemming. Het klopt dat LPG de laatste jaren is gedaald in afzet maar in het vakblad van tankstations staat dat deze brandstof het afgelopen jaar weer meer wordt verkocht.
Is de suggestie van de projectontwikkelaar wel reëel dat de benzinepomp maar zijn businessmodel moet veranderen en er een kruidenierswinkel in moet vestigen want daar is wel geld mee te verdienen? Hoe kijken de supermarkten en de kruideniers hier tegenaan? Is het ontbreken van een overeenkomst met de BP een showstopper voor de raad? De heer BRUINS merkt op dat er wet- en regelgeving is over afstanden, veiligheid et cetera en daar zal in de verdere ontwikkeling van het plan aan voldaan moeten worden. De heer BOSMAN heeft begrepen van Domus dat zij het als een bedrijfsrisico ziet als dingen niet doorgaan. Overigens is het merkwaardig dat een projectontwikkelaar zegt hoe iemands bedrijfsvoering moet zijn. Dat werkt niet zo. De heer SCHOUTEN zegt dat de heer Jacobs van Domus aangeeft dat hij twijfelt aan het mandaat van onder andere de Contactgroep Baarnse Bedrijven en de ondernemersvereniging van Baarn en of de heer Zanoli wel namens Baarnse ondernemers kan spreken. Hoe denkt de raad hierover? De heer VAN HARDEVELD stelt dat het aan het CBB zelf is of ze namens alle leden spreekt. De heer BOSMAN is van mening dat dit de spelletjes zijn die gespeeld worden zoals het in twijfel trekken van representativiteit of de goede intenties van de projectontwikkelaar.
Op het moment dat ondernemers zeggen van die spreekt niet namens mij laten ze zichzelf horen en een enkeling laat ook horen dat ze het een prima idee vinden. De heer VAN DER LINDEN geeft aan dat het punt van de cofinanciering van de groenstrook bij de perspectiefnota zal worden ingebracht. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Beslissing op bezwaar tegen voorgenomen bouwplannen De Speeldoos (huisvesting theater en bibliotheek) (265809) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat.
5. Rekenkameronderzoek ‘Toezicht en handhaving bij openbare orde en veiligheid’(266962) Mevrouw OORTMAN GERLINGS memoreert een vraag te hebben gesteld aan de rekenkamer over de capaciteitsproblemen bij de boa’s en naar aanleiding daarvan de vraag aan de portefeuillehouder of het college naar aanleiding van het onderzoek voornemens is om met een voorstel te komen voor meer boa’s. De heer RÖELL meldt dat er inderdaad knelpunten zijn als het gaat om de capaciteit van de boa’s. Dat heeft te maken met het hele coronaverhaal maar het heeft ook te maken met een enorme berg aan prioriteiten die de gemeente neerlegt bij de boa’s. Een groot deel van hun capaciteit gaat op aan meldingen en dan blijft er een beperkt deel over om op andere prioriteiten inzet te verlenen. Het college komt bij de perspectiefnota niet met een aanvullende vraag betreffende boa’s want er zijn ook prioriteiten op andere vlakken. Vervolgens is het aan de raad om daar iets van te vinden. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Rekenkameronderzoek Burger- en overheidsparticipatie (266947) Mevrouw STAM zegt dat het een goed onderzoek is dat de vinger legt op een aantal pijnpunten. Snel mee aan de slag zou je zeggen maar het voorstel van het college is een nieuw beleidskader participatie over te laten aan een nieuwe raad.
Mede gezien het traject dat in het najaar wordt ingezet is daar wel wat voor te zeggen. De roep om inwoners meer te betrekken bij de politiek is terecht. Veel inwoners voelen zich niet gehoord of erger en wenden zich af van de politiek. Dat los je niet op met wat eenmalige participatieprojecten. De fractie heeft geen hoge verwachtingen van allerlei nieuwe experimenten maar doorgaan op de oude voet is ook geen oplossing. De rekenkamer wijst er ook op dat moet worden ingezet op verbetering van de bestaande praktijk. Dat is een prima aanbeveling en dat geldt ook voor bijvoorbeeld het betrekken van belanghebbenden bij het opstellen van nieuw beleid. Bij het beleidsterrein cultuur krijgt dit al meer gestalte dan bij andere beleidsterreinen. Bij de perspectiefnota zal moeten blijken of het college voorstelt om hier voldoende budget voor beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld inzake de continuering van buurtbudgetten. De rekenkamer doet als laatste een aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken te verkennen hoe burger- of wijkinitiatieven gestimuleerd kunnen worden. De BOP is voorstander van een dergelijk verzoek en steunen de andere fracties dit ook? De heer BOSMAN wijst erop dat participatie echt een vak is en dat het een fundamentele bereidheid eist om samen te werken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
In de kennis en kunde om dat goed aan te pakken moet worden geïnvesteerd en er dient met name een open houding te zijn om consequenties te trekken uit de resultaten. GroenLinks zal naar verwachting instemmen met het voorstel en roept het college op om de aanbevelingen ter harte te nemen. De heer VAN WIJK onderschrijft de woorden van de BOP, mede naar aanleiding van de Tolweg, dat verder moet worden gekeken hoe de participatie dient te worden ingericht en hoe de bewoners van Baarn kunnen worden uitgedaagd om mee te denken over regionale en buurtontwikkelingen. De heer BENTURA meldt dat de fractie nog geen standpunt heeft ingenomen over het voorstel.
Mevrouw STAM stelt dat als de gemeente een aanspreekpunt heeft waar mensen met initiatieven terechtkunnen, dan zou het best zo kunnen zijn dat wijk- en buurtparticipatie gaat leven. Een onderzoek daarnaar is heel erg zinnig. De heer BOSMAN vindt dit een goed idee en stelt voor dat voor volgende maand bij de perspectiefnota daar met elkaar een motie voor wordt opgesteld. De heer BENTURA is het eens met vorige spreker dat bij de perspectiefnota moet worden gekeken naar het indienen van een motie waardoor het verzoek zou kunnen worden ingewilligd. De heer BLOKKER onderschrijft ook de aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Bij de perspectiefnota zal over het onderwerp van de participatie inbreng worden geleverd. Het is dan wel relevant om de inwoners mee te nemen in het proces en niet pas aan het eind van het proces. In de organisatie moet dan wel voldoende capaciteit en deskundigheid zijn om het proces te kunnen begeleiden. Mevrouw BRUIJSTENS zegt dat er wel kaders voor moeten worden geschapen want anders wordt dezelfde fout als eerder gemaakt. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Uittreding Vijfheerenlanden en toetreding WSGO AVU (207104) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 8.
Financiële nota’s: Nota Investeren, activeren en afschrijven en nota Reserves en voorzieningen (264116) De heer VAN WIJK wijst erop dat er een toezegging is gedaan dat grotere investeringen dan 1 miljoen naar het bedrag van € 250.000 wordt omgezet. Dat is in deze nota over het hoofd gezien en daarom ook het verzoek om dat aan te passen. In het stuk wordt gesproken dat vastgoed lineair geactiveerd wordt naar 0. Het klopt dat op grond niet wordt afgeschreven. Bij verhuur of eigen gebruik dient fiscaal gezien de WOZ-waarde of de getaxeerde waarde minimaal het afschrijvingsniveau te zijn. Dat betekent dus dat niet op 0 moet worden afgeschreven maar op de WOZ-waarde of de getaxeerde waarde. Wethouder PRAKKE meldt dat op vraag 2 schriftelijk wordt teruggekomen. De gememoreerde toezegging is al vastgesteld in de Financiële verordening eerder dit jaar. Bij de nota’s waar nu om gaat, gaat het niet om het aangaan van leningen. De heer VAN WIJK vraagt of de wethouder genegen is om ook hier het bedrag van € 250.000 toe te passen in plaats van de 1 miljoen. Wethouder PRAKKE legt uit dat bij de perspectiefnota een meerjareninvesteringsplan komt en daar is het al in opgenomen en ook bij specifieke projecten worden ook altijd kredieten aangevraagd. Dan gaat het echter om andere bedragen en bij de € 250.000 in plaats van 1 miljoen gaat het om leningen die de gemeente aangaat.
De heer VAN WIJK merkt op dat op pagina 4 van nota 2 een bedrag van 1 miljoen staat maar de vraag zal schriftelijk worden gesteld. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 9. Jaarstukken 2020, begrotingswijziging 2021 en Begroting 2022 RMN (265935) De VOORZITTER memoreert dat eerder is besloten om ook de raadsinformatiebrief die vorige maand op de agenda stond met betrekking tot het recente tekort bij de RMN bij dit agendapunt te betrekken en ook het onderzoek dat afgelopen week naar de raad is gezonden wordt bij dit onderwerp betrokken. De heer SCHOUTEN merkt op dat de wethouder vorige week een belofte deed die zij wederom, als het de RMN aangaat, niet na zal kunnen komen. Pas gisteravond kreeg de raad het beloofde onderzoeksrapport toegestuurd en dan ook nog onder embargo. Er was natuurlijk nog geen gelegenheid om het rapport in detail te lezen en hoe moet dan nu het debat worden aangegaan? Al eerder is er foei gezegd en zelfs een pastelgele kaart uitgedeeld. Gelezen wordt dat het MT aan de magere kant is en misschien zelfs tijdelijk uitgebreid moet worden.
Hebben het huidige dagelijks bestuur of de MT of de directie in de afgelopen tijd wel eens goed in de spiegel gekeken en zeker degenen die al vanaf het begin betrokken zijn bij deze gemeenschappelijke regeling? Al eerder is door de fractie van D66 gevraagd naar de kosten van het uittreden bij de RMN. Er werd geen goed antwoord gegeven op deze vraag. Toen vorige week de vraag nogmaals gesteld werd was het antwoord van de wethouder zo mogelijk nog beschamender want zij wilde niet voldoen aan de vraag, behalve als de raad breder deze vraag onderschrijft. Elke vraag van ieder individueel raadslid dient beantwoord te worden maar de 3 leden van de fractie mogen worden genoteerd als medeindieners van deze vraag. Een vlotte beantwoording wordt graag tegemoet gezien. De fractie gaat zich de komende weken nog beraden op hoe het nu verder moet. De heer VAN HARDEVELD zegt dat de concept zienswijze pittig is en dat is ook terecht want de RMN doet het uitvoerende werk uitstekend maar heeft de bedrijfsvoering niet op orde. Een belangrijke bron voor het functioneren van de bedrijfsvoering is het onderzoeksrapport over het tekort op de jaarrekening 2020 dat gisteravond laat werd ontvangen. Dit onderwerp dient in de raadcyclus van juni op de agenda te komen want dit onderwerp is te belangrijk om het nu even kort te behandelen.
De wethouder heeft eerder aangegeven niet van plan te zijn in te stemmen met de jaarrekening als er geen accountantsverklaring is afgegeven. Kan de raad dit als een toezegging beschouwen? In de raadsinformatiebrief van 18 maart jongstleden over het tekort op de jaarrekening staat dat de administratie van de RMN technisch ingewikkeld is opgebouwd en dat de RMN in het 2e kwartaal van 2021 het proces gaat herinrichten waardoor administratieve processen beter in het systeem geborgd worden en het systeem de doorrekeningen automatisch verzorgt. Het 2e kwartaal is over 5 weken voorbij. Denkt de wethouder dat dit gaat lukken? Het CDA wil de komende tijd geïnformeerd worden over de stappen die de RMN gaat zetten om tot verbetering te komen. Kan de raad minimaal 1 keer per 2 maanden een overzicht krijgen van de ondernomen acties voorzien van een kostenplaatje? Zijn de collega’s-raadsleden ook van mening dat het onderzoeksrapport over het tekort op de jaarrekening 2020 te laat is ontvangen om dit nu
zorgvuldig te kunnen behandelen en dat het onderwerp RMN een dermate hoge urgentie heeft dat het goed is dit daarom in de raadcyclus van juni te agenderen? De heer BOSMAN zegt dat de uitkomsten van het gememoreerde onderzoek de fractie bepaalt niet hebben gerustgesteld. Het was al bekend dat er in 2020 onvoorziene kosten waren als gevolg van problemen met niet functionerende medewerkers en langdurig ziekteverzuim en dat gaf al te denken maar de problemen blijken nog groter dan verwacht. Kostenposten die te laat of te laag begroot zijn, de productiviteit van de buitendienst is overschat, er is geen rekening gehouden met noodzakelijke investeringen. Er zijn te weinig mensen en computersystemen die niet op elkaar aansluiten. Dat laatste verklaart voor een deel waarom het algemeen bestuur onvoldoende is geïnformeerd want er waren geen harde cijfers. Het algemeen bestuur en dus ook onderhavige wethouder hebben niet aan de bel getrokken toen het probleem wel werd benoemd maar niet in euro’s werd uitgedrukt. De onderzoekers adviseren om computersystemen te moderniseren, de financiële administratie robuuster te maken en het MT te versterken met een controller. Het wordt dus allemaal nog duurder terwijl de inwoners daar niets van teruggezien en de rek is er al uit.
Het college stelt in de zienswijze terecht dat de gemeente dit niet kan verkopen aan zijn inwoners want zij betalen elk jaar meer voor het verzamelen van afval en dat is rampzalig voor het draagvlak voor omgekeerd inzamelen. Nemen de andere raadsleden genoegen met maatregelen die wederom leiden tot een structurele stijging van kosten of zijn er drastischer maatregelen nodig met als doel om de kosten beheersbaar te maken? De heer VAN DER LINDEN geeft aan dat het onderzoeksrapport naar het tekort op de jaarrekening 2020 ondanks eerdere toezeggingen pas gisteravond is ontvangen. Helaas moet worden geconstateerd dat de conclusies in het rapport grotendeels gelijkluidend zijn met de conclusies en aanbevelingen die al in de accountantsverslagen van 2018 en 2019 gemeld werden. Op dit moment is er onvoldoende tijd geweest om een en ander goed te bestuderen maar er zal later zeker op worden teruggekomen. In geen enkel verslag van het dagelijks bestuur wordt melding gemaakt van de financiële gang van zaken maar dat is logisch want er is geen tijdige en tussentijdse verslaglegging. Dan is er ook geen kennis of het bedrijf op schema ligt, of de kosten niet uit de hand lopen en of het bedrijfsresultaat nog voldoende is.
Kan de wethouder toezeggen dat zodra er een goede rapportage is de kwartaalcijfers met de raad gedeeld worden? Dat zou moeten kunnen met ingang van de cijfers van het 3e kwartaal. Het is de taak van de directie en van het dagelijks bestuur om naast het verzorgen van een goed operationeel proces en intern proces ook de kosten en dus de financiële verslaglegging in het oog te houden. Beiden zijn ernstig tekort geschoten en dan dreigt het gevaar dat de goede zaken die gerealiseerd worden volledig ondersneeuwen in het beeld dat het een zooitje is. Er moet worden gewaakt voor een flinke uitbreiding van het MT om een en ander op orde te brengen. Het is de vraag of de huidige directeur wel de juiste is. Door het inzetten van slimme software moet de verslaglegging door de huidige formatie gerealiseerd kunnen worden. Het plakken aan elkaar van diverse Excel-bestanden is volledig achterhaald. De voorgestelde zienswijze is nog mild als wordt gekeken naar de belabberde gang van zaken. De tekst “Wij willen u vragen de aanbevelingen die in het onderzoek volgen grondig en tijdig op te volgen” dient te worden vervangen door “Wij eisen dat de aanbevelingen die uit het onderzoek volgen volledig en grondig en tijdig gevolgd worden”.
Ook de toezegging dat alleen ingestemd wordt met de jaarrekening als er een goedkeurende verklaring is van de accountant is voor de fractie een zekere geruststelling. Er dient inzage te komen in de managementletter en die dient aan de raad ter beschikking te worden gesteld.
De heer KOUDSTAAL zegt dat het onderzoeksrapport naar het tekort over 2022 en de late melding daarvan aan het algemeen bestuur niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Het lijkt echt een zooitje te zijn bij de RMN waar het de financiële gang van zaken betreft. Het is vreemd dat het onderzoeksrapport op de valreep van deze vergadering werd ontvangen want de datum boven het onderzoek is 11 mei. Waarom is dit rapport niet eerder vertrouwelijk gedeeld met de raad? Het ontbreekt aan voldoende kennis bij spreker om dit dossier volledig te doorgronden maar er schort het nodige aan het financieel beheer binnen de organisatie van RMN. Er blijkt structureel sprake te zijn van een gemankeerde bedrijfsvoering en zo zijn de cultuursturing en de managementstijl binnen de organisatie onvoldoende in control zegt het onderzoeksrapport en verder wordt er in aangegeven dat er een meer diepgaand onderzoek gewenst is om echt zicht te kunnen krijgen op de situatie en om dan mogelijk concrete oplossingen aan te dragen. Dat is uiterst zinvol.
Vinden de andere raadsfracties dat ook en kan de wethouder hier ook wat over zeggen? In mei 2019 is er een onderzoek geweest van de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en daaruit bleek dat het vuil ophalen wel goed gaat maar daar hangt een prijskaartje aan en als ieder jaar aan de inwoners moet worden gevraagd een hogere bijdrage omdat anders het vuil niet goed kan worden opgehaald en verwerkt. Dat houdt op een gegeven moment op. Zeker als bij de administratieve organisatie van RMN al jaren grote vraagtekens gezet kunnen worden. Het lijkt bijna onmogelijk dat Baarn weer teruggaat naar de situatie van vroeger want dat zou betekenen dat nieuwe vuilniswagens, veegwagens et cetera moeten worden gekocht. Wellicht moet dan toch nog worden aangeklopt bij de RMN omdat de gemeente daar zelf niet toe in staat is. Aan de wethouder is immers al gevraagd wat het kost om te verzelfstandigen maar de wethouder wilde daar geen antwoord op geven. De heer SCHILDER zegt dat de kosten die gepaard gaan met het eventueel uit de RMN stappen nog steeds niet duidelijk zijn en het antwoord van de wethouder dient op korte termijn te worden gegeven.
De heer BRUINS merkt op dat de RMN ook werkgever is die zich richt op een bijzondere doelgroep, namelijk op mensen aan de onderkant van de sociale ladder die langdurig ziek zijn, op de weg terug zijn en misschien voor die tijd geen baanperspectief hadden maar via de RMN wel weer terug kunnen komen in het arbeidsproces. Dat is de fractie ook wel wat waard maar niet wat er nu gebeurt. Natuurlijk is er chaos bij de financiële bedrijfsvoering. Het uittreden zou uiteindelijk meer kunnen kosten maar RMN is ook een kleine speler in dit verhaal en misschien is dat juist het probleem, dat ze te klein is om de maatschappelijke ontwikkelingen op te vangen en om er actief op in te spelen. Misschien heeft ze een grotere broer nodig die RMN daarin gaat begeleiden. Uitstel naar volgende maand van behandeling van het onderzoeksrapport wordt van harte onderschreven. De heer VAN DER MEIJ maakt zich ook grote zorgen. Misschien moet er juist voor worden gezorgd dat de organisatie niet te groot wordt zodat het nog is te behapstukken. Wethouder VISSERS meldt dat zij inderdaad niet gaat instemmen met de jaarrekening op de komende bestuursvergadering als er geen accountantsverklaring ligt.
In de bestuursvergadering van 7 juli zal er een voorstel komen over de implementatie van nieuwe bedrijfssoftware en het zal dus zeker niet worden gered om een en ander gereed te hebben in het 2e kwartaal maar er zijn dan zeker al belangrijke stappen gezet. Het college zal 1 keer per 2 maanden aan de raad een overzicht verstrekken en waar mogelijk wordt daar ook een kostenplaatje bij gepresenteerd. In de tweemaandelijkse voortgangsrapportage kunnen dan ook mooi de kwartaalcijfers worden ingepast. Het is niet voor niets dat in de zienswijze wordt benadrukt dat de raad de kwartaalrapportages wil ontvangen en het is goed voor te stellen dat de raad de zienswijze wil aanpassen in de zin zoals de heer Van der Linden voorstelt. “Wij zouden het fijn vinden” veranderen in “Wij eisen”, daar kan het
college zich prima in vinden want een wat dwingender toon is gepast. De zienswijze kan dan met een amendement worden aangepast. Het college heeft al toegezegd dat de raad ook de managementletter te zien krijgt. RMN heeft aangegeven dat in week 23/24 het accountantsrapport wordt verwacht en de kwartaalrapportage. Die zullen met de raad worden gedeeld. Op het rapport staat inderdaad 11 mei. Op die datum was waarschijnlijk de accountantsverklaring met het rapport. Het bestuur van RMN heeft dat in de vergadering van 19 mei gepresenteerd gekregen. Diezelfde dag heeft ook het MT het gepresenteerd gekregen. Er is een vervolgafspraak gemaakt voor afgelopen vrijdag en daarin zou met elkaar worden besproken hoe hiermee moet worden omgegaan, welke RIB gaat hiermee gepaard omdat in het bestuur is aangegeven dat er een reactie vanuit het bestuur moet komen en hoe het personeel hierover wordt geïnformeerd. Spreker heeft afgelopen vrijdag aangegeven dat zij het rapport nog vandaag met haar raad wil delen maar toen werd ook aangegeven dat de bestuursleden dit eerst graag met hun colleges wilden delen en toen is er op uitgekomen dat pas woensdag met de raden een en ander gedeeld zou worden. Op haar aandringen is dat voor Baarn vervroegd naar dinsdagmiddag onder embargo maar het is inderdaad heel vervelend dat de eerdere belofte niet is nagekomen.
Het is onmogelijk om een overzicht van de kosten te leveren. Daar gaat een vraag aan vooraf want dat brengt ook kosten met zich mee. Wil de raad naar een andere organisatie overstappen? Moet de gemeente zelf weer de vuilnisbakken gaan legen? Als de raad de wens heeft dat de gemeente uittreedt dient een verzoek te worden gedaan aan het college om te onderzoeken wat dat gaat kosten en dan pas kan worden berekend wat het kost om uit de gemeenschappelijke regeling te treden. Dit is echter maar een kleine gemeenschappelijke regeling met 6 deelnemers en het betekent echt wat voor de andere deelnemers als Baarn uit de RMN treedt. Daarnaast werken er kwetsbare mensen en die lezen ook in de krant dat er een wens is bij de raad van Baarn om uit te treden en de raad dient hier uiterst prudent mee om te gaan en kan pas dit soort vragen aan het college stellen als werkelijk goed is doordacht of de wens er is om uit te treden. Wellicht is dit ook iets dat bij de evaluatie van het grondstoffenbeleid terugkomt. Als de raad dan een andere manier van inzamelen en verwerking voorstaat kan de vraag worden geopperd wat daarvoor de meest geëigende organisatie is maar het is nu heel prematuur om die vraag te stellen en dit is ook echt kwalijk naar de medewerkers toe. Er is inderdaad een langetermijnvisie nodig en het bestuur heeft dat ook in de begeleidende RIB aangegeven.
Er zijn een aantal zaken nodig op korte termijn en dat is met name het op orde brengen van de financiële administratie. Het hoofd Financiën heeft een stap terug gedaan en het idee is om daar een interim hoofd Financiën op te zetten met een stevig postuur die de opdracht krijgt om er snel voor te zorgen dat de financiële administratie op orde komt. Tevens zijn in het onderzoek een aantal aanbevelingen gedaan zoals een hele dure van stel een controller aan en daarvan heeft het bestuur gezegd dat er ook een hele lijst komt met betrekking tot cultuur en bijvoorbeeld zo’n controller. Dat komt in een plan van aanpak terug dat wordt gepresenteerd in het najaar aan de raden. De heer KOUDSTAAL merkt op dat in de rapportage staat dat er een diepgaander onderzoek nodig is om bloot te kunnen leggen wat er mankeert in de organisatie wat dit onderdeel betreft en dat iets anders dan een plan van aanpak. De onderzoekers zeggen eigenlijk dat de tijd te kort was en dat het onderzoek te beperkt is en dat er een meer diepgaand onderzoek moet worden ingesteld om de vinger te kunnen leggen op waar het allemaal fout gaat in de organisatie met uiteindelijk de bedoeling om verbeterslagen te kunnen toepassen. De heer VAN DER LINDEN meldt dat de fractie volgende week een amendementen zal indienen wat betreft een aanpassing van de zienswijze.
De heer SCHILDER vraagt hoe het contact is van de wethouder met de andere gemeenten in deze over de situatie bij de RMN, zeker wat betreft de bende die het eigenlijk is en over eventueel het eruit stappen. Wethouder VISSERS memoreert dat de accountant heeft aangegeven dat dit eigenlijk niet meer was dan een Quickscan en dat die eigenlijk liever een diepgaander onderzoek wil uitvoeren. De accountant had echter geen kennis genomen van het rekenkamerrapport dat eerder voor de deelnemende gemeenten is geweest. Dat is wel in het bestuur besproken en daar zaten al heel wat aanbevelingen in en zaken waarbij werd aangegeven dat die moesten worden aangepakt. Het bestuur heeft daar een aanzet toe gegeven maar er zijn een aantal zaken op dat gebied blijven liggen waarvan nu de registeraccountant aangeeft dat daarmee met voortvarendheid aan de slag moet worden gegaan. Daar is nu de eerste inzet op gericht, zonder dat eerst een diepgaand onderzoek wordt verricht, om eerst de prioriteit te leggen bij het op orde brengen van de financiële administratie en in de aanloop naar het najaar een verbeterplan op te stellen voor de andere zaken die ook benoemd zijn. Er gaat dus geen diepgaand onderzoek meer volgen. Er is uitstekend contact met de andere gemeenten want het algemeen bestuur komt nu 2 keer per week bij elkaar om deze situatie met elkaar te bespreken.
Tussentijd weten de bestuurders elkaar ook te vinden via de app of de mail als er zich vragen voordoen. Alles wordt ook met elkaar afgestemd. Er is geen contact over het uitstappen omdat het college ook geenszins van plan is om de raad daar een voorstel voor te doen. Ook de andere gemeenten zijn dan niet voornemens. Alle inzet is erop gericht dat RMN weer een uitstekende organisatie is voor wat betreft de interne bedrijfsvoering, naast het feit dat de uitvoering van het werk goed gaat. De heer VAN DER MEIJ vraagt of ook goed gekeken wordt naar de manier en de structuur van de uitvoerende werkzaamheden en of daar losse kostenplaatsen aan verbonden zijn. Het idee bestaat namelijk dat dit niet gebeurt en dat daarom voor een gedeelte de financiële verantwoording niet in orde is. Wethouder VISSERS meldt dat in het onderzoek veel is gezegd over de toerekening van kosten, dat dit niet op de juiste wijze plaatsvindt, maar nagegaan zal worden of hier ook kostenplaatsen aan verbonden zijn en daarom de vraag aan de heer Van der Meij om het verzoek nog een keer op de mail te zetten. De heer SCHOUTEN wil het met de raad hebben over het eventuele uittreden uit de RMN. De heer VAN HARDEVELD stelt voor dat in het debat een onderscheid wordt gemaakt tussen meer inhoudelijke debatpunten en procedurele debatpunten en het laatste zou eerder aan de orde moeten komen.
Omdat maar een klein deel van de raadsleden de tijd heeft gehad om het rapport goed te lezen is het onverantwoord om daar verder nu op in te gaan. De VOORZITTER wijst erop dat het technisch niet mogelijk is om het raadsvoorstel dat vanavond voorligt uit te stellen. De heer VAN HARDEVELD zegt dat de beslispunten gaan over de zienswijze. De vraag is om het onderzoeksrapport hier los van te koppelen en om dat in juni te agenderen zodat iedereen het ook heeft kunnen lezen. De heer SCHOUTEN heeft niet de tijd gehad om het onderzoeksrapport goed te kunnen lezen. De raadsinformatiebrief is ook voor vanavond geagendeerd maar is al opgeschoven. Dan is het beter om de RIB en het onderzoeksrapport samen te behandelen en om de jaarrekening nu te behandelen.
De heer BOSMAN zegt dat de raad eerst goed kennis moet nemen van het rapport, zeker ook gezien wat de heer Bruins zei over de werknemers van RMN, zodat er geen niet overwogen dingen over worden gezegd en geen onrust wordt gezaaid. Het debatpunt over mogelijk forse maatregelen zou dan ook naar juni kunnen worden verschoven. De heer VAN DER LINDEN vindt het ook een goede zaak om het rapport en de RIB in juni te behandelen. De heer BRUINS sluit zich aan bij het pleidooi om het in juni te behandelen. De heer VAN DER MEIJ kan zich uitstekend vinden in dit voorstel en de vraag die zal worden gestuurd aan de griffier kan dan ook in juni worden behandeld want die sluit er uitstekend bij aan. De heer SCHOUTEN is ook van mening dat de raad zorgvuldigheid moet betrachten in deze discussie om geen onrust te zaaien maar het is een legitieme vraag wat het uittreden uit de RMN kost en er blijft nu een beetje boven de markt hangen dat het te duur is. Dat soort besluiten kunnen beter worden genomen op inzichten en feiten. Het is daarom goed om daar meer helderheid in te krijgen en daarbij is niet gezegd dat de gemeente per se uit de RMN moet treden maar er dient wel een serieuze afweging te worden gemaakt of het een mogelijkheid is. Dan is het prettig dat in de tijd tot juni een antwoord op de gestelde vraag kan komen.
De heer VAN DER MEIJ zegt dat dan van tevoren ook moet worden vastgesteld wat de eventuele doelen zijn en wat je ermee wilt bereiken. Het gaat om het specifieke doel en daar kan dan een prijs aan worden gehangen. Als je iets zelfstandig wil doen moet je daar ook bepaalde criteria aan koppelen en daarom moet worden geprobeerd om het te preciseren. De heer BRUINS stelt dat wanneer de raad het vraagstuk van uittreden uit de RMN wil bespreken eerst moet worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn en dan moet worden begonnen met een visiedocument van waar willen we naartoe met de wijze waarop wij met ons afval omgaan. Pas dan kun je kijken of RMN de juiste partner is om deze doelstellingen mee te bereiken. Er zou een motie kunnen worden opgesteld waarin de wethouder de opdracht wordt gegeven om te kijken naar de toekomstvisie en daarin mee te nemen wat de geschikte partner zou zijn of hoe je dat moet vormgeven. De heer BOSMAN gaat ervan uit dat in september of oktober de raad het grondstoffenbeleid gaat evalueren. Voorkomen moet worden dat dingen dubbel worden gedaan door eerst een debat te voeren over al dan niet uittreden. Dit moet op een gecoördineerde manier gebeuren. De heer SCHOUTEN wijst erop dat uiteindelijk de vraag is wat kost het om uit de RMN te treden. Er wordt niet gevraagd wat zijn de consequenties en hoe gaan we het in de toekomst doen.
Daar moet toch iets over te zeggen zijn en anders kloppen de contracten niet. De heer BRUINS begrijpt dat de heer Schouten alleen wil weten wat het kost om eruit te stappen en dan is daar niets nieuws voor in de plaats. De heer SCHOUTEN zegt dat dit de vraag is. Als dat bedrag veel te hoog is en dus niet wenselijk geeft dat een andere afweging dan wanneer blijkt dat het qua kosten meevalt en laten we kijken of we het op een andere manier en dat wil niet zeggen dat de gemeente het zelfstandig moet doen. Daar kan nog niet op worden vooruitgelopen want er zijn meerdere regelingen.
De VOORZITTER memoreert dat de wethouder hierover heeft aangegeven dat zij een duidelijker vraagstelling zou willen hebben en daarom is het misschien goed om buiten de vergadering dit gesprek met haar te voeren. De heer JONKERS meldt dat de vraag in eerste instantie door D66 is gesteld om een indicatie te krijgen van de kosten om vervolgens als controlerend raadslid een redelijke afweging te kunnen maken of het überhaupt mogelijk en reëel is om uit de RMN te treden in de gedachte zoals dat bijvoorbeeld nu bij de gemeente Eemnes gebeurt. Daar wordt om de zoveel jaar een offerte gevraagd aan verschillende bedrijven die het voor een goede prijs en kwaliteit gaan regelen voor de gemeente. Of dat een goed idee is kan nu niet worden gezegd omdat niet bekend is wat de kosten zijn om uit te treden en daarom is slechts de vraag geef een indicatie van de kosten. De VOORZITTER memoreert dat de heer Koudstaal graag van de raadsleden zou willen weten of die ook de noodzaak zien voor een meer diepgaand onderzoek. De heer SCHOUTEN zegt dat hij daar in juni een klip en klaar antwoord op kan geven wanneer het rapport goed is gelezen. De heer VAN HARDEVELD heeft dezelfde mening als vorige spreker. Als het volgende maand wordt besproken is er ook gelegenheid om er eerdere rapporten bij te pakken zoals bijvoorbeeld van de rekenkamercommissie.
De heer BOSMAN zegt dat met een maand uitstel de raad zich een beeld kan vormen of een diepgaander onderzoek wenselijk is. De heer VAN DER LINDEN wijst erop dat er daarnaast nog de accountantsrapporten zijn van 2018 en 2019 en misschien is die van 2020 dan ook al beschikbaar. Dan is er een mooi pakketje om te kijken of eventueel een diepgaand onderzoek nodig is. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat en dat de behandeling van het onderzoeksrapport en de raadsinformatiebrief zal plaatsvinden in Debat in de Raad van juni 2021. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 10. Jaarstukken 2020, geactualiseerde begroting 2021 en Begroting 2022 Veiligheidsregio Utrecht (250928) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 11. Jaarstukken 2020 en Concept begroting 2022 GGD regio Utrecht (266744) De heer VAN HARDEVELD constateert dat de GGD over 2022 een overschot heeft van 2,2 miljoen euro en het college schrijft in de concept zienswijze dat zij graag zou zien dat de reserves worden ingezet om de verhoging van de gemeentelijke bijdrage zo laag mogelijk te houden. Dit is wel erg bescheiden want als een gemeenschappelijke regeling geldt tekortkomt staat zij gauw met de hand klaar.
Het overschot moet een korting zijn voor de bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de GGD.
De heer BRUINS kan zich enigszins bij de woorden van vorige spreker aansluiten maar de huidige tijd laat ook zien hoe belangrijk een organisatie als de GGD is en hoe snel zij moet acteren. Vanuit dat perspectief is het goed om de GGD enige bedrijfsreserve te gunnen om tekorten op te vangen in de toekomst. Wethouder VISSERS stelt dat er niet veel geld is terug te geven aan de deelnemende gemeenten want het algemeen bestuur heeft in de vergadering van maart een beslissing genomen over de bestemming van het bedrag. Er is een verdeling gemaakt die alles met het BBV heeft te maken. Als er in de begroting onttrekkingsreserves zijn opgenomen is de organisatie namelijk verplicht om het geld daarvoor ook te bestemmen wanneer tot realisatie ervan wordt overgegaan. Een deel is bestemd voor de bestemmingsreserve GGID en een deel voor de Monitor volwassenen/senioren. Er is dan nog 1,3 miljoen over en er is een voorstel gedaan aan het algemeen bestuur om dat ook al te bestemmen. Daar zitten onder andere in thuiswerkfaciliteiten en een deel gaat naar de algemene reserve maar dat is niet zo’n groot bedrag. Er valt dus niet veel terug te geven. De heer BLOKKER vraagt wat dan de rol van de raad is bij het beoordelen van de begroting en het goedkeuren van de jaarrekening want het wisselgeld is al weggegeven voordat de raad er überhaupt naar heeft kunnen kijken.
De heer VAN HARDEVELD deelt een deel van de constatering van de heer Blokker. Herkent de wethouder dat? Het is een reflex bij gemeenschappelijke regelingen om als het geld tekortkomt gauw bij de deelnemende gemeenten aan te kloppen en als er geld over is daar snel een andere bestemming voor te zoeken. Dat ziet het CDA graag gekeerd. De heer BLOKKER vraagt in hoeverre de wethouder zijn constatering onderschrijft. Wethouder VISSERS herkent dat wanneer er geld overblijft bij gemeenschappelijke regelingen daar snel een bestemming voor wordt gevonden. Het komt inderdaad typisch over dat een overschot meteen een bestemming moet krijgen en dit niet terug kan vloeien naar de deelnemers. Daar is dan ook een algemeen bestuur voor om daar kritisch op te zijn. In de GGD participeren 29 gemeenten en die kijken kritisch naar een eventueel voorstel om het te herbestemmen want alle gemeenten zitten op dit moment in financieel zwaar weer. In de aanloop naar de fractievergaderingen zal duidelijk worden aangegeven waar het naartoe gaat en waarom met inachtneming van de regels van het BBV. De raad kan dan eventueel volgende week aangeven dat de zienswijze moet worden aangepast dat er geen genoegen wordt genomen met als er een positief resultaat is er meteen een herbestemming plaatsvindt. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 12.
Jaarrekening 2020 en Begroting 2022 RID Utrecht (265141) De heer VAN WIJK heeft begrepen dat er een aantal noodkreten worden gegeven door het dagelijks bestuur en de directie van de RID. Met name het feit dat de gemeenteraad een half jaar geleden een motie heeft aangenomen om de ICT-processen en het applicatiebeheer bij de RID te optimaliseren en om de deelnemende gemeenten op één lijn te krijgen. In het voorwoord kan worden gelezen dat als de RID de doelstelling van meer kostenefficiëntie wil halen het moeilijk is als de aangesloten deelnemers vanuit het AB niet die ondersteuning kunnen geven. Tevens is altijd de wens geweest om door schaalvergroting de kosten voor alle deelnemers te verlagen. Vanuit het AB zou een lobby georganiseerd worden om te kijken of nieuwe deelnemers geïnteresseerd zijn. Hoe ver staat het met
deze lobby en hoe staat het met de uitvoering van de ingediende motie om applicatiebeheerders op één lijn te krijgen vanuit de deelnemende gemeenten? Wethouder PRAKKE zegt dat er bijvoorbeeld gesprekken zijn geweest met de gemeente Zeist om zich aan te sluiten omdat wordt gezocht naar gemeenten die aansluiten op het huidige werkgebied maar op de huidige status van de lobby zal nog worden teruggekomen. De motie die is aangenomen in de gemeente Baarn is ook aangenomen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Met de betreffende wethouder van die gemeente wordt gestreefd naar een voorzet van de beantwoording in de ABvergadering die op 8 juli plaatsvindt omdat er graag één lijn is voor alle deelnemers. De raad wordt op de hoogte gehouden of dit gaat lukken. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 13. Ontwerp Programmabegroting 2022 RUD Utrecht (264227) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 14. Jaarrekening 2020 en concept meerjarenbegroting 2022-2025 RWA-Amfors (269705) Mevrouw STAM spreekt haar waardering uit dat de organisatie de moeite heeft genomen om de stukken te illustreren met een video waaruit toewijding en kennis van zaken spreekt. De opgestelde reactiebrief is een formaliteit en wellicht is het ongebruikelijk om hierin de waardering van de raad over te brengen.
Ondersteunen de andere fracties om dit in de reactiebrief op te nemen en wil de portefeuillehouder in ieder geval de waardering overbrengen? RWA-Amfors is een goede voorziening die de deelnemende gemeenten in stand willen houden, deels door verbreding van de doelgroep. Dat statushouders via het onderdeel Werksupport begeleid kunnen worden naar werk is daar een facet van. De BOP is geen voorstander van de tegenprestatie maar als statushouders vanuit RWA-Amfors c.q. Werksupport goed begeleid worden kan dit traject positief uitpakken. Het zou fijn zijn als de raad te zijner tijd over de resultaten van de verbreding van de doelgroep geïnformeerd wordt. Hopelijk is een van de besluiten van het nieuwe kabinet om het eerdere besluit van de stopzetting van de instroom van SW-ers terug te draaien. Wethouder JANSMA geeft aan dat het algemeen bestuur zijn waardering aan de organisatie al heeft uitgesproken voor de resultaten van het afgelopen jaar en voor de inspanningen die zijn gepleegd om de resultaten op orde te houden. Zeker door de verbreding van de doelgroep maar ook door innovatieve maatregelen die zijn genomen. Dit krijgt ook echt landelijke aandacht. Daar is zelfs een Europese subsidie voor gekregen. Het is prima als de raad dit nog eens wil benadrukken in de reactiebrief.
Mevrouw STAM zegt dat het een kleine moeite is om in de reactiebrief een zin toe te voegen dat ook namens de raad waardering wordt uitgesproken. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat de raad instemt met de voorgestelde aanpassing van de reactiebrief welke vervolgens door mevrouw Stam in overleg met de griffier aan de reactiebrief wordt toegevoegd en dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 15. Ontwerpbegroting 2022 AVU (206774)