210414 Verslag Debat in de Raad 14 april 2021
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Debat in de Raad” Concept-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 14 april 2021
Voorzitter:
de heer H.J. van Hardeveld
Raadsgriffier:
mevrouw C. Heusingveld
Aanwezig:
de heer A.B. Bentura (D66), de heer P.A.H. Blokker (Voor Baarn), de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer R.M. Bruins (CU-SGP), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw S. Diemel-Dijkhuizen (GL), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer M. Eijbaard (PvdA), de heer M.A.C. van Grinsven (Voor Baarn), de heer J.M. Jonkers (D66), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VVD), de heer C. Koudstaal (BOP), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer A.L.W.G. van der Meij (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), mevrouw M.K.J. PapoSchreuder (VVD), de heer P.S.P. Schilder (D66), de heer M.R.N. Schouten (Voor Baarn), mevrouw M.J. Stam (BOP), de heer A.R. Stolk (VVD), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66), mevrouw E.G.L. Visser-Eschauzier (Voor Baarn) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer T.G.W. Jansma (wethouder), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer A.B.A. van Roshum (wethouder) en mevrouw J.L. Vissers (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.18 uur van harte welkom. De heer BOSMAN stelt voor om de behandeling van de agendapunten 6 en 7 om te draaien. De VOORZITTER concludeert dat eerst agendapunt 7 en daarna agendapunt 6 wordt behandeld. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 2. Vaststellen verslag van Debat in de Raad van 10 maart 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Principeverzoek Plataanlaan 57-69 (237696) De heer VAN DER LINDEN memoreert dat de inspreker tijdens Informatie in de Raad vertelde dat een aantal bewoners van de Kastanjelaan regelmatig overlast hebben van een aantal inwoners van de Plataanlaan 57-69. Is dit echter wel het juiste moment en de plaats om deze problemen aan te kaarten? Zij heeft namelijk nu al overlast en het is niet duidelijk of dit meer of minder zal worden na de verbouwing. Is huurbemiddeling hier wellicht een oplossing? Deze hulp wordt immers geleverd door de onpartijdige Stichting Welzijn Baarn bij ergernissen en burenruzies.
De wethouder meldde tijdens de inforaad van vorige week dat de bewoners weer terugkomen. Is het niet enigszins wonderlijk dat bewoners die nu niet in een zelfstandige wooneenheid wonen plotseling goed genoeg zijn om zelfstandig te wonen? De fractie heeft nog geen definitief standpunt ingenomen. De heer SCHOUTEN heeft enerzijds begrip voor de veranderende zorgvraag, juist vanuit de wijk, maar anderzijds is er een terechte inspraakreactie vanuit omwonenden. Daarbij haalt de reactie van Kwintes niet geheel de kou uit de lucht. Als de groep die nu begeleid wordt straks zelfstandig woont zal bovendien de overlast eerder toenemen dan afnemen. Mevrouw STRUIJK is van mening dat Kwintes prima heeft gereageerd op de diverse bezwaren die vanuit omwonenden zijn geuit. De fractie heeft daarom geen problemen met deze ontwikkeling. De heer BOSMAN juicht het toe dat de huidige bewoners van de Plataanlaan na deze verbouwing straks een zelfstandiger leven kunnen leiden en tegelijk toegang houden tot noodzakelijke zorg. De overlast die omwonenden ervaren zijn niet van vandaag of gisteren. Niet is de verwachting dat de overlast zal toenemen door verbouwing van het complex. Het is vooral een kwestie van communicatie en daar is Kwintes aan zet.
Kwintes dient daarom regelmatig zaken af te stemmen met omwonenden, afspraken duidelijk vastleggen en ook terugkoppelen en dient klachten serieus in behandeling te nemen. Als daarvoor een buurtapp behulpzaam is moet Kwintes overwegen om daarin te investeren. Al met al verwacht GroenLinks te kunnen instemmen met het raadsvoorstel. De heer VAN WIJK geeft aan dat de fractie na de discussie vanavond tot een definitief standpunt zal komen. Het was mooi geweest als er meer woningen hadden kunnen worden gerealiseerd maar het is prettig dat de zorginstelling de klachten uit de buurt nu oppakt en hopelijk leidt dit tot een oplossing. Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat de geluidsoverlast die de bewoners van de Kastanjelaan ervaren natuurlijk heel erg vervelend is. Dat kan het woonplezier ongetwijfeld verpesten en daar dient aandacht voor te zijn. Kwintes dient hierover met de bewoners verder afspraken over te maken. De zorginstelling is al tegemoetgekomen aan bepaalde klachten door hoge kantelramen te maken om inkijk te minimaliseren maar er is meer actie nodig om ieders woonplezier te behouden. De zorginstelling moet goed met een ieder in gesprek blijven om het woongenot van alle bewoners te garanderen. Echter, de geluidsoverlast staat los van de komende verbouwplannen.
De VVD heeft komende week nog een afspraak met de bewoners van de Kastanjelaan om daar verder met hen over te praten maar zoals het er nu uitziet is de verwachting dat de fractie volgende week akkoord kan gaan met het raadsvoorstel. Mevrouw STAM vindt het jammer dat de omwonenden de reactie van Kwintes op hun klachten als onvoldoende ervaren maar dit staat los van het raadsvoorstel. Mogelijk neemt de overlast echter nog toe door cliënten die een zwaardere zorgzwaarte krijgen. Zorg in de wijk is een landelijke beleidskeuze geweest die ook lastige kanten heeft en waarvoor tevoren wellicht onvoldoende aandacht is geweest. Hopelijk blijven Kwintes en omwonenden elkaar opzoeken en elkaar over en weer informeren maar de zorg dat iedereen in de wijk goed met elkaar kan samenleven is ook een verantwoordelijkheid van de gemeente. Wellicht is hier daarom ook een rol voor Welzijn Baarn weggelegd. Als het gaat om het verbouwplan heeft Kwintes goed geluisterd naar de klachten en wensen van omwonenden en de instelling komt daaraan tegemoet met een goede aanpassing van het ontwerp. Kennelijk heeft de zorginstelling niet helder gecommuniceerd met omwonenden dat de optie van een aanpassing aan de voorkant voor haar financieel niet haalbaar is. De fractie zal instemmen met het raadsvoorstel.
De heer BRUINS kan instemmen met het voorliggende principeverzoek. De verschillende partijen dienen wel structureel met elkaar in overleg te gaan om hiermee de verbouwplannen verder te vervolmaken en overlast te verminderen maar vooral ook om structureel te praten over de overlast die er nu is. Wethouder JANSMA zegt dat de gemeente scherp zal zijn op de verantwoordelijkheid die Kwintes heeft ten aanzien van de omwonenden. De gemeente heeft daar immers een bepaalde rol in maar in eerste instantie ligt die bij Kwintes maar de gemeente moet ook signalen krijgen, ook van omwonenden, als er zich klachten voordoen. Bij de gemeente waren tot nu toe ook geen klachten bekend en daarom is het goed dat nu een gesprek is gearrangeerd met Kwintes en omwonenden zodat dit veel beter in beeld komt. De betreffende bewoners die terugkomen horen nu eigenlijk al in een zelfstandige unit te zitten maar zij wonen nu in een onzelfstandige unit. Zij zijn dus geschikt voor deze vorm van bewoning. Zelfstandig betekent niet dat er geen zorg geleverd wordt. Er wordt een bepaalde accommodatie ingericht in het bouwplan voor de zorgvraag. Mensen die zelfstandig kunnen wonen hebben een andere zorgvraag dan mensen die onzelfstandig moeten wonen.
Dat betekent dus dat er in de toekomst naar verwachting geen sprake is van meer overlast maar vaststaat dat de gemeente en met name Kwintes scherp moeten blijven op wat daar gebeurt en wat het effect is op de omwonenden. De heer SCHOUTEN merkt op dat wanneer mensen zelfstandig wonen er ook minder toezicht is op eventuele overlast en hopelijk neemt daardoor de overlast niet toe maar deze vraag is natuurlijk op dit moment moeilijk te beantwoorden. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Integrale Toegang Sociaal Domein (223671) Mevrouw OORTMAN GERLINGS begrijpt uit de beantwoording van de technische vragen dat het college voor ogen heeft dat scenario 1 uiteindelijk moet leiden tot een nieuwe organisatie en dat is scenario 2. Waarom wordt dan niet meteen gestart met een nieuwe organisatie? Daar is veel voor te zeggen, vooral als je een echte cultuuromslag voor ogen hebt. Uiteindelijk is het van belang dat wordt gekomen tot één locatie want dat is voor bewoners herkenbaar als één loket. Dan kan worden gedacht aan Hoofdstraat 1. De heer BENTURA vindt dat de beide scenario’s opnieuw en completer met dezelfde systematiek gewogen moeten worden waarbij alle punten moeten worden geadresseerd die de adviescommissie naar voren brengt.
Scenario 2 als uitgangspunt is aantrekkelijker, alleen al vanwege de eenvoudiger organisatiestructuur waarbij minder overleg en je goedkoper uit bent. De focus zou moeten liggen bij een opzet vanuit de outputkant en niet vanuit organisatorisch oogpunt zodat er een organisatie staat die vanuit de behoefte van de klant opereert. Zijn de andere fracties ook van mening dat dit voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming? De heer BRUINS vindt dat het een duidelijk en helder stuk is. Het belangrijkste is dat de bewoners op één plek terecht kunnen waardoor zij één keer hun verhaal hoeven te doen en dan de hulp krijgen die zij nodig hebben. Voor nu lijkt scenario 1 daarvoor de meest logische keuze want dat heeft de meeste impact maar wel een behoorlijk resultaat en dat zorgt ervoor dat op lange termijn kan worden doorgegroeid naar scenario 2. De fractie zal het raadsvoorstel steunen.
Mevrouw STAM is van mening dat wat in het rapport wordt voorgesteld vrij mager is en is het eens met de kritiek die de adviesraad Sociaal Domein heeft verwoord zoals dat de integraliteit beperkt blijft tot de samenwerking tussen Welzijn Baarn, Welzin en MEE en dat bijvoorbeeld GGD, BBS en VluchtelingenWerk nog niet zijn aangehaakt. Ook de keuze voor de huisvesting wordt nog vooruitgeschoven. Er hadden al meer stappen gezet mogen worden. De fractie neigt ertoe scenario 1 te steunen maar er zal goed worden geluisterd naar alle argumenten die in het debat voorbijkomen. De kosten voor naam, logo et cetera kunnen beperkt blijven als de naam PIT gehandhaafd blijft. Er is al veel geïnvesteerd in het bekendmaken van PIT en een naamsverandering zal de eerste tijd weer tot verwarring leiden bij inwoners. De heer VAN DER DONK zegt dat de aanpak aanspreekt met de nadruk op multiproblematiek en persoonlijke aanpak. Is het creëren van een sterk Baarns centraal loket onder één merk waar alle neuzen dezelfde kant op staan niet precies wat iedereen wil? Zowel de adviesraad Sociaal domein als Welzijn Baarn geven ook aan dat zij voorstander zijn van het realiseren van een gezamenlijk loket door één partij en dat is scenario 2.
Zijn er niet heel veel praktische argumenten om scenario 2 te omarmen, bijvoorbeeld één heldere hiërarchische aansturing, cultuur, locatie, ICT-systeem en het voorkomen van heel veel afstemmingsoverleggen en van dubbele loyaliteiten? Waarom kiest het college voor een optie die de belangrijkste partners in dit proces niet adviseren en waarom voor een optie die veel energie gaat wegtrekken van het eigenlijke doel, namelijk één sociaal loket voor de inwoners? De heer BOSMAN deelt de kritiek van de BOP dat het wel wat breder had gemogen. Het gaat hier vaak om kwetsbare inwoners en die moet het niet te moeilijk worden gemaakt en onnodig lang laten wachten. Het helpt enorm als snel onderscheid kan worden gemaakt tussen eenvoudig te beantwoorden vragen en gecompliceerde hulpvragen die doorverwijzing vereisen. Deze problematiek moet meteen maar grondig worden aangepakt en daarom neigt de fractie naar het kiezen voor één loket met een aansprekende naam op een toegankelijke plek.
Zijn de andere fracties ook van mening dat meteen een nieuwe organisatie moet worden gebouwd of dat eerst wordt begonnen met de versterking van de samenwerking met de mogelijkheid om later alsnog verder te gaan naar scenario 2? Hoe wegen de andere fracties de voor- en nadelen van beide scenario’s? De heer BLOKKER vindt het een goede zaak dat de inwoners van Baarn op termijn bij één loket terecht kunnen voor zorgvragen. Hoe gaat het implementatieplan eruitzien? Er zullen nog veel antwoorden moeten komen op veel vragen die binnen de fractie leven zoals welke locatie gaat het worden, hoe ziet het werkveld eruit? BBS en de GGD komen er vooralsnog niet in voor. Daarom zal nog nader beschreven moeten worden op welk moment BBS bij deze nieuwe organisatie betrokken wordt. Er dient te worden gegaan voor kwaliteit boven snelheid opdat niet straks tegen problemen wordt aangelopen. De fractie van Voor Baarn is voor scenario 2. Dat scenario gaat dezelfde kwaliteit van dienstverlening bieden als scenario 1 en het is ook goedkoper dan scenario 1. Ook de adviesraad Sociaal Domein heeft de voorkeur voor scenario 2. Het bestuur van de Stichting Welzijn kiest ook voor scenario 2. Bovendien wordt in het voorstel van het college voorgesteld om het management en de leiding van de nieuwe organisatie te laten uitvoeren door de huidige directeur van de Stichting Welzijn.
Waarom stelt het college toch scenario 1 voor terwijl scenario 2 veel meer voordelen heeft? Mevrouw BRUIJSTENS is geen voorstander van scenario 1 en kiest voor scenario 2 omdat het het beste is om van meet af aan duidelijk te zijn. Met de keuze voor het samenwerkingsmodel denkt het college te voorkomen dat bij medewerkers onrust ontstaat vanwege grote veranderingen. Dat kan inderdaad een afbreukrisico vormen voor de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening aan de
inwoners. Echter, scenario 1 is geen eindstation maar een doorgroeimodel en onrust voorkom je niet door de hete aardappel door te schuiven. Daar wordt dan bovendien een loyaliteitsspagaat bovenop gestapeld. De rest van het jaar moet worden gebruikt om tot een goed plan te komen om scenario 2 te kunnen realiseren. De dienstverlening staat dan centraal en aan de medewerkers wordt echt duidelijkheid geboden over hun toekomst. Een sterke herkenbare organisatie met integrale toegang, korte lijnen, minder overhead, geen ingewikkeldheid bij subsidieaanvragen en de verantwoording. Geld uitgeven voor een nieuwe merknaam is dan overbodig. De fractie is graag bereid om het initiatief te nemen voor een amendement of om hierover met andere partijen mee te denken. Wethouder VAN ROSHUM geeft aan dat een inhoudelijk stuk en een organisatorisch stuk wordt gepresenteerd. De inhoud is leidend en hoe dit aan de achterkant wordt georganiseerd, daar moeten de inwoners zo min mogelijk last van krijgen. Er zijn een aantal partijen die de voorkeur hebben voor scenario 2 en ook de adviesraad Sociaal Domein. De adviesraad kijkt er vanaf een bepaalde afstand naar en dan is het logisch om te kiezen voor één organisatie maar er zit veel meer achter. Daarnaast hebben Welzin en Mee de voorkeur voor scenario 1. Daarnaast spelen er organisatiebelangen een rol.
Of nu wordt gekozen voor scenario 1 of scenario 2, dat gaat niet ten koste van de inhoud. Echter, de expertise die er is bij een aantal organisaties moet wel worden ingebracht in de nieuwe organisatie. Daar zit spanning op of dit op een goede manier kan worden georganiseerd en daarom kiest het college voor scenario 1. Er komt bij dat Welzijn Baarn uitstekend werk doet maar wel een kleine organisatie is en organisaties als MEE en Welzin opereren ook in andere gemeenten en regio’s en hebben daar ook hun expertise. Medewerkers in scenario 1 kunnen dan ook gebruik maken van de expertise in hun moederorganisatie en dat geeft uiteindelijk ook meerwaarde aan de inhoudelijke vertaalslag. Omdat de inhoudelijke vertaalslag bij scenario 2 er echt in moet worden gebracht kost dat ook meer tijd. In de brief van Welzijn Baarn wordt gesteld dat scenario 2 goedkoper is. Daar zal een kern van waarheid in zitten maar op dit moment kan nog niet worden gezegd of dat in die orde van grootte is. Op zich is het logisch dat wanneer afspraken worden gemaakt met één partij of met meerdere partijen je daarop zou kunnen besparen. Als wordt gekozen voor scenario 1 gaat de gemeente in gesprek met de directeur van Welzijn Baarn om het basisteam te gaan leiden en zowel MEE als Welzin en de gemeente zien daar een goede rol voor weggelegd.
Dat geeft aan dat er ook vertrouwen is in Welzijn Baarn om het op die manier te gaan leiden. Tegelijkertijd vindt er dan afstemming plaats met de andere organisaties als het gaat om met name de visie en de inhoud. Dat geeft een meerwaarde in de nieuwe situatie. Het is mogelijk om op termijn door te groeien naar scenario 2 als één organisatie maar het prettige van scenario 1 is dat er op den duur andere organisaties of expertises kunnen worden toegevoegd. Er wordt bijvoorbeeld door de gemeente nauw samengewerkt met VluchtelingenWerk en het is niet ondenkbaar dat die organisatie in de toekomst onderdeel gaat uitmaken van het basisteam. Als alles in één organisatie wordt ondergebracht betekent dat ook dat je daar ook steeds meer die expertise in onder moet brengen waarbij je dan automatisch afscheid neemt van de bestaande organisatie. In het implementatieplan zullen gesprekken worden gevoerd met BBS hoe die zo dicht mogelijk aangehaakt kan worden. Bepaalde expertise is aanwezig in het basisteam zoals armoederegisseurs, administratievraagstukken et cetera maar BBS moet inhoudelijk zijn aangehaakt, organisatorisch is dat nog wat anders. Dat geldt ook voor de GGD die nu opereert binnen PIT maar de GGD heeft aangegeven dat ze eigenlijk niet uit de voeten kan met het T-profiel.
Natuurlijk vindt er goede afstemming plaats over casuïstiek en andere aspecten betreffende het sociaal domein. Mevrouw STAM neigt ernaar om scenario 1 te ondersteunen. Het meest logische op de huidige samenwerking en het minst ingrijpend voor de huidige medewerkers is scenario 1. In Amersfoort wordt met een vergelijkbare samenwerkingsconstructie al een aantal jaren gewerkt en daar werkt
het goed. Het kunnen beschikken over kennis en expertise vanuit de moederorganisaties is ook een pre. Alles onderbrengen bij Welzijn Baarn is te kwetsbaar omdat dit een lokale kleine organisatie is. Bovendien is niet bekend hoe de subsidierelatie in de toekomst wordt en misschien komen er wel aanbestedingsachtige dingen. Dan is het beter als je een wat steviger samenwerkingsverband hebt. Daarnaast is het nog maar de vraag of scenario 2 goedkoper zal uitpakken. Dan is wellicht ook nog een aparte manager naast de directeur van de Stichting Welzijn nodig om die aparte entiteit aan te sturen. De heer BLOKKER is van mening dat dit het moment is om naar een nieuwe organisatie te kijken met dezelfde mensen die onder één werkgever vallen. In scenario 1 worden er mensen gedetacheerd of ingehuurd waardoor dit kwetsbaarder is. Wanneer bijvoorbeeld bij Stichting Welzin een reorganisatie gaat plaatsvinden kan dit direct een uitwerking hebben op het inhuren van mensen van die stichting waardoor de gemeente Baarn kwetsbaar is. Daarom gaat de voorkeur uit naar met name scenario 2. De heer VAN DER DONK vindt de mening van Welzijn Baarn het belangrijkste omdat die de spil is van het verhaal en die geeft aan dat ze de voorkeur heeft voor scenario 2. Er is dan ook sprake van minder overleggen en het geeft ook minder gedoe rondom het ICT-systeem waar men naartoe wil.
Het trekt ook energie uit het proces en uiteindelijk wil de gemeente toch toe naar scenario 2. Dan moet dat niet worden uitgesteld en dient het in één keer goed te worden gedaan. De heer BOSMAN zegt dat met scenario 2 de organisatie robuuster wordt maar natuurlijk brengt de wethouder ook belangrijke argumenten in voor scenario 1 wat betreft de kennis en ervaring van de regionale organisaties Welzin en MEE waarbij de inbreng daarvan beter tot zijn recht komt. Derhalve zal de definitieve scenariokeuze nog onderwerp van overleg zijn in de fractie. Mevrouw OORTMAN GERLINGS geeft aan dat de wens voor één loket voortkomt uit de behoefte van de inwoners. Zij moeten weten waar ze naartoe kunnen en scenario 2 geeft direct dat waar de gemeente naartoe wil maar ook de VVD heeft nog geen definitieve keuze gemaakt tussen beide scenario’s. De heer BENTURA constateert dat zowel Welzijn Baarn als de adviesraad opteren voor optie 2. Bovendien kan de organisatie dan op een eenvoudiger manier worden ingericht, mede gezien hoe zaken als ICT aan de achterkant worden gekoppeld. Bovendien willen de betreffende medewerkers ook onder één paraplu komen. De heer BRUINS sluit zich grotendeels aan bij de woorden van de BOP. In scenario 1 gaan de verschillende organisaties elkaar versterken, ze gaan in elkaar op en dan groeien ze naar de rol die ze hebben in scenario 2.
Wanneer nu wordt gekozen voor scenario 2 is de kans dat aan de organisaties taken worden opgelegd die zij nu nog niet aankunnen. Daarom is het verstandig om eerst te kiezen voor scenario 1 en dan door te groeien naar scenario 2. Mevrouw STAM zegt dat nu de indruk wordt gewekt door verschillende fracties dat er verschil is tussen scenario 1 en 2 wat betreft de integraliteit van de toegang en wat het voor de inwoners betekent maar dat is niet het geval. Dit is geen politieke discussie, het gaat nu om weging en argumenten. Welzijn Baarn pleit voor scenario 2, niet alleen vanwege de entiteit maar ook omdat Welzijn Baarn daarin de leidende rol speelt. Ze doet goed werk maar het is een kleine lokale partij en daarmee wordt ook een bepaald risico genomen.
Mevrouw BRUIJSTENS merkt op dat het uiteindelijk de bedoeling is om door te groeien naar scenario 2. Dat moet dan gewoon goed worden aangepakt. Natuurlijk is het behoud van de expertise van de moederorganisaties belangrijk maar als uiteindelijk wordt doorgegroeid zal daar toch een oplossing voor moeten worden gevonden. Als in scenario 1 allerlei andere partijen aanhaken wordt dat een enorm overlegmodel. Die fase moet worden overgeslagen en het moet in één keer goed worden neergezet. In beide scenario’s wordt gegaan voor een integrale toegang. De heer BENTURA stelt dat wat door de adviesraad is ingebracht nog niet is meegenomen. Als dat wordt overwogen kan ook niet met de beslispunten 1, 2 en 3 worden ingestemd en daarom is het voorstel van het college nog niet rijp voor besluitvorming. Mevrouw STAM vindt het hoog tijd dat een volgende stap wordt gezet en daarom betreurt zij dat er nu weer wordt gepleit voor uitstel. De heer VAN DER DONK zou graag de mening van de wethouder hierover weten. De VOORZITTER meldt dat dit tegen de spelregels is maar het CDA kan letten op de non-verbale reacties van de wethouder. De heer BLOKKER is geen voorstander van uitstel. Er zijn nog wel wat vragen die leven en die zouden in het implementatieplan verder kunnen worden uitgewerkt. Als de PvdA met een amendement komt kunnen de voorgestelde beslispunten er iets anders uit komen te zien.
Voor Baarn werkt graag mee aan het amendement en is ook benieuwd naar het implementatieplan. De heer BOSMAN is van mening dat de raad volgende week een besluit moet nemen. In het implementatieplan moeten de punten die nu nog openstaan van de organisaties goed worden meegenomen en grondig worden behandeld. Mevrouw BRUIJSTENS is ook niet voor uitstellen. De raad moet een keuze maken. De heer VAN DER DONK is er ook voor dat de besluitvorming doorgaat. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De VOORZITTER heropent de vergadering. 5. Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2030 (234695) De heer SCHOUTEN zegt dat de kern van het voorstel vooral is het samen laten oplopen van verschillende zaken en dat kan pure winst zijn. Wel lijkt het IBOR in beton gegoten en dan is een evaluatie na 4 jaar wat mager. Zijn de andere fracties ook van mening dat dit wat sneller kan? Mevrouw MARTENS vindt het goed onderhouden van de openbare ruimte heel belangrijk. Dat draagt ook bij aan de veiligheid en het welzijn van de inwoners. Een integrale aanpak is mooi omdat het helpt om de overlast te beperken.
Het IBOR biedt kansen om zaken goed en grondig aan te pakken en het is de bedoeling om bewoners er actief bij te betrekken door hen te stimuleren om hun tuinen te vergroenen, het dak af te koppelen enzovoort. In de informatieraad van vorige week heeft de wethouder aangegeven dat in het college is besproken dat jaarlijks moet worden gekeken of
een actualisering nodig is en daarom wordt ervan uitgegaan dat het IBOR nog regelmatig zal worden teruggezien in de raad. Voor het samenstellen van het IBOR is veel werk verzet en daarom het verzoek aan de wethouder of zij de complimenten hiervoor wil overbrengen aan alle medewerkers die hier zo lang en hard aan hebben gewerkt. De heer VAN WIJK zegt dat het mooi is dat met dit plan een langetermijnvisie wordt vastgelegd. Dat is juist voor de openbare ruimte prima geschikt als beheersplan. Wat betreft het beheer van het openbaar groen wordt geschreven dat hiervoor een extra budget moet komen maar dat is er helaas op dit moment niet. Zodra daarvoor financiële mogelijkheden zijn dient het plan daarvoor te worden geoptimaliseerd. Positief valt op dat er wordt uitgegaan van een aanpak per straat van gevel tot gevel in plaats van van tuinhek tot tuinhek. Loopt de 30 miljoen in 10 jaar in de pas met het gemiddelde in de afgelopen 10 jaar? De heer BOSMAN vindt het een goede zaak dat tegelijk wordt meegepakt kabels en leidingen in de grond stoppen die Baarn straks voorzien van duurzame energie en dat initiatieven van inwoners met afkoppeling van regenwater et cetera ook in één keer worden meegenomen. Een integrale aanpak vermindert ook de kosten voor de gemeente en voor de inwoners.
De heer SCHILDER geeft aan dat de openbare ruimte naast de noodzakelijkheid van de uit te voeren werkzaamheden ook tegelijk een flinke impuls kan gebruiken. D66 is er heel content mee dat de toegankelijkheid en begaanbaarheid van stoepen wordt aangepakt. Dat is een goede zaak voor blinden, ouderen met een rolstoel, rollator of met een kinderwagen. De aanpak van straten van gevel tot gevel biedt kansen voor vergroening. Inwoners kunnen op die wijze een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. De herinrichting van de straat is een kans om voorrang te geven aan voetgangers en fietsers waardoor de automobilist steeds meer als gast op straat aanwezig is. Is de wethouder bereid om de Fietsersbond bij de inrichting van de straten te betrekken? Hoe wordt de raad in het verdere proces geïnformeerd en op de hoogte gehouden? Welke mogelijkheden zijn er om later nog aanpassingen te doen? De heer EIJBAARD constateert dat de ambitie is om jaarlijks 90% te realiseren en dat is veel meer dan de 75% die nu wordt gehaald.
Het meenemen van de VAT-kosten is verstandig maar is dat ook haalbaar? Kan de wethouder toezeggen dat zij de raad jaarlijks, bij voorkeur bij de perspectiefnota, informeert over het lopende jaar en de prognose geeft of die 90% ook gerealiseerd gaat worden zodat de raad daar eventueel nog kan ingrijpen? De heer BRUINS kan ook instemmen met het voorstel maar de vraag is in hoeverre het IBOR flexibel is en nog kan worden ingespeeld op omgevingsfactoren. Als bijvoorbeeld een nutsbedrijf besluit om een straat open te breken, kan de gemeente die straat dan iets naar voren of juist naar achteren schuiven? Wethouder VISSERS geeft aan dat de complimenten zullen worden overgebracht aan de ambtenaren. In de komende 10 jaar gaat meer worden uitgegeven aan de openbare ruimte dan in de afgelopen jaren. Het gaat dan om een bedrag van 3 miljoen jaarlijks en dat zit met name in de vervanging van wegen en riolering. Het grootste deel van de bebouwing in Baarn is neergezet in een periode van 10 jaar tussen 1955 en 1965 en dat betekent dat een groot deel van het materiaal aan vervanging toe is en een groot deel daarvan heeft het einde van de levensduur al een tijdje geleden bereikt.
In de Mobiliteitsvisie heeft het college aangegeven dat zij een voorstander is van het omgekeerd ontwerpen in de openbare ruimte en dat betekent dat eerst wordt gekeken naar de kwetsbare verkeersdeelnemers zoals voetgangers, dan de fietsers en dan pas de automobilist. De fietsers krijgen dus alle aandacht. De Fietsersbond is een clubje vrijwilligers en het wordt heel lastig als bij alle
wijkvervangingsplannen de Fietsersbond geraadpleegd gaat worden. Er zal eerst een oriënterend gesprek worden gevoerd hoe zij die betrokkenheid ziet maar als het even kan wil de gemeente de Fietsersbond heel graag een rol geven. Het IBOR is met name bedoeld om flexibel te zijn. Er wordt op tijd begonnen met wijkvervangingsplannen, dan wordt van tevoren nagedacht hoe de burgerparticipatie georganiseerd gaat worden, hoe zit het met de verbondenheid met andere plannen zoals de Mobiliteitsvisie en de bouw van woningen maar ook de planning van nutsbedrijven. In de praktijk is het heel lastig om die aangehaakt te krijgen maar omdat er zover vooruit wordt gekeken in het IBOR wordt heel tijdig met de nutsbedrijven gecommuniceerd hoe hun planning eruitziet opdat de inwoners maar één keer met de overlast worden opgezadeld. In dat opzicht is het dus een veel flexibeler plan dan de plannen waarmee de afgelopen jaren is gewerkt. Flexibiliteit is dus standaard. Het college zal jaarlijks de vinger aan de pols houden want er wordt voor het eerst gewerkt met wijkvervangingsplannen en van gevel tot gevel. Daarnaast wordt de raad bij de P&C-cyclus op de gebruikelijke momenten geïnformeerd zoals bij de perspectiefnota maar ook bij de jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over wat de afgelopen jaren is gerealiseerd.
Dan zal ook een vooruitblik worden gegeven of in het afgelopen jaar de 90% daadwerkelijk is gehaald en zo niet, wat was daarvan de oorzaak, en dan zal ook worden vooruitgeblikt naar wat dit betekent voor het komende jaar zodat eventueel bijsturen voor de raad mogelijk is. De heer SCHOUTEN hoort de flexibiliteit in de woorden van de wethouder maar onderaan in het raadsvoorstel staat dat na 4 jaar de projectenlijst uit het IBOR wordt geëvalueerd en zo nodig wordt aangepast of bijgestuurd. Het IBOR moet juist een dynamisch document zijn dat continu in beweging is en wat bijgesteld moet worden wanneer het nodig is. Wethouder VISSERS zegt dat het college echt goed moet bewaken of de ambities worden gehaald. Daarom zal in de P&C-cyclus op de geëigende momenten bij de raad worden teruggekomen. Wellicht kan een methode worden verzonnen dat dit wat uitgebreider wordt gedaan dan normaliter, met name ten aanzien van de burgerparticipatie bij bijvoorbeeld het afkoppelen. Bij de Molenweg is hiermee de eerste ervaring opgedaan en dat was een eclatant succes. De mensen blijken heel erg gemotiveerd om af te koppelen. Er wordt nu ook voor het eerst begonnen met de vergroening van de tuinen en wellicht kan een overzicht worden gemaakt van wat is nieuw in deze methode van werken, en ook het werken met de VAT-kosten om de 90% te halen.
De raad zal op een aantal punten jaarlijks een terugkoppeling krijgen van de ervaringen van het college met het werken met het IBOR. De raad heeft dan ook de mogelijkheid om bij te sturen. De heer SCHOUTEN zegt dat dan de onderste zin uit het raadsvoorstel kan worden geschrapt maar hij is nog benieuwd naar de mening van de andere fracties. De heer VAN WIJK begrijpt dat er in de P&C-cyclus op worden teruggekomen en dat de evaluatie dus eigenlijk elk jaar gaat plaatsvinden. De heer BOSMAN is ook voorstander van jaarlijks evalueren en de betreffende zin kan inderdaad uit het raadsvoorstel worden gehaald. De heer EIJBAARD begrijpt dat de raad kan bijsturen als het gaat om lopende projecten maar dat niet is bedoeld dat er straks hele andere projecten in het IBOR gedaan gaan worden. Er wordt dus gekeken hoe het proces loopt en of het proces moet worden bijgestuurd als er bijvoorbeeld niet genoeg afkoppeling plaatsvindt. Dan is goed voor te stellen dat dit jaarlijks wordt gerapporteerd maar als het gaat om grote projecten hoeft geen jaarlijkse rapportage plaats te vinden want in het IBOR is goed nagedacht over de prioritering en die moet ook worden gehandhaafd.
Mevrouw MARTENS vindt het antwoord van de wethouder over het actualiseren in de informatieraad en het jaarlijks terugkoppelen in de besluitvormende raad voldoende en de laatste zin in het raadsvoorstel wordt voor kennisneming aangenomen. Het moet zeker worden gedaan na 4 jaar maar er wordt van uitgegaan dat het eerder aan de orde komt. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 7. Koersdocument Omgevingswet (237234) De heer SCHOUTEN meldt als voorzitter van de raadscommissie Omgevingswet dat de raadscommissie het Participatieplan en het Koersdocument een goed vertrekpunt vinden op weg naar de Omgevingswet. De raadscommissie blijft graag aangehaakt bij de verdere processen. Wat Voor Baarn betreft is het Koersdocument een goed startpunt dat goed laat zien hoe de route naar de nieuwe Omgevingswet is. Er zal voor het voorstel worden gestemd. De heer VAN WIJK deelt een compliment uit aan de opstellers van het Koersdocument en het Participatieplan. Er wordt op vertrouwd dat op deze wijze degelijk de invoering van de Omgevingswet wordt voorbereid. Mevrouw STAM zegt dat de uitgangspunten van het Koersdocument heel redelijk klinken. De praktijk zal uitwijzen of ze realistisch en werkzaam zijn. Bijstelling in de toekomst moet mogelijk zijn.
Er wordt gesproken over dienstverlening aan initiatiefnemers en dan lijkt het vooral te gaan over professionele initiatiefnemers c.q. ontwikkelaars en veel minder over initiatieven vanuit bewoners. Geldt de aangekondigde dienstverlening en ondersteuning ook voor initiatieven vanuit de samenleving of krijgen dat soort initiatieven wellicht extra ondersteuning dan wel de voorkeur? Als dat niet zo is en de raad zou dat wensen, wat is dan het juiste moment om daar het debat over te voeren? De heer BOSMAN zegt dat de fractie soms zorgen heeft over wat er op de gemeente afkomt maar het document geeft koers en daarom wordt verwacht dat GroenLinks ermee in kan stemmen. Mevrouw OORTMAN GERLINGS is ook heel blij met het document en met het feit dat de gemeente goed op koers ligt richting de Omgevingswet. De heer BRUINS kan ook instemmen met het Koersdocument. De heer JONKERS sluit wat betreft het Participatieplan aan bij de woorden van de voorzitter van de raadscommissie Omgevingswet. Het Koersdocument is een uitstekend startpunt en daar zal volgende week mee worden ingestemd. De heer VAN DER LINDEN sluit zich aan bij de woorden van vorige spreker. Wethouder JANSMA is blij met de samenwerking die er is met de raadscommissie Omgevingswet.
Juist de niet-professionele initiatiefnemers moeten extra worden ondersteund want de professionele initiatiefnemers zijn zich al aan het voorbereiden op de Omgevingswet en die weten al hoe zij zaken moeten aanpakken. De niet-professionele initiatiefnemers worden ook extra ondersteund door bijvoorbeeld een participatietool ter beschikking te stellen om de weg te vinden in deze lastige materie.
Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Participatieplan omgevingsvisie (237304) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 8. Budgetoverheveling van 2020 naar 2021 (221823) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder discussie als hamerstuk naar de raad gaat. 9. Raadsinformatiebrief Stand van zaken diverse ontwikkelingen (242052) De heer VAN WIJK is van mening dat de vele ontwikkelingen met betrekking tot herbouw, nieuwbouw en transformatie extreem lang duren. Dit verhoudt zich slecht tot de urgentie van uitbreiding van de woningvoorraad in Baarn. Deelt de wethouder de mening dat de ontwikkelingen extreem lang duren en dat het de moeite waard is om te onderzoeken hoe versnelling in de processen kan worden gerealiseerd? Bij het punt Van Galenlaan 3b staat dat het proces met de omwonenden vertraging oploopt omdat zij niet bereid zijn in verband met de coronamaatregelen in klein comité te overleggen. Waarom wordt hier geen gebruik gemaakt van mogelijkheden als video bellen? Wat betreft het plan Baarn Centraal. Dit is al in september 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Intussen hebben wisselingen van eigenaren geleid tot vertraging. Het lijkt een speculatief object te zijn geworden.
Wat kan de gemeente alsnog doen om verdere vertraging te voorkomen? De panden staan nu te verloederen. Delen de andere fracties de mening dat geschetste ontwikkelingen extreem veel tijd vergen en dat het de moeite waard is om dit te objectiveren, bijvoorbeeld door vergelijking met andere gemeenten? Bekeken moet worden op welke wijze de versnelling van processen gerealiseerd kan worden of dient de mogelijkheid te worden opengezet om de rekenkamercommissie opdracht te geven voor nader onderzoek? Wethouder JANSMA wijst erop dat elk project en elke locatie uniek is maar ook elke gemeenschap is uniek. Er zijn verschillende rollen en verantwoordelijkheden bij initiatiefnemers, het college heeft steeds een verantwoordelijkheid te nemen en om afwegingen voor de raad voor te bereiden. Een initiatiefnemer wijkt nog wel eens van zijn plan af want bij de grote projecten wordt meestal begonnen met een principeverzoek. Dat is ook op verzoek van de initiatiefnemers om een beetje een gevoel te krijgen over wat er mogelijk is en hoe de gemeenteraad erover denkt. Dan wordt pas verder ontwikkeld en dan lijkt het of het heel lang duurt maar er zijn ook initiatieven waar de raad niets van afweet maar die ineens op tafel liggen, bijvoorbeeld Plataanlaan 57-69. Dat is ook al in 2019 begonnen. Nu lijkt het heel snel te gaan omdat al binnen een half jaar een besluit moet worden genomen.
Het is dus heel divers. Daarnaast is het heel belangrijk dat wordt voldaan aan de wettelijke procedures en die hebben bepaalde termijnen. Voorts is van belang het participatietraject waarmee wordt geprobeerd om aan de voorkant zaken te regelen waardoor aan de achterkant dingen kunnen worden voorkomen maar dat kost wel tijd want de initiatiefnemer moet soms bijstellen en het kost ook tijd van het college. De raad heeft daarnaast vaak de ultieme afweging te maken, ook naar aanleiding van het participatietraject. Soms is er sprake van een bijzondere positie van projecten in Baarn want de ruimte is vaak krap en dan zit je snel in de omgeving van de buurman. Daarnaast heeft Baarn een zeer betrokken bevolking die snel actief is en graag participeert en daar moet ook de tijd voor worden genomen. Dat geeft altijd een lastige afweging tussen het algemeen belang en het particuliere belang.
Op dit moment is het niet te versnellen. Doelstelling 4 van de Omgevingswet is sneller en de raad heeft straks instrumenten wat betreft participatie en wat wel of niet vrij wordt gegeven ter behandeling aan het college. In ieder geval gaan voor een aantal zaken de termijnen veranderen. De raad heeft dus straks ook zelf in de hand of het sneller kan. Gaat bijvoorbeeld participatie op elk terrein verplicht worden gesteld op perceelsniveau of alleen op grotere projecten? Wil de raad straks elk plan zien of worden een aantal zaken gedelegeerd aan het college? Het nu vergelijken met een andere gemeente op basis van een stelsel wat per 1 januari gaat wijzigen is niet erg zinvol. Van Galenlaan 3b is een lastige. Participatie kan niet worden afgedwongen. Als de initiatiefnemer straks onvoldoende de gelegenheid wordt gegeven om te participeren is straks het gesprek in de raad dat er onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden. Bij participatie doet iedereen mee ongeacht de digitale vaardigheden. Het gaat hier om 40 omwonenden die graag verenigd het gesprek met het college willen aangaan. Onlangs zijn de omwonenden uitgenodigd om dit op 28 april aanstaande te doen op kantoor binnen de 1,5 m maatregel. Zij denken aan een enquête in de omgeving.
De initiatiefnemer kan ook zeggen van ik ga terug naar de oorspronkelijke bestemming en dat is bedrijfshuisvesting maar daar zit niemand op te wachten. In 2018 heeft de raad het eerste besluit genomen omtrent Baarn Centraal en de eigenaar was van plan om na behandeling van het principeverzoek het te verkopen inclusief het plan. Dat is ook gebeurd in 2019. Op basis van de nieuwe eigenaar die met een aantal omwonenden heeft gesproken is sprake geweest van een wijziging van het plan. De raad heeft dat vorig jaar september vastgesteld en degenen die toen tegen waren, waren niet altijd dezelfde dan degenen die in een eerdere fase in 2018 voor waren. Het CDA heeft in 2020 een andere keuze gemaakt dan in 2018 en dat helpt niet voor de snelheid van de besluitvorming en ook niet voor het gevoel van de initiatiefnemer dat die kan rekenen op consistent beleid. Natuurlijk is dat wel steeds de eigen afweging van een fractie. Het project staat op de agenda om een volgende stap te nemen voor oktober. Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt dat de raad nu goed op de hoogte is van de stand van zaken van de verschillende projecten en hopelijk hebben ook veel inwoners het indrukwekkende overzicht in de Baarnsche Courant gelezen. Natuurlijk gaat niet ieder project even voortvarend want omwonenden en belanghebbenden mogen hun mening uitspreken en ook bezwaar maken.
Er zijn uitgebreide procedures die de gemeente moet doorlopen. De ervaring is dat daar waar het kan de procedure echt wel wordt ingekort. Echter, de procedure wordt wel erg lang als een partij in de raad bij de eerste stap ja zegt en bij de tweede stap nee. Een onderzoek door de rekenkamer hiernaar is niet nodig. Goed is dat de raad om de zoveel tijd een dergelijk overzicht krijgt. De heer SCHOUTEN ziet ook graag meer snelheid maar ligt dat altijd bij het college of ook bij de initiatiefnemers? Bijvoorbeeld de arrogante wijze van reageren in de krant van de initiatiefnemers van het wellnesscentrum. Hopelijk trekken college en raad daar lering uit. Sommige dingen blijven te lang liggen en het opstellen van zo’n raadsinformatiebrief werkt daaraan mee want bij de Amalialaan loopt het ook alweer een tijdje maar daar liggen persoonlijke omstandigheden aan ten grondslag. Wellicht kan bij de nieuwe Omgevingswet worden geborgd dat er een termijn aan wordt gehangen van wanneer moet worden begonnen en dat het ook voortgang heeft. Er wordt met zoveel woorden het CDA verweten dat die partij eerst ergens voor was en toen tegen. Echter, het besluit is in meerderheid genomen en dat levert dus geen vertraging op. De heer BOSMAN is blij met het overzicht en dat hoort bij de controlerende taak van de raad. Goed is dat de wethouder heeft aangegeven daar niet bang voor te zijn.
Het is geen gek idee om de rekenkamer hiernaar te laten kijken. Mevrouw STRUIJK vindt het heel wenselijk om een keer in het half jaar zo’n overzicht te krijgen. Het is ook een soort van stuurmechanisme zodat de vinger aan de pols kan worden gehouden en om de
voortgang op afstand te kunnen monitoren. In sommige gevallen ligt het niet aan het college dat dingen lang duren. De mensen hebben ook het recht om bezwaar aan te tekenen en dan kan het soms wat langer duren. Wat is het criterium om op deze lijst te komen? Voor de Brink is ooit 3 ton gereserveerd maar die staat er niet op. Dat ligt ook stil en het is goed om te weten wat daar de planning van is. De wethouder dient dus kritisch te zijn op wat er wel en niet op deze lijst komt te staan. Een verder onderzoek door de rekenkamer is niet nodig. De heer EIJBAARD stelt dat versnelling geen doel op zich is want zorgvuldigheid is ook belangrijk. Zeker als het gaat om inspraak van inwoners. Als de heer Van Wijk zelf van mening is dat bij een bepaald project ontwikkelingen worden getraineerd door de gemeente dient hij daar vragen over te stellen. Als daar geen aanleiding voor is, is het zonde om daar de tijd van de rekenkamer aan te spenderen. 10. Raadsinformatiebrief Resultaten onderzoek meldingen applicatie (264025) De heer SCHOUTEN dankt de wethouder dat zij alsnog contact heeft opgenomen met de gemeente Bunschoten. De ervaringen van de gemeente Bunschoten zijn positief en daarom is ook in november 2020 de motie ingediend. In de raadsinformatiebrief wordt echter een verkeerde voorstelling van zaken gedaan in de kostenberekening.
Dat laat de beantwoording van de technische vragen gezien en de indruk ontstaat dat dit bewust is gedaan om zodoende een negatief advies te kunnen geven. Daarnaast is ook het potentieel bereik te laag voorgesteld en in de beantwoording van de technische vragen niet goed weergegeven. Ook de opmerking dat meldingen via het webformulier gratis zijn is bijzonder want er moet een nieuw formulier gemaakt worden dat aan verschillende eisen dient te voldoen. Zo moet zo’n formulier op elk platform kunnen worden ingevuld maar ook dat wordt niet gerealiseerd door een welwillende hobbyist die tegen vergoeding van een reep chocolade en dus gratis werkt, dat is hier een breed begrip. Zowel de raadsinformatiebrief als de beantwoording van de technische vragen doen geen recht aan de motie van november 2020. Gezien de cijfers met de eigen doorberekening is het gebruiksgemak van een app, dat altijd vele malen hoger zal liggen dan van een webformulier en de mogelijkheid om ook zowel de buitendienst als frontoffice en backoffice te ontlasten, is de fractie nog meer overtuigd van de frictie-app naast de mogelijkheid van de huidige meldingen binnen het zaaksysteem. Daarom zal volgende week met een motie worden gekomen waarin wordt opgeroepen om de frictie-app te installeren in het zaaksysteem van de gemeente Baarn.
Hoe staan de overige fracties hierin? De heer VAN DER DONK is blij dat er stappen zijn ondernomen voor vereenvoudiging van het proces van meldingen voor de openbare ruimte. Goed is dat een onderzoek naar een meldingenapplicatie hiervoor is ingezet. De gemeente Baarn moet aan de slag om haar diensten op een zo gebruiksvriendelijk mogelijke wijze en praktisch digitale manier beschikbaar te maken. Daarbij hoort ook toenemend het mobiele kanaal. Het lijkt erop dat de verbetering die de wethouder wil doorvoeren niet zozeer verbetering van het mobiele gebruik van het meldingsproces is maar dat het vooral de versimpeling is van het formulier zelf. Dat is een kleine aanpassing die snel kan worden gerealiseerd. Het doorvoeren van een app is niet noodzakelijk want het proces werkt prima op een mobiele telefoon en de focus moet inderdaad liggen op het verhogen van het gebruikersgemak en het verlagen van het afbreukpercentage. Ook de uitvraag via Facebook door een van de partijen in de raad wijst duidelijk in die richting. Het is nog wel de vraag hoe de wethouder kijkt tegen het inbedden van de functionaliteit die de melder op eenvoudige wijze teruggeeft dat al een eerdere melding rondom hetzelfde thema is gedaan. Dit voorkomt dubbele meldingen. Wil de wethouder deze functionaliteit meenemen in de wijzigingen?
Zijn de andere fracties ook van mening dat het gaat om functionaliteit en mobiel gebruikersgemak en dat het daarbij niet uitmaakt of dat via een app of via een goede responsieve site wordt gerealiseerd? De VOORZITTER wijst erop dat de regels zijn dat Voor Baarn als indiener een vraag heeft gesteld aan de andere fracties en andere partijen kunnen sowieso technisch een vraag stellen aan de wethouder. Mevrouw OORTMAN GERLINGS memoreert dat ook de VVD een indiener was van de motie voor het realiseren van een gebruiksvriendelijke app. Toen is opengelaten of dat een frictie-app moet zijn. Het mag ook een andere app zijn maar gelet op de opmerkingen van het CDA; het gaat de VVD ook om het gebruikersgemak en de functionaliteit. Als er iets anders is dat makkelijk kan worden gebruikt op een mobiele telefoon is daar natuurlijk geen bezwaar tegen. De heer BOSMAN begrijpt dat het webformulier al responsief is maar toch wachten 2 op de 3 bezoekers die melding niet af. Het is een verstandige lijn om eerst te investeren in een meer gebruiksvriendelijk webformulier op de website. Men zou op de homepage onmiddellijk dat formulier moeten kunnen openen. Stimuleer de inwoners om het meldingsformulier te gebruiken en geef het een aansprekende naam. Het gaat inderdaad niet om het middel maar om de functionaliteit maar de motie van Voor Baarn wordt tegemoet gezien.
De heer EIJBAARD constateert dat wanneer 4000 mensen een melding doen daar maar 1000 van doorgaan en dan zit er iets niet goed in het proces wat eerst moet worden verbeterd voordat kan worden gegaan naar een ander iets. Op de website Laatjeniethackmaken staat dat al die apps op de telefoon niet wenselijk zijn omdat die je alleen maar meer kwetsbaar maken voor allerlei hackers. De mobiele browser op elke telefoon is een van de meest veilige apps. Daarom is het ook veel verstandiger om het via de website te doen. Een app is niet noodzakelijk en op een website zijn er allerlei mogelijkheden als het toevoegen van foto’s et cetera. Het moet niet gaan over wel of niet een app maar om een werkzame oplossing voor de inwoners. De heer BENTURA zegt dat in de fractie van D66 is besproken of de motie van 4 november 2020 wel is uitgevoerd en of het eenvoudiger maken van meldingen via de website een verbetering gaat brengen. Is er een koppeling tussen de verbetering van de Snel Service Dienst en de implementatie van de verbetering van de website? Voorop moet staan dat het voor de inwoners makkelijker wordt om een melding in te sturen en dan is het om het even of dat gaat via de website met een verbeterd formulier of via een app want uiteindelijk gaat het om de functionaliteit maar de fractie kijkt uit naar de motie die wordt opgesteld door Voor Baarn.
De heer BRUINS heeft ook de voorkeur voor een betere functionaliteit van het formulier op de website. Als er een app komt dient die te kunnen worden gebruikt voor meerdere doeleinden. Dus bijvoorbeeld niet alleen voor meldingen over de omgeving maar ook voor een vergunningsaanvraag of andere elementen van de digitale gemeente. Dan is de frictie-app misschien niet de juiste tool. De VOORZITTER concludeert dat Voor Baarn heeft aangekondigd met een motie te komen en dat hier dus volgende week op wordt teruggekomen. 11. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.32 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Debat in de Raad” van 26 mei 2021.
Z/7ƒ De griffier.
De voorzii ------- itter, de heer M. Eijl
/ //