206420 Besluit op bezwaarschrift voorontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 1 Advies van de bezwaarcommissie
Tekst van het document
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN GEMEENTE BAARN Advies aan - De gemeenteraad van Baarn (verder: de raad); - Het college van burgemeester en wethouders van Baarn (verder: het college). Betreft de bezwaarschriften van: Stichting tot behoud van het historisch ensemble Paleis Soestdijk De Parel van Baarn, ingediend door de heer mr. M.L.M. van Ravels, ontvangen op 26 augustus 2020, (verder: bezwaarmaker). Het bezwaarschrift is gericht tegen het volgende besluit: De raad stemde op 15 juli 2020 in met het in procedure brengen van het voorontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk als uitgangspunt voor het ontwerpbestemmingsplan. Tevens besloot de raad bij ditzelfde besluit om dit voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. De doelstelling van het bezwaarschrift is: Bezwaarmaker wil bereiken dat haar bezwaarschrift gegrond wordt verklaard, dat de instemming door de raad met het voorontwerpbestemmingsplan ongedaan wordt gemaakt en dat de terinzagelegging tot nadere orde wordt uitgesteld. Naar het oordeel van bezwaarmaker is de raad niet tijdig door het college geïnformeerd over een brief van Provinciale Staten van Utrecht van 28 april 2020. Als gevolg hiervan meent bezwaarmaker dat de raad niet beschikte over alle informatie om een weloverwogen beslissing te nemen.
Samenvatting van het commissie-advies: Het bezwaarschrift dat bezwaarmaker op 26 augustus 2020 indiende bij het college moet worden doorgestuurd naar de raad. Het college is niet bevoegd te beslissen op dit bezwaarschrift, omdat het bestreden besluit van 15 juli 2020 is genomen door de raad. Het bezwaarschrift dat bezwaarmaker op 26 augustus 2020 indiende bij de raad moet niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat het bestreden besluit niet vatbaar is voor bezwaar. Tegen een beslissing die wordt genomen in het kader van een procedure ter voorbereiding van een ander besluit is bezwaar maken niet mogelijk. Overwegingen van de commissie
Feiten Op 15 juli 2020 stemde de raad in met het in procedure brengen van het voorontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk. Het voorontwerp dient als uitgangspunt voor het ontwerpbestemmingsplan. Tevens besloot de raad om het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Bezwaarmaker diende op 26 augustus 2020 bij de raad en het college bezwaarschriften in tegen dit besluit. In een brief van 27 augustus 2020 vroeg bezwaarmaker het college verder om de terinzagelegging uit te stellen in afwachting van de uitkomsten van de
1
bezwaarschriftprocedure. Bezwaarmaker herhaalde in een brief van 31 augustus 2020, die gericht was aan de gemeenteraden van Soest en Baarn, nogmaals de bezwaren tegen de instemming met het voorontwerpbestemmingsplan en het ter inzage leggen ervan. Op 1 september 2020 reageerde het college op het bezwaarschrift en de overige brieven van bezwaarmaker. Het college stelde zich, samengevat, op het standpunt dat de Wet ruimtelijke ordening (verder: de Wro) geen ruimte biedt om bezwaar aan te tekenen tegen de vaststelling van een voorontwerpbestemmingsplan. Gelet daarop zag het college geen aanleiding om de terinzagelegging uit te stellen. In een brief van 3 september 2020 herhaalde bezwaarmaker haar bezwaar tegen uw besluit van 15 juli 2020. Bezwaarmaker stelt kort en zakelijk dat het bezwaarschrift is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (verder: de Awb). Tevens kondigde bezwaarmaker aan in beroep te gaan bij de rechtbank tegen de beslissing van het college van 1 september 2020 om het bezwaarschrift niet inhoudelijk te behandelen. Bezwaarmaker vroeg nogmaals om de terinzagelegging niet te starten en de bezwaarof beroepsprocedure af te wachten. Het college heeft op 17 september 2020 gereageerd op de brief van bezwaarmaker van 3 september 2020.
Kort samengevat schrijft het college dat het niet de bevoegdheid bezit om het besluit van de raad te vernietigen en daarom aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek niet kan worden toegekomen. Daarnaast stelt het college dat geen sprake is van een appellabel besluit en het daarom op grond van de Awb niet mogelijk is om bezwaar aan te tekenen. Ten aanzien van de terinzagelegging voert het college aan dat dit een handeling is die plaatsvindt ter voorbereiding van een beslissing op het voorontwerpbestemmingsplan. Met verwijzing naar artikel 6:3 van de Awb, stelt het college dat bezwaar en beroep niet open staat tegen een voorbereidingshandeling.
Beroepsprocedure Op 27 oktober 2020 heeft bezwaarmaker bij rechtbank Midden-Nederland beroep aangetekend tegen de brief van 17 september 2020. De rechtbank heeft op 26 november 2020 een uitspraak gedaan in deze beroepsprocedure. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank overweegt hiertoe dat de Wro een zelfstandige procedure kent voor de vaststelling van een bestemmingsplan en dat deze procedure begint met het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan. De terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan ziet de rechtbank als een eerste voorbereidende stap naar de vaststelling van een bestemmingsplan. De rechtbank stelt dan ook dat de bestuursrechter pas een oordeel kan geven over een bestemmingsplan nadat de gemeenteraad daarover een definitief besluit heeft genomen. Daarvan is in dit geval nog geen sprake, zodat de rechtbank geen rol heeft. De brief van het college van 17 september 2020 is naar het oordeel van de rechtbank geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld.
2
Onder rechtsoverweging 6 merkt de rechtbank nog op dat: “Er is zit nog wel een los eindje aan deze zaak. Er ligt namelijk onmiskenbaar een bezwaarschrift van de Parel van Baarn en daarop is nog niet beslist: de brief van 17 september 2020 is geen besluit. Het college moet ofwel die beslissing alsnog nemen, ofwel de zaak doorsturen naar de gemeenteraad voor de behandeling van het bezwaarschrift. Of dat de Parel van Baarn iets gaat brengen is wel de vraag, omdat bezwaren tegen voorbereidingsstappen nietontvankelijk moeten worden verklaard.”.
Afweging bezwaarschriften Gelet op de uitspraak van de rechtbank, dient de raad nog een besluit te nemen op de bezwaarschriften van bezwaarmaker van 26 augustus 2020. De commissie overweegt daarom als volgt.
Bezwaarschrift ingediend bij het college De Awb schrijft voor dat het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een bezwaarschrift dat is ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan, moet zo snel mogelijk worden doorgestuurd aan het bevoegde bestuursorgaan. De indiener moet hiervan een mededeling krijgen. Tussen partijen is niet in geschil dat het bestreden besluit is genomen door de gemeenteraad. Het bezwaarschrift van bezwaarmaker had daarom exclusief ingediend moeten worden bij de raad. Omdat de raad bevoegd is om een beslissing te nemen op het bezwaarschrift, en deze beslissing nog niet is genomen, adviseert de commissie het college om het bezwaarschrift alsnog voor afhandeling door te sturen naar de raad en bezwaarmaker hierover een bericht te sturen.
Bezwaarschrift ingediend bij de raad De Awb regelt tegen welke beslissingen bezwaar kan worden gemaakt. Tegen een beslissing die wordt genomen in het kader van een procedure ter voorbereiding van een besluit is bezwaar niet mogelijk, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Uit de wetsgeschiedenis en de rechtspraak leidt de commissie af dat deze bepaling vooral van toepassing is in situaties waarin een vervolgbesluit zal worden genomen waartegen bezwaar en/of beroep openstaat en waarbij het voorbereidingsbesluit of de -handelingen alsnog kunnen worden beoordeeld. In het onderhavige geval is naar het oordeel van de commissie van een dergelijke situatie sprake. Zoals de rechtbank al opmerkte onder rechtsoverweging 2 van de uitspraak van 26 november 2020, kent de Wro een zelfstandige procedure voor de vaststelling van een bestemmingsplan. Op grond van deze procedure zal door de raad een vervolgbesluit worden genomen waartegen beroep openstaat. De voorbereidingshandelingen kunnen worden beoordeeld binnen deze procedure. Ten overvloede merkt de commissie ook nog op dat voorafgaande aan het besluit een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd en belanghebbenden daar zienswijzen tegen kunnen indienen.
3
Op grond van het bovenstaande en in aansluiting op de uitspraak van de rechtbank, komt de commissie tot de conclusie dat het besluit van de raad van 15 juli 2020 niet vatbaar is voor bezwaar. De commissie acht geen feiten of omstandigheden aanwezig op grond waarvan moet worden vastgesteld dat bezwaarmaker los van het nog voor te bereiden besluit, door het bestreden besluit rechtstreeks in haar belangen wordt getroffen. Het bezwaarschrift is daarom niet-ontvankelijk. Hoorzitting De voorzitter is van mening dat het horen van bezwaarmaker in dit geval niet kan bijdragen aan een ander oordeel over dit bezwaar. Gelet hierop heeft de voorzitter met toepassing van haar bevoegdheid uit artikel 7:3 van de Awb en de Verordening Adviescommissie Gemeente Baarn 2013 van het horen afgezien. Advies Gelet op bovenstaande overwegingen adviseert de commissie u: - Het bezwaarschrift dat is gericht aan het college door te sturen aan de raad en bezwaarmaker hiervan in kennis te stellen. - Het bezwaarschrift dat is gericht aan de raad niet-ontvankelijk te verklaren. Dit advies is vastgesteld door: Baarn, 30 december 2020 De Adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn, de secretaris,
de voorzitter,
mr. drs. E.C. Jonkman
mr. drs. E. Beekhuis
4
Bijlage 1: de geldende regels Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:3
Een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft.
Artikel 6:4, eerste lid: Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Artikel 6:7 :
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken.
Artikel 6:15, eerste lid:
Indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde bestuursrechter, wordt het, onder vermelding van de datum van ontvangst, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.
Artikel 7:2, eerste lid :
Voordat op het bezwaar wordt beslist, belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord.
Artikel 7:3, onder a :
Van het horen kan worden afgezien als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is.
Artikel 7:13, vierde lid:
De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3. Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn 2013
Artikel 9, tweede lid :
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb (uitzonderingen op de hoorplicht).
5