CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

200481 Begroting Stichting Eem-Vallei Educatief 2021 bijlage 2 begroting 2021

Besluit in de Raad 17 februari 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Begroting Stichting Eem-Vallei Educatief 20219.404 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting STEV 2021 Inclusief meerjarenraming 2021-2025

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 Begroting 2021 algemeen ................................................................................................................... 5 Inleiding.............................................................................................................................................. 5 De planning & control cyclus .......................................................................................................... 6 De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs ................................................................. 7 Huidige leerlingaantallen ................................................................................................................. 7 Leerlingen prognoses ...................................................................................................................... 8 Nul begroting ..................................................................................................................................... 8 Deskundigheidsbevordering ...........................................................................................................

9 Huisvesting ........................................................................................................................................ 9 Meerjaren-perspectief per school ................................................................................................ 10 Financiële aandachtspunten en risico’s ...................................................................................... 11 Samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei ...................................................................... 12 Mogelijk bovenmatige vermogen ................................................................................................. 13 Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2021 – 2025........................................................................ 14 Algemene uitgangspunten ............................................................................................................ 14 Uitgangspunten schoolbudget ...................................................................................................... 14 Uitgangspunten gezamenlijke begroting .................................................................................... 15 Toekomstige landelijke ontwikkelingen .......................................................................................

16 Meerjarenbegroting 2021 – 2025 exploitatieoverzicht inclusief toelichting ............................... 17 Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2021-2025.......................................................... 17 (Rijks)bijdragen OC&W ............................................................................................................. 17 Overige overheidsbijdragen ...................................................................................................... 18 Overige baten ............................................................................................................................. 18 Personele lasten ............................................................................................................................. 18 Afschrijvingen.................................................................................................................................. 19 Huisvestingslasten ......................................................................................................................... 20 Overige instellingslasten ............................................................................................................... 21 Meerjarenbegroting 2021-2025 balans inclusief toelichting ........................................................

22 Meerjaren-balans ........................................................................................................................... 22 Meerjaren-kasstroomoverzicht ..................................................................................................... 23 Meerjaren-kengetallen ................................................................................................................... 24

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 2

Voorwoord Het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief (STEV) biedt hierbij haar begroting 2021 en de meerjaren-prognose aan. Het proces voor het opstellen van de gezamenlijke STEV begroting is gestart bij de 15 STEV scholen die samen de basis van STEV vormen. De scholen zijn primair gevraagd invulling te geven aan de materiële instandhouding. Dit jaar is tijdens het begrotingsgesprek met de schoolleiders ook de personele inzet voor het komend kalenderjaar besproken. De personele inzet die, na advies van de RvT, instemming van de P-GMR, vaststelling door CvB, is vastgelegd in de formatiekadernota 2020-2021, ligt voor 7/12e deel van deze begroting vast. Het resterende deel van de personele inzet, dat wil zeggen 5/12e deel van de personele bekostiging, is op basis van het begrotingsgesprek zo goed mogelijk ingeschat. Deze inschatting is gebaseerd op de leerlingenaantallen op teldatum 1-10-2020. Naast de input van de schoolleiders zijn ook de bij STEV betrokken adviseurs en stafmedewerkers vanuit hun expertises bevraagd. Tenslotte heeft de auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR hun feedback over de concept versie gegeven. We hebben de (verwachte) financiële ontwikkelingen als uitgangspunten voor deze begroting genomen. Tevens hebben we de huidige einddatum van subsidieregelingen, indien van toepassing, verwerkt.

Niet meegenomen zijn de mogelijke effecten van de vereenvoudiging van de bekostiging zoals voorgesteld door de PO-raad. De reden hiervoor is dat de gehanteerde bedragen nu indicatief zijn en dat de vereenvoudiging waarschijnlijk pas in 2023 geëffectueerd zal worden. In deze begroting opgenomen leerlingenprognose zien we een stabilisatie van onze leerlingenaantallen. We verwachten dat de bij STEV ingezette acties op het versterken van onze zichtbaarheid in de regio tot effect leidt. Deze versterking is vanuit visie beschreven in ons ambitieboek gestart met de ontwikkeling van een nieuw gezamenlijke huisstijl, met nieuwe websites. Ook hebben we onze digitale-vindbaarheid vergroot. Daarnaast zijn we in het kader van de invulling van het thema duurzaam wereldburgerschap bezig om actief het imago aan te pakken dat openbaar onderwijs een identiteit zou hebben. Tenslotte werken we vanuit het beleidsthema ´educatief partnerschap´ aan het versterken van onze relatie met onze ouders en andere bij ons onderwijs betrokken stakeholders. Door deze inzet zijn we effectiever in het zichtbaar maken hoe goed het STEV onderwijs op onze scholen is. Gezien de reserve bij STEV is ervoor gekozen ook in 2021 negatief te begroten. Daarbij wordt ten eerste rekening gehouden met ervaringscijfers van voorgaande jaren.

Daarnaast zijn actuele ontwikkelingen in financiële- en organisatorische zin meegenomen. Meerjarig hebben we ervoor gekozen om een `nul begroting` te presenteren, waarbij de heldere opdracht ligt de lasten in evenwicht te brengen met de baten. Naast de exploitatiebegroting 2021 is ook een investeringsbegroting 2021-2025 opgesteld. Tevens is een meerjaren-balans en een kasstroomoverzicht opgenomen. Met deze begroting geven we inzicht op welke wijze we financieel invulling geven aan de belangrijkste strategische doelen voor 2021. Daarnaast informeren we middels dit document Begroting 2021 concept 8 dec 2020 3

onze relevante externe stakeholders over de financiële invulling van onze ambitie voor 2021 en verder. dr. Karen Peters Voorzitter College van Bestuur Amersfoort, december 2020

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 4

Begroting 2021 algemeen Inleiding Het belangrijkste doel voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Dit doen de 15 authentieke openbare STEV-basisscholen door in te zetten op de gepersonaliseerde ontwikkeling van autonome en initiatiefrijke kinderen binnen een mondiale samenleving. Deze inzet komt tot uiting in ons mission statement:

Bij STEV hechten wij veel waarde aan kwalitatief goed onderwijs. Hierbij is kwalitatief goed onderwijs meer dan alleen het aanbod in rekenen en taal (zie ook ons Kwaliteitsstelsel). Wij staan samen met onze stakeholders voor de brede ontwikkeling van onze leerling tot duurzame wereldburger. We focussen bij STEV op een vanuit visie gestuurde professioneel handelende onderwijsprofessional die binnen een rijke onderwijssetting met dynamische instructiegroepen, goede voorzieningen en faciliteiten het beste onderwijs verzorgt dat er is. Alle acties die we bij STEV inzetten zijn erop gericht om het leerrendement en de kwaliteit van ons onderwijs te vergroten. De komende beleidsperiode is voor de volgende vier beleidslijnen gekozen die bijdragen aan kwalitatief goed onderwijs op al onze scholen.

*Zie ook het strategisch beleidsplan STEV 2020-2023

Om bovenstaande doelen uit ons strategisch beleidsplan op de korte en lange termijn duurzaam te borgen, moeten de baten die wij op korte en lange termijn ontvangen in lijn zijn met uitgaven die we doen om de ontwikkelingen beschreven in ons strategisch beleidsplan te bereiken. Dat vraagt uiteraard om voldoende financiële middelen. Daarnaast moeten de middelen zo worden gealloceerd dat zij gericht zijn op het verbeteren van onze onderwijskwaliteit en het creëren van maatschappelijke waarde. We willen immers een gezonde, transparante en solide stichting blijven met een passende reserve, een goed en verantwoord bestedingspatroon, een passende begroting en heldere kaders en rapportages volgens de cyclus van planning en control. Onderstaand worden de volgende onderdelen toegelicht: Begroting 2021 concept 8 dec 2020 5

-

Planning- en control cyclus; Bekostigingssystematiek in het primair onderwijs; Leerlingaantallen; Financiële aandachtspunten en risico’s; Toelichting op de begroting in hoofdlijnen.

De planning & control cyclus De begroting 2021 is onderdeel van onze planning- en control-cyclus. Als uitgangspunt wordt de “Planning en Control jaarcyclus” gehanteerd. Elk kwartaal stelt het College van Bestuur een financiële rapportage op t.b.v. de Raad van Toezicht. Deze rapportage bevat een financieel uitputtingsoverzicht van de afgelopen kwartalen in relatie tot de prognose en begroting. Deze kwartaalrapportages worden ook gedeeld met het directeurenplatform. Om zicht te houden op de ontwikkeling van de personele kosten, worden maandelijks de salariskosten geanalyseerd. Deze cijfers zijn de input voor de uitputtingsprognose en vormen de basis voor de nieuwe begroting. Voor de beheersing van de personele baten en lasten wordt een onderscheid in personeelsformatieplan en begroting gemaakt tussen de kostensoorten directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Daarnaast kijken we naar verschillende salariscomponenten, of het gaat om vaste of tijdelijke dienstbetrekkingen, tijdelijke taakuitbreidingen, vervanging ten laste van eigen middelen (ERD) en permanente of projectmatige baten en lasten. Ultimo kwartaal 1 wordt het bestuursformatieplan opgesteld. Dit plan is gebaseerd op de begroting van het lopende jaar.

Daarin zijn de volgende categorieën te onderscheiden: • De normatieve Rijksbijdragen te weten de lumpsumvergoeding personeel, de materiële instandhouding, het personeels- en arbeidsmarktbeleid en de prestatieboxmiddelen; • Overige subsidies van OC&W zoals bijzondere bekostiging 1e opvang vreemdelingen, bekostiging impulsgebieden, bijzondere bekostiging samenvoeging scholen en verrekening uitkeringskosten; • Gemeentelijke bijdragen als subsidies schakelklassen en ondersteuning passend onderwijs; • Eventuele overige overheidsbijdragen; • Subsidies Passend Onderwijs (arrangementen & basisbekostiging); Het bestuursformatieplan is het kader van waaruit de schoolformatieplannen door de schoolleider worden opgesteld. Na goedkeuring door het College van Bestuur van deze schoolformatieplannen wordt hier door de schoolleider uitvoering aan gegeven. In februari van het lopend schooljaar wordt het schoolformatieplan opnieuw vastgesteld met de dan Begroting 2021 concept 8 dec 2020 6

geldende formatieve inzet. In februari/maart wordt de jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar opgesteld.

De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs Het Ministerie van OC&W bekostigt materieel op kalenderjaar en personeel op schooljaar. Hierdoor gebruiken we in de begroting 2021 voor 7/12e deel actuele bekostigingsinformatie voor het personeel. Pas medio mei 2021 worden de cijfers bekend voor de periode augustus 2021 tot en met juli 2022, waardoor dan voor het resterende 5/12e deel in 2021 pas de baten concreet worden. Voor alle onderwijsinstellingen en dus ook voor STEV betekent dit dat in deze begroting 5/12e deel van de personele baten op basis van een zo goed mogelijke inschatting worden begroot. Deze inschatting is vooral gebaseerd op de leerlingen telling van 1-10-2020. De Ministeriële beschikkingen voor de materiële instandhouding 2021 zijn in oktober 2020 gepubliceerd en volledig verwerkt in deze begroting. Naast de genoemde reguliere lumpsumvergoedingen voor personeel en materieel worden geoormerkte- en nietgeoormerkte subsidies verstrekt. Ook deze zijn in de begroting meegenomen. Huidige leerlingaantallen Onderstaand is een tabel opgenomen van de leerlingenaantallen 2016-2020 verdeeld naar BRIN-nummers. School op 1 oktober De Uitkijck Kruisrak Dorpsbeuk Jan Ligthartschool Griftschool Plantijn Lijster Regenboog Egelantier/de Buut Corlaer Zandberg/Lange Voren Startbaan/PWA Totaal

2016 197 181 149 240 179 98 115 110 193 186 139 188 1975

2017 181 191 152 248 174 107 103 104 181 192 150 179 1962

2018 156 201 152 240 168 118 105 93 188 205 133 178 1947

2019 132 197 157 229 161 119 93 96 189 213 148 169 1903

2020 120 188 165 214 159 121 102 86 187 210 131 171 1854

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er van 2019 naar 2020 sprake is van een afname van het aantal leerlingen. Structureel is er groei te zien op de Plantijn (Barneveld) en de Dorpsbeuk (Scherpenzeel). Er is terugloop op de Uitkijck (Baarn) en Jan Ligthart (Woudenberg). Andere scholen laten soms een lichte groei of een lichte daling zien.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 7

Sinds 2015 zijn OBS de Dorpsbeuk in Scherpenzeel en OBS de Griftschool te Woudenberg gefuseerd. Het ministerie van OC&W heeft de Dorpsbeuk wel de status van nevenvestiging verleend, waardoor een deel van de bekostiging voor personeel en materieel in stand blijft.

Leerlingen prognoses In onderstaande tabel staan de geprognosticeerde leerlingenaantallen als ook de realisatie op 1 oktober weergegeven. Jaar School 08EM Daltonschool Uitkijck 08EN Sport BS Kruisrak 10AH Jan Ligthartschool 10SO Griftschool 10SO01 De Dorpsbeuk 11FZ Plantijn 11RU OBS De Lijster 12LJ Obs de Regenboog 19JO De Egelantier 19JO Daltonschool de Buut 23BT Daltonschool Corlaer 23DH De Zandberg 23DH01 Lange Voren 27NN Obs De Startbaan 27NN01 PWA

2018

2020

2021

156 201 240 168 152 118 105 93 109 79 205 77 65 118 59

2019 2020 werkelijk 132 120 198 188 229 214 159 159 158 165 119 121 93 102 96 86 103 101 87 86 213 210 77 64 71 67 117 115 51 56

Totalen

114 191 215 162 153 112 94 89 100 86 210 66 70 121 50

1.945

1.903

1.833

1.854

2024

2025

120 188 210 157 171 116 94 92 102 90 212 62 64 118 59

2022 2023 prognose 123 118 191 192 208 209 151 151 171 166 112 113 92 87 94 91 103 101 92 101 205 203 57 66 67 70 128 135 61 65

122 193 206 148 164 119 86 93 99 108 203 62 72 154 69

122 190 200 163 166 120 88 97 97 112 206 62 69 173 74

1.855

1.855

1.898

1.939

1.868

De leerlingenprognoses zijn tot stand gekomen, door de in-, door- en uitstroom in beeld te brengen. De verwachte instroom is op aangeven van de schoolleiders bepaald. De prognose is vastgesteld op basis van de instroom van de afgelopen jaren, de ontwikkelingen in en om de school en de relevante ontwikkeling in de gemeente. De schoolleiders hebben ambitieuze maar haalbare doelen gesteld. In deze prognose zijn we uitgegaan van de huidige realiteit. De leerlingenprognoses (zie hierboven) die de onderbouwing geven voor het meerjarenbegroting laten een licht stijgende lijn zien. De ontwikkeling door het actief sturen op het vergroten van de zichtbaarheid van openbaar onderwijs in de regio lijkt vruchten af te werpen. Nul begroting Voor 2021 presenteren we een begroting met een tekort van € 200.000. Meerjarig gaan we uit van een zogenaamde ´nul begroting´. Deze ´nul begroting´ is tot stand gekomen doordat we de uitgaven op personeel in evenwicht brengen met de geprognosticeerde leerlingenaantallen. Concreet betekent dit, dat wanneer het leerlingenaantal oploopt zoals het nu geprognosticeerd is we ook de personeelsinzet bijna kunnen stabiliseren. Zoals de meerjaren-begroting laat zien, zullen we bij stabiliserende leerlingenaantallen in het schooljaar 2021-2022 nog een bezuiniging op onder andere personeel moeten doorvoeren

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 8

van ongeveer € 375.000. In de jaren daarna verwachten we een stabilisatie van de leerlingenaantallen zich.

Deskundigheidsbevordering Vanuit het strategisch beleid hebben we bij STEV vier beleidsthema´s geformuleerd. We hebben voor het komend jaar voor de verdere implementatie van deze vier beleidsthema´s in totaal € 40.000 gereserveerd. In 2020 hebben we actief ingezet op de inrichting en implementatie van de STEV academie. Helaas hebben we door de COVID-crises en de daarmee gepaard gaande scholensluiting in het voorjaar, vertraging met de implementatie opgelopen. De COVID-crises vraagt veel van schoolteams, waardoor minder ruimte is voor professionele ontwikkeling. Doordat de COVID-situatie nog zeker tot het eind van dit schooljaar zal duren hebben we komend kalenderjaar € 50.000 voor de academie gealloceerd. Dit is iets minder dan afgelopen jaar. Conform beleid van vorig jaar krijgen scholen op schoolniveau een professionaliseringsbudget. Naast deze middelen reserveren we onder andere bovenschools, conform cao, professionalisingsmiddelen voor schoolleiders en gespecialiseerde opleidingsmiddelen voor onder andere de gymopleiding, reken- en taalspecialisten. In totaal is er in 2021 € 291.102 voor professionalisering beschikbaar.

Huisvesting In het meerjaren-onderhoudsplan verwachten we het komende jaar een bedrag van € 112.533 te besteden. Ook de komende twee jaren doteren we relatief lage bedragen. Vanaf 2024 is sprake van een stijging naar € 300.000. In 2030 staat er in het MJOP een post begroot van €1 miljoen. Om voorbereidt te zijn op deze stijging van de uitgaven, verhogen we het te doteren bedrag naar € 300.000 in 2021. In 2019 was dat €158.000 en in 2020 bedroeg het €227.000. Al enige tijd is er sprake van een mogelijke wijziging van de wijze waarop de dotatie voor het MJOP wordt berekend. Recent is het besluit genomen dat we in het PO gebruik moeten maken van de zogenaamde ´componentenbenadering´. Deze componentenbenadering gaat uit van specifieke afschrijvingen van onderdelen (componenten) van het schoolgebouw. Naast het feit dat het veel werk is om voor 15 schoolgebouwen per onderdeel vast te stellen wat de afschrijvingstermijn is, zal het ook een forse verhoging van de omvang van de onderhoudsvoorziening betekenen. Omdat nog niet vastgesteld is hoe precies de afschrijvingen van de componenten zal plaats vinden, kunnen we de hoogte nog niet bepalen. Hier zullen we komend jaar de tijd voor nemen. Naar verwachting zal de jaarlijkse onderhoudslast ongeveer gelijk blijven met de onderhoudslast zoals die op de huidige methode wordt berekend.

Vanuit het strategische beleidsplan heeft STEV duurzaamheid hoog in het vaandel staan (zie speerpunt ´duurzame wereldburgers´). In het investeringsplan zijn meerjarig bedragen Begroting 2021 concept 8 dec 2020 9

gereserveerd voor het plaatsen van zonnepanelen op de daken van de STEV scholen en aanbrengen van LED-verlichting. Hiervoor wordt in 2021 € 35.000 in de begroting opgenomen. Ook voor 2022 staat er voor deze verduurzamingsambitie een bedrag begroot van € 60.000. Voor huisvestingslasten ontvangt STEV aan materiele vergoeding van het Rijk een bedrag voor dekking van de huisvestingslasten. Al jaren is bekend dat dit een te laag bedrag is om kostendekkend te zijn. De landelijke lijn om dit ´op te lossen´ is dat er vanuit de personele rijksbijdrage een bedrag toegevoegd aan de materiele bekostiging. Hieronder is per kostenpost aangegeven wat STEV aan baten ontvangt en wat we aan lasten hebben. Dit is een indicatie voor de verhouding tussen de huisvestingslasten en geeft aan hoe hoog de ´overheveling´ vanuit de personele baten bij STEV is. Overzicht huisvestingskosten Preventief onderhoud/tuinonderhoud Schoonmaak incl. materialen Energie en water Overige Totaal

Rijksbijdrage 376.782 227.170 101.840

Begroot 382.700 349.835 211.350

Verschil 5.918122.665109.510-

18.803 724.595

40.250 984.135

21.447259.540-

In totaal geven we € 259.540 meer uit dan dat we voor deze posten formeel binnen krijgen. Vooral de post ´schoonmaak´ valt hier op. Het komende jaar zullen we hier expliciet naar kijken, met als doel de schoonmaakkosten meer in evenwicht te brengen met de ontvangen baten. De hoogte van de energiekosten zou door plaatsing van de zonnepanelen op vrijwel alle STEV scholen naar beneden moeten. Hierover zijn we met de schoolleiders in gesprek. Echter door de coronacrises, waarbij we nu meer moeten ventileren terwijl het buiten kouder wordt, verwachten we komend jaar nog geen verandering in dit beeld. Een van de belangrijkste oorzaken voor de overschrijding op huisvesting, heeft te maken met de m2 ten opzichte van de leerlingenaantallen. Van het Rijk ontvangen we enerzijds een bedrag per leerling, terwijl het gebouw niet kleiner wordt. Daarnaast moeten twee lokaties onder 1 BRIN ook middelen verdelen.

Meerjaren-perspectief per school Dit jaar is voor het eerste een meerjarenbegroting gemaakt per school. Dit zorgt ervoor dat er inzicht ontstaat in de effecten van een investering in komend jaar en in de jaren daarna. Dit betekent ook dat we inzicht hebben in de resultaten per school voor de komende jaren. Dat is weergegeven in onderstaande overzicht.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 10

Exploitatieresultaten per kostenplaats

08EM0 08EN0 10AH0 10SO0 10SO1 11FZ0 11RU0 12LJ0 19JO0 19JO1 23BT0 23DH0 23DH1 27NN0 27NN1 AF790 AF790PSA

Uitkijck t Kruisrak Jan Ligthartschool Griftschool De Dorpsbeuk Plantijn Lijster Regenboog Egelantier De Buut Corlaer De Zandberg Lange Voren De Startbaan PWA Stafbureau Personeelskosten

2021

2022

2023

2024

2025

52.97418.530 13.79215.2979.0776.567 5.07932.7138.31831.9094.7225.32818.7183.16988.75864.756

40.511564 15.97717.2657.65316.6156.851 14.59846.7485.153304 45.9146.361 12.37333.1980 241.926

40.0712.861 15.50721.4819.2424.29522.901 14.09747.9695.49856348.8588.414 12.72935.7200221.852

39.8572.650 17.30816.4099.5693.31428.717 14.39349.2755.8072.36548.3149.611 11.78631.862209.281

36.9752.200 17.76217.0248.9521.43034.077 10.75650.9412.5613.64047.81911.050 8.48730.545189.565

200.000-

0

0

0

0

Dit overzicht laat bijna overal een tekort zien. Dit heeft vrijwel alleen te maken met de hierboven besproken tekorten op huisvestingslasten. Sinds aankomend kalenderjaar hebben de schoolleiders inzicht in de huisvestingslasten met betrekking tot schoonmaak, energie/water en overige lasten. In de komende jaren werken we naar een situatie toe dat de scholen binnen budget de huisvestingslasten oplossen. Naast de huisvestingslasten is in bovenstaand schema ook de formatie voor aankomend schooljaar opgenomen. Daarbij ligt de opdracht dit te doen passend bij de baten die de school ontvangt. Vanwege strategische keuze kan hierop worden afgeweken. Hiertoe hebben we een bedrag van € 120.000 voor opvang van eventuele fricties in dit kalenderjaar opgenomen. Financiële aandachtspunten en risico’s Bij STEV herkennen we verschillende risico´s. Ten eerste de gemeentelijke subsidies. Gemeenten kennen nu de vanuit het Rijk ontvangen gelden voor onderwijs achterstandenbeleid toe aan verschillende scholen. De gemeenten Baarn, Bunschoten, Barneveld en Soest kennen aan STEV subsidies toe voor het in stand houden van Schakelen Taalklassen. Deze subsidies worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. Er bestaat helaas geen enkele zekerheid m.b.t. deze middelen voor de middellange- en lange termijn. Het financiële risico bedraagt ongeveer € 350.000.

Sinds 2017 is STEV eigen risicodrager voor de ziektevervanging. Dit betekent dat de stichting niet meer collectief is verzekerd tegen dit risico. Dit bespaart enerzijds op de premie. Echter bij een hoog langdurig ziekteverzuim lopen de kosten voor ziektevervanging op. Dit is, mede gezien de verhoogde werkdruk en het lerarentekort, een risico. Een strakke monitoring hierop is en blijft noodzakelijk. Om het risico enigszins in te dekken hebben we ons vanaf 2021 bij het vervangingsfonds verzekerd voor ziekteverzuim van langer dan 6 weken. In deze begroting is een structurele bijstelling van de CAO van 0,65% van de loonkosten meegenomen. Omdat we er vanuit gaan dat, zoals afgelopen jaar, de verhoging van de Begroting 2021 concept 8 dec 2020 11

rijksbijdrage gealloceerd wordt voor een salaris verhoging, hebben we geen indexatie van de rijksbijdrage (baten) of verhoging van de lonen (lasten) opgenomen.

Samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei Medio Q2 van 2020 heeft de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei, naar aanleiding van de bespreking van de jaarstukken, aangegeven dat er grote zorgen zijn over de relatie tot het gevoerde beleid en de beschikbare middelen. De zorg in de afgelopen jaren van een te hoog weerstandsvermogen en de zoektocht naar een passende en doelmatige besteding, is in zeer korte tijd omgeslagen naar een situatie met grote zorgen over een sterk verhoogd deelnamepercentage SO, waardoor – bij gelijkblijvende basisondersteuning en arrangementen - de resultaten en het vermogen in de meerjarenbegroting zelfs negatief uitkomen. In de periode daarna heeft de directeurbestuurder o.b.v. input van de verschillende steunpunten een aantal generieke maatregelen vanaf 1 september van kracht zijn. • Indien handelingsverlegenheid van school naar leerlingen wordt eerst een bao-bao plaatsing onderzocht. • Kinderen geplaatst in s(b)o in groep 1,2 en 3 krijgen (terugkeer)plaatsing • HGO – sc budgetbewaking d.m.v. toetsing centraal met potentieel een verplichting tot cofinanciering. • Scholen krijgen meer invloed in regionaal beleid wat in Barneveld-Scherpenzeel heeft geresulteerd in het zgn. BoBS.

Een generieke maatregel die nog boven de markt hangt en die tijdens de ALV van september 2020 veel weerstand ondervond is de maatregel waarbij het schoolbestuur de verwijzing betaalt van het lopende en het volgende schooljaar. Concreet zou dat betekenen dat STEV de plaatsing in het SBO-SO, ook als het om uitgaand grensverkeer naar een SBO in een ander samenwerkingsverband moet betalen. Daarbij gaat het om bedragen in het SBO van € 5.343 per leerling (prijsniveau 22-09-2020) en in het SO van € 10.955 per leerling (prijsniveau 22-09-2020). Na een rondje langs de STEV scholen in Barneveld en Scherpenzeel zou het deze maatregel over de vuist een bedrag van 60.000-80.000 euro extra kosten. Dit is een fors bedrag en risicovol voor STEV. Het is nog onduidelijk wat de directeur-bestuurder met deze maatregel gaat doen. Naast generieke maatregelen die per 1 september 2020 van kracht zijn, denkt de directeurbestuurder, ondersteund vanuit de steunpunten, verder na over een aantal oplossingen om de baten en lasten van het SWV in balans te brengen. Een aantal oplossingsrichtingen die nog ter bespreking in de ALV voorliggen hebben te maken met de structuur van het SWV. Het gaat dan concreet over de vraag op welke wijze het SWV zich kan ontwikkelen naar een schoolmodel met elementen van een expertisemodel.

Deze oplossingsrichting zet in op de gezamenlijke verantwoordelijkheid door schoolbestuurders in een regionaal steunpunt, vanuit de missie, visie en leidende principes. Het voorstel is dat het schoolmodel wordt behouden en dat het huidige expertisemodel omgezet wordt naar een op regionaal steunpunt vast te stellen behoefte aan expertise. Het leerlingmodel wordt opgeheven, waarbij vanuit een gezamenlijke pot (bestuurlijke bijdrage, SWV innovatie en experimentengeld en voormalig HGO-budget) financiering gekoppeld wordt aan het regionaal ontwikkelplan. Als toekomstmogelijkheid wordt geschetst dat het budget expertise gekoppeld kan worden aan het regionaal steunpunt-ontwikkelplan. Begroting 2021 concept 8 dec 2020 12

Het is in deze fase lastig goed te sturen op de ontwikkelingen van dit SWV, want tijdens de volgende ALV begin december zijn deze thema’s weer onderwerp van gesprek.

Mogelijk bovenmatige vermogen In het najaar van 2020 is door het ministerie een nieuwe signaleringswaarde voor het eigen vermogen bepaald. De PO-raad heeft geconstateerd dat met dit nieuwe kengetal het totaalbedrag aan mogelijk bovenmatige reserves in het primair onderwijs in een keer van 2,4% naar 7,9% van de totale baten stijgt. De PO-Raad heeft vragen bij de enorme stijging van de reserves door een nieuwe signaleringswaarde. De ministers Van Engelshoven en Slob geven in een brief aan de Tweede Kamer aan dat de nieuwe signaleringswaarde onvoldoende rekening houdt met sectorspecifieke kenmerken, zoals bij eerdere kengetallen. Met deze nieuwe signaleringswaarde kiest de Inspectie voor een waarde die voor alle onderwijssectoren, van primair onderwijs tot universiteiten, gelijk is. Het gevolg van de nieuwe formule is dat er bij schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs veel eerder sprake van mogelijk bovenmatige reserves, omdat de meeste schoolbesturen geen eigen huisvesting hebben en de schoolbesturen gemiddeld kleiner zijn dan in andere onderwijssectoren. Inmiddels heeft ook STEV een brief ontvangen waarin wordt opgemerkt dat de vermogenspositie van STEV over 2019 boven de nieuwe signaleringswaarde uitkomt. Dat is dus conform de hierboven beschreven verwachting. STEV heeft ultimo 2019 een eigen vermogen van € 3.353.143.

Conform opdracht van het Ministerie wordt deze situatie besproken met de interne toezichthouder. Zoals bij de bespreking van het MJOP al is aangegeven, zal de componentenbenadering van de onderhoudsvoorziening leiden tot een eenmalige ophoging van die voorziening. We verwachten in dus een substantiele verschuiving van het eigen vermogen naar de onderhoudsvoorziening.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 13

Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2021 – 2025 In de meerjarenbegroting zitten een aantal uitgangspunten zoals die zijn benoemd in de kaderbrief. Het is opgedeeld in 1) algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden, 2) uitgangspunten voor de school begroting , 3) de uitgangspunten voor de gezamenlijke begroting.

Algemene uitgangspunten STEV hanteert bij de begroting een aantal algemene uitgangspunten. Dit zijn: 1. We begroten weloverwogen en realistisch en deze is na vaststelling taakstellend. Baten begroten we reëel en lasten als ze bekend zijn. a. Bij de baten maken we gebruik van de laatst bekende bekostigingsgegevens en bekende inkomsten van het samenwerkingsverband. b. Bij de berekening van de loonkosten maken we gebruik van de laatst bekende CAO, rekening houdend met de CAO regelingen, de bekende personele ontwikkelingen en de laatst bekende werkgevers en werknemers premies. . 2. In beginsel worden de middelen toegerekend aan de scholen. 3. De scholen delen naar rato van de omvang in de gezamenlijke kosten. 4. We zijn kritisch op wat efficiënter gezamenlijk kan of wat op schoolniveau passender is. 5. De schoolleider is integraal financieel verantwoordelijk voor het schoolbudget. 6. De bestuurder is verantwoordelijk voor het gezamenlijke budget en voor de STEV begroting. 7. STEV heeft op stichtingsniveau een reserve voor het afdekken van risico’s. De huidige reserve is ruim voldoende om alle risico’s af te dekken en om de continuïteit kunnen waarborgen.

Uitgangspunten schoolbudget Voor de materiële begroting op schoolniveau zijn de uitgangspunten: 1. In beginsel komen alle materiële baten toe aan de scholen, zoals de rijksbijdrage etc. 2. Bij nevenvestigingen en dislocaties worden de baten materiële instandhouding op basis van de totale leerlingenaantallen verdeeld over de vestigingen c.q. locaties. 3. Scholen zijn verantwoordelijk voor de begroting van hun materiële lasten. 4. De component “Onderhoud gebouw” uit de materiele instandhouding wordt ingezet voor gezamenlijke huisvestingskosten. 5. De component “Administratie, beheer en bestuur” uit de materiele instandhouding wordt ingezet voor gezamenlijke kosten. Dit zijn bijvoorbeeld de accountantskosten, de (AFAS) licenties, branche lidmaatschapskosten, materiële calamiteiten, kantoorkosten stafbureau etc.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 14

STEV hanteert bij de begroting de volgende uitgangspunten m.b.t. personeel: 1. Scholen begroten zelf hun overige personele lasten.(Deskundigheidsbevordering, inhuur externe, kosten voor kantine etc.) 2. Personele schoolexploitaties dienen meerjarig sluitend te zijn om financiële risico’s te voorkomen. 3. Vanuit de bekostiging personele lumpsum komt de bijdrage voor de salarislasten van het stafbureau. De bijdrage per school wordt berekend naar rato van de hoogte van de personele lumpsum van hetzelfde schooljaar. 4. Vanuit het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt een kostendekkende bijdrage gedaan t.b.v. gezamenlijk begroting. De bijdrage per school wordt berekend naar rato van de hoogte van de personele lumpsum van hetzelfde schooljaar. 5. Werkdrukmiddelen worden door de scholen ingezet in het schooljaar waarvoor de middelen bedoeld zijn. De middelen worden pas vrijgegeven als overeenstemming is met de P-MR over de gewenste inzet en na goedkeuring van CvB. 6. De loonkosten worden verhoogd met een dekking voor ziektevervanging en risico’s voor werkgeverslasten. 7. Er is uitgegaan van de per 1 oktober 2020 bekende personeelsbezetting. 8. Scholen dienen uit te komen met het beschikbare personele budget, gebaseerd op de werkelijke leerlingenaantallen van t-1.

Uitgangspunten gezamenlijke begroting Voor de gezamenlijke begroting en die van het stafbureau gelden de volgende uitgangspunten: a) Er moet zoveel mogelijk geld naar de scholen tenzij het gezamenlijk efficiënter of goedkoper kan. b) Samen kunnen we risico’s beter dragen dan elke school apart. Vanuit efficiëntie en verhoging van de effectiviteit bekostigen we de volgende activiteiten gezamenlijk: • • • • • •

Bestuur Kwaliteit Personeelszaken en professionalisering Financiële administratie Huisvesting en ICT AVG

De gezamenlijke begroting bestaat onder andere uit de volgende posten: • • • • • •

Gezamenlijk lasten voor scholing/professionalisering Verwachte fricties (zoals inhuur interimmers, calamiteiten) Verwachte transitievergoedingen en (ww-) uitkeringslasten Middelen voor extra impuls in kwaliteit Middelen voor impuls PR Middelen voor impuls ICT

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 15

•

Ziekteverzuim en samenhangende kosten zoals ARBO en vervanging. We zorgen gezamenlijk voor een laag ziekteverzuim, en we delen het risico van langdurige zieken.

Toekomstige landelijke ontwikkelingen Naast de eerder genoemde ontwikkelingen m.b.t. de CAO en wijzigingen in de bekostiging, worden hieronder een aantal andere relevante ontwikkelingen m.b.t. de meerjarenbegroting vermeld. Vereenvoudiging bekostiging Het voorstel voor vereenvoudiging van de bekostiging bevat op hoofdlijnen de volgende aanpassingen: • Het afschaffen van de gemiddelde gewogen leeftijd (GGL); • Verdwijnen van het verschil van het bedrag voor een onderbouw en bovenbouw leerling.; • De (groepsafhankelijke) materiële bekostiging wordt omgevormd tot één vaste voet plus een bedrag per leerling. Hierdoor wordt de groepsafhankelijke materiële bekostiging samengevoegd met de leerling afhankelijke materiële bekostiging; • De personele bekostiging gaat van schooljaar naar kalenderjaar, waarbij wordt uitgegaan van een teldatum per 1 februari voorafgaande aan het kalenderjaar (t-11 maanden). Voor de personele bekostiging per kalenderjaar 2023 wordt dan dus uitgegaan van de teldatum 1 februari 2022. De eerste doorrekening van deze nieuwe bekostigingssystematiek was voor STEV voordelig. De echte gevolgen zullen pas duidelijk worden op het moment dat de nieuwe bekostiging een feit is. Het wetsvoorstel zal naar verwachting begin 2021 in de Tweede kamer worden behandeld.

Aanpassing Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen zijn per 1 augustus 2020 toegewezen op basis van de achterstandsscores die worden berekend door het CBS. Die score wordt bepaald op basis van vijf kenmerken, zoals o.a. opleidingsniveau van de ouders, opleidingsniveau van alle moeders op school, aantal jaren wonend in Nederland en aantal gevallen van schuldhulpverlening. Deze factoren wijzigen per jaar en zijn niet inzichtelijk voor de school. De schoolweging wordt bekend gemaakt in het voorjaar van 2021. In deze begroting is de schoolweging van 2020 doorgetrokken naar de komende jaren. Er is een overgangsmaatregel getroffen om van het oude onderwijsachterstanden met gewichtengelden en impulsgebieden naar het nieuwe systeem met schoolweging te gaan. In die overgang worden de middelen in 3 jaar op- of afgebouwd naar de nieuwe situatie. Bij STEV nemen deze baten toe. Omdat de feiten niet bekend zijn, hebben we de mogelijke verhoging niet mee genomen in de meerjarenoverzichten.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 16

Meerjarenbegroting 2021 – 2025 exploitatieoverzicht inclusief toelichting Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2021-2025 realisatie 2019

Kalenderjaar

begroting 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdragen Overige baten Eindtotaal

Totaal baten € 12.810.319 € 12.207.478 € 12.462.507 € 308.965 € 295.000 € 351.848 € 46.027 € 66.613 € 108.892 € 13.165.311 € 12.569.091 € 12.923.247

Totaal lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Eindtotaal

€ 10.723.577 € 10.620.954 € 288.610 € 297.409 € 908.803 € 957.000 € 1.134.538 € 890.728 € 13.055.528 € 12.766.091

Saldo baten en lasten

€

109.783 €

-197.000 €

-194.000 €

6.000 €

6.000 €

6.000 €

6.000

Saldo financiele baten en lasten Financiele baten Financiele lasten Eindtotaal

€ € €

625 € 3.470 € -2.845 €

- € 3.000 € -3.000 €

- € 6.000 € -6.000 €

- € 6.000 € -6.000 €

- € 6.000 € -6.000 €

- € 6.000 € -6.000 €

6.000 -6.000

Resultaat

€

106.938 €

-200.000 €

-200.000 €

-0 €

-0 €

-0 €

-0

€ 12.285.674 € 12.279.557 € 350.848 € 349.848 € 108.892 € 108.892 € 12.745.414 € 12.738.297

€ 10.934.018 € 10.575.389 € 307.486 € 301.327 € 1.041.335 € 1.036.335 € 834.408 € 826.363 € 13.117.247 € 12.739.414

€ 12.337.119 € 12.500.707 € 349.848 € 349.848 € 108.892 € 108.892 € 12.795.859 € 12.959.447

€ 10.573.914 € 10.634.781 € 308.643 € 302.369 € 1.036.335 € 1.036.335 € 813.405 € 816.375 € 12.732.297 € 12.789.860

€ 10.794.412 € 288.901 € 1.036.335 € 833.800 € 12.953.447

De begroting voor 2021 komt uit op een negatief resultaat van € 200.000. Dit komt vooral door een stijging van de dotatie voor de onderhoudsvoorziening en andere hoge huisvestingskosten. Zoals hiervoor al is aangegeven zetten we in 2021 actief in op stappen om deze kosten naar beneden te brengen.

(Rijks)bijdragen OC&W De Rijksbaten zijn ten opzichte van de begroting 2020 licht toegenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de rijksbijdrage van 4,5%. Daartegenover staat ook een lagere rijksbijdrage doordat daling van de leerlingenaantallen. Vanaf kalenderjaar 2021 hebben we voor wat betreft de materiële bekostiging conform de toekenningen van OC&W de indexering met 1,2% aangepast ten opzichte van 2020.

BATEN 3.1.1 Normatieve rijksbijdragen 3.1.2 Overige subsidies OCW 3.1.3 Doorbetalingen Rijksbijdragen SWV 3.1 Rijksbijdragen

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2019 11.904.742 347.177 504.913 12.756.833

2020 11.484.763 302.715 420.000 12.207.478

2021 12.080.668 40.482 341.358 12.462.507

2022 11.979.940 5.000 300.733 12.285.674

2023 11.995.415 5.000 279.142 12.279.557

2024 12.055.678 2.917 278.525 12.337.119

2025 12.220.345 280.363 12.500.707

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 17

In de begroting 2021 wordt geen rekening gehouden met groei bekostiging. Ook hebben we voor de 1e opvang vreemdelingen geen bedrag opgenomen. Als er middelen worden ontvangen zal dat leiden tot extra kosten voor personeel om de vreemdelingen op te vangen. De ‘Doorbetalingen Rijksbijdrage’ betreffen de subsidies vanuit de verschillende samenwerkingsverbanden (Rijn & Gelderse Vallei, De Eem en Zeeluwe). De baten vanuit de samenwerkingsverbanden zijn lager begroot, omdat er minder leerlingen zijn. Daarnaast kunnen we nog geen inschatting maken ten aanzien van de arrangementen. Overige overheidsbijdragen De gemeentelijke bijdragen bestaan uit subsidies van diverse gemeenten. Het gaat dan vooral om begeleiding/passend onderwijs, taalklassen en loonkostensubsidie OOP. De huidige begroting is gebaseerd op de realisatie 2020 en de nu bekende beschikkingen en lopende aanvragen. Overige baten Onder de overige baten vallen onder andere de verhuurbaten en opbrengsten van medewerkers die we bij andere schoolbesturen detacheren. De verhuurbaten zijn gebaseerd op de lopende contracten. De overige baten zijn ingeschat op basis van de realisaties uit het verleden en huidig inzicht.

Personele lasten Hieronder staan de begrote lasten voor 2021. Hierbij valt op dat met name ´personele lasten´ (lonen en salarissen) in 2021 hoger zijn begroot t.o.v. 2020.

LASTEN Lonen en salarissen Overige personele lasten Personeelslasten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2019 9.695.104 1.164.755 10.859.859

2020 9.839.796 856.158 10.695.954

2021 10.116.606 892.413 11.009.018

2022 9.814.025 836.365 10.650.389

2023 9.813.343 835.572 10.648.914

2024 9.874.710 835.071 10.709.781

2025 10.033.907 835.505 10.869.412

Het verloop van de personele laten worden hieronder nader toegelicht. Lonen en salarissen De brutosalarissen, sociale lasten en pensioenlasten zijn begroot op basis van de nu geldende formatie, geaccordeerde toekomstmutaties en gebaseerd op de meest actuele cao en vastgestelde premies. De salarislasten omvatten alle betalingen en verplichtingen in het jaar ten behoeve van het personeel in loondienst. In het baten/lasten stelsel worden niet alleen de daadwerkelijke uitgaven, die gedurende het boekjaar worden gedaan, opgenomen, maar ook alle nabetalingen, vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen en (nog) te betalen sociale lasten, voor zover deze zijn toe te rekenen aan het boekjaar. In de volgende schooljaren is de formatie verlaagd zodat de scholen binnen de beschikbare ruimte blijven. Wel is een bedrag opgenomen om potentiële fricties op te lossen. De stijging van de salarislasten in 2021 ten opzichte van 2020 komt voornamelijk door een zogenaamd extern effect van de extra indexering van de salarissen. In de jaren daarna is meer sprake van een intern effect door de ontwikkeling van de aantallen fte’s. Hieronder een overzicht van het verwachtte fte verloop per kalenderjaar. Begroting 2021 concept 8 dec 2020 18

FTE (in dienst)

2021

2022

2023

2024

2025

Di recti e

11,73

11,73

11,73

11,73

11,73

Onderwi jzend pers oneel

95,45

90,51

89,30

88,46

89,18

Onderwi js onders teunend pers oneel

31,90

31,42

31,15

31,15

31,15

Totaal

139,08

133,67

132,17

131,34

132,06

Als we dat uitsplitsen op schooljaren krijgen we het volgende verloop. FTE (in dienst)

2020-2021

2021-2022

2022-2023

2023-2024

2024-2025

2025-2026

Directie

11,73

11,73

11,73

11,73

11,73

11,73

Onderwijzend pers oneel

98,60

91,03

89,79

88,61

88,26

90,48

Onderwijs onders teunend pers oneel

32,10

31,62

31,15

31,15

31,15

31,15

Totaal

142,43

134,39

132,66

131,48

131,13

133,36

Uit bovenstaande valt op te maken dat, wanneer we uitgaan van het beschikbare schoolbudget, er komend jaar 8 fte minder ingezet kan worden. Hierbij zijn strategische keuzes om frictiemiddelen bij te zetten nog niet besproken. In het verlengde van deze strategische keuzes verwachten we netto een beperkte daling aan fte. Mede gezien de situatie op de arbeidsmarkt en een aantal pensioneringen zullen we een mogelijke terugloop aan fte’s op natuurlijke wijze op kunnen vangen. Overige personele lasten Onder overige personele lasten zijn de niet rechtstreeks uit het salarissysteem betaalde lasten ondergebracht, zoals de lasten van inhuur derden voor o.a. ICT en huisvesting, cursuskosten (nascholing), teamontwikkeling, bedrijfsgezondheidszorg/Arbo en lasten voor outplacement. De overige personele lasten zijn verhoogd. Voor deskundigheidsbevordering is een bedrag begroot van € 291.102. Een deel van het scholingsbudget staat op de school begrotingen en deel van het budget staat bovenschools. In het bovenschools bedrag zijn middelen opgenomen voor 4 beleidsgroepen. Zoals al eerder is aangegeven is er daarnaast een bedrag van € 50.000 opgenomen voor de Academy. Andere posten zijn de kosten voor inhuur van derde waar een extra bedrag is opgenomen van € 40.000 voor eventuele fricties. Uitkeringen Onder ´uitkeringen´ vallen de WAZO uitkeringen van het UWV.

Deze zijn, mede op basis van de realisatie 2020, voor 2021 gelijk gehouden aan de begroting 2020.

Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door te kijken naar de gerealiseerde investeringen t/m 2020 en geplande investeringen 2021. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, worden tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2021:

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 19

2021

Investeringen Terreinen Gebouwen Meubilair Inventaris Hardware OLP totaal investeringen

€ € € € € € €

34.000 49.500 65.300 190.135 65.915 404.850

2022

€ € € € € € €

60.000 42.500 30.500 143.120 55.000 331.120

2023

€ € € € € € €

7.000 4.000 113.615 36.500 161.115

2024

€ € € € € € €

2.000 2.500 113.105 12.000 129.605

2025

€ € € € € € €

113.585 19.000 132.585

De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De investeringen van ICT zijn dit jaar hoger. Dit jaar is er goed gekeken naar de benodigde ICT middelen per school en op basis van die kennis zijn de investeringen over de komende 5 jaar verdeeld. De ICT-middelen worden in een gezamenlijk aanbesteding aangeschaft om een zo laag mogelijke prijs per product te krijgen. De investeringen die zijn vermeld in de categorie Gebouwen en inventaris betreffen onder andere verduurzamingsinvesteringen als zonnepanelen en LED verlichting. Onder de post gebouwen vallen onder andere bouwkundige aanpassingen op de Corlaer (in de gemeente Nijkerk) in verband met de slechte ventilatie. Eventuele mechanische ventilatie op de Corlaer is nog niet opgenomen, omdat er een landelijke regeling voor komt. Deze landelijke regeling richt zich op het verbeteren van de ventilatie op scholen waar deze niet op orde is en wordt nu uitgewerkt. De gemeente is aanvrager van de regeling die tot 1 juli 2021 loopt. Het Rijk subsidieert 30%, de overige 70% zal bijgedragen moeten worden door schoolbestuur en/of gemeente, in onderling overleg. Het is van belang dat de gemeente Nijkerk actief is op dit dossier omdat er een maximumbedrag per project beschikbaar is, gerelateerd aan het aantal leerlingen en de toekenning gebeurt op volgorde van binnenkomst.

Daarnaast is er een kleine aanpassing op de Regenboog. Als gevolg van een veel hogere voorgenomen investering in 2021, zijn de afschrijvingslasten per saldo in 2021 hoger dan in de begroting 2020.

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit onder andere de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting. Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2019 69.671 6.145 112.968 183.550 345.758 30.075 158.000 906.167

2020 85.700 8.000 81.500 143.000 352.800 28.000 227.000 926.000

2021 69.700 8.000 91.000 193.350 342.835 33.400 300.000 1.038.285

2022 69.700 8.000 86.000 193.350 342.835 33.400 300.000 1.033.285

2023 69.700 8.000 86.000 193.350 342.835 33.400 300.000 1.033.285

2024 69.700 8.000 86.000 193.350 342.835 33.400 300.000 1.033.285

2025 69.700 8.000 86.000 193.350 342.835 33.400 300.000 1.033.285

LASTEN Medegebruik Groot onderhoud Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie onderhoudsvoorziening Huisvestingslasten

Huren

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 20

Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2021 zijn in lijn met 2020. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte. Groot onderhoud Op basis van een meerjaren-onderhoudsplan wordt de meerjaren-voorziening groot onderhoud opgesteld. Aan deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een vaste dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening.

Kalenderjaar

realisatie

begroting

begroting

begroting

begroting

begroting

begroting

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand voorzieningen per 01-01

€

322.832 €

191.967 €

339.190 €

526.657 €

744.850 €

955.441 €

927.577

Dotati e voorz. groot onderhoud

€

158.000 €

227.000 €

300.000 €

300.000 €

300.000 €

300.000 €

300.000

-/- Onttr. voorz. groot onderhoud

€

-288.865

-79.777

€

-112.533

-81.807

-89.409

-327.864

€ -188.836

Stand per 31-12

€

191.967 €

339.190 €

526.657

927.577

1.038.741

€

€

744.850

€

955.441

€

De dotatie voor 2021 is € 300.000 per jaar. Dit is fors hoger dan de dotatie in 2020 van € 227.000. De oorzaak is dat we onze blik in het MJOP 15 jaar laten lopen tot en met 2036. Tot 2030 staat een bedrag van bijna € 169.000 per jaar. In de jaren 2030 tot 2036 is het gemiddelde jaar bedrag net iets meer dan € 600.000 per jaar. Dit zorgt ervoor dat de voorziening groot onderhoud in de komende jaren zal oplopen tot 1,5 mil. tot eind 2029. Zoals hierboven reeds aangegeven zullen we komende periode, in de lijn met de componentenbenadering, een nieuw MJOP moeten opstellen. Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten zijn hoger dan wat beschikbaar is. We kijken komend jaar kritisch naar deze kosten. Datzelfde geldt ook voor de energiekosten. Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht.

LASTEN Administratie en beheer Inventaris, apparatuur en leermiddelen Leer- en hulpmiddelen Overige instellingslasten Overige lasten

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2019 383.382 101.881 484.711 164.565 1.134.538

2020 335.753 68.815 410.037 76.123 890.728

2021 272.212 62.600 426.539 73.058 834.408

2022 270.912 62.600 420.716 72.135 826.363

2023 270.612 62.600 420.655 59.539 813.405

2024 270.612 62.600 423.192 59.971 816.375

2025 270.612 62.600 427.080 73.508 833.800

Administratie- en beheerslasten De lasten in deze rubriek zijn verlaagd. In 2021 gaan we over naar een nieuw kopieercontract, waardoor de kosten dalen met € 65.000. De overige posten zoals accountantskosten, deskundigenadvies, verzekeringen, telefoonkosten, portokosten etc. zijn min of meer gelijk gebleven.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 21

Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Het blijkt elk jaar weer dat het beschikbare materiële budget voor de scholen krap is. Mede door de forse daling van de kopieerkosten blijven vrijwel alle scholen binnen het beschikbare budget. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijsleerpakketten naar licenties en kosten software. Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten, waaronder ook de inzet op arrangementen. Die zijn voor 2021 op hetzelfde niveau begroot als in 2020.

Meerjarenbegroting 2021-2025 balans inclusief toelichting Meerjaren-balans Op basis van de realisatie en de meerjarenbegroting is onderstaande meerjaren-balans opgesteld. Kalenderjaar

2019

2020

2021

2022

2023

werkelijk

obv begroting

obv begroting

obv begroting

obv begroting

2024

2025

obv begroting obv begroting

1. Activa 1.2 Ma teri ël e va s te a ctiva * 1.3 Fi na nci ël e va s te a ctiva Vaste activa

€ 1.498.132 € 1.497.367 € 1.594.731 € 1.624.524 € 1.476.996 € 1.304.232 € 1.147.916 € - € - € - € - € - € - € € 1.498.132 € 1.497.367 € 1.594.731 € 1.624.524 € 1.476.996 € 1.304.232 € 1.147.916

1.5 Vorderi ngen 1.7 Li qui de mi ddel en Vlottende activa

€ 741.294 € 741.294 € 741.294 € 741.294 € 741.294 € 741.294 € 741.294 € 2.577.862 € 2.528.852 € 2.421.955 € 2.613.355 € 2.974.474 € 3.122.373 € 2.920.377 € 3.319.156 € 3.270.146 € 3.163.249 € 3.354.648 € 3.715.767 € 3.863.667 € 3.661.671

Totale Activa * waarvan gebouwen en terreinen

€ 4.817.288 € 4.767.513 € 4.757.979 € 4.979.172 € 5.192.763 € 5.167.898 € 4.809.586 110.455 185.295 207.580 252.865 238.150 223.435 208.720 6.300 6.300 7.000 7.600 7.600

2. Passiva 2.1 Ei gen vermogen 2.2 Voorzi eni ngen 2.4 Kortlopende s chul den

€ 3.353.143 € 3.153.143 € 2.953.143 € 2.953.143 € 2.953.142 € 2.953.142 € 2.953.142 € 250.375 € 400.598 € 591.065 € 812.258 € 1.025.849 € 1.000.985 € 1.115.149 € 1.213.770 € 1.213.770 € 1.213.770 € 1.213.770 € 1.213.770 € 1.213.770 € 1.213.770

Totale Passiva

€ 4.817.288 € 4.767.511 € 4.757.978 € 4.979.171 € 5.192.761 € 5.167.897 € 5.282.061

De balans ultimo 2021 is opgesteld vanuit de balans 2019 en de begroting 2020. Er is een stijging van de materiele vaste activa doordat we komend jaar investeren in ICT middelen. Daarna nemen de investeringen af. Doordat er ruimte ontstaat door minder uitgaven aan kopieerkosten, kunnen we deze ICT-investeringen doen. Kalenderjaar Materiele vaste activa per 01-01 Inves teri ngen -/- Afs chri jvi ngen Stand per 31-12

2019

2020

€ 1.495.678 € 1.498.134 € 291.066 € 284.759 € 288.610 € 285.526 € 1.498.134 € 1.497.367

2021

2022

€ 1.497.367 € 1.594.731 € 404.850 € 331.120 € 307.486 € 301.327 € 1.594.731 € 1.624.524

2023

2024

2025

€ 1.624.524 € 1.476.996 € 161.115 € 129.605 € 308.643 € 302.369 € 1.476.996 € 1.304.232

€ 1.304.232 € 132.585 € 288.901 € 1.147.916

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 22

De liquide middelen worden beïnvloed door de geprognosticeerde resultaten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen, de geplande investeringsuitgaven en de uitgaven vanuit het meerjaren-onderhoudsplan. Het eigen vermogen fluctueert daardoor met de geprognosticeerde resultaten.

Meerjaren-kasstroomoverzicht Op basis van de meerjaren-balans, het meerjaren-onderhoudsplan en het meerjareninvesteringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Onderstaand is de meerjaren-kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode. Dit is dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. Kalenderjaar

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

€

-194.000 €

6.000 €

6.000 €

6.000 €

6.000 288.901 114.164

Sa l do ba ten en l a s ten (excl . rente) Aanpassingen voor: - Afs chri jvi ngen - Mut. Voorzi eni ngen Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderi ngen - Kortlopende s chul den Kasstroom uit bedrijfsoperaties

€

109.783

€ €

288.610 € -184.257 €

285.526 € 150.223 €

307.486 € 190.467 €

301.327 € 221.193 €

308.643 € 213.591 €

302.369 € -24.864 €

€ € €

25.229 € 17.027 € 256.392 €

- € - € 238.749 €

- € - € 303.953 €

- € - € 528.520 €

- € - € 528.234 €

- € 741.294 - € -1.213.770 283.505 € -63.411

Ontva ngen i nteres t Betaa l de i nteres t Kasstroom uit operationele activiteiten

€ € €

625 -3.470 -2.845

€ € €

-3.000 -3.000

€ € €

-6.000 -6.000

€ € €

-6.000 -6.000

€ € €

-6.000 -6.000

€ € €

-6.000 -6.000

Inves t. i n ma teri ël e va s te a ctiva € -291.066 Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten € -291.066

€ €

-284.759 -284.759

€ €

-404.850 -404.850

€ €

-331.120 -331.120

€ €

-161.115 -161.115

€ €

-129.605 -129.605

€ -132.585 € -132.585

Mutatie liquide middelen

€

€

-49.010

€

-106.897 €

361.119 €

147.900

€ -201.996

Begi ns tand l i qui de mi ddel en Mutatie l i qui de mi ddel en Eindstand liquide middelen

€ 2.615.381 € 2.577.862 € 2.528.852 € 2.421.955 € 2.613.355 € 2.974.474 € 3.122.373 € -37.519 € -49.010 € -106.897 € 191.400 € 361.119 € 147.900 € -201.996 € 2.577.862 € 2.528.852 € 2.421.955 € 2.613.355 € 2.974.474 € 3.122.373 € 2.920.377

-37.519

€

-197.000

191.400 €

€ € €

-6.000 -6.000

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 23

De ontwikkeling van de liquiditeit is ruim voldoende. De ontwikkeling van de middelen maakt dat we negatieve rente moeten betalen over een deel van ons vermogen. Daardoor zijn de bankkosten gestegen. We gaan onderzoeken of schatkist bankieren in deze situatie een mogelijk voordeel kan opleveren. Meerjaren-kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doet te bepalen of er aanvullende acties noodzakelijk zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventueel signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Bij de analyse gebruikt de inspectie ter detectie van de risico’s een set kengetallen. De kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan hierna vermeld.

Bron: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/richtlijnen/2016/09/23/kengetallen-ensignaalwaarden-continuiteitstoezicht

In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2021 tot en met 2025 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjaren-balans.

Begroting 2021 concept 8 dec 2020 24

Kengetallen Kalenderjaar

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Signaleringsgrens Inspectie

Sol va bi l i tei t 1 (excl . voorzi eni ngen) Sol va bi l i tei t 2 (i ncl . voorzi eni ngen) Li qui di tei t Renta bi l i tei t Weers ta nds vermogen Hui s ves ti ngs ra ti o

69,6% 74,8% 2,7 0,8% 25,5% 6,3%

66,1% 74,5% 2,7 -1,6% 25,1% 6,5%

62,1% 74,5% 2,6 -1,5% 22,9% 7,2%

59,3% 75,6% 2,8 0,0% 23,2% 7,1%

56,9% 76,6% 3,1 0,0% 23,2% 7,1%

57,1% 76,5% 3,2 0,0% 23,1% 7,1%

55,9% 77,0% 3,0 0,0% 22,8% 6,4%

geen mi n. 30% > 0,75 > 0% (3 ja ri g) mi n 5% ma x 10%

Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. Onze liquiditeit ligt meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre een bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau van rond de 75% en is daarmee ruimschoots voldoende. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9642559/1