198882 Concept Kadernota 2022 GGD regio Utrecht rvs
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
198882
Onderwerp
Concept Kadernota 2022 GGD regio Utrecht
Besluit in raad
17 februari 2021
Portefeuillehouder(s)
Wethouder Vissers
Naam steller
Joyce van Rennes
Status / Vertrouwelijkheid
Openbaar
Voorgestelde beslispunten: 1. Geen zienswijze in te dienen op de concept Kaderbrief GGD regio Utrecht 2022; 2. De bijgevoegde reactiebrief aan het Dagelijks bestuur van de GGD regio Utrecht vast te stellen. Samenvatting van het voorstel In de kaderbrief worden specifiek de kaders vermeld die als basis dienen voor het uitwerken van de ontwerp begroting 2022. Daarnaast komen enkele ontwikkelingen aan bod. Het college adviseert de Raad om akkoord te gaan met de gehanteerde uitgangspunten van de kaderbrief 2022 en daarbij geen zienswijze in te dienen. Aanleiding De kaderbrief vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording. In de kaderbrief worden specifiek de kaders vermeld die als basis dienen voor het uitwerken van de ontwerp begroting 2022. De uiteindelijke cijfermatige effecten van kaderstelling, feitelijk de rekenexercitie waarmee onder meer de inwoner- en kind bijdrage wordt bepaald, volgt bij het maken van de ontwerpbegroting 2022. Tevens komen ontwikkelingen aan de orde, die van invloed zijn of kunnen zijn op de ontwerp begroting 2022. De begroting van GGDrU is een meerjarenprogrammabegroting met één programma: 'Publieke Gezondheid'. In de begroting wordt het programma Publieke Gezondheid verder uitgewerkt in ambities. De kaderbrief geeft de kaders aan voor één jaarschijf, hier 2022, en schetst de begrotingskaders in een meerjarenperspectief.
De begroting en de verantwoording (de jaarstukken) zijn volgens de regels van het BBV, waaronder de ‘drie W-vragen’ (Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen, wat gaat het kosten), aangevuld met een extra W-vraag ‘Wat gaan we meten’. Het college adviseert de raad om akkoord te gaan met de gehanteerde uitgangspunten van de kaderbrief 2022 en daarbij geen zienswijze in te dienen. Beoogd resultaat Kennisname en beïnvloeden van het gevoerde beleid van de verbonden partijen. Argumenten 1. Ontwikkelingen
1
1.1 Bestrijding van het coronavirus De algemene aanname is dat het coronavirus nog zeker langere tijd blijft. Dit betekent voor de werkzaamheden van de GGD dat het testen en contactonderzoek van mensen met klachten voorlopig door blijft gaan. Er wordt gewerkt met een aangepaste werkwijze van de corona-organisatie. Uitgangspunt hierbij is de coronawerkzaamheden te borgen binnen de organisatie, op een projectmatige en duurzame manier. De aangepaste coronaorganisatie betreft een (tijdelijke) structuur die past bij deze bijzondere situatie. Deze situatie betekent dat ook andere taken weer zijn opgepakt om andere risico’s voor de publieke gezondheid te voorkomen. 1.2 Impact coronavirus op de publieke gezondheid Herstelde patiënten kunnen blijven kampen met langdurige gezondheidsschade, zowel fysiek als psychisch. Ook de maatschappij als geheel heeft een forse impact te verwerken, niet alleen door de ziekte zelf en door uitgestelde niet-Corona zorg, maar ook door de psychische druk van alle inperkende maatregelen en door de enorme economische impact. 1.3 Rijksvaccinatieprogramma Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) blijft in ontwikkeling. Dit betekent dat ook in 2022 veranderingen komen in de uitvoering ervan.
In 2022 worden ook jongens (voorheen alleen meisjes) gevaccineerd tegen het Humaan Papiloma Virus (HPV).Tevens wordt voor zowel jongens als meisjes de vaccinatie vervroegd van de leeftijd van 13 jaar naar 10 jaar. Een uitbreiding van het RVP wordt in eerste instantie gefinancierd vanuit het RIVM. Na enige tijd wordt de financiering structureel opgenomen in het Gemeentefonds, zoals voor alle vaccinaties in het RVP geldt. Als er duidelijkheid is over het opnemen van vaccinaties in het RVP, en de daarbij horende verhoging van het Gemeentefonds, maakt GGDrU een schatting van de benodigde verhoging van de kind bijdrage. 1.4 Prenatale huisbezoeken Vanuit het landelijke actieprogramma Kansrijke Start wordt het prenatale huisbezoek wettelijk vastgelegd. Dat betekent dat gemeenten per 2021 een wettelijke verantwoordelijkheid krijgen om prenatale huisbezoeken in te kopen bij Jeugdgezondheidszorg, voor gezinnen die in een kwetsbare situatie zitten.
De wetswijziging zal niet eerder dan per 1 januari 2021 plaatsvinden en de inwerkingtreding heeft mogelijk uitloop tot juli 2021.(Baarn heeft dit programma nu opgenomen als maatwerkdienst) 1.5 Online dienstverlening jeugdgezondheidzorg Nieuwe technologie biedt ouders de mogelijkheid om meer aansluitend op hun behoeften contact te hebben met een professional van Jeugdgezondheidzorg: op andere tijden, vanuit andere locaties en op andere manieren. Bovendien zorgt digitalisering ervoor dat ouders en jongeren steeds meer online zijn en steeds meer online willen en kunnen doen. 1.6 Financieringssystematiek jeugdgezondheidzorg De huidige financieringssystematiek is niet goed houdbaar. De gevolgen zijn te vertalen in een structureel gemis van 3 fte aan jeugdartsen per jaar. Als de geboorteaantallen ook de komende jaren stabiel blijven, krijgen we een situatie waarbij GGDrU tien jaar lang elk jaar minder geld krijgt, terwijl de kosten minder hard afnemen. Dit zal een bespreekpunt zijn bij toekomstige ontwikkelingen en/of benodigde investeringen. 1.7 Psychische gezondheid van schoolgaande jeugd In het licht van de maatschappelijke opgave heeft de GGDrU de ambitie om activiteiten op het gebied van primaire preventie uit te bouwen. Er is namelijk veel psychische problematiek onder jongeren.
In regio Utrecht voelt 44% van de jongeren zich (zeer) vaak gestrest, blijkt uit de Jeugdmonitor van GGD regio Utrecht. Dit alles vraagt om een integrale en regionale aanpak. Hiervoor is -in deze faseprojectmatige financiële dekking nodig, waar de GGDrU naar op zoek gaan bij gemeenten (bijvoorbeeld in nieuw collectief maatwerk) en bijdragen van andere organisaties zoals zorgverzekeraars.
2
1.8 Seksuele gezondheid GGDrU is verantwoordelijk voor het bevorderen en beschermen van de seksuele gezondheid van de inwoners in de regio Utrecht. Er is een zeer laag budget vanuit de ASG regeling en de subsidieregeling PrEP voor regio Utrecht. De huidige ASG regeling loopt tot 2022. Samen met de ASG stuurgroep wordt gekeken naar andere mogelijkheden om prioriteit te geven aan de financiële knelpunten voor seksuele gezondheidszorg. 1.9 Ontwikkelingen op gebied van gezondheidsbevordering Het is niet zeker of de landelijke subsidie Gezonde School doorgaat na 2021. De subsidie voor Jong Leren Eten (makelaarsfunctie) en de subsidie Gezond in de Stad (GIDSgelden) lopen eind 2021 af. GGDrU wil samen met gemeenten optrekken om op zoek te gaan naar alternatieve financiering om preventie, gezondheids- en leefstijlbevordering steviger te verankeren. 1.10 Uitvoering gezondheidsmonitor Jeugd VO en monitor Jongvolwassenen De DPG raad heeft een onderzoeksvoorstel bij minister Hugo de Jonge ingediend om een vijfjarig onderzoeksprogramma uit te voeren naar de effecten van de crisis op gezondheid. Als de minister van VWS het onderzoeksvoorstel accordeert betekent dit dat een extra meting voor jongeren in 2021 wordt gefinancierd vanuit VWS. Gemeenten krijgen dan extra gegevens over het functioneren van de jeugd (o.a. in relatie tot Covid-19).
1.11 Ophoging steekproef volwassenen en seniorenonderzoeken 2024 Op verzoek van het algemeen bestuur van de GGDrU is de steekproef t.b.v. het gezondheidsonderzoek onder volwassenen en senioren in 2020 opgehoogd. De extra kosten voortkomende uit deze uitbreiding zijn betaald vanuit een reserve die was vrij gevallen (rond de €100.000). Samen met gemeenten wordt de komende periode verkend wat de wensen en mogelijkheden zijn voor een uitbreiding van de steekproef op wijkniveau voor het onderzoek in 2024. De resultaten hiervan worden besproken met het algemeen bestuur. 1.12 Nieuwe inburgeringswet per 2022 Om statushouders wegwijs te maken in het gezondheidszorgsysteem in Nederland heeft het team gezondheidsbevordering vier voorlichtingsmodulen ontwikkeld. Met de komst van de nieuwe inburgeringswet in januari 2022 kan GGDrU advies geven op grond van de ervaringen van de afgelopen jaren en gemeenten ondersteunen met o.a. preventieve en informerende voorlichtingen op diverse thema’s. 1.13 Ombuigingsplan In de afgelopen jaren heeft GGDrU een ombuigingsplan opgesteld met als doel om de basis op orde te brengen ten aanzien van de bedrijfsvoering. De recente actualisatie van het ombuigingsplan laat zien dat vanaf 2024 nog een jaarlijkse besparingsopgave van €59k resteert.
Gezien de omvang van dit bedrag wordt vooralsnog verwacht dat hiervoor binnen de beschikbare middelen van GGDrU een dekking kan worden gevonden. De verwachting is dat in maart 2021 nagenoeg alle intensiveringen en besparingen in redelijke mate bekend zijn. 2. Financieel kader De specifieke uitgangspunten en begrotingssystematiek worden beschreven die als basis dienen voor het uitwerken van de ontwerpbegroting 2022. 2.1 Algemeen * De begroting en verantwoording worden opgesteld conform de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en andere financiële wetgeving. * GGDrU draagt zorg voor een actuele tarievenlijst per begrotingsjaar. * De begroting wordt inclusief BTW opgesteld. De gemeenten krijgen na afloop van het begrotingsjaar een opgave van het bedrag aan BTW dat kan worden doorgeschoven naar het BTW- compensatiefonds. * De loonkosten worden begroot op de verwachte loonkosten voor het betreffende boekjaar. * Er wordt geen rente toegerekend aan het eigen vermogen. * De begrote rentelasten zijn gebaseerd op de aanwezige leningenportefeuille.
3
* Voor de vaststelling van de inwonerbijdrage voor de gemeenten wordt uitgegaan van het aantal inwoners op de stand per 1 januari 2020. * Voor vaststelling van de kind bijdrage voor de gemeenten wordt uitgegaan van het aantal kinderen in de leeftijd 0 tot 18 jaar op de stand per 1 januari 2020. * De omvang van de intensivering basistaken en maatwerk in de begroting 2022 is gebaseerd op een inschatting. Eventuele wijzigingen worden in een begrotingswijziging technisch verwerkt. * In de begroting 2022 worden alleen bestuurlijk genomen besluiten verwerkt, voor zover deze vóór 1 februari 2021 zijn vastgesteld. * De uitgangspunten rondom indexering worden gehanteerd totdat het bestuur besluit hiervan af te wijken. 2.2 Loonontwikkeling Voor de loonontwikkeling wordt de CAO-wijziging en de premieontwikkeling van het werkgeversdeel (pensioen- en sociale premies) als uitgangspunt genomen. In geval er nog geen CAO bekend is, dan wordt het loongerelateerde deel geïndexeerd met de percentage ‘loonvoet sector overheid’, zoals opgenomen in de meest recente circulaire van het gemeentefonds. Zodra daarna een nieuwe CAO bekend is, wordt een eventueel verschil tussen het toegepaste indexeringspercentage en het indexeringspercentage conform de nieuwe CAO meegenomen in de eerstvolgende op te stellen begroting(swijziging).
Op basis van de dan bekende cijfers wordt een getalsmatige doorkijk van bijdragen van individuele gemeenten voor basispakket en intensivering basispakket opgenomen in de kaderbrief. Loon- en/of premieontwikkelingen die nog niet zijn meegenomen in de begroting 2022 maar die wel betrekking hebben op het begrotingsjaar 2022 en latere jaren, worden via een begrotingswijziging op de begroting 2022 ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. Dit nadat de zienswijze procedure is doorlopen, conform de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU. 2.3 Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling wordt uitgegaan van het Bruto Binnenlands Product, zoals deze staan vermeld in de meest recente (in principe september) circulaire van het gemeentefonds ten tijde van het opstellen van de ontwerp begroting. Prijsontwikkelingen die nog niet zijn meegenomen in de begroting 2022 maar die wel betrekking hebben op het boekjaar 2022, worden via een begrotingswijziging op de begroting 2022 ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. Dit nadat de zienswijze procedure is doorlopen, conform de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU. 2.4 Maatwerktaken De indexering voor maatwerktaken en de intensivering van basistaken vindt plaats conform de kostenopbouw van het betreffende product.
Dat betekent dat de loongerelateerde kosten worden geïndexeerd met de CAO-wijziging en de premieontwikkeling van het werkgeversdeel (pensioen- en sociale premies) en de materieel gerelateerde kosten met de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Deze cijfers worden berekend door het Centraal Plan Bureau. In geval er nog geen CAO bekend is, dan wordt het loongerelateerde deel geïndexeerd met de percentage ‘loonvoet sector overheid’, zoals opgenomen in de meest recente circulaire van het gemeentefonds. Zodra daarna een nieuwe CAO bekend is, wordt, voor wat betreft de taken die door gemeenten worden afgenomen, een eventueel verschil tussen het toegepaste indexeringspercentage en het indexeringspercentage conform de nieuwe CAO meegenomen in de eerstvolgende op te stellen begrotings(wijziging). Bij het opstellen van een offerte voor een maatwerkopdracht wordt een kostprijs dekkend tarief in rekening gebracht. 2.5 Financiële uitgangspunten bestrijding coronavirus Het Rijk heeft via de VNG toegezegd gemeenten niet te korten op het Gemeentefonds wanneer taken die gemeenten bij de GGD hebben belegd en zijn gefinancierd via de gemeentelijke bijdrage door corona niet kunnen worden uitgevoerd door de GGD. Gemeenten mogen dan ook niet inwoner- en kind bijdrage terug vorderen bij de GGD wanneer de afgesproken dienstverlening door de GGD door corona niet is geleverd.
Voor maatwerk geldt bovenstaande niet. Wanneer de GGD door corona niet of minder aan uitvoering van maatwerktaken toekomt doordat medewerkers ingezet zijn op corona werkzaamheden, dan zal de GGD het tekort, dat hierdoor ontstaat, als gederfde inkomsten declareren bij VWS. Gemeenten krijgen dan ook na uitbetaling door VWS de eerder
4
overgemaakte bedragen teruggestort voor dat deel dat niet is geleverd. De genoemde lijn zal tot nader order en afhankelijk van de ontwikkelingen ook blijven gelden voor het begrotingsjaar 2022. 3. Begrotingssystematiek Voor de begroting 2022 worden vooralsnog dezelfde principes voor de bekostigingssystematiek gehanteerd, zoals deze ook voor de begroting 2021 zijn toegepast. Deze principes luiden: 1. voor de instandhouding van de taken die op het basis en basis-plus niveau worden uitgevoerd wordt aan de deelnemende gemeenten een inwonerbijdrage dan wel een kind bijdrage doorberekend, uitgezonderd Toezicht Kinderopvang (op tariefbasis) en een deel van de Forensische Geneeskunde (deel op tarief per verrichting); Kaderbrief 2022 voor de begroting 2022 GGD regio Utrecht- Pagina 9/23 2. voor de uitvoering van de taken die op het intensiveringniveau worden uitgevoerd alsmede maatwerktaken wordt per afnemende gemeente een prijsafspraak gemaakt, die wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. 4. Doorkijk verwacht financieel effect indexatie Conform de gestelde uitgangspunten in deze kaderbrief, is de inschatting van de gemeentelijke bijdrage in 2022 als basis de in juni 2020 vastgestelde begroting 2021-0 gebruikt.
Vervolgens is een inschatting gemaakt van de verwachte indexatie in 2022, dit leidt tot een gewogen gemiddelde verwachte indexatie in 2022 van 1,77% wat neerkomt op ruim €700.000. Verder is een inschatting gemaakt van de verwachte volumemutatie in 2022. Bij de meeste gemeenten is het effect van de gedaalde kind aantallen groter dan het effect van de gestegen inwoneraantallen. In Baarn is er minimaal sprake van een volumemutatie. Financiële risico's 1. Impact coronavirus De structurele impact van het coronavirus is lastig in te schatten en te onzeker om te vertalen in de cijfers van deze kaderbrief. De ontwikkelingen in de corona aanpak en aanwijzingen van het Rijk zijn van grote invloed op de af- en/ of opschaling van reguliere processen en de prioriteiten uit de bestuursagenda 2019-2023. De ontwikkelingen zijn moeilijk voorspelbaar en kunnen snel lopen. Met deze kaderbrief worden desalniettemin specifiek de kaders vermeld die bekend zijn en als basis dienen voor het uitwerken van de ontwerp begroting 2022.
2. Intensivering basistaken en Maatwerk De omvang van de intensivering basistaken en maatwerk in de begroting 2022 is gebaseerd op een inschatting. Voor deze inschatting wordt gebruik gemaakt van de gegevens over 2021, zoals deze in de maand januari 2021 bij GGDrU bekend zijn. De uiteindelijke werkelijke afname van intensiverings- en maatwerktaken voor het boekjaar 2022 kan dus afwijken van de bedragen, zoals nu wordt voorzien qua opname in de begroting 2022.
3. Loon- en/of premie-ontwikkelingen Loon- en/of premie-ontwikkelingen die nog niet zijn meegenomen in de begroting 2022 maar die wel betrekking hebben op het begrotingsjaar 2022 en latere jaren, worden via een begrotingswijziging op de begroting 2022 ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. Dit nadat de zienswijze procedure is doorlopen, conform de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU.
4. Prijsontwikkelingen Prijsontwikkelingen die nog niet zijn meegenomen in de begroting 2022 maar die wel betrekking hebben op het boekjaar 2022, worden via een begrotingswijziging op de begroting 2022 ter besluitvorming aan het algemeen
5
Bijlagen: 198752 Concept Kadernota 2022 GGD regio Utrecht bijlage 1 Concept Kaderbrief 2022 198752 Concept Kadernota 2022 GGD regio Utrecht bijlage 2 Brief Concept Kaderbrief 2022 198752 Concept Kadernota 2022 GGD regio Utrecht bijlage 3 Reactiebrief GGD regio Utrecht
7