CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

192148 Principeverzoek herontwikkeling omgeving Boemerang bijlage 2 Bomen effect analyse

Besluit in de Raad 27 januari 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Principeverzoek herontwikkeling omgeving Boemerang4.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COLOFON

Titel rapport

Bomen Effect Analyse Plataanlaan, Baarn

Status rapport

Definitief 15-07-2020

Projectnummer

JE0232020

Uw kenmerk

n.v.t.

Opgesteld voor

Dhr. R. de Vries. Eemnesserweg 58 3741 GB Baarn

Opgesteld door

ing. J. Eichholtz European Tree Technician De Boomingenieur Winston Churchillstraat 5 2631 AK Nootdorp 06 575 455 33 jorian@deboomingenieur.nl www.deboomingenieur.nl

© 2020 De Boomingenieur. Het is niet toegestaan dit rapport of delen ervan openbaar te maken, te verveelvoudigen of voor andere doeleinden te gebruiken zonder schriftelijke toestemming van De Boomingenieur.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-2-

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 1.2 Uitvoering ...................................................................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 4 2 Huidige situatie ......................................................................................................................... 5 2.1 Onderzoekslocatie ......................................................................................................................... 5 2.2 Planfase ......................................................................................................................................... 5 2.3 Bomenstatus en -gegevens ........................................................................................................... 6 3 Onderzoeksresultaten en beoordelingen ....................................................................................

8 3.1 Resultaten visuele inspectie .......................................................................................................... 8 3.2 Resultaten groeiplaatsbeoordeling ............................................................................................. 10 3.2.1 Profielkuil.................................................................................................................................. 10 3.2.3 Grondboring ............................................................................................................................. 11 3.3 Vochthuishouding ....................................................................................................................... 12 4 Effectenanalyse ....................................................................................................................... 13 4.1 Verwachte werkzaamheden........................................................................................................ 13 4.2 Te verwachten knelpunten.......................................................................................................... 14 4.2.1 Effect op wortelgestel ..............................................................................................................

14 4.2.2 Effect op stam en kroon ........................................................................................................... 14 4.2.3 Effect op groeiplaats ................................................................................................................ 14 4.2.4 Effect op vochtvoorziening....................................................................................................... 14 5 Conclusies en Aanbevelingen ................................................................................................... 15 5.1 Conclusies .................................................................................................................................... 15 5.2 Aanbevelingen ............................................................................................................................. 16

Bijlage 1 – Bomenstructuur gemeente Baarn Bijlage 2 – Resultaten visuele inspecti Bijlage 3 – Overzichtlocatie

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-3-

1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL In opdracht van de heer R. de Vries heeft De Boomingenieur een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Dit onderzoek is gericht op 17 bomen nabij de Plataanlaan te Baarn. Op het binnenterrein, omsloten door de Eemnesserweg, de Gaslaan, de Heuveloordstraat en de Plataanlaan, zijn plannen om 6 woningen te realiseren. Hiervoor dienen bomen verwijderd te worden, maar er dienen ook enkele bomen behouden te blijven. Dit betreffen de bomen op de aangrenzende percelen van het binnenterrein. De gemeente Baarn zou graag in een onderbouwt rapport terug willen zien hoe deze bomen duurzaam behouden kunnen blijven. U heeft aan De Boomingenieur gevraagd te onderzoeken wat de mogelijke effecten zijn van deze werkzaamheden op de bomen langs het binnenterrein. Een BEA is een gestandaardiseerde onderzoeksmethode om de mogelijke effecten van ruimtelijke ingrepen te beoordelen. De volgende vragen staan in deze BEA centraal:

  

Wat is de huidige conditie en kwaliteit van de bomen? Is duurzaam behoud van de bomen mogelijk met de voorgenomen werkzaamheden? Zijn er maatregelen of projectaanpassingen mogelijk om de bomen duurzaam te kunnen behouden?

1.2 UITVOERING Het veldwerk voor het onderzoek is uitgevoerd op maandag 6 juli 2020 door Jorian Eichholtz, boomtechnisch adviseur bij De Boomingenieur. Dit rapport bevat een uitwerking van de onderzoeksresultaten en de daaropvolgende conclusies en aanbevelingen.

1.3 LEESWIJZER Het rapport omschrijft in hoofdstuk 2 de huidige situatie. De boomgegevens en verdere bevindingen volgen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 volgt een analyse van de knelpunten op basis van de voorgenomen plannen, opgevolgd door hoofdstuk 5 met conclusies en aanbevelingen op basis van de onderzoeksresultaten.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-4-

2 HUIDIGE SITUATIE 2.1 ONDERZOEKSLOCATIE De onderzoeklocatie bevindt zich in Baarn, gelegen tussen de Plataanlaan, Eemnesserweg, Heuveloordstraat en de Gaslaan. Dit binnenterrein bestaat uit een deel tuinen van de Eemnesserweg 58, 60 en de Plataanlaan 1. De sloop van Plataanlaan 1 en een deel van de percelen van Eemnesserweg 58 en 60 vormen een nieuw bouwterrein voor een zestal woningen. De bomen die zijn opgenomen betreft alleen de bomen die zich in het projectgebied bevinden, en bomen waarvan er logischerwijs enige negatieve effecten te verwachten zijn op de voorgenomen werkzaamheden. In onderstaande afbeelding is het onderzoeksgebied aangegeven met een rode arcering.

Afbeelding 1: Onderzoekslocatie aangegeven met een rode arcering

2.2 PLANFASE Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende (project)tekening(en) en bron(nen):

Tekening: Van der Mark Advies. Schets onderzoekslocatie. Schaal n.v.t., datum verkregen: 17-06-2020.

Bomenbeleidsplan 2013-2023 Baarn.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-5-

2.3 BOMENSTATUS EN -GEGEVENS Bomenstatus De gemeente Baarn heeft in hun bomenbeleidsplan het volgende omschreven als het gaat om bomen en planologische ontwikkelingen: Planologische bescherming De bescherming van bomen start bij het planologische spoor. Via deze weg kan een zorgvuldige afweging van de bescherming van bomen worden geïmplementeerd, vanaf de start van projecten. De wijze waarop de planologische bescherming het beste vorm kan krijgen, zullen de sectie groenbeheer en het werkveld ruimtelijke ontwikkelingen gezamenlijk vaststellen. Het gaat daarbij om de bescherming van zowel de boom als van de het ondergrondse deel. De mate van de bescherming verschilt per element uit de bomenstructuur, zie bijlage 1. Bomenparagraaf: B&W maakt afweging Bij alle ruimtelijke en beheerplannen maakt de gemeente een bomenparagraaf. Dit geldt ook voor bestemmingsplannen voor particulieren, bedrijven, et cetera. De paragraaf maakt het mogelijk een belangenafweging te maken over de gevolgen van de plannen voor bomen. De afweging verschilt per element uit de bomenstructuur. Uitgangspunt is de bestaande bomen en bomenstructuur handhaven. Bomen maken op deze wijze nadrukkelijk onderdeel uit van de besluitvorming. Omgevingsvergunning onderdeel kappen Alle bomen in de bomenstructuur zijn waardevol.

Bij een verzoek tot kap van deze bomen is een zorgvuldige besluitvorming nodig en moet inspraak mogelijk zijn. De omgevingsvergunning is bedoeld als instrument om een zorgvuldig afgewogen besluit te nemen en de betrokken bewoners gelegenheid te geven om te reageren. De vergunning geldt zowel bij gemeentelijke bomen als bij bomen van derden. Beoordeling van de aanvraag gaat via onderstaand afwegingskader. Tabel 1: Afwegingskader te kappen bomen gemeente Baarn

Vergunningvrij Op het kapverbod gelden de volgende uitzonderingen: •

Bomen in kleine tuinen zijn over het algemeen niet bepalend voor het groene karakter van Baarn en kunnen over het algemeen niet tot hun volle wasdom komen. Deze zouden daarom zonder vergunning mogen worden gekapt. In de komende jaren zal worden uitgewerkt om welke perceelgrootte het daarbij kan gaan en op welke manier dit handhaafbaar gemaakt kan worden.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-6-

•

•

Gemeentelijke bomen van < 50 cm omtrek, of < 16 cm diameter (op 1,30 m) en bomen van derden met een stamomtrek < 78 cm, of < 25 cm diameter (op 1,30m) dragen ook nog niet bij aan het groene karakter. Dit zijn vaak bomen die in het verleden zijn aangeplant op plaatsen waar ze niet tot hun volle wasdom kunnen komen. De kap van deze bomen is daarom vergunningvrij. Uiteraard geldt dit niet voor jonge, herplante bomen en bomen in de bomenhoofdstructuur. De coniferen Thyja en Chamaecyparis, kweekgoed, fijnsparren niet ouder dan 12 jaar, bestemd als kerstboom.

Voor bomen die worden hergeplant na kap geldt een instandhoudingsplicht. De gemeente moet hierop toezien. Boomgegevens De boomgegevens kunnen als volgt worden samengevat:

Op de onderzoekslocatie staan 17 onderzochte bomen binnen de projectgrens, aangegeven op afbeelding 1, pagina 5.

Buiten de projectgrens zijn er gezien de afstanden geen negatieve effecten op bomen te verwachten.

Van de 17 onderzoeksbomen zijn er 4 met een stamdiameter van 25 centimeter of kleiner. Dit betreffen de bomen 12, 14, 15 en 17. Eén van deze onderzoeksbomen is een blauwspar (boomnummer 17) welke ooit als kerstboom gebruikt kan zijn. Dit betekent dat er 4 onderzoeksbomen vergunningvrij zijn.

Voor 13 onderzoeksbomen geldt dat zij niet kapvergunningvrij zijn, en er een kapaanvraag aangevraagd dient te worden als deze bomen niet zijn te handhaven.

De specifieke eigenschappen van de boom worden in hoofdstuk 3 beschreven. .

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-7-

3 ONDERZOEKSRESULTATEN EN BEOORDELINGEN Dit hoofdstuk beschrijft de uitkomsten uit de visuele inspectie, waarin alle bovengrondse delen van de onderzoeksbomen zijn beoordeeld. De groeiplaatsbeoordeling zal in een aparte paragraaf uiteen worden gezet in tabelvormen met een korte toelichting en fotomateriaal.

3.1 RESULTATEN VISUELE INSPECTIE Bij het visuele onderzoek worden de verschillende delen (kroon, stam en wortelvoet) van de bomen vanaf de grond beoordeeld op conditie1 en boomstructuur2 om een indruk te krijgen van de boomkwaliteit3 en -veiligheid. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Visual Tree Assessment (VTA) en de Integrierte Baum Analyse (IBA). Met behulp van deze methodes kan op grond van zichtbare kenmerken eventuele gebreken of signalen die duiden op verborgen gebreken beoordeeld worden. Voor een goede beoordeling van de boomkwaliteit worden tevens de onderhoudstoestand4 en levensverwachting5 geschat, uitgaande van ongewijzigde ondergrondse groeiomstandigheden. In bijlage 2 zijn bovengenoemde onderzoekspunten uiteengezet. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Van de 17 onderzoeksbomen verkeren er 6 in goede conditie, 7 in een redelijke conditie, 2 in een matige conditie en 2 in een slechte conditie.

De kwaliteit van 10 onderzoeksbomen is als goed, voor 3 redelijk, voor 2 matig en voor de overige 2 is de kwaliteit als slecht beoordeeld.

De toekomstverwachting is voor 13 bomen goed, wat inhoudt dat zij nog minimaal 15 jaar in de huidige omstandigheden kunnen doorgroeien. Voor 2 bomen is de toekomstverwachting matig en voor 2 bomen is deze slecht. Dit betreft de bomen 3 en 9. Zij hebben een toekomstverwachting van nog geen 5 jaar.

Er zijn 5 bomen aangemerkt waarin veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Dit betreffen de bomen 3, 4, 5, 9 en 11. Voor de bomen4, 5, 9 en 11 geldt een onderhoudssnoei binnen 6 maanden vanwege afgestorven takken en/of kroonsterfte (afbeelding 2). Boom 3 heeft een dusdanige slechte kwaliteit, dat uitval binnen zeer korte tijd aannemelijk is. Daarnaast bevat de boom veel afgestorven gesteltakken die kunnen uitbreken. Bij deze boom geldt de veiligheidsmaatregel: vellen binnen 6 maanden (afbeelding 3).

Boom 2 bevat een holte in een gesteltak. Deze holte dient binnen 6 maanden te worden gecontroleerd op zijn restwand, zodat de kans op takbreuk kan worden ingeschat (afbeelding 4).

1 De conditie is de toestand van een boom op het moment van opname en wordt visueel, vanaf de grond bepaald. Beoordeeld worden o.a.

bladgrootte, bladkleur, bladbezetting, vertakkingpatroon, scheutlengte, knopbezetting en hoeveelheid afgestorven takken, mate van wondovergroeiing, etc. Ook worden symptomen die wijzen op eventuele aantastingen door insecten, bacteriën of schimmels beoordeeld. 2 De boomstructuur heeft betrekking op de stabiliteit en breukgevoeligheid van de boom. Hierbij worden de bomen geïnspecteerd op

gebreken die duiden op stabiliteitsproblemen of verhoogde breukgevoeligheid. 3

Bij het bepalen van boomkwaliteit speelt niet alleen esthetiek een rol, maar ook de duurzaamheid en stevigheid van de boom. Deze factoren hangen nauw samen met de conditie en structuur (stabiliteit en breukgevoeligheid) van de boom. De volgende kwaliteitsklassen worden onderscheiden: goed, redelijk, matig en slecht. 4 Bij de beoordeling van de onderhoudstoestand wordt gekeken naar de benodigde snoeimaatregelen om tot een aanvaard boombeeld te

komen. Hierbij wordt met name gelet op de aanwezigheid van afgestorven takken of mogelijk (toekomstige) ‘probleemtakken’ zoals plakoksels of te laaghangende takken voor een normale afwikkeling van verkeer. De volgende klassen worden onderscheiden: aanvaard, regulier, achterstallig of verwaarloosd. 5 De levensverwachting wordt opgemaakt uit een combinatie van factoren. De boomsoort, leeftijd, conditie en eventueel aanwezige aantastingen spelen hierbij een belangrijke rol. Ook de boven- en ondergrondse groeiruimte zijn factoren die in de beoordeling van de levensverwachting worden meegenomen. De inschatting wordt gedaan uitgaande van onveranderde groeiplaatsomstandigheden. De volgende klassen worden onderscheiden: slecht (< 5 jaar), matig (5 – 10 jaar), redelijk (10 – 15 jaar) en goed (> 15 jaar).

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-8-

Afbeelding 2: Kroonsterfte in boom 9

Afbeelding 3: Boom 3 in slechte conditie

Afbeelding 4: Holte in gesteltak. Breukgevoeligheid dient te worden ingeschat

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-9-

3.2 RESULTATEN GROEIPLAATSBEOORDELING Bij het beoordelen van groeiplaats is gekeken naar de hoeveelheid en samenstelling van de beworteling, de opbouw van de bodem en de grondwaterstand rondom de onderzoeksbomen. Tevens spelen de voorgenomen werkzaamheden een rol in het bepalen van de locatie van het groeiplaatsonderzoek. Zo worden de afstanden van bijvoorbeeld de entree naar de nieuwe woningen nauwkeurig bepaald tot aan de dichtstbijzijnde onderzoeksboom. De beoordeling is mogelijk gemaakt door het graven van een profielkuil en het maken van een grondboring (bijlage 3). 3.2.1 PROFIELKUIL De profielkuil is op circa 3,3 meter vanuit het hart van boom 4 gegraven. Op deze locatie komen aanpassingen in het maaiveld te liggen in verband met het mogelijk maken toegang te geven tot de garage van de te bouwen bebouwing. Onder de tegelverharding bevindt zich een circa 10 centimeter dikke laag humusarm, zeer fijn, straatzand met een zeer extensieve beworteling. De beworteling wordt eigenblijk alleen tegen de onderzijde van de trottoirtegels aangetroffen. Vanaf 15 centimeter onder maaiveld wordt humusarm, uiterst fijn lichtbruin zand aangetroffen. De beworteling is intensief aanwezig, met wortels tot een diameter van 9 centimeter. Onderstaande tabel geeft de resultaten van de profielkuil schematisch weer. Tabel 2: Resultaten profielkuil Diepte cm-/-ov

Bodemprofiel

Humusgehalte

Grondfractie Beworteling (volgens NEN 5104)

0-4

Trottoirtegel

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4 - 15

Straatzand

Humusarm

Zeer fijn

Zeer extensief

15 - 60

Lichtbruin zand

Humusarm

Uiterst fijn

Intensief

Afbeelding 5: Locatie profielkuil

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

Opmerkingen Enige wortelopdruk Haarwortels alleen tegen onderzijde trottoirtegels Wortels tot Ø 9 cm

Afbeelding 6: Detail profielkuil

- 10 -

3.2.3 GRONDBORING Aan de achterzijde op het perceel van Plataanlaan 1 is een grondboring gemaakt. Dit om het bodemprofiel te staven en eventueel grondwater (indicatief) op te nemen, en zo te bepalen tot welke diepte de boomwortels uiterlijk kunnen groeien. De grondboring heeft een geringe diepte van circa 60 centimeter. Dieper boren is onmogelijk vanwege het losse droge zand, dat uit de grondboor wegzakt tijdens het ophalen. De eerste 20 centimeter onder maaiveld bestaat uit humusarm, uiterst fijn, licht bruin/grijs zand. Daarna wordt deze laag opgevolgd door humusarm, uiterst fijn lichtbruin zand. Tijdens het boren zijn er veel haarwortels mee omhoog gekomen door de gehele laag heen. Tabel 3: Resultaten grondboring Diepte cm-/-ov

Bodemprofiel

Humusgehalte

Grondfractie (volgens NEN 5104)

Beworteling Opmerkingen

0 - 20

Licht bruin/grijs zand

Humusarm

Uiterst fijn

Intensief

20 - 60

Lichtbruin zand

Humusarm

Uiterst fijn

Intensief

In het boormateriaal zaten relatief veel haarwortels In het boormateriaal zaten relatief veel haarwortels

Afbeelding 7: Locatie grondboring

Afbeelding 8: Detail grondboring Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 11 -

3.3 VOCHTHUISHOUDING Inzicht in de vochthuishouding is van belang om in te kunnen schatten op welke manier de bomen in hun vochtbehoefte worden voorzien. De bewegingen van het grondwater kennen van nature een jaarlijkse regelmaat waarbij het grondwater zich beweegt tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Er wordt onderscheid gemaakt in:

  

Hangwaterprofiel; Grondwaterprofiel; Contactprofiel.

Hangwaterprofiel: Bij hangwaterprofielen is er in de bewortelde zone geen grondwaterinvloed. De afstand van de grondwaterspiegel tot de bewortelde zone is te groot voor opstijging van vocht. De precieze afstand is afhankelijk van de grondsoort en wel van de mate van capillaire opstijging en de bewortelbare diepte. Grondwaterprofiel: Bij grondwaterprofielen is er het hele jaar door grondwaterinvloed in de bewortelde zone. De grondwaterstand zakt in principe niet dieper weg dan de kritieke stijgafstand. Hierdoor wordt het voor de verdamping van de boom onttrokken water continu aangevuld vanuit het grondwater. Contactprofiel: Bij contactprofielen is er een deel van het jaar grondwaterinvloed in de bewortelde zone. Aan het begin van het groeiseizoen is de grondwaterstand nog zodanig hoog dat voldoende capillair vocht wordt geleverd. Bij het wegzakken van het grondwater in de loop van de zomer kan het contact van de capillaire opstijging met de bewortelde zone verbroken worden. Hierdoor zijn de bomen aangewezen op de neerslag en de vochtvoorraad in de bewortelde zone. Tijdens het veldwerk op maandag 6 juli 2020 is er geen grondwater aangetroffen of sporen daarvan. Via de https://www.grondwatertools.nl/ zijn er geen peilbuizen aangetroffen in dichte nabijheid van de onderzoekslocatie. De dichtstbijzijnde peilbuis staat/stond ter hoogte van de Lindenlaan.

Daarna staan de peilbuizen nog verder weg, zoals aan de Breitnerstraat en de Sophialaan. Data van deze peilbuizen geven een zeer sterk uiteenlopend beeld aan het de grondwaterstand. Echter kan er worden aangenomen dat het grondwater gemiddeld op meer dan 2 meter onder maaiveld ligt. De onderzoeksbomen staan op een hangwaterprofiel.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 12 -

4 EFFECTENANALYSE In dit hoofdstuk worden de effecten die de realisatie van de plannen hebben op de kwaliteit van de bomen beschreven en beoordeeld.

4.1 VERWACHTE WERKZAAMHEDEN De geplande werkzaamheden in het projectgebied zijn als volgt:

Afbreken huidige bebouwing;

Bouwrijp maken projectgebied;

Bouwen nieuwbouw, inclusief aanleggen ondergrondse infrastructuur.

Onderstaande afbeelding geeft een schets aan van de nieuw te bouwen woningen, inclusief de standplaats van de bomen:

Afbeelding 9: Schetsontwerp, locatie nieuwe bebouwing. Bron: Van der Mark Advies

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 13 -

4.2 TE VERWACHTEN KNELPUNTEN In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de effecten per onderdeel van de onderzoeksbomen. Zo wordt er onderscheidt gemaakt in de effecten op het wortelgestel, stam en kroon, groeiplaats en de vochtvoorziening. 4.2.1 EFFECT OP WORTELGESTEL Voor de effecten op het wortelgestel van de onderzoeksbomen worden per werkzaamheid de verwachten knelpunten genoemd: Afbreken huidige bebouwing Het afbreken van de Plataanlaan 1 zal via de voorzijde uitgevoerd worden. De meeste bomen staan met hun kroon buiten het af te breken gebouw. Met de juiste voorzorgsmaatregelen kan het afbreken van de bebouwing plaatsvinden met een percentage wortelverlies6 van 10%. Bouwrijp maken projectgebied, en bouwen nieuwbouw inclusief ondergrondse infrastructuur Het bouwrijp maken van het terrein zorgt voor wortelverlies bij alle onderzoeksbomen. De onderzoeksbomen 1, 2, 7 en 16 staan op de toekomstige ontsluiting van de woningen met de Plataanlaan. Deze toegang zal ook veelvuldig gebruikt worden als toegang voor materiaal en materieel voor de aanleg van de woningen. Wortelverlies van meer dan 40% wordt hier ingeschat. Dit percentage wortelverlies draagt bij aan verhoogde stabiliteitsrisico’s en een structurele achteruitgang in conditie en toekomstverwachting. Voor de bomen 3, 4 en 5 geldt dat zij op circa 4,5 meter vanuit de nieuwe bebouwing komen te staan.

Hierbij dient een werkruimte van circa 2 meter bij opgeteld te worden, waardoor de werkzaamheden binnen 2,5 meter vanuit de wortelkluit van deze bomen wordt uitgevoerd. De werkzaamheden zullen bijdragen aan wortelverlies van 25 tot 30%. Dit percentage draagt bij aan structurele conditievermindering en een verlaagde toekomstverwachting. Boom 6 staat op circa 10 meter vanuit de nieuwe bebouwing. Wortelverlies zal minder dan 10% bedragen. Dit heeft nauwelijks gevolgen voor de boom. De bomen 8 tot en met 15 en 17 komen nagenoeg in de nieuwe bebouwing te staan. Deze bomen zijn onhoudbaar gezien de werkzaamheden. 4.2.2 EFFECT OP STAM EN KROON Tijdens alle werkzaamheden is de kans op schade aan de stam en kroondelen van de bomen verhoogd. Voor de bomen die gehandhaafd blijven zijn beschermende maatregelen nodig. De werkzaamheden zullen in aangepaste vorm plaats moeten vinden. 4.2.3 EFFECT OP GROEIPLAATS Tijdens de werkzaamheden is de kans op structuurbederf en te hoge mate van bodemverdichting van de groeiplaats verhoogd. Hierdoor worden de boomwortels ernstig beperkt in groei en opname van water en voedingsstoffen. Dit heeft structurele conditievermindering als gevolg. 4.2.4 EFFECT OP VOCHTVOORZIENING De bomen in het onderzoeksgebied staan op een hangwaterprofiel.

Hierdoor wordt er geen negatief effect op de vochtvoorziening van de te handhaven bomen verwacht bij eventuele bronbemaling tijdens de bouw. 6

Percentage wortelverlies

  

< 10 % wortelverlies: Geen of nauwelijks gevolgen 10-25 % wortelverlies: Conditievermindering 25-40 % wortelverlies: Structurele conditievermindering en verlaagde toekomstverwachting 40 % wortelverlies: Stabiliteitsrisico’s, bomen zijn met huidige habitus niet duurzaam te behouden

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 14 -

5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies en aanbevelingen getrokken:

5.1 CONCLUSIES In deze conclusies wordt antwoord gegeven op de drie onderzoeksvragen, welke gesteld zijn in de inleiding. De conclusies worden gegeven op basis van de resultaten van dit onderzoek.

Op de onderzoekslocatie staan 17 onderzochte bomen binnen de projectgrens, aangegeven op afbeelding 1, pagina 5.

Buiten de projectgrens zijn er gezien de afstanden geen negatieve effecten op bomen te verwachten.

Van de 17 onderzoeksbomen zijn er 4 met een stamdiameter van 25 centimeter of kleiner. Dit betreffen de bomen 12, 14, 15 en 17. Eén van deze onderzoeksbomen is een blauwspar (boomnummer 17) welke ooit als kerstboom gebruikt kan zijn. Dit betekent dat er 4 onderzoeksbomen vergunningvrij zijn.

Voor 13 onderzoeksbomen geldt dat zij niet kapvergunningvrij zijn, en er een kapaanvraag aangevraagd dient te worden als deze bomen niet zijn te handhaven.

Wat is de huidige conditie en kwaliteit van de bomen?

Van de 17 onderzoeksbomen verkeren er 6 in goede conditie, 7 in een redelijke conditie, 2 in een matige conditie en 2 in een slechte conditie.

De kwaliteit van 10 onderzoeksbomen is als goed, voor 3 redelijk, voor 2 matig en voor de overige 2 is de kwaliteit als slecht beoordeeld.

De toekomstverwachting is voor 13 bomen goed, wat inhoudt dat zij nog minimaal 15 jaar in de huidige omstandigheden kunnen doorgroeien. Voor 2 bomen is de toekomstverwachting matig en voor 2 bomen is deze slecht. Dit betreft de bomen 3 en 9. Zij hebben een toekomstverwachting van nog geen 5 jaar.

Er zijn 5 bomen aangemerkt waarin veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Dit betreffen de bomen 3, 4, 5, 9 en 11. Voor de bomen4, 5, 9 en 11 geldt een onderhoudssnoei binnen 6 maanden vanwege afgestorven takken en/of kroonsterfte. Boom 3 heeft een dusdanige slechte kwaliteit, dat uitval binnen zeer korte tijd aannemelijk is. Daarnaast bevat de boom veel afgestorven gesteltakken die kunnen uitbreken. Bij deze boom geldt de veiligheidsmaatregel: vellen binnen 6 maanden.

Boom 2 bevat een holte in een gesteltak. Deze holte dient binnen 6 maanden te worden gecontroleerd op zijn restwand, zodat de kans op takbreuk kan worden ingeschat.

Is duurzaam behoud van de bomen mogelijk met de voorgenomen werkzaamheden?

De sloopwerkzaamheden kunnen via de voorzijde van de Plataanlaan 1 worden uitgevoerd. Met zorgvuldig handelen kunnen de bomen tijdens het sloopproces gehandhaafd blijven.

De bomen 1, 2, 7 en 16 zullen bij het aanleggen van de ontsluiting meer dan 40% wortelverlies ondervinden. Alternatieven zijn geen optie. De bomen kunnen niet duurzaam in stand worden gehouden.

De bomen 3, 4 en 5 staan binnen 2,5 meter van de bouwwerkzaamheden. Hier wordt een minimaal wortelverlies van 25 tot 30% verwacht. Dit percentage wortelverlies draagt bij aan

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 15 -

structurele conditievermindering en een verlaagde toekomstverwachting. De bomen kunnen niet duurzaam in stand worden gehouden.

Boom 6 staat op circa 10 meter van alle voorgenomen werkzaamheden. Door rekening te houden met deze boom kan het percentage wortelverlies gereduceerd worden tot minder dan 10%. Dit percentage wortelverlies is acceptabel voor duurzaam behoud van deze boom.

De bomen 8 tot en met 15 en 17 komen in of op slechts een meter vanuit de nieuwe bebouwing te staan. De realisatie van de bebouwing draagt bij aan meer dan 40% wortelverlies en forse stam- en kroonschades. De bomen zijn niet duurzaam in stand te houden.

Algemene conclusies

Bij het opstellen en in gebruik nemen van materiaal en materieel is de kans op schade aan de stam en kroondelen verhoogd. Dit geldt ook voor de overige bomen in de omgeving. Deze werkzaamheden dienen in aangepaste vorm plaats te vinden.

De kans op structuurbederf van de groeiplaats van alle onderzoeksbomen is verhoogd. Zwaarder materieel en materiaal kunnen voor verdichting zorgen. Dit geldt ook voor de overige bomen in de omgeving. Deze werkzaamheden dienen in aangepaste vorm plaats te vinden.

De bomen in en rond het projectgebied staan op een hangwaterprofiel. Eventuele bronbemaling in het groeiseizoen heeft geen negatief effect op de vochtvoorziening van de bomen.

5.2 AANBEVELINGEN In onderstaande aanbevelingen wordt antwoord gegeven op de vraag: Welke maatregelen of projectaanpassingen zijn nodig om de bomen duurzaam te kunnen behouden?

Zonder grootschalige projectaanpassingen zijn er geen mogelijkheden voor het duurzaam in stand houden van de onderzoeksbomen 1 tot en met 5 en 7 tot en met 17.

Geadviseerd wordt de bomen 1 tot en met 5 en 7 tot en met 17 voor aanvang van de sloopactiviteiten te verwijderen. Op deze wijze ontstaat er meer ruimte voor de sloop, waardoor er sneller gewerkt kan worden naar de volgende fase. In de fases na de sloop zijn de genoemde bomen toch al niet meer te handhaven.

Boom 6 kan duurzaam in stand worden gehouden. Door rond de kroonprojectie bouwhekken neer te zetten voor alle werkzaamheden, wordt betreding hierbinnen voorkomen, en zal er geen stam- en kroonschades worden verwacht. Wortelschade leiden tot een wortelverlies van minder dan 10%.

Wortels ø > 4 cm die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, en niet van de onderzoeksbomen 1 tot en met 5 en 7 tot en met 17 zijn, en niet gehandhaafd kunnen blijven, worden deskundig afgezaagd. Indien er tijdens de werkzaamheden grotere wortels afgezet dienen te worden, dan dient een boomtechnisch adviseur ingeschakeld te worden. De adviseur beslist ter plaatse of de wortel al dan niet kan worden afgezet.

Werkzaamheden binnen de kroonprojectie van overige bomen wordt niet aanbevolen. De werkruimte binnen de projectgrenzen zijn voldoende om de woningen te realiseren. Het bouwterrein dient vooraf goed te worden uitgezet.

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

- 16 -

BIJLAGE 1 – BOMENSTRUCTUUR GEMEENTE BAARN

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-2-

BIJLAGE 2 – RESULTATEN VISUELE INSPECTIE

Boomnr.

Boomnaam (Wetenschappelijk)

Boomnaam (Nederlands)

Standplaats

Takvrije Stamdiameter Boomhoogte Kroondiameter stam in in cm in m in m m 51 18 - 24 8 8

Onderhoudstoestand

Conditie

Kwaliteit

Toekomstverwachting Zorgplicht

Tilia x europaea

Gewone linde

Verharding

2

Acer saccharinum

Zilveresdoorn

Verharding

3

Quercus rubra

Amerikaanse eik

Verharding

90

12 - 15

10

4

Achterstallig

Slecht

Slecht

Slecht (0 tot 5 jaar)

Vellen

Ailanthus altissima Acer platanoides

Hemelboom

Verharding

85

15 - 18

14

8

Achterstallig

Redelijk

Redelijk

Goed (> 15 jaar)

Onderhoudssnoei 6 maanden

Afgestorven takken

Noorse esdoorn

Verharding

53

15 - 18

9

8

Achterstallig

Goed

Goed

Goed (> 15 jaar)

Onderhoudssnoei 6 maanden

Afgestorven takken

Onderhoudssnoei 6 maanden

Kroonsterfte

Onderhoudssnoei 6 maanden

Kroonsterfte

4 5

18 - 24

18

8

Aanvaard

Goed

Goed

Goed (> 15 jaar)

Redelijk

Matig

Goed (> 15 jaar)

Opmerkingen

1

87

Aanvaard

Urgentietermijn

6

Acer platanoides

Noorse esdoorn

Verharding

64

15 - 18

15

8

Aanvaard

Goed

Goed

Goed (> 15 jaar)

7

Tilia x europaea

Gewone linde

Beplanting

45

15 - 18

8

4

Aanvaard

Redelijk

Goed

Goed (> 15 jaar)

8

Tilia x europaea

Gewone linde

Beplanting

41

15 - 18

7

8

Aanvaard

Redelijk

Goed

Goed (> 15 jaar)

9

Tilia x europaea

Gewone linde

Beplanting

40

15 - 18

8

12

Achterstallig

Slecht

Slecht

Slecht (0 tot 5 jaar)

10

Tilia x europaea

Gewone linde

Beplanting

77

15 - 18

6

4

Aanvaard

Goed

Redelijk

Goed (> 15 jaar)

11

Acer platanoides ‘Cucullatum’ Noorse esdoorn

Beplanting

60

15 - 18

10

8

Achterstallig

Matig

Matig

Matig (5 tot 10 jaar)

12

Tilia x europaea

Beplanting

20

9 - 12

9

3

Aanvaard

Goed

Goed

Goed (> 15 jaar)

Gewone linde

13

Taxus baccata

Venijnboom

Beplanting

30

6-9

11

2

Aanvaard

Redelijk

Redelijk

Goed (> 15 jaar)

14

Taxus baccata

Venijnboom

Beplanting

25

6-9

7

1

Aanvaard

Redelijk

Goed

Goed (> 15 jaar)

15

Taxus baccata

Venijnboom

Beplanting

15

6-9

5

1

Aanvaard

Redelijk

Goed

Goed (> 15 jaar)

16

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

Beplanting

35

12 - 15

8

4

Aanvaard

Matig

Goed

Matig (5 tot 10 jaar)

17

Picea pungens

Blauwspar

Beplanting

20

12 - 15

5

1

Aanvaard

Goed

Goed

Goed (> 15 jaar)

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

Nader onderzoek 6 maanden

Holte in gesteltak

6 maanden

-3-

BIJLAGE 3 – OVERZICHTLOCATIE

Bomen Effect Analyse – Plataanlaan, Baarn

-2-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9558883/1