CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

192107 Verklaring van geen bedenkingen hondenuitlaatplaatsen landgoed Pijnenburg Beantwoording technische vraag BOP

Besluit in de Raad 27 januari 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen hondenuitlaatplaatsen Landgoed Pijnenburg377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan Onderwerp

: Gemeenteraad : Beantwoording technische vraag BOP over monitoring kwaliteit van het terrein voor Hondenuitlaatplaatsen

Van Datum

: Wethouder Jansma : 25 januari 2021

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, De fractie van BOP heeft tijdens de raadsvergadering van 13 januari jl. bij de behandeling van het onderwerp “Verklaring van geen bedenkingen hondenuitlaatplaatsen Landgoed Pijnenburg” een technische vraag gesteld. Middels deze brief beantwoorden wij uw vraag. Vraag: Kan monitoring van de natuurwaarden, en het effect van de aanwezigheid van HUPpen op deze natuurwaarden, als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning of anderszins worden geborgd? Antwoord: Het is op basis van art 2.22 Wabo mogelijk om voorschriften aan een vergunning te verbinden. Deze voorschriften moeten wel ruimtelijk relevant zijn. In het geval van natuurwaarden kan, zeker gezien de aanwezigheid van de aanduiding als NNN gebied, worden gesproken over ruimtelijke relevantie. De vraag is echter of dit ook het geval is voor monitoring van deze natuurwaarden. Een voorwaarde is enkel aan een vergunning te verbinden als het voldoen aan deze voorwaarde uitvoering van de vergunning mogelijk maakt. In de vergunning zal de voorwaarde worden opgenomen dat uitvoering van de in de vergunning opgenomen activiteiten geen onevenredige schade aan de aanwezige natuurwaarden mag veroorzaken.

Verder zal in de vergunning worden verwezen naar de gedragscode bosbeheer, een door de staatssecretaris van EZ goedgekeurde gedragscode welke reeds door de landgoedeigenaar wordt gehanteerd. Deze gedragscode is erop gericht dat werkzaamheden op een zodanig zorgvuldige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding plaatsvindt van de verboden van de Flora- en faunawet. Bij de aanvraag zijn documenten overhandigd waaruit blijkt dat handelingen worden uitgevoerd conform deze gedragscode. Wij zijn het met u eens dat het voor alle betrokken partijen van belang is om de langetermijneffecten van de aanwezigheid van de hussen te monitoren ten aanzien van o.a. bodemkwaliteit en de biodiversiteit. Waar het aankomt op monitoring van deze facetten is het niet mogelijk om dit als voorwaarde in de vergunning op te nemen.

1

Wel zullen wij in overleg treden met de landgoedeigenaar om te bezien hoe deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Middels een RIB kunnen wij u op de hoogte brengen van dit overleg.

Ik ga ervan uit dat uw vragen hiermee voldoende beantwoord zijn.

Met vriendelijke groet,

Erwin Jansma wethouder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9674023/1