CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

191869 Tweede wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 bijlage 2 Tekst huidige APV Baarn 2019 (1)

Besluit in de Raad 27 januari 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Tweede wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 201921.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het verbod is niet van toepassing op: a.

b. 5.

situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

In afwijking van het bepaalde in het eerste en vierde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.

Artikel 5:16 [vervallen]

Afdeling 4 Standplaatsen

Artikel 5:17 Definitie

1.

In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel

2.

diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.

b.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. 2. 3.

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a.

de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke

b.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de

eisen van welstand; of

gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

4.

Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de dagen, aantallen en locaties van de

5.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer,

6. 7.

standplaatsen.

de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.

De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20 [vervallen]

Artikel 5:21 [vervallen]

Afdeling 5 Snuffelmarkten

Artikel 5:22 Definitie

1.

In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld

2.

of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a.

b.

een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. 2. 3.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1.

Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te

plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of

plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en 2.

3. 4. 5.

onderhoud van het openbaar water.

Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent

karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de

Provinciale vaarwegenverordening, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2015 gemeente Baarn (AVOI).

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. 2.

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b. 3.

beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet

algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de

Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of de provinciale verordening bescherming natuur en landschap. 4.

5.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,

volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikel 5:26 [vervallen]

Artikel 5:27 [vervallen]

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,

bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of 2.

sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van

Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het

zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.

Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5:31A [vervallen]

Artikel 5:32 Crossterreinen 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een

wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te

doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

b. c. 3.

het voorkomen of beperken van overlast;

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrechts, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.

2.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor

recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

het voorkomen van overlast;

c.

de veiligheid van het publiek.

b. 3.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden

het eerste lid bedoeld; uitgevoerd;

d. e. 4.

terreinen als in het eerste lid bedoeld;

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

b. 5.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

binnen de bij of krachtens de provinciale milieuverordening aangewezen stiltegebieden ten

aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Afdeling 8 Vuurverbod

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de

2.

Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van

Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. toepassing op: a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

b. 3.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en

van de flora en fauna.

onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.

Artikel 5:34A Verbod carbid te schieten 1.

2. 3.

Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (carbid te schieten).

Het college kan onder voorwaarden ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor carbid schieten buiten de bebouwde kom indien: a.

gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter; en

c.

het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en

b. d. e. f.

de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en

het gebruik plaatsvindt tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar; en

er wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en de betreffende locatie is gelegen op een afstand van ten minste: o

75 meter van woonbebouwing; en

o

300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en

o

300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden.

g.

het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal.

4.

Het bepaalde in het tweede en derde lid is niet van toepassing op door het college ter voorkoming

5.

Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt

van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, aangewezen plaatsen. voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 9 As verstrooiing

Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele as verstrooiing verstaan: het verstrooien van as als bedoeld in de

Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1.

2. 3.

Incidentele as verstrooiing is verboden op: a.

verharde delen van de weg;

b.

gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as verstrooiing plaatsvindt.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder

4.

a.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele as verstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Afdeling 10 Overige bepalingen

Artikel 5:38 Detectorverbod 1. 2.

Het is verboden zich anders dan met vergunning van het college met een metaaldetector te bevinden binnen door het college aangewezen gebieden.

Het verbod is niet van toepassing op degene aan wie ingevolge artikel 40 van de Monumentenwet 1988 een opgravingsvergunning is verstrekt.

Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met

2.

openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, tweede lid.

3.

gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete,

Artikel 6:2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de

2.

Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

ambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of

krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Baarn 2018 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 7 juni 2019. De eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 27 februari 2020.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9558911/1