191869 Tweede wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 bijlage B Toelichting op Wijzigingsbesluit
Tekst van het document
Toelichting tweede wijziging APV 2019 Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit De definitie in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (hierna: RVV 1990) eindigt op wagens. De uitzondering maakt duidelijk dat kleine wagens geen voertuig zijn. Rolstoelen zijn een uitzondering op gehandicaptenvoertuigen zoals genoemd in de definitie in het RVV 1990. Artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit Dit artikellid is verplaatst naar de verordening Fysieke Leefomgeving Baarn. Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit Redactionele verbetering. Artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit Redactionele verbetering. Artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit Redactionele verbetering. Artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit Verduidelijking dat het niet over het gelijktijdig aanwezigen, maar het totaal aantal aanwezigen gaat. Artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit Een melding evenement is bedoeld voor kleinere, niet commerciële activiteiten. Door de toevoeging van lid f moet voor elk evenement waar eten, (alcoholhoudende) drank of andere goederen verkocht wordt, een vergunning worden aangevraagd.
Artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit Zevende lid: Aanpassing aan de formulering van slecht levensgedrag, op basis van de jurisprudentie. Achtste lid: Redactionele verbetering. Artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel worden het tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd aan artikel 2:26. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers.
Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV.
Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit Dit lid regelt een algemeen verbod op het nuttigen van alcohol op openbare plaatsen, op of aan het openbaar water en in een voor publiek toegankelijk gebouw indien het nuttigen hinderlijk gedrag of overlast oplevert voor omstanders.
Bij daadwerkelijke verstoring van de openbare orde kunnen op grond van artikel 2 van de Politiewet 1993 bevelen tot verwijdering worden gegeven.. Soms (als bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat flesjes worden stukgegooid) zal optreden mogelijk zijn aan de hand van artikel 424 van het WvSr (baldadigheid). De hantering van deze wetsbepalingen is in de praktijk echter niet eenvoudig. Er bestaat daarom behoefte aan dit artikel, waardoor optreden in wat men zou kunnen noemen de “voorfase” – dus het bier drinken op bepaalde plaatsen – mogelijk wordt. Artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt na artikel 2:50 ingevoegd artikel 2:50b (nieuw). Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26. In artikel 2:50b wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een antisamenloopbepaling (tweede lid). Artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet zijn aangelijnd.
Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg,
zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit Het komt ons voor dat het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen zou moeten gelden. Uit onze toelichting in artikel 1:1 op openbare plaats: het verblijf op die plaats [mag] niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden zijn. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip ‘openbare plaats’. ‘Een voor het publiek toegankelijk gebouw’ voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is dus ook een openbare plaats. Eigenaren/exploitanten van stadions enz. en gemeentehuis’ moeten zelf reguleren. Artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit Redactionele verbetering. Artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking hebben we ‘één’ vervangen door ‘een’.
Artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen verletterd. Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Artikel 3:7, eerste lid, onder b, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. (Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.) Artikel I, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit De verwijzing naar artikel 3:7 is aangepast door de verlettering in dat artikel. Artikel I, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit Dit artikel is met name bedoeld om milieuvervuiling door zwerfafval tegen te gaan en dierenleed te voorkomen. Niet papieren confetti en serpentines blijven als zwerfafval achter op de weg, in het openbaar groen en in het water. De wind verspreidt het vaak over een groot gebied. Dit zwerfafval vervuilt het milieu.
Het vergaat namelijk niet en valt nauwelijks op te rapen of op te ruimen, waardoor het heel lang aanwezig blijft. Daarnaast veroorzaakt het dierenleed als dieren het opeten. Artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit Er zijn gemeenten met een terrein (in het buitengebied) waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om
hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast hebben wij het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd. Artikel I, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit Door dit onderdeel aan artikel 5:34A toe te voegen ontstaat er een meldingsplicht voor het afschieten van carbid tijdens oud en nieuw. Op die manier is in het kader van toezicht op de openbare orde en veiligheid beter zicht te houden op wie deze activiteit, wanneer, op welke locatie uit voert. Artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit Dit artikellid is verplaatst naar de verordening Fysieke Leefomgeving Baarn. Artikel I, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit Deze artikelen zijn verplaatst naar de verordening Fysieke Leefomgeving Baarn. Artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit Correctie van de verwijzing naar het juiste artikel in de verordening Fysieke Leefomgeving Baarn. Artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit Correctie van de verwijzing naar de juiste artikelen in de verordening Fysieke Leefomgeving Baarn.