CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1446356 Peiling UPLG en POVI bijlage 1 Ontwerp omgevingsvisie 16-12-2025

Oordeelsvorming in de raadscommissie 11 februari 2026, gemeente BaarnBij agendapunt: Peiling Zienswijze Provinciale omgevingsvisie en UPLG38.583 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Ontwerp wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht 16 december 2025 Deze PDF is niet de rechtsgeldige versie van de Ontwerp Omgevingsvisie. De rechtsgeldige versie kunt u raadplegen in het Omgevingsloket.

faew

faew

Voorwoord Een nieuwe woonwijk, natuurverbinding, vervoersknooppunt of hoogspanningsstation – een omgevingsvisie moet tastbaar worden en richting geven aan het snelgroeiend aantal inwoners in onze provincie. Ook zij willen hier straks prettig en gezond wonen, werken en recreëren. En dat er meer mensen naar onze centraal gelegen provincie komen is niet vreemd. Ons groene landschap is veelzijdig, onze cultuurhistorie groot en onze steden zijn aantrekkelijk en innovatief. Maar voor het behoud en versterking van deze eigenschappen, moeten we nú de grote uitdagingen aanpakken. En de urgentie is hoog. Want waar onze natuur herstel nodig heeft, hebben onze inwoners huizen nodig. En ook hoe we straks boeren, energie opwekken of ons wapenen tegen klimaatextremen: het vereist aanpassingsvermogen, schaarse ruimte én het maken van lastige keuzes. In de Omgevingsvisie maken we deze keuzes. Toekomstgerichte keuzes, gemaakt omdat we onze bestuurlijke verantwoordelijk nemen en ons geen stilstand kunnen veroorloven. Keuzes gemaakt in nauwe samenwerking met partners, die we hard nodig hebben bij de uitvoering ervan. Ik ben dan ook dankbaar voor het meedenken en -werken van overheden, ondernemers, inwoners, instellingen en organisaties én jongeren zoals bij Jong Utrecht aan Zet.

Door verschillende belangen een stem te geven, hebben zij ervoor gezorgd dat deze Omgevingsvisie is verbeterd en zich heeft ontwikkeld in lijn met veranderende prioriteiten, nieuwe inzichten en actuele ontwikkelingen. Zo zijn natuurherstel, woningbouw en de aanpak van netcongestie nú broodnodig. En omdat juist ons buitengebied hierbij een sleutelrol speelt, bundelen we onze aanpak daarvoor in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Maar ruimte voor ontwikkeling maken we ook in onze bruisende steden en dorpen. Door te kiezen voor groen in en om de stad, voorzieningen op fiets- of loopafstand en het ondersteunen van vernieuwende ondernemers en jong talent. Zo zetten we onze regio wereldwijd op de kaart als dé regio voor ‘life sciences, health and sustainability’. Door onze natuur te herstellen en onze landbouw te verduurzamen, creëren we een robuust watersysteem dat bodemdaling, wateroverlast en droogte het hoofd biedt. En door ons energienetwerk uit te breiden, faciliteren we woningbouw, innovatieve bedrijvigheid en schone mobiliteit en leveren we onze bijdrage aan de klimaataanpak. Meer nog dan voorheen kiezen we met deze Omgevingsvisie voor diversiteit als kracht. Elk gebied in Utrecht heeft iets eigens te bieden, en juist die verscheidenheid helpt ons om uitdagingen op te pakken en kansen te benutten.

Zo zijn onze steden het meest geschikt voor grootschalige woningbouw en nieuwe OV-knooppunten, terwijl we in het Groene Hart en Eemland juist goed bodemdaling kunnen remmen. En waar we in het Kromme Rijngebied de vruchtbare landbouwgronden koesteren, gaan we op zowel de Utrechtse Heuvelrug als in de Gelderse Vallei aan de slag met natuurherstel en recreatieontwikkeling. We maken met deze vernieuwde Omgevingsvisie dus werk van maatwerk, door slim te combineren en concentreren. Want het is uiteindelijk op lokaal niveau dat je energie opwekt en huizen bouwt. Waar je water opslaat en natuurgebieden verbindt. Op lokaal niveau werken en leven we in Utrecht samen. In de meest bruisende, groene en aantrekkelijkste regio van Europa. Ook in de toekomst. Huib van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie Omgevingsbeleid, Energietransitie, Milieu en Bestuur

Afbeelding 1. College van Gedeputeerde Staten provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht, 2023)

2 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Samenvatting De eerste Omgevingsvisie provincie Utrecht verscheen op 1 april 2021. Destijds schreven we in de inleiding dat het woord omgevingsvisie abstract klinkt, maar eigenlijk concreet is: Het gaat over een heel eenvoudige vraag: hoe willen we dat onze provincie er in 2050 uitziet? Vier jaar later hebben we ons antwoord op die vraag geactualiseerd. In deze gewijzigde Omgevingsvisie staat hoe de provincie Utrecht tussen nu en 2050 ruimte maakt in de leefomgeving voor verschillende functies: water, bodem, klimaat, natuur, landbouw, energie, circulariteit, bereikbaarheid, wonen, werken, recreatie, gezondheid, erfgoed en cultuur. Niet alles kan tegelijkertijd en niet alles kan overal. Daarom hanteren we bij onze keuzes concentreren, combineren en prioriteren als centrale uitgangspunten. We gaan zorgvuldig om met de schaarse ruimte en waar mogelijk landen meerdere functies op één plek. We kiezen per gebied voor integrale oplossingen die op de toekomst van mens, omgeving en welvaart gericht zijn. Ook houden we rekening met wat er lokaal speelt. Daarbij behouden en versterken we de bestaande Utrechtse ‘kwaliteiten’. Dat zijn elementen die van grote waarde zijn voor onze provincie, zoals de natuurwaarden op de Utrechtse Heuvelrug en in onze Natura-2000 gebieden, het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en de bel met zuiver zoetwater onder de Utrechtse Heuvelrug.

Voor nu én later Onze veelzijdige landschappen en natuurgebieden, ons prachtige cultuurhistorische erfgoed en onze leefbare steden en dorpen maken onze provincie aantrekkelijk om in te wonen, te werken, te ontmoeten en te ontspannen. Dat willen we zo houden en versterken: Utrecht moet ook in 2050 een gezonde, veilige en toekomstbestendige provincie zijn. Daarvoor is het nodig dat we een aantal uitdagingen nú aangaan. Deze opgaven worden beschreven per thema en per gebied.

Samenwerking We gaan in samenwerking met andere partijen aan de slag met deze opgaven. Daarbij bieden we ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten, vanuit de gedachte ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’. Deze gewijzigde Omgevingsvisie is dan ook tot stand gekomen in overleg met gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners. Zij zijn in een vroeg stadium betrokken. Net als bij de eerste Omgevingsvisie zijn we ook specifiek met jongeren in gesprek gegaan.

Zeven thema’s We onderscheiden zeven beleidsthema’s: ▪ Klimaatbestendig en waterrobuust - In 2050 is en blijft de provincie klimaatbestendig en waterveilig door het bodem- en watersysteem te versterken en de (gebouwde) omgeving klimaatrobuust in te richten (dat noemen we “water en bodem sturend”). Het toenemende zoetwatertekort als gevolg van klimaatverandering hebben we kunnen beperken. Ook is het grond- en oppervlaktewater van goede kwaliteit en zijn er voldoende schone bronnen voor drinkwater. ▪

Toekomstbestendige natuur en landbouw - Natuur en biodiversiteit in het landelijk gebied en in de stad zijn hersteld door condities te verbeteren, de gebieden te verbinden en de gebieden te vergroten. De agrarische sector schakelt over naar rendabele kringlooplandbouw en is in 2050 rendabel en ‘natuurinclusief’. Als provincie ondersteunen we deze transitie naar een duurzame landbouw.

▪

Duurzame energie en circulaire samenleving - In 2040 is de energievoorziening klimaatneutraal en in 2050 wekken we voldoende duurzame energie op om in elk geval te kunnen voorzien in de behoefte van de gebouwde omgeving. Netcongestie is opgelost door het versterken en uitbreiden van de energieinfrastructuur, het stimuleren van netbewust bouwen en duurzame opwek van energie. Het energiesysteem is in alle facetten op orde en toekomstbestendig en we zijn in 2050 een circulaire samenleving. 3

Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

▪

Goede bereikbaarheid - In 2050 is er een samenhangend netwerk van fiets-, ov- en wegverbindingen. Steeds meer inwoners lopen en fietsen, gebruiken het ov of kiezen voor een deelauto. Samen met de nabijheid van functies zorgt dit voor een duurzame, gezonde en veilige bereikbaarheid in de hele provincie, ondanks de toegenomen drukte door groei.

▪

Vitale steden en dorpen - We kunnen alle inwoners voldoende, betaalbare, passende en toekomstbestendige woonruimte bieden, in een leefomgeving waarin het fijn wonen en leven is. Ook zorgen we voor voldoende toekomstbestendige werklocaties. De woon- en werklocaties zijn goed bereikbaar, hebben voldoende (recreatief) groen in de omgeving en zijn circulair en klimaatbestendig.

▪

Gezonde omgeving en vrije tijd - In 2050 is de kwaliteit van de leefomgeving gezond en veilig. Daarvoor willen we de milieukwaliteit verbeteren en de blootstelling aan een minder goede milieukwaliteit beperken. We zorgen ook voor een aantrekkelijke omgeving. We behouden en versterken goede en aantrekkelijke recreatieve voorzieningen, leggen nieuwe groene recreatiegebieden aan en zorgen dat de omgeving uitnodigt tot bewegen.

▪

Levend landschap, erfgoed en cultuur - Ons landschap is ook over vijfentwintig jaar aantrekkelijk en gevarieerd. We koesteren, beschermen en benutten ons erfgoed en de cultuurhistorische waarden. We dragen bij aan een sterke en toegankelijke cultuursector en laten cultuur meegroeien met de bevolkingsgroei.

Zes gebieden ‘Gebiedsgericht samenwerken’ (met partijen kijken wat in een gebied nodig is en actie ondernemen) en oog voor lokaal maatwerk zijn belangrijk. De uitvoering van ons omgevingsbeleid vindt in verschillende samenwerkingsverbanden plaats binnen zes gebieden in de provincie. Meer nog dan voorheen kiezen we voor diversiteit als kracht. Elk gebied in Utrecht heeft andere kenmerken, kwaliteiten en opgaven. Juist die verscheidenheid helpt om gezamenlijk ambities gebiedsgericht te realiseren, kansen te benutten en met spanningen om te gaan. In deze Omgevingsvisie geven we per gebied aan wat de samenhangende opgaven zijn die we met voorrang willen oppakken, zoals: ▪

Stedelijk netwerk Utrecht: realiseren van woningen, werkplekken en voorzieningen; zorgen voor bereikbaarheid, elektriciteit en drinkwater; en mee laten groeien van groen en water.

▪

Groene Hart: afremmen van bodemdaling in combinatie met stimuleren van rendabele kringlooplandbouw; versterken van natuur- en weidevogelleefgebieden; en bieden van ruimte voor een duurzaam energiesysteem.

▪

Kromme Rijngebied en Schalkwijk: koesteren van vruchtbare en goede landbouwgronden; versterken van recreatieve verbindingen; en benutten van mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling.

▪

Utrechtse Heuvelrug: beperken van droogte en wateroverlast; versterken van natuur, landschap en cultuurhistorisch erfgoed; en vergroten van recreatiemogelijkheden.

▪

Eemland: versterken van weidevogelleefgebieden in combinatie met agrarisch natuurbeheer; versterken van recreatieve verbindingen; en zorgvuldig ruimtelijk inpassen van energie-infrastructuur en stedelijke ontwikkeling.

▪

Gelderse Vallei: herstellen van beekdalen; verbeteren van natuur en bevorderen van een gezonde leefomgeving in combinatie met extensiveren en verduurzamen van (niet) grondgebonden veehouderij; en realiseren van woningen, werkplekken en voorzieningen.

4 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Inhoud Voorwoord

2

Samenvatting

3

1.

Inleiding

8

1.1

Introductie

8

1.2

Leeswijzer Omgevingsvisie

10

2.

Visie

13

2.1

Utrechtse kwaliteiten en positionering

13

2.2

Toekomstperspectief: provincie Utrecht in 2050

17

Basis

23

3.1

Sturingsfilosofie

23

3.2

Uitgangspunten voor ons Omgevingsbeleid

24

3.3

Omgevingskwaliteit

26

3.4

Provinciale belangen

27

Beleid

33

4.1

Leidende principes

33

4.2

Klimaatbestendig en waterrobuust

38

4.3

Toekomstbestendige natuur en landbouw

55

3.

4.

4.3.1

Rijke en veerkrachtige natuur in een natuurinclusieve samenleving

56

4.3.2

Duurzame landbouw

64

4.4

Duurzame energie en circulaire samenleving

74

4.4.1

Duurzame energie

75

4.4.2

Circulaire samenleving

82

4.5

Goede bereikbaarheid

91

4.6

Vitale steden en dorpen

103

4.6.1

Wonen en volkshuisvesting

104

4.6.2

Economie

112

4.7

Gezonde omgeving en vrije tijd

119

4.7.1

Milieu en gezondheid

120

4.7.2

Recreatie, toerisme, sport en bewegen

127

4.8

Levend landschap, erfgoed en cultuur

132

4.8.1

Aantrekkelijke landschappen

132

4.8.2

Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed

136

4.9

Omvang opgaven

146

5 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

5.

Gebieden

156

5.1

Stedelijk netwerk Utrecht

157

5.2

Groene Hart

165

5.3

Kromme Rijngebied en Schalkwijk

174

5.4

Utrechtse Heuvelrug

179

5.5

Eemland

187

5.6

Gelderse Vallei

193

Uitvoering

202

6.1

Samenwerking

202

6.2

Participatie

205

6.3

Uitvoering via Omgevingsverordening, programma’s en andere instrumenten

205

6.4

Monitoring en evaluatie

208

6.5

Financiële en andere randvoorwaarden

209

6.6

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

210

Participatie en onderzoek

212

7.1

Totstandkoming

212

7.2

Participatie

212

7.3

Ontwerpend onderzoek

215

7.4

Proces richting vaststelling

215

7.5

Milieueffectrapport

215

6.

7.

Bijlagen

218

I.

Overzicht informatieobjecten

218

II.

Overzicht kaarten, tegels en collages

220

III.

Verklarende woordenlijst

223

IV.

Gebiedsontwikkeling Rijnenburg

232

Colofon

234

6 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

1. Inleiding Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 hoofdstuk 1 - Update van teksten - Aantal alinea’s verplaatst naar hoofdstuk 7

1.1

Introductie

De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar pakken we omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd is het onze ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen de verschillende opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Wij hebben hiervoor deze Omgevingsvisie vastgesteld. De fysieke leefomgeving is de omgeving waarin we leven, wonen, werken en recreëren. Die zal in de provincie Utrecht in de periode tot 2050 behoorlijk veranderen. Qua inrichting van de leefomgeving is er veel ruimte nodig voor het beperken van de gevolgen van klimaatverandering en het aanpakken van de oorzaken daarvan. Het herstellen en versterken van de natuur vraagt ook ruimte, evenals de overstap op duurzame energiebronnen, de bouw van voldoende en betaalbare woningen en de aanleg van toekomstbestendige werklocaties. De provincie Utrecht is relatief klein. Binnen die beperkte oppervlakte spelen soms tegengestelde belangen.

Dat vraagt om zorgvuldige, afgewogen keuzes met zoveel mogelijk behoud en verdere versterking van de Utrechtse kwaliteiten. ‘Kwaliteiten’ zijn elementen die de kwaliteit van de leefomgeving in de provincie vergroten en die we koesteren. Bijvoorbeeld de grondwaterbel met zuiver zoetwater onder de Utrechtse Heuvelrug, die wordt gebruikt voor de natuur, de landbouw en de drinkwatervoorziening. Of de aanwezigheid van het gezondheidscluster in de Metropoolregio Utrecht met toonaangevende kenniscentra, innovatielocaties en bedrijven binnen het (inter)nationale gezondheidsecosysteem. We leggen in deze Omgevingsvisie de integrale langetermijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. Dat betekent dat we steeds zoeken naar samenhang als we plannen maken voor alle onderwerpen die spelen (bodem, water, klimaat, natuur, landbouw, energie, circulariteit, bereikbaarheid, wonen, economie, milieu, recreatie, landschap, cultuur en erfgoed). In deze Omgevingsvisie staat welke afwegingen we maken en tot welke keuzes en prioriteiten we zijn gekomen. Het vastleggen van ambities en doelen moet bijdragen aan een aantrekkelijke provincie en het behoud van een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Daar horen ook sociale aspecten bij, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. Onze werkwijze is gebiedsspecifiek.

Dat betekent dat maatregelen zijn afgestemd op de geografische, ecologische en maatschappelijke omstandigheden binnen de provincie.

Samenwerking De provincie werkt samen met andere overheden en met de samenleving als geheel; dat is een voorwaarde om de opgaven succesvol aan te kunnen gaan (zie kaart 1: Provincie Utrecht 2025). We nemen deel aan diverse trajecten waarin bestuurlijke afspraken tot stand komen. Binnen de provincie Utrecht doen we dat samen met gemeenten, waterschappen en andere partijen, en buiten de provincie met het Rijk en andere provincies. Bijvoorbeeld in het Ruimtelijk Arrangement, in vier NOVEX-gebieden (Groene Hart, Utrecht-Amersfoort, Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en de Schipholregio), in drie bestuurlijke regio’s op thema’s als ruimte, wonen, energie en economie (regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley), in het programma U Ned, Deltaregio Centraal Holland, het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en vele andere samenwerkingen.

Vertrouwen en verantwoordelijkheid De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet; de inhoud hangt samen met wat in de Omgevingsverordening en de beleidsprogramma’s staat. De Omgevingsvisie is zelfbindend, wat betekent dat ze alleen voor de provincie Utrecht verplichtingen schept. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie wordt wel rekening gehouden 8 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

met het beleid van andere overheden (het Rijk, onze buurprovincies, de gemeenten en waterschappen) en met het feit dat andere overheden waar mogelijk de Omgevingsvisie wel meenemen in hun visievorming en beleid. De Omgevingsvisie werkt dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisies van gemeenten en waterschappen. Voor de regels en normen in de Omgevingsverordening ligt dat anders; daar zijn andere overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, bedrijven en inwoners wél aan gebonden.

Kaart 1. Provincie Utrecht 2025 (bron: BVR adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling)

9 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

1.2

Leeswijzer Omgevingsvisie

In hoofdstuk 2 (Visie) gaan we in op de Utrechtse kwaliteiten, de positionering binnen Nederland en Europa en het toekomstperspectief voor 2050, met een doorkijk naar 2100. Hoofdstuk 3 (Basis) bevat onze sturingsfilosofie, de provinciale belangen en de uitgangspunten voor het beleid. In hoofdstuk 4 (Beleid) wordt via leidende principes een toelichting gegeven op de kern van het omgevingsbeleid: het bijdragen aan een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Verderop in dat hoofdstuk zijn opgaven, ambities en beleidskeuzes uitgewerkt voor zeven beleidsthema’s. In hoofdstuk 5 (Gebieden) brengen we de Utrechtse kwaliteiten, opgaven en ambities ‘gebiedsgericht’ samen. Dat betekent dat we de specifieke omstandigheden in een gebied uitdrukkelijk meenemen. Ook geven we aan wat dat betekent voor prioriteiten en keuzes in dat gebied. De gebieden zijn Groene Hart, Kromme Rijngebied en Schalkwijk, Utrechtse Heuvelrug, Eemland en Gelderse Vallei. En de deels overlappende samenhangende ruimtelijke structuur van het Stedelijk Netwerk Utrecht. In hoofdstuk 6 (Uitvoering) staat hoe we uitvoering willen geven aan deze Omgevingsvisie; dat gebeurt via programma’s, samenwerkingen, door middel van regionaal programmeren, door participatie, vanuit de Omgevingsverordening en met andere instrumenten.

De daadwerkelijke uitvoering vindt plaats in de deelgebieden, in nauwe samenwerking met de gebiedspartners. Hoofdstuk 7 bevat een verantwoording over hoe participatie, de milieueffectrapportage en ontwerpend onderzoek gebruikt zijn bij het opstellen van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie bevat meerdere kaarten. In hoofdstuk 2 geven ze informatie over de Utrechtse kwaliteiten, de positionering van Utrecht in Midden-Nederland en de hoofdlijnen van de provinciale visie op de ontwikkeling tot 2050. In hoofdstuk 4 staan opgavenkaarten en beleidskaarten. De opgavenkaarten brengen de belangrijkste ruimtelijke opgaven per thema indicatief in beeld. Op de beleidskaarten zijn zoveel mogelijk gedetailleerde uitwerkingen van ons beleid op de kaart weergegeven. Per thema zijn in hoofdstuk 4 ook collages opgenomen die een impressie geven van de beoogde ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 staan illustraties van kwaliteiten en prioriteiten per gebied. Door de gehele Omgevingsvisie heen zijn ter inspiratie illustratieve tekstboxen opgenomen. In de bijlagen zijn overzichten met achtergrondinformatie opgenomen. Bijlage I bevat een overzicht van de locatiegegevens behorende bij de beleidskaarten (‘informatieobjecten’). Bijlage II bevat een overzicht van de kaarten en verbeeldingen in de Omgevingsvise.

In bijlage III is een verklarende woordenlijst opgenomen en in bijlage IV de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling van Rijnenburg. De Omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via het Omgevingsloket en via Omgevingsdocumenten Provincie Utrecht.

10 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Afbeelding 2. Verbeelding leeswijzer (bron: provincie Utrecht)

11 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

2. Visie Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 hoofdstuk 2 - Update van teksten - Integraal toekomstbeeld geschetst en aangevuld met nieuwe ambities en beleid. Geschreven vanuit de (integrale) lagenbenadering in plaats vanuit de zeven thema’s. We willen dat de provincie Utrecht ook richting 2050 het duurzame, groene, gezonde en ondernemende middelpunt van Nederland blijft. Hierbij staan we voor flinke uitdagingen. Ons grondgebied is te klein om alle 'ruimtevragers’ los van elkaar een plek te bieden. Onze grootste opgave is dan ook om verschillende functies op één locatie te combineren, met behoud van de bestaande kwaliteiten. Maar niet alles kan altijd en overal. Daarom maken we keuzes en stellen we prioriteiten. Een goede, integrale afweging van belangen draagt bij aan de gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving die we willen behouden. Onze uitdagingen zijn fors: omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, verbetering van de waterkwaliteit, herstel van natuur en biodiversiteit, omschakeling naar een rendabele, natuurinclusieve kringlooplandbouw, overgaan naar een duurzame energievoorziening, zorg voor goede bereikbaarheid, voldoende toekomstbestendige werklocaties, voldoende betaalbare en passende woningen, meer en beter kwalitatief (recreatief) groen en een gezonde leefomgeving.

Deze uitdagingen worden er niet minder op als het aantal inwoners blijft groeien, zowel in Utrecht als in heel Nederland. In dit hoofdstuk brengen we op hoofdlijnen de kwaliteiten van de provincie in beeld en positioneren we onze provincie binnen Nederland en Europa (paragraaf 2.1). Vervolgens schetsen we in paragraaf 2.2 hoe in onze visie Utrecht eruit zal zien in 2050.

2.1

Utrechtse kwaliteiten en positionering

Als je vanuit de lucht naar de provincie Utrecht kijkt, valt de grote variatie aan ruimtelijke functies op. Deze functies zorgen samen met andere kwaliteiten voor een breed palet aan Utrechtse kwaliteiten. Door de eeuwen heen is er een divers en veelkleurig landschap ontstaan. Rivieren, natuurgebieden, landbouwgronden, energievoorzieningen, wegen en paden, steden, dorpen en recreatieterreinen wisselen elkaar af. Minder zichtbaar, maar net zo goed van belang is de (diepe) ondergrond en de lucht. Deze bevatten een groot aantal ruimtelijke functies, bijvoorbeeld grondwaterwinning voor drinkwater en warmte-koudeopslag. Maar ook aardwarmte voor de energievoorziening, archeologisch erfgoed en vliegroutes. Het ruimtegebruik is telkens aangepast aan en meegegroeid met de wensen van die tijd. Met respect voor de bestaande Utrechtse kwaliteiten moeten we ook de komende tijd weer een antwoord vinden op omvangrijke, complexe en urgente opgaven (zie kaart 2: Utrechtse kwaliteiten). De provincie Utrecht is uniek door de centrale ligging, de mix van diverse economische sectoren, de hoogwaardige onderwijs- en kennisinstellingen, de cruciale verkeersknooppunten, historische steden en dorpen, de gevarieerde landschappen en natuurgebieden en alle cultuurhistorische erfgoederen die zich op korte afstand van elkaar bevinden (zie kaart 3: Positionering provincie Utrecht).

13 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Kaart 2. Satellietbeeld van de provincie Utrecht met de Utrechtse kwaliteiten van bovenaf (bewerking door BVR Adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling)

Positionering van Utrecht in de grote Nederlandse landschappen Het Utrechtse watersysteem maakt onderdeel uit van het Nederlandse Deltalandschap. Het is gevarieerd en bepalend voor het karakter van de Utrechtse landschappen: de polders en sloten in de lage delen, de beken op de hogere zandgronden en de kanalen en rivieren die door de provincie lopen. Ons watersysteem heeft een belangrijke functie in de nationale wateraanvoer en -afvoer en de waterveiligheid. Zo maakt de Klimaatbestendige Wateraanvoer (een systeem dat bestaat uit gemalen, watergangen en stuwen) het mogelijk om bij droogte extra zoetwater vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek naar West-Nederland aan te voeren. Het vele regenwater dat op de Utrechtse Heuvelrug doordringt tot diep in de bodem en ondergrond, is een belangrijke bron voor de drinkwaterwinning, de (levensmiddelen)industrie en de natuur- en landbouwgebieden. De Lekdijk en de Grebbedijk beschermen een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstromingen. Onze provincie ligt op de overgang van hoog naar laag, van droog naar nat en van zand naar klei en veen. In het westen is er het cultuurhistorisch landschap van het Groene Hart, in het midden en oosten het natuurlijke systeem van de hogere zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Je hebt het Kromme Rijngebied, Schalkwijk en Eemland.

Aan de noordkant grenzen we aan het IJsselmeergebied, een spil in de Nederlandse waterhuishouding. De uiterwaarden en de dijken langs de Nederrijn en Lek aan de zuidkant zijn onderdeel van een uniek rivierenlandschap (Deltalandschap Rivierengebied). Verder lopen door Utrecht vier grote voormalige waterlinies. Allereerst het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, bestaande uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. 14 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

En de Oude Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. Ook het archeologisch erfgoed van de Neder-Germaanse Limes is UNESCO Werelderfgoed. De provincie Utrecht heeft een netwerk van robuuste natuur dat zowel binnen Europa als Nederland een cruciale schakel is doordat het verbindingen mogelijk maakt tussen grote natuurgebieden. In het netwerk liggen vier verschillende grote systemen: het Rivierengebied, het Veenweidegebied, de Eemvallei en de Utrechtse Heuvelrug. Dit netwerk maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland met daarin verschillende Natura 2000-gebieden. Het vormt de overgang van bossen en heidevelden naar polders en waterrijke omgevingen. Daarnaast is er de landbouw, die zorgt voor voedsel. Boeren zijn een belangrijke beheerder van ons landschap. De landbouw in onze provincie bestaat voornamelijk uit melkveehouderijen en fruitteelt. Agrarische gebieden in het Groene Hart en Eemland zijn ook belangrijke plekken voor weidevogels en overwinterende ganzen.

Positionering van Utrecht in het Stedelijk netwerk Nederland De provincie Utrecht wordt omgeven door andere provincies met eigen landschappen, steden, economische toplocaties en kenniscentra. Utrecht is een gewilde provincie om te wonen, te werken en te leven. De grotere steden Utrecht, Amersfoort en Veenendaal en steden als Nieuwegein, Zeist, Woerden en Houten zijn populaire vestigingsplaatsen voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. Het stedelijk netwerk kent verschillende toplocaties en zorgt voor een samenhangende ontwikkeling van woningbouw, werklocaties en voorzieningen. Behalve de aantrekkingskracht van de steden is Utrecht ook gewild door haar kleinschaligheid. Landelijk gelegen dorpskernen bieden een aantrekkelijke, vriendelijke leefomgeving. Utrecht is door de Europese Commissie beoordeeld als één van de meest competitieve regio’s van Europa. In en rond onze provincie liggen economische clusters van kenniscentra, innovatielocaties en bedrijven die nationaal en internationaal samenwerken. Het gaat daarbij om de economische clusters Life Sciences & Health, Earth Valley, New Digital Society en Agrifood. Die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van innovatie op het gebied van zorg, gezondheid, verduurzaming, digitalisering, geowetenschappen, klimaat, gezonde voeding en de circulaire economie.

Het Utrecht Science Park en de satellieten in Bilthoven en Zeist hebben zich ontwikkeld tot het hart van life sciences, health and sustainability in Nederland, een economie met internationale aantrekkingskracht. De provincie Utrecht heeft per saldo de schoonste economie van Nederland, vanwege het dienstverlenende karakter met relatief weinig vervuilende bedrijven. Dat betekent echter ook dat er een grote nationale en internationale afhankelijkheid is en dat onze economie weinig zelfvoorzienend is. Behalve de kennis- en dienstensector zijn ook het midden- en kleinbedrijf en de maakindustrie belangrijk. Zij zorgen voor werkgelegenheid en innovatieve kracht, vormen het fundament van onze economie en dragen bij aan een veerkrachtige arbeidsmarkt. Er zijn goede verbindingen: Schiphol is vlakbij, er zijn directe ov-verbindingen naar Frankfurt en Berlijn en er is infrastructuur beschikbaar voor auto’s, vrachtwagens, treinen en binnenvaartschepen. De provinciale weg- en ov-verbindingen zijn onderdeel van een netwerk van rijkswegen en gemeentelijke wegen en het nationale spoornetwerk. Mede dankzij de centrale ligging en de goede bereikbaarheid is provincie Utrecht dé ontmoetingsplek bij uitstek. Zo’n acht miljoen mensen zijn in staat om binnen 45 ov-minuten de best bereikbare plek van Nederland te bereiken: Utrecht Centraal.

De centrale ligging en de aanwezigheid van de doorgaande ‘goederenvervoercorridors’ voor vrachtauto, trein en binnenvaartschip maken de provincie Utrecht ook aantrekkelijk voor circulaire ketens. Dit biedt mogelijkheden voor de opslag, verwerking en distributie van hergebruikte grondstoffen en reparatiefaciliteiten. De grootste industriële clusters en havengebieden liggen echter buiten de provincie, waardoor de uitstoot van broeikasgassen en milieuhinder vanuit deze sectoren relatief beperkt is. Bij Breukelen-Kortrijk is onze provincie aangesloten op het landelijke 380 kVhoogspanningsnetwerk.

15 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

2.2

Toekomstperspectief: provincie Utrecht in 2050

In 2050 is Utrecht een gezonde, veilige en toekomstbestendige provincie die: ▪ klimaatbestendig en waterrobuust is, waardoor de gevolgen van klimaatverandering (extreme droogte, wateroverlast en hittestress) beperkt worden en we klimaatneutraal worden; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw heeft; ▪ duurzame energie aanbiedt en gebruikt, en een circulaire samenleving is; ▪ goed bereikbaar is; ▪ vitale steden en dorpen heeft; ▪ een gezonde omgeving biedt die uitnodigt tot bewegen; ▪ een aantrekkelijk en gevarieerd landschap kent en haar erfgoed koestert, beschermt en benut. Zie voor een visuele weergave kaart 4: toekomstperspectief provincie Utrecht 2050. Keuzes maken en prioriteiten stellen doen we op drie manieren: door te faseren (niet alles tegelijk doen), door voorwaarden te stellen aan de uitvoering of simpelweg door zaken niet te doen. Want niet alles kan altijd en overal. We zoeken altijd naar meervoudig ruimtegebruik. Als functies met elkaar in strijd zijn gaat de voorkeur uit naar activiteiten en ontwikkelingen die bijdragen aan de brede welvaart. Naast materiële welvaart gaat het daarbij ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid.

Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de provincie) en ‘later’ (toekomstige generaties). Een effectieve en daadkrachtige klimaataanpak heeft daarom hoge prioriteit.

Watersysteem en ondergrond Het bodem- en watersysteem is in 2050 de basis van het landschap en van alle functies. Het belang van water en de bodem wordt nadrukkelijk meegenomen bij de inrichting van de fysieke leefomgeving (‘water en bodem sturend’) en het grondwater en het oppervlaktewater (rivieren, meren, sloten, et cetera) moeten van goede kwaliteit blijven. De provincie is zoveel mogelijk klimaatbestendig én waterveilig ingericht. Bij te veel water door langdurige en/of hevige neerslag kunnen we bijvoorbeeld terugvallen op grootschalige waterbergingslocaties, met name in het Groene Hart. Waterbergingen zijn mooie toevoegingen aan het landschap en zijn goed te combineren met andere functies, zoals een natuurinclusieve kringlooplandbouw en de opwekking van duurzame energie. Tegelijkertijd kunnen ze ook voor een beperking van functies zorgen. Op de Utrechtse Heuvelrug infiltreert het regenwater, waarna het in de bodem wordt vastgehouden. Er zijn voldoende schone bronnen voor drinkwater aanwezig. Door het vasthouden van kwel is het gebied rondom de Langbroekerwetering natter en is de daarbij passende natuur verder ontwikkeld.

Door een mix aan maatregelen, zoals het verhogen van grondwaterstanden en slootpeilen en meer plas-drasgebieden (percelen die tijdelijk onder water staan) is bodemdaling in de veenweidegebieden van het Groene Hart en Eemland afgeremd en is de uitstoot van broeikasgassen sterk verminderd. Behalve de natuur is nu ook de landbouw in deze gebieden erop toegerust om met een nattere grond om te gaan. De landbouwsector is bij deze transitie goed begeleid. Elk gebied heeft een duurzaam, klimaatbestendig toekomstperspectief met functies die daarbij passen. Onze dijken zijn toekomstbestendig gemaakt en we zijn continu bezig om dit zo te houden. Doordat we met het Rijk, waterschappen, gemeenten en gebruikers scherpere keuzes hebben gemaakt over de zoetwaterverdeling en het verminderen van de zoetwatervraag, hebben we het toenemende zoetwatertekort als gevolg van klimaatverandering kunnen beperken. Dat neemt niet weg dat het verminderde aanbod van zoetwater invloed heeft gehad op enkele functies in het gebied. Als we vooruitkijken naar 2100 zien we dat tekorten aan zoetwater zullen blijven en een beperking kunnen zijn voor economische en woningbouwontwikkelingen. Ook heeft een tekort aan zoetwater effect op de landbouw en op natuurontwikkeling.

Netwerk In 2050 zijn we nog steeds overal nabij. Woon- en werklocaties en sociaal-recreatieve voorzieningen zijn op korte afstand van elkaar en op een duurzame, gezonde en veilige manier bereikbaar. Zo dragen ze bij aan een gunstig 17 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

vestigingsklimaat. Er zijn goede wandel-, fiets-, ov-, weg- en vaarverbindingen. Steeds meer inwoners lopen en fietsen, gebruiken het openbaar vervoer of kiezen voor een deelauto. Verschillende manieren van vervoer sluiten goed op elkaar aan, zodat je naadloos kunt overstappen. De bereikbaarheid is nooit op elke plek hetzelfde. Op veel plekken zijn alle functies nabij. Maar niet overal kan alles even nabij zijn. Uitgaande van de kenmerken van een gebied, is er differentiatie en wordt gekeken naar de balans tussen openbaar vervoer en eigen vervoer. Het mobiliteitssysteem is in 2050 klimaatneutraal en ook het goederenvervoer is duurzaam. Vaarwegen en het spoor worden op een efficiënte manier gebruikt. Er zijn voldoende overslagpunten en hubs, ook voor stedelijke logistiek. Dit draagt bij aan de circulaire samenleving. Door isolatie en het verminderen van de energievraag wordt er ondanks de groei van het aantal inwoners minder energie gebruikt in de provincie Utrecht. De energie die we gebruiken komt voornamelijk uit lokale warmtenetten (gevoed door aardwarmte, aquathermie, of elektriciteit) en uit zonne- en windenergie of andere duurzame bronnen. Door energie op te slaan, is het beschikbaar op de momenten dat het nodig is. Door de inzet van lokale energiebronnen zijn we minder afhankelijk en blijft de druk op het nationale elektriciteitsnet beheersbaar.

Die elektriciteitsinfrastructuur en -opslag is echter ook fors uitgebreid en versterkt. Ook is er een aftakking van de nationale waterstof backbone. Elektriciteitsstations, energieopslag, windturbines, zonnevelden en andere opwekmogelijkheden zijn op de meest geschikte plekken gerealiseerd en zorgvuldig ingepast. De biodiversiteit is hersteld in natuurgebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden), agrarische gebieden en stedelijke gebieden. Er is een robuust en klimaatbestendig natuurnetwerk van voldoende omvang en van hoge kwaliteit en met veel biodiversiteit. De Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn onderling verbonden. Samen met een natuurinclusieve stad en het buitengebied is er zo één samenhangend groot natuursysteem. Robuuste ecologische structuren zoals de Utrechtse Heuvelrug, het veenweidegebied en het rivierengebied zijn grote aaneengesloten eenheden van natuur. Waar er sprake was van barrières of ontbrekende schakels, is dat opgelost. Met een groenblauwe dooradering (aanleg van bomen en heggen en ook sloten en beken) zijn de ecologische verbindingen door het landelijk gebied versterkt. Dat betekent dat de verplaatsing, verspreiding en genetische uitwisseling van planten en dieren gemakkelijker gaat dan voorheen. Dit is onder andere gedaan door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, ecologisch bermbeheer en de aanleg van kleine landschapselementen.

Inrichting en gebruik In 2050 is het gezond, veilig en aantrekkelijk leven in de provincie Utrecht. Er is een samenleving gerealiseerd waarin natuur, welvaart en gezondheid structureel met elkaar in balans zijn. Leidend hierbij is het terugdringen van de broeikasgasuitstoot; in 2050 stoten we niet méér broeikasgassen uit dan op natuurlijke wijze kan worden opgeslagen of worden geneutraliseerd. Daarmee zijn we in de provincie Utrecht klimaatneutraal geworden. Doordat er de afgelopen jaren hard gewerkt is aan het nemen van maatregelen en het terugdringen van hinder is er weinig hinder door geluid, licht en geur. De lucht is schoon; schone energiebronnen, schone mobiliteit en een schone veehouderij dragen daaraan bij. Het groen is meegegroeid met de verstedelijking is er voldoende kwalitatief groen en water in en rond de steden en dorpen. Hierdoor zijn rust en stilte bereikbaar en zijn er voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden. De woon-, werk- en leefgebieden nodigen uit tot sporten en bewegen. Meer mensen wandelen of pakken de fiets. De grote aantallen bezoekers en inwoners die bij de goed toegankelijke recreatiegebieden komen hebben positieve gevolgen voor de bestedingen, de werkgelegenheid en de voorzieningen bij recreatiegebieden. Voor een duurzame mobiliteit zijn op deze locaties het openbaar vervoer en de mogelijkheden voor publieke mobiliteit verbeterd.

De recreatief-toeristische druk is in balans met de draagkracht van de omgeving. Maar toch blijft de druk hoog: de vele inwoners en bezoekers maken dat rust en ruimte continue onder spanning staan. Dat het aantal inwoners toeneemt, betekent ook dat er meer behoefte is aan woningen, werkplekken, energie, schoon drinkwater, bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden. In 2050 hebben de inwoners van de provincie een fijn en passend huis, het woningtekort is tot de wenselijke 2% gedaald. Mensen wonen in toekomstbestendige woningen en woonwijken die voor iedereen toegankelijk zijn. Omdat water en bodem sturend een van de uitgangspunten is, zijn woonwijken gebouwd in gebieden met een daarvoor geschikte bodem en een goed watersysteem. In minder geschikte gebieden zijn maatregelen genomen, onder het motto: hoe kan het wél? 18 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Utrecht is in 2050 nog steeds een gewilde provincie voor bedrijven. Zij jagen innovaties aan in de provincie, waardoor het bedrijfsleven het kloppend hart van de samenleving blijft. De economie is competitief, gezond en circulair. Er is ook nog steeds ruimte beschikbaar voor defensie, waaronder het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO) in Amersfoort. Inwoners en bezoekers weten het landschap, het erfgoed en de cultuur in de provincie te waarderen. De vele historische buitenplaatsen en landgoederen, zoals de gordels langs de Vecht en de Stichtse Lustwarande, hebben een duurzame toekomst. De Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes trekken veel bezoekers. Er is voldoende beleefbare natuur ontwikkeld en de biodiversiteit is op niveau, mede door het op orde brengen van de water- en bodemcondities en minder uitstoot van stikstof. Er is een gezonde populatie weidevogels, vooral de grutto doet het goed. Het behoud van het open karakter van het Eemland maakt dat dit gebied is uitgegroeid tot hét weidevogelgebied van Nederland. De Basiskwaliteit Natuur is versterkt; dat is een minimumniveau van ‘ecologische voorwaarden’ die nodig zijn om te zorgen dat algemene soorten niet bijzonder worden, maar algemeen blijven of weer algemeen kunnen worden. Ook is er meer natuur in de directe woon- en werkomgeving.

Natuurinclusieve kringlooplandbouw speelt in 2050 een belangrijke rol in de verbinding tussen landbouw en natuur. Utrechtse boeren produceren duurzaam en gezond voedsel en beheren het landschap. Ze leveren ook voorzieningen voor recreatie, klimaatmitigatie (tegengaan van verdere klimaatverandering) en klimaatadaptatie (aanpassen aan klimaatverandering). In het Utrechtse deel van de Gelderse Vallei is in 2050 de intensieve veeteelt sterk verminderd, met als gevolg verbetering van de water-, lucht- en natuurkwaliteit. Een steeds groter deel van de landbouwbedrijven is biologisch en er worden geen schadelijke gewasbeschermingsmiddelen meer gebruikt. De agrarische bedrijven zijn duurzaam, natuurinclusief en economisch rendabel. Als agrarische bedrijven stoppen, wordt eerst gekeken of het gebied behouden kan blijven voor de landbouw. Zo niet, dan wordt de locatie en bebouwing gebruikt voor woningen of bedrijven. Het overgrote deel van de landbouwgronden in 2025 zijn ook in 2050 beschikbaar voor de landbouw. Afhankelijk van de plek, is dat soms in combinatie met agrarisch natuurbeheer, energie-opwek of recreatie.

19 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

Doorkijk naar 2100 De ruimtelijke keuzes die we nu maken, werken decennia en soms eeuwen door. Daarom is het belangrijk om ver vooruit te kijken. Dit hebben we gedaan door samen met bureau Flux landcape architecture een verkenning naar 2100 uit te voeren. In dit ontwerpend onderzoek worden vier ruimtelijke langetermijnperspectieven voor de provincie Utrecht in 2100 uitgewerkt en vergeleken met ons huidige beleid. De verkenning toont vier mogelijke toekomstbeelden voor de provincie Utrecht in 2100. Het zijn inspirerende verhalen, verbeeld met aansprekende visualisaties: ▪ Metropolitaan Utrecht, een provincie met hoogstedelijke kwaliteiten en parkachtige natuurgebieden. ▪ Krachtige Utrechtse Regio’s, waarin regionale karakteristieken worden benadrukt. ▪ Natuurlijke Utrechtse Delta, een toekomst waarin we meebewegen met de dynamiek van het water. ▪ Pragmatisch Utrecht, waarin vele verschillende initiatieven een plek kunnen vinden. Het denken vanuit de lange termijn plaatst opgaven in perspectief, helpt bij het leggen van verbindingen tussen thema’s en leert ons lessen over waar we nu op moeten inzetten om goed voorbereid de toekomst tegemoet te gaan.

We maken geen keuze voor een optimaal eindbeeld, maar gebruiken de toekomstbeelden als middel om het gesprek te voeren over verschillende mogelijke toekomsten en mogelijke ruimtelijke ordeningsprincipes die we daarbij kunnen inzetten. In alle toekomstbeelden komt naar voren dat de gevolgen van klimaatverandering op de lange termijn een flinke impact hebben op de ruimtelijke inrichting en de gezondheid en risico’s voor mens, dier en plant. Uit het ontwerpend onderzoek halen we verschillende inzichten voor de richting en keuzes in onze Visie op 2050. Zo laat ‘Natuurlijke Utrechtse Delta’ zien hoe we toekomstbestendiger worden op de lange termijn door ons langzaamaan aan te passen aan de natuurlijke condities van het bodem- en watersysteem. Maatregelen als het inrichten van grootschalige waterberglocaties en opzetten van het peil in de veenweidegebieden passen daarbij. Een ander inzicht is dat het compact verstedelijken rond ov-knooppunten in elk toekomstbeeld terugkomt, uiteraard het sterkst in Metropolitaan Utrecht. Ook een robuust natuurnetwerk, met name langs de grote waterlopen, is als fundament onder elk van de toekomsten aanwezig. In Krachtige Utrechtse Regio’s wordt dit aangevuld met een strategie gericht op fijnmazigheid en schaalverkleining van het landschap.

Maatregelen als groenblauwe dooradering, ecologisch bermbeheer en aanleg van kleine landschapselementen passen daarbij. Naast de thematische inzichten zien we ook dat de verschillende toekomstbeelden goed op verschillende gebieden toepasbaar zijn. Zo past Krachtige Utrechtse Regio’s goed bij het landelijk gebied, Metropolitaan Utrecht bij de stedelijke opgave en Natuurlijke Delta bij laag Utrecht. De vier toekomstbeelden bieden zodoende verschillende ingrediënten, die elkaar aanvullen en door elkaar gebruikt kunnen worden. We hebben bij het opstellen van de Omgevingsvisie gemerkt dat de verkenning ‘Provincie Utrecht 2100’ goede gesprekken over de verre toekomst op gang heeft gebracht. Graag blijven hierover ook de komende jaren met onze partners in gesprek.

Afbeelding 3. Vier toekomstperspectieven voor de provincie Utrecht in 2100 (bron: Flux landscape architecture, 2025)

21 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

3. Basis Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 hoofdstuk 3 - Update van teksten - Prioritering toegevoegd bij sturingsfilosofie en uitgangspunten omgevingsbeleid - Update van provinciale belangen Onze grootste opgave, het ruimtelijk combineren van de verschillende functies die een plek zoeken in onze provincie, pakken wij aan vanuit onze sturingsfilosofie en onze uitgangspunten voor omgevingsbeleid. Want de optelsom van opgaven schuurt soms, waardoor keuzes nodig zijn. Onze sturingsfilosofie geeft aan op welke wijze wij ons beleid willen realiseren. Dit biedt een kader voor onze provinciale belangen, ons beleid, de inzet van ons instrumentarium en de wijze waarop we willen samenwerken. Onze uitgangspunten geven aan hoe wij de grootste opgaven op willen pakken. We kiezen daarbij voor een gebiedsgerichte, integrale aanpak waarbij we kwaliteiten en ontwikkelingen bij elkaar brengen in geconcentreerde en gecombineerde vorm. We prioriteren ontwikkelingen en houden oog voor lokale behoeften. Dit alles doen we in nauwe samenwerking met onze partners. De provincie Utrecht werkt aan haar omgevingsbeleid vanuit een sturingsfilosofie (zie paragraaf 3.1) en een aantal uitgangspunten, die we in paragraaf 3.2 uitleggen. De omgevingskwaliteit en onze rol daarbij komen in paragraaf 3.3 aan bod.

Instrumenten uit de Omgevingswet kunnen we alleen inzetten als we duidelijk kunnen maken waarom we een onderwerp op provinciaal niveau oppakken. Deze motivering noemt de wetgever het provinciaal belang. Meer daarover in paragraaf 3.4.

3.1

Sturingsfilosofie

Bij het vinden van ruimte voor verschillende functies en ontwikkelingen, is het probleem vaak dat die functies en ontwikkelingen elkaar in de weg zitten. Onze sturingsfilosofie helpt hierbij, dat zijn waarden en normen waarmee we ons beleid realiseren. Onze sturingsfilosofie: We bieden ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten, met het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’ als basis en met de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen. Alleen als we gebruik maken van ieders toegevoegde waarde in kennis, ervaring en creativiteit komen we tot een goede aanpak van de maatschappelijke opgaven. De provincie vertrouwt erop dat iedereen zich, net als wij, verantwoordelijk voelt voor de fysieke leefomgeving. Toch zorgen we waar nodig ook voor ‘waarborgen’; die kunnen van pas komen als belangen elkaar in de weg zitten en er een keuze gemaakt moet worden of als bescherming nodig is tegen denken en handelen vanuit de korte termijn. Bij het vinden van ruimte voor functies (bijvoorbeeld wonen) en ontwikkelingen vinden we aanpassingsvermogen belangrijk. Doelen haal je door mee te bewegen, door bij te sturen of juist door te intensiveren (ruimte doelmatiger en efficiënter inrichten). En we monitoren, zodat we weten wat de effecten zijn van ons beleid en wanneer we ons beleid of de uitvoering daarvan aan moeten passen.

Afhankelijk van de opgave vervult de provincie Utrecht de volgende rollen: ▪ Stimuleren: leveren van expertise en capaciteit, subsidiëren en motiveren. In deze rol ondersteunen we andere partijen bij het samenwerken en bij het uitvoeren van projecten. ▪ Participeren: coördineren, ontwikkelen en het zijn van een partner, netwerker, samenwerker of deelnemer. In deze rol werken we samen met vooral andere overheden en maatschappelijke organisaties aan onze eigen opgaven of aan opgaven van de andere partijen, bijvoorbeeld in integrale ontwerpaanpakken, gebiedsonderzoeken en gebiedsontwikkelingen. ▪ Realiseren: we zijn de opdrachtgever, trekker of regisseur. In deze rol zijn we leidend, ondernemend en aansturend. Ook maken we prestatieafspraken en zorgen we voor provinciaal programmeren. 23 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

▪

Reguleren: we komen met regelgeving voor het provinciaal belang en de provinciale wettelijke taken. In deze rol nemen we in de Omgevingsverordening, als dit doelmatig en doeltreffend is, (instructie)regels op over het Omgevingsplan en de waterschapsverordening. Waar nodig komen er ook regels voor burgers en bedrijven.

Bij veel opgaven vervullen we een mix van deze rollen en werken we samen met diverse partijen.

Afbeelding 4. Rollen van de provincie Utrecht in samenwerking (bron: provincie Utrecht)

3.2

Uitgangspunten voor ons Omgevingsbeleid

We gaan aan de slag met de opgaven die er zijn. In ons omgevingsbeleid hanteren we drie centrale uitgangspunten: ▪ ▪ ▪

We concentreren, combineren en geven prioriteit aan nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten. We kiezen gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen, met ruimte voor lokale opgaven. We vinden de balans tussen opgaven en kwaliteiten en behouden of versterken die Utrechtse kwaliteiten, waar nodig met compenserende maatregelen.

Concentreren, combineren en prioriteren Voor sommige grote opgaven is veel ruimte nodig, zoals natuurontwikkeling, de energietransitie, verstedelijking en klimaatadaptatie. We kiezen ervoor de schaarse ruimte efficiënt te benutten en functies slim te combineren. Feit blijft dat het een uitdaging is om de vele opgaven een plek te geven en dat het vinden van ruimte voor ‘nieuwe’ functies impact heeft op de omgeving. Het principe dat we hanteren is: inbreiding gaat voor uitbreiding. Hiermee wordt bedoeld dat bij een ontwikkeling eerst gekeken wordt naar gebieden die een vergelijkbare functie hebben, voordat we ‘nieuwe’ gebieden aanwijzen. Bij uitbreiding zoeken we naar grootschalige locaties met relatief hoge dichtheden, waar we ontwikkelingen kunnen concentreren en combineren. De gebieden binnen de provincie Utrecht zijn zeer verschillend. Per gebied stellen we prioriteiten, niet alles kan overal. We zorgen dat de prioriteiten passen bij het water- en bodemsysteem, bij de netwerken en bij de bestaande functies. Hiermee geven we aan welke opgave prevaleert en Afbeelding 5. Uitgangspunten Omgevingsbeleid provincie dragen we er ook aan bij dat het onderscheid tussen bestaande bebouwde Utrecht (bron: provincie Utrecht) gebieden en de onbebouwde groene omgeving scherp blijft. En dat er aandacht is voor een kwalitatief goede overgang tussen stad en land.

Prioriteiten stellen helpt ook bij het behoud en de ontwikkeling van aantrekkelijke landschappen, het cultureel erfgoed en de biodiversiteit.

Gebiedsgerichte, integrale en toekomstgerichte oplossingen Deze Omgevingsvisie bevat algemeen geldend beleid en specifiek beleid voor de verschillende delen van de provincie Utrecht. Het algemeen geldend beleid staat beschreven in hoofdstuk 4, het gebiedsgerichte beleid in hoofdstuk 5. 24 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

We zetten gebiedsgerichte samenwerking in bij gebiedsopgaven waarin meerdere belangen samenkomen. Hier zijn samenhangende keuzes nodig. Waar dit het lokale schaalniveau overstijgt, kan de provincie een regierol vervullen (“lokaal wat kan, provinciaal wat moet”). Dit doen we door samen met onze partners te werken aan integrale ontwerpaanpakken, gebiedsonderzoeken en gebiedsontwikkelingen. Bij gebiedsgerichte programmering, uitwerkingen en keuzes is ruimte voor lokaal maatwerk. We zorgen dat alle relevante belangen worden meegenomen en afgewogen. Keuzes die we maken zijn toekomstgericht en toekomstbestendig. Dat komt ten goede aan de inrichting van de fysieke leefomgeving en draagt bij aan het verbeteren van de ‘brede welvaart’ (het welzijn van mensen). Het doorschuiven van problemen naar volgende generaties of andere plekken (‘afwenteling’) willen we voorkomen.

Utrechtse kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen In hoofdstuk 2 legden we al uit wat de ‘Utrechtse kwaliteiten’ zijn. We onderscheiden: ▪ groene kwaliteiten: natuur, landschap, rust en ruimte en cultureel erfgoed; ▪ blauwe kwaliteiten: water, bodem en lucht; ▪ rode kwaliteiten: een vitaal bebouwd gebied, economische ontwikkeling, bereikbaarheid en energie; ▪ sociale kwaliteiten: voorzieningen, sociale samenhang, recreatiemogelijkheden en cultureel aanbod. De ambitie is om het fijne woon-, werk- en leefklimaat in de provincie te behouden terwijl we keuzes maken over de inrichting van de fysieke leefomgeving. De opgaven waar we voor staan (bijvoorbeeld het bouwen van voldoende woningen) kunnen leiden tot aantasting van bepaalde kwaliteiten. Dat vraagt om een mate van compensatie die dan weer ten goede komt aan die kwaliteiten. Het zijn plussen en minnen, waarbij de ambitie natuurlijk is dat ons beleid leidt tot kwaliteitsverbetering. Omgevingsdata en toepassingen: wij werken samen Omgevingsdata zijn een krachtig hulpmiddel bij de ruimtelijke opgaven waar wij voor staan, bij uitstek bij vraagstukken waar integraliteit en een gebiedsgerichte aanpak nodig zijn. De mogelijkheden worden in de toekomst alleen maar groter. Voor het ontwikkelen en uitvoeren van ons omgevingsbeleid willen wij die kansen dan ook optimaal benutten.

Dit doen we door onze datakwaliteit op een hoog niveau te houden, samen te werken en te blijven innoveren. We zetten digitale scenario’s en AI in voor ruimtelijke opgaven. Samen met onze partners bepalen we hoe we onze rol voor de regio op dit gebied invullen en hoe we bedrijven en kennisinstellingen betrekken. Om de doelen uit de Omgevingsvisie te bereiken, is samenwerking noodzakelijk. Goede, passende en snelle gegevensuitwisseling en een betrouwbare en gedeelde informatiebasis tussen betrokken partijen zijn daarvoor essentieel. Betere uitwisseling van data draagt ook bij aan gelijkmatige werkwijzen en duidelijkere afspraken. We hebben hiervoor afspraken gemaakt in de samenwerkingsagenda Zicht Op Utrecht (ZOUT) met onze partners. Hierdoor vinden we antwoorden op vragen zoals: hoe meten we de effecten? Hoe slaan we de fysieke leefwereld digitaal op? Hoe werken we met digitale scenario’s voor ruimtelijke vraagstukken? Omgevingsdata zijn ook een van de basisingrediënten van de formele digitale publicatie van onze ruimtelijke besluiten in het provinciaal blad en de dienstverlening via het Omgevingsloket. Alle omgevingsdata die zijn vastgelegd in onze Omgevingsvisie en -verordening hebben juridische status. In het Omgevingsloket is via een klik op de kaart dan ook te vinden welke teksten op een bepaalde plek van toepassing zijn.

Zo kan een belanghebbende sneller vinden wat hij/zij nodig heeft. Ook voor onze interne processen biedt dit sneller inzicht in de ruimtelijke afwegingen. Wij delen onze omgevingsdata en relevante toepassingen via https://geo-point.provincie-utrecht.nl, zodat ook anderen er gebruik van kunnen maken.

25 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

3.3

Omgevingskwaliteit

Bij de uitvoering van het omgevingsbeleid is het vormgeven van de omgevingskwaliteit een belangrijke voorwaarde. Het komt in deze hele Omgevingsvisie aan de orde. Het gaat om het bevorderen van de: ▪ ruimtelijke kwaliteit en dan specifiek de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde; ▪ milieukwaliteit en dan vooral duurzaamheid, gezondheid en veiligheid; ▪ maatschappelijke waarden, waaronder sociale samenhang en economische vitaliteit. Op het gebied van omgevingskwaliteit spelen onder andere deze onderwerpen: ▪ Behouden van bestaande kwaliteiten en het versterken ervan. Dit geldt zowel op het schaalniveau van de gebiedskenmerken als op dat van samenhangende ensembles, zoals landgoederenzones, waterlinies en in historische stads- en dorpsgezichten. ▪ Samenhang en continuïteit herstellen, ontbrekende schakels toevoegen en versnipperde onderdelen samenvoegen. Bijvoorbeeld: het herstellen van landschappelijke samenhang, het verbinden van natuurgebieden en het creëren van goede stad-landverbindingen. ▪ Diversiteit vergroten. Bijvoorbeeld: functiemenging in stedelijk gebied, woningdifferentiatie en meer aanbod van recreatiemogelijkheden. ▪ Robuustheid vergroten, bijvoorbeeld die van natuurgebieden. ▪ ‘Beleefbaar’ en toegankelijk maken.

De waarde van bijzondere wijken, landschappen en cultuurhistorische objecten wordt verhoogd als mensen ze kunnen zien en kunnen komen bewonderen. Wij zien per gebied een andere rol en een andere bijdrage aan de omgevingskwaliteit. De omgevingskwaliteit van het stedelijk gebied vinden we belangrijk, maar dit is een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente. Hier is onze rol meer het deelnemen aan projecten. Ook als het gaat om de kwaliteit van de kernrandzone (tussen stedelijk en landelijk gebied) ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de gemeente. Hiervoor hebben we een stimulerende instructieregel opgenomen die het mogelijk maakt groene en rode investeringen aan elkaar te verbinden. In het landelijk gebied heeft de provincie een grotere rol, onder andere gericht op thematische en gebiedsgerichte kwaliteitsverbetering. Voor verschillende soorten projecten is er vanuit de provincie ondersteuning mogelijk. Op basis van ontwerpend onderzoek, creatieve verbeeldingskracht en innovatief ondernemerschap worden innovatieve oplossingen verkend. Met ‘ruimtelijk ontwerp’ wordt verbinding gezocht tussen opgaven en kansen en tussen sectoren. Hier gaat het om de inrichting van de fysieke leefomgeving met aandacht voor de wisselwerking tussen mens, beleving en ‘functie’.

Bij grootschalige projecten kan een kwaliteitsteam worden geformeerd, bij kleinschalige projecten kunnen ‘ervenconsulenten’ (van MooiSticht, voorheen de Provinciale Utrechtse Welstandscommissie) en landschapscoördinatoren (van Landschap Erfgoed Utrecht) worden ingezet. Er zijn ook diverse handreikingen en kwaliteitsgidsen die kunnen ondersteunen, zoals de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht, milieukwaliteitsprofielen en handreikingen voor ’ruimte voor ruimte’ en buitenplaatsen. Ook voor de ontwikkeling van programma’s voor realisatie van de Omgevingsvisie kan ruimtelijke ontwerp een rol spelen. Daarbij kan de samenwerking worden gezocht met ontwerpers van andere overheden en kennisinstituten en in de markt. Utrecht Advies, de adviesraad voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht, kan hierbij adviseren. Utrecht Advies geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de provincie over de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, en brengen daarbij wetenschappelijke, maatschappelijke en politiek-bestuurlijke inzichten samen.

26 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht

3.4

Provinciale belangen

In onderstaande tabellen staan de onderwerpen die wij van ‘provinciaal belang’ achten, met daarbij de toelichting waaróm dat zo is.

Gezonde, veilige en toekomstbestendige provincie Provinciaal belang Bereiken en in stand houden van een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving voor inwoners Bevorderen van een goede omgevingskwaliteit

Bevorderen van een inclusieve samenleving

Toelichting Als provincie houden we bij het vormgeven aan alle opgaven in het landelijk en stedelijk gebied rekening met gezondheid, veiligheid en toekomstbestendigheid. Een goede omgevingskwaliteit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen, nu en in de toekomst. De provincie kan voorwaarden scheppen voor een inclusieve samenleving, bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer, energievoorziening, de arbeidsmarkt, of de woningmarkt. De sociale samenhang wordt versterkt als iedereen mee kan doen in de maatschappij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16534457/1