CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1428667 Zesde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 bijlage 3 Raadsbesluit (OUD)

Raadsvergadering 25 februari 2026, gemeente BaarnBij agendapunt: Zesde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 20191.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit zesde wijziging Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 Besluit van de raad van de gemeente Baarn tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 De raad van de gemeente Baarn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; besluit: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door: - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; B Aan artikel 2:28c lid 1 wordt uitgebreid waardoor deze komt te, luiden: 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning als:

a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of als er voor de exploitatie van de openbare inrichting een onherroepelijke vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is en die niet is verleend; C Artikel 2:32 wordt gesplitst waardoor de tekst komt te luiden: 1.

In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de

algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2.

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem

handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. D Artikel 2:34b wordt aangevuld met categorie binnensport en cultuur. De tekst komt te luiden:

1.

Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op het organiseren van

activiteiten van sportieve aard, categorie buitensport, kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op: Het is verboden in paracommerciële inrichtingen, die zich voornamelijk richten op het organiseren van activiteiten van sportieve aard, alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: o

Maandag tot en met vrijdag 19.00 uur tot 24.00 uur,

o

Zaterdag 13.00 tot 21.00 uur,

o

Zon- en feestdagen 13.00 uur tot 19.00 uur.

2.

Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op het organiseren van

activiteiten van sportieve aard, categorie binnensport, kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op: o

Maandag tot en met vrijdag 16.00 uur tot 24.00 uur,

o

Zaterdag 13.00 tot 21.00 uur,

o

Zon- en feestdagen 13.00 uur tot 19.00 uur.

3.

Het is verboden in paracommerciële inrichtingen, die zich voornamelijk richten op het

organiseren van sociale activiteiten, alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: o

Maandag tot en met vrijdag 13.00 uur tot 24.00 uur,

o

Zaterdag, zon- en feestdagen 13.00 uur tot 22.00 uur.

4.

Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op het organiseren van

activiteiten van culturele aard kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op: o

Maandag tot zondag vanaf 13.00 uur tot 23.00 uur;

E In de artikelen 2:74 en 2:74a van de [citeertitel Verordening Algemene plaatselijke verordening] wordt ‘middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet’ vervangen door ‘middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet’. F Aan artikel 2:77 wordt als volgt gewijzigd: 1.De burgemeester is, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde nodig is, bevoegd om op basis van artikel 151c van de Gemeentewet voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats, als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. 2.De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor een ieder toegankelijke parkeerplaatsen of parkeerterreinen. G In artikel 2:78 wordt onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. H

In artikel 2:80, tiende lid, wordt “de vergunning en het verbod” vervangen door “de vergunning of het verbod”. I Artikel 4:15 komt te vervallen en gaat over naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. J In artikel 5:2 wordt honderd meter vervangen door 50 meter. K Artikel 5:16 komt als volgt te luiden: 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats een deelvoertuig bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden. 2. Het verbod geldt niet voor aanbieders die beschikken over een concessie verleend door het college voor de betreffende voertuigcategorie en het betreffende gebied. 3. Voor voertuigcategorieën of gebieden waarvoor geen concessie is verleend, kan het college onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken, wijzigen of schorsen, indien: a. een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door het verlenen van de vergunning zou worden overschreden; of b. het ter gebruik aanbieden van de deelvoertuigen: i. gevaar en/of hinder oplevert voor de veiligheid van het verkeer of de veiligheid van andere weggebruikers of de veiligheid of bruikbaarheid van de openbare plaats; ii. hinder veroorzaakt voor het woon- en/of leefklimaat; iii. een nadelige invloed heeft op het milieu; iv. onevenredig beslag legt op de openbare plaats; v.

afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare plaats; of vi. gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; of c. de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen deelvoertuigen dan waarop deze nadere regels betrekking hebben of voor een langere duur dan waarvoor vergunning kan worden aangevraagd. 4. Het college kan in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de veiligheid, de goede doorstroming van het verkeer of ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen, waaronder begrepen: a. het maximale aantal vergunningen; b. het maximale aantal voertuigen; c. de verdeling daarvan over voertuigcategorieën en gebieden; en d. de procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen. 5. Het college kan wegen, weggedeelten of andere openbare plaatsen aanwijzen waar deelvoertuigen niet mogen worden geplaatst en/of ter gebruik worden aangeboden, of waar uitsluitend deelvoertuigen mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden. 6. In afwijking van artikel 1:7 wordt een vergunning verleend voor de duur van maximaal vijf jaar. 7. Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het vierde en vijfde lid. 8.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel II 1.

Dit besluit treedt in werking een dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 februari 2026. De voorzitter,

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16506006/2