1394645 Zienswijze ontwerpbesluit toetreding gemeente Houten tot RMN Bijlage 1 Brief college en raad tbv zienswijze op toetredingsbesluit gemeente Houten bij RMN (1)
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders en gemeenteraad gemeenten Baarn, Bunnik, IJsselstein, Nieuwegein, Soest en Zeist, alsmede het college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad gemeente Houten
Ons kenmerk: Betreft: Bijlagen: Datum:
U25-044 Ontwerpbesluit toetreding gemeente Houten tot RMN 2 16 september 2025
Geacht college en leden van de gemeenteraad, Op 6 juni 2025 heeft het college van de gemeente Houten per brief het bestuur van Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) formeel verzocht toe te mogen treden tot de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2027. Op 10 september jl. heeft het algemeen bestuur van RMN ingestemd met het ontwerp toetredingsbesluit en besloten deze voor een zienswijze aan te bieden aan uw raad. Rol gemeenteraad Artikel 1 van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) schrijft voor dat bij zowel het aangaan als het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling de gemeenteraad van alle (bestaande en beoogde) deelnemers geconsulteerd dienen te worden: de eerste keer in de vorm van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling, de tweede keer dienen de colleges van alle (bestaande en beoogde) deelnemende gemeenten toestemming te vragen aan de ‘eigen’ gemeenteraad om daadwerkelijk de gemeenschappelijke regeling (opnieuw) te mogen aangaan. De raad kan conform artikel 1 lid 4 van de Wgr deze uiteindelijke toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De gemeenschappelijke regeling RMN schrijft in lijn met de wet de volgende procedure voor bij toetreding van een nieuwe gemeente: Artikel 33 1.
Een college van een niet deelnemende gemeente kan een verzoek tot toetreding indienen bij het dagelijks bestuur. 2. Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerptoetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 3. De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogde toetreder, het algemeen bestuur en ten minste twee derde van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet daartoe besluiten. 4. De toetreding gaat in zodra opname in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden.
5.
Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, voordat over de toetreding wordt besloten.
Aansluiting van Houten bij RMN biedt voordelen voor alle partijen De directe aanleiding voor het verzoek van de gemeente Houten om toe te willen treden is de aankondiging van verschillende grote inzamelbedrijven om niet meer in te schrijven op aanbestedingen voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Door aan te sluiten bij RMN is Houten niet meer afhankelijk van marktpartijen maar garandeert de gemeente de uitvoering van de wettelijke taak van het inzamelen van huishoudelijk afval, niet alleen op korte termijn maar ook voor de lange duur. Het algemeen bestuur van RMN is verheugd dat de keuze van de gemeente Houten op RMN valt. Voor RMN zit het voordeel van Houten in toegenomen efficiëntie, kwaliteitsimpuls en in een hogere toekomstbestendigheid. Efficiëntie omdat Houten grenst aan zowel Bunnik als Nieuwegein, door de aansluiting van Houten ontstaat een geografisch aaneengesloten gebied ten zuiden van de A12 waardoor gemeentegrens-overschrijdend werken en een betere inzet van personeel en materieel wordt bevorderd. Een kwaliteitsimpuls omdat er door de bijdrage van Houten een grotere financiële dekking is die kan worden ingezet voor het verminderen van kwetsbare solo-functies binnen de organisatie van RMN. Toekomstbestendig omdat de schaalvergroting meer kansen biedt en financiële dekking geeft op het versterken van de kennis- en verdere professionalisering van RMN.
Qua grootte en verstedelijking is Houten goed vergelijkbaar met huidige deelnemers als Soest en Zeist. Ook de visie op afvalinzameling en de circulaire economie van Houten sluit goed aan op die van de huidige RMN-deelnemers. Gevolgen voor de organisatie van RMN De aansluiting van Houten bij RMN brengt ook risico's met zich mee, met name in de komende jaren. Het proces binnen RMN om de basis op orde te brengen is nog niet afgerond. Met name de ontwikkeling van adequate managementinformatie - essentieel voor een goed onderbouwde bedrijfsvoering - is nog in volle gang. Dit geldt ook voor het verder inrichten en vormgeven van het bedrijfsbureau. De aansluiting van Houten zorgt voor extra druk op de organisatie van RMN, met het risico op vertraging in het project basis op orde. Maar ook zaken als de werving van extra personeel, het aangaan van investeringen, het aanpassen van de begroting en de financiële organisatie, het opstellen van routes en de afvalkalender voor de inwoners van Houten, enzovoort leiden tot een grotere druk op de huidige organisatie. Operationeel risico's behelzen onder meer het tijdig kunnen beschikken over voldoende nieuwe medewerkers en materieel, het goed kunnen informeren van de inwoners van Houten over gewijzigde inzameldagen en de tijd die nodig is om de gemeente te leren kennen.
Naar oordeel van het algemeen bestuur wegen de structurele voordelen van aansluiting van Houten bij RMN op tegen deze tijdelijke risico's voor (de organisatie van) RMN.
Een gefaseerde overgang van basistaken is noodzakelijk Artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling geeft aan dat een gemeente verplicht is alle basistaken af te nemen, dus naast afvalinzameling ook het beheer van de recyclestations en de reinigingstaken in de openbare ruimte (alleen voor de gemeente Nieuwegein wordt hierop om historische redenen in de gemeenschappelijke regeling een uitzondering gemaakt). Het college van de gemeente Houten heeft eerder aangegeven zich hiervan bewust te zijn. Daarbij geldt wel de nadrukkelijke kanttekening dat voor zowel RMN als voor de gemeente Houten een gelijktijdige overdracht van alle basistaken onrealistisch is en niet wenselijk, maar dat een gefaseerde overdracht van werkzaamheden vereist is. Hierbij ligt de eerste focus op de inzameling, gevolgd door het recyclingstation, en pas na de start van de inzameltaken op de overige basistaken conform de gemeenschappelijke regeling. Deze fasering is noodzakelijk omdat de processen onderling sterk verschillen. Het inzamelen van huishoudelijk afval komt als eerste aan bod omdat het huidige commerciële inzamelcontract van de gemeente Houten eindigt op 31 december 2026. Omdat deze taken nu door een marktpartij worden uitgevoerd geldt dat er bij overdracht aan RMN geen sprake is van (verplichte) overname van personeel of materieel.
Het recyclingstation wordt echter beheerd door de gemeente Houten zelf, waardoor een sociaal plan inclusief afspraken over personeelsovergang en de bijbehorende arbeidsvoorwaarden noodzakelijk is. De reinigingstaken worden eveneens uitgevoerd door de gemeente Houten zelf. De overname van deze taken leiden tot een ontvlechting binnen de organisatie van Houten, waarbij meer dan bij de wat meer afgebakende taak van het beheer van het recyclingstation moet worden bepaald welke medewerkers en welk materieel overgaan naar RMN en onder welke voorwaarden. De gemeenschappelijke regeling behoeft nauwelijks wijzigingen Naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling is de regeling RMN in 2024 aangepast en door alle huidige deelnemende colleges bekrachtigd. Daarbij is de regeling niet alleen aangepast aan de gewijzigde wetgeving maar ook op enkele andere onderdelen geactualiseerd. De nu voorliggende wijziging bevat, naast de toetreding van de gemeente Houten, dan ook geen verdere inhoudelijk wijzigingen. Wel wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om drie kleine omissies te herstellen: -
In artikel 4 lid 3 is een onjuiste (dode) verwijzing geschrapt; In artikel 26 lid 3 is dienstverleningsovereenkomst gewijzigd in dienstverleningshandvest; In artikel 29 lid 2 en 3 is 30 juli gewijzigd in 15 juli (conform wettelijke bepalingen).
Beperkt gewijzigde stemverhoudingen door de toetreding van Houten Met de toetreding van Houten zal het algemeen bestuur uitgebreid worden met één nieuw lid tot zeven leden. Omdat er sprake is van één stem per lid (gemeente) in het algemeen bestuur – de stemverhouding wordt dus niet bepaald naar rato van bijvoorbeeld het aantal inwoners of de financiële bijdrage – zijn de gevolgen voor de stemverhouding minimaal. De omvang van het dagelijks bestuur (drie leden, te kiezen door en uit het algemeen bestuur) zal met de toetreding van Houten ongewijzigd blijven. Financiële gevolgen Alle eenmalige projectkosten die worden gemaakt voor de toetreding van Houten komen ten laste van de gemeente Houten. Op moment van schrijven wordt nog onderzocht met welke structurele kosten de gemeente Houten rekening dient te houden. In de begroting 2026 is ook nog geen rekening gehouden met de toetreding van Houten, ook niet in het meerjarenbeeld. Ook de gevolgen voor de indirecte kosten (overhead) en het bijbehorende opslagtarief op de directe kosten is momenteel nog niet inzichtelijk. Enerzijds is sprake van meer spreiding van de benodigde dekking voor de overhead kosten, doordat deze door meer gemeenten worden opgebracht. Anderzijds zal de overhead door de toetreding van Houten vermoedelijk zelf ook stijgen.
Zo zal de binnendienst versterking nodig hebben door de hogere werkdruk in verband met de groei van het aantal personeelsleden, materieel, inzamelmiddelen en klantcontacten. Ook zullen de kosten van werving & selectie, EHBO-opleidingen, etc. toenemen. Daarnaast kan ervoor worden gekozen de uitbreiding van zes naar zeven gemeenten (en de daarbij horende bredere spreiding van de overheadskosten) te gebruiken voor een kwaliteitsversterking van de organisatie (zie ook bij ‘Aansluiting van Houten bij RMN biedt voordelen voor alle partijen’). Als volwaardige deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling geldt dat voor de gemeente Houten dezelfde (uur)tarieven gelden als voor de andere deelnemende gemeente. Uitgangspunt is dat de huidige zes deelnemende gemeenten geen kostenverhoging krijgen door de toetreding van Houten. Uiteraard blijft er wel sprake van autonome loon- en prijsontwikkelingen, maar deze mogen voor de huidige deelnemers van RMN in 2027 niet hoger liggen dan zonder toetreding van Houten het geval zal zijn. Investeringen Omdat de levertijd van inzamelvoertuigen tussen de 12 en 18 maanden varieert, is het noodzaak dat tijdig de benodigde inzamelvoertuigen besteld worden. Om de inzameling van grondstoffen en restafval huis-aan-huis per 1 januari 2027 mogelijk te maken heeft het algemeen bestuur ingestemd met de aanschaf van nieuwe inzamelvoertuigen.
Deze investering zal verwerkt worden in de eerstvolgende begrotingswijziging over het jaar 2026. De investering is in het ambtelijk overleg met de gemeente Houten besproken, waarbij afspraken zijn gemaakt hoe om te gaan met het risico voor desinvestering voor RMN in het geval de gemeente Houten alsnog afziet van toetreding tot RMN.
Vervolg Wij verzoeken u ons uw zienswijze m.b.t. het ontwerp toetredingsbesluit uiterlijk 24 december 2025 te doen toekomen op het emailadres directiesecretariaat@rmn.nl. Het definitieve toetredingsbesluit inclusief gewijzigde gemeenschappelijke regeling zal, vergezeld met de zienswijze van uw raad, naar verwachting in februari door het algemeen bestuur worden vastgesteld. Vervolgens zal het bestuur aan de colleges van alle zeven gemeenten vragen in te stemmen met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, maar niet voordat uw raad hiervoor het college toestemming heeft verleend (zie eerder bij ‘rol gemeenteraad’). Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur van RMN,
John van Engelen Voorzitter
Bijlages: 1. Ontwerp toetredingsbesluit 2. Concept gewijzigde gemeenschappelijke regeling
Sietske Klein- De Jong Secretaris-directeur