1383972 Beantwoording technische vragen GroenLinks Bomenbeleidsplan incl bijlage 3 0-meting
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: : : :
Gemeenteraad Baarn Beantwoording technische vragen GroenLinks Bomenbeleid Wethouder Mark Eijbaard 8-12-2025
Geachte raadsleden en steunfractieleden, De fractie van GroenLinks heeft technische vragen gesteld over Bomenbeleid. Hieronder de vragen en de antwoorden. Vraag 1: Hoofdstuk 5.2, pag. 51, groennorm: hierin wordt verwezen naar een bijlage "boomgrootte en boomkroonbedekking" die we niet hebben kunnen ontdekken bij de stukken. Graag zouden we deze bijlage alsnog toegestuurd krijgen. Antwoord: De bijlage is bij deze beantwoording bijgevoegd. Vraag 2: Hoofdstuk 6.3, pag. 59, werken rond bomen: kan dit beleid ook van toepassing gemaakt worden op werkzaamheden op particulier terrein, dus niet enkel voor gemeentelijke bomen; zou dit onderdeel kunnen zijn van de vergunningverlening? Antwoord: De gemeente Baarn past de uitgangspunten uit Werken rond bomen al toe bij vergunningplichtige werkzaamheden, zowel op gemeentelijke als particuliere percelen. Wanneer er binnen de beschermde zone van bomen wordt gewerkt, vragen wij standaard een BoomEffectAnalyse (BEA). Dit geldt nadrukkelijk ook voor particuliere projecten. In de BEA worden initiatiefnemers gewezen op de Bomenposter “Werken rond bomen” van het BomenNorm Instituut, die door de gemeente Baarn wordt gebruikt als normdocument voor zorgvuldig werken in de nabijheid van bomen. Wanneer uit de BEA blijkt dat er risico’s zijn voor wortelzone, stam of kroon, wordt aanvullend een Bomenbeschermingsplan gesteld.
Dit plan beschrijft de specifieke maatregelen die tijdens de uitvoering moeten worden genomen. Deze maatregelen worden vervolgens expliciet opgenomen in de omgevingsvergunning, zodat voor zowel vergunninghouder als toezichthouder duidelijk is wat moet worden gedaan en handhaving mogelijk is. Op dit moment werkt de gemeente aan een nieuw Bomenbeheerplan, dat in 2026 wordt gepubliceerd. In dit nieuwe uitvoeringsplan worden de beschermingsmaatregelen rond bomen verder geconcretiseerd en aangescherpt. Daarbij wordt onder meer duidelijk vastgelegd: • wanneer een BEA verplicht is; • wanneer een aanvullend Bomenbeschermingsplan moet worden aangeleverd; • welke minimumeisen gelden voor bescherming van de groeiplaats en kroon; • hoe toezicht en handhaving worden georganiseerd.
1
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Mark Eijbaard Wethouder
2
Bijlage 0-meting Boombeleidsplan Baarn 3 oktober 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Huidig bomenbestand
4
2.1
Boomsoorten
4
2.2
Groeiplaatsen
5
2.3
Vitaliteit, toekomstverwachting en conditie
7
2.4
Leeftijd
10
3
0-meting omgevingsfactoren en bomen
12
3.1
Klimaat en bomen
12
3.1.1
Stedelijk hitte-eiland effect
12
3.1.2
Schaduw
14
3.1.3
Wateroverlast
16
3.2
Gezondheid en bomen
17
3.2.1
Boomkroonbedekking
17
3.2.2
Zicht op 3 bomen
19
3.2.3
Afstand tot een groene koele plek
20
3.3
Identiteit en bomen
22
3.3.1
Landschappelijke kenmerken
22
3.3.2
Historische ontwikkeling
22
3.3.3
Huidige situatie
23
3.4
Natuur en bomen
24
1
Inleiding
In deze bijlage is een overzicht opgenomen van de gehele 0-meting die voor het boombeleid Baarn 2025-2035 is uitgevoerd. De 0-meting zorgt ervoor dat het nieuwe boombeleid gebaseerd is op harde data en helpt bij het maken en onderbouwen van keuzes. De belangrijkste kaarten en conclusies uit de 0-meting zijn overgenomen in het hoofdrapport. De 0-meting bestaat op hoofdlijnen uit de volgende gemeten parameters:
Inzicht in het bestaande boombestand, kwaliteit en kwantiteit Inzicht in bomen en de klimaatopgaven Inzicht in bomen en gezondheid Inzicht in bomen en identiteit (cultuurhistorie) Inzicht in bomen, natuur en biodiversiteit
2
Huidig bomenbestand
2.1
Boomsoorten
Het huidige bomenbestand bestaat uit 10.182 bomen (peiljaar 2025). Er zijn op dit moment 74 verschillende soorten. In onderstaande tabel zijn de aantallen per soort gegeven van de tien meest voorkomende boomsoorten. Boomsoort
Nederlandse naam
Quercus Fagus Acer Tilia Betula Prunus Fraxinus Populus Carpinus Alnus Overig Totaal
Eik Beuk Esdoorn Linde Berk Kers/pruim Es Populier Haagbeuk Els
Aantallen 1.786 1.452 769 689 623 489 432 371 363 302 2906 10.182
Percentage bomenbestand 17,5% 14,3% 7,6% 6,8% 6,1% 4,8% 4,2% 3,6% 3,6% 3,0% 28,5% 100,0%
Op kaart zien we de volgende verdeling van de meest voorkomende boomsoorten over de kernen Baarn en Lage Vuursche:
Wat opvalt, is dat sommige buurten vrijwel volledig beplant zijn met één soort. Dit heeft vaak een historische achtergrond, om een bepaald beeld te creëren per buurt. Maar deze eenzijdigheid brengt risico’s met zich mee. Bij een monocultuur zijn bomen gevoeliger voor ziektes en plagen. Als een bepaalde soort wordt getroffen kan in korte tijd de hele straat of buurt aangetast worden. Door klimaatverandering komen daar nog meer risico’s bij zoals, extreme neerslag, langdurige droogte of hitte. De kwetsbaarheid van een boom wordt vooral vergroot door steeds extremere schommelingen, denk aan temperatuur en grondwaterstand. Wanneer een soort zich hier niet aan kan aanpassen, kan dit voor grootschalige uitval van bomen zorgen. Daarnaast heeft een lage diversiteit in boomsoorten negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. Veel insecten, vogels en andere dieren zijn afhankelijk van specifieke boomsoorten voor voedsel, nestgelegenheid of schuilplaatsen. Hoe minder variatie in boomsoorten, hoe minder geschikt de leefomgeving is voor een brede groep dieren. Monoculturen kunnen daardoor leiden tot een afname van soortenrijkdom, wat het gehele ecosysteem verzwakt.
2.2
Groeiplaatsen
In onderstaande kaarten is het type groeiplaats gegeven van de bomen in de gemeente Baarn. Ruim 20% van de bomen staat in verharding. Dit betekent over het algemeen een beperkte groeiplaats. Onder tegels ligt een dragende zandlaag, die sterk verdicht is. Deze laag is niet geschikt voor wortelgroei, en maakt deze bomen extra kwetsbaar. Het vergroten van de groeiplaats, of bijvoorbeeld het toepassen van halfverharding rond de boom, vergroot de kwaliteit van de groeiplaats en daarmee de levensverwachting van de boom.
In harde getallen ziet het overzicht van groeiplaatsen er als volgt uit: Type groeiplaats
Aantallen
In beplanting
3.970
Percentage bomenbestand 39,0%
In gazon
2.357
23,1%
In verharding
2.083
20,5%
In ruw gras
1.315
12,9%
In open grond
146
1,4%
In halfverharding
44
0,4%
Niet ingevuld
267
2,6%
10.182
100,0%
Type groeiplaats 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
2.3
Vitaliteit, toekomstverwachting en conditie
De recent uitgevoerde veiligheidscontrole van het boombestand (VTA) geeft een goed inzicht in de vitaliteit en toekomstverwachting van de bomen in Baarn Uit de projectie van de vitaliteit blijkt dat vanaf 2027 de eerste significante verliezen optreden, oplopend tot een versnelling in 2030 en een sterke piek in 2035.
2027: verlies van 106 bomen (-1,1%); 2030: verlies van 437 bomen (-4,5%); 2035: verlies van 2.268 bomen (-30,8%).
De scherpe daling in 2035 duidt op het einde van de levensverwachting van een substantieel deel van het bestand. Het bomenbeleidsplan benoemt het belang van verjonging en toekomstbomen om de continuïteit van structuren en functies te waarborgen. De komende jaren moet daarom nadrukkelijk worden ingezet op herplant en diversificatie, zodat uitval tijdig wordt opgevangen. Impactgebieden De analyse van deelgebieden bevestigt dat de vitaliteitsproblematiek niet gelijkmatig over de gemeente verdeeld is, maar sterk geconcentreerd:
Torenlaan: volledig verval van de bestaande structuur; Javalaan – Oosterstraat, Regenboog en Componistenwijk Oost: kaalslag, waarbij herplant onvermijdelijk is; Bestevaerweg: 80–90% verlies van bestaande structuur; Bischopsweg Eembrugge: kaalslag/verlies van structuur; Drakenburgerweg: verlies van noordelijke strook straat- en laanbomen.
In onderstaande kaarten is een overzicht van de conditie van het boombestand gegeven. De conditie is een momentopname. Ongeveer 77% van de bomen is in redelijke of goede conditie. 17% verkeert echter in een matige of slechte conditie. Door groeiplaatsverbetering en structureel onderhoud kan de conditie van een boom worden verbeterd.
In aantallen en percentages ziet de conditie van het Baarnse bomenbestand er als volgt uit: Conditie
Aantallen
Goed
3.484
Percentage bomenbestand 34,2%
Redelijk
4.382
43,0%
Matig
1.233
12,1%
Slecht
410
4,0%
Dood
91
0,9%
Niet ingevuld
582
5,7%
10.182
100,0%
Totaal
Conditie 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 Goed
Redelijk
Matig
Slecht
Dood
Niet ingevuld
2.4
Leeftijd
De gemiddelde leeftijd van een gemeentelijke boom is 46 jaar oud. De meeste bomen zijn geplant tussen 1981 en 1990. Door middel van groeiplaatsverbetering kan de leeftijd van de bomen verlengd worden.
Periode
Aantallen
Percentage bomenbestand
Niet ingevuld <=1900 1901 - 1910 1911 - 1920 1921 - 1930 1931 - 1940 1941 - 1950 1951 - 1960 1961 - 1970 1971 - 1980 1981 - 1990 1991 - 2000 2001 - 2010 2011 - 2020 >= 2021 Totaal
864 171 41 106 195 496 574 265 1566 1214 1734 1287 691 731 247 10182
8,5% 1,7% 0,4% 1,0% 1,9% 4,9% 5,6% 2,6% 15,4% 11,9% 17,0% 12,6% 6,8% 7,2% 2,4% 100%
Plantjaar 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0
3
0-meting omgevingsfactoren en bomen
3.1
Klimaat en bomen
3.1.1
Stedelijk hitte-eiland effect
Het stedelijk hitte-eiland effect is het temperatuurverschil tussen stedelijke gebieden en het omliggende landelijke gebied. Dit effect wordt voornamelijk veroorzaakt door de grote mate van verharding: overdag slaan verharde oppervlakken warmte op, die vervolgens in de nacht weer langzaam worden uitgestraald. Bomen spelen een belangrijke rol in het tegengaan van dit effect, doordat zij schaduw bieden en voor verkoeling zorgen via verdamping. Onderstaande kaarten laten het stedelijk hitte-eiland effect in Baarn zien. Opvallend is dat het temperatuurverschil aan de westzijde, beperkt blijft tot slechts 0,4 C°. In andere delen is het effect aanzienlijk groter. Zo zijn er uitgestrekte zones met een verschil van 1,0 tot 1,4 C°, en in het centrum zijn er waarden van meer dan 1,4 C°. Rond de Hoofdstraat loopt dit zelfs op tot 1,5 C°. Wanneer het bomenbestand over de kaart met het stedelijk hitte-eiland effect wordt gelegd, valt het op dat er rond de Hoofdstraat nauwelijks bomen aanwezig zijn. Hieruit blijkt een duidelijk verband tussen het ontbreken van bomen en een verhoogde temperatuur. Een ander voorbeeld is bij de Pekingtuin, dit park bevat relatief veel bomen die in groen staan, met ruime boomspiegels. Hierdoor kunnen de bomen gezond groeien en meer verdampen. Deze bomen hebben daarom een veel hoger verkoelend effect dan de bomen in de Hoofdstraat.
Rond de Brink staat een vergelijkbaar aantal bomen als in de Pekingtuin, maar hier is het verkoelende effect een stuk minder groot. Dit komt onder andere doordat de bomen in verharding staan, hier is minder groeiruimte en minder toegang tot water, bovendien warmt de verharding zelf op, wat het verkoelende effect van de bomen verminderd.
3.1.2
Schaduw
3.1.2.1
Schaduw op buurtniveau
In de handreiking GIOS is opgenomen dat er minimaal 30% schaduw aanwezig moet zijn op buurtniveau om 15:30 op 21 juni. Dit tijdstip geldt als maatgevend, omdat dat statistisch gezien het heetste moment van de dag is. 30% wordt gezien als de ondergrens voor een leefbare en klimaatbestendige omgeving. De berekende schaduw is afkomstig van zowel bomen als bebouwing, en is bepaald op zowel openbaar als privaat terrein. Onderstaande kaart laat het schaduwpercentage per buurt zien. In 7 van de 16 buurten ligt het percentage schaduw ver onder de 30% schaduw. In deze buurten is er dus sprake van een tekort, wat kan leiden tot een verhoogde kans op hittestress en een minder comfortabele leefomgeving tijdens hete dagen. Opvallend laag zijn de waarden van de wijken aan de noordrand: De Professorenwijk (23%), de Staatsliedenwijk (18%) en Schilderswijk (21%). Dit zijn relatief compacte wijken met ruimere straten, maar met een zeer lage boomkroonbedekking. Daartegenover staan buurten, aan de westzijde, waar het schaduwpercentage boven de 60% uitkomt. Dit laat de grote verschillen tussen de verschillende buurten in Baarn zien.
3.1.2.2
40% schaduw op loop- en fietsroutes
In de handreiking GIOS is opgenomen dat er 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes, drinkwaterstroken en verblijfsplekken moet zijn. Schaduw en verkoeling is het belangrijkst op plekken waar mensen bewegen en verblijven, daarom is hier het vereiste percentage hoger dan gemiddeld op buurtniveau. De schaduwkaart is over de kaart met belangrijke loop- en fietsroutes van de gemeente heen gelegd, het resultaat is onderstaand zichtbaar.
3.1.3
Wateroverlast
Hevige neerslag in een korte tijd kan leiden tot wateroverlast en schade. In eerste instantie hebben bomen zelf geen directe impact op het veroorzaken of tegengaan van wateroverlast. Wel geldt dat structurele wateroverlast kan zorgen voor slechte groeicondities. Deze parameter wordt voornamelijk beschouwd vanuit een kansenperspectief. Locaties waar regelmatige wateroverlast optreedt, vragen om meer maaiveldgroen dat water kan opvangen en vasthouden, bijvoorbeeld in de vorm van wadi’s. Dit biedt tegelijkertijd een belangrijke koppelkans met ambities om te werken aan een vitaal boombestand. Extra groene plekken vormen een uitstekende groeiplaats voor nieuwe en bestaande bomen. Onderstaande kaarten geven een overzicht van de locaties waar bij een bui van 70 mm in twee uur wateroverlast optreedt:
.
3.2
Gezondheid en bomen
3.2.1
Boomkroonbedekking
Voldoende boomkroonbedekking is een indicator voor de vitaliteit van bomen: een goed ontwikkelde boom heeft een grotere boomkroon. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat vanaf 30% boomkroonbedekking per buurt de positieve effecten op de gezondheid merkbaar toenemen. Er is brede consensus dat 30% als norm kan gelden voor een gezonde leefomgeving. Dit sluit aan bij de 3-30-300-regel en de recent gelanceerde landelijke Bomennorm, die beide deze 30%-regel hanteren. In de Handreiking GIOS komt dit vooral terug in de schaduwnorm en de streefwaarden voor groen. Hoewel 30% geen wettelijke verplichting is, biedt het wel een duidelijke richtlijn voor beleid en ontwerp. De boomkroonbedekking is in het noorden en oosten van Baarn relatief laag. Dit geldt zowel voor particulier terrein als openbaar gebied. Wat opvalt, is dat wijken met een lage boomkroonbedekking in de openbare ruimte, vaak óók weinig bedekking hebben in de private ruimte. Idealiter zou een gebrek aan bomen in de private ruimte juist gecompenseerd moeten worden in de openbare ruimte, of andersom. De Staatsliedenwijk springt er negatief uit met een totale boomkroonbedekking van 10%. Ook de Professorenwijk, de Schilderswijk, Eemdal-Noord en het centrum scoren zeer laag, met een boomkroonbedekking van 13%. Aan de zuidwestkant van Baarn liggen de waarden aanzienlijk hoger.
Als we de cijfers naast de streefwaarde van 30% leggen, blijkt dat 13 van de 16 wijken het percentage niet halen.
Boomkroonbedekking op privaat en openbaar gebied bij elkaar
Boomkroonbedekking op privaat gebied
Boomkroonbedekking Lage Vuursche
Boomkroonbedekking op openbaar gebied
3.2.2
Zicht op 3 bomen
Zichtbaar groen in de directe leefomgeving is goed voor de mentale gezondheid en welzijn. In onderstaande kaarten is weergegeven waar woningen voldoen aan de norm ‘’zicht op 3 bomen vanuit de woning’’. In de linker kaart kijken we alleen naar het zicht op gemeentelijke bomen. Hier voldoet 33% van de woningen niet aan de eis. In de rechter kaart is gekeken naar bomen op zowel openbaar als privaat terrein. Hier voldoen nagenoeg alle woningen wel aan de eis. Deze analyse benadrukt het belang om zowel openbare als private bomen te behouden. Het is belangrijk te benadrukken dat deze eis niets zegt over de kwaliteit van het aanwezige groen, slechts over de spreiding ervan. Daarom is het van belang om de verschillende eisen en normen altijd in samenhang te bekijken, bijvoorbeeld in combinatie met de boomkroonbedekking.
Zicht op 3 bomen in openbaar gebied vanuit de woning
Zicht op 3 bomen in openbaar of privaat gebied vanuit de woning
3.2.3
Afstand tot een groene koele plek
Volgens GIOS en de landelijke maatlat voor klimaatadaptief bouwen geldt dat woningen binnen een afstand van 300 meter toegang moeten hebben tot een koele groene verblijfsplek. Een groene koele verblijfsplek is minimaal 200 m2 groot en beschikt over minimaal 40% schaduw om 15:30 op 21 juni. In onderstaande kaart is weergegeven welke woningen wel en niet aan de norm voldoen. Het valt direct op dat veel woningen aan de eis voldoen, wat wijst op een goede spreiding van koele plekken. Maar, er zijn ook een aantal woningen die niet voldoen. Wellicht zijn er in de buurt van deze woningen groene plekken, die nu nog niet koel zijn. Hier zou het plaatsen van bomen en het daardoor verkoelen, direct een oplossing bieden. Het is belangrijk om te benadrukken dat dit niet direct iets zegt over het gebruik of de kwaliteit van de verblijfsplek, bijvoorbeeld over de verharding of de aanwezigheid van bankjes.
3.3
Identiteit en bomen
Stedelijke groenstructuren spelen een grote rol bij de identiteit van steden. Ze geven inzicht in de ontstaansgeschiedenis en dragen bij aan de herkenbaarheid van de leefomgeving. Bossen, parken, tuinen en lanen vormen niet alleen een esthetisch kader, maar bieden ook ruimte voor ontmoeting en recreatie. Het aanwezige groen weerspiegelt gemeentelijke keuzes op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en leef kwaliteit. Een duidelijke groen- en bomenstructuur ondersteunt daarmee de leefbaarheid en de aantrekkingskracht van het gebied. Een herkenbare identiteit heeft daarnaast economische waarde. Gebieden met een samenhangend en historisch groenbeeld trekken eerder ondernemers en bezoekers. Historische lanen en zichtlijnen versterken bijvoorbeeld het dorpscentrum meer dan locaties waar dergelijke structuren ontbreken. De waarde van bomen voor de identiteit van een dorp of stad hangt samen met de structuur, het ritme en de aanwezige soorten. Het is daarom van belang te bepalen op welke plekken het huidige bomenbestand deze identiteit ondersteunt en waar veranderingen mogelijk zijn zonder verlies van karakter. Om de betekenis van bomen voor de identiteit van Baarn te begrijpen, is de ontstaansgeschiedenis van het dorp geanalyseerd. Hieruit blijkt waar het huidige bomenbestand historische wegen, lanen en zichtlijnen naar bestemmingen zoals kerken en landhuizen versterkt.
3.3.1
Landschappelijke kenmerken
Baarn ligt op de overgang van de hogere, droge Utrechtse Heuvelrug naar het lage, natte Eemland. • Heuvelrug: zanderige, droge bodems met overwegend Beuken, Eiken en Berken. • Eemland: open, venig polderlandschap met Essen, Elzen en Wilgen, en een rijke kruid- en grasvegetatie. • Overgangszone: voormalige landgoederen en buitenplaatsen met beplantingen aangepast aan het landschap. Hier zijn vaak laanbomen met Eiken, Beuken en Linden aanwezig, waardoor de historische structuur zichtbaar blijft.
3.3.2
Historische ontwikkeling
Door het benadrukken van de karakteristieke opbouw van wijken en hun beplantingstructuur kan de identiteit van Baarn verder worden versterkt. •
•
•
Middeleeuwen: Baarn ontstond in de 13e eeuw als esdorp op de grens van hoog en laag terrein. De huidige Brink vormt nog steeds het centrum. Drie lanen – Torenlaan, Lt. Gen. Van Heutslaan en Kerkstraat/Weteringstraat – begeleiden zichtlijnen naar de Pauluskerk en zijn van hoge historische waarde. Deze lanen zijn deels nog voorzien van eiken- en beukenrijen. 17e–18e eeuw: Rijke stedelingen legden parken, bossen en tuinen aan, eerst in Franse barokstijl (symmetrische lanen van beuk en linde) en later in Engelse landschapsstijl (kastanjes, laanbomen, slingerpaden en doorkijkjes). Landgoederen als Groeneveld, Soestdijk, Drakenburg, Hooge Vuursche en De Eult zijn blijvende landschappelijke elementen. Ook ontstonden Peking en Canton als buitenplaatsen, welke nu in het dorp liggen. 19e–20e eeuw: De aanleg van de spoorlijn (1874) stimuleerde verstedelijking. Villawijken ontstonden in voormalige landgoedbossen, waarbij de bestaande bomenrijen werden behouden. Later volgden vooroorlogse en naoorlogse woonwijken, evenals bedrijventerreinen en inbreidingslocaties, met over het algemeen minder dominante bomenstructuren. De aanleg van de A1 en A27 (jaren 60–70) versterkte de groei. Historische verbindingen zoals de Amsterdamsestraatweg zijn er nog, maar de historische boomstructuren zijn verdwenen.
3.3.3
Huidige situatie
Baarn heeft haar historische groenstructuren behouden. In Hoog Baarn zijn lanen en zichtlijnen met eiken- en beukenrijen duidelijk zichtbaar. In naoorlogse wijken is de bomenstructuur minder prominent en ontbreken soms schakels. Villawijken bevatten vaak waardevolle bomenrijen en groepsbeplantingen die nog niet volledig zijn opgenomen in de hoofdboomstructuur, wat kansen biedt voor versterking van de dorpsidentiteit. Deze nulmeting brengt de belangrijkste boomstructuren in kaart die bijdragen aan de dorpsidentiteit en historische herkenbaarheid. Een nadere inventarisatie van soorten en hun specifieke bijdrage valt buiten de huidige scope, maar is relevant voor toekomstige beleidskeuzes.
3.4
Natuur en bomen
Werken aan het versterken van de ecologische structuren waarin boomstructuren een belangrijke rol spelen voor biodiversiteit is werken aan de effectieve verbindingen tussen landschappen en habitattypen. Er is op dit moment geen inzicht in hoe huidige boomstructuren binnen de bebouwde kom een bijdrage leveren aan de biodiversiteit in de gemeente Baarn. Wel is er met het boek “Natuur en Baarn’ inzicht gekomen in de veel voorkomende soorten binnen de bebouwde kom. In dit boek is een indeling gemaakt in vier gebieden 1. Centrum Gebied, 2 Boomrijk gebied, 3 Gevarieerd gebied en 4. Waterrijk gebied.
De volgende veel voorkomende soorten die een afhankelijkheid hebben van bomen komen naar voren: Soort
Afhankelijkheid van bomen
Gebieden
Boommarter
Holle en oude bomen, bomen laten staan
Boomrijk west
Bosuil
Grote oude bomen
Boomrijk west
Boomklever
Grote oude bomen, holtes, zaden, natuurlijk bosbeheer
Centrum, Boomrijk west
Dwergvleermuis
Boomholtes van oude bomen
Centrum, Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Eekhoorn
Zaden/noten, hoge bomen
Centrum, Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Egel
Bladeren en takken laten liggen
Centrum, Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Grote bonte specht
Oudere bomen, boomstammen laten staan, insecten
Centrum, Boomrijk west, Gevarieerd noord
Ransuil
Hoge bomen en wintergroene struiken (bijv. Taxus)
Centrum
Roodborst
Boomholten, struiken
Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Staartmees
Afwisseling: gras, struiken, bomen
Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Vink
Bomen met struiken/bosjes
Centrum, Boomrijk west, Gevarieerd noord, Waterrijk oost
Met algemene beheeradviezen, en daaronder beheeradviezen specifiek voor de genoemde gebieden:
Oude bomen: maximaal behouden; vormen cruciale leefgebieden voor vleermuizen, spechten en holtebroeders. Natuurlijk beheer: laat dood hout, bladeren en takken liggen waar dat kan om voedsel en schuilplekken te bieden.
Structuur & variatie: zorg voor een afwisseling van hoge bomen, struiken en gras om een breed scala aan soorten te ondersteunen. Aanplant: waar bomen verdwijnen, bij voorkeur inheemse soorten terugplanten die voedsel (zaden, noten, bessen) leveren.
Gebied
Beheeradvies
Centrumgebied
Behoud oude bomen met holtes; laat bladeren en takken liggen; voeg struiken toe voor beschutting.
Boomrijk west
Laat oude bomen en boomstammen staan; behoud structuur en variatie; stimuleer natuurlijk beheer (bijv. spontane opslag waar mogelijk).
Gevarieerd noord
Behoud oude bomen; versterk de groenstructuur met variatie (bomen, struiken, gras); laat dood hout en takken liggen voor schuilplekken.
Waterrijk oost
Bevorder een divers groenbeeld met bomen, struiken en gras; laat natuurlijk materiaal (bladeren, takken) liggen; zorg voor voldoende boomholtes.