1362123 Parkeerplaatsen Baarnsche Dijk bijlage 1 Opzegging parkeerterrein Baarnsche Dijk (2)
Tekst van het document
inlichtingen bij
J. Tamminga
Team doorkiesnummer
Aangetekend verzenden 035-5481611
uw brief van uw kenmerk
ons kenmerk datum onderwerp
1362236 3 november 2025 Opzegging gebruiksovereenkomst parkeerplaatsen Baarnsche Dijk
Geachte dames en heren, Met onze brief van 4 maart 2025 hebben wij u op de hoogte gesteld van ons voornemen de overeenkomst die onze gemeente op 15 november 1995 met Van Wijnen Vastgoed IV B.V., Visser Bouw Maatschappij B.V. en Prepress B.V. als eigenaars van de panden aan de Baarnsche Dijk 10, 12 en 21 had gesloten, te beëindigen. De overeenkomst voorziet erin dat een perceel gemeentegrond voor onbepaalde tijd in gebruik is gegeven als parkeerplaats. Voor de onderbouwing van onze voorgenomen beslissing verwijzen wij naar de hiervoor genoemde brief. Wij hebben van mevrouw mr. S. van der Kamp een tweetal schriftelijke reacties ontvangen. Op 28 april 2025 heeft zij ons laten weten namens B.V. Visser Bouw Maatschappij, Aragot Holding B.V. en M7 Real Estate te willen reageren op ons voornemen en gevraagd de reactietermijn daarvoor te verlengen. Op 6 mei 2025 hebben wij mevrouw mr. Van der Kamp vier (4) weken de tijd gegeven te reageren op ons voornemen de overeenkomst te beëindigen. Op 5 juni 2025 heeft mevrouw mr. Van der Kamp namens B.V. Visser Bouw Maatschappij, Aragot Holding B.V. en M7 Real Estate aangegeven waarom niet met het voornemen kan worden ingestemd. Wij hebben de door mevrouw mr. Van der Kamp aangevoerde redenen beoordeeld en wij zien in hetgeen zij heeft aangevoerd geen reden om terug te komen op ons voornemen.
Wij hebben de raad van onze gemeente gevraagd om met het voornemen in te stemmen. Dat heeft de raad gedaan in zijn vergadering van 30 oktober 2025. De raad heeft kennis kunnen nemen van het concept van deze brief en onze overwegingen naar aanleiding van de zienswijze van mevrouw mr. Van der Kamp heeft de raad dan ook bij zijn beslissing betrokken. Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 f (035) 548 17 94 e gemeente@baarn.nl I www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden.
Met handhaving van hetgeen wij in onze brief van 4 maart 2025 hebben aangevoerd als redenen voor beëindiging van de overeenkomst, reageren wij als volgt op de argumenten die mevrouw mr. Van der Kamp naar voren heeft gebracht in haar brief van 5 juni 2025: 1. Wij hebben in ons voornemen de vraag aan de orde gesteld wie de contractuele wederpartijen van de gemeente zijn. Die vraag is ingegeven door een op 23 april 1997 gedateerde bijlage deel bij de overeenkomst waarin geregeld is dat Stichting Pensioenfonds Rabobank met instemming van de gemeente in de plaats treedt van Van Wijnen Vastgoed IV B.V. Die instemming zou niet nodig zijn geweest als de rechten uit de overeenkomst zonder nadere regeling zouden overgaan op “rechtsopvolgers”. Kennelijk werd ten tijde van de indeplaatsstelling over dit aspect anders gedacht dan nu in de zienswijze verwoord is. Teneinde onduidelijkheid en onzekerheid te voorkomen, richten wij de opzegging van de overeenkomst tot alle ons bekende “rechtsopvolgers” van de oorspronkelijke partijen bij de overeenkomst. Wij delen de visie dat een beroep op artikel 251, van boek 6, van het Burgerlijk Wetboek kan worden gedaan in zijn algemeenheid niet omdat nagelaten is duidelijkheid te geven over de wijze waarop de rechtsopvolging heeft plaatsgevonden.
Wij hebben al aangegeven niet de beschikking te hebben over documenten die voorzien in een overdracht van de rechten en verplichtingen onder algemene titel en wij missen in de zienswijze de uitleg waarom sprake is van rechtsopvolging als bedoeld in artikel 251, van boek 6, van het Burgerlijk Wetboek. Dit standpunt neemt niet weg dat voor zover uw ondernemingen feitelijk gebruikers zijn van het parkeerterrein, uw ondernemingen belang hebben bij ons besluit. Om die reden stellen wij u dan ook op de hoogte. 2. Wij volgen evenmin het argument dat artikel 14, van boek 3, van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zou zijn. De uitleg die in de brief van 5 juni 2025 wordt gegeven, lijkt ook innerlijk tegenstrijdig voor zover wordt aangevoerd dat dit artikel verlangt dat wij handelen met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat wijst erop dat die beginselen dus wel van toepassing zijn. Wat hier ook van zij, wij menen met inachtneming van artikel 14, van boek 3, te handelen door niet alleen betekenis toe te kennen aan de belangen van de gebruikers van het terrein maar ook aan de belangen van andere ondernemingen gevestigd op De Drie Eiken en daarmee het algemeen belang van een ordelijke voorziening in de parkeerbehoefte in dit deel van de gemeente. 3.
De Dienstenwet en de aan die wet ten grondslag liggende Europese regels hebben betrekking op diensten die gewoonlijk tegen vergoeding worden verricht. Wij zijn van mening dat de terbeschikkingstelling van parkeerruimte een dienst is die aan die maatstaf
2
voldoet. In de zienswijze wordt niet uitgelegd waarom dat anders zou zijn. Wij blijven dan ook van mening dat een regeling van onbeperkte duur voor gebruik van een schaars goed dat eigendom is van onze gemeente rechtens niet te verdedigen is zodra duidelijk is dat de parkeerruimte ook kan voorzien in de behoefte van andere op het bedrijventerrein gevestigde ondernemingen. 4. Wij hebben in ons voornemen erop gewezen dat artikel 8, onderdeel b. van de overeenkomst de bevoegdheid van de gemeente regelt de overeenkomst op te zeggen in geval van zwaarwegende publiekrechtelijke belangen. Ons besluit van medio 2023 was op die grond gebaseerd omdat wij hadden vastgesteld dat de parkeerdruk om en nabij de Baarnsche Dijk van dien aard was dat verkeersgevaarlijke situaties aan de orde van de dag waren. 5. Voor het beroep dat wij op artikel 8 van de overeenkomst doen, wijzen wij erop dat onze gemeente andermaal door het bestuur van Stichting De Verenigde Bedrijven NOORDEIK is benaderd met het verzoek door beëindiging van de in 1995 gesloten overeenkomst een bijdrage te leveren aan de parkeermogelijkheden op het bedrijventerrein. Niet alleen zijn wij nagegaan of de uitkomsten van het in 2022 uitgevoerde onderzoek naar de parkeerdruk nog steeds een feitelijk juist beeld gaven van de situatie op het bedrijventerrein.
Wij hebben vastgesteld dat de situatie niet verbeterd is, in tegendeel dat de parkeerdruk gedurende werktijden veel te hoog is terwijl ook geconstateerd is dat het parkeerterrein dat de gemeente heeft uitgegeven, niet optimaal benut wordt en parkeercapaciteit ongebruikt blijft. Dit blijkt uit bevindingen van onderzoek door de afdeling verkeer van onze gemeente uit april 2024, onderzoek door Mobycon uit maart van dit jaar en uit een verklaring uit april 2024 van een handhaver openbare ruimte van onze gemeente. 6. Wij hebben vastgesteld dat er geen alternatief bestaat voor onze beslissing omdat niet met handhavend optreden voorzien kan worden in een zo significante wijziging van de parkeercapaciteit dat daarmee de vastgestelde te hoge parkeerdruk is of kan worden opgelost. Ook dit wordt bevestigd door de bevindingen van Mobycon. Als gevolg van het tekort aan parkeerplaatsen ontstaan er dagelijks verkeersgevaarlijke situaties omdat de toegang tot percelen beperkt wordt en omdat mensen auto’s op plaatsen parkeren waar dat niet toegestaan is. Wij zijn van mening dat de voortdurende hoge parkeerdruk als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen mede in het licht van de belangen van de andere ondernemingen die gevestigd zijn op het bedrijventerrein een zwaarwegend publiekrechtelijk belang oplevert om de overeenkomst uit 1995 te beëindigen.
3
Met deze brief stellen wij u ervan in kennis dat wij de overeenkomst van 15 november 1995 opzeggen met inachtneming van de in de overeenkomst voorgeschreven termijn van 6 maanden en derhalve met ingang van 1 juni 2026. Na afloop van de overeenkomst zullen wij de slagboom bij de ingang van het parkeerterrein verwijderen en duidelijk maken dat sprake is van een openbare parkeergelegenheid. Voor de goede orde wijzen wij erop dat tegen ons besluit geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan maar dat rechtsbescherming geboden kan worden door de burgerlijke rechter. Een afschrift van deze brief sturen wij aan mevrouw mr. Van der Kamp alsmede aan het bestuur van Stichting De Verenigde Bedrijven NOORDEIK.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
M.A. Röell burgemeester
Bijlagen 1. Parkeerdrukmeting met duiding april 2024 2. Parkeeronderzoek Mobycon 2025 3. Verklaring handhaving parkeren 4. Analyse Parkeerdrukmetingen De Drie Eiken
4