1340638 Ontwerpbegroting 2026 RID Utrecht bijlage 2 Ontwerp Begroting 2026
Tekst van het document
Programmabegroting 2026 Meerjarenraming 2027-2029
1
Voorwoord In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2026. De kadernota 2026-2029 is begin 2025 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2026 en verder. Eind 2024 is besloten om de komende jaren duurzaam te investeren in de geleidelijke overgang naar de cloud. Dit besluit is vervolgens vertaald in een meerjareninvesteringsplanning. De kadernota 2026-2029 geeft het kader mee voor de begroting 20262029. Vanuit het reeds vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.
Investeren in de samenwerking De opdrachtgevende organisaties hebben een nieuw perspectief geformuleerd op de brede I-samenwerking, met als doel te kunnen sturen op basis van strategie vanuit een toekomstbestendige samenwerking op ICT, IV en IB&P. Met de nieuwe samenwerking wordt ingezet op meer digitale volwassenheid en flexibiliteit voor alle deelnemers, een robuuste technische basis, het verhogen van de informatieveiligheid, de datamigratie naar de cloud, de maatschappelijke opgave(n) centraal stellen voor de informatievoorziening en het regionaal en subregionaal bundelen van kennis en krachten. Door dit gezamenlijk te doen kunnen bovendien middelen, mensen en materiaal efficiënt ingezet worden. Randvoorwaardelijk is wel dat voor de zomer van 2025 vanuit alle colleges en besturen besluitvorming plaatsvindt over de doorontwikkeling naar twee sub-regionale IV-organisaties met een gezamenlijke ICTbasis. De opgave voor de nieuw te werven directeur RID is om dit transitieproces voor de komende jaren te ontwerpen en vorm te geven.
Komende jaren Tenzij de meerjarenbegroting van het gemeentefonds gewijzigd wordt, is er vanaf 2026 nog steeds sprake van een structureel financieel gat voor gemeenten. Zonder een reëel beeld van de inkomsten is het maken van politieke keuzes zacht gezegd uitdagend te noemen. Tegelijkertijd wordt er meer van de lokale overheid gevraagd en verwacht, zowel door inwoners als het rijk. De ambities en taken van decentrale overheden worden bovendien complexer door de overspannen arbeidsmarkt en het samenwerken met veel stakeholders in verschillende netwerken en ketens. En tot slot neemt, mede door geopolitieke ontwikkelingen, ook het belang en de noodzaak van informatiebeveiliging toe. Mede in het licht van bovengenoemde ontwikkelingen is in gezamenlijkheid integraal gekeken naar (potentiële) besparingsmogelijkheden op ICT en in het verlengde daarvan specifiek op de GR RID. De gekozen besparingen zijn reeds verwerkt in deze begroting, die medio 2025 ter vaststelling aan u wordt voorgelegd. In deze programmabegroting leest u hoe de RID zich verder ontwikkelt naar een partner die meegroeit en inspeelt op uw (gezamenlijke) wensen als deelnemende organisaties.
Doorn, 10 juni 2025, W. van Leeuwen Directeur a.i. RID-Utrecht.
2
Inhoud 1.
2.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1.
Doelen .................................................................................................................................................... 4
1.2.
Bestuur ................................................................................................................................................... 4
1.3.
Gezamenlijk opdrachtgeverschap .............................................................................................................. 4
1.4.
Proces ..................................................................................................................................................... 4
1.5.
Opbouw begroting ................................................................................................................................... 5
1.6.
Wijze van totstandkoming en opzet ........................................................................................................... 5
1.7.
Situatie kadernota 2026-2029 ................................................................................................................... 5
1.8.
Toelichting mutaties begroting 2025-2026 ................................................................................................. 6
Programma: dienstverlening .............................................................................................................................. 7 2.1.
3.
Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) ........................................... 7
2.1.1.
Versterken van infrastructuur voor de toekomst ................................................................................ 7
2.1.2.
Verhogen niveau van informatieveiligheid ......................................................................................... 8
2.1.3.
Verbeteren van de dienstverlening .................................................................................................... 8
2.1.4.
Bijdragen aan versterken van de samenwerking ................................................................................. 8
2.2
Wat mag het kosten ............................................................................................................................... 10
2.3
Toelichting mutaties begroting 2025-2026 ............................................................................................... 11
Hoofdstuk Overhead ....................................................................................................................................... 13 3.1.
Toelichting mutaties begroting 2025-2026 ............................................................................................... 13
4.
Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................................... 14
5.
Recapitulatie .................................................................................................................................................. 15
6.
Ontwikkelingen .............................................................................................................................................. 16
7.
Paragrafen ..................................................................................................................................................... 17 7.1.
Paragraaf lokale heffingen ...................................................................................................................... 17
7.2.
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................. 17
7.3.
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 20
7.4.
Financiering en treasury.......................................................................................................................... 20
7.5.
Bedrijfsvoering....................................................................................................................................... 21
7.6.
Verbonden partijen ................................................................................................................................ 21
7.7.
Grondbeleid ........................................................................................................................................... 21
3
1.
Inleiding
In samenspraak met het bestuur hebben de deelnemers afgesproken dat de RID zich blijft ontwikkelen; van een IT-beheerorganisatie naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening, tot het managen en regievoeren op clouddiensten. De ontwikkelrichting is vertaald naar een bestuurlijk besluit in januari 2025 over een duurzame investeringsplanning voor de RID, rekening houdend met de behoeften en strategische doelstellingen van haar deelnemers..
1.1.
Doelen
De komende jaren zetten we in op een modernere, efficiëntere en veiliger organisatie, waarbij niet alleen technische uitdagingen worden aangegaan, maar tevens het niveau van informatieveiligheid wordt verhoogd en de dienstverlening verder geprofessionaliseerd wordt. In aanloop naar zowel een technische- als organisatorische transitie, zet de RID in op de onderstaande strategische doelen: Het versterken van de infrastructuur voor de toekomst; Het verhogen van het niveau van informatieveiligheid; Het verder verbeteren van de dienstverlening; Verder bijdragen aan versterking van de samenwerking.
1.2.
Bestuur
De colleges van de gemeenten Baarn, De Bilt, Bunnik, Soest, Utrechts Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug nemen deel in de gemeenschappelijke regeling RID-Utrecht. Het bestuur zet de beleidslijnen uit en spreekt over de voortgang van de dienstverlening, de exploitatiebegroting en de verantwoording hierover. Het bestuur heeft de zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van de organisatie.
1.3.
Gezamenlijk opdrachtgeverschap
Naast de bestuurlijke lijn heeft het AB op 4 juli 2019 een toepassing IV-governance vastgesteld, om de samenwerking van een gedeelde IV-functie vorm te gaan geven. Deze bestaat uit 2 gremia; het SOO (strategisch opdrachtgeversoverleg) en het GDO (gemeenschappelijk directeurenoverleg). Het SOO wordt gevormd door de IV-managers van de aangesloten organisaties, met als linking-pin de servicelevelmanager van de RID. De samenstelling van het GDO bestaat uit de gemeentesecretarissen van de aangesloten organisaties en de directeur van de RID. Vanuit het GDO is één GDO-lid aangewezen als linking-pin/adviseur voor het bestuur.
1.4. Kadernota
Proces Begroting
Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)
Jaarstukken
De begroting 2026-2029 schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen.
4
1.5.
Opbouw begroting
In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2026. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2026-2029 is op 20 januari 2025 vastgesteld.
Hoofdstuk 2: Programma Dienstverlening
Hoofdstuk 3: Overhead
Hoofdstuk 4: Algemene Dekkingsmiddelen
Hoofdstuk 6: ontwikkelingen 2026 ev.
Hoofdstuk 7: Paragrafen
Hoofdstuk 5: Recapitulatie
1.6.
Wijze van totstandkoming en opzet
Het algemeen bestuur heeft op 20 januari 2025 de kadernota 2026-2029 vastgesteld. De kadernota gaf een vooruitblik op de te verwachten ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2026 en volgende jaren. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is deze programmabegroting opgesteld.
1.7.
Situatie kadernota 2026-2029
Alle jaren van de kadernota sluiten met een saldo van 0. Kadernota 2026-2029 Bedragen x € 1000 2026 Meerjarig perspectief vanuit begroting 8.626 2025-2028
2027
2028
2029
8.626
8.626
8.626
Salariscompensatie
172
172
172
172
Inflatiecorrectie
74
74
74
74
Uitwerking DIP/ datacenters uitfaseren naar de cloud
-184
732
215
215
Aanpassing HR21
221
221
221
221
-150
-225
-225
-225
8.759
9.600
9.083
9.083
Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2025-2028
8.626
8.626
8.626
8.626
Kadernota effecten op dekkingsmiddelen
467
1.015
682
682
Mutaties als gevolg van besparingspotentieel
-150
-225
-225
-225
Totale dekkingsmiddelen
8.943
9.416
9.083
9.083
184
-184
0
0
-184*
0
0
0
0
*
0
0
Mutaties als gevolg van besparingspotentieel Totale lasten
Saldo Kadernota 2026 Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
5
184
Gerealiseerd resultaat kadernota 2026
0
0
0
0
* Bij vaststellen begroting wordt aan algemeen bestuur gevraagd om een bestemmingsreserve te vormen. Daarnaast is er gevraagd aan de RID om het besparingspotentieel in kaart te brengen. Dit heeft geleidt tot doorgevoerde besparingen van € 150.000 in 2026 en € 225.000 vanaf 2027.
1.8.
Toelichting mutaties begroting 2025-2026
Het verschil tussen de begroting 2025 en 2026 wordt toegelicht, als het verschil groter is dan € 20.000, bij de uitwerking per programma/hoofdstuk. Zoals te zien is bij de verschillende toelichtingen worden de afwijkingen veroorzaakt door de kadernota.
6
2.
Programma: dienstverlening
2.1. Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) In samenspraak met het bestuur hebben de deelnemers afgesproken dat de RID zich blijft ontwikkelen; van een IT-beheerorganisatie naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening, tot het managen en regievoeren op clouddiensten. De ontwikkelrichting is vertaald naar een bestuurlijk besluit in januari 2025 over een duurzame investeringsplanning voor de RID, rekening houdend met de behoeften en strategische doelstellingen van haar deelnemers.
RID in ontwikkeling Om toe te werken van een RID, die uitsluitend de harde ICT levert, naar de servicepartner en regievoerder die ontzorgt op het gebied van ICT en informatievoorziening, werken we conform 5 beleidssporen; te weten samenwerking, organisatie, diensten, processen en projecten. Met deze beleidssporen als leidend principe leggen we de focus de komende jaren op de volgende strategische doelen:
2.1.1. Versterken van infrastructuur voor de toekomst Door de aangesloten organisaties en het bestuur is besloten te investeren in het afbouwen van de huidige datacenters en geleidelijk de overgang te maken naar de cloud. Deze strategische keuze biedt de RID de kans deelnemers beter te ondersteunen, eventuele toetreding van nieuwe partijen door de schaalbaarheid eenvoudiger te faciliteren en haar rol als regionale partner te versterken. Daarnaast geeft het de aangesloten organisaties meer mogelijkheden om te betalen naar gebruik in plaats van langdurige verplichtingen aan te gaan. De overgang naar de cloud wordt opgeknipt in 4 fases, langs de sporen techniek en organisatie. De RID beschikt nu nog over de hardware. Hierdoor worden in de huidige vorm van ICT-hosting de applicaties beheerd op basis van beschikbare capaciteit. Omdat gefaseerd capaciteit wordt uitbesteed, gaat dit veranderen naar het beheren van applicaties op basis van benodigde capaciteit. Door cloudoplossingen in te zetten, kan wellicht de mogelijkheid ontstaan om op termijn kosten te reduceren. Techniek: voor dit spoor zijn de fases als volgt samen te vatten: 1. voorbereiding aanbesteding; 2. aanbesteding & gunning; 3. onboarding; 4. migratie & optimalisatie.
Door de overgang naar een cloudgebaseerde infrastructuur gaan de rollen en taken van de RID van kleur verschieten; van het beheren van fysieke hardware naar toenemende focus op regie en integratie. De beheerdiensten worden uitbesteed, de vraag- en aanbodvertaling wordt verder ontwikkeld en het opdrachtgeverschap versterkt. Tenslotte wordt de aansturing van strategische leveranciers centraal geïntensiveerd en zet de RID in op het stapsgewijs opbouwen van het leren voeren van regie. Organisatie: voor dit spoor worden de volgende 4 fases onderscheiden: 1. Kaders en programmasturing; 2. Analyse betrokken rollen en functies; 3. Vastleggen regieprocessen; 4. Uitvoering ontwikkelprojecten.
7
2.1.2. Verhogen niveau van informatieveiligheid Vanaf 2020 hanteren we het verplichte normenkader voor informatieveiligheid; de baseline informatiebeveiliging overheid (BIO). Omdat informatieveiligheid steeds belangrijker is, komt naast de BIO de NIS2 erbij, die uiterlijk eind 2025 in nationale wetgeving wordt vertaald. Het is nu nog niet mogelijk om exact uiteen te zetten wat deze wet van gemeenten zal vragen en wat de impact daarvan is op de RID. Wel is nu al helder dat de ENSIA als verantwoordingsinstrument niet meer toereikend zal zijn. Het lijkt er sterk op dat NIS2 meer belang toe zal kennen aan de werking van de maatregelen en plannen die organisaties maken voor informatieveiligheid. Organisaties moeten dan gaan aantonen dat hun beleid echt werkt. Een nog nader te bepalen toezichthouder kan hoge boetes uitdelen, zoals bijvoorbeeld al gebeurt voor de AVG. Bestuurders kunnen zelfs persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Het goede nieuws is; op het moment dat organisaties voldoen aan de eisen van de BIO, sluiten de maatregelen in de NIS2 daar grotendeels bij aan en is men goed op weg om ook aan de nieuwe richtlijn te voldoen. Uiteraard wordt ondertussen continu ingezet op het verhogen van het volwassenheidsniveau, uitbreiding van de monitoring en optimalisatie van de (beheer)processen.
En ook het benutten van de mogelijkheden van Microsoft E5 draagt bij aan verbetering van de informatieveiligheid, echter blijft de digitale autonomie een zorg. De afgelopen jaren is door de RID verder al geïnvesteerd in digitale weerbaarheid. Er zijn niet alleen stappen gezet op het gebied van informatieveiligheidsbeleid, disaster recovery en backup-restore, maar ook op het beveiligen van mobiele werkplekken en de netwerksegmentatie.
Regionale doorontwikkeling IB&P Naast de technische aspecten van informatieveiligheid, wordt ook de organisatorische kant van IB&P in regionaal verband verder ontwikkelt. Hierbij wordt allereerst gekeken naar het regievoeren, het inhoudelijk stroomlijnen en dedicated invullen van rollen en taken. Bij het opstellen van deze begroting is de concrete vertaling hiervan voor de RID nog niet mogelijk.
2.1.3. Verbeteren van de dienstverlening De vertaling van de verdere ontwikkelingen op het gebied van IV, IB&P en ICT en welke rol de RID hierin gaat spelen, kan van invloed zijn op de gevraagde dienstverlening van de RID. Bij het opstellen van de begroting was deze nog niet dusdanig concreet dat ze meegenomen kon worden. Wel is al duidelijk dat met de overgang naar de cloud en het afbouwen van de datacenters de rollen en verantwoordelijkheden binnen de RIDorganisatie zullen veranderen. Vooral door de verschuiving van het beheren van fysieke hardware naar het managen van clouddiensten en configuraties. Dit vraagt om andere vaardigheden en continue bijscholing. Vooruitlopend daarop wordt ingezet op stapsgewijze groei van het voeren van regie. Daarnaast wordt meer gestuurd op portfoliomanagement van de RID, het verbeteren van processen en projectmanagement en het starten van nieuwe diensten zoals company owned devices. Dit alles doet de RID uiteraard in nauwe samenwerking met de deelnemers.
Dienstverlening aan raadsleden Door veranderde wetgeving zijn gemeenten verplicht om ook ICT-voorzieningen aan hun raadsleden beschikbaar te stellen. De RID heeft de gewenste functionaliteiten en de benodigde ondersteuning voor de nieuwe digitale werkomgeving van de ca 250 raadsleden in kaart gebracht en hiervoor een voorstel gedaan. Zeker met het oog op informatiebeveiliging en de bestuurlijk gewenste standaardisatie en de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, adviseert de RID haar eenduidige regionale ICT-dienstverlening ook aan raadsleden te leveren.
Vergroten van de innovatiekracht De samenleving verandert en dat gaat in een toenemend tempo. Steeds vaker maken technologische innovaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Ontwikkelingen die nodig zijn om flexibel te kunnen omgaan met verschillende scenario’s, als de omstandigheden daartoe noodzaken. Innovatie is daarmee geen luxe maar een must. Zonder innovatie zouden de deelnemers op ICT-gebied stil komen staan en stilstand is nou eenmaal achteruitgang. En hoewel onze invloed op externe of extreme factoren minimaal is, kunnen we wél door gemeenschappelijke innovatieprojecten de kans vergroten dat de bedrijfscontinuïteit gegarandeerd blijft.
2.1.4. Bijdragen aan versterken van de samenwerking Over de assen van 3 beleidsterreinen is in gezamenlijkheid gekeken naar mogelijke ontwikkelingen op het gebied van IV, IB&P en ICT en welke rol de RID hierin kan spelen. De RID is als GR ingericht om te werken voor 8
een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Vanuit professioneel opdrachtgeverschap van alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een Regionale IV-ontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, formulering en -articulatie. Door dit gezamenlijk te doen kunnen we namelijk middelen, mensen en materiaal efficiënt inzetten. De opdrachtgevende organisaties hebben begin 2025 een nieuw perspectief geformuleerd op de brede I-samenwerking, met als doel te kunnen sturen op basis van strategie vanuit een toekomstbestendige samenwerking op ICT, IV en IB&P. Met de nieuwe samenwerking wordt ingezet op meer digitale volwassenheid en flexibiliteit voor alle deelnemers, een robuuste technische basis, het verhogen van de informatieveiligheid, de datamigratie naar de cloud, de maatschappelijke opgave(n) centraal stellen voor de informatievoorziening en het regionaal en subregionaal bundelen van kennis en krachten. Mede door het inrichten van de benodigde capabilities en het professionaliseren van portfoliomanagement, levert de RID haar bijdrage hieraan. De opgave voor de nieuw te werven directeur RID is om dit transitieproces voor de komende jaren te ontwerpen en vorm te geven.
Bij de ontwikkeling van de RID houden we rekening met de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit wordt organisatorisch ingevuld vanuit de Gemeenschappelijke Regeling die aan de RID ten grondslag ligt. Hierin is het eigenaarschap van de RID belegd bij het Algemeen Bestuur en afgeleid daarvan het Dagelijks Bestuur.
9
2.2 Wat mag het kosten Kostenoverzicht programma Dienstverlening Bedragen x € 1.000 Realisatie
Begroting
Meerjarenbegroting
Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totaal personeelslasten
2024 3.752 104 3.856
2025 3.632 118 3.750
2026 4.181 118 4.299
2027 4.192 118 4.310
2028 3.701 118 3.819
2029 3.701 118 3.869
Overige lasten Gemnet Telefonie/ internet/onderhoud Glasvezelring Multifunctionals Onderhoud Hardware/ software Kapitaallasten Informatieveiligheid Elektra Overige lasten
2024 33 102 108 23 1.570 1.275 163 92 3.366
2025 0 114 118 18 1.698 1.286 228 48 3.510
2026 0 117 122 18 1.899 649 233 50 3.088
2027 0 42 122 18 2.887 566 233 50 3.918
2028 0 42 122 18 2.911 566 233 0 3.892
2029 0 42 122 18 2.911 566 233 0 3.892
Totaal Programma dienstverlening
7.222
7.260
7.387
8.228
7.711
7.711
7.260
7.387
8.228
7.711
7.711
Waarvan bestaand beleid Waarvan nieuw beleid
Verschillende soorten diensten Het kostenoverzicht hierboven bevat het saldo van de baten en lasten. Voor de bovenstaande basis aan diensten vindt verrekening van de reguliere kosten plaats via de verdeelsystematiek, zoals tussen de deelnemers en de GR RID overeengekomen. Daarnaast levert de RID ook nog andere diensten, met een andere afrekensystematiek. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te houden worden ook deze diensten begroot. Bij het bepalen van de koers 2019-2022 is besloten om de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk te houden, en deze andere diensten te verrekenen op basis van het principe “de gebruiker betaalt”. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke diensten er worden doorbelast aan welke deelnemer (kadernota 2026). Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal
Telefonie 21 12 25 46 15 27 19 165
Wifi Ehrm MDM MS365 17 64 12 89 9 0 8 50 19 94 14 95 21 91 25 190 6 48 10 60 21 130 19 157 14 42 9 68 107 469 97 709
Multifunc. 12 8 12 20 9 14 10 85
NFS* Totaal 80 295 73 160 85 344 83 476 62 210 70 438 66 228 519 2.151
* Nieuw Financieel Systeem, dit betreft de aanbesteding van een nieuw financieel systeem.
10
Ter vergelijking is ook het overzicht opgenomen wat in de begroting 2025 stond: Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal
Telefonie Wifi Ehrm MDM MS365 20 25 51 11 58 11 11 0 7 33 22 26 72 14 65 42 31 99 23 91 15 12 41 10 46 36 25 105 18 83 21 21 47 8 46 167 151 415 91 422
multicfunc. 26 11 32 30 19 24 28 170
Totaal 191 73 231 316 143 291 171 1.416
Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook nog hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek, hardware en applicaties) maar ook de inzet van professionals zoals de business projectleider. Omdat deze voor de RID lastiger zijn in te schatten en daarmee te begroten, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. Op basis van verstrekte informatie en individuele behoefte, kan de RID meedenken over een juiste inschatting voor de eigen begroting van de betreffende deelnemer.
2.3 Toelichting mutaties begroting 2025-2026 De lasten ten opzichte van 2025 zijn € 127.000 hoger. Dit is als volgt te verklaren: Lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2025 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO-stijging voor 2026 (kadernota 2026-2029) Inflatiecorrectie (kadernota 2026-2029) Aanpassing HR 21 (kadernota 2026-2029) Gevolgen uitwerking DIP/datacenters uitfaseren (kadernota 2026-2029) Flexibilisering werkplek (kadernota 2023-2026) Doorvoeren besparingspotentieel 2026 Totaal
Bedrag 143 58 180 184 20 50 127
N N N V V V N
Voor de volledigheid de tekst vanuit de kadernota gekopieerd:
Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Voor het salarisniveau en de formatie gaan we uit van de huidige CAO-gemeenten en ramen we de lasten op de maximale hoogte van de salarisschalen. De loonkosten indexeren we op basis van de verwachte loonontwikkelingen in 2026. Door het vroege tijdstip van de vaststelling van deze kadernota hebben wij voorlopig de loonindex op 3,8 % gezet (op basis van de loonvoet September circulaire). Als blijkt dat we dit percentage en daarmee de bedragen moeten bijstellen, vragen we dit met een begrotingswijziging aan. Gezien de krappe situatie op de arbeidsmarkt ziet de RID hier een mogelijk risico indien teruggevallen moet worden op de inzet van (duurdere) inhuur. Een voorbehoud op dit bedrag is daarmee op zijn plaats. De prijsaanpassing volgt de inflatiecorrectie zoals opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau. Voor 2026 bedraagt de prijsaanpassing 2,6 % (op basis van de septembercirculaire).
Uitwerking DIP/ datacenters uitfaseren naar de cloud Voor de kadernota 2025 is een duurzame investeringsplanning opgesteld op basis van het voorkeursscenario: “afbouwen van de huidige datacenters en een geleidelijke overgang naar de cloud”. Bij het vaststellen van de kadernota 2025 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten dat in 2024 inzichtelijk moet worden gemaakt welke technische en financiële voorwaarden nodig zijn om dit scenario te realiseren, zowel voor de RID als voor haar deelnemers. De RID heeft dit voorkeursscenario opnieuw bekeken en op 28 november 2024 een geactualiseerde versie gepresenteerd aan het AB. Deze herijking gaat uit van een gefaseerde overgang naar de cloud, waarbij het proces halverwege 2027 is afgerond.
11
Met hulp van een externe partij heeft de RID een kostenraming opgesteld om deze overgang te realiseren. Hierbij zijn de kosten verdeeld in incidentele (eenmalige) kosten en structurele (terugkerende) kosten. De planning is zo ingericht dat de technische en financiële middelen optimaal worden benut gedurende de overgang. Onderstaand vindt u een overzicht van de kosten: Tabel 2: Incidentele kosten datacenters naar de cloud: Bedragen x € 1000
2026
2027
2028
2029
Implementatiekosten Frictiekosten/ dubbeldraaikosten Dekking vanuit huidige begroting Resultaat incidentele kosten
633 124 - 941 -184
482 521 -271 732
0 0 0 0
0 0 0 0
2026
2027
2028
2029
0 0 0
745 -745 0
1.490 -1.275 215
1.490 -1.275 215
2027
2028
2029
Tabel 3: Structurele kosten datacenters naar de cloud: Bedragen x € 1000 Structurele kosten cloudpartner Dekking vanuit huidige begroting Resultaat structurele kosten
Tabel 4: impact op deelnemersbijdrage kadernota datacenters naar de cloud Bedragen x € 1000
2026
Incidentele kosten -184 732 0 0 Structurele kosten 0 0 215 215 Impact kadernota -184 732 215 215 Bestemmen door Algemeen bestuur* 184 -184 0 0 Resultaat kadernota 0 548 215 215 * Bij vaststellen begroting wordt aan algemeen bestuur gevraagd om een bestemmingsreserve te vormen.
Aanpassing conversietabel HR21 Bij de oprichting van de RID is afgesproken dat de arbeidsvoorwaarden van gemeente De Bilt worden gevolgd. Dit is opnieuw bevestigd bij de overstap naar het functiehuis HR21. In juni 2023 is gemeente De Bilt gestart met een grote herziening van HR21, onder begeleiding van het externe bureau Leeuwendaal. Hierbij is ook gekeken naar de functies en de bijbehorende conversietabel. Om de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt te versterken, is besloten om de tussenschalen 10A en 11A (destijds nog in gebruik bij De Bilt) te laten vervallen. Door deze wijziging verandert de conversietabel en daarmee ook de salarisschalen die horen bij de standaardfuncties. Voor de RID heeft dit gevolgen voor 16 functies. De maximale, structurele kostenstijging vanaf 2026 wordt geschat op € 221.000. Dit bedrag is gebaseerd op de maximale hoogte van de salarisschalen. Als in 2026 blijkt dat niet alle functies zijn ingevuld of dat medewerkers nog niet aan het einde van hun schaal zitten (wat met het huidige personeelsbestand waarschijnlijk is) zullen we dit positieve verschil opnemen in de bestuursrapportage. De hogere schalen kunnen wel onze positie op de krappe, specialistische arbeidsmarkt verbeteren en mogelijk bijdragen aan het sneller invullen van openstaande vacatures.
12
3.
Hoofdstuk Overhead
Op basis van de BBV-voorschriften is het verplicht een overzicht van de overheadkosten op te nemen in de begroting. In het programma dienstverlening staan alleen nog de kosten vermeld die betrekking hebben op het primaire proces. Kostenoverzicht overhead Bedragen x € 1.000 Realisatie
Begroting
meerjarenbegroting
Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Overige personeelslasten Totaal personeelslasten
2024 711 10 15 736
2025 726 13 21 760
2026 795 14 21 830
2027 2028 795 795 14 14 21 21 830 830
2029 795 14 21 830
Overige lasten Huisvesting/facilitair Ondersteuning Gemeente De Bilt Advieskosten ICT kosten Innovatie Bedrijfsauto’s Overige lasten
2024 155 70 240 24 71 4 564
2025 166 76 252 23 100 9 626
2026 170 78 262 24 0 9 542
2027 170 78 262 24 0 9 542
2028 170 78 262 24 0 9 542
2029 170 78 262 24 0 9 542
Totaal Overhead
1.300
1.386
1.372
1.372 1.372
1.372
3.1.
Toelichting mutaties begroting 2025-2026
De kosten van 2026 zijn 14.000 lager ten opzichte van 2025. Dit is als volgt te verklaren: Lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2025 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO-stijging voor 2025 (kadernota 2026-2029) Inflatie (zie kadernota 2026-2029) Aanpassing HR21 (zie kadernota 2026-2029) Doorvoeren besparingspotentieel Totaal
13
Bedrag 29 16 41 100 14
N N N V V
4. Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdrage van de verschillende deelnemers. In de kadenota 2026-2029 hebben wij een uiteenzetting gemaakt van de totstandkoming van de bijdragen. De fluctuaties van de deelnemersbijdragen zijn te verklaren door enerzijds de extra kosten vanuit de kadernota, de jaarlijkse herijking van de verdeelsystematiek en tussentijdse begrotingswijzigingen. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal
2024 2025 2026 2027 2028 2029 1.011 1.069 1.091 1.162 1.113 1.113 706 710 718 766 733 733 1.401 1.407 1.455 1.521 1.474 1.474 1.879 1.967 2.061 2.176 2.096 2.096 896 884 909 968 928 928 1.661 1.738 1.809 1.874 1.825 1.825 842 871 900 949 914 914 8.396 8.646 8.941 9.416 9.083 9.083
De wijziging tussen 2025 en 2026 wordt veroorzaakt door wijzigingen vanuit de kadernota en de later doorgevoerde besparingen zie onderstaand overzicht: Structurele effecten naar aanleiding van doorgevoerde besparingen: Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) 2024 Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal
14
2025
2026 -17 -11 -27 -33 -15 -32 -15 -150
2027 -26 -18 -38 -50 -22 -48 -23 -225
2028 2029 -26 -26 -18 -18 -38 -38 -50 -50 -22 -22 -48 -48 -23 -23 -225 -225
5.
Recapitulatie
Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten Gerealiseerd totaal van baten en lasten voor reserve mutaties Onttrekking/toevoeging reserve Gerealiseerd resultaat
realisatie 2024
Begroting 2025 2026
2027
meerjarenraming 2028 2029
7.222 1.300 8.522
7.260 1.386 8.646
7.387 1.372 8.759
8.228 1.372 9.600
7.711 1.372 9.083
7.711 1.372 9.083
8.396 8.396
8.646 8.646
8.943 8.943
9.416 9.416
9.083 9.083
9.083 9.083
0 0 0
184 -184 0
-184 184 0
0 0 0
0 0 0
- 126 135 9
Tabel incidentele baten en lasten: Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten
2025
Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten
15
2026
2027
2028
0 0 0
-184 0 -184
732 0 732
0 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
6.
Ontwikkelingen
Nieuw perspectief op brede I-samenwerking In 2018 is een gezamenlijke strategische koers opgesteld die in 2021 is geëvalueerd met de deelnemers. Middels een participatief traject met de deelnemers is vervolgens gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe koers. Dit voorstel sloot nauw aan bij de verdere ontwikkeling van de door de deelnemers opgestelde i-visie en de wens om te komen tot verdere intensivering van zowel de ICT-samenwerking, als die op het gebied van IB en IV. In het voorstel zijn enerzijds de opgaven voor de RID-deelnemers op het terrein van IV in kaart gebracht en anderzijds wat een mogelijke rol van de RID hierbij zou kúnnen zijn. De ontwikkelsporen zijn in 2024 door de deelnemers, samen met de RID, verder uitgewerkt. Door de opdrachtgevende organisaties is tenslotte een nieuw perspectief geformuleerd op de brede Isamenwerking, met als doel te kunnen sturen op basis van strategie vanuit een toekomstbestendige samenwerking op ICT, IV en IB&P. Met de nieuwe samenwerking wordt ingezet op meer digitale volwassenheid en flexibiliteit voor alle deelnemers, een robuuste technische basis, het verhogen van de informatieveiligheid, de datamigratie naar de cloud, de maatschappelijke opgave(n) centraal stellen voor de informatievoorziening en het regionaal en subregionaal bundelen van kennis en krachten.
Door dit gezamenlijk te doen kunnen bovendien middelen, mensen en materiaal efficiënt ingezet worden. Randvoorwaardelijk is dat voor de zomer van 2025 vanuit alle colleges en besturen besluitvorming plaatsvindt over de doorontwikkeling naar twee sub-regionale IV-organisaties met een gezamenlijke ICT-basis. De opgave voor de nieuw te werven directeur RID is om dit transitieproces voor de komende jaren te ontwerpen en vorm te geven. Naast het eerdergenoemde besluit rondom de nieuwe investeringen gaan de uitkomsten van dit traject zich vertalen naar een collectieve vraag aan de RID. Op basis hiervan kan door de RID, waar van toepassing, nieuw beleid voor de kadernota opgesteld worden. De eventuele financiële consequenties hiervan worden uiteraard ook vertaald in de kadernota.
16
7.
Paragrafen
Doel van de paragrafen is om het Algemeen Bestuur een instrument te geven om de beleidskaders van de diverse onderdelen vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren.
7.1.
Paragraaf lokale heffingen
Dit is voor de RID niet van toepassing.
7.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De RID heeft veel geïnvesteerd in ICT-middelen en heeft derhalve veel (im)materiële vaste activa op de balans staan. Dit wordt in de paragraaf financiële risico’s verder uitgewerkt. Een eventueel negatief exploitatiesaldo wordt door de RID-deelnemers afgewikkeld conform de artikelen 26 tot en met 28 van de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite zijn daarmee alle financiële risico's afgedekt. De RID-deelnemers worden door middel van de huidige P&C -documenten geïnformeerd over de financiële stand van zaken. Daarnaast heeft de RID een ISAE3402 rapport dat zich sterk richt op risicobeheersing.
Financiële Risico’s De RID is gefaseerd en projectmatig gegroeid naar de eindsituatie. Bij iedere fase is onderzocht welke risico’s de RID of de deelnemers lopen alvorens tot uitvoering over te gaan. Zo moet bijvoorbeeld bij het consolideren van licenties precies in beeld zijn gebracht wat de juridische en financiële consequenties zijn. Daarnaast moet de RID ook steeds bepalen of bijvoorbeeld aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt voldaan. Met inhuur van expertise op dit vlak is in de begroting rekening gehouden. Het risico op vernietiging of vervreemding van de activa door brand of diefstal wordt gemitigeerd door het afsluiten van verzekeringen. De kans op een grote financiële impact is gering. Wij hebben een apart budget voor soft- en hardware kosten daarnaast werken we met een meerjarig investeringsplan. De stand van zaken wordt door de RID periodiek gemonitord. Een groei van het aantal gebruikers (tot boven het aantal genoemd in kadernota) zal leiden tot meer kosten, maar dit wordt tijdig met de RID-deelnemers afgestemd. Conform gemeenschappelijke regeling zullen de eventuele extra kosten gedekt worden door hogere bijdragen.
Compliance risico In de aanbesteding van software was ook de dienst licentiebeheer meegenomen. De dienst licentiebeheer is ingericht, en wordt in de toekomst nog verder uitgewerkt om ook (naast compliancy) het werkelijk gebruik te monitoren. Daarnaast is er risico op het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Voor de AVG hebben wij de rol van functionaris gegevensbescherming belegd binnen de organisatie. Daarnaast worden en zijn er reeds bewustwordingscampagnes en bijeenkomsten gehouden bij het personeel. Ten behoeve van de BIO hebben wij diverse processen ingericht om te voldoen aan de BIO. Deze processen worden getoetst tijdens de controle rondom ISAE3402. De financiële impact zou een eventuele boete kunnen zijn. Deze kan 2 tot 4 procent van de opbrengsten bedragen. (€ 182.000 tot € 364.000). Echter gezien de door ons genomen maatregelen schatten wij het risico op zeer laag voor de hoge boete (10% →€ 40.000).
Renterisico Er wordt rekening gehouden met een rente voor nieuw op te nemen geldleningen van 3,0 %. Het risico bestaat dat het werkelijke rentepercentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Op dit moment zitten wij nog onder deze rentestand, maar herfinanciering tegen bijvoorbeeld 4 % zou een impact hebben van € 45.000.
17
Op de korte termijn levert de herfinanciering nog een gering risico op. Maximale herfinanciering in 2026 rond de 4,5 miljoen. De impact is dan (bij 4% rente) € 45.000. Wij blijven de rentestand monitoren en zullen indien nodig via de kadernota de rentestand ophogen.
Risico op cybercrime Cybercrime als risico voor de dienstverlening nemen we vanaf nu bewust op in deze risicoparagraaf. In het geval van de diefstal van data (ransomware) of andere vormen van cybercrime, kan de dienstverlening immers acuut tot stilstand komen. Het gegeven dat in 2024 maar liefst 1 op de 5 bedrijven slachtoffer is geworden van cybercrime heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. De toename van SaaS-oplossingen vanuit de deelnemers, levert een groter risico op het netwerk van de RID op. Door onder meer netwerksegmentatie probeert de RID het risico te beperken dat bij een aanval op één deelnemer, alle organisaties geraakt worden. Daarnaast vormen de jaarlijkse, technische pentesten een onderdeel van de benodigde risicobeperking vanuit de RID. Een goede informatiebeveiliging is alleen in gezamenlijkheid met de deelnemers te bereiken. Bij dit type risico zal geen enkele investering in tijd en geld helaas het risico ooit tot nul kunnen reduceren. Het risico op cybercrime zal daarmee altijd aanwezig zijn en de impact op de dienstverlening hoog. Dit vraagt dus om blijvende (bestuurlijke) aandacht en inzet op informatiebeveiliging. Financiële impact PM
Risico situatie arbeidsmarkt De arbeidsmarkt vormt in toenemende mate een uitdaging voor het werven van personeel, zeker op het gebied van ICT. Hieruit volgt het risico dat vacatures lang openstaan of zelfs niet ingevuld kunnen worden. Met het oog op het continueren van de dienstverlening, kan de RID zich genoodzaakt zien om vaker terug te vallen op inhuur, met alle financiële consequenties van dien. Omdat dit steeds een afweging zal zijn (financieel tegenover continueren dienstverlening) zal dit in overleg met de deelnemers gebeuren. Financiële impact stellen wij derhalve op PM.
Risico’s voor dienstverlening Het uitvoeren van Functioneel Beheer Het technisch beheer van applicaties is belegd bij de RID. Voor de kantoorautomatisering en de diensten die zijn uitbesteed aan de RID, zoals Topdesk en e-Hrm, ligt ook het functioneel beheer bij de RID. Voor alle andere applicaties ligt het functioneel beheer primair bij de RID-deelnemers. Voor iedere applicatie moet een functioneel beheerder aangewezen zijn die zorgdraagt voor het functioneren, zodat deze applicatie het proces goed ondersteunt. Tijdens de Log4j crisis werd achterstallig onderhoud op het applicatielandschap zichtbaar. Niet alleen bevonden zich honderden applicaties buiten het zicht (dus niet binnen het datacenter) van de RID, maar door het ontbreken van functioneel beheer vond onvoldoende lifecycle management plaats op deze applicaties. Dit leidde tot grote kwetsbaarheden in onze infrastructuur. Bij iedere pentest wordt bevestigd dat op al deze applicaties extra aandacht voor functioneel beheer, patchmanagement en lifecyclemanagement noodzakelijk is. Dan kan goede afstemming plaatsvinden tussen functioneel en technisch beheer. In 2024 zijn samen met de deelnemers door onder andere het project SAM stappen gezet om deze risico’s te verkleinen.
Afhankelijk van de risicoanalyse, waarin een inschatting wordt gemaakt wat de kans is dat een risico zich voordoet, wordt de omvang van het weerstandsvermogen bepaald. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling mag het weerstandsvermogen maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen. De weerstandscapaciteit is op dit moment beperkt (alleen de Algemene Reserve ad € 104.000). Deze reserve is vooralsnog vrij besteedbaar. Risico’s Compliance risico Rente risico Risico op Cybercrime Risico van de huidige arbeidsmarkt Totaal
40.000 45.000 PM PM 85.000
18
Ratio Weerstandsvermogen De BBV schrijft voor om een verplichte basisset van 5 financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze 5 kengetallen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie (niet van toepassing voor RID) Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor RID)
Ratio Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2026 45% 1,5% 0
Begroting 2025 45% 1,5% 0
2024
2023
43 % 1,38% 0
39 % 3,48% 0
De RID is een organisatie met veel vaste activa op de balans. De RID heeft een beperkte Algemene Reserve, waardoor de RID moet lenen om te kunnen investeren. Hierdoor is de Netto schuldquote hoog en de solvabiliteitsratio laag. Wij verwachten geen structurele exploitatieruimte voor 2026 en 2025.
19
7.3.
Onderhoud kapitaalgoederen
In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij de RID is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name ICT gerelateerde zaken). Hierdoor is deze paragraaf niet van toepassing.
7.4.
Financiering en treasury
Inleiding De financieringsparagraaf is, in samenhang met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken, sturen, beheersen en controleren van de financiële middelen. De uitwerking hiervan vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. In het treasurystatuut is geregeld dat nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning. Deze afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt om bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig c.q. beschikbaar zijn. Hiermee worden de rentekosten zoveel mogelijk beperkt en de rentebaten geoptimaliseerd.
Rentevisie Financiering via kortlopende geldleningen is goedkoper dan via langlopende geldleningen. Daarom trekt de RID pas een langlopende geldlening aan als de kasgeldlimiet over langere periode overschreden dreigt te worden. Om een te risicovolle financieringspositie te voorkomen zijn wettelijk normen vastgelegd, uitgedrukt in de kasgeldlimiet en de risiconorm.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2026 8,2% van 8.909.000 = € 731.000 bedraagt. De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen.
Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RID loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2026 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De rente risiconorm voor 2026 bedraagt 20% van € 8.909.000, hetgeen uitkomt op € 1.782.000 met een minimum van € 2.500.000.
Financiering (leningenportefeuille) In januari 2020 en juli 2020 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% In februari 2021 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van -0,10% In juli 2023 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van 3,76%
20
In januari 2024 en juli 2024 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van 3,25% • voor 5 jaar met een rentepercentage van 3,27%. De gemiddelde rente op deze leningen bedraagt circa 2,12 %.
Vennootschapsbelasting Met betrekking tot de VPB-plicht maakt de RID gebruik van de vrijstelling rondom samenwerkingsverbanden.
7.5.
Bedrijfsvoering
Deze paragraaf omvat de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de RID Utrecht. Onze ambitie is om de partner te zijn die diensten en oplossingen levert op het gebied van zowel ICT als de informatievoorziening. Wij zorgen ervoor dat medewerkers van onze opdrachtgevers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Om dit te bereiken zijn in 2019 bestaande functies en samenhangende activiteiten herschikt tot een meer geconsolideerde functionele structuur. Eenvoudiger gesteld, de basis van onze organisatiestructuur bestaat per 1 december 2019 uit twee teams; het team Diensten en team Support & Operations. Team Diensten is verantwoordelijk is voor de architectuur, security en functionaliteit van diensten en oplossingen op het gebied van de informatievoorziening. Dit is een beleidsvormend, organiserend, regisserend en controlerend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID blijven voldoen aan de functionele vereisten van de business. Team Support & Operations, S&O, is integraal verantwoordelijk voor het leveren, adequaat functioneren en gebruik van diensten en oplossingen op het gebied van de ICT. Dit is een beherend, regisserend en ondersteunend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID voldoen aan gebruikersvereisten en door de gebruikers optimaal worden benut.
De opbouw van deze twee teams stelt ons beter in staat om nieuwe diensten te ontwikkelen, nieuwe technologie in te zetten en tegelijkertijd de bestaande operationele prestaties te continueren. Dit betekent ook dat duidelijkheid over de focus en verantwoordelijkheid van beide teams positief bijdraagt aan aspecten zoals innovatie, intrinsieke motivatie, leren en ontwikkelen, laagdrempelige collegiale communicatie en snel schakelen met korte lijnen.
7.6.
Verbonden partijen
Deze paragraaf is voor de RID niet van toepassing. De verbonden partijen die de RID heeft, zijn de deelnemende organisaties.
7.7.
Grondbeleid
Grondbeleid is voor gemeenten van belang in verband met realisaties van programma’s als ruimtelijke ordening, landschap, verkeer en vervoer, economische structuur etc. Gezien deze achtergrond is deze paragraaf niet van toepassing voor de RID.
21
Geprognotiseerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Activa Immateriële vaste activa
710
285
200
200
200
Materiële vaste activa
2.507
1.500
1.000
735
735
735
Financiële vaste activa
978
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000 1.750
Vorderingen op openbare lichamen
200
2.874
1.750
1.750
1.750
1.750
Overige vorderingen
-
-
-
-
-
-
Liquide middelen
-
100
100
102
102
102
744
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
7.813
5.635
5.050
4.787
4.787
4.787
Overlopende activa Totaal activa Passiva Algemene Reserve
104
87
87
87
87
87
Bestemmingsreserve
9
-
-
-
-
-
Voorzieningen
-
-
-
-
-
-
Vaste Schulden
4.600
4.000
2.500
2.500
2.500
2.500
Liquide middelen Netto vlottende schulden
816
48
13
-
-
-
2.284
1.500
2.450
2.200
2.200
2.200
7.813
5.635
5.050
4.787
4.787
4.787
2027
2028
2029
overlopende passiva Totaal Passiva
EMU saldo EMU Saldo (x € 1.000)
2024
2025
2026
Exploitatiesaldo voor mutaties reserve
-126
-
184
-184
-
-
Bij: Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
1.161
1.143
660
477
477
477
-
-
-
-
954
360
-
60
-
60
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
417
Bij: dotatie aan de post voorzieningen Af: Investeringen in (im)materiële vaste activa die worden geactiveerd Bij: baten uit bijdragen aan andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Af: Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan Bij: Baten bouwgrondexploitatie voorzover niet op exploitatie verantwoord Af: Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Totaal
-
-
-
-
81
783
844
233
477
lasten
baten
Overzicht van baten en lasten per taakveld Verdeling per taakveld (x € 1.000)
2024 Taakveld
baten
2025 lasten
baten
2026 laten
baten
2027
Programma dienstverlening
0.4 Overhead
1.780
9.002
7.260
7.437
Overhead
0.4 Overhead
-
1.300
1.386
1.472
Algemene dekkingsmiddelen
0.4 Overhead
8.396
Totaal
8.646
10.176
10.302
22
8.646
9.093 8.646
9.093
lasten 8.353 1.472
9.641 8.909
9.641
9.825
Vaststellingsbesluit
23