1339965 Uitwerking amendement Wintertuin 2025 Toezegging verkoop Wintertuin
Tekst van het document
Memo Van Aan Onderwerp
: Hugo Prakke : Raads- en steunfractieleden van Baarn : Toezegging antwoord op vraag toevoeging verkoop Wintertuin
Geachte raads- en steunfractieleden, In de raadsvergadering van 18 september 2025 is de vraag gesteld of de uitvraag kan worden verbreed, zodat de organisaties die de Wintertuin willen kopen (zoals de monumentenorganisaties) ook mee mogen dingen. Het college heeft zich juridisch laten adviseren door de huisadvocaat. In de bijlage kan het advies van de huisadvocaat worden gevonden. Kort samengevat is het collegevoorstel uitgegaan van de kaders die de gemeenteraad heeft gegeven. Hierbij is het uitgangspunt dat de verkoop van de Wintertuin pas na de initiële fase van vijf jaar een optie is. Pas na deze periode kan bij een positieve evaluatie de verkoop overwogen worden. Naar aanleiding van dit besluit heeft het college een marktconsultatie gehouden. Uit deze consultatie blijkt dat er beperkte interesse is voor exploitatie van de Wintertuin, vooral vanwege de strikte omgevingsvoorschriften die de mogelijkheden beperken. Daarnaast is er mogelijk belangstelling van partijen die zich inzetten voor behoud en bescherming van monumenten, maar deze partijen wachten meestal op een initiatief van de verkopende partij. Bovendien is de open uitvraag nu gericht op de exploitatie van de kas en niet op verkoop. Als de raad wil dat er ook ruimte komt om biedingen voor koop in te dienen, moet het eerdere raadsbesluit van 27 november 2024 worden aangepast.
Deze wijziging is juridisch noodzakelijk om enerzijds partijen die willen kopen de mogelijkheid te geven een bod uit te brengen en anderzijds om duidelijkheid te bieden aan partijen die enkel voor huur/exploitatie interesse hebben. Zonder aanpassing ontstaat onduidelijkheid over de reikwijdte van de uitvraag. Daarnaast moet de raad bepalen welke criteria bij de beoordeling van biedingen worden gehanteerd. Het is wenselijk dat de beoordelingscriteria zoveel mogelijk aansluiten bij die voor huur/exploitatie, waarbij ook duidelijk moet zijn of de hoogste prijs leidend is, en hoe rekening wordt gehouden met eventuele 'bruidsschatten' (financiële tegemoetkomingen voor onderhoud en behoud). Als de raad verkoop toestaat dan ontstaat feitelijk een hele nieuwe situatie. Als ze dat toch overweegt dan is het belangrijk dat de raad helder aangeeft hoe de verschillende opties zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld: gaat verhuur voor verkoop? En op basis waarvan wordt die volgorde bepaald? Dit is een beleidskeuze die goed verantwoord moet worden. Ten slotte is besproken of verkoop beperkt kan worden tot rechtspersonen die zich richten op monumentenbehoud. Dit kan, maar vereist een deugdelijke motivering om uitsluiting van andere gegadigden te rechtvaardigen. De betrokken instellingen hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toepassing van de Didam-arresten.
1
Kortom, voor een mogelijke verkoop is een herziening van het raadsbesluit en duidelijke kaders noodzakelijk, inclusief criteria voor biedingen en een duidelijke beleidslijn over de voorkeuren tussen verhuur en verkoop.