13. etsverbinding Soest - Baarn 01072020 pdf GA
Tekst van het document
Oplegger levendbarende hagedis en das Fietsverbinding Soest - Baarn Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld:
200488 1-7-2020
Voorgenomen wordt een fietsverbinding van Soest naar Baarn aan te leggen. Deze fietsverbinding zal vanaf de Biltseweg N234 in Soest naar de Hoge Vuurscheweg N415 in de gemeente Baarn, provincie Utrecht komen te liggen (Figuur 1). In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is in oktober 2018 door Eelerwoude een quickscan flora en fauna, zijnde een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid, uitgevoerd. Aan de hand daarvan is een nader onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de functie van het plangebied voor vleermuizen (Eelerwoude, 2019). Dit onderzoek is door provincie Utrecht goedgekeurd. Wel zijn er vragen gesteld met betrekking tot eventueel aanwezig voortplantingsbiotoop voor levendbarende hagedis ter plaatse van de voorgenomen fietsverbinding en de invloed van deze op aanwezige dassen. Onderhavige notitie gaat daar verder op in.
Uitgangspunten fietsverbinding Met de verstreken tijd is duidelijker geworden aan welke voorwaarden de fietsverbinding zal voldoen. Deze zijn als volgt: -
Het fietspad wordt uitgevoerd in beton (lichte kleur) en heeft een breedte van 3 meter. De fietsverbinding is verboden voor brommers, speedpedelecs en snorfietsen zijn wel toegestaan. Het pad wordt niet verlicht, wel voorzien van een doorgetrokken reflecterende kantmarkering.
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 1
Figuur 1. Ligging fietsverbinding N221 Soest - N415 Baarn. Bron: ArcMap, 2020
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 2
Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een traject dat vanuit het noorden aansluit op de Hilversumsestraatweg (N415) en aan de zuidoostkant aansluit op de Biltseweg (N234). In deze bosrijke omgeving is de Hoge Vuurscheweg geasfalteerd tot aan de groepsaccommodatie De Stulp. Naast het geasfalteerde wegdeel ligt een intensief beheerde berm met daarnaast een droog gevallen watergang. De geasfalteerde weg kruist meerdere malen zandpaden. Vanaf de groepsaccommodatie De Stulp wordt voor de fietsverbinding hoofdzakelijk gebruik gemaakt van een bestaand zandpad. Dit pad ligt vrijwel haaks op de Biltseweg en wordt in de huidige situatie gebruikt door wandelaars al dan niet met hond, fietsers en ruiters (Figuur 2). Aan de zuidkant grenst het pad voor een groot deel aan opeenvolgend natuurgebied, hekwerk met daarachter hondenuitlaatgebied en een greppel met weide. Aan de noordkant is een hekwerk aanwezig met daarachter het terrein van Paleis Soestdijk.
Figuur 2. Impressie van het plangebied bestaande uit het zandpad aan de zuidkant en het uitlaatgebied ernaast (boven en linksonder) en het verharde pad vanaf de Hilversumsestraatweg (rechtsonder).
Methode Op basis van in totaal vier veldbezoeken is onderzoek in het plangebied uitgevoerd. De veldbezoeken zijn onder gunstige omstandigheden in de (late) ochtend uitgevoerd door , ecologisch adviseur en werkzaam bij Eelerwoude (zie kader – ecologisch deskundige). In tabel 1 zijn de onderzoekdata weergegeven. Hierbij zijn tevens de onderzoekers, starttijd en weersomstandigheden genoteerd.
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 3
Kader - Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:
-
op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of
-
als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Tabel 1. Type onderzoek, datum, start- en eindtijd, onderzoeker(s) en de weersomstandigheden genoteerd per veldbezoek.
Datum
Type onderzoek
Start – eindtijd
22-04-2020
Plaatsen plaatjes, korte controle op aanwezige hagedissen
10:00 – 11:00
15 °C, droog, heldere hemel (zonnig), windkracht 2Bft
24-04-2020
Controle plaatjes en aanwezige hagedissen in plangebied
08:00 – 11:30
17°C, droog, licht bewolkt, windkracht 2Bft 13°C, droog, licht bewolkt, windkracht 2Bft
07-05-2020
Controle plaatjes en aanwezige hagedissen in plangebied
09:30 – 11:00
12°C, droog, heldere hemel (zonnig), windstil
29-05-2020
Controle plaatjes en aanwezige hagedissen in plangebied
09:30 – 11:00
15°C, droog, heldere hemel (zonnig), windkracht 1Bft
Onderzoeker
Weersomstandigheden
Levendbarende hagedis Op basis van in totaal vier veldbezoeken is onderzocht of het plangebied (onderdeel van het) voortplantingsgebied vormt van levendbarende hagedis. Afwezigheid is voldoende aannemelijk gemaakt als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van levendbarende hagedissen op basis van: ▪ Drie inventarisatierondes in de maanden april en mei. Dit levert een betrouwbaarheid op van meer dan 95% over de aan- of afwezigheid van de soort. ▪ Gehouden tijdens goede inventarisatieomstandigheden: zonnige, half bewolkte dagen met een temperatuur tussen de 12 en 20 graden Celsius en een windkracht minder dan 5 Beaufort ▪ Verricht in potentieel geschikt habitat. (Bij12, 2017) De focus van dit onderzoek lag bij het zandpad dat vrijwel haaks op de Biltseweg ligt, al is ook het stuk bos onderzocht en het geasfalteerde deel bekeken op aanwezige levende of dode exemplaren. Dit is gedaan door het voorgenomen fietspad af te lopen en met verrekijker vooruit te kijken op en naast het pad op aanwezige hagedissen. Ook is bij zanderige stukken gelet op sporen.
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 4
Gebruik van herpetoplaatjes wordt afwisselend aanbevolen; Kennisdocument Levendbarende hagedis (Bij12, 2017) geeft aan dat gebruik geen meerwaarde heeft om de trefkans te vergroten. De protocollen voor soortinventarisatie van het NGB (2017) geven aan dat gebruik wel een meerwaarde heeft. Zekerheidshalve zijn daarop 10 plaatjes in een raai gelegd, aan de zuidkant van het zandpad (Figuur 3).
Figuur 3. Locatie herpetoplaatjes (met letter V aangeduid) ten behoeve van onderzoek naar voortplantingsgebied levendbarende hagedis. Bron: Esri, 2020
Das Voor een toelichting van het effect van het fietspad op das, wordt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens vanuit het NDFF, eerdere onderzoeken in de buurt van het plangebied en gegevens die bekend zijn bij terreinbeheerders.
Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde flora en fauna. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 5
Resultaten onderzoek en effecten Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis heeft de voorkeur voor heide en hoogveen. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Vaste voortplantingsplaatsen worden door de hagedis niet gebruikt; het gehele gebied dat het vrouwtje gebruikt in de periode dat ze de eieren meedraagt, wordt gezien als voortplantingsplaats. Ter plaatse van het geplande fietspad is geen optimaal leefgebied aanwezig als vochtige delen aanwezig. Vochtige delen als een poel bevindt zich ten zuiden van accommodatie De Stulp, in bosgebied De Stulp waar tevens heidegebied aanwezig is. Dit ligt buiten de grenzen van het plangebied. Uit het onderzoek blijkt dat het zandpad aan de zuidkant van het plangebied niet wordt gebruikt door levendbarende hagedissen als voortplantingslocatie. Tijdens alle veldbezoeken zijn veel recreanten waargenomen; wandelaars met loslopende honden, veel ruiters en fietsers (Figuur 4). Ook komen geregeld groepen honden langs het hek van het uitlaatgebied. Dit alles zorgt voor veel verstoring. Er zijn dan ook geen levendbarende hagedissen, of andere soorten, op, onder of bij de herpetoplaatjes waargenomen.
Ook elders in het plangebied als langs de paden, in struweel of op of onder omgevallen bomen, zijn geen levendbarende hagedissen waargenomen.
Figuur 4. Weergave van twee van de vele ruiters die gebruik maken van het zandpad aan de zuidkant en recreanten die hier hun fiets hebben gestald om verder in het gebied te lopen.
Das Zoals in de Quickscan (Eelerwoude, 2018) reeds is aangegeven, maakt het bosgebied waar het plangebied in ligt belangrijk onderdeel uit van de functionele leefomgeving van das. Er zijn vele waarnemingen bekend. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken van Eelerwoude en bekende verspreidingsgegevens zijn meerdere burchten in de directe omgeving van het plangebied aan te wijzen. Naar bekend ligt de dichtstbijzijnde burcht ten opzichte van het plangebied op grond van Paleis Soestdijk. Dassen maken gebruik van een hoofdburcht en verschillende bijburchten. De bijburchten zijn vaak op bepaalde momenten in gebruik, bijvoorbeeld als vluchtplek bij verstoring van de hoofdburcht of wanneer een bijburcht bij
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 6
een voedselbron ligt die een bepaald moment in het jaar aanwezig is, zoals een maïsakker. Dassen komen meestal pas in de schemering of in de nacht uit hun verblijfplaats tevoorschijn. Dassen blijven het hele jaar in zijn territorium. Binnen dit territorium wordt gebruik gemaakt van wissels als vaste routes om naar voedselplekken te gaan. Deze wissels zijn vaak al vele jaren in gebruik. In het bosgebied liggen meerdere wandel-, fiets- en ruiterpaden welke door dassen worden gekruist bij het foerageren. In de huidige situatie is met name overdag veel verstoring aanwezig, op momenten dat das niet tot nauwelijks actief is. Deze situatie zal niet wijzigen; de nieuwe fietsverbinding zal naast recreatie ten behoeve van woon-werk(fiets)verkeer worden gebruikt. Gebruik van het fietspad is daarmee overdag, tijdens lichturen. In de winterperiode kan het voorkomen dat fietsers in de schemering of donkerte gebruik maken van het pad. Doordat het pad is verboden voor brommers en expres niet wordt verlicht, wordt gebruik van het pad na zonsondergang ontmoedigd. Het bestaande geasfalteerde pad vanaf de Hilversumsestraatweg en het zandpad bij de Biltseweg hebben in de huidige situatie geen essentiële foerageerfunctie voor das, doordat belangrijk voedsel, bestaande uit regenwormen met daarnaast bosvruchten, valfruit, noten, eikels en maïs, ter plaatse ontbreekt.
De bermen bieden deze foerageermogelijkheid, evenals de bermen van het uitgebreide padennetwerk in het bosgebied en vooral het omringende bosgebied zelf. Het tot stand brengen van een fietsverbinding op de huidige paden zorgt er daarmee niet voor dat essentieel foerageergebied verloren gaat. Doordat hekwerken en dergelijke obstakels achterwege worden gelaten, wordt geen extra barrière gecreëerd voor foeragerende dassen; het voorgenomen fietspad is toegankelijk en vrij over te steken. Op deze wijze is voor das voldoende gelegenheid het pad te kruisen tijdens het foerageren en om zich tussen burchten te verplaatsen. Het ontbreken van verlichting draagt bij aan behoud van deze functionele leefomgeving. Een enkele fietser in de schemering kan ervoor zorgen dat een foeragerende das wordt verstoord of schrikt. In de huidige situatie zijn de N-wegen, fietspaden en overige paden reeds aanwezige verstoringsbronnen. Dassen wennen snel aan nieuwe situaties en weten zich daarop aan te passen. Door de minimale overlap in gebruik van de voorgenomen fietsverbinding door enerzijds dassen en anderzijds fietsverkeer en recreanten, wordt een essentiële functie voor das niet verstoord, beschadigd of verwijderd.
Conclusie Levendbarende hagedis Bekend is dat levendbarende hagedis in het bosgebied rond het plangebied voorkomen, waarbij zij gebruik maken van verschillende biotopen. Het onderzoek toont aan dat ter plaatse van het geplande fietspad is geen essentieel leefgebied aanwezig is. Er is voldoende alternatief aanwezig en er verdwijnt slechts een kleine hoeveelheid struweel en bos ten opzichte van het totale bosgebied. Het zandpad wordt in de huidige situatie te druk bezocht door diverse recreanten om een rustige voortplantingsplek aan levendbarende hagedis te bieden. Waarschijnlijk wordt het pad wel overgestoken. Sporen zijn niet aangetroffen al worden deze door voet-, pooten hoefafdrukken en bandensporen snel gewist. Verblijfplaatsen zijn verspreid aanwezig en de dieren maken van vele holletjes, hoekjes en gaten gebruik. Daardoor is er geen sprake van grote, essentiële verblijfplaatsen. Het aanbrengen van een fietspad zorgt niet voor een onoverbrugbaar obstakel waardoor geen leefgebied wordt geïsoleerd. Ook betreft het een lijnvormig element waarbij de hoofdfunctie van het gebied blijft behouden. Doordat geen essentieel voortplantingsgebied wordt geschaad, is het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 7
Gebruik licht beton De paden kunnen wel door de reptielen worden gebruikt om zich op te warmen, dat risico is onontkoombaar en in de huidige situatie ook aanwezig bij het snel opwarmende zand. Het opwarmen gebeurd voornamelijk op een donkere ondergrond doordat dit snel opwarmt, zoals bij (donker) geasfalteerde paden. Om dit risico te verminderen, wordt gebruik gemaakt van beton. Door de lichte kleur wordt zonlicht beter weerkaatst waardoor er in mindere mate sprake is van een verwarmd pad. Desondanks kunnen soorten op het pad gaan liggen, waardoor de kans op aanrijding aanwezig is en blijft. Amfibieënschermen niet aanbevolen Om te voorkomen dat levendbarende hagedissen en hazelwormen worden doodgereden op het voorgenomen fietspad, kunnen amfibieënschermen worden toegepast. Echter, voor het desbetreffende plangebied geeft dit een groot negatief neven effect: doorsnijden van leefgebieden. Dit negatief effect geldt niet alleen voor reptielen, ook grondgebonden zoogdieren als de bosmuis of andere muizensoorten en grondgebonden insecten ondervinden schade van een dergelijk scherm, ook al worden op plaatsen tunnels toegepast. Door het aanwezige bosgebied aan weerszijde van het geplande fietspad is de kans op schade op het scherm groot. Het gebruik van schermen schaadt de instandhouding van reptielen en andere soorten. Het fietspad zelf is daardoor minder schadelijk dan de schermen.
Das Het plangebied waar de voorgenomen fietsverbinding wordt gerealiseerd, ligt in essentieel leefgebied van das. Met het realiseren van de fietsverbinding wordt gebruik gemaakt van bestaande paden die in de huidige vorm geen (essentiële) foerageerfunctie hebben. Ook zijn ter plaatse geen burchten aanwezig en worden geen nabij gelegen burchten verstoord of beschadigd door de fietsverbinding. Het fietspad is vrij toegankelijk en vrij over te steken; er is geen sprake van een onoverbrugbaar obstakel. Op basis daarvan en doordat de minimale overlap in gebruik van de voorgenomen fietsverbinding door enerzijds dassen en anderzijds fietsverkeer en recreanten, wordt een essentiële functie voor das niet verstoord, beschadigd of verwijderd. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Literatuur • • • • • •
BIJ12 (2017). Kennisdocument Das Meles meles versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Levendbarende hagedis Zootoca vivipara versie 1.0, juli 2017 Eelerwoude (2018). Toetsing Wet natuurbescherming. Fietsverbinding Hilversum - Soest. Projectnummer 8200.3. M. Oomen. Eelerwoude, Culemborg. Eelerwoude (2019). Nader onderzoek vleermuizen. Fietsverbinding Soest - Hilversum. Projectnummer 9356. I. van Dijk. Eelerwoude, Culemborg. NDFF. ndff-ecogrid.nl NGB (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming
Fietsverbinding Soest - Baarn | Eelerwoude | 8