CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1261797 Regionale Huisvestingverordening Baarn 2025 Bijlage 1.Notitie actualisatie Huisvestingsverordening Baarn 2025

Raadsvergadering 2 juli 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Regionale Huisvestingverordening Baarn 20251.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Huisvestingsverordening Baarn 2025 (Bijlage 1) Aan: College van B&W / gemeenteraad Baarn Onderwerp: toelichting op wijzigingen nieuwe Huisvestingsverordening Datum: 15 april 2025 In deze notitie vindt u de belangrijkste bouwstenen, wijzigingen, regionale en lokale afwegingen waarop de Huisvestingsverordening Baarn tot stand is gekomen. De notitie is opgedeeld in twee onderdelen. 1. Belangrijke bouwstenen en wijzigingen: welke belangrijke wijzigingen zijn (op basis van de gewijzigde Huisvestingswet) opgenomen in deze verordening en wat gaat er straks anders t.o.v. de huidige verordening? 2. Regionale en lokale afwegingen: welke punten hebben we overgenomen van de regionale modelverordening, welke niet en wat zijn onze lokale specials?

1. Bouwstenen en wijzigingen De opbouw en volgorde van de nieuwe verordening is anders. De nieuwe Huisvestingsverordening Baarn 2025 volgt het vergunningsverleningsproces en begint met regels over aanvragen, verlenen en weigeren van een huisvestingsvergunning. Er volgt een paragraaf over woonruimte van woningcorporatie en hoe zij deze moeten aanbieden. Daarna wordt er ingegaan op voorrangsregelingen zoals: voorrang voor mensen met een lokale binding en doelgroepen gekoppeld aan specifieke woningtypes (senioren, jongeren, grotere woningen, nieuwbouw). De verordening sluit af met een hoofdstuk over urgentiecategorieën en een aantal overige bepalingen. Deze notitie bevat niet alle wijzigingen en ook geen was-wordt tabel, omdat de nieuwe verordening bijna in zijn geheel anders is omschreven en opgemaakt. Daarom zijn hieronder tabellen opgenomen met de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening: wijzigingen die inhoudelijk nieuw zijn of noemenswaardig gelet op de lokale Huisvestingsverordening Baarn 2021. Wijzigingen die qua tekst en zinsopbouw wel anders zijn, maar inhoudelijk overeen komen met de huidige verordening, zijn niet toegelicht. Artikelnummer Artikel 2.3.3 lid 3

Wat is er nieuw? Er is een nieuwe regeling opgenomen waarmee woningen die Wmo aanpassingen hebben met een nieuwwaarde van €15.000 of meer, pas verhuurd worden nadat dit is gemeld bij het college.

Artikel 2.3.4

De nieuwe verordening stelt meer eisen aan het publiceren van het aanbod op ‘DAK Eemvallei’ Woningnet.

Argumentatie De gemeente levert Wmo voorzieningen. Door een melding te krijgen wanneer een woning vrij komt krijgen we beter inzicht en kan de gemeente sturen op passende bewoning of de aanpassing weghalen. Als de gemeente het wenselijk vindt biedt dit ook de mogelijkheid om zelf iemand aan te dragen voor deze woning met veel Wmo investering. Dit zorgt voor meer informatie voor woningzoekenden wat het zoeken naar passend aanbod makkelijker aanbod op ‘DAK Eemvallei’ Woningnet. maakt. Dit sluit ook beter aan bij de huidige werkwijze.

Artikel 2.3.7

In de huidige verordening zijn er meer woningtypes gedefinieerd. In de nieuwe verordening zijn de woningtypes beter omschreven en passender bij de voorraad. Het principe van Van Groot Naar Fijn is hier ook toegevoegd, dit is een logischere plek t.o.v. de huidige verordening. Daar valt VGNF onder voorrang bij lokale binding.

De nieuwe definities zijn overzichtelijker en bevatten geen woningtypes die niet in de regionale woningvoorraad zitten (bijv. atelierwoningen). Ook is hier een versie van de Van Groot Naar Fijn regeling in opgenomen. Deze regeling is daarmee regionaal.

Hoofdstuk 3: urgentie De weigeringsgronden kunnen gezien worden als randvoorwaarden waaraan iemand moet voldoen. Daarnaast moet iemand óók aan minimaal één urgentiecategorie voldoen, om in aanmerking te komen voor urgentie. Zie ook de toelichting op de verordening (bijlage D). In hoofdstuk 3 wordt onderscheid gemaakt tussen ‘reguliere’ urgentiecategorieën en urgentiecategorieën die anticiperen op de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv). Daarom zijn er twee type weigeringsgronden opgenomen. De ene gelden voor de ‘reguliere’ categorieën, de andere gelden voor de ‘Wvrv’ categorieën. De randvoorwaarden komen overeen maar bevatten nuances die passender zijn voor de categorieën. Dat is nodig voor goede toetsing, uitvoering en zijn straks in lijn met de Wvrv. De tekst in de verordening die betrekking hebben op urgentiecategorieën ‘Wvrv’ worden vrijwel letterlijk op deze manier voorgeschreven. De urgentiecategorieën zijn deels lokaal en deels regionaal. De regionale urgentiecategorieën zijn de aandachtsgroepen, ofwel de categorieën die straks o.b.v de Wvrv verplicht zijn. Dat betekent dat een deel van de urgenten een lokale urgentie krijgt (dus: inwoner van Baarn krijgt een urgentie in Baarn) en een deel van de urgenten een ‘regionale urgentie’ kan krijgen. In dat laatste geval kan het zijn dat iemand in een andere gemeente terecht komt dan de herkomstgemeente.

Dit zorgt voor betere spreiding en fair share van aandachtsgroepen die we in de regio beogen. De algemene weigeringsgronden gelden voor de categorieën: vergunninghouders (3.2.5), sociale problematiek (3.2.6), relatiebeëindiging (3.2.7). Dit zijn ook de urgentiecategorieën die lokaal urgentie krijgen. De specifieke weigeringsgronden gelden voor de categorieën: uitstroom naar zelfstandig wonen (3.2.1), mantelzorg (3.2.2), ernstige chronische medische problematiek (3.2.3) of deelname aan overheidsprogramma (3.2.4). Dit zijn urgentiecategorieën die regionaal urgentie kunnen krijgen. Artikelnummer Artikel 3.1.2.

Artikel 3.1.4.

Artikel 3.2.1.

Wat is er nieuw? De verwoording is iets anders maar komt inhoudelijk vrijwel overeen met de huidige randvoorwaarden. De geldigheidsduur voor urgentieverklaringen wordt gelijk getrokken. De categorie komt overeen met de huidige criteria regionale/lokale uitstroom uit maatschappelijke instellingen.

Argumentatie De randvoorwaarden zijn meer opgesplitst en daarmee begrijpelijker en beter te toetsen. Door elke termijn op 6 maanden te stellen is het beter werkbaar en uitvoerbaar. De woningzoekenden zijn beter gespecificeerd wat gelijke behandeling bevordert. Het sluit

Artikel 3.2.2.

Artikel 3.2.3.

Artikel 3.2.1 lid 3 en artikel 3.2.3 lid 3

Artikel 3.2.4.

Artikel 3.2.6.

Artikel 4.4.1.

In de huidige verordening is de urgentiecategorie mantelzorg ook geregeld. De nieuwe verordening heeft meer criteria waaraan iemand moet voldoen. In de huidige verordening is dit de urgentiecategorie ‘medische indicatie’ Hier is de regeling verder uitgewerkt. Het college kan extra voorwaarden opleggen bij deze urgentiecategorieën. O.a.: het ontvangen van begeleiding en/of zorg, in gebruik nemen van woning van een zorginstelling en aanwijzing van specifiek gebied binnen de gemeente. Dit artikel is nieuw en is voor de doelgroep ‘stoppende sekswerkers’ die deelnemen aan een specifiek overheidsprogramma. De categorie omschrijft situaties van ernstige sociale problemen of problemen van financiële aard. Er zijn overeenkomsten met de huidige categorie sociale indicatie die echter veel breder is. In de huidige verordening komen woningzoekenden in aanmerking voor een standplaats op basis van de wachtlijst. In dit nieuwe artikel houden we rekening met het afstammingsbeginsel.

aan op de Wvrv. Het is passend bij de regionale samenwerking die nodig is De mantelzorgcategorie is in de nieuwe verordening in lijn met recente wetgeving en komt in basis overeen met de huidige verordening. Het sluit aan op de Wvrv. Het is passend bij de regionale samenwerking die nodig is Hierdoor kan er meer gestuurd worden op integreren in de maatschappij en kan een tussenstap zijn naar volledig zelfstandig wonen.

Dit is straks een verplichte urgentiecategorie onder de Wvrv.

Door specifieke omschrijvingen is het artikel beter toepasbaar.

Door het afstammingsbeginsel te verankeren in de verordening sluiten we beter aan bij het lokale beleid.

2. Regionale en lokale afwegingen De modelverordening is als basis met een aantal opties om over te nemen dan wel aan te vullen. De volgende opties willen wij voorstellen niet over te nemen, zie de tabel voor bijbehorende argumentatie.

Artikelnummer Artikel 2.1.1 lid 1 onder b: woonruimte van grote verhuurders met een huurprijsgrens van ten hoogste de

Omschrijving Dit betekent dat als er particuliere verhuurders zijn die woningen voor een sociale huurprijs willen aanbieden deze de woningen

Overnemen Dit artikel en deze paragraaf nemen we niet over.

Argumentatie In de praktijk zijn er in Baarn niet tot nauwelijks particuliere verhuurders die woningen aanbieden voor sociale huurprijzen. Om dit te kunnen uitvoeren moet de gemeente de vergunningen gaan uitgeven wat

huurtoeslaggrens En;

verplicht moeten aanbieden via het platform DAK/Woningnet Eemvallei.

zorgt voor extra werk: het opzetten van een vergunningsstelsel, handhaving en monitoring. De uitvoeringswerkzaamheden wegen niet af tegen de eventuele voordelen die het instellen hiervan heeft.

De gehele paragraaf 2.4: woonruimte van particuliere verhuurders. Artikel 2.1.1. lid 1 onder c: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste €405.000,En; De gehele paragraaf 2.5: Nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woningen. Hoofdstuk 4: Standplaatsen voor woonwagens

Dit betekent dat als er ‘betaalbare’ nieuwbouwwoningen opgeleverd worden, de verkoper een vergunning moet aanvragen. Hierdoor kan je beter sturen op de toewijzing.

Dit artikel en deze paragraaf nemen we niet over.

In de praktijk worden veel afspraken al gemaakt in samenspraak met de gemeente. Het is niet nodig om dit vergunningplichtig te maken. Om dit uit te voeren geldt ook hier extra taken voor de gemeente: het opzetten van een vergunningsstelsel, handhaving en monitoring.

Hiermee maakt de gemeente woonwagenstandplaatsen vergunningplichtig en stellen we regels op voor het afgeven van de vergunning.

Dit hoofdstuk nemen we wel over.

In ons Volkshuisvestingsprogramma is bepaald dat we aan willen sluiten bij de het afstammingsbeginsel. In de huidige verordening is dit beleid nog niet opgenomen. De regionale verordening biedt de mogelijkheid om dit nu wel te doen en uit te laten voeren door de beheerder van de standplaatsen en woonwagens in Baarn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15606576/1