1201497 Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Hof van Baarn Bijlage 3.6a Activiteitenplan voor ontheffing Wnb
Tekst van het document
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis en huismus Eemnesserweg Baarn
Opdrachtgever: Uitgevoerd door:
Uitgevoerd op:
Datum: Onderwerp: Uw kenmerk:/ Ons Kenmerk:
ECONU
Schipper Bosch/Jaap de With Econu / Dhr. Bart Smeets bart.smeets@econu.eu 0646020125 www.econu.eu 31-10-2023.
31-10-2023 Mitigatieplan gewone dwergvleermuis en huismus Eemnesserweg Baarn SB 23-10-31
Inhoud
ECONU
1
Inleiding
2
1.1 1.2
Aanleiding Doel
2 2
2
Huidige situatie
3
2.1 2.2 2.3 2.4
Ligging plangebied Toekomstige situatie Aanwezige ecotopen Beschermde soorten
3 4 4 5
3
Ingreep
6
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Omschrijving ingreep Planning werkzaamheden Periode ontheffing Overtredingen verbodsbepalingen Voorwaarden voor een ontheffing Alternatievenafweging Belangen Gunstige staat van instandhouding
6 6 6 6 7 7 7 8
4
Mitigerende maatregelen
10
4.1 4.2 4.3
Gewone dwergvleermuis Huismus Overige maatregelen
10 11 12
5
Bronnen
14
5.1 5.2
Literatuur Websites
14 14
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Aan de Eemnesserweg in Baarn ligt de voormalige drukkerij Bakker, deze drukkerij is verkocht en het pand en het omliggende terrein zal door Schipper Bosch ontwikkeld worden. Het voornemen bestaat om op deze locatie woningen en/of appartementen te realiseren. Hiervoor is het noodzakelijk de huidige bebouwing te slopen. Er is vanuit de ecologie onderzocht of met de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In een eerdere rapportage werd aangegeven dat de aanwezigheid van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten is. Op basis van het daaropvolgende soortgerichte onderzoek werd geconcludeerd dat in het plangebied drie huismusnesten en twee verschillende verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen aanwezig zijn. Gewone dwergvleermuis en huismussen zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. In het kader van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) en het voorkomen van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming moeten bij de geplande ingrepen voor de gewone dwergvleermuis en huismus mitigerende maatregelen worden getroffen. Dat zijn maatregelen die erop gericht zijn negatieve effecten op deze soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten.
1.2
Doel
De voorliggende rapportage beschrijft de handelingen die moeten worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten. Het rapport beantwoordt de volgende vragen: • In welke periode moet de ingreep worden uitgevoerd om negatieve effecten op gewone dwergvleermuis en huismus zoveel mogelijk te voorkomen? • Welke aanpassingen in de werkwijze tijdens de ingreep kunnen negatieve effecten op gewone dwergvleermuis en huismus zoveel mogelijk voorkomen? • Welke voorwaarden moeten aan de ingreep gesteld worden om de functionaliteit van het leefgebied voor gewone dwergvleermuis en huismus te behouden?
ECONU
2
2
Huidige situatie
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied bevindt zich in de kern van Baarn (provincie Utrecht). De omgeving van Baarn kenmerkt zich door agrarische gronden, bos en heidegebieden. Het plangebied ligt in het centrum van Baarn. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van een winkelgebied en woonhuizen. Dit is een mix van vrijstaande huizen, twee-onder-een-kappers en appartementen. Het plangebied is in het centrum van Baarn gelegen, maar ligt in een buurt met veel groene tuinen, vlakbij een bosgebied. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging van het plangebied weer. Topografische kaart met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd).Bron: Google Maps. Bewerking: Econu.
Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Schipper Bosch. Bewerking: Econu.
Op 31 oktober 2018 is in het kader van de quickscan een eerste veldbezoek uitgevoerd. Op de locatie bevinden zich een tweetal woningen en bedrijfspanden waarin de drukkerij Bakker gevestigd was. Het drukkerijgebouw loopt door tot de Laanstraat. Daarnaast zijn er nog een groot aantal bijgebouwen, schuurtjes en afdakjes te vinden. Alle gebouwen zijn onderkomen, rottende houten dakomlijstingen, ontbrekende dakpannen, open gaten in muren en kieren. Het terrein is grotendeels bestraat, maar in
ECONU
3
het midden ligt een tuin die door de diverse gebouwen omsloten is. In deze tuin staan enkele struiken en een aantal bomen.
Plangebied ten tijde van het veldbezoek. Naar aanleiding van de ecologische quickscan is in 2019 een soortgericht onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen uitgevoerd. In dat onderzoek werden drie huismusnesten aangetroffen en drie verblijfplaatsen van vleermuizen (paar- en zomerverblijven gewone dwergvleermuis). Er zijn toentertijd geen gierzwaluwnesten aangetroffen. Het onderzoek dat toen is uitgevoerd is niet meer up-todate, vandaar dat er een nieuw onderzoek is uitgevoerd naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit onderzoek is in 2023 uitgevoerd.
2.2
Toekomstige situatie
De exacte vorm van de toekomstige situatie is nog niet duidelijk. Het is de bedoeling dat op de locatie nieuwe woningen/appartementen gerealiseerd worden.
2.3
Aanwezige ecotopen
Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: • droog, extensief beheerd grasland; • gebouwen met dakpannen en spouwmuur; • lage, opgaande begroeiing, bestaande uit diverse vaste planten en sierheesters en klimop.
ECONU
4
2.4
Beschermde soorten
2.4.1
Huismus
Er zijn in het plangebied een drietal huismusnesten aangetroffen, daarnaast wordt door huismussen in het plangebied gefoerageerd. In de directe nabijheid zijn een aantal alternatieve foerageergebieden aanwezig. Bovendien is door de aanleg van de parkeerplaats naast het plangebied een prima stofbad gecreëerd voor de aanwezige huismussen. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor de mussen. En door het nemen van gepaste mitigerende maatregelen (plaatsen alternatieve nestkasten, permanente nestkasten in de nieuwbouw) wordt de gunstige staat van instandhouding niet geschaad. Voor het vernietigen van de huismusnesten dient een ontheffing aangevraagd te worden voor Artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb. Op 27 februari 2019 werden er 12 huismusnestkasten in de directe nabijheid van het plangebied geplaatst. Tijdens het onderzoek in 2023 werden deze nestkasten gecontroleerd, twee kasten waren bezet. 2.4.2
Vleermuizen
Er zijn binnen het plangebied twee verschillende locaties gevonden waar gewone dwergvleermuizen een zomer- of paarverblijf hebben. Verder zijn er foeragerende dwergvleermuizen waargenomen. Er is geen sprake van een essentiële vliegroute en/of een essentieel foerageergebied aangezien er een veelvoud aan gelijkwaardige locaties in de directe nabijheid aanwezig zijn. Voor de vernietiging van de twee locaties binnen het plangebied waar vleermuizen verblijven dient een ontheffing aangevraagd te worden op Artikel 3.5 Wnb. Er zijn op 27 februari 2019 in totaal 17 tijdelijke vleermuiskasten (type VKPL 01 Vivara Pro) in de directe nabijheid van het plangebied geplaatst ter mitigatie. Twee van deze kasten zijn in gebruik bij vleermuizen (dieren en uitwerpselen aangetroffen).
ECONU
5
3 3.1
Ingreep Omschrijving ingreep
De initiatiefnemer, Schipper Bosch, is voornemens om in het plangebied panden te slopen en nieuwbouwwoningen te realiseren. Ingrepen die daartoe in het plangebied moeten plaatsvinden bestaan voornamelijk uit:
• • •
Slopen gebouwen; verwijderen opslag; realiseren nieuwbouw in 2024.
3.2
Planning werkzaamheden
Er is nog geen duidelijke planning van de werkzaamheden. Voorafgaand aan de uitvoering worden de aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen en de nestlocaties van de huismussen natuurvrij gemaakt volgens de geldende richtlijnen. Derhalve is de planning niet van wezenlijk belang.
3.3
Periode ontheffing
De ontheffing moet gelden vanaf de aanvang van de werkzaamheden. De werkzaamheden starten in 2024. Naar verwachting zijn de werkzaamheden afgerond in 2027, dan is de nieuwbouw met permanente voorzieningen gerealiseerd. Er geldt voor deze voorzieningen een gewenningsperiode. Gedurende deze periode moeten zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen aanwezig zijn. Na deze gewenningsperiode kunnen de tijdelijke voorzieningen verwijderd worden. Afhankelijk wanneer de nieuwbouw klaar is kan dit in 2028. De ontheffing moet dus gelden tot en met december 2028.
3.4
Overtredingen verbodsbepalingen
Met het uitvoeren van de werkzaamheden waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de verblijf- en nestplaatsen, zouden er voor verschillende soorten verbodsbepalingen worden overtreden.
3.4.1 • •
ECONU
Gewone dwergvleermuis
Artikel 3.5, lid 2: als gevolg van de voorgenomen ingreep kunnen gewone dwergvleermuizen worden verstoord. Artikel 3.5, lid 4: als gevolg van de voorgenomen ingreep verdwijnen een zomer- en een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.
6
3.4.2
Huismus
Voor de huismus geldt dat een overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvindt wanneer alle panden gesloopt worden. In dat geval worden twee nesten van huismussen vernietigd en de volgende verbodsbepalingen overtreden:
• •
Artikel 3.1, lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te beschadigen of nesten weg te nemen; Artikel 3.1, lid 4: Het is verboden vogels opzettelijk te storen.
3.5
Voorwaarden voor een ontheffing
Conform artikel 3.3 lid 4 en artikel 3.8 lid 5 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing alleen worden verstrekt wanneer er is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
• • •
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; de ingreep valt onder een belang; de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.
3.6
Alternatievenafweging
Er is in deze situatie voor sloop en herontwikkeling gekozen omdat de huidige gebouwen een vreemde verzameling van diverse kleinere en grotere gebouwen bij elkaar zijn die dusdanig onderkomen zijn dat een volledige renovatie en herinrichting niet mogelijk is. Overigens zou een volledige renovatie en herontwikkeling dusdanig ingrijpend zijn dat ook in dat geval de aanwezige huismussen en vleermuizen verstoord zouden worden. De aanwezige nest- en verblijfplaatsen worden bij een ingrijpende renovatie ook vernietigd. Door het wegvallen van de bedrijvigheid van de drukkerij bestond het risico dat de gebouwen in het plangebied nog verder aftakelden en uiteindelijk zouden instorten. De gemeente Baarn zoekt naar mogelijkheden om meer woningen binnen het centrum te realiseren. De huidige plannen passen dan ook goed binnen het beleid van de gemeente. Het is lastig om in het centrum van Baarn een alternatieve locatie van vergelijkbare omvang te vinden om woningen te realiseren. De planning van de werkzaamheden en de toe te passen mitigerende maatregelen zorgen er voor dat er geen negatief effect ontstaat op de staat van instandhouding van de betreffende soorten. De beschermde diersoorten als huismus en vleermuizen zitten verspreid door de hele wijk. Dus ook wanneer de keuze voor sloop op andere bedrijvenblokken was gevallen waren er effecten op deze soorten geweest.
3.7
Belangen
De Wet natuurbescherming hanteert een aantal belangen waar een ingreep onder kan vallen. De belangen voor soorten van de Vogelrichtlijn verschillen van de belangen voor soorten van de Habitatrichtlijn. Belangen Vogelrichtlijn (huismus)
• In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid Belangen Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale- of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
ECONU
7
3.7.1
Onderbouwing bij belangen
In de bedrijfspanden is asbest aangetroffen. Wanneer asbest vrijkomt levert dit een gevaar op voor de volksgezondheid. Het verwijderen van asbest uit de omgeving is in het belang van de volksgezondheid. Daarnaast kan door de verloedering en het verval van de leegstaande panden een vergrote kans op brand ontstaan. Tevens is het niet ondenkbaar dat de jeugd en/of anderen de leegstaande panden oneigenlijk gaan gebruiken waardoor er slachtoffers kunnen vallen en/of overlast kan ontstaan. De huidige leegstaande panden kunnen niet volledig gerenoveerd worden en daarmee is de kans op een economisch gunstige ontwikkeling nihil. Door de sloop, gedeeltelijke renovatie en nieuwbouw wordt niet alleen het plangebied economisch aantrekkelijk, maar zal de hele omgeving meeliften. Immers, er verdwijnt een afzichtelijke, bonte verzameling van vervallen bedrijfsgebouwen en daarvoor in de plaats komt mooie nieuwbouw met groen. Een waardestijging van vastgoed in de omgeving is aannemelijk en derhalve is er sprake van een economisch belangrijke ontwikkeling. Overigens zou een renovatie van de bestaande bebouwing dermate intensief zijn geweest dat de aanwezige huismussen en vleermuizen en hun nest- en verblijfplaatsen eveneens verstoord, dan wel vernietigd zouden worden.
In het huidige gebouw was een drukkerij gevestigd, deze onderneming zorgde voor geluid- en reukoverlast, deze overlast zal verdwijnen door de nieuwbouw, dus ook een milieukundig belang.
3.8
Gunstige staat van instandhouding
3.8.1
Gewone dwergvleermuis
De gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort in Nederland en wordt vrijwel overal aangetroffen. De meeste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in Nederland bevinden zich in gebouwen. De gewone dwergvleermuis overwintert in gebouwen maar ook in bijvoorbeeld grotten, groeves en kerken (vleermuis.net). Baarn is dus een geschikt gebied voor de gewone dwergvleermuis. Bruikbare gegevens over aantallen van gewone dwergvleermuis zijn niet beschikbaar. Er zijn dan ook geen trends op te maken over de staat van instandhouding (verspreidingsatlas.nl). De afgelopen drie jaar zijn er voornamelijk foeragerende dieren in de NDFF ingevoerd. Tijdens de verschillende soortgerichte onderzoeken die in Baarn hebben plaatsgevonden zijn verschillende verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis komt door de ingreep niet in het geding, wanneer de aangepaste werkwijzen en de mitigerende maatregelen getroffen worden (zie 4.1). Het zal mogelijk blijven voor gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied te leven en de populatie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Alle mitigerende maatregelen zijn opgesteld aan de hand van het BIJ12 Kennisdocument voor gewone dwergvleermuis en zijn daarom in grote mate bewezen effectief.
De kasten die worden voorgeschreven zijn van goede kwaliteit en zeer geschikt om de aanwezige verblijven te mitigeren. De alternatieve kasten worden zo opgehangen dat er verschillende microklimaten worden aangeboden. Ook zal het foerageergebied ondanks de ingreep behouden blijven. De populatie gewone dwergvleermuizen in en rondom het plangebied zal met de mitigerende maatregelen gedurende, en na de ingreep een levensvatbare component blijven. Dit zal ook op lange termijn zo blijven. Het verspreidingsgebied van gewone dwergvleermuis zal als gevolg van de ingreep niet afnemen en na de ingreep blijft een voldoende groot habitat over om de populatie op lange termijn in stand te houden.
ECONU
8
3.8.2
Huismus
Sinds 1975 is de populatie huismussen in Nederland sterk afgenomen, wel lijkt de populatie zich de laatste 10 jaar wat te stabiliseren (bron: Sovon). Huismus was nog wel de meest talrijke vogel in Limburg tijdens de jaarlijkse tuinvogeltelling (bron: Vogelbescherming). In de regio rond Baarn zijn de dichtheden aan huismussen lager dan die in het stedelijk gebied in de randstad (bron: Vogelatlas). De afgelopen drie jaar zijn er verspreid over Baarn verschillende waarnemingen van huismussen en nesten van huismussen gedaan (bron: NDFF). De staat van instandhouding van huismus komt door de ingreep niet in het geding. Met de sloop van de bebouwing gaan twee nestplaatsen van de huismus (tijdelijk) verloren. Om dit te compenseren werd een groot aantal huismuskasten in de directe omgeving van het plangebied geplaatst. Omdat er in de nabije omgeving voldoende alternatieven aanwezig zijn heeft de ingreep geen negatief effect op de huismus. Er zijn namelijk veel alternatieve nestplaatsen, maar ook groenblijvende struiken en hagen aanwezig in de buurt van de gevonden nestplaatsen. Het zal mogelijk blijven voor huismus in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te blijven voortbestaan.
ECONU
9
4
Mitigerende maatregelen
Negatieve effecten op gewone dwergvleermuis en huismus kunnen ontstaan doordat bij de sloop van de panden een zomerverblijf en een paarverblijf van gewone dwergvleermuis en nestlocaties van huismus verloren gaan. Ook zou dit een verstoring van gewone dwergvleermuis en huismus kunnen opleveren. Deze effecten leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. In dit hoofdstuk is aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om schade aan deze beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Hierbij worden de Kennisdocumenten voor gewone dwergvleermuis en huismus (BIJ12, 2017) gevolgd. Werken conform de eisen uit deze kennisdocumenten geeft een grote mate van zekerheid dat de mitigerende maatregelen van voldoende kwaliteit zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming zoveel mogelijk te voorkomen.
4.1
Gewone dwergvleermuis
Ter mitigatie van de twee zomer-/paarverblijven in het plangebied die als gevolg van de ingreep verloren gaan worden eerst tijdelijke kasten geplaatst. Na de voorgeschreven gewenningsperiode mogen de gebouwen met een aangepaste werkwijze gesloopt worden. Bij de nieuwbouw worden er permanente inbouwvoorzieningen gerealiseerd. De tijdelijke kasten mogen verwijderd worden na de gewenningsperiode voor de permanente inbouwvoorzieningen.
4.1.1
Alternatieve verblijfplaatsen
Tijdelijke verblijfplaatsen
. Voor de vernietiging van de twee locatie waar vleermuizen verblijven dient een ontheffing aangevraagd te worden op Artikel 3.5 Wnb. Er zijn op 27 februari 2019 in totaal 17 tijdelijke vleermuiskasten (type VKPL 01 Vivara Pro) in de directe nabijheid van het plangebied geplaatst ter mitigatie. Daarbij zijn de volgende richtlijnen gehanteerd:
•
•
•
De kasten werden binnen 100 m van de oorspronkelijke locatie en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden worden geplaatst. Daarmee zijn de volgende locaties geschikt: • De kasten moeten op een hoogte van minimaal 3 m hangen, een vrije aanvliegroute hebben en afgeschermd zijn van verlichting. Daarnaast moeten de kasten vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren hangen. Om ervoor te zorgen dat de vleermuizen voldoende tijd hebben om de nieuw aangeboden vleermuiskasten te ontdekken dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode van minimaal drie maanden in het actieve seizoen van de vleermuis (april-oktober). Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen is niet noodzakelijk. Wanneer de vleermuiskasten geen belemmering vormen komt het de vleermuizen ten goede als deze blijven hangen zolang de kasten functioneel zijn. Wanneer de kasten wel weg moeten mag dit tenminste drie maanden na de realisatie van de permanente verblijfplaatsen. De beste periode om de tijdelijke kasten weg te halen is in de winter.
Permanente verblijfplaatsen Er moeten minimaal acht inbouwvoorzieningen worden gerealiseerd voor permanente mitigatie van de twee zomer- en/of paarverblijfplaatsen in het plangebied. Ook deze kasten moeten op een hoogte van minimaal 3 m hangen, een vrije aanvliegroute hebben en afgeschermd zijn van verlichting. Daarnaast moeten de kasten vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren hangen.
ECONU
10
4.1.2
Aangepaste werkwijze
Bij de sloop van de panden moet worden voorkomen dat er nog vleermuizen in de panden aanwezig zijn. Hiertoe moet de bebouwing voorafgaande aan de werkzaamheden vleermuisongeschikt gemaakt worden.
•
• •
•
In de muren van de gebouwen worden minimaal 5 dagen (met avondtemperaturen van minimaal 10º Celsius) voorafgaand aan de sloop gaten gemaakt, bij voorkeur over de volle breedte of op de hoeken. Hierdoor ontstaat tocht die het microklimaat verstoord en zo wordt de verblijfplaats ongeschikt. Een deel van de dakbedekking moeten verwijderd worden zodat ook in het dak en het bovenste gedeelte van de spouwmuur tocht ontstaat. Nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen moet het gebouw minimaal vijf dagen met avondtemperaturen van meer dan 10 ºC ongemoeid blijven alvorens wordt overgegaan tot de sloop. Dit is noodzakelijk om vleermuizen die zich toch nog onverhoopt ergens in het gebouw bevinden de kans te geven het gebouw te verlaten. Als tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen moeten de werkzaamheden onmiddellijk worden stopgezet en moet een vleermuisdeskundige worden geraadpleegd over de manier waarop de werkzaamheden verder uitgevoerd kunnen worden met zo min mogelijk negatieve effecten voor de aangetroffen vleermuizen
4.2
Huismus
De huismus heeft een drietal nestlocaties in het plangebied. In de nabije omgeving zijn voldoende alternatieven voor rust- en verblijfplaatsen voor huismussen aanwezig. Maar voor het vernietigen van de huismusnesten dient een ontheffing aangevraagd te worden voor Artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb.
4.2.1
Alternatieve verblijfplaatsen
Tijdelijke verblijfplaatsen
. Voor de vernietiging van de drie nestlocaties zijn in de directe omgeving op 27 februari 2019 in totaal 12 huismusnestkasten geplaatst. Daarbij zijn de volgende richtlijnen gehanteerd: • De kasten werden binnen 100 m van de oorspronkelijke locatie en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden worden geplaatst. Daarmee zijn de volgende locaties geschikt: • De kasten moeten op een hoogte van minimaal 3 m hangen, een vrije aanvliegroute hebben en afgeschermd zijn van verlichting. Daarnaast moeten de kasten vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren hangen. • Om ervoor te zorgen dat de huismussen voldoende tijd hebben om de nieuw aangeboden vleermuiskasten te ontdekken dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode van minimaal drie maanden in het actieve seizoen van de huismus. • Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen is niet noodzakelijk. Wanneer de huismuskasten geen belemmering vormen komt het de huismussen ten goede als deze blijven hangen zolang de kasten functioneel zijn. Wanneer de kasten wel weg moeten, dan mag dit tenminste drie maanden na de realisatie van de permanente verblijfplaatsen. Permanente verblijfplaatsen Er moeten minimaal zes inbouwvoorzieningen worden gerealiseerd voor permanente mitigatie van de twee huismusnesten in het plangebied. Ook deze kasten moeten op een hoogte van minimaal 3 m hangen, een
ECONU
11
vrije aanvliegroute hebben en afgeschermd zijn van verlichting. Daarnaast moeten de kasten vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren hangen.
4.2.2
Aangepaste werkwijze
Bij de sloop van de panden moet worden voorkomen dat er nog huismussen in de panden aanwezig zijn. Hiertoe moet de bebouwing voorafgaande aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt worden.
•
•
De nestlocaties worden minimaal 5 dagen (met avondtemperaturen van minimaal 10º Celsius) voorafgaand aan de sloop ontoegankelijk gemaakt, door de dakpannen te verwijderen. Als tijdens de werkzaamheden toch huismussen worden aangetroffen moeten de werkzaamheden onmiddellijk worden stopgezet en moet een vleermuisdeskundige worden geraadpleegd over de manier waarop de werkzaamheden verder uitgevoerd kunnen worden met zo min mogelijk negatieve effecten voor de aangetroffen huismussen.
In de volgende figuur zijn de locaties van de tijdelijke huismusnestkasten en vleermuisverblijven weergegeven.
4.3
Overige maatregelen
Naast het toepassen van mitigatie en het op gepaste wijze ongeschikt maken van het plangebied worden ook de volgende maatregelen getroffen:
•
•
ECONU
Bij verdere (toekomstige) werkzaamheden binnen het plangebied is het van belang dat het plangebied en de directe omgeving niet méér of op andere locaties verlicht worden dan in de huidige situatie het geval is. Door verlichting kan verstoring van vleermuizen optreden, waardoor vleermuizen het gebied gaan mijden. De hierboven genoemde aantallen toe te passen nest- en verblijfplaatsen in de permanente situatie zijn minima, er wordt geadviseerd om meer nest- en verblijfplaatsen in te bouwen.
12
•
•
•
ECONU
Indien gebruik van kunstmatige verlichting gedurende de uitvoering van de werkzaamheden noodzakelijk is dient deze zoveel mogelijk beperkt te worden en gericht te worden op die plaatsen waar verlichting nodig is. Uitstraling van verlichting naar boven, naar water en naar de omgeving toe moet zoveel mogelijk voorkomen worden door gebruik te maken van armaturen die licht bundelen. Alle werkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op de gewone dwergvleermuis moeten aantoonbaar worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen. Voordat de ingreep plaatsvindt dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
13
5
Bronnen
5.1
Literatuur
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Natuur. Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil, 2006. Handreiking Wet natuurbescherming. Voor werkzaamheden en activiteiten in het kader van bestendig gebruik, bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Rapport, Dienst Landelijk Gebied, Utrecht. Koenen, M.J.M., 2018. Rapport Quickscanonderzoek Ecologische Waarden projectlocatie 1-0294-W1 Miradorplein te Maastricht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk? Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure. [http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-hetwerk-houd-tijdig-rekening-met-beschermde-dieren-en-planten.html (21-04-2014)].
5.2
Websites
www.rijksoverheid.nl/ministeries/elenil www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vleermuisprotocol.nl www.vogelatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl
ECONU
14