CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1166084 Actualisatie meerjaren onderhoudsplan (MJOP) rvs

Raadsvergadering 16 april 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Actualisatie meerjaren onderhoudsplan (MJOP)4.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Zaaknummer

1166084

Onderwerp

Actualisatie meerjaren onderhoudsplan (MJOP)

Besluit in raad

16 april 2025

Portefeuillehouder(s)

Wethouder Prakke

Naam steller

Mark Achterberg

Status / Vertrouwelijkheid

Openbaar

Voorgestelde beslispunten: 1. De periode 2025 t/m 2029 uit het MJOP 2024 vast te stellen. 2. Eenmalige dotatie van € 565.000 ten laste van het jaarrekeningresultaat 2024, om een negatief verloop van de voorziening te voorkomen. 3. De huidige dotatie van 540.000 structureel te verhogen met € 3.000 te dekken uit de prijsindexatie 2025 4. (toekomstige) Verkoopopbrengsten vanuit verkoop van maatschappelijk vastgoed tot een bedrag van €2.500.000 toe te voegen aan de onderhoudsvoorziening 5. €90.000 uit de algemene reserve beschikbaar te stellen voor tijdelijk extra capaciteit om een professionaliseringsslag te maken en een strategisch kader op te stellen, op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt over (ver)nieuwbouw en/of (gedeeltelijk) afstoten, om structurele (onderhouds)kosten te verlagen. Samenvatting van het voorstel Elke 5 jaar actualiseert de gemeente verplicht het meerjarenonderhoudsprogramma (‘ MJOP’) van het gemeentelijk vastgoed. Als gevolg van dit MJOP voegt de gemeente jaarlijks middelen toe aan de onderhoudsvoorziening. In 2024 is het MJOP geactualiseerd. Het MJOP 2024 geeft aan dat de onderhoudskosten ten opzichte van 2019 fors zijn gestegen en dat er een hogere toevoeging aan de onderhoudvoorziening nodig is.

Dit voorstel stelt voor om de eerste 5 jaren (2025-2029) van het MJOP van 2024 vast te stellen, de toevoeging aan de onderhoudsvoorziening vanaf 2025 beperkt te verhogen, eenmalig een aanvullende storting te doen ten laste van het jaarrekeningresultaat 2024, eventuele verkoopopbrengsten toe te voegen aan de voorziening onderhoud en budget vrij te maken om in de tussentijd besparingen in maatschappelijk vastgoed aan de gemeenteraad voor te kunnen leggen. Aanleiding De gemeente beoordeelt om de 5 jaar de staat van het gemeentelijk vastgoed en stelt een MJOP op. Dit MJOP gebruikt de gemeente als leidraad voor het uit te voeren onderhoud. De herbeoordeling is elke 5 jaar verplicht door regelgeving (Besluit, begroting & verantwoording). Het huidige MJOP is van 2019. In 2024 is een vernieuwd MJOP gemaakt, voor de jaren 2024-2043. De ervaring leert dat de praktijk veranderlijk is. Daarom krijg het MJOP elke 5 jaar verplicht een update. Het MJOP is opgesteld op basis van onderhoudsniveau 3: redelijk/sober, zonder een verwaarloosde indruk achter te laten. Op basis van het (vastgestelde) MJOP doteert de gemeente jaarlijks aan de onderhoudsvoorziening. Uit het vernieuwde MJOP (2024) blijkt dat het gemeentelijk vastgoed zich niet in optimale staat bevindt en dat er sprake is van achterstallig onderhoud. Dit als gevolg van personele problemen bij de gemeente en een tekort aan uitvoerders.

De huidige staat van het onderhoud vertaalt zich in fors hogere geprognotiseerde onderhoudslasten.

1

Daar komt bij dat de kosten voor onderhoud aanzienlijk gestegen zijn sinds 2019. De conclusie is dat de huidige dotatie (op basis van MJOP 2019)te laag is om het onderhoud op niveau te houden. De komende jaren is door de (hoge) onderhoudsvoorziening ruimte om een ander op te vangen, desondanks zal er eenmalig een dotatie en een structurele stijging van de dotaties plaats moeten vinden. De gemeente heeft drie opties verkend hoe deze dotaties in de tijd verwerkt kunnen worden en legt een voorkeursscenario als beslispunt voor aan de gemeenteraad. Beoogd effect Met het onderhoudsbeleid en voldoende middelen voor onderhoud beogen we de instandhouding van het vastgoed op een vooraf bepaald niveau. De volgende overwegingen nemen wij mee. • Alle gebouwen moeten voldoen aan de wettelijke eisen met betrekking tot het vastgoed • Op basis van de vastgoedstrategieën worden onderbouwde beslissingen genomen waarbij het kwaliteitsniveau van het onderhoud wordt afgestemd op de toekomstvisie van het pand; • Aansluiting van de begrote kosten en uitvoering (het kan wel begroot zijn, maar is het nodig?) Argumenten 1.1. Door vaststelling van het MJOP voldoet de gemeente aan zijn wettelijke verplichting. Op basis Het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moet de gemeente een MJOP vaststellen om de voorziening te onderbouwen 2.1.

Door uitbreiding van het onderhoudsbudget kan de gemeente aan zijn (wettelijke) taak om het vastgoed te onderhouden voldoen De gemeente is verplicht om het maatschappelijk vastgoed te onderhouden. Deze verplichting volgt uit de huur en gebruikersovereenkomsten. Daarnaast heeft de gemeente ook een voorbeeldfunctie. 2.2. Door een voldoende gevulde voorziening kan de gemeente het maatschappelijk vastgoed goed onderhouden, wat het gebruikersgenot verhoogt Door goed onderhoud te plegen creëren we fijnere ruimtes om in te wonen of werken. De ruimtes zijn duurzaam, geventileerd, droog, sturend verwarmen en/of koelen. Niveau 3 garandeert een redelijke tot goede bruikbaarheid van gebouwen voor gebruikers, bezoekers en medewerkers. 2.3. Door verhoging van de dotatie kunnen achterstanden worden ingelopen en worden achterstanden in de toekomst voorkomen De gemeente heeft door personele onderbezetting in de periode voor 2023 een achterstand opgelopen in het onderhoud. In 2023 is men begonnen met het inlopen van deze achterstand. Een gevolg hiervan is dat onderhoud is uitgevoerd tegen hogere prijzen. De afgelopen jaren zijn de onderhoudsprijzen immers fors gestegen, Cijfers vanuit het CBS, VNG en diverse andere partijen bevestigen dit beeld. De installatie- en bouwkosten zijn in de periode 2019-2024 met circa 30% gestegen.

2.4 Door dotatie aan onderhoudsvoorziening is het meerjarig onderhoud financieel gedekt voor de komende 5 jaar Voor het financieel verwerken van het MJOP hebben we als uitgangspunt de periode 2025 t/m 2029 uitgewerkt. Uiterlijk eind 2029 zal er een nieuw MJOP worden opgesteld. Verwachting is dat de onderzoeksopdracht zoals opgenomen onder beslispunt vijf leidt tot een wijziging in de eenmalige dotatie zoals opgenomen in het meerjarige overzicht in begrotingsjaar 2029/2030. 3.1. Door een eenmalige dotatie voldoen we aan wet- en regelgeving Een voorziening is gebonden aan diverse wet- en regelgeving. Een van de voorwaarden is dat de voorziening niet negatief mag zijn. Door een storting van €565.000 in 2024 blijft deze voorziening boven nul. Voor een schematisch overzicht, zie bijlage 3. 4.1. Door de verkoopopbrengsten toe te voegen aan de onderhoudsvoorziening kan de toekomstige verwachte dotatie aan de onderhoudsvoorziening worden verlaagd

2

Het voorkeursscenario van het college vraagt een grote dotatie in 2030. Dit zal een grote impact hebben op de begroting (voorafgaand) dat jaar, lees het jaarrekeningresultaat. Door eerder dan 2029/2030 vastgoed te verkopen en de opbrengsten toe te voegen aan de onderhoudsvoorziening is de impact kleiner. 5.1 Door een analyse op het vastgoed kunnen er aan de gemeenteraad keuzes worden voorgelegd met als doel kosten te besparen. Inleiding Een belangrijk uitgangspunt van beslispunt 5 (strategische analyse) is het identificeren van besparingsmogelijkheden om toekomstige grote uitgaven te dekken of te verminderen. Om deze besparingen te realiseren moeten er weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden waarbij de maatschappelijke gevolgen inzichtelijk zijn. Op dit moment ontbreekt een integraal inzicht in de besparingsmogelijkheden per gemeentelijk pand en in het maatschappelijke rendement. Door deze informatie beter in kaart te brengen, kan de gemeenteraad onderbouwde besluiten nemen, waarbij financiële consequenties direct worden afgewogen tegen maatschappelijke effecten. Aanpak en Analyse Om dit proces goed te structureren, is een bredere blik op het gemeentelijk vastgoed nodig dan enkel het huidige en feitelijke gebruik. Daarom wordt een strategische analyse uitgevoerd waarin het vastgoedaanbod van de gemeente Baarn wordt beoordeeld op passendheid en toekomstbestendigheid.

Deze analyse fungeert als een langetermijnblauwdruk voor het maatschappelijk vastgoed en kan worden vergeleken met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het onderwijs. In feite gaat het hier om een IHP voor maatschappelijk vastgoed. Belangrijke vragen binnen deze analyse zijn: • Demografische ontwikkelingen: Sluit het huidige vastgoed aan bij de bevolkingssamenstelling en toekomstige trends? • Visie en ruimtelijke ontwikkelingen: Hoe kan maatschappelijk vastgoed inspelen op geplande ontwikkelingen, zoals de Baarnse Zoom? • Huidig maatschappelijk vastgoed: Wat hebben we in Baarn aan maatschappelijk vastgoed? Hoe wordt het momenteel gebruikt en in hoeverre sluit dit aan bij de behoefte? • Locatie en functionaliteit: Bevindt het vastgoed zich op de juiste plek? Is herplaatsing, verduurzaming of onderhoud noodzakelijk? Bijvoorbeeld: als een pand grootschalige renovatie behoeft, is het dan niet efficiënter deze te verplaatsen naar een locatie met een hoger maatschappelijk rendement? • Maatschappelijk rendement: Wat willen we als gemeente voor onze inwoners zijn? Wat willen we hen bieden? Welke activiteiten of verhuurmogelijkheden sluiten hierop aan? Hoe draagt het maatschappelijk vastgoed bij aan de leefbaarheid, sociale samenhang en de behoeften van onze inwoners? • Kerntaken van de gemeente: Welk vastgoed is essentieel voor gemeentelijke taken en welke panden vallen

hierbuiten, zoals bijvoorbeeld verhuurde woningen? Verschil met de actualisatie van het Plan Maatschappelijk Vastgoed Deze analyse is anders dan de recente actualisatie van het Plan Maatschappelijk Vastgoed. Dat plan richtte zich vooral op het oplossen van ad-hoc problematiek die ontstond door onder andere het niet doorgaan van project 'De Kroon' De focus lag destijds onder meer op het vinden van ruimte voor ontheemde organisaties, zonder een brede analyse van de daadwerkelijke behoefte vanuit verschillende invalshoeken. Deze analyse voert tevens het verzoek van de raad uit om 1x per raadsperiode de categorisering van de verschillende gebruikers tegen het licht te houden. Doel en Verwachte Uitkomsten Een goed onderbouwde strategische analyse stelt de gemeenteraad in staat om toekomstgerichte keuzes te maken over maatschappelijk vastgoed. Hierdoor kunnen besparingen worden gerealiseerd met een zo klein mogelijk negatief maatschappelijk effect.

3

5.2. Door de analyse spoedig uit te voeren en de daaropvolgende acties uit te voeren kan de beoogde stijging van de onderhoudsvoorziening in 2030 en gedurende de looptijd tot 2029 (mogelijk) verlaagd worden. Het doel is om besparingen te realiseren in het maatschappelijk vastgoed. Door deze besparingen te zoeken voordat de onderhoudsvoorziening leeg is anticiperen we op toekomstige uitdagingen en kunnen we deze voorkomen. Het doel is om de uitkomsten van de analyse voor te leggen aan de gemeenteraad voor het einde van 2025. 5.3. Door het budget tevens aan te wenden voor professionaliseringsslag zijn er inkoopvoordelen te behalen Het onderhoud wordt momenteel planmatig op individuele basis door de gemeente aanbesteed. Doordat de onderhoudslasten toenemen geeft dit een verzwaring van werkzaamheden. De gemeente wil daarom het onderhoud in grotere eenheden aanbesteden waarop uitvoerders zich kunnen inschrijven. Doordat deze uitvoerders in deze aanbesteding een grotere omzet krijgen zijn zij (vaak) bereid dit te laten zien in de prijsvorming. Om deze inkoop te realiseren zal er eenmalig geïnvesteerd moeten worden om deze aanbesteding vorm te geven waarna dit terug verdiend kan worden middels inkoopvoordelen. Potentiële besparingen De verhoging van de dotatie aan de onderhoudsvoorziening is noodzakelijk maar is ook, mede gezien de budgettaire uitdagingen in 2026, ongemakkelijk.

Naast het beslispunt om de dotatie aan de onderhoudsvoorziening te verhogen is het daarom verzoek om budget vrij te maken om de vastgoedportefeuille te analyseren op kostenbesparingen. Alle panden, maar vooral de panden die bovengemiddeld zwaar op de onderhoudsbegroting drukken worden hiervoor geanalyseerd zodat de gemeenteraad een afweging kan maken tussen het plegen van onderhoud en of (gedeeltelijk) afstoten. De notitie van BBN (bijlage 1) geeft reeds een voorzet van een aantal kostbare panden en zodoende zij deze bij uitstek derhalve geschikt voor een analyse. In onderstaande lijst staat een korte tekstuele toevoeging per pand. De kosten in de bijlage zijn alleen voor het vervangingsonderhoud. Er komen vaak nog onderhoudskosten bij voor bijvoorbeeld contractonderhoud en of klachtonderhoud. Wintertuin De Wintertuin is uitvoering besproken door de gemeenteraad in oktober 2024. Er is inzichtelijk gemaakt dat de Wintertuin jaarlijks een fors bedrag aan noodzakelijk onderhoud kost. Naast deze onderhoudskosten zijn er tevens kosten die te maken hebben met leegstand. Speeldoos Er is naar verwachting de komende twee jaren €300.000 nodig om het huidige gebouw van de Speeldoos op een minimumniveau in stand te houden en de bedrijfszekerheid te borgen. Het totale gewenste onderhoudsbedrag is hoger maar is gezien de beoogde ontwikkeling verlaagd tot de hoogstnoodzakelijke maatregelen.

Sommige werkzaamheden van het onderhoud kunnen bij de herontwikkeling worden hergebruikt. De herontwikkeling geeft een besparing op de onderhoudslasten (maar een stijging in kapitaallasten). Brandweerkazerne De brandweerkazerne is een voorziening met overmaat en (fors) achterstallig onderhoud. Het gebruik van met name de loodsen en kantoren is beperkt. Een aantal loodsen zijn door de brandweer in bruikleen aan de politie gegeven, het is onbekend tegen welke condities. Het onderhoud vergt de komende 5 jaren een investering om het pand in gebruik te houden. Een verduurzaming is door de (mogelijke) overmaat een kostbare investering met een beperkt rendement. Deze onderhoudskosten maken het aanbevelingswaardig om de het gebruik van de brandweerkazerne te analyseren om te kijken of een ongebruikt stuk kan worden afgestoten, nieuwbouw te plegen of een deel verhuurd kan worden om investeringen te dekken De Trits

4

De Trits is een grote sportvoorziening met, door de aard van het gebouw, hoge onderhoudslasten. Naast deze onderhoudslasten is er een gewenste investering voor de verduurzaming van de Trits. Voor deze investering stelt het Rijk gelden beschikbaar in de vorm van subsidies (DUMAVA). De gemeente wil deze subsidies gebruiken voor de verduurzaming van de Trits. Bosbad – dienstwoning Bosbad Het Bosbad heeft de afgelopen jaren te maken gehad met slecht of ongelukkig weer en heeft daardoor onvoldoende omzet behaald om delen van het onderhoud zelf uit te voeren. De onderhoudslasten komen daardoor meer te liggen bij de gemeente. Onderdeel van het Bosbad is de bijbehorende dienstwoning. De woning heeft groot onderhoud nodig. Het onderhouden en verduurzamen vergt een kostbare investering. De verwachting is dat deze onderhoudswerkzaamheden na vertrek van huurder teniet worden gedaan door nieuwe eigenaren. Eventuele onderhouds- en verduurzamings werkzaamheden zullen in overleg met de bewoners besproken worden. Dergelijke werkzaamheden kunnen veel impact hebben en dit is niet in elke situatie wenselijk. De gemeenteraad heeft eerder in de actualisatie van het Plan maatschappelijk vastgoed besloten deze woning te verkopen wanneer deze leeg komt. De opbrengst van de dienstwoning is een forse financiële impuls, zeker t.o.v. de beperkte jaarhuur.

(WOZ €670.000) Bibliotheek/woningen Hoofdstraat De bibliotheek krijgt momenteel een opknapbeurt (wc’s, lampen, deelbare ruimtes etc), mede (75% ) door het Rijk gefinancierd. Ondanks deze opknapbeurt blijft er achterstallige onderhoud, ook in bovenliggende woningen. De komende 5 jaar zal er voor onderhoud en verduurzaming een (forse) jaarlijkse investeringen benodigd zijn. Gezien de kwaliteit en staat van het gebouw is het de vraag of een dergelijke investering in onderhoud het gewenste rendement geeft. De Hoofdstraat 1 is onderdeel van de planvorming van het cultuurhuis en levendig centrum. Bij deze planvorming zal de gemeente rekening houden met hoge onderhoudskosten die er bij voortzettend gebruik zijn. Financiële risico's - Er is rekening gehouden met een normaal inflatiepercentage van 3,5%. Dit betekent dat gezien de relatief hoge inflatie in Nederland en onverwachte gebeurtenissen zoals eerder bijvoorbeeld de Oekraïne oorlog er op de lange termijn tegenvallers kunnen plaatsvinden. - Het MJOP is zorgvuldig opgesteld door BBN, maar gezien de bijzondere staat van de panden en het feit dat de panden niet overal goed te inspecteren zijn kunnen er tegenvallers zijn. De komende jaren worden gebruikt om besparingen binnen de portefeuille maatschappelijk vastgoed te zoeken. Indien deze niet gevonden worden dan zal dit gevolgen hebben voor de onderhoudsvoorziening.

Juridische risico's Bij onvoldoende onderhoud is er een risico dat gebruikers procedures te starten. Denk hierbij aan de huurcommissie voor de verhuur van woningen of gerechtelijke procedures waarmee een huurder zijn recht op goed onderhoud kan verhalen. Door dit onderhoud goed uit te voeren voorkomt de gemeente dergelijke procedures. Algemene risico's Risico op uitval/kosten Wanneer panden niet goed onderhouden worden, raakt dit de gebruiker. De uitwerkingen van deze risico’s kunnen divers zijn; uitval van verwarming in het gemeentehuis kan ertoe leiden dat het personeel naar huis moet en de balie dicht moet, lekkages in de speeldoos kunnen ervoor zorgen dat voorstellingen geannuleerd moeten worden en wanneer de coating in het Bosbad onvoldoende is stroomt het kostbare water weg. Panden in verbouwing Een aantal panden zijn (nog) niet meegenomen in de actualisatie van het MJOP. Dit is gedaan omdat deze panden in verbouwing zijn. Hier vallen in ieder geval onder het gemeentehuis, nutsgebouw en kinderboerderij

5

Cantonspark. Gezien de noodzaak om spoedig het onderhoudsbudget te verhogen, kiezen we er voor de raad spoedig te informeren over de noodzakelijke verhoging en de raad in een later stadium weer te betrekken. Risico’s bij uitvoering Bij uitvoering In voorgaande jaren is gebleken dat de uitvoering van alle geplande onderhoudswerkzaamheden niet realistisch was. Dit kwam door weinig beschikbare uitvoerders of aannemers, verloop in het personeelsbestand of wijzigingen in beleid of keuzes. Deze risico’s blijven. De gemeente merkt echter dat sinds enige tijd dat er een hogere beschikbaarheid is van uitvoerders en daarnaast is de personele bezetting binnen de gemeente grotendeels op orde. Gezien de achterstand is er wel tijdelijk extra capaciteit nodig. Kosten, baten en dekking De gemeente Baarn egaliseert de lasten van groot onderhoud van de woningen en gebouwen door een voorziening gemeentelijke gebouwen. Het voordeel hiervan is dat de lasten in de begroting jaarlijks gelijk blijven en dat het onderhoud van deze kapitaalgoederen financieel geborgd is gedurende de looptijd van de voorziening. Dit is een belangrijk aspect van de accountantscontrole en van de toets die de provincie als toezichthouder doet).

Het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV geven wettelijke kaders en richtlijnen waar deze voorziening aan moet voldoen. Eén van de verplichtingen is dat er een actueel meerjarenonderhoudsplan (MJOP) moet zijn. De voorziening moet aansluiten bij dit plan; er mag geen tekort of overschot zijn en in geen enkel jaar van het MJOP mag de voorziening negatief worden. In Baarn is bepaald dat de voorziening elke 5 jaar extern wordt geactualiseerd door opname van de objecten (wettelijk moet dit in ieder geval elke 5 jaar). Met dit besluit wordt voldaan aan de wettelijke verplichting de voorziening toereikend te houden. Het actualiseren van het MJOP en de voorziening is een financieel-technisch besluit dat los staat van wat de gemeente in de toekomst met het vastgoed waaronder gebouwen beoogd. Dit collegevoorstel vraagt om financiële dekking en/of extra organisatorische capaciteit die niet binnen de vastgestelde begroting is voorzien. Bovendien werken we aan de bestuursopdracht voor ombuigingen om het verwachte structurele tekort na 2026 te compenseren. Dit voorstel vergroot die opgave en de druk op toekomstige keuzes vanaf 2029. Alle mogelijke ombuigingen worden integraal gewogen, waarbij keuzes worden vastgelegd in de Perspectiefnota 2026.

Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat dit voorstel in de toekomst heroverwogen of bijgesteld moet worden. De financiële impact van dit besluit is als volgt: • Het structurele saldo wordt vanaf jaar 2025 verlaagd met 3.000 euro. • En het saldo van de algemene reserve wordt middels verlaging van het resultaat van 2024 met 565.000 euro verlaagd. • Het saldo van de algemene reserve wordt verlaagd met €90.000 om de strategische analyse en professionaliseringsslag (conform beslispunt 5) te maken Dit brengt een reëel financieel risico met zich mee dat invloed kan hebben op de haalbaarheid van andere beleidsprioriteiten. Tegelijkertijd is het voorstel zoals nu voorgelegd (optie 3, bijlage 3) het minst belastend voor de ombuigingen. Een ander scenario zoals opgenomen in de notitie van BBN zal de ombuigingen die plaats zouden moeten op korte termijn verhogen. Naast de gekozen optie zijn er vele andere varianten mogelijk die het voorstel financieel dekken. In bijlage 3 geven wij een overzicht van een drietal opties. Optie 1

6

Optie 1 gaat uit van een eenmalige storting van € 917.000 ten laste van het jaarrekening resultaat 2024 en tegelijkertijd een structurele verhoging van de jaarlijkse dotatie met afgerond € 460.000 per jaar. Deze optie heeft de volgende voor- en nadelen: Voordelen · De verwachte kosten voor de komende 10 jaar zijn hiermee afgedekt · De eenmalige dotatie is relatief gezien tot de optie 2 van 10 jaar laag. Nadelen · De structurele dotatie geeft voor de komende vijf jaar en daarna een extra belasting van € 460.000 per jaar, hiervoor is geen dekking op dit moment en zal de ombuigingsvoorstellen extra belasten · De eenmalige dotatie legt meer druk op de algemene reserve dan de door het college gekozen variant. Optie 2 Optie 3 gaat uit van een eenmalige storting van € 5.500.000 ten laste van het jaarrekening resultaat 2024 en tegelijkertijd gelijkblijvende jaarlijkse dotatie.

Deze optie heeft de volgende voor- en nadelen: Voordelen · De verwachte kosten voor de komende 10 jaar zijn hiermee afgedekt · De structurele verhoging is niet van toepassing Nadelen · Nu eenmalig een grote aanslag op de algemene reserve, waarbij opgemerkt dat het ravijnjaar nog volgt · Mogelijk een te grote storting als er komende jaren besluiten worden genomen om panden af te stoten of te vernieuwen, indien dit gebeurt dan vallen er wel weer bedragen vrij uit de voorziening Optie 3 Optie 3 gaat uit van een eenmalige storting van € 565.000 ten laste van het jaarrekening resultaat 2024 en tegelijkertijd een structurele verhoging van de jaarlijkse dotatie met afgerond € 3.000 per jaar. Deze optie heeft de volgende voor- en nadelen: Voordelen · De verwachte kosten voor de komende 5 jaar zijn hiermee afgedekt · De eenmalige dotatie is relatief gezien tot de andere opties van 10 jaar laag.

· De structurele verhoging is zeer beperkt · Dit scenario is mede in overleg met de accountant tot stand gekomen Nadelen · Na vijf jaar zal de eenmalige dotatie zeer fors uitvallen, naar verwachting rond de € 4.900.000 uitgaande van de toegepaste inflatie Het college heeft gekozen om als beslispunt optie 3 voor te leggen omdat dit scenario het mogelijk maakt om het onderhoud voor de panden die we hebben naar behoren uit te voeren, terwijl we tegelijkertijd tijd hebben om het strategisch kader te ontwikkelen en op basis daarvan keuzes te maken. Omdat er per 1-1-2025 een opgebouwde voorziening is van € 2.330.000, wordt dit bedrag verrekend met de dotaties die benodigd zijn tot aan het begrotingsjaar 2029. Dit resulteert erin dat er eenmalig een storting nodig is van € 565.000 ten laste van het resultaat 2024. Daarnaast wordt de huidige dotatie structureel met € 3.000 verhoogd. In het bijgevoegde overzicht van de voorziening volgt dat de aanvullende dotaties noodzakelijk zijn om de stand van de voorziening ieder jaar met een overschot of op nul af te sluiten. De optie 3 geeft een risico voor het jaar 2030. Zoals in de notitie bijlage 1, blz. 4 is te zien is er in 2030 een dotatie van €4.900.000 in de voorziening vereist. Dit betreft o.a. voor het onderhoud aan het gemeentehuis,

7

gemeentewerf, bosbad en diverse andere panden. Het voorstel zoals nu voorligt houdt niet meerjarig rekening met deze verwachte grote uitgaven en zorgt er voor dat de voorziening van €2.330.000 op 01-01-2025 gedaald is naar €675 op 01-01-2030. We stellen ook voor om de inkomsten uit verkoop van maatschappelijk vastgoed tot een bedrag van €2.500.000 toe te voegen aan de onderhoudsvoorziening om de verwachte toekomstige eenmalige dotatie in 2030 te verlagen. Beslispunt 5 impliceert dat er keuzes gemaakt kunnen worden die de verwachte dotatie van €4.900.000 kunnen compenseren. Het is niet vanzelfsprekend dat dit het geval is vanwege onder meer de volgende redenen: • Een groot deel van het onderhoud in 2030 betreft panden waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze verkocht zullen worden (gemeentehuis, brandweerkazerne, gymzalen, de Trits). Deze panden blijven in eigendom en deze verwachte onderhoudskosten niet zullen afnemen door de verkoop van ander vastgoed. • Voor sommige panden die in aanmerking komen voor verkoop, is het structurele financiële effect beperkt. Een goed voorbeeld hiervan zijn de appartementen op de Hoofdstraat. Deze zullen eenmalig een opbrengst generen maar op structurele basis zijn de besparingen (€354.000 in 10 jaar) gering in vergelijking met de verwachte dotatie van €4.900.000.

Kort gezegd, door de verkoop is het mogelijk de eenmalige dotatie (voor een deel) te financieren maar zal een beperkte structurele impact hebben op de voorziening. Aanpak / Uitvoering Na vaststelling van de vernieuwde onderhoudsvoorziening zal er onderhoud worden uitgevoerd conform het vernieuwde MJOP 2024. Om de juiste monitoring van het onderhoud te borgen zal er gewerkt worden met een digitaal volgsysteem zodat inzichtelijk welk onderhoud wanneer moet worden uitgevoerd. Duurzaamheid De gemeente hecht grote waarde aan de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en is wettelijk verplicht te verduurzamen. De gemeenteraad heeft het college tevens verzocht versneld te verduurzamen in een aangenomen motie. Opvolgend aan dit raadsvoorstel volgt daarom een raadsvoorstel met daarin de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed als onderwerp. Er is gekozen voor deze gescheiden systematiek omdat de business-case van de verduurzaming mede afhangt van een vastgesteld MJOP, bijbehorend onderhoudsniveau (3) en een ander financieringsregime (activeren ten opzichte van kosten) heeft. Communicatie De gemeente heeft op zeer regelmatige basis contact met de huurders van de gemeente en zal dit blijven om de onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.

Evaluatie De gemeente geeft zichzelf een opdracht om het onderhoud op niveau 3 uit te voeren en bezuinigingen te vinden om stijgingen in de dotatie van de voorzieningen te dempen. Er zal op kwartaalbasis worden geëvalueerd hoe deze opgave verloopt en tijdig wil ingrijpen bij het niet kunnen vervullen van de onderhoudsopgave. Tevens zullen de niet gekeurde panden mee worden genomen in deze analyse. De gevolgen van de MJOP’s van de verbouwde panden zullen meegenomen worden met de resultaten van de analyse zoals voorgesteld bij beslispunt 5.

Burgemeester en wethouders van Baarn,

8

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: Bijlage 1: Betreft financiële en onderhouds analyse BBN Adviseurs. Achteraan dit document staat een samenvatting van het MJOP per pand per jaar. Bijlage 2: MJOP gemeentehuis oudbouw. (Per pand is een uitgebreid MJOP. Per pand tot wel 55 pagina’s. Voor circa 40 panden resulteert dit in circa 1700-2000 pagina’s; met enkele duizenden onderhoudsposten. We kiezen er derhalve voor de raad te informeren met een MJOP van een specifiek pand. Uiteraard zijn voor alle panden, documentatie en MJOP’s beschikbaar.) Bijlage 3: drie varianten financiële dekking onderhoudsvoorziening

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15294929/1