1165459 Kadernota RID Utrecht 2026 bijlage 1 Kadernota 2026 concept
Tekst van het document
Kadernota 2026-2029
1
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 3
2.
Beleidskader ..................................................................................................................................................... 4 Gefaseerd naar de cloud, gericht op de sporen techniek en organisatie ...................................................................... 4
3.
Financieel kader ................................................................................................................................................ 6
4.
Financieel effect RID-deelnemers ....................................................................................................................... 8
5.
Vaststellingsbesluit ......................................................................................................................................... 11
Bijlage: Herijking verdeelsystematiek ........................................................................................................................ 12
2
1.
Inleiding
De afgelopen jaren is de uitwerking van de kadernota gebaseerd op de in 2018 vastgestelde koers. Ondertussen is door de deelnemers gekeken naar mogelijke ontwikkelingen op de beleidsterreinen ICT, IV en IB&P. Samen met de RID is in beeld gebracht welke grote opgaven er liggen en welke rol de RID hierin mogelijk kan vervullen. Concrete vertaling in deze kadernota was bij het opstellen hiervan nog niet mogelijk. Het vrijvallen van de afschrijvingen (op de 2 datacenters) in 2025 vormde tenslotte een (financieel) natuurlijk moment om in kaart te brengen waar de komende jaren op geïnvesteerd moet gaan worden. Gezien de ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande vereisten aan de infrastructuur, ging de gemeenschappelijke voorkeur bij deze nieuwe investeringen uit naar het afbouwen van de huidige datacenters en geleidelijk de overgang maken naar de cloud (ook wel bekend als scenario 2). Om uw AB en de deelnemers in de gelegenheid te stellen een overwogen en strategische keuze te maken, is de RID verzocht om eind 2024 helderheid te geven over de haalbaarheid van dit voorkeurscenario en inzicht te verstrekken in de kosten hiervan. Conform verzoek is de meerjareninvesteringsplanning vervolgens vertaald in de kadernota 2026-2029, ten behoeve van besluitvorming begin 2025.
Ten gevolge van dit traject ligt de kadernota RID op een later moment dan gebruikelijk in onze P&C-cyclus ter besluitvorming voor bij uw AB. N.B. De financiële consequenties voor de toekomst zijn op dit moment nog niet allemaal volledig in te schatten. Een significant deel hiervan is nu vertaald in de kadernota 2026 van de RID. Er zullen echter ook gemeente specifieke kosten zijn, waarmee in de gemeentelijke begroting rekening gehouden moet worden. Inzet op verdere reductie van de footprint kan hierop een positief financieel effect hebben. De kadernota 2026-2029 geeft het kader mee voor de begroting 2026-2029. Gezien bovenstaande baseren we ons hierin op het afbouwen van de huidige datacenters en geleidelijk de overgang maken naar de cloud. Daarmee is de kadernota een voorloper op de begroting. De kadernota schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen die al in beeld zijn.
Proces Kadernota
Begroting
Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)
Jaarstukken
De RID-deelnemers krijgen hiermee de gelegenheid om hun zienswijze over de algemene, financiële en beleidsmatige kaders naar voren te brengen. De RID betrekt de zienswijzen bij het opstellen van de programmabegroting van 2026. Voordat het bestuur de programmabegroting 2026 definitief vaststelt, biedt de RID ook deze zienswijzen aan. Op deze manier hebben de RID-deelnemers twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de programmabegroting van de RID.
Opbouw kadernota In de kadernota ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de bijdrage. Er is onderscheid tussen de beleidsontwikkelingen die eventueel effect hebben op de bijdrage in 2026 (hoofdstuk 2) en de technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 geeft de effecten uit hoofdstuk 2 en 3 weer op de bijdrage voor de RID-deelnemers.
Hoofdstuk 2: Beleidsontwikkeling
Hoofdstuk 3: Financieel kader
Hoofdstuk 4: Financieel effect voor deelnemers 3
2.
Beleidskader
De wereld om ons heen verandert snel en ook de RID en haar deelnemers worden geconfronteerd met steeds meer verplaatsing door leveranciers van applicaties naar de cloud (SaaS), toenemende complexiteit van het ICT-beheer (door o.a. wet- en regelgeving en security-eisen) en de behoefte van de gebruikers aan plaats- en tijdonafhankelijk werken. Als medewerkers dat goed willen kunnen doen, moeten ze op verschillende apparaten (smartphones, tablets, laptops) op een veilige manier toegang hebben tot dezelfde informatie. Er wordt bovendien steeds meer digitaal samengewerkt met collega’s en externe partners in het werkveld. De huidige werkomgeving (Citrix) ondersteunt deze en toekomstige ontwikkelingen onvoldoende en wordt in de komende jaren dan ook uitgefaseerd. Tenslotte is vanuit een integrale en toekomstbestendige benadering door de informatieadviseurs van de deelnemers en de RID vanuit haar architectuurfunctie de regionale i-visie vastgesteld en verder uitgewerkt naar een visie Digitale Werkruimte. Het hieruit ontstane programma Digitale Werkruimte is inmiddels vertaald naar gefaseerde uitvoering.
Versterken van infrastructuur voor de toekomst De IT-infrastructuur van de RID moet goed onderhouden zijn, voldoen aan wet- en regelgeving en aan de wensen en eisen van de deelnemers en flexibiliteit, schaalbaarheid en continuïteit bieden. Dit vraagt om een flexibele en schaalbare oplossing die alleen nog kan worden geboden door cloudtechnologieën. Door zowel de betrokken inhoudelijke gremia als de opdrachtgevers en het bestuur is daarom de voorkeur uitgesproken voor het uitfaseren van de bestaande datacenters en de geleidelijke overgang naar de cloud te maken. Deze strategische keuze biedt de RID de kans om haar ICT-infrastructuur toekomstbestendig te maken, de dienstverlening aan burgers en bedrijven door de deelnemers beter te ondersteunen, eventuele toetreding van nieuwe partijen door de schaalbaarheid eenvoudiger te faciliteren en haar rol als regionale partner te versterken. Daarnaast geeft het de aangesloten organisaties meer mogelijkheden om te betalen naar gebruik in plaats van langdurige verplichtingen aan te gaan. Gefaseerd naar de cloud, gericht op de sporen techniek en organisatie De overgang naar de cloud wordt opgeknipt in 4 fases, langs de sporen techniek en organisatie. De RID beschikt nu nog over de hardware. Hierdoor worden in de huidige vorm van ICT-hosting de applicaties beheerd op basis van beschikbare capaciteit.
Omdat gefaseerd capaciteit wordt uitbesteed, gaat dit veranderen naar het beheren van applicaties op basis van benodigde capaciteit. Door cloudoplossingen in te zetten, kan de wellicht de mogelijkheid ontstaan om op termijn kosten te reduceren. Voor het spoor Techniek zijn de fases als volgt samen te vatten: 1. voorbereiding aanbesteding; 2. aanbesteding & gunning; 3. onboarding; 4. migratie & optimalisatie. Door de overgang naar een cloudgebaseerde infrastructuur gaan de rollen en taken van de RID van kleur verschieten; van het beheren van fysieke hardware naar toenemende focus op regie en integratie. De beheerdiensten worden uitbesteed, de vraag- en aanbodvertaling wordt verder ontwikkeld en het opdrachtgeverschap versterkt. Tenslotte wordt de aansturing van strategische leveranciers centraal geïntensiveerd en zet de RID in op het stapsgewijs opbouwen van het leren voeren van regie. Voor het spoor Organisatie worden de volgende 4 fases onderscheiden: 1. Kaders en programmasturing; 2. Analyse betrokken rollen en functies; 3. Vastleggen regieprocessen; 4. Uitvoering ontwikkelprojecten. Middels de gebruikelijke P&C-documenten wordt u uiteraard geïnformeerd over het verloop van de ontwikkelingen.
4
Verhogen niveau informatieveiligheid Vanaf 2020 hanteren we het verplichte normenkader voor informatieveiligheid; de baseline informatiebeveiliging overheid (BIO 1). Omdat informatieveiligheid steeds belangrijker is, wordt de lat op dit gebied almaar hoger gelegd. Naast de BIO komt daarom de NIS2 erbij, die uiterlijke eind 2025 in nationale wetgeving wordt vertaald. Het is nu nog niet mogelijk om exact uiteen te zetten wat deze wet van gemeenten zal vragen en wat de impact daarvan is op de RID. Uiteraard wordt ondertussen continu ingezet op het verhogen van het volwassenheidsniveau, uitbreiding van de monitoring en optimalisatie van de processen. In 2023 zijn de verantwoordelijkheden en de rolverdeling op het gebied van IBV tussen de RID en de deelnemers bekrachtigd conform deze visuele weergave. Door de overgang van de infrastructuur naar de cloud gaat het blauwe RID-deel van kleur verschieten. Daarnaast krijgt, door het uitfaseren van Citrix, MS365 een steeds prominentere rol. In het eerder genoemde, gezamenlijke project rondom ontwikkelingen op de samenwerking, wordt ook gekeken naar het onderdeel IB&P. De concrete vertaling hiervan voor de RID was bij het opstellen van deze kadernota nog niet mogelijk.
Verbeteren dienstverlening De uitkomsten van het gezamenlijk onderzoeken van mogelijke ontwikkelingen op het gebied van IV, IB&P en ICT en welke rol de RID hierin kan spelen, kan van invloed zijn op de gevraagde dienstverlening van de RID. Bij het opstellen van de kadernota waren de uitkomsten nog niet bekend en deze zijn dus nog niet meegenomen in deze kadernota. Wel is al duidelijk dat met de overgang naar de cloud en het afbouwen van de datacenters de rollen en verantwoordelijkheden binnen de RID-organisatie zullen veranderen. Vooral door de verschuiving van het beheren van fysieke hardware naar het managen van clouddiensten en configuraties. Dit vraagt om andere vaardigheden en continue bijscholing. Vooruitlopend daarop wordt ingezet op stapsgewijze groei van het voeren van regie. Daarnaast wordt meer gestuurd op portfoliomanagement van de RID, het verbeteren van processen en projectmanagement en het starten van nieuwe diensten zoals company owned devices. Dit alles doet de RID uiteraard in nauwe samenwerking met de deelnemers.
Bijdragen aan het versterken van de samenwerking Over de assen van 3 beleidsterreinen wordt in gezamenlijkheid gekeken naar mogelijke ontwikkelingen op het gebied van IV, IB&P en ICT en welke rol de RID hierin zou kunnen spelen. De algemeen directeuren van de RIDdeelnemers zijn onder meer opdrachtgevers van het programma Regionale Samenwerking IV, waarin de iVisie is uitgewerkt naar concrete doelen en projecten. Door nauwe samenwerking met de RID worden vanuit dit programma, op basis van de visie digitale gemeenten, bovendien de lopende ICT, IB en IV trajecten verbonden. Overkoepelend doel is het versterken van de samenwerking op de drie gebieden. Mede door het inrichten van de benodigde capabilities en het professionaliseren van portfoliomanagement, levert de RID haar bijdrage hieraan. Bij de ontwikkeling van de RID houden we rekening met de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit wordt organisatorisch ingevuld vanuit de Gemeenschappelijke Regeling die aan de RID ten grondslag ligt. Hierin is het eigenaarschap van de RID belegd bij het Algemeen Bestuur en afgeleid daarvan het Dagelijks Bestuur.
1 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/project/baseline-informatiebeveiliging-overheid/
5
3.
Financieel kader
Uitgangspunten Wij hanteren in de kadernota de volgende uitgangspunten: • Een structureel en reëel sluitende begroting; • Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; • De begroting geeft duidelijk inzicht welke baten en lasten incidenteel van aard zijn; • De meerjarenraming is gebaseerd op constante lonen en prijzen; • Inflatiecorrectie op basis van procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product uit de septembercirculaire van het gemeentefonds van het volgende jaar; • Rente langlopende leningen 3% • Personeelskosten op basis van maximale salarisschalen; • Kostenverdeling op basis van vastgestelde systematiek; de door de deelnemers afgenomen plusdiensten worden, zoals afgesproken, apart in rekening gebracht; • Aantal accounts 2100.
Financieel effect De lasten vanuit de kadernota staan in onderstaande tabel. Tabel 1: effecten kadernota
Bedragen x € 1000
2026
2027
2028
2029
Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Uitwerking DIP/ datacenters uitfaseren naar de cloud Aanpassing HR21 Totaal impact kadernota
246 0 221 467
246 548 221 1.015
246 215 221 682
246 215 221 682
Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Voor het salarisniveau en de formatie gaan we uit van de huidige CAO-gemeenten en ramen we de lasten op de maximale hoogte van de salarisschalen. De loonkosten indexeren we op basis van de verwachte loonontwikkelingen in 2026. Door het vroege tijdstip van de vaststelling van deze kadernota hebben wij voorlopig de loonindex op 3,8 % gezet (op basis van de loonvoet September circulaire). Als blijkt dat we dit percentage en daarmee de bedragen moeten bijstellen, vragen we dit met een begrotingswijziging aan. De impact wordt ingeschat op 172.000. Gezien de krappe situatie op de arbeidsmarkt ziet de RID hier een mogelijk risico indien teruggevallen moet worden op de inzet van (duurdere) inhuur. Een voorbehoud op dit bedrag is daarmee op zijn plaats. De prijsaanpassing volgt de inflatiecorrectie zoals opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau. Voor 2026 bedraagt de prijsaanpassing 2,6 % (op basis van de septembercirculaire). De impact is € 74.000.
Uitwerking DIP/ datacenters uitfaseren naar de cloud Voor de kadernota 2025 is een duurzame investeringsplanning opgesteld op basis van het voorkeursscenario: “afbouwen van de huidige datacenters en een geleidelijke overgang naar de cloud”. Bij het vaststellen van de kadernota 2025 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten dat in 2024 inzichtelijk moet worden gemaakt welke technische en financiële voorwaarden nodig zijn om dit scenario te realiseren, zowel voor de RID als voor haar deelnemers. De RID heeft dit voorkeursscenario opnieuw bekeken en op 28 november 2024 een geactualiseerde versie gepresenteerd aan het AB. Deze herijking gaat uit van een gefaseerde overgang naar de cloud, waarbij het proces halverwege 2027 is afgerond.
6
Met hulp van een externe partij heeft de RID een kostenraming opgesteld om deze overgang te realiseren. Hierbij zijn de kosten verdeeld in incidentele (eenmalige) kosten en structurele (terugkerende) kosten. De planning is zo ingericht dat de technische en financiële middelen optimaal worden benut gedurende de overgang. Onderstaand vindt u een overzicht van de kosten: Tabel 2: Incidentele kosten datacenters naar de cloud: Bedragen x € 1000
2026
2027
2028
2029
Implementatiekosten Frictiekosten/ dubbeldraaikosten Dekking vanuit huidige begroting Resultaat incidentele kosten
633 124 - 941 -184
482 521 -271 732
0 0 0 0
0 0 0 0
2026
2027
2028
2029
0 0 0
745 -745 0
1.490 -1.275 215
1.490 -1.275 215
2027
2028
2029
Tabel 3: Structurele kosten datacenters naar de cloud: Bedragen x € 1000 Structurele kosten cloudpartner Dekking vanuit huidige begroting Resultaat structurele kosten
Tabel 4: impact op deelnemersbijdrage kadernota datacenters naar de cloud Bedragen x € 1000
2026
Incidentele kosten -184 732 0 0 Structurele kosten 0 0 215 215 Impact kadernota -184 732 215 215 Bestemmen door Algemeen bestuur* 184 -184 0 0 Resultaat kadernota 0 548 215 215 * Bij vaststellen kadernota wordt aan algemeen bestuur gevraagd om een bestemmingsreserve te vormen.
Aanpassing conversietabel HR21 Bij de oprichting van de RID is afgesproken dat de arbeidsvoorwaarden van gemeente De Bilt worden gevolgd. Dit is opnieuw bevestigd bij de overstap naar het functiehuis HR21. In juni 2023 is gemeente De Bilt gestart met een grote herziening van HR21, onder begeleiding van het externe bureau Leeuwendaal. Hierbij is ook gekeken naar de functies en de bijbehorende conversietabel. Om de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt te versterken, is besloten om de tussenschalen 10A en 11A (destijds nog in gebruik bij De Bilt) te laten vervallen. Door deze wijziging verandert de conversietabel en daarmee ook de salarisschalen die horen bij de standaardfuncties. Voor de RID heeft dit gevolgen voor 16 functies. De maximale, structurele kostenstijging vanaf 2026 wordt geschat op € 221.000. Dit bedrag is gebaseerd op de maximale hoogte van de salarisschalen. Als in 2026 blijkt dat niet alle functies zijn ingevuld of dat medewerkers nog niet aan het einde van hun schaal zitten (wat met het huidige personeelsbestand waarschijnlijk is) zullen we dit positieve verschil opnemen in de bestuursrapportage. De hogere schalen kunnen wel onze positie op de krappe, specialistische arbeidsmarkt verbeteren en mogelijk bijdragen aan het sneller invullen van openstaande vacatures.
Toekomstige ontwikkeling Er komt veel nieuwe wetgeving (zoals bijvoorbeeld NIS2 en de wet open overheid) op de gemeenten af, waar gegevensbescherming en privacy een belangrijk onderdeel van vormen. Om de informatieveiligheid te kunnen borgen zijn steeds meer middelen en inzet nodig. Ook bij overheidsdiensten neemt immers de digitaliseringscomponent toe. Gemeenten staan daarmee voor grote uitdagingen in de toekomst, die vragen om strategische keuzes en investeringen in ICT. Door de toenemende benodigde inzet van gemeenten op SaaS-applicaties en personeel (op onder meer informatiemanagement, regie en informatiebeveiliging) gaan de ICT- en IV-kosten een groter onderdeel uitmaken van de gemeentelijke begroting. De consequenties van de ontwikkelingen rondom de infrastructuur zijn tenslotte uitgezocht en verwerkt in de kadernota die nu voor u ligt. 7
4.
Financieel effect RID-deelnemers
Financiële positie In deze kadernota nemen we alle relevante financiële ontwikkelingen mee die op dit moment bekend zijn. We starten de kadernota met het ‘saldo begroting 2026-2029’, overgenomen uit de begroting 2025 – 2028. Tabel 5: meerjarenperspectief kadernota 2027
Bedragen x € 1000 Meerjarig perspectief vanuit begroting 2025-2028
2026
2027
2028
2029
8.626
8.626
8.626
8.626
Salariscompensatie
172
172
172
172
Inflatiecorrectie
74
74
74
74
Uitwerking DIP/ datacenters uitfaseren naar de cloud
-184
732
215
215
Aanpassing HR21
221
221
221
221
8.909
9.825
9.308
9.308
8.626
8.626
8.626
8.626
467
1.015
682
682
9.093
9.641
9.308
9.308
184
-184
0
0
Toevoeging bestemmingsreserve
-184*
0
0
0
Onttrekking bestemmingsreserve
0
184*
0
0
Gerealiseerd resultaat kadernota 2026
0
0
0
0
Totale lasten Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2025-2028 Kadernota effecten op dekkingsmiddelen Totale dekkingsmiddelen
Saldo Kadernota 2026
* Bij vaststellen van de begroting vragen wij het bestuur te besluiten tot het vormen van een bestemmingsreserve. De effecten kadernota worden genoemd in hoofdstuk 3 Alle effecten bij elkaar genomen ontstaat het bovenstaande meerjarenperspectief. In tabel 6 staat de opbouw van de nieuwe bijdrage per deelnemer. Hierin is ook een regel opgenomen voor de effecten van de herijking van de verdeelsystematiek. Hierover wordt in de bijlage meer gemeld. In tabel 7 staat de totaalbijdrage per deelnemer.
8
Tabel 6: opbouw nieuwe deelnemersbijdrage per deelnemer
Baarn: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
1.067
1.067
1.067
1.067
Herijking verdeelsystematiek
-19
-19
-19
-19
Kadernota 2026
60
140
91
91
Totaal
1108
1188
1139
1139
Bunnik: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
709
709
709
709
Herijking verdeelsystematiek
-20
-20
-20
-20
Kadernota 2026
40
95
62
62
Totaal
729
784
751
751
De Bilt: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
1.403
1.403
1.403
1.403
Herijking verdeelsystematiek
6
6
6
6
Kadernota 2026
73
150
103
103
Totaal
1482
1559
1512
1512
Soest: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
1.962
1.962
1.962
1.962
Herijking verdeelsystematiek
23
23
23
23
Kadernota 2026
109
241
161
161
Totaal
2094
2226
2146
2146
RSD: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
881
881
881
881
Herijking verdeelsystematiek
-4
-4
-4
-4
Kadernota 2026
47
113
73
73
Totaal
924
990
950
950
Utrechtse Heuvelrug: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
1.735
1.735
1.735
1.735
Herijking verdeelsystematiek
15
15
15
15
Kadernota 2026
91
172
123
123
Totaal
1841
1922
1873
1873
Wijk bij Duurstede: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025-2028
869
869
869
869
Herijking verdeelsystematiek
-1
-1
-1
-1
Kadernota 2026
47
104
69
69
Totaal
915
972
937
937
9
Tabel 7: deelnemersbijdrage per deelnemer
Deelnemende organisatie bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Baarn
1108
1188
1139
1139
Bunnik
729
784
751
751
De Bilt
1.482
1.559
1.512
1.512
Soest
2.094
2.226
2.146
2.146
RSD
924
990
950
950
Utrechtse Heuvelrug
1.841
1.922
1.873
1.873
Wijk bij Duurstede Totaal
915
972
937
937
9.093
9.641
9.308
9.308
Verschillende soorten diensten Het kostenoverzicht hierboven bevat het saldo van de baten en lasten. Voor de bovenstaande basis aan diensten vindt verrekening van de reguliere kosten plaats via de verdeelsystematiek, zoals tussen de deelnemers en de GR RID overeengekomen. Daarnaast levert de RID ook nog andere diensten, met een andere afrekensystematiek. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te houden worden ook deze diensten begroot. Bij het bepalen van de koers 2019-2022 is besloten om de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk te houden en deze andere diensten te verrekenen op basis van het principe “de gebruiker betaalt”. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke diensten er worden doorbelast aan welke deelnemer (op basis van inschattingen op dit moment). Tabel 8: extra diensten per deelnemer
Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal
Telefonie
Wifi Ehrm MDM MS365 21 17 64 12 89 12 9 0 8 50 25 19 94 14 95 46 21 91 25 190 15 6 48 10 60 27 21 130 19 157 19 14 42 9 68 165 107 469 97 709
Multifunc. 12 8 12 20 9 14 10 85
NFS Totaal 80 295 73 160 85 344 83 476 62 210 70 438 66 228 519 2.151
Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek hardware en applicaties), alsmede de inzet van professionals zoals de business projectleider. Omdat deze voor de RID moeilijker in te schatten zijn en daarmee lastiger te begroten, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. Wel kan iedere deelnemer aan de RID vragen om mee te denken wat de juiste inschatting is voor haar eigen begroting.
10
5.
Vaststellingsbesluit
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 20 januari 2025
Voorzitter,
Secretaris,
11
Bijlage: Herijking verdeelsystematiek Jaarlijkse Herijking heeft plaatsgevonden In het Algemeen Bestuur van 7 oktober 2019 is de verdeelsystematiek vastgesteld, waarbij de begroting van de RID verdeeld wordt op basis van 3 parameters: • Het aantal accounts; • Het gebruikte serverbeslag; • Aantal inwoners. De parameters ‘accounts’ en ‘serverbeslag’ worden jaarlijks herijkt op 1 november, op basis van het gemiddelde van 1 november tot en met 1 oktober. Het inwoneraantal wordt gebaseerd op CBS- cijfers van 1 januari in het jaar t-2 van het vaststellen van de kadernota. NB: bij het vaststellen van de kadernota 2025 is voorgesteld om het serverbeslag niet te herijken voor de kadernota 2025. Deze blijft dus op het niveau van de kadernota 2024. Dit uitgangspunt is ook gehanteerd voor de kadernota 2026.
Nieuwe verdeelsystematiek Vooral met betrekking tot de parameter ‘serverbeslag’ was veel uitleg nodig. Bij het vaststellen van de kadernota 2024 is daarom door het AB opdracht gegeven om de verdeelsystematiek aan te passen. Het jaar 2025 staat in het teken van verdere detaillering van het DIP (opstellen programma van eisen, afronden DIP projecten door zowel de RID als haar deelnemers). Het GDO adviseert om de nieuwe verdeelsystematiek gelijk op te laten lopen met deze ontwikkeling. De detaillering van de overgang naar de cloud en het afbouwen van de datacenters geeft voldoende input om te leiden tot een nieuwe verdeelsystematiek die meer recht doet dan de huidige verdeling op basis van het serverbeslag. Tot die tijd wordt het serverbeslag zoals gezegd bevroren op het niveau van de kadernota 2024. De nieuwe verdeelsystematiek kan vervolgens worden vastgesteld bij de kadernota 2027. Door wijzigingen in het aantal accounts zijn we genoodzaakt tot herijking, met verschuivingen van de bijdrage tot gevolg. Zie de effecten per deelnemer:
Deelnemende organisatie bedragen x € 1.000
% afwijking
Effect herijking
Baarn
- 19
-1,78%
Bunnik
-20
-2,82%
De Bilt
6
0,43%
Soest
23
1,17%
RSD
-4
-0,45%
Utrechtse Heuvelrug
15
0,86%
Wijk bij Duurstede
-1
-0,12%
Totaal
0
De afwijkingen worden veroorzaakt door de wijzigingen in het aantal accounts.
12