CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1140510 Principeverzoek Plataanlaan 1 Bijlage 6 Quickscan Flora Fauna

Raadsvergadering 19 februari 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Principeverzoek Plataanlaan 1 - bouw 10 appartementen6.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plataanlaan 1 te Baarn - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

De heer R. de Vries

Datum veldbezoek

21 april 2020

Kenmerk rapport

Q2020.069- Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn

Datum rapport

19 mei 2020

Versie

V3.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

5 5 5 5 5

2 ONDERZOEKSOPZET

6

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

6 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES

6 7 10 11 11 11 14 14 14 17 17 17

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van de heer R. de Vries heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Plataanlaan 1 te Baarn een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Baarn en betreft het gebouw ‘De Boemerang’ en de directe omgeving ervan. De initiatiefnemer is samen met beide buren Blaauwendraad en Salentijn voornemens het bestaande pand te amoveren ten behoeve van de realisatie van twee woningen. In dit kader zullen ook enkele bomen worden gekapt. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. Ten tijde van onderhavig schrijven was er bij EcoTierra- ecologisch adviesbureau geen inrichtingsschets bekend. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 21 april 2020 plaatsgevonden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen niet uit te sluiten zijn (Natura2000-stikstof niet getoetst).

→ Er zijn geen gevolgen aangaande het NNN, Natura2000-gebieden (soorten) en houtopstanden; → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → Er mogen geen bezette nesten van vogel worden vernietigd of significant worden verstoord; → De zorgplicht is altijd van toepassing.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 4

1 INLEIDING In opdracht van de heer R. de Vries heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Plataanlaan 1 te Baarn een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is samen met beide buren Blaauwendraad en Salentijn voornemens het bestaande pand te amoveren ten behoeve van de realisatie van twee woningen. In dit kader zullen ook enkele bomen worden gekapt. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN, weidevogelleefgebieden of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 5

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site webkaart.provincie-utrecht zijn geraadpleegd in april en mei 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 21 april 2020 overdag bezocht. Ten tijde van dit veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 17°C. Het gehele plangebied was ten tijde van de veldbezoeken toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is tijdens de veldbezoeken eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is de beheerder van het pand geïnterviewd.

Tijdens het onderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Baarn en betreft het gebouw ‘De Boemerang’ en de directe omgeving ervan. Het gebouw werd ten tijde van het veldbezoek gebruikt als ontmoetingscentrum. De opstal beschikt over een spouw met open stootvoegen. De directe omgeving van onderhavig plangebied bestaat uit de bebouwde kern van Baarn, groenstructuren en infrastructuur.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: google maps).

Foto’s: Indrukken plangebied.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 7

Foto’s: Indrukken plangebied.

Foto’s: Indrukken plangebied.

Foto: Indrukken plangebied.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 8

Foto: Indrukken plangebied.

Foto: Indrukken plangebied.

Foto’s: Overige indrukken plangebied.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 9

Foto’s: Indrukken directe omgeving.

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is samen met beide buren Blaauwendraad en Salentijn voornemens het bestaande pand te amoveren ten behoeve van de realisatie van twee woningen. In dit kader zullen ook enkele bomen worden gekapt. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: Indicatie locatie gewenste woningen.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 10

4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en geen Natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 6.500 meter van een Natura2000gebied. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor het plangebied) als gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, steenmarter, eekhoorn, steenuil en huismus voorkomen. Tijdens een door EcoTierra eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna ‘Quickscan flora en fauna Heuveloordstraat 11a en 11b te Baarn, 24 januari 2018, ‘waren verblijfplaatsen van vleermuizen, gierzwaluw en huismus niet uit te sluiten. Tevens diende er gelet te worden op de aanwezigheid van uilen, roofvogels, steenmarter, eekhoorn, vissen en amfibieën.

Tijdens het nadere onderzoek naar aanleiding van de bovengenoemde quickscan ‘Nader onderzoek Heuveloordstraat 11a en 11b te Baarn, EcoTierra-ecologisch adviesbureau, 28 november 2018’ zijn geen verblijfplaatsen van de te onderzoeken soorten aangetroffen binnen dat plangebied. Wel zijn diverse foeragerende vleermuissoorten waargenomen. In een vleermuizenonderzoek nabij ‘Natuuronderzoek Brede school te Baarn, Eelerwoude, 2013’ wordt aangegeven dat soorten als gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis zijn waargenomen. Ook is er een vaste verblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld 4.2 Bevindingen veldonderzoek Interview Het interview met de beheerder heeft geen relevante informatie opgeleverd. Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied enkele vogels waargenomen waaronder kauw, ekster en koolmees. De te amoveren opstal is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Binnen het plangebied en bij de omgevingscheck zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen waargenomen. Tevens zijn nestlocaties van huismus niet te verwachten door het ontbreken van geschikte nestlocaties. Ook andere holtebewoners, zoals de gierzwaluw, worden in de opstal, door het ontbreken van geschikte openingen, niet verwacht.

Er zijn dan ook geen sporen zoals nestresten en/of fecaliën aangetroffen van holtebroeders. Er leken enkele geschikte openingen te zijn voor genoemde holtebroeders,

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 11

maar uit inspectie met een ladder bleken deze openingen toch niet geschikt. Bij de te amoveren opstal en de directe omgeving zijn geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Verder zijn er ook geen horsten van roofvogels aanwezig of roest- of winterbomen van ransuil waargenomen in de te kappen bomen. Het ontbreekt tevens aan sporen van genoemde soorten/soortgroepen. Het plangebied betreft geen foerageergebied voor roofvogels en uilen. Het is aannemelijk dat vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest broeden in de aanwezige bomen en struiken. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals krabsporen en latrines, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Algemeen voorkomende soorten als egel, huis- en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen De te amoveren opstal is geschikt bevonden voor vleermuizen om er te verblijven en voort te planten. Verblijfplaatsen kunnen worden verwacht in het dak, in de spouw, achter de boeiboorden en eventueel andere holtes.

Deze ruimtes kunnen worden bereikt door openingen bij de dakpannen, open stootvoegen, opening bij de regenpijp, en openingen bij de boeiboorden en loodslabben.

Foto’s: Openingen bij de opstal die toegang kunnen bieden naar mogelijke vaste verblijfplaatsen van vleermuizen.

Er zijn geen geschikte bomen (bomen met scheuren, ingerotte holtes of loszittend schors) aanwezig binnen en nabij het plangebied. Vaste verblijfplaatsen van boombewonende soorten zijn derhalve uitgesloten. De verwachting is dat er beperkt door vleermuizen gefoerageerd wordt binnen het plangebied. De groenstructuren nabij zullen meer vleermuizen aantrekken. Het plangebied betreft geen significant onderdeel van een eventueel aanwezige vliegroute. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten weggekropen zitten onder de aanwezige groene elementen. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals water, broeihopen en geschikt landhabitat).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 12

Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 13

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Er worden in het Natuurbeheerplan 2020 geen Natuurbeheertypen aangegeven voor het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 6.500 meter van een Natura2000gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen enkele bomen gekapt en mogelijk enkele struiken gerooid.

Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is echter niet van toepassing in onderhavige situatie, daar er geen houtopstand wordt gekapt (houtopstand is onder andere gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat). 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen of nabij het plangebied. Binnen het plangebied zijn enkele vogels waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals koolmees en ekster.

Deze soorten hebben in onderhavige situatie echter voldoende alternatieve broedplekken. Tevens zal in de toekomstige situatie voor genoemde soorten waarschijnlijk nieuw broedbiotoop ontstaan. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest zullen zeer waarschijnlijk broeden in de aanwezige bomen en struiken binnen het plangebied en in de directe omgeving.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 14

De sloop-, bouw- en rooiwerkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord of niet. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, dient voorafgaande aan de werkzaamheden onderzocht te worden of er geen broedgevallen significant worden verstoord door de werkzaamheden (kan lastig zijn met bomen vol in blad). Indien aan genoemde voorwaarden wordt voldaan zijn er geen negatieve effecten op vogels te verwachten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten, of verblijfplaatsen ervan, waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten voor. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen De sloop van de opstal kan tot gevolg hebben dat jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd worden. Dit is niet toegestaan zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming.

In dit kader zal er bij de te amoveren opstal een nader onderzoek naar vleermuizen moeten plaatsvinden. Dit nadere onderzoek dient vast te stellen of er (zo ja, welke soorten en welke functie) gebruik gemaakt wordt van de opstal en dient plaats te vinden op basis van het protocol voor vleermuisinventarisaties 2017 (GaN). Bij de onderzoeksopzet dient gelet te worden op de diverse functies die de opstallen kunnen hebben, op de verschillende soorten vleermuizen (zoals ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger) die gebruik van de opstal kunnen maken en op de zogenaamde 75% regel uit het vleermuizenprotocol. Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden. Geadviseerd wordt om alvast 4 grote vleermuiskasten (bijvoorbeeld http://www.vivarapro.nl/VK-WS-02-Vleermuizenkast) op te hangen in de directe omgeving. Mochten er verblijfplaatsen aanwezig zijn, dan hebben de exemplaren al de tijdelijke kasten tijdig kunnen ontdekken. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project.

Eventuele verblijfplaatsen in aangrenzende gebouwen zullen naar verwachting niet indirect (bijvoorbeeld door blokkeren uitgangen) worden aangetast. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 15

Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art. 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen.

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 16

6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Onderdeel

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Niet aan getoetst Nee

Mogelijk

N.v.t

N.v.t

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Flora Vogels - Jaarrond beschermde nesten - Functioneel leefgebied

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

- Niet jaarrond beschermde nesten

Nee Zorgplicht

Bij werken binnen broedseizoen; broedvogelcheck

Broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m augustus- september

Ingrepen bij voorkeur buiten broedseizoen uitvoeren

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal - Verblijfplaatsen

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Ja

Nader onderzoek

15 mei tot oktober Conform vigerend vleermuizenprotocol

-Vaste verblijfplaatsen bomen

Advies: Alvast 4 grote vleermuiskasten in de directe omgeving ophangen

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

- Essentieel foerageergebied

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

- Essentiële vliegroute Amfibieën/ reptielen/vissen

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Ongewervelden/ overige soorten Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

Nee

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t

Zorgplicht

N.v.t.

N.v.t.

- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als kraam- en winterperiode - verplaatsen exemplaren -voorkomen vestiging/ aanwezigheid

NNN Weidevogelgebied e.d. Natura2000 -soorten Natura2000 - stikstof Houtopstanden

- Functioneel leefgebied Vleermuizen -Vaste verblijfplaatsen opstallen

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 17

6.2 Vrijblijvend advies Bij de nieuwbouw kan rekening worden gehouden met huismussen door vogelschroot bij bijvoorbeeld de derde panlat te plaatsen. Dan kan er door huismus gebroed worden in de eerste twee rijen dakpannen. Tevens kunnen speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken.

Voorbeelden voorzieningen vleermuizen en gierzwaluw/ huismus (bron: Faunaprojecten.nl).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 18

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 19

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 20

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 21

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 22

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 23

(Bron: Website Ecologica, december 2019).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 24

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 25

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 26

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 27

omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 28

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 29

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 30

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 31

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 32

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 33

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 34

www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2020.069-Quickscan flora en fauna Plataanlaan 1 te Baarn-

Pagina | 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15059870/1