1106124 Vorming één omgevingsdienst in de provincie Utrecht rvs
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer
1106124
Onderwerp
Vorming één omgevingsdienst in de provincie Utrecht
Besluit in raad
29 januari 2025
Portefeuillehouder(s)
Wethouder De Vries
Naam steller
Albert van 't Riet
Status / Vertrouwelijkheid
Openbaar
Voorgestelde beslispunten: 1. Een zienswijze indienen op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. 2. De reactiebrief aan het college vast te stellen. Samenvatting van het voorstel Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht om te starten met fase 1 van het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. In dit collegevoorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de ‘Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’ toegelicht. Samen geven deze producten de kaders van de nieuwe omgevingsdienst: de richting waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan met de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Alle partijen zijn actief betrokkenen geweest bij de totstandkoming van voorliggende eindproducten. In de eindproducten is aandacht voor de kansen en risico’s van het traject. Alle colleges in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht. Zij dienen daarbij zienswijze en instemming te vragen aan hun gemeenteraad/provinciale staten.
De start van de taakuitvoering door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht is voorzien per 1 januari 2026; op dat moment moet het proces van vaststelling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn doorlopen. Op 17 oktober 2024 heeft het gezamenlijk algemeen bestuur de producten uit fase 1 goedgekeurd en ingestemd met de start van fase 2 ‘inrichten’. In de vergadering hebben de bestuurders op zeven punten toezeggingen gedaan en afspraken gemaakt om dit collegevoorstel te verduidelijken voor besluitvorming in colleges en de zienswijze in raden en staten. In het addendum zijn deze punten opgenomen. Het college adviseert de raad in de zienswijzen nadrukkelijk aandacht te vragen voor de financiële aspecten van de fusie en te zorgen voor een robuust financieel kader. Aanleiding Gemeenten zijn wettelijk verplicht basis-milieutaken onder te brengen bij een Omgevingsdienst. Plustaken zijn een keuze. Baarn heeft geen eigen milieu-medewerkers in dienst en heeft daarom ook de plustaken bij de RUD Utrecht belegd. Op 17 mei 2022 bent u geïnformeerd over de ontwikkelingen bij de RUD, die al als doel hadden de dienst robuuster te maken. In deze brief wordt gesproken over een intensievere samenwerking tussen de beide omgevingsdiensten in de provincie Utrecht, naast de RUD is dat de ODRU.
Deze samenwerking heeft geresulteerd in een besluit van de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht op 7 december 2023 om te starten met het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. Door kennis, ervaring en middelen samen te voegen en de grenzen binnen de provincie op te heffen, ontstaat er een
1
robuuste omgevingsdienst die meer kan betekenen voor gemeenten, provincie, inwoners, bedrijven, natuur, milieu en leefomgeving. De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen, is beschreven in de ‘Routekaart naar één Omgevingsdienst in Utrecht’ (december 2023). De route bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. In enkele nieuwsbrieven bent u vanuit de RUD-ODRU geïnformeerd over de ontwikkelingen van de voorbereiding van de vorming van de gezamenlijke omgevingsdienst. De keuze voor één nieuwe omgevingsdienst betekent dat de oude diensten, de RUD en de ODRU, worden opgeheven. In dit raadsvoorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de Routekaart, zoals die zijn vastgesteld in de gezamenlijke algemeen bestuursvergadering van 17 oktober 2024, toegelicht. Alle colleges wordt gevraagd om in te stemmen met de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU), die op 1 januari 2026 zijn beslag moet krijgen. De colleges dienen daarbij (in twee ronden) zienswijze en toestemming te vragen aan hun raad/staten. Bevoegdheid raad Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (art 1, lid 3 en 4) zijn dit de bevoegdheden van de gemeenteraad/provinciale staten: • lid 3.
“De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte”. • lid 4. “De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang”. Toelichting Eindproducten fase 1 In fase 1 ‘richten’ zijn vier eindproducten opgeleverd. Deze vier documenten vormen een samenhangend geheel. Gezamenlijk geven zij het kader van de nieuwe omgevingsdienst: de richting waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. In de aanbiedingsnotitie (bijlage 1) wordt een totaaloverzicht gegeven. In het addendum (bijlage 2) zijn de toezeggingen en afspraken gemaakt ter verduidelijking opgenomen. De nieuwe gemeenschappelijke regeling vormt de juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken.
In de bijlage vindt u de ontwerp-gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (bijlage 3a) en een artikelsgewijze toelichting (bijlage 3b). De bedoeling is om een nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht op zienswijze op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling, zoals nader toegelicht in de paragraaf ‘Vervolgproces’. Het richtingsplan (bijlage 4) heeft als doel de kaders te scheppen waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het richtingsplan komen terug in de gemeenschappelijke regeling, rudimentaire begroting en de routekaart voor fase 2 ‘inrichten’.
2
Het doel van de rudimentaire begroting (bijlage 5) is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige bijdrage van de deelnemers. Basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de programmabegroting 2026 die in fase 2 zal worden opgesteld. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De begroting 2026 die in fase 2 wordt opgesteld komt voor zienswijze bij de deelnemers langs. De routekaart voor fase 2 ’inrichten’ (bijlage 6) schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst en beschrijft hoe deze gedekt worden. Tijdens fase 2 van het traject maken we keuzes over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden ingericht. Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het richtingsplan.
Participatietraject Voor het opstellen van de producten voor de nieuwe omgevingsdienst en voor een goede samenhang tussen deze producten is begin 2024 een programmaorganisatie ingericht met mensen van zowel de ODRU als de RUD Utrecht. Deze programmaorganisatie werkte in opdracht van een stuurgroep die bestond uit de voorzitters van beide algemeen besturen (Gerrit Spelt en Sjors Fröhlich), een DB-lid uit iedere omgevingsdienst (Has Bakker, provincie Utrecht en Wouter Catsburg, gemeente Zeist) en de twee directeuren (Hugo Jungen en Arnold van Vuuren) en de programmamanager(s) van het programmateam. Aan het begin van het traject (voorjaar 2024) zijn er twee webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces en in de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Om tot de missie, visie en bestuurlijke uitgangspunten voor de Omgevingsdienst Utrecht te komen zijn werkbijeenkomsten georganiseerd voor de algemeen bestuursleden, voor medewerkers uit beide organisaties en voor de klankbordgroep (bestaande uit regievoerders van de ODRU en RUD Utrecht). Op 22 mei 2024 vond een bestuurlijke werksessie plaats waar de uitgangspunten door 24 van de 27 bestuurders werden verrijkt en verdiept.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt om de eindproducten voor fase 1 op te leveren. Voor het opstellen van deze producten stonden projectleiders uit het programmateam aan de lat. Regievoerders en experts uit gemeenten en provincie werden hier nauw bij betrokken via zogenaamde projectklankbordgroepen. Op deze manier hebben alle betrokkenen met elkaar het gesprek gevoerd over de nieuw te vormen omgevingsdienst met de werknaam ‘Omgevingsdienst Utrecht’. Wat willen we bereiken? Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. Het levert voordelen op voor zowel bedrijven, inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk aan een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. De wet vraagt bevoegd gezagen haar basistaken in te brengen bij een omgevingsdienst. De Omgevingsdienst Utrecht is de beoogd omgevingsdienst voor de 27 deelnemers van de RUD Utrecht en de ODRU. De omgevingsdienst is congruent met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio Utrecht. Daarmee is de omgevingsdienst slagvaardig en heeft de deelnemer zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken.
Dit levert een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Deze ambities van de Omgevingsdienst Utrecht zorgen er ook voor dat de provincie en gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. Fase 1 ‘richten’ heeft geleid tot de formulering van de missie van de Omgevingsdienst Utrecht:
3
Een gezonde, veilige en duurzame provincie Utrecht; nu en in de toekomst. Dat is waar de Omgevingsdienst Utrecht voor staat. Nadat de colleges de zienswijzen hebben opgehaald bij raden en staten worden de colleges gevraagd in te stemmen met het starten van fase 2 van de vorming van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. De ontwerp gemeenschappelijke regeling is het juridisch kader van de nieuwe omgevingsdienst en is onlosmakelijk verbonden met de andere eindproducten. Het richtingsplan geeft inkleuring aan de Omgevingsdienst Utrecht, de rudimentaire begroting beoordeelt de betaalbaarheid en de routekaart fase 2 beschrijft het tijdspad van de inrichting. Met de oprichting ontstaat één omgevingsdienst die voor alle gemeenten en de provincie VTH- en adviestaken robuust uitvoert en die door de centrale positie in het speelveld een proactieve en prikkelende rol pakt bij het aankaarten en oplossen van de maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen. In de tweede helft van 2025 vindt besluitvorming plaats in de gemeenteraden/ provinciale staten. Wat gaan we daarvoor doen? Om bovenstaande te bereiken wordt een nieuwe gemeenschappelijke regeling opgericht en de nieuwe organisatie ingericht. De beoogde startdatum van de Omgevingsdienst Utrecht is 1 januari 2026.
De oprichting heeft als gevolg dat de bestaande gemeenschappelijke regelingen RUD Utrecht en ODRU na juridische en financiële afhandeling zullen worden opgeheven. Beoogd effect Instemmen met en aanscherpen van het kader en de koers bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht Door de ontwerp Gemeenschappelijke regeling voor zienswijzen aan de gemeenteraad voor te leggen wordt de gelegenheid geboden richting mee te geven aan de op te richten omgevingsdienst (GR ODU). Hierna zal fase 2 van het oprichten van een nieuwe Omgevingsdienst worden ingezet. Argumenten 1.1 Eén robuuste omgevingsdienst voor alle inwoners, bedrijven, gemeenten, provincie en regiopartners Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht levert duidelijkheid en een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied van de huidige twee omgevingsdiensten; de verdeling past niet bij de identiteit van het werkgebied. Daarnaast verschilt het takenpakket per omgevingsdienst en per deelnemer. De samenvoeging van de diensten heft deze versnippering op. Dit merken inwoners en bedrijven en levert gemeenten, provincie en regiopartners slagkracht op complexere vraagstukken samen aan te pakken.
1.2 Verhoging en waarborging van de kwaliteit van de taakuitvoering De oprichting van een omgevingsdienst voor Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls en biedt continuïteit in de uitvoering van de taken die bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Het levert zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk waarmee een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht wordt bewerkstelligd. 1.3 Vergroting kennis en specialisme ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming De Omgevingsdienst Utrecht kan een voortrekkersrol innemen als koploper in het VTH-stelsel en gangmaker voor het bestuur. Hierbij draait het om kennis en initiatief ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming. De integraal verbindende omgevingsdienst die fungeert als spin in het web voor de betrokkenen bij de maatschappelijke opgaven in het fysieke domein, waarbij de praktische haalbaarheid en handhaafbaarheid van beleid een speerpunt is. Daarmee kan de omgevingsdienst ook kennisplatform zijn in de regio. Van die vergrote kennis op het vakgebied en van het speelveld kan het college gebruik maken bij de bestuurlijke besluitvorming. 1.4 Stijgende kosten betere beheersen De Omgevingsdienst Utrecht kan de stijgende kosten als gevolg van ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving en landelijk beleid, en groeiende complexiteit in het werkveld beter beheersen.
De meerkosten zijn te
4
beperken, omdat projecten niet in tweevoud hoeven worden uitgevoerd. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. Overheidsfinanciën worden op deze manier effectiever en efficiënter benut. 1.5 Meer ruimte voor specialistisch experts voor complexe vraagstukken Door de bundeling van complexe vraagstukken is er meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en het doorontwikkelen van de risico-gerichte werkwijze. Daardoor wordt direct de robuustheid van de omgevingsdienst vergroot en de kwetsbaarheid in de dienstverlening verkleind. Ook ontstaat er meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel. 1.6 Binden van goed personeel in krappe arbeidsmarkt In deze tijd is goed en vast personeel lastig te vinden. De oprichting van een robuuste omgevingsdienst draagt daaraan bij. Robuust betekent een beperking van de kwetsbaarheid, en vergroting van betrouwbaarheid en continuïteit. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel primaire als overhead-taken maakt plaats voor een robuustere invulling met meer kwaliteit.
Door de ruimte om mensen op kleine functies te kunnen aannemen, kan goed personeel gebonden worden aan de organisatie. Daarnaast ontstaat door de bundeling van complexe vraagstukken meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en de doorontwikkeling van het risico-gericht werken. Ook ontstaat meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel, wat de kans vergroot op het binden van goed personeel binnen een krappe arbeidsmarkt. Daarbij kan de nieuwe organisatie zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever. 1.7 Verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in de hele provincie Utrecht Alle bovenstaande argumenten overwegend leidt het samengaan in één omgevingsdienst tot verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in de hele provincie Utrecht. 1.8 Gezamenlijke rechtspersoon voor bereiken doelen Steeds meer opgaven voor gemeenten en provincie zijn complex en overstijgen de eigen organisatie. Voor het aanpakken van de (toekomstige) opgaven is goed personeel, geschikte data en een netwerk nodig. Eén omgevingsdienst op basis van één gezamenlijke rechtspersoon (GR) kan hierin beter voorzien dan twee afzonderlijke niet congruente omgevingsdiensten in de provincie.
1.9 Voldoen aan bepalingen Wet gemeenschappelijke regelingen De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.10 Oprichting Omgevingsdienst Utrecht op 1 januari 2026 Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 hebben de huidige leden van het algemeen bestuur besluitvorming voor 1 januari 2026 gevraagd. Daarnaast zorgt uitstel van dit besluit ook voor mogelijk hogere fusiekosten. Bovendien is het voor medewerkers van de omgevingsdiensten prettig om niet langer in onzekerheid te zitten over de toekomst van de nieuwe dienst. Kanttekeningen 1.1 Twee afzonderlijke diensten in Utrecht kunnen niet voldoen aan de robuustheidscriteria voor de omgevingsdiensten Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria.
5
1.2 Precieze kosten nog niet in beeld De raden/staten worden gevraagd om een zienswijze te geven over de gemeenschappelijke regeling voor de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht. De precieze kosten per deelnemer zijn op dat moment nog niet in beeld. In de volgende fase, inrichten, wordt de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en wordt dit wel duidelijk. De raden/staten worden zoals gebruikelijk gevraagd om een zienswijze op de begroting, maar ook op de bijdrageverordening te geven. Daarnaast schrijft de nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) voor dat er een tweede ronde besluitvorming dient plaats te vinden bij het oprichten van een nieuwe gemeenschappelijke regeling bij de deelnemers. De raden/staten worden in het najaar 2025 gevraagd door hun colleges om toestemming tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Raden/staten mogen deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Op dat moment is er meer bekend over de kosten per deelnemer. Algemene risico's In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ zijn de risico’s in kaart gebracht. De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen.
Hierbij is onderscheid gemaakt in de risico’s voor het programma als geheel en dus voor de nieuwe omgevingsdienst (fase 3 van het traject) en risico’s voor de uitvoering van fase 2 ‘inrichten’. Het programmateam zal de risico’s tijdens de uitvoering van fase 2 continu monitoren en waar nodig bijsturen. Kosten, baten en dekking In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ is de volgende kanttekening te plaatsen. De nog te maken kosten voor de oprichting en ontwikkeling van een nieuwe omgevingsdienst zijn bijna €5 miljoen (fase 2). Vanuit de provincie en het ministerie van IenW zijn alle bedragen ter dekking van deze eenmalige kosten (ruim €2,6 miljoen). Daarnaast zijn verantwoorde besparingen doorgevoerd voor fase 2 (ruim €1,5 miljoen). Dat betekent dat een klein deel (€ 789.000) zal worden gedekt uit het beschikbare vermogen van de ODRU en de RUD Utrecht. Eventueel zou ook één of beide diensten kunnen besluiten niet de vermogens van de omgevingsdienst in te zetten, maar deelnemers te laten bijdragen via een eenmalige (project)factuur/bijdrage. Met deze dekking ontstaat een groot beslag op de bestaande organisaties, doordat de ruimte voor vervangende inhuur beperkt is en doordat het bestaande weerstandsvermogen moet worden aangesproken dan wel de deelnemers een projectfactuur ontvangen.
Om dit beslag te verminderen is het ministerie van IenW met een positieve grondhouding aan het onderzoeken of het mogelijk is meer middelen ter beschikking te stellen dan de huidige toegezegde middelen van 1 miljoen euro. Voorwaarden voor de middelen zijn bestuurlijke toezegging tot fusie en het bereiken van robuustheid in het traject vóór 1 april 2026, volgens de vastgestelde KPI's en randvoorwaarden voor robuustheid. Financiële gevolgen van et voorgestelde besluit De Routekaart fase 2 is op 17 oktober 2024 vastgesteld door de gezamenlijke Algemeen Besturen van de RUD Utrecht en de ODRU. Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. In hoofdstuk 4 van de Routekaart fase 2 zijn de verwachte kosten en mogelijke dekking opgenomen. De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de begroting. Aanpak / Uitvoering De oprichting van een gemeenschappelijke regeling waarin de colleges van burgemeester en wethouders en/of colleges van gedeputeerde staten deelnemen, vergt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een besluitvormingsproces met twee rondes waarin zowel colleges als raden/staten betrokken zijn (artikel 51 WGR). 1.
Ronde 1: De colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten zenden het ontwerp van de regeling toe aan hun raad respectievelijk provinciale staten, met het verzoek een zienswijze over het ontwerp in te dienen bij het college. De wetgever geeft de raad/staten daarvoor een termijn van acht weken. De wetgever schrijft bovendien voor dat de raad/staten, indien deze geen
6
2.
zienswijze wil indienen, het college daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte brengt. Het college maakt vervolgens zijn standpunt met de zienswijze van de raad kenbaar aan het gezamenlijk algemeen bestuur van RUD Utrecht en ODRU (uiterlijk 3 maart 2025). Ronde 2: Het gezamenlijk algemeen bestuur van RUD Utrecht en ODRU bepaalt op basis van de zienswijzen welke wensen breed gedragen zijn. Vervolgens wordt een (eventueel aangepaste) concept gemeenschappelijke regeling aan de colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten gezonden, met het verzoek de regeling te treffen (instemming met deelneming). Het college vraagt daarvoor toestemming aan de raad respectievelijk provinciale staten. De raden respectievelijk provinciale staten mogen deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Zodra de colleges hebben ingestemd (uiterlijk 6 oktober 2025), wordt de gemeenschappelijke regeling bekendgemaakt.
In bijlage 7 is de besluitvorming schematisch weergegeven. De raadsrapporteurs zijn bij het proces betrokken. Duurzaamheid Een robuuste omgevingsdienst kan de deelnemende gemeenten en de bedrijven en ondernemingen in die gemeente op alle fronten optimaal adviseren, ook op het gebied van duurzaamheid. Bestaande specifieke duurzaamheidsactiviteiten zoals energiecontroles blijven worden uitgevoerd. Communicatie Over dit voorstel vindt geen actieve communicatie plaats. Indien er gecommuniceerd wordt over de oprichting van één omgevingsdienst in de provincie Utrecht gebeurt dat vanuit de omgevingsdienst i.o., namens alle gemeenten en de provincie. Evaluatie Op grond van de Wet gemeenschappelijke regeling is het de bevoegdheid van de raad (raden en staten) een oordeel te geven over het proces om te komen tot één omgevingsdienst in de provincie Utrecht. De raad ontvangt alle informatie en documenten die nodig zijn om tot een oordeel te kunnen komen.
Burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
7
S. de Vries locoburgemeester
Bijlagen: 1. Aanbiedingsbrief voor voorstel oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht 2. Addendum 3a. Ontwerp GR Omgevingsdienst Utrecht-versie 3.0 3b. Artikelsgewijze toelichting bij ontwerp GR 4. Richtingsplan versie 3.0 5. Rudimentaire begroting versie 3.0 6. Routekaart fase 2 versie 3.0 7. Stroomschema besluitvorming GR 8. Reactiebrief aan het college
8