CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1099952 omgevingsvergunning Oude Utrechtseweg 4a - bouw 3 woningen bijlage 21 Quickscan wet natuurbescherming

Raadsvergadering 29 januari 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Omgevingsvergunning Oude Utrechtseweg 4A - bouw 3 levensloopbestendige woningen6.169 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Strijkviertel 30 3454 PM De Meern 030 - 666 1746 info@vandijktech.nl

IBAN: NL26 RABO 0156884186 BIC: RABO NL 2U KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451.B01

Datum:

29-09-2023; versie 1 (definitief)

Opdrachtnummer:

153793

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Project:

Opdrachtgever:

sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

De Bunte Vastgoed BV Postbus 8029 6710 AA Ede

Uitgevoerd: Veldbezoek:

18-07-2023 (mevr. E.J. van den Berg MSc)

Ecologisch adviseur: Projectleider:

mevr. E.J. van den Berg MSc dhr. drs. M.R. Hanraads

www.vandijktech.nl Voor al onze werkzaamheden geldende V.O.T.B. Voorwaarden zoals vermeld op onze website en gedeponeerd bij de KvK Utrecht ondernr. 40476246.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING................................................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................. 3 2.1 Omgeving ................................................................................................................................................. 3 2.2 Onderzoekslocatie..................................................................................................................................... 3 2.3 Resultaten voorgaande quickscan en nader onderzoek ............................................................................. 4 3. VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING......................................... 4 3.1 Voorgenomen herontwikkeling ................................................................................................................ 4 3.2 Relevante wetgeving ................................................................................................................................. 4 4. ONDERZOEKSMETHODE .........................................................................................................................

5 4.1 Soortbescherming ..................................................................................................................................... 5 4.2 Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden ............................................................................... 6 5. TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................... 6 5.1 Vaatplanten ............................................................................................................................................... 6 5.2 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................................... 6 5.3 Vleermuizen.............................................................................................................................................. 7 5.4 Reptielen en amfibieën ............................................................................................................................. 7 5.5 Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren .................................................... 8 5.6 Vogels ....................................................................................................................................................... 8 6.

TOETSING SOORTBESCHERMING ......................................................................................................... 9 6.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 9 7. TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................... 10 7.1 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 10 7.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 11 8. CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 11 9. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 12

BIJLAGEN 1.1 Regionale situatie (niet op schaal) 1.2 Situatietekening (1:500; A4) 1.3 Foto-overzicht 2 Overzichtskaart Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3 Wettelijk kader 4 Overzicht vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Utrecht

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 2

1.

INLEIDING In opdracht van De Bunte Vastgoed BV (d.d. 16-07-2023) is door van Dijk geotechniek en milieu b.v. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd gericht op de noordoostzijde van het perceel Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn. Aanleiding voor de quickscan betreft de toekomstige sloop van het aldaar nog aanwezige oude gedeelte van het kerkelijk centrum waarna nieuwbouw van een woning is voorzien. Aangaande het gehele perceel (kerkgebouw [Paaskerk] en aangrenzend kerkelijk centrum [Het Brandpunt]) is reeds eerder een quickscan Wet natuurbescherming en een nader onderzoek vleermuizen uitgevoerd. Aangezien de quickscan dateert uit 2019 dient de ecologische situatie ter plaatse opnieuw te worden beoordeeld middels een nieuwe quickscan. Op basis van een literatuuronderzoek, een veldbezoek en expertkennis wordt de voorgenomen herontwikkeling getoetst aan de vigerende natuurbeschermingswetgeving. Inzake de quickscan Wet natuurbescherming is tussen van Dijk geotechniek en milieu b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.

2.

BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE

2.1

Omgeving Onderhavige onderzoekslocatie is gelegen in een bomenrijke woonwijk ten zuidwesten van de oude stadskern van Baarn. Het zuidelijke deel van het perceel wordt begrenst door een openbare weg (Oude Utrechtseweg); de westzijde door de Paaskerk en het kerkelijk centrum. De noordelijke perceelgrens bestaat uit een hoge stenenmuur met daarachter wat kleine struiken, bestrating en bebouwing. De stenenmuur is aan de west- en oostzijde overwoekerd met hedera begroeiing. De oostzijde van het perceel wordt eveneens begrenst door bestrating, bebouwing en tuinen. Ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie is op circa 550 m afstand een bosrijk gebied (Hooge Vuursche) aanwezig, die grotendeels van de bebouwde kom wordt gescheiden door een spoorlijn, de N221 en de N415. De ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart (zie Bijlage 1.1).

2.2

Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een middels deelsloop (2019/2020) afgescheiden deel van het kerkelijk centrum. Het uit steen opgebouwde gebouw heeft een spouw welke ontlucht wordt middels enkele open stootvoegen. De meeste van deze voegen zijn van purschuim voorzien; enkele zijn nog open. Daklijsten langs het platte dak zijn nauwsluitend of van pur voorzien evenals wijkende geveldelen. Rond de westzijde (sloopzijde) van het gebouw is sprake van braakliggende grond met enkele hopen stenen. Aan de oostzijde van het plangebied is begroeiing aanwezig in de vorm van twee bomen en hoge bramenstruiken. Aan de noordzijde is begroeiing van hedera aanwezig. De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 3

2.3

Resultaten voorgaande quickscan en nader onderzoek Aangaande het gehele perceel is reeds eerder een quickscan Wet natuurbescherming (van Dijk geo- en milieutechniek b.v., opdrachtnr. 152774, d.d. 03-05-2019). Uit deze quickscan blijkt dat het voorkomen van vleermuizen in de spouw van het kerkelijk centrum niet kan worden uitgesloten. Voorts dient in het algemeen rekening te worden gehouden met vleermuizen (foerageren en vliegroutes) en broedvogels. Na aanleiding van de quickscan is een nader onderzoek naar vleermuizen in het pannendak van het kerkgebouw, in het dak van het woonhuis en in de spouw van het kerkelijk centrum uitgevoerd (van Dijk geo- en milieutechniek b.v., opdrachtnr. 152774, d.d. 20-11-2019). Met dit onderzoek is vastgesteld dat er veel foeragerende vleermuizen rondom het kerkelijk centrum aanwezig zijn, maar dat er géén verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het kerkelijk centrum.

3.

VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING

3.1

Voorgenomen herontwikkeling In de nabije toekomst zal het oude deel van het kerkelijk centrum worden gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw. Hierbij zal het aanwezige groen mogelijk ook verwijderd worden.

3.2

Relevante wetgeving De voorgenomen herontwikkeling dient getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (2017). Deze wet vervangt en bouwt voort op drie wetten, gericht op soortbescherming (Flora- en Faunawet), gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998) en de bescherming van houtopstanden (Boswet). In deze paragraaf is een beknopte beschrijving opgenomen van de natuurbeschermingswetgeving waaraan de voorziene herontwikkeling moet worden getoetst. In Bijlage 3 is een uitgebreidere beschrijving opgenomen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag met betrekking tot de handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen. Soortbescherming Vanuit de soortbescherming wordt een aantal dier- en plantensoorten streng beschermd. Al het handelen dat schadelijk is voor deze soorten is in beginsel verboden. Hierbij gaat het niet enkel om het doden of verstoren van individuen van deze soorten, maar tevens om vernietiging of verstoring van essentiële onderdelen van hun functionele leefomgeving (bijvoorbeeld voortplantings- en verblijfplaatsen). De streng beschermde soorten staan vermeld in drie onderdelen van de Wet natuurbescherming: - Vogelrichtlijn (artikel 3.1), - Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5), - Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10).

Voor deze soorten geldt geen vrijstelling in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Uitzondering hierop betreft een aantal soorten van de ‘lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten’, waarvoor elke provincie afzonderlijk een soortenlijst heeft opgesteld. Desbetreffende lijst voor de provincie Utrecht is opgenomen in Bijlage 4.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 4

Tevens geldt voor alle in het wild levende planten en dieren een zorgplicht: schadelijke handelingen zoals het doden of opzettelijk verstoren van wilde dieren en het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten is in principe verboden. Dit houdt in dat eenieder zorg dient te dragen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en dus niet enkel voor de eerder besproken streng beschermde soorten. Gebiedsbescherming Het doel van de gebiedsbescherming is het behouden van terreinen en wateren met bijzondere natuuren landschapswaarden. Indien het plangebied nabij een dergelijk gebied is gelegen, dient vastgesteld te worden of de voorziene herontwikkeling mogelijk een effect heeft op de beschermde natuur. De beschermde gebieden in kwestie vormen samen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN liggen gebieden die onderdeel uitmaken van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, de Natura 2000-gebieden, waarvoor strengere beschermingseisen gelden. Bescherming houtopstanden Het doel van de bescherming van houtopstanden is het in stand houden van het areaal aan bos en houtopstanden.

Onder een houtopstand wordt in de Wet natuurbescherming een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend bedoeld, gelegen buiten de bebouwde kom met een minimale oppervlakte van tien are, of bestaande uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Bomen in een tuin vallen per definitie niet onder de houtopstanden. Sommige gemeenten hebben de bescherming van hun bomenbestand verder vastgelegd in een boomverordening. Hierin wordt soms een andere definitie voor een houtopstand gehanteerd en staan regels over herplanting of compensatie bij kap. Derhalve kan het voorkomen dat er, ondanks dat er volgens de Wet natuurbescherming geen vergunningsplicht is, toch een vergunning noodzakelijk is. Deze kan worden aangevraagd bij de gemeente. Dit rapport richt zich op houtopstanden zoals deze worden gedefinieerd in de Wet natuurbescherming.

4.

ONDERZOEKSMETHODE

4.1

Soortbescherming Literatuuronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens wordt bepaald welke streng beschermde soorten in en/of nabij het plangebied zijn waargenomen. De gebruikte verspreidingsgegevens zijn afkomstig van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en andere gerenommeerde bronnen, zoals Soortenbank, Floron, Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, Ravon en Sovon. Veldbezoek Op 18-07-2023 is door een ecoloog (mevr. E.J. van den Berg MSc) een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen dan wel direct nabij onderhavig plangebied biotopen aanwezig zijn die geschikt zijn voor streng beschermde soorten welke op basis van het literatuuronderzoek in de directe omgeving van het plangebied worden verwacht.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 5

Tevens is de onderzoekslocatie globaal geïnventariseerd op het voorkomen van levende organismen of sporen (zoals resten, uitwerpselen of nesten) van streng beschermde flora en fauna. Vanwege het veldbezoek in de maand juli sluit het niet aantreffen van individuen en/of sporen van beschermde soorten de aanwezigheid van deze soorten niet direct uit. Voor enkele soorten, zoals trekvogels en éénjarige planten, geldt dat deze seizoensgebonden zijn en derhalve niet jaarrond kunnen worden aangetroffen. Tijdens het veldbezoek wordt daarom tevens gekeken naar de aanwezigheid van specifiek habitat van beschermde soorten. Het veldbezoek betreft een oriënterende inspectie. Benadrukt wordt dat dit geen volledige inventarisatie betreft. Het onderzoek geeft een verwachting van het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Toetsing Op basis van literatuur en ecologische deskundigheid wordt afgewogen of de voorziene ruimtelijke ingrepen mogelijkerwijs significant negatieve effecten hebben op het voorkomen van streng beschermde soorten. Wanneer dergelijke effecten niet vallen uit te sluiten zal geadviseerd worden over benodigd vervolgonderzoek. 4.2

Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden Met behulp van Atlas Leefomgeving wordt vastgesteld wat de afstand is van de onderzoekslocatie tot de dichtstbij gelegen Natura 2000 en NNN-gebieden. Op basis van de afstand tot de gebieden en de aard van de herontwikkeling wordt afgewogen of er mogelijk sprake is van significante aantasting of vermindering van het oppervlak of van de samenhang binnen de gebieden. Indien dit niet uit te sluiten valt zal advies worden gedaan over benodigd vervolgonderzoek. Voorts is op basis van het veldbezoek bepaald dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een houtopstand. Toetsing aan de bescherming van houtopstanden wordt derhalve achterwege gelaten.

5.

TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN In onderstaande paragrafen 5.1 t/m 5.6 worden per soortgroep de resultaten van het literatuuronderzoek en veldbezoek beschreven.

5.1

Vaatplanten Op basis van verspreidingsgegevens komen er geen streng beschermde plantensoorten voor in de omgeving van het plangebied (binnen 1 km van het plangebied). Tijdens het bezoek zijn voornamelijk algemene planten waargenomen (braam, berk, hedera, brandnetel). Er zijn geen exemplaren of resten van streng beschermde vaatplanten aangetroffen.

5.2

Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens komen streng beschermde boommarter, damhert, das, edelhert, eekhoorn, steenmarter en wolf voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen waargenomen.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 6

In verband met de afwezigheid van een significante hoeveelheid bos, het ontbreken van een geschikt biotoop binnen het plangebied, verstoring door relatief veel menselijke activiteit, de geïsoleerde ligging van het plangebied te midden van de bebouwde kom kan het voorkomen van het deze soorten in het plangebied worden uitgesloten. 5.3

Vleermuizen In Nederland komen rond de achttien vleermuissoorten voor die allen streng beschermd zijn. Bomen en gebouwen zijn essentiële elementen voor vliegroutes, foerageergebied en/of als verblijfplaats. Op basis van verspreidingsdata komen diverse soorten vleermuizen voor in de omgeving van het plangebied. Foerageergebied en vliegroutes De locatie bestaat uit open terrein gecombineerd met bebouwing en enkele bomen en wordt derhalve geschikt geacht als foerageergebied van vleermuizen. De bebouwing en bomen maken tevens mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holtes in bomen (voornamelijk oude spechtengaten) en ruimtes in gebouwen zoals in spouwmuren, in ruimtes tussen dakbedekking en het dakbeschot, achter vensterluiken en in andere ruimtes die bereikbaar zijn door openingen (kieren, scheuren etc.) in het bouwwerk. Door het jaar heen worden verblijfplaatsen op verschillende manieren gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, waarbij vleermuizen andere eisen stellen aan ieder type verblijfplaats (Vleermuiswerkgroep Nederland). In de bomen op en direct nabij onderhavig plangebied zijn geen holten en is geen loszittende schors waargenomen.

Op basis van bovenstaande kunnen winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen in de aanwezige bomen worden uitgesloten. Behoudens enkele open stootvoegen zijn alle openingen (ventilatievoegen, open stootvoegen, kieren, scheuren en gaten) rondom het gebouw gedicht met purschuim, waardoor er nauwelijks toegang is tot geschikte ruimtes (zoals de spouw) van het gebouw. Verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn derhalve vermoedelijk niet aanwezig.

5.4

Reptielen en amfibieën Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad, hazelworm, levendbarende hagedis, muurhagedis, ringslang en zandhagedis voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of amfibieën binnen het plangebied waargenomen. In verband met het ontbreken van een geschikt biotoop binnen het plangebied, verstoring door relatief veel menselijke activiteit, de geïsoleerde ligging van het plangebied te midden van de bebouwde kom kan het voorkomen van het deze soorten in het plangebied worden uitgesloten.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 7

5.5

Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel, kempense heidelibel, oostelijke witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel voor in de omgeving van de planlocatie. Er zijn geen individuen van streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen waargenomen. In verband met de afwezigheid van een significante hoeveelheid bos, het ontbreken van een geschikt biotoop en waardplanten binnen het plangebied, verstoring door relatief veel menselijke activiteit, de geïsoleerde ligging van het plangebied te midden van de bebouwde kom kan het voorkomen van het deze soorten in het plangebied worden uitgesloten.

5.6

Vogels Naast algemene vogelsoorten, waarvan de nesten enkel in het broedseizoen beschermd zijn, zijn er ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze vogelsoorten zijn opgedeeld in vijf categorieën (1 t/m 5). Nesten van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd omdat de vogelsoorten uit deze categorieën het nest buiten het broedseizoen in gebruik nemen als vaste rust- en verblijfplaats, de soort erg honkvast is en afhankelijk is van bebouwing of biotoop, de (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar zijn of omdat de soort niet of nauwelijks in staat is zelf een nest te bouwen. Vogelsoorten uit categorie 5 zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of de directe omgeving er van), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Nesten van vogelsoorten uit de categorie 5 zijn enkel jaarrond beschermd wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden (zoals onvoldoende alternatieven) dat rechtvaardigen. Daarnaast zijn vanuit de Wet natuurbescherming alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen van algemene vogelsoorten waargenomen.

Mogelijk broeden algemene vogelsoorten in de struiken en/of bomen op en/of nabij het plangebied en maken zij gebruik van de locatie als foerageergebied. Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 die op basis van verspreidingsgegevens in de omgeving van de planlocatie voor komen zijn boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Tijdens het veldbezoek is een huismus (categorie 2 soort) waargenomen. Er zijn geen nesten gevonden binnen het plangebied. Wegens het ontbreken van geschikte nestlocaties (zoals een rustige omgeving, bos en oude open en hoge schuren/gebouwen, openingen tussen dakpannen of tussen dakranden en stenen muren) kunnen nesten van genoemde soorten (ook huismus) binnen of direct nabij onderhavig plangebied worden uitgesloten. Mogelijk maken de gierzwaluw, ransuil, grote gele kwikstaart en huismus gebruik van onderhavig plangebied als foerageergebied.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 8

Soorten uit categorie 5 In en nabij het plangebied zijn tijdens het veldbezoek de huiszwaluw, koolmees, pimpelmees en ekster waargenomen. Deze en andere vogelsoorten uit categorie 5 broeden en/of foerageren mogelijk nabij het plangebied.

6.

TOETSING SOORTBESCHERMING

6.1

Algemeen In dit hoofdstuk worden de effecten (verstoring en/of vernietiging) van de voorgenomen herontwikkeling beschreven op streng beschermde soorten die (mogelijk) voorkomen in en/of nabij het plangebied. Deze effecten kunnen tijdelijk of permanent van aard zijn. Een tijdelijke effect bestaat bijvoorbeeld uit verstoring ten gevolge van geluid, trillingen en licht (bouwlampen) tijdens sloop- en/of nieuwbouwwerkzaamheden. Permanente effecten bestaan bijvoorbeeld uit het verdwijnen dan wel aanbrengen van begroeiing, bebouwing, verlichting, bestrating of tuinen. Aan de hand van deze effecten wordt aangegeven of de Wet natuurbescherming een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Voor specifieke situaties zal worden beschreven hoe overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Indien het voorkomen van overtredingen niet mogelijk is, zal het uitvoeren van een nader onderzoek naar de desbetreffende soort(en) en/of een aanvullend onderzoek gericht op beschermde natuurgebieden worden geadviseerd. Vleermuizen Foerageren en vliegroutes Uit het eerder uitgevoerde nader onderzoek is gebleken dat het plangebied gebruikt wordt zowel voor vliegroutes als foerageergebied.

Echter, omdat er in de directe omgeving van het plangebied voldoende (al dan niet betere) opgaande structuren (in de vorm van bebouwing en bomen) aanwezig zijn, zal er geen sprake zijn van significante aantasting van eventuele essentiële vliegroutes. Wel dient er tijdens de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) rekening te worden gehouden met vleermuizen. Vleermuizen kunnen bijvoorbeeld verstoord worden door verlichting. Vleermuizen vliegen en foerageren bij schemer en in het donker. Derhalve zullen werkzaamheden bij daglicht geen verstoring veroorzaken. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende groenstructuren optreedt. Vaste verblijfplaatsen Aangezien openingen in het gebouw, behoudens enkele open stootvoegen, gedicht zijn met purschuim, zal er voor vleermuizen nauwelijks toegang zijn tot geschikte ruimtes (zoals de spouw). Voorts heeft het nader onderzoek al eerder aangetoond dat het kerkelijk centrum geen verblijfplaats was van vleermuizen. In deze situatie waren er rondom het gebouw nog meer geschikte openingen voor vleermuizen aanwezig, waardoor niet wordt verwacht dat in de huidige situatie vleermuizen het gebouw wel gebruiken als verblijfplaats.

Een nieuw nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet noodzakelijk.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 9

Vogels Foerageren De aanwezige bramenstruiken en hedera bieden mogelijk schuilplaatsen voor eventuele in nabij gelegen huizen nestelende huismussen. Echter, omdat er in de directe omgeving van het plangebied voldoende (al dan niet betere) groenstructuren aanwezig zijn, zal er geen sprake zijn van significante aantasting van essentiële schuilplaatsen bij het rooien van deze struiken. Broeden algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5 Mogelijk broeden binnen of nabij het plangebied algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5. Voor algemene soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor de meeste soorten uit de categorie 5 die binnen het plangebied kunnen voorkomen geldt dat er geen sprake is van een afnemende trend in het voorkomen (sovon.nl). Voorts worden er waarschijnlijk twee bomen gekapt maar blijven na de herinrichting nog voldoende alternatieven over voor algemene en categorie 5 soorten in de directe omgeving van het plangebied. Er is dan ook geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden voor vogelsoorten uit categorie 5. Alle vogels Vanuit de Wet natuurbescherming zijn alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd worden mogelijk nesten verstoord of vernietigd.

Derhalve dient rekening te worden gehouden met broedvogels in het algemeen. Geadviseerd wordt met de start van de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen met voorkeur in de winter aan te vangen. De meeste vogels broeden in de periode van circa 15 maart tot 15 juli. Echter wordt benadrukt dat alle broedvogels beschermd zijn ook als zij buiten het reguliere broedseizoen broeden. Indien de aanvang van de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie kort voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Aanwezigheid van eventuele nesten kan er toe leiden dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden tot na het broedseizoen.

7.

TOETSING GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt de voorziene ruimtelijke ingreep getoetst aan de gebiedsbescherming van Natura-2000 en het NNN. Een kaart van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000 en het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2.

7.1

Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en de Oostelijke Vechtplassen, respectievelijk gelegen op circa 7,5 km ten noorden en circa 10,5 km ten westen. In de beheerplannen van deze Natura 2000-gebieden zijn diverse doelstellingen opgenomen met betrekking tot specifieke habitattypes (o.a. behoud oppervlakte en kwaliteit of uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit) Activiteiten buiten deze Natura 2000-gebieden kunnen de natuurwaarden in het gebied beïnvloeden, waardoor er negatieve gevolgen voor de beschermde Natura habitattypen en doelsoorten kunnen ontstaan. Dit wordt “externe werking” genoemd. Mogelijke effecten die zich kunnen voordoen door

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 10

activiteiten buiten de Natura 2000-gebieden zijn chemische effecten (o.a. verzuring en vermesting), fysische effecten (o.a. verdroging en vernatting), mechanische effecten (o.a. verstoring door geluid, licht en trilling) en directe menselijke effecten (toename van betreding en bewuste ingreep soortensamenstelling). De gevoeligheid van habitattypes en doelsoorten voor bovenstaande genoemde effecten kan variëren. Gezien de ligging van het plangebied temidden van de bebouwde kom en de ruime afstand tot een Natura 2000-gebied wat gevoelig is voor stikstof (Oostelijke Vechtplassen op >10 km) wordt een negatief effect van de voorgenomen herontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied niet aannemelijk geacht. 7.2

Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie ligt op circa 0,5 km ten oosten van het dichtstbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het Baarnse Bos. Een kaart van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen de planlocatie en het NNN wordt niet aannemelijk geacht dat de voorziene ruimtelijke ingreep zal leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

8.

CONCLUSIE Aan de hand van de bevindingen van het literatuuronderzoek, de resultaten van de eerder uitgevoerde quickscan, de resultaten van het eerder uitgevoerde nader onderzoek en het recente veldbezoek kan worden geconcludeerd dat er binnen de locatie geen sprake is van vaste verblijfplaatsen, jaarrond beschermde nesten of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Tevens zijn er vanuit de gebiedsbescherming en de bescherming houtopstanden geen bezwaren tegen de voorziene herontwikkeling. Wel dient voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden rekening te worden gehouden met: • vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, • broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) met voorkeur in de winter te worden aangevangen. Indien de start van de geplande werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen.

Benadrukt wordt dat ten allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

29-09-2023 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 11

9.

SLOTOPMERKINGEN Er is gestreefd naar het verkrijgen van een goede inschatting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Echter kan op basis van de bevinding en resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten dat er binnen het plangebied incidenteel streng beschermde soorten voorkomen die redelijkerwijs niet op de onderzoekslocatie worden verwacht. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (3 tot 5 jaar; afhankelijk van het beschermingsregime van de betreffende soort). In vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest, verblijven wij, hoogachtend, van Dijk geotechniek en milieu b.v.

dhr. drs. M.R. Hanraads (algemeen directeur)

29-09-2023 versie 1 (definitief)

mevr. E.J. van den Berg MSc (ecologisch adviseur)

Quickscan Wet natuurbescherming sloop oude deel kerkelijk centrum t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a/b te Baarn

153793 Pagina 12

Bijlage 1

1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht

REGIONALE SITUATIE

Deze kaart is noordelijk georiënteerd Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Legenda onderzoekslocatie

Bijlage 1.1

Project:

sloop voor nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

Baarn 153793 niet op schaal juli ’23

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

t raa rst nde

9

10I

1012-

7 12A

12I

9B

aat

6

d

14

11

15

17

tr ets W e

9A

13

9

19

4

2/G

21 23

straat

25

3

27

2

29

4

1

4A

2

6 4

4B

vb

vb

straat vb

g we

tse

de Ou

U

n

8

ch tre

vb

0

Legenda: onderzoekslocatie foto boom

5

10

Am alia

laa

8A

15

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN

vb

20

25

30

Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl

Project: sloop van kerkelijk centrum voor nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a te Baarn Gewijzigd: 01-08-2023 M.R Opdrachtnr.: 153793 Gewijzigd: Schaal: 1:500 (A4) Gewijzigd: Datum: 18-07-2023 Controle: Getek.: A.Demir

FOTOREPORTAGE Foto 1

zuidgevel

Foto 2

westgevel

Foto 3 noordgevel

Foto 4

dichte begroeiing tegen de oostgevel

Foto 5 bomen en vegetatie langs de oostgevel

Foto 6

afgesloten dakrand

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

sloop t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a

Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:

Baarn 153793 september ’23 1/2

Foto 7 dichte ventilatievoegen

Foto 9

Foto 8

open stootvoegen in de westgevel

(gedeeltelijk) braakliggende grond

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

sloop t.b.v. nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a

Plaats: Baarn Opdrachtnr.: 153793 Datum: september ’23 Volgnummer: 2/2

Bijlage 2

Natura 2000-gebieden & Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natura 2000 en NNN-gebieden rondom het plangebied

Oostelijke Vechtplassen (10,5 km) Eemmeer & Gooimeer Zuidoever (7,5 km)

Deze kaart is noordelijk georiënteerd bron: Atlas Leefomgeving

Legenda Natura-2000 gebied NNN-gebied onderzoekslocatie

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Project:

sloop voor nieuwbouw, Oude Utrechtseweg 4a

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

Baarn 153793 niet op schaal juli ’23

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

Bijlage 3

Wettelijk kader

NATUURBESCHERMINGSWETGEVING

Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.

levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen

5.

Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).

Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.

Bijlage 4

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten' provincie Utrecht

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Utrecht Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Amfibieën

bruine kikker

Rana temporaria

Amfibieën

gewone pad

Bufo bufo

Amfibieën

kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Amfibieën

meerkikker

Pelophylax ridibundus

Amfibieën

middelste groene kikker/bastaardkikker

Pelophylax kl. esculentus

Zoogdieren-landzoogdieren

aardmuis

Microtus agrestis

Zoogdieren-landzoogdieren

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Zoogdieren-landzoogdieren

bunzing

Mustela putorius

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergmuis

Micromys minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergspitsmuis

Sorex minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

egel

Erinaceus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Zoogdieren-landzoogdieren

haas

Lepus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

hermelijn

Mustela erminea

Zoogdieren-landzoogdieren

huisspitsmuis

Crocidura russula

Zoogdieren-landzoogdieren

konijn

Oryctolagus cuniculus

Zoogdieren-landzoogdieren

ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

Zoogdieren-landzoogdieren

ree

Capreolus capreolus

Zoogdieren-landzoogdieren

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Zoogdieren-landzoogdieren

tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Zoogdieren-landzoogdieren

veldmuis

Microtus arvalis

Zoogdieren-landzoogdieren

vos

Vulpes vulpes

Zoogdieren-landzoogdieren

wezel

Mustela nivalis

Zoogdieren-landzoogdieren

woelrat

Arvicola terrestris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14969508/1