CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1099952 omgevingsvergunning Oude Utrechtseweg 4a - bouw 3 woningen bijlage 02 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 29 januari 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Omgevingsvergunning Oude Utrechtseweg 4A - bouw 3 levensloopbestendige woningen11.245 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Baarn

Oude Utrechtseweg 4a

Ruimtelijke onderbouwing

Juli 2021

Kenmerk 0308-34-T01 Projectnummer 0308-34

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

2.

Planbeschrijving 2.1. Huidige situatie 2.2. Voorgestelde ontwikkeling 2.2.1. Bouwplan 2.2.2. Verkeer en parkeren

2 2 4 4 5

3.

Beleid 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.4. Visie erfgoed en ruimte 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 3.2.2. Interim Omgevingsverordening 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 3.3.2. Visie Wonen 2019, een actualisatie 3.3.3. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn 3.3.4. Bestemmingsplan Amaliapark - Transvaal 3.3.5. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022

7 7 7 8 8 9 9 9 10 11 11 12 13 14 15

4.

Onderzoek 4.1. Bodem 4.2. Geluid 4.3. Externe veiligheid 4.4. Luchtkwaliteit 4.5. Waterparagraaf 4.6. Flora en fauna 4.7. Archeologie en cultuurhistorie 4.7.1. Archeologie 4.7.2. Cultuurhistorie 4.8. Bedrijven en milieuzonering 4.9. Vormvrije mer-beoordeling 4.10. Duurzaamheid

17 17 18 18 20 21 22 24 24 26 26 28 29

5.

Uitvoerbaarheid 5.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2. Economische uitvoerbaarheid

31 31 31

6.

Conclusie

32

1

1.

Inleiding In 2018 heeft de kerkraad van de Paaskerk aan de Oude Utrechtseweg 4a in Baarn, na advies van een interne projectgroep besloten om met uitzondering van het kerkgebouw het overige onroerend goed (de voormalige pastorie en kosterwoning, en Het Brandpunt) te verkopen. Deze stap was noodzakelijk op basis van uitgebreid onderzoek naar inkomsten, uitgaven, trends in ledenbestand en kerkelijke bijdragen. Het zalencentrum Het Brandpunt is daarom op 1 juli 2019 gesloten. Het Brandpunt is verkocht en zal plaatsmaken voor drie levensloopbestendige woningen. De bouw van deze woningen is niet mogelijk binnen de bestaande maatschappelijke bestemming. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Daarom heeft de initiatiefnemer aan Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Baarn verzocht om, op grond van artikel 2.1, lid 1, sub c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan Amaliapark - Transvaal (buitenplanse afwijkingsbesluit). Dit rapport omvat de ruimtelijke onderbouwing die noodzakelijk is ten behoeve van die procedure.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

2

2.

Planbeschrijving

2.1.

Huidige situatie Baarn is ontstaan in de 12e eeuw. De eerste nederzetting, die in de omgeving van de Leestraat lag, zal uit maximaal twintig boerderijen hebben bestaan. In de 14e eeuw verplaatste de kern van het dorp zich in de richting van de Brink, waar in de eerste helft van de 14e eeuw de Pauluskerk werd gebouwd. Omstreeks 1350 verleende de bisschop van Utrecht de inwoners van Baarn stadsrechten. Baarn bleef eeuwenlang een kleine agrarische nederzetting van circa 300 inwoners, met akkerbouw en schapenhouderij als belangrijkste bron van inkomsten. Vanaf de 17e eeuw werden er buitenplaatsen gebouwd door voornamelijk Amsterdamse kooplieden. Deze werden vooral in de zomer bewoond. Groei ontstond tussen het einde van de achttiende eeuw en circa 1830. Op dat moment telde Baarn zo'n 1800 inwoners. Afbeelding 2: Historische topografie.

Na de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Baarn in 1874 en de opening van het station is Baarn explosief gegroeid. Veel rijke inwoners van Amsterdam kwamen in eerste instantie als recreant naar Baarn om te genieten van de bosrijke omgeving. Vele rijke Amsterdammers lieten

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

3

in die jaren hun zomerhuizen in Baarn bouwen. Dat zorgde ervoor dat het plaatsje Baarn veranderde van boerengehucht naar villadorp. Vaak kwamen deze Amsterdammers op latere leeftijd definitief in Baarn wonen om zo van hun oude dag te kunnen genieten. Al binnen enkele decennia na de opening van het station begon de villabouw op ruime percelen tegenover het station en ontstond het Amaliapark. Het gebied bestaat vanuit het station gezien uit een waaier van gebogen lanen, die aansluiten op de wegen nabij het dorpscentrum, de Sophialaan, de Amalialaan en de Koningsweg. In de loop der tijd werden de villa's vervangen door kantoren of appartementsgebouwen in drie of vier lagen. Zo is de oorspronkelijke grandeur langzamerhand vervaagd en gebied verder verdicht. Rondem het plangebied is kleinschaliger woonbebouwing aanwezig. Tot de bouw van de Paaskerk, die in 1880 werd geopend, was het plangebied onbebouwd. op de topografische kaart uit 1933 is voor het eerst bebouwing zichtbaar achter het kerkgebouw; in 1962 is op die kaart een uitbreiding te zien. Inmiddels is een deel van de bebouwing achter de kerk gesloopt en verbouwd. Het Brandpunt is in de huidige situatie (maart 2021) een vrijstaand gebouw achter de bestaande woningen aan de Oude Utrechtseweg 2 en 4. Het gebied rondom de kerk heeft nog steeds overwegend een woonfunctie.

Het plangebied maakt onderdeel uit van een beschermd dorpsgezicht. Afbeelding 3: Bestaande situatie.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

4

2.2.

Voorgestelde ontwikkeling

2.2.1. Bouwplan Het zalencentrum Het Brandpunt zal worden gesloopt. Het te handhaven deel zal worden verbouwd ten behoeve van activiteiten van de Paaskerk. De vrijkomende locatie is met name door de ligging achter bestaande woningen en met het oog op het woon- en leefklimaat van de bewoners daarvan met name geschikt voor woningbouw. Gelet op de ligging aan de rand van het centrum heeft een invulling met woningen die geschikt zijn voor senioren daarbij de voorkeur. Afbeelding 4: Fasering.

Afbeelding 5: Artist impression toekomstige situatie

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

5

Op de vrijkomende locatie, die uitsluitend bereikbaar is via het perceel van de Paaskerk, worden drie (geschakeld) vrijstaande levensloopbestendige woningen gebouwd. De woningen krijgen een tuin op het noorden die grens aan de achtertuinen van de woningen aan de De Wetstraat. De achterste woning is naar voren geschoven ten opzichte van de andere twee. Hierdoor wordt het doodlopende straatje voor de woningen als het ware afgesloten en ingekort. In dit straatje wordt één parkeerplaats aangelegd en wordt twee bomen aangeplant. Door de woningen af te dekken met een kap wordt benadrukt dat er geen sprake is van een bijgebouw bij de kerk maar van een woonfunctie. Doordat de woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap sluit de massaopbouw wel goed aan bij de bebouwing in de omgeving en wordt evenmin inbreuk gemaakt op het woon- en leefklimaat van de bewoners van de belendende percelen. De woningen krijgen alle drie een eenlaagse uitbouw op de begane grond waarin een slaapkamer en badkamer op de begane grond worden gesitueerd. Bij achterste woning bevindt deze uitbouw zich aan de achterkant (oostzijde), bij de andere twee wordt die uitbouw tussen beide woningen in gebouwd. Afbeelding 6: Toekomstige situatie in groter verband (indicatief).

2.2.2. Verkeer en parkeren Op grond van de Nota Parkeernormen 2014-2019 behoort het plangebied tot de rest bebouwde kom. Voor vrijstaande woningen geldt in dat geval een parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per woning en 0,3 parkeerplaatsen voor bezoek. Voor 3 woningen zijn derhalve 7 (6,6) parkeerplaatsen noodzakelijk. Alle woningen krijgen een parkeerplaats op eigen erf. Daarnaast worden

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

6

nog 4 parkeerplaatsen op het voorterrein aangelegd, waarvan 1 in het doodlopende straatje en 3 haaks op de inrit vanaf de Oude Utrechtseweg. De parkeerplaatsen op eigen erf mogen deze volledig worden meegeteld. In totaal worden derhalve 7 parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt voldaan aan de parkeernorm. De woningen worden ontsloten via een inrit over het terrein van de Paaskerk naar de Oude Utrechtseweg. Uit paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2012 blijkt dat twee-onder-één-kap-woningen in matig stedelijk gebied in de centrumschil 7,6 tot 8,4 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor 3 woningen 25,2 autobewegingen per etmaal. Bij een spitsuurintensiteit van 10% betekent dit 2,5 auto's op het drukste uur van de dag, of te wel één auto per 24 minuten. Op het perceel was echter een zalencentrum van een kerk gevestigd met een oppervlakte van circa 365 m². Met betrekking tot een religiegebouw worden er in de ASVV2012 uitsluitend parkeerkencijfers gegeven. Voor de verkeersgeneratie van een religiegebouw zijn geen kengetallen bekend. De verkeersgeneratie van het kerkgebouw zelf wordt in hoofdzaak bepaald door de kerkdiensten op zondag en het aantal parkeerplaatsen op het perceel van de kerk. Het zalencentrum wordt op door de weekse dagen meer gebruikt.

Bij 7 autobewegingen per 100 m² is er sprake van 25,6 autobewegingen per etmaal en is de verkeersintensiteit vergelijkbaar met de toekomstige situatie. Gelet op het gebruik van het zalencentrum is een dergelijke verkeersaantrekkende werking niet onaannemelijk. Op basis van het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat er door de woningbouwontwikkeling in ieder geval geen onaanvaardbare toename van de verkeersintensiteit op de Oude Utrechtseweg ontstaat.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

7

3.

Beleid

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

8

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;  kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Een van de 21 nationale belangen is het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.

De kernkwaliteiten van stad en land dienen te worden gewaarborgd. Bij (stedelijke) groei, verdichting, transformatie of krimp moet onder meer rekening worden gehouden met gebouwde monumenten. Vanuit de vier prioriteiten is de sloop van een zalencentrum van een kerk en de bouw van drie seniorenwoningen in bestaand stedelijk gebied voor het overige niet van belang. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging in werking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan (en ook bij een projectafwijkingsprocedure) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op grond van de jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, nr. 201501297/1/R4) wordt de bouw van 11 woningen in de bebouwde kom niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.

In dit geval neemt het woningaantal met 3 toe. De ladder is in dit geval daarom niet van toepassing. 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat daarbij om alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

9

vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen en het NatuurNetwerk Nederland Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op deze nationale belangen en het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met het Barro. 3.1.4. Visie erfgoed en ruimte In de Nota 'Kiezen voor karakter, Visie erfgoed en ruimte' schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Om dit te bewerkstelligen is op 1 januari 2012 artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Deze wijziging verplicht gemeenten nu om het aspect cultureel erfgoed expliciet mee te wegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. In de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek wordt een onderscheid in de fysieke omgeving gemaakt tussen de cultuurhistorie in de ondergrond en de bovengrond:  het bodemarchief;  het bouwkundig erfgoed (gebouwen en structuren);  het cultuurlandschap. Het bodemarchief heeft betrekking op de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Daarvan is in het onderhavige plangebied geen sprake (zie paragraaf 4.7). In het plangebied wordt geen uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing gesloopt. In paragraaf 2.1 is een omschrijving gegeven van de bestaande situatie.

In paragraaf 2.2.1 is aangegeven hoe de planontwikkeling in stedenbouwkundig opzicht binnen die bestaande situatie wordt ingepast.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat:  stad en land gezond;  klimaatbestendig en waterrobuust;  duurzame energie;  vitale steden en dorpen;  duurzaam, gezond en veilig bereikbaar;  levend landschap, erfgoed en cultuur;

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

10

 toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Baarn behoort tot de regio Amersfoort. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. De Omgevingsvisie richt zich in het algemeen op ontwikkelingen van een groter schaalniveau dan de bouw van een appartementengebouw. Ten aanzien van de thema's is in dit geval het thema 'vitale steden en dorpen' het relevantst. De behoefte aan wonen en werken is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. Tot 2050 zijn 170.000 tot 202.000 extra woningen nodig om aan de volledige behoefte te voldoen. Voor de periode tot 2040 (de scope voor programmeren in de Ontwerp Omgevingsvisie) is de opgave 133.200 tot 165.700 woningen. De provincie kiest er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en binnen dorpse ontwikkeling, met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. De bouw van drie seniorenwoningen binnen de bebouwde kom levert een bijdrage aan de woningopgave.

De planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 3.2.2. Interim Omgevingsverordening Omdat de Omgevingswet naar verwachting pas op 1 januari 2022 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN. De locatie ligt in het 'stedelijk gebied'. Op grond van artikel 9.15 van de Interim Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. Voorwaarde daarbij is dat de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. Baarn behoort tot de Regio Amersfoort.

In de periode 2020 tot en met 2039 zijn hier op basis van het Kader voor regionale programmering wonen en werken (PS Utrecht, 30 september 2020) 26.100-31.000 woningen noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

11

De bouw van drie seniorenwoningen binnen de bebouwde kom past binnen deze aantallen. Uit de Interim Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor het bouwplan voort. De Interim Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

3.3.

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 vastgesteld. Met deze nieuwe visie is de gemeente beter in staat om plannen te toetsen en sturing te geven aan ontwikkelingen. Centraal staat hierbij de vraag: hoe de Baarnse identiteit en kwaliteit behouden en versterken? De kernkwaliteiten van de gemeente zijn onder andere het afwisselende landschap, de extensieve recreatie, de overal aanwezige cultuurhistorie, de bereikbaarheid en het hoogwaardig wonen. In de Structuurvisie wordt ingezet op 'hoogwaardig wonen'. Zoals in de Toekomstvisie is aangegeven, staat wonen in Baarn voor 'hoogwaardig wonen'. Dit is één van de kernkwaliteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Inbreidingen zullen in typologie en architectuur moeten aansluiten bij de omgeving en de dorpse identiteit versterken. Er is sprake van een hoge kwaliteit, waarbij aan senioren de mogelijkheid wordt geboden om in de directe nabijheid van het centrum van Baarn te wonen. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de leefomgeving van omwonenden. De planontwikkeling past daarmee binnen de doelgroepen waarvoor woningbouw binnen de gemeente dient te zijn bestemd. Afbeelding 7: Plankaart Structuurvisie.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

12

Zoals in paragraaf 2.2.1 is aangegeven, is de planontwikkeling op zorgvuldige wijze ingepast in de bestaande omgeving en past daarmee binnen de bestaande natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de leefomgeving van omwonenden. Het woningbouwprogramma sluit goed aan op de hedendaagse voor jonge huishoudens op de woningmarkt. Op de plankaart van de structuurvisie is het plangebied aangewezen als 'dorpskern'. De gemeente wil sturing geven aan het woningbouw- en herstructureringsprogramma. Dit moet bijdragen aan de gewenste en meer evenwichtige bevolkingsontwikkeling voor Baarn. Ingezet wordt op nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied op transformatielocaties (onder meer van vrijvallende schoollocaties en bedrijfslocaties). In dit geval is sprake van de transformatie van een maatschappelijke locatie naar wonen. De herstructurering past derhalve binnen de uitgangspunten van de visie. 3.3.2. Visie Wonen 2019, een actualisatie Op 25 september 2019 is de "Visie Wonen 2019, een actualisatie" een actualisatie van de Visie Wonen 2016 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De Visie Wonen 2019 bouwt voort op de vier ambities uit de Visie Wonen 2016. Wel zijn de ambities aangescherpt, passend binnen de huidige tijd en is een vijfde ambitie toegevoegd: 1. inzet voor een evenwichtige bevolkingsbouw 2. inzet voor toegankelijk en comfortabel wonen; 3.

inzet voor verduurzaming van woningen; 4. inzet voor sociale huur en tussen huur en koop; 5. inzet voor alternatieve woonvormen. Per ambitie zijn een of meer opgaven geformuleerd. De opgaven die relevant zijn voor de onderhavige ontwikkeling zijn hieronder samengevat:  Ad 1. In de Visie Wonen 2016 is het versterken van een evenwichtige bevolkingsopbouw als een belangrijke opgave benoemd. Toevoegingen zijn gewenst om de bevolkingsomvang-en opbouw op peil te houden. In de Visie Wonen 2016 is als ambitie opgenomen om tussen 2016 en 2030 circa 1.000 woningen toe te voegen. In de periode 2016-2018 zijn 150 woningen toegevoegd. Om de 1.000 woningen te halen moeten er circa 850 woningen worden toegevoegd tot 2030. Een van de opgaven daarbij is toevoegen van woningen voor jonge huishoudens, in de koopsector tot € 300.000 en middenhuur tot € 950. De woningen zijn met name bedoeld voor senioren, die nu elders in Baarn in een (veel) grotere woning wonen en graag in Baarn willen blijven wonen. Door de planontwikkeling wordt wel een verhuisketen op gang gebracht, waardoor er woningen voor jonge huishoudens vrijkomen.  Ad 2. De bevolking wordt steeds ouder. Een deel van de ouderen wil blijven wonen in hun eigen woning. Toegankelijkheid van de woning is hierbij belangrijk. Tegelijkertijd is er een groep

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

13

ouderen die wil verhuizen. De vergrijzing zorgt voor een groei naar geclusterde woonvormen voor ouderen. Het onderhavige bouwplan biedt ouderen nieuwe woningen in zo'n geclusterde woonvorm.  Ad 3. De nieuwe woningen zullen uiteraard aan de hedendaagse duurzaamheidseisen voldoen. Alhoewel het bouwplan nog onvoldoende is uitgewerkt, streeft de initiatiefnemer naar een hoge mate van energieprestatie.  Ad 4. In de Visie Wonen 2016 was de ambitie opgenomen om in 2020 3.000 sociale huurwoningen te hebben. Momenteel zijn er in Baarn circa 2.775 sociale huurwoningen. De behoefte aan sociale huur is berekend aan de hand van verschillende scenario's, afhankelijk van de economische groei. De benodigde omvang bij geen economische groei is 3.000 sociale huurwoningen in 2025. Daarnaast blijkt uit het woningmarktonderzoek een lokale behoefte aan middenhuurwoningen, sociale koop en middeldure koop. Ook voor deze opgave geldt dat er wel een verhuisketen op gang wordt gebracht, waardoor er ook bestaande woningen in deze prijsklasse beschikbaar komen.  Ad 5. Het onderhavige bouwplan geeft geen invulling aan de opgaven voor wat betreft alternatieve woonvormen. Resumerend zal door de te ontwikkelen woningen er naar verwachting doorstroming op gang komen, waardoor er woningen in het lagere prijssegment vrijkomen voor de beoogde doelgroepen.

De ontwikkeling past daarmee binnen de doelstelling van de Visie Wonen 2019. 3.3.3. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Deze nota vervangt de Welstandsnota uit 2004 maar heeft een bredere opzet. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. De "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" kan worden onderscheiden in 3 delen, dit zijn: 1. Inleiding; 2. Inspiratie en 3. Toetsingskader. Het zwaartepunt van de nota is gelegd bij deel 2, Inspiratie. In de "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" is de gemeente verdeeld in 6 kerngebieden met totaal 27 deelgebieden. Het onderhavige plangebied ligt in net buiten het kerngebied Centrum in het kerngebied Baarn West en daarbinnen in het deelgebied Transvaalbuurt (B4). De beeldbepalende ambitie voor dit deelgebied is 'conserverend'.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

14

In de analyse van de ruimtelijke kenmerken wordt geconstateerd dat het deelgebied een grote monumentdichtheid kent. De Transvaalbuurt is een planmatig aangelegde woonwijk met overwegend rechte straten. De bebouwing bestaat uit kleine villa's op relatief kleine kavels, herenhuizen en landhuizen worden afgewisseld door panden met bijzondere functies zoals twee kerken, een school en een watertoren. Langs de Nieuw Baarnstraat staan winkels. De bebouwing bestaat uit vrijstaande panden in combinatie met twee-onder-een-kapwoningen en heeft 2 tot 3 bouwlagen. De bouwstijl is overwegend traditioneel (baksteen, pleisterwerk met pannendaken) en de panden dateren hoofdzakelijk uit de periode 1900-1940. Straatprofielen zijn veelal smal Op basis van die analyse zijn 'aandachtspunten en ambitie' geformuleerd. Voor gebouwen dient het beschermde dorpsgezicht te worden gerespecteerd en versterkt. Voor alle aanpassingen en toevoegingen van de bebouwing, dient de bestaande en beoogde omgeving als referentiepunt te worden gehanteerd. De karakteristiek van de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur en de daarbij horende typologie dient daarbij als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Voor de percelen en de openbare ruimte hebben die aandachtspunten en ambitie met name betrekking op het groene karakter van de Transvaalbuurt en zijn niet zozeer op de Nieuw Baarnstraat als winkelstraat gericht.

Parkeren zou zoveel mogelijk op eigen erf moeten plaatsvinden en niet in de openbare ruimte. Dit leidt tot de volgende toetsingscriteria:  de bestaande en beoogde omgeving zijn het referentiepunt voor alle bouwwerken. Een bouwkundige toevoeging of verandering moet passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten bij de typologie van gebouwen, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan;  aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume;  gevelindelingen zijn evenwichtig en samenhangend;  plaatsing in rooilijn, centraal op de kavel;  compacte bouw met rijzig karakter;  gedifferentieerde gevelopbouw met verticale geleding en horizontale verbanden;  aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan hoofdvolume en worden afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw;  duurzame natuurlijke materialen: baksteen, natuursteen, hout, pleisterwerk voor gevels en royale kappen met gebakken pannen;  zorgvuldige detaillering van gevels en dak(randen);  terughoudend kleurgebruik afgestemd op omgeving. In paragraaf 2.2.1 is aangegeven hoe bij het maken het ontwerp van de woningen voor de aansluiting op de omgeving rekening is gehouden met bovengenoemd criteria en met de omliggende architectuur. 3.3.4.

Bestemmingsplan Amaliapark - Transvaal Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Amaliapark - Transvaal" dat op 27 mei 2009 door de gemeenteraad van Baarn is vastgesteld. Het plangebied heeft

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

15

daarin de bestemmingen "Maatschappelijk". Door middel van bouwblokken is de locatie van de huidige bebouwing aangegeven. De nieuwe planontwikkeling gaat uit van een andere situering en andere bouwmassa's. Bovendien past woningbouw en de inrit naar de woningen toe, niet binnen de maatschappelijke bestemming. De planontwikkeling past derhalve niet in het vigerende bestemmingsplan. Afbeelding 8: Fragment verbeelding.

Voor het plangebied geldt tevens de bestemming "Beschermd Dorpsgezicht". De gronden zijn daardoor, tevens bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de cultuur-historische, ruimtelijke en archeologische waarden en voor het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen. In aanvulling op het bepaalde bij de andere op de plankaart aangewezen bestemmingen, geldt voor het bouwen van gebouwen en an-dere bouwwerken de bepaling dat de bestaande nokrichting en kapvorm in stand moeten worden gelaten. Aan deze voorwaarde kan niet worden voldaan. Het bestemmingsplan ken hiervoor geen afwijkingsregeling. De bestaande bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarden die een wezenlijk onderdeel vormen van het beschermd dorpsgezicht. De gronden hebben geen archeologische dubbelbestemming. 3.3.5. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Baarn het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de inte-

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

16

gratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor een gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel. Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie.

Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer. De initiatiefnemer zal over de definitieve uitvoering in overleg treden met gemeente.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

17

4.

Onderzoek

4.1.

Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek volgens NEN 5740. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek 1 uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend onderzoek is ter plaatse van de aangetroffen parameters een omvangsbepaling uitgevoerd. Verder is in verband met een zwakke bijmenging met puin in de toplaag van de bodem ter plaatse van de tussensteeg (circa 75 m²) een verkennend onderzoek asbest in grond (conform NEN 5707, onderzoekstrategie VED-HE) uitgevoerd. In het algemeen blijkt uit het onderzoek dat de toplaag licht verontreinigd is met enkele zware metalen, minerale olie (PAK-verbindingen), PAK en PCB (gedeeltelijk). De onderlaag is licht verontreinigd met PCB. In de toplaag zijn twee boorlocaties buiten het onderhavig plangebied matig met lood verontreinigd en een andere sterk met PAK (< 25 m³; puntverontreiniging).

De puinhoudende toplaag ter plaatse van de noordelijke tussensteeg is sterk verontreinigd met PAK (minimaal 37,5 m³; geval van ernstige bodemverontreiniging). De oorzaak van verontreiniging(en) grond is het gebruik van het terrein van oudsher en de bijmenging met puin. Op basis van de Wet bodembescherming is er hierdoor een bezwaar tegen de sloop- en nieuwbouwplannen. Graaf- of bouwwerkzaamheden ter plaatse van het geval worden gezien als een saneringshandeling, waarvoor een saneringsplan (BUS-melding) dient te worden opgesteld. In het kader van de voorziene bestemmingswijziging naar de gevoelige functie 'wonen' wordt geadviseerd het gehele geval binnen de perceelgrenzen te verwijderen en gelijktijdig tevens de puntverontreiniging met PAK te ontgraven en af te voeren. Op 29 januari 2020 is deze BUS-melding gedaan. De sanering is op 9 maart 2020 uitgevoerd. In de puinhoudende toplaag van de bodem ter plaatse van de tussensteeg is asbest vastgesteld. Het gehalte is echter dusdanig laag (< 50 mg/kg.ds) dat de puinhoudende bodemlaag als niet verontreinigd kan worden beschouwd en nader onderzoek naar asbest derhalve niet noodzakelijk is. Conclusie Na de uitgevoerde sanering is de bodem geschikt voor 'wonen'.

1

Van Dijk geo- en milieutechniek b.v., Verkennend bodemonderzoek sloop, nieuwbouw en renovatie, Oude Utrechtseweg 4A,4B en 6 te Baarn, 152774, De Meern, 30 juli 2019

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

18

4.2.

Geluid Wegverkeerslawaai Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van:  woonerven;  30 km/uur-gebieden. De Oude Utrechtseweg en de omliggende wegen behoren tot een 30 km/uur-gebied. Derhalve is op grond van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Gelet op de afstand tot de omliggende wegen en de locatie op het achterterrein achter bestaande bebouwing is evenmin akoestisch onderzoek uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening uitgevoerd naar de geluidsbelasting van 30 km/uur-wegen. Spoorwegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder zijn echter ook de geluidzones voor spoorwegen bepaald op basis van de landelijk vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP's). De GPP's zijn voor de onderhavige onderzoekslocatie op basis van het landelijke geluidregister vastgesteld. Het dichtstbij gelegen referentiepunt van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort heeft een geluidproductieplafond van 65,0 dB. Conform artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder heeft het traject derhalve een zone van 300 meter. De planlocatie ligt op ongeveer 370 meter van het spoor en derhalve buiten deze zone.

Derhalve is ook geen akoestisch onderzoek in verband met spoorwegverkeerslawaai noodzakelijk. Conclusie Uit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.3.

Externe veiligheid Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Een daarvan is het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.  Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven,

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

19

overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.  Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Afbeelding 9: Fragment risicokaart.

In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Om te bepalen of het aspect externe veiligheid belemmeringen oplevert voor de realisatie van het plangebied is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich in de nabijheid van het plangebied geen inrichtingen, transportassen of buisleidingen bevinden die van invloed zijn op de externe veiligheid in het plangebied. Over het spoor worden wel gevaarlijke stoffen vervoerd. Op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de daaraan gekoppelde Regeling basisnet van toepassing. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen 200 meter van een transportroute van gevaarlijke stoffen, in dit geval de spoorlijn, is op grond van artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes tevens een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, tenzij het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

20

 het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en  de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Het plangebied ligt buiten de 200 meter grens op ongeveer 370 meter van het spoor. Derhalve is geen nader onderzoek naar dit aspect noodzakelijk. Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er derhalve geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied.

4.4.

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die "niet in betekenende mate bijdragen" aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het "Besluit niet in betekenende mate" (NIBM) omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Voor wat betreft de luchtkwaliteit wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat als de grenswaarden (jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10)) niet worden overschreden. In de directe nabijheid van de locatie zijn geen activiteiten zoals veehouderijen, industrieën of/en verkeer die een extra toename NO 2 of PM10 produceren, waardoor de achtergrondconcentratie bepalend is. De achtergrondconcentratie is de totale concentratie van alle bronnen per vak van 1 kilometer bij 1 kilometer. De achtergrondconcentratie wordt jaarlijks bepaald door de emissies van veehouderijen, industrieën en verkeer bij elkaar op te tellen.

Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2019, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (15 microgram per m³) en fijn stof (17 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (10 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie In het plangebied worden 3 woningen toegevoegd. Daarmee blijft de toename van het woningaantal ruimschoots onder de grens van 1.500 woningen. Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

21

4.5.

Waterparagraaf Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het plangebied ligt in het beheer gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Naast het waterschap is ook de gemeente Baarn formele waterbeheerder. Op 7 juni 2021 is de digitale watertoets doorlopen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. De gemeente Baarn hanteert daarbij een voorkeursvolgorde ten aanzien van de manier van verwerken van hemelwater van nieuw verhard oppervlak (particulier en openbaar). Deze volgorde is:  opvangen en hergebruiken;  infiltreren ('afvoeren naar de bodem');  (zo veel mogelijk vertraagd) afvoeren naar oppervlaktewater (al dan niet via hemelwaterriool);  afvoeren naar gemengd riool. Daarbij wordt gewerkt van 'klein naar groot'. Voor particulieren geldt dus de voorkeursvolgorde:  op eigen perceel;  op openbaar terrein binnen plangebied;  op openbaar terrein buiten plangebied Voor openbaar gebied geldt de voorkeursvolgorde:  binnen plangebied;  buiten plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

22

De initiatiefnemer moet zelf aantonen dat het hoogst haalbare niet redelijkerwijs mogelijk is (en aangeven wat volgens hem wel haalbaar is) en daarvoor de benodigde onderzoeken uitvoeren. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. De minimale ontwatering (afstand grondwater – onderkant vloer) bij nieuwbouw is 90 cm ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Uit bodemonderzoek (Van Dijk geo- en milieutechniek b.v., 30 juli 2019) blijkt dat het grondwaterpeil dieper dan 5,0 m -mv is. De toekomstige bebouwing wordt niet onderkelderd. De bouwplannen zullen grondwaterneutraal worden gerealiseerd. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.

Door niet uitlogende materialen toe te passen voor dakgoten, afvoerpijpen en dergelijke wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater de bodem en het grondwater verontreinigt. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor den gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel. Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten. Proces In het kader van de planontwikkeling is op 7 juni 2021 de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) doorlopen. Omdat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen) liggen, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging, betekent dit dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan is door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

4.6.

Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

23

zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Daarom is een quickscan2 uitgevoerd om te bepalen of er vanuit de natuurwetgeving belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt ruim 12 kilometer ten oosten, 9 kilometer ten zuiden en 9 kilometer ten zuidwesten van respectievelijk de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden "Oostelijke Vechtplassen", "Eemmeer & Gooimeer Zuidoever" en "Arkernheen". Gezien de aard van de herontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied wordt een toetsing van de voorgenomen herontwikkeling aan de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied niet noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt op ongeveer 550 meter van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde.

Uit de Handreiking woningbouw en AERIUS (Rijksoverheid, januari 2020) blijkt dat bij een afstand van 9 kilometer tussen de bouwlocatie en het voor stikstof gevoelige natuurgebied, dat de bouw van 50 woningen (aanlegfase) geen stikstofdepositie veroorzaakt die groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. De bouwwerkzaamheden voor de uitbreiding die in onderhavig bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn kleiner. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelige natuurgebied op ruim 9 kilometer zal er in de gebruiksfase evenmin sprake zijn van een toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelig natuurgebied. Derhalve is geen stikstofonderzoek uitgevoerd. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor de planontwikkeling. Soortenbescherming In de spouw van het kerkelijk centrum kan het voorkomen van streng beschermde vaste verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden uitgesloten. Mogelijk zullen bij de geplande sloopwerkzaamheden derhalve vaste verblijfplaatsen worden vernietigd. Om de aan- dan wel afwezigheid en mogelijke aantallen en typen vaste verblijfplaatsen aan te kunnen tonen, is voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden een nader onderzoek 3 uitgevoerd naar vleermuizen. Gedurende de verschillende inventarisatierondes is geen verblijfplaats van

2

3

Van Dijk geo- en milieutechniek b.v., Quickscan Wet natuurbescherming sloop, nieuwbouw en renovatie, Oude Utrechtseweg 4a en 4b te Baarn, 152774, De Meern, 3 mei 2019 Van Dijk geo- en milieutechniek b.v., Nader onderzoek vleermuizen sloop, nieuwbouw en renovatie, Oude Utrechtseweg 4a en 4b te Baarn, 152774, De Meern, 15 november 2019

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

24

vleermuizen in het zalencentrum vastgesteld. Wel is aan de westkant van het kerkgebouw een paarverblijf van de ruige dwergvleermuis vastgesteld (solitair mannetje), waarvan de exacte locatie onbekend is. Daarnaast zijn in en rond het plangebied (hoog) langsvliegende en/of foeragerende vleermuizen (laatvlieger, meervleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) waargenomen. Vanwege de aanwezigheid van veel vergelijkbaar al dan niet beter foerageerbiotoop in de omgeving van het plangebied, is geen sprake van essentieel foerageergebied. De in vlucht baltsende gewone dwergvleermuizen vertoonden geen gebouw gebonden activiteit en worden niet aan de op het perceel aanwezige bebouwing gekoppeld. Voorts zijn er geen (massa) zwerm- of winterverblijfplaatsen, of essentiële vliegroutes van vleermuissoorten binnen of direct nabij het plangebied vastgesteld. Vanuit de Wet natuurbescherming is er geen bezwaar tegen de toekomstige sloop-, nieuwbouw- en renovatiewerkzaamheden van het zalencentrum. Wel dient, om verstoring te voorkomen, rekening te worden gehouden met vleermuizen door zorgvuldig te werken. In verband met verstoring door kunstlicht dienen de werkzaamheden bij daglicht uitgevoerd te worden.

Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt. In verband met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels dient de start van de nieuwbouwwerkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) bij voorkeur in de winter te worden aangevangen. Indien de start van de geplande nieuwbouwwerkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Verder dient te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

4.7.

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1. Archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

25

De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt". Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. De gemeente Baarn beschikt nog niet over een gemeentelijke archeologische waarden- of beleidskaart. Hoewel het plangebied niet gekarteerd is op het beschikbare kaartmateriaal met betrekking tot de ondergrond, kan op basis van omliggende gegevens gesteld worden dat het plangebied zich waarschijnlijk bevindt op de flank van de stuwwal, mogelijk op de overgang naar het omliggende gordeldekzandgebied. Derhalve is archeologisch onderzoek4 uitgevoerd. Op de zandgronden zal oorspronkelijk een podzolbodem zijn ontstaan. Het bodemprofiel zal in een groot deel van het plangebied echter zijn verstoord als het gevolg van graafwerkzaamheden gerelateerd aan de huidige en voorgaande bebouwing binnen het gebied. Op de dekzandafzettingen of gestuwde afzettingen kunnen resten van tijdelijke bewoning uit de periode LaatPaleolithicum-Neolithicum in situ voorkomen. Op en in de dekzandafzettingen of gestuwde afzettingen kunnen eveneens sporen en resten van bewoning en begraving uit de periode Neolithicum- Nieuwe Tijd voorkomen.

Op basis van bekende gegevens uit de omgeving kan deze laatste verwachting verder worden gespecificeerd naar met name de perioden NeolithicumBronstijd en Late Middeleeuwen- Nieuwe Tijd. Deze potentiële archeologische niveaus bevinden zich direct aan of vanaf het maaiveld. Voor een groot deel van het plangebied zullen ze echter niet meer intact zijn als het gevolg van graafwerkzaamheden gerelateerd aan de huidige en voorgaande bebouwing in het plangebied. De verwachting op het in situ aantreffen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum-Neolithicum, Neolithicum-Bronstijd en Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd in het reeds bebouwde deel van het plangebied is daarom laag. Voor het onbebouwde deel is de verwachting middelhoog. Het potentiële archeologische niveau wordt bedreigd ter hoogte van het gebied dat bestemd is voor de nieuwbouw van woningen. Op basis van deze bevindingen is een vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende boringen. De natuurlijke afzettingen in het plangebied blijken te bestaan uit verspoelde dekzandafzettingen. Het ligt voor de hand dat in dergelijke zandafzettingen een podzolbodem is ontstaan. Er is echter geen sprake meer van een intact bodemprofiel.

Er bleek een antropogeen verstoord en opgehoogd pakket aanwezig te zijn dat reikt tot minimaal 55 en maximaal 315 cm onder maaiveld (6,87-4,49 m NAP). Het is niet mogelijk gebleken om binnen het verstoorde en opgehoogde pakket vast te stellen welk deel is opgebracht en welk deel een geroerde oorspronkelijke laag betreft. Op basis van het ontbreken van een intact bodemprofiel en het ontbreken van vondstmateriaal dat ouder is dan de Late Nieuwe Tijd worden er geen archeologische sporen en resten meer in het plangebied verwacht. Op basis van deze bevindingen wordt verder ver-

4

Zuidnederlandse Archeologische Notities, Archeologisch bureau- en booronderzoek voor het plangebied BaarnPaaskerk, gemeente Baarn, 852, Project-code BAA-PK-19, Amsterdam, september 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a

26

volgonderzoek niet zinvol of noodzakelijk geacht en wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 4.7.2. Cultuurhistorie In het plangebied wordt geen uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing gesloopt. In paragraaf 2.1 is een omschrijving gegeven van de bestaande situatie. In paragraaf 2.2.1 is aangegeven hoe de planontwikkeling in stedenbouwkundig opzicht binnen die bestaande situatie wordt ingepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14969486/1