1099952 omgevingsvergunning Oude Utrechtseweg 4a - bouw 3 woningen bijlage 08 Constructieve berekeningen
Tekst van het document
σg;(bi) t.g.v. HEd;tot :
0,00 kN/m²
σg;(bu);tot :
82,66 kN/m²
σg;(bi);tot :
82,66 kN/m²
MEd :
10,33 kNm
0,00 kN/m²
82,66 kN/m²
82,66 kN/m²
Wapeningsberekening: MEd = MFREQ = MRd = As toeg. * MED = As benodigd dikte: breedte: betondekking cnom:
10,33 kNm 7,74 kNm 20,86 kNm 200 mm 1000 mm
nuttige hoogte d:
xu = (d - √ (d² - (4*β*MEd / α*b*fcd))) / 2*β = z = d - β * xu = As benodigd = MEd / fyd * z = ρl,min1 = 0,26 * (fctm / fyk) = As,min1 = ρl,min1 * bt * d ≥ 0,0013 * bt * d = As,min2 = 1,25 * As,benodigd =
50 mm
As benodigd ≤ As toegepast
146 mm
ρ l,max = α * Xu,max * fcd / fyd
190 mm²
7 mm 143 mm 166 mm² 0,0011 190 mm² 207 mm² ≤
As,max = ρl,max * b * d As,max = 0,04 * Ac = As benodigd ≤ As,max Scheurwijdte controle: σs = MEqp / MRd * fyd =
161 N/mm² wk= 0,3 mm.
staafafstand: s toegepast = smax = s toegepast ≤ smax
150 mm ≤
190 mm²
≤
staafdiameter: Ø toegepast =
299 mm
Ø*max = Ømax =
299 mm => akk
Ø toegepast ≤ Ømax
150 mm
335 mm²
akk.
0,0123 1796 mm² 8000 mm² 1796 mm²
akk
8 mm 32 mm 24 mm 8 mm
≤
24 mm => akk
Ponscontrole Afmetingen: betonkwaliteit vloer:
Sterkte: toetsing : vED < vRd,c
C20/25
vRd,c = 0,035 x k3/2 x fck1/2
vloer dikte:
200 mm
dekking: hoofdwapening:
Ø
50 mm 8 - 150
verdeelwapening:
Ø
8
Poerafmeting
-
0x
0,44 N/mm²
= =
2,00 20,00 N/mm²
vRd,c = 0,12 x k x (100 x p1 xfck)1/3
=
0,40 N/mm²
k = 1 + √(200 / d) < 2,0 p1 = As / (bw x d) < 0,02
= =
2,00 0,0024
fck
=
20,00 N/mm²
150 0 mm
dy
=
146 mm
dz
=
138 mm
deff
=
142 mm
u1
=
1784 mm
maximale ponsreactie:
=
k = 1 + √(200 / d) < 2,0 fck
112,18 kN
_______________________________________________________________________________________ 68
INGENIEURSBURO GRAVITAS B.V. ____________________________________________________________________________________________________________________________
BIJLAGE I
_________________________________________________________________________________________
Geotechnisch funderingsadvies Project Nieuwbouw 3 woningen nabij de Paaskerk te Baarn Opdrachtnummer Rapport Datum
21.6567 21.6467R01 24 juni 2021
Opdrachtgever
Ingenieursburo Gravitas B.V. De beek 6c 3871 MS Hoevelaken
Constructeur
Ingenieursburo Gravitas B.V. Hoevelaken
Bijlagen
Adres Telefoon
-Richtlijnen grondverbetering -Voorbeeldberekening draagkracht strookfundering -Geotechnisch onderzoek
Dijkstraat 8-II 6701 CJ Wageningen +316 39 327 585
Email Website
info@atellus.nl www.koops-romeijn.nl www.atellus.nl
Atellus grondmechanica is partner in de Koops & Romeijn Geogroep. Een groep onafhankelijke, zelfstandige en ervaren adviseurs voor grondonderzoek, geotechniek en geohydrologie die sinds 1996 samenwerkt. U kunt ons vinden in: Ammerstol, Oegstgeest, Roden, Velp, Wageningen en Wijchen. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden (ALV 2018) van de Vereniging Ondernemers Technisch Bodemonderzoek (V.O.T.B.), zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Midden-Nederland te Utrecht onder nr. 40476246 en de rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieurs en adviseur DNR2011 van toepassing.
Pagina 2 van 11
1.0 INLEIDING Medio mei 2021 ontving Atellus Grondmechanica van Ingenieursburo Gravitas B.V. de opdracht voor het uitvoeren van een geotechnisch grondonderzoek alsmede het uitbrengen van een funderingsadvies ten behoeve van de nieuwbouw van 3 woningen te Baarn. Het advies is gebaseerd op de ons verstrekte gegevens en het geotechnisch onderzoek dat onlangs op de projectlocatie is uitgevoerd. Dit rapport bevat tevens een beschrijving en de resultaten van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat door bestaande bebouwing en maaiveldverloop nog niet alle sonderingen konden worden verricht. Dit rapport heeft daardoor een voorlopig karakter. Het resterende onderzoek is nodig om te komen tot een definitief advies.
2.0 PROJECTOMSCHRIJVING De projectlocatie is gelegen aan de Oude Utrechtseweg 4 te Baarn. De locatie is momenteel nog deels bebouwd en bevindt zich in stedelijk bebouwd gebied. De dichtst nabij de nieuwbouw gesitueerde bebouwing bevindt zich op een afstand van 0 m (garage woning nr. 4A) tot enkele meters. Nadere gegevens omtrent de exacte afstand tot deze bebouwing, de aard, de conditie en funderingswijze van de bebouwing zijn ons niet bekend. Voor de ligging van de projectlocatie wordt verwezen naar de situatietekening die in de bijlage is toegevoegd. Aangaande de historie van de projectlocatie zijn ons geen gegevens bekend. Mocht het om één of andere reden aannemelijk zijn dat er sprake kan zijn van bijvoorbeeld verontreinigingen en obstakels of geroerde grond dan moet worden nagegaan in hoeverre dit een knelpunt kan zijn voor het ontwerp of de uitvoering. Het plan omvat de sloop van het bestaande zalencentrum en de bouw van 3 woningen; twee geschakelde woningen en een vrijstaande woning. De nieuwbouw zal grotendeels worden opgetrokken in twee bouwlagen onder een schuine kap en zal deels bestaan uit een bouwlaag onder een plat dak. In het ontwerp is voor zover bekend geen kelder voorzien. Het begane grondpeil van de nieuwbouw is aangenomen op ca. NAP +8,4 á +8,8 m. Het aanlegniveau van de fundering is op ca. NAP +7,6 á +8,0 m verondersteld.
De rekenwaarde van de lijn- en kolombelastingen (Vd) zijn vooralsnog ingeschat op 20 à 150 kN/m¹ en 20 à 150 kN. Geadviseerd wordt om genoemde gegevens alsmede de elders in dit rapport gehanteerde aannamen en uitgangspunten te verifiëren voordat met de resultaten uit dit rapport wordt verder gewerkt.
3.0 GRONDONDERZOEK Het grondonderzoek is uitgevoerd op 14 juni 2021 en heeft in deze fase bestaan uit 2 sonderingen. De sonderingen zijn uitgevoerd vanaf een 12-tons rups aangedreven sondeer(track)truck, m.b.v. een elektrische (kleefmantel)conus met hellingmeter, conform norm NEN-EN 1997-2 met aanvullingsnorm NEN 9997-2. De conusweerstand is hierbij continu elektrisch gemeten en geregistreerd. Bij een sondering is naast de conusweerstand info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 3 van 11
ook de plaatselijke mantelwrijving elektrisch gemeten en geregistreerd. De relatie tussen conusweerstand en plaatselijke wrijving, het wrijvingsgetal, geeft beneden het grondwaterniveau een indicatie van de verschillende grondsoorten. De sondeerresultaten zijn weergegeven op de grafieken die zijn toegevoegd in de bijlagen, waarbij de diepte is uitgezet t.o.v. NAP. Aanvullend op het sondeeronderzoek is een ondiepe handboring verricht ter nadere verkenning van de toplagen en bepaling van de actuele grondwaterstand. Op basis van een veldclassificatie is een boorbeschrijving gemaakt, die eveneens is toegevoegd aan de bijlage. De sondeerlocaties, welke door de sondeerploeg in het terrein zijn uitgezet en gewaterpast t.o.v. NAP, zijn tezamen met enkele referentiepunten aangegeven op de situatietekening. Als basis heeft hiervoor gediend de door de opdrachtgever verstrekte tekening.
4.0 TERREIN- EN GRONDGESTELDHEID Ten tijde van het onderzoek varieerde de maaiveldhoogte ter plaatse van de sondeerlocaties van NAP +8,5 m tot NAP +8,4 m. Op basis van het grondonderzoek kan de grondopbouw globaal als volgt worden omschreven: onder een, overwegend zeer los gepakte, topzandlaag met een dikte tot 1,5 m worden tot de maximaal verkende diepte zandafzettingen geregistreerd met een pakkingdichtheid die in de diepte verloopt van zeer vast tot matig. Plaatselijk en op wisselende diepte komen in dit pakket teruggangen in de conusweerstand voor, die vermoedelijk worden veroorzaakt door afzettingen met een geringere pakkingsdichtheid of een grovere gradatie. In het boorgat werd tijdens het grondonderzoek geen grondwater aangetroffen. Dit betreft een éénmalige waarneming. Door, onder andere, wisselingen in neerslagoverschot zijn fluctuaties van de grondwaterstand mogelijk echter zal de grondwaterstand zich ter plaatse, op basis van openbare gegevensbronnen, te aller tijde ruim buiten het invloedsgebied van de funderingen bevinden.
5.0 FUNDERINGSADVIES De bodemopbouw in combinatie met de aard van de nieuwbouw geeft mogelijkheden voor een fundering op staal. Een fundering op staal vereist dat een grondverbetering wordt uitgevoerd. Onderstaand wordt nader ingegaan op voornoemde funderingsoplossing.
ALGEMEEN Een geotechnische constructie moet worden onderzocht of een van de volgende grenstoestanden is bereikt: - UGT - BGT
info@atellus.nl
de uiterste grenstoestand waarbij op de grens constructie/grond een bezwijkmechanisme optreedt: de verticale belasting Vd Rd de bruikbaarheidsgrenstoestand, waarbij de vervormingen leiden tot verlies aan bruikbaarheid, schade of hoge onderhoudskosten: Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 4 van 11
s < 0,15 m ß < 1 : 300 - Bepaling van de rekenwaarde van de maximale draagkracht De bepaling van de maximale draagkracht van een fundering is, gezien de niet cohesieve bodemopbouw, uitgewerkt uitgaande van de gedraineerde toestand (NEN 9997-1, art. 6.5.2.2). De maximale draagkracht loodrecht op het funderingsvlak wordt in de gedraineerde toestand bepaald volgens NEN 9997-1, 6.5.2.2 (h): Rd
= 'max;d * A’
waarbij: 'max;d = c'gem;d x Nc x sc x bc x ic + 'v;z;d x Nq x sq x bq x iq + 0,5 'gem;d x b’ x N x s x b x i waarin: Rd = de rekenwaarde van de draagkracht loodrecht op het funderingsoppervlak [kN] 'max;d = de rekenwaarde van de funderingsdruk op het effectieve funderingsoppervlak [kN/m2] A’ = het effectieve funderingsoppervlak, bepaald volgens 6.5.2.2 (b) [m2] Voor verdere uitwerking/verklaring van deze formule wordt verwezen naar NEN 9997-1, 6.5.2.2. - Bepaling van de zakking van de bovenkant van het funderingselement De zakking van een fundering op staal wordt bepaald volgens: s = s1 + s2 waarin: s = de totale zetting [m] s1 = de primaire zetting, bepaald volgens 6.6.2 (e) [m] s2 = de secundaire zakking, bepaald volgens 6.6.2 (g) [m]
UITGANGSPUNTEN/RANDVOORWAARDEN
Projectgegevens zoals beschreven in hoofdstuk 2. Situering nieuwbouw zoals weergegeven op situatietekening. Het project is ingedeeld in Geotechnische Categorie 2. Funderingselementen worden verticaal centrisch op druk belast. De berekening van de draagkracht op druk en de vervorming van de funderingselementen is gebaseerd op NEN 9997-1+C1:2012 (geotechnisch ontwerp van constructies). Er is in dit rapport van uitgegaan dat het aanlegniveau van de fundering op ca. NAP +7,6 á +8,0 m zal komen te liggen. Er wordt aangenomen dat beneden de ontgravingsniveaus de oorspronkelijke, op natuurlijke wijze gesedimenteerde bodemopbouw aanwezig is.
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 5 van 11
Het terrein zal niet significant worden afgegraven of opgehoogd. Bouwputaspecten zoals bijvoorbeeld de taludstabiliteit en de kering van grond vallen niet binnen het kader van de opdracht en worden in dit rapport dus niet nader uitgewerkt.
FUNDERING Voor de nieuwbouw komen gewapend betonnen stroken en poeren in aanmerking. In verband met een vorstvrije ligging en mogelijke werkzaamheden aan kabels en leidingen dient de aanlegdiepte van de fundering langs een perceelgrens tenminste 0,80 meter minus maaiveld te zijn. Voor het overige kan 0,70 meter worden aangehouden. Afmeting en eventueel vereiste wapening van de funderingselementen dient door de constructeur te worden berekend aan de hand van de gegevens uit dit rapport. - Grondverbetering Daar lokaal in het invloedsgebied van de funderingen humeus materiaal is aangetroffen dan wel bodemlagen met een te geringe draagkracht, is de uitvoering van een grondverbetering noodzakelijk. De grondverbetering omvat het ontgraven van deze lagen tot op het schone en ongeroerde zand en het vervolgens aanvullen met goed verdicht zand tot het gewenste aanlegniveau. In tabel 1 is per sondering het, ten behoeve van de grondverbetering, minimaal vereiste ontgravingsniveau aangegeven. Ligt dit ontgravingsniveau lager dan het aanlegniveau van de funderingselementen dan dient de tussenliggende zone te worden opgevuld met een grondverbetering. Tabel 1: minimale ontgravingsniveaus. Sondering 1 2 3 4 5
Maaiveldhoogte
Minimaal ontgravingsniveau
[m t.o.v. NAP]
[m t.o.v. NAP]
+8,51 n.b.* +8,36 n.b.* n.b.*
+7,1 n.b.* +6,8 n.b.* n.b.*
* deze sonderingen konden niet worden uitgevoerd vanwege ontoegankelijkheid van de projectlocatie. Zie paragraaf ‘Resterend onderzoek’.
Opgemerkt wordt dat bovengenoemde ontgravingsniveaus gebaseerd zijn op de resultaten van de uitgevoerde sonderingen. Het vereiste niveau van de grondverbetering tussen de verschillende sonderingen dient met behulp van handsonderingen nader in beeld te worden gebracht. Geadviseerd wordt om ter plaatse van de diepst benodigde grondverbetering te starten met de ontgraving en grondverbetering. Bovendien dient tijdens de uitvoering een visuele inspectie plaats te vinden. Ter plaatse van eventueel door het graafwerk ontspannen bodemlagen en ter plaatse van aanwezige voormalige sloten of verstoringen c.q. bodemlagen afwijkend van hetgeen tijdens het verrichte grondonderzoek is aangetroffen, moet in beginsel dieper worden ontgraven tot de vaste natuurlijke bodemopbouw. Indien er als gevolg van het slopen van de voormalige bebouwing op de aangegeven ontgravingsniveaus geroerde en/of puinhoudende grond info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 6 van 11
wordt aangetroffen, dan dient deze tot de vaste natuurlijke bodemopbouw te worden verwijderd. Eventuele humushoudende afzettingen die op deze niveaus nog aanwezig zijn dienen geheel te worden verwijderd. Voor nadere gegevens omtrent het uitvoeren van de verdichting van het ontgravingsniveau, de uitvoering van de grondverbetering en het aftrillen van het funderingsoppervlak wordt verwezen naar de in de bijlagen gegeven richtlijnen. Aangezien de grondverbetering nabij bestaande, te behouden bebouwing dient te worden uitgevoerd (zoals de garage van nr. 4A en mogelijk ook de aanbouw aan de De Wetstraat 19), moet zeker worden gesteld dat de ondergrond ter plaatse van de fundering niet kan ontspannen, aangezien ontspanning van de ondergrond kan resulteren in additionele zettingen en daarmee mogelijk tot architectonische dan wel constructieve schade. Tevens dient de gronddekking voor de te behouden fundering in stand gehouden te worden. Indien nodig dienen hier grondkerende voorzieningen te worden getroffen, waarbij kan worden gedacht aan een Berliner wand of mogelijk een grondinjectie met een waterglasmengsel. - Draagkracht De rekenwaarden voor de verticale draagkracht zijn voor de verdiept aangelegde stroken en poeren bepaald voor diverse afmetingen en bij verschillende gronddekkingen.
De rekenwaarde van de verticale belasting op een funderingselement moet kleiner zijn dan de draagkracht van de ondergrond (Vd ≤ Rv;d, overeenkomend met ’optr;d ’max;d). De resultaten zijn samengevat in de navolgende tabellen. Een voorbeeldberekening voor een strookfundering is aan dit rapport toegevoegd. Tabel 2: Rekenwaarde draagkracht strookfundering (uiterste grenstoestand) strookbreedte toelaatbare belasting Rd [m] [ kN/m1 ] gronddekking gronddekking d = 0,2 m d = 0,4 m 0,4 35 50 0,5 50 70 0,6 65 90 0,7 80 110 0,8 100 140 0,9 130 170 1,0 160 200 1,1 190 240 Tabel 3: Rekenwaarde draagkracht poerfundering (uiterste grenstoestand) poerafmeting toelaatbare belasting Rd [mxm] [ kN ] gronddekking gronddekking d = 0,2 m d = 0,4 m 0,4 x 0,4 15 25 0,5 x 0,5 25 40 0,6 x 0,6 40 60 0,7 x 0,7 55 85 0,8 x 0,8 80 120 0,9 x 0,9 110 160 1,0 x 1,0 140 200 info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 7 van 11
Onder een gronddekking wordt verstaan de permanent aanwezige zandaanvulling die rondom de funderingselementen boven het aanlegniveau aanwezig is. Voor een kruipruimte worden geadviseerd maximaal 0,20 m aan te houden. Bij het ontbreken van een kruipruimte kan worden uitgegaan van een gronddekking van 0,40 m. - Zettingen (grenstoestand 2) Zoals bekend, moet worden voldaan aan de eisen van de bruikbaarheidsgrenstoestand: s 0,15 m β 1 : 300 -> Δs/ 1:100 Uit berekeningen conform artikel 6.6.2 van de NEN 9997-1 blijkt dat na een goede uitvoering van de funderingswerkzaamheden, zettingen in de orde van grootte tot maximaal ca. 6 à 8 mm worden verwacht voor de funderingselementen die voldoen aan de in hoofdstuk 2 aangenomen maximale belastingen. Overigens zal het grootste deel van de zettingen optreden tijdens de ruwbouwfase. Gerekend moet worden met een zettingsverschil van 50% van de maximale zetting tussen twee afzonderlijke op staal gefundeerde elementen met een onderlinge afstand ℓ. - Uitvoering en beddingcoëfficiënt Grondverbeteringen dienen te worden uitgevoerd met behulp van schoon goed gegradeerd zand dat laagsgewijs wordt verdicht. Om een goede spreiding van de funderingsdrukken mogelijk te maken moet de grondverbetering onder een hoek van 45° met de verticaal gerekend vanaf de rand van de funderingselementen worden aangebracht.
Voor nadere gegevens omtrent het uitvoeren van de grondverbetering en de verdichting van het funderingsoppervlak wordt verwezen naar de in de bijlagen gegeven richtlijnen. Indien de grondverbetering en de verdichting van het funderingsoppervlak conform de genoemde richtlijnen worden uitgevoerd, kan voor de constructieve berekeningen van de funderingselementen een verticale beddingcoëfficiënt van 30 à 35 MN/m3 worden gehanteerd.
VLOER WONING Indien de begane grondvloer op een zandbed wordt aangelegd, wordt geadviseerd dezelfde ontgravingsdiepte aan te houden als hiervoor in tabel 1 is vermeld. Het aanbrengen van een goed verdicht zandpakket voor de vloer vindt in twee fasen plaats. Allereerst wordt tot onderkant fundering goed verdicht zand aangebracht. Nadat de fundering is gestort en de muren zijn opgemetseld tot vloerniveau vindt in de tweede fase het aanbrengen van een verdicht zandpakket plaats tot onderkant vloer. Er wordt op gewezen dat deze tweede fase eveneens zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Ook hier geldt dat in lagen moet worden aangevuld en verdicht, waarbij extra aandacht wordt gegeven aan de verdichting naast randbalken en deuropeningen en de verdichting ter plaatse van sleuven waarin bijvoorbeeld trekstangen of leidingen voor hemelwaterafvoer en riolering zijn aangelegd.
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 8 van 11
RESTEREND ONDERZOEK Om te komen tot een volledig funderingsadvies dient aanvullend gesondeerd te worden zodra het terrein voor de sondeerwagen toegankelijk. Er wordt op gewezen dat volgens de voorschriften verdeeld over het grondvlak van de nieuwbouw dient te zijn gesondeerd met een sondeerafstand van maximaal 25 meter.
Atellus Grondmechanica
Ing. A. Terluin, Adviseur geotechniek
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 9 van 11
ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN EEN GRONDVERBETERING EN VOOR HET AANBRENGEN VAN ZAND NAAST EN ONDER OP STAAL TE FUNDEREN CONSTRUCTIES
1. Het toe te passen materiaal moet schoon zand zijn dat liefst niet meer dan 5 gewichts-procenten (bepaald van de korrels) aan deeltjes < 60 m bevat. In veel gevallen kan ook materiaal tot een maximum van 10 gewichtsprocenten < 60 m worden gebruikt. Het humusgehalte mag ten hoogste 3% bedragen. 2. Dit zand moet laagsgewijs mechanisch worden verdicht. De laagdikte mag niet te groot zijn, afhankelijk van de wijze van verdichten: trilsleden met een gewicht van 500 à 1000 kg: laagdikte ca. 30 cm trilsleden met een gewicht van 1000 à 2000 kg: laagdikte 30 à 70 cm bulldozers, loaders, trilwalsen, bandenwalsen : ca. 30 cm. Verdichting in 4 gangen, overlappend. De verdichting dient te beginnen op de bodem van de ontgraving, indien deze uit zand bestaat en mogelijk door het ontgraven is geroerd of reeds van nature los gepakt was. Bij grondverbeteringen van kleine afmetingen wordt het gebruik van mechanische stampers aanbevolen. 3. De grondwaterstand mag niet hoger zijn dan 0,5 m onder het te verdichten oppervlak. Bij toepassing van zwaardere trilapparatuur kan het nodig zijn, dat de grondwaterstand nog dieper moet liggen. Zo nodig zal een bronbemaling moeten worden geïnstalleerd. Bij het afzetten van de bronbemaling mag het grondwater slechts geleidelijk opkomen. 4.
Tenzij anders vermeld in het advies, zal de aanlegbreedte van de grondverbetering zo groot moeten zijn dat de funderingsdruk binnen de grondverbetering onder een hoek van 45° kan spreiden. 5. De kwaliteit van de grondverbetering dient gelijkmatig te zijn. Dit dient te worden gecontroleerd aan de hand van sonderingen en indien niet anders mogelijk, eenvoudig doorprikken met een staaf. Het resultaat zal tenminste op een diepte van 0,4 m een conusweerstand van 6 MN/m2 moeten opleveren en tot deze diepte gelijkmatig moeten toenemen. Een goede grondverbetering levert conusweerstanden van tenminste 8 MN/m² beneden een diepte van 0,6 m. Zettingen t.g.v. klink zullen, als aan het bovenstaande voldaan is, niet optreden. 6. Het aanplempen of inwateren van zand levert een grondverbetering van onvoldoende kwaliteit.
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 10 van 11
ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN EEN GRONDVERBETERING EN VOOR HET AANBRENGEN VAN MENGGRANULAAT ONDER OP STAAL TE FUNDEREN CONSTRUCTIES
1. Het toe te passen materiaal moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RAW 2010, artikel 28.16.05. (menggranulaat 0/31,5) 2. Het materiaal moet laagsgewijs mechanisch worden verdicht. De laagdikte mag niet te groot zijn, afhankelijk van de wijze van verdichten: trilsleden met een gewicht van 500 à 1000 kg: laagdikte ca. 30 cm trilsleden met een gewicht van 1000 à 2000 kg: laagdikte 40 à 60 cm bulldozers, loaders, trilwalsen, bandenwalsen : ca. 40 à 50 cm. Verdichting in meerdere gangen, overlappend. De verdichting dient te beginnen op de bodem van de ontgraving. 3. De grondwaterstand mag in het algemeen niet hoger zijn dan 0,5 m onder het te verdichten oppervlak. Bij toepassing van zwaardere trilapparatuur kan het nodig zijn, dat de grondwaterstand nog dieper moet liggen. Zo nodig zal een bronbemaling moeten worden geïnstalleerd. Bij het afzetten van de bronbemaling mag het grondwater slechts geleidelijk opkomen. Indien het grondwater niet snel toestroomt, kan door snel uitvoeren van kleine oppervlakken ook reeds een goed resultaat verkregen worden. 4. Tenzij anders vermeld in het advies, zal de aanlegbreedte van de grondverbetering zo groot moeten zijn dat de funderingsdruk binnen de grondverbetering onder een hoek van 45° kan spreiden. 5. De kwaliteit van de verbetering dient gelijkmatig te zijn.
Dit kan, afhankelijk van de grootte van het terrein, gecontroleerd worden door middel van de CMC methode (proef 4.2) of bij grote oppervlakken met behulp van de nucleaire methode (proef 8). De beddingsconstante kan bepaald worden door uitvoering van in situ plaatbelastingsproeven.
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
+316 393 27 585
Pagina 11 van 11
VOORBEELDBEREKENING DRAAGVERMOGEN STROOKFUNDERING Uitgangspunten: - gehanteerde sondering - aanlegniveau - grondwaterstand - gronddekking - gewogen gemiddelde rekenwaarde van de effectieve wrijvingshoek 'gem,d
: combi : NAP +8,0 m : buiten invloedsgebied fundering : 0,2 m : 27,9 °
In de berekening is uitgegaan van een gedraineerde situatie (lange termijn gedrag) en gewogen parameters voor de grondslag tussen het funderingsoppervlak en de maatgevende invloedsdiepte. De invloedsdiepte is aangehouden op 1,5 maal de effectieve funderingsbreedte b’. De rekenwaarde van de funderingsdruk op het effectieve funderingsoppervlak in de gedraineerde toestand volgens art. 6.5.2.2 van NEN 9997-1 bedraagt: 'max;d
= =
'v;z;d . Nq . sq . bq . iq + 0,5 . ’gem;d . b’ . N . s . b . i 158
waarin: 'v;z;d
=
Nq sq bq iq ’gem;d
= = = = =
b’ N
= =
s
=
b i
= =
rekenwaarde van de verticale korrelspanning op het aanlegniveau draagkrachtfactor voor de invloed gronddekking vormfactor voor de invloed van de gronddekking (Lef = ) reductiefactor voor helling onderzijde fundering reductiefactor voor de belastinghelling rekenwaarde van het (gewogen) effectieve volumieke gewicht van de grond onder aanlegniveau effectieve breedte funderingsoppervlak draagkrachtfactor voor de invloed van het effectieve volumieke gewicht van de grond onder aanlegniveau vormfactor voor de invloed van het effectieve gewicht van de grond onder aanlegniveau (Lef = ) reductiefactor voor helling onderzijde fundering reductiefactor voor de belastinghelling
In dit geval: 3,0 kN/m2 14,6 1,0 1,0 1,0 16,0 kN/m3 1,0 m 14,4 1,0 1,0 1,0 -
De rekenwaarde van de draagkracht loodrecht op het funderingsoppervlak bedraagt: Rd
=
'max;d . A’ = 158 kN/m1 (in de tabel afgerond op 150 kN/m1)
waarin: A’
=
effectieve funderingsoppervlak
info@atellus.nl
Atellus Grondmechnica
in dit geval: 1,0 m2/m1
+316 393 27 585
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 0
2
4
c
6
8
9
Helling. [graden] 10
12
14
M.V. : 8.51
16
18
20
22
24
26
28
30
m NAP 0.7
8
7 30.57 1.1
Conusserienummer: 071086
6
5 1.2
4
3 1.3
2
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch P15-CFII-15
1 1.4
0
-1 1.3
-2
-3
-4
-5
-6
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
-7
-8
-9
-10
-11
-12
-13
-14
-15
: 21-6467
Nieuwbouw 3 woningen nabij de Paaskerk te
Opdr. nr.
Baarn
Datum uitv. : 14-6-2021
RD-coördinaten :
X = 147837.64
Y = 469290.04
Sond. nr.
: 1
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 0
2
4
c
6
8
Helling. [graden] 10
9
12
14
M.V. : 8.36
16
18
20
22
24
26
28
30
m NAP 1.0
8
7 1.77
oude leiding
12.48 2.0 30.31
Conusserienummer: 071086
6
5 2.4
4
3 2.9
2
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch P15-CFII-15
1 3.2
0
-1 3.4
-2
-3
-4
-5
-6
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
-7
-8
-9
-10
-11
-12
-13
-14
-15
0 0.05 0.10 0.15 0.20 Wrijvingsweerstand. f s [MN/m 2=MPA]
0.25
0.30
0.35
0.40
0.45
0.50
8
: 21-6467
Nieuwbouw 3 woningen nabij de Paaskerk te
Opdr. nr.
Baarn
Datum uitv. : 14-6-2021
RD-coördinaten :
X = 147851.13
Y = 469293.25
Sond. nr.
: 3
7 6 5 4 3 2 1 0 Wrijvingsgetal. R f [%] (fs /qcx100)
0
H B-1
verharding / cm NAP 831 volledig bet onst raat st enen, edelm an 823
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig grindig, donker bruin, edelm an
791
731
zand, m at ig silt ig, donker bruin, edelm an 150 671
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an 200
250
300
531
t ype g r on d b or in g dat um 1 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er V e ld w e r k e r x 1 4 7 8 5 1 .5 9 y 4 6 9 2 9 2 .0 3
Geen grondwater aangetroffen
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N ie u w b ou w 3 w on in g e n n a b ij d e Pa a sk e r k t e Ba a r n 2 1 -6 4 6 7 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk