CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1081935 Centrumregeling uitvoering sociaal domein regio Amersfoort rvs

Raadsvergadering 29 januari 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Centrumregeling uitvoering Sociaal Domein regio Amersfoort1.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Zaaknummer

1081935

Onderwerp

Centrumregeling uitvoering Sociaal Domein regio Amersfoort

Besluit in raad

29 januari 2025

Portefeuillehouder(s)

Wethouder De Vries

Naam steller

Marjanne Roël

Status / Vertrouwelijkheid

Openbaar

Voorgestelde beslispunten: 1. Een zienswijze in te dienen op de te treffen regeling Centrumregeling sociaal domein regio Amersfoort, zoals uitgewerkt in bijgaande concept regeling (bijlage 2), onder instandhouding van de bestaande bestuurlijk en financiële afspraken. 2. De reactiebrief aan het college (bijlage 1) vast te stellen. Samenvatting van het voorstel Met dit voorstel borgt de gemeente een adequate, toekomstbestendige en integrale uitvoering van de inkooptaken en bijbehorende ondersteunende taken in het sociaal domein op regionaal niveau, welke voldoet aan de nieuwe wettelijke eisen. Aanleiding Met het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg dat op 25 april 2024 bij de Tweede Kamer is ingediend, wordt vastgelegd wat wordt verwacht van de samenwerkende gemeenten en jeugdregio's bij het zorgdragen voor de beschikbaarheid van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de aangewezen vormen van specialistische jeugdhulp. De colleges van de gemeenten in een regio dienen voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdzorg gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling te treffen, zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarbij een regionale entiteit wordt ingesteld of aangewezen genaamd: ‘jeugdregio'.

De gemeenten in de regio Amersfoort werken op het terrein van (onder andere) de inkoop en het accountmanagement van jeugdhulp en Wmo-voorzieningen al sinds de start van de decentralisaties in 2015 samen op basis van een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst en individuele dienstverleningsovereenkomsten tussen de gemeente Amersfoort en de respectievelijke regiogemeenten. Voor de uitvoering van de inkooptaken jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en bijbehorende ondersteunende taken functioneert er het Regionaal inkoop- en subsidiebureau (RISB), dat organisatorisch ondergebracht is bij de gemeente Amersfoort. De huidige privaatrechtelijke samenwerkingsvorm dient te worden omgezet in een publiekrechtelijke samenwerkingswerkingsvorm, zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Beoogd effect Met dit voorstel wordt beoogd: 1. te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen ten aanzien van de vormgeving van de regionale samenwerking op het terrein van jeugdhulp, 2. de reeds bestaande, gezamenlijke uitvoering op het terrein van de Wmo-ondersteuning te continueren,

1

3. 4.

de bestaande financiële afspraken uit oogpunt van overzichtelijkheid te bundelen in één document en de huidige wijze van samenwerken ongewijzigd voort te zetten. Zo blijft integraal werken mogelijk. Daarnaast wordt tegelijkertijd de bestaande samenwerking op de centrumgemeentetaken beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken) ook op een juridische juiste wijze in deze centrumregeling vastgelegd. Tot slot wordt in de Centrumregeling de huidige en toekomstige afspraken verankerd over regionale transformatiecapaciteit die nodig is om de gemeenten te ondersteunen bij hun lokale transformatieopgaven inzake in ieder geval jeugdhulp en het integraal zorgakkoord [IZA].

Argumenten 1.1 Centrumregeling is het meest passend en meest logisch. Op grond van het wetsvoorstel moet de regio aan diverse taken op het gebied van contracteren / subsidiëren, administratieve processen, bovenregionale afstemming en de organisatie van regionale expertteams bij de jeugdregio neerleggen. Met dit voorstel wordt hier aan voldaan. Uit validatieonderzoek blijkt dat de keuze voor de rechtsvorm centrumregeling in de huidige context de meest logische keuze is. 1.2 Met dit voorstel kan de huidige effectieve en efficiënte samenwerking gecontinueerd worden. Op het terrein van inkoop en ondersteuning met betrekking tot jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en de taken op het terrein van beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijke geweld (de zogenoemde centrumgemeentetaken) werken de gemeenten al jaren constructief en met succes samen. Door het juridische construct dat thans voor de samenwerking wordt gebruikt aan te passen aan de nieuwe wettelijke eisen rondom de jeugdregio's kan deze samenwerking onverkort worden gecontinueerd. Door de wijze waarop de samenwerking tussen gemeenten in de praktijk verloopt vast te leggen in een Bestuurlijk protocol leggen we de basis om dit voort te zetten. 1.3 Specificering van de taken is vastgelegd in het takenregister.

Sommige taken waarop wordt samengewerkt maken een ontwikkeling door die te maken hebben met de veranderende sociaal maatschappelijke context en veranderingen in de doelgroepen, zowel qua aard als omvang die aangewezen zijn op jeugdhulp en ondersteuning de brede zin van het woord. Dat maakt het nader preciseren van de taken waarop wel en niet wordt samengewerkt nodig. Dat gebeurt in dit voorstel, concreet het takenregister. 1.4 Duidelijkheid en overzicht in de financiën door het Financieel protocol. De financiële afspraken over organisatie- en uitvoeringskosten en de inzet van programmabudgetten te bundelen in een Financieel protocol creëren we duidelijkheid en overzicht. De eerder gemaakte financiële afspraken wijzigen inhoudelijk niet. Er zal nog een afspraak gemaakt worden over de verdeling van de kosten van de inzet van sociaal rechercheurs. Zodra deze afspraak 3 gemaakt is wordt deze toegevoegd aan het Financieel protocol. 1.5 Met dit voorstel wordt de wettelijke procedure nageleefd. Op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen moeten de college van burgemeester en wethouders die een gemeenschappelijke regeling willen treffen het ontwerp van de regeling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten.

De raden kunnen op grond van de het derde lid van bedoeld artikel 1 binnen acht weken hun zienswijze op het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. Het ontwerp van de regeling is in overwegende mate in lijn met de bestaande samenwerkingsafspraken, rekening houdend met de wettelijke voorschriften. 1.6 De raad krijgt met de bijgevoegde stukken inzicht in de taken en bestuurlijke en financiële consequenties. Met het meesturen van het takenregister wordt beoogd de raad duidelijkheid te geven over de taken en bevoegdheden van de Centrumregeling bij de start en daarmee ook over de taken en bevoegdheden die bij de regiogemeenten blijven.

2

Met het meesturen van het Bestuurlijk protocol samenwerking en het Financieel protocol Centrumregeling wordt beoogd de raad inzicht te geven in de bestuurlijke en financiële afspraken die blijven gelden bij de Centrumregeling. Algemene risico's 1.1 De huidige netwerksamenwerking verandert van karakter en zou daardoor minder goed kunnen verlopen. Het formaliseren van de samenwerking in een Centrumregeling heeft als risico dat de huidige netwerksamenwerking van karakter verandert en daardoor minder goed zou kunnen gaan verlopen. En dat de regiogemeenten het ervaren als zou de invloed van de gemeente Amersfoort groter worden omdat zij de Centrumregeling en een gezamenlijke inkoop- en subsidieorganisatie in stand houdt. Om dat te voorkomen is een Bestuurlijk protocol opgesteld dat de colleges zullen aangaan. Doel hiervan is de huidige werkwijze en omgangsvormen in de samenwerking, met als belangrijk element het werken op basis van het model van ‘op overeenstemming gericht overleg’ te continueren, ook al verandert het juridisch jasje waarin dit gebeurt. 1.2. Raden dienen verschillende zienswijzen in. Wanneer de Raden verschillende zienswijzen indienen is het primair aan het betreffende college om die zienswijzen af te wegen en te beoordelen.

Wanneer de conclusie is dat de bepaalde zienswijzen aanleiding geeft de tekst van de Centrumregeling aan te passen is hierover overleg nodig met de andere colleges van de regiogemeenten en tot overeenstemming hierover te komen. 1.3. Niet alle Raden geven toestemming om de Centrumregeling te treffen. De kans bestaat dat begin 2025 niet alle Raden hun college toestemming geven om de Centrumregeling te treffen. Gezien de wettelijke verplichting de samenwerking rondom jeugdhulp in een van de vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen te gieten lijkt dit een theoretisch risico. Doet het zich toch voor, dan zullen de colleges met elkaar in overleg treden over wat te doen. Doorzetten van de huidige privaatrechtelijke samenwerkingsvorm is in ieder geval op het onderdeel jeugdzorg geen optie, gezien de eis van de wetgever voor een publiekrechtelijke vorm te kiezen. De enige reële optie lijkt dan te kiezen voor een zwaardere publiekrechtelijke vorm uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, iets waarvoor in het doorlopen proces door alle colleges weloverwogen juist niet is gekozen. Met het beleggen van informatiebijeenkomsten voor raadsleden om het voorstel toe te lichten en vragen erover te beantwoorden wordt getracht dit risico te verminderen. 1.4.

De mogelijkheid van vrijstelling van taken zou op gespannen voet kunnen staan met de eis van de wetgever te werken met een eensluidende instructie. De bepaling in de Centrumregeling waarmee gemeenten vrijgesteld kunnen worden van het opdragen van bepaalde taken aan de Centrumregeling is bedoeld als overgangsbepaling om de huidige situatie te kunnen continueren en bestuurlijke onrust te voorkomen. Deze bepaling zou op gespannen voet kunnen staan met de eis van de wetgever om ten aanzien van de inkoop van jeugdhulp te werken met een eensluidende instructie door de gemeenten. Dit met als doel de administratieve processen ten aanzien van regionaal ingekochte jeugdhulp voor alle gemeenten in de regio gelijk te laten zijn. Dit risico wordt gezien de aard van de uitzonderingen gering geacht. 1.5. Er zijn nadere afstemmingsafspraken nodig met het Bureau Regio Amersfoort. Het continueren van de bestuurs-ondersteunende taak van het BRA ten behoeve van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en het gewenste uitbreiden van die taak met het voeren van procesregie op de samenwerking rondom beleidsvoorbereiding en -afstemming en uitvoering vraagt om nadere afstemmingsafspraken met het BRA. Hierover moeten de gemeenten en het BRA het eens worden. 1.6 Flexibiliteit en autonomie zijn belangrijk.

Door het toepassen van een centrumregeling bestaat het risico dat de stem van Baarn in de besluitvorming minder wordt. Tevens bestaat het risico dat er minder flexibiliteit is om zelf keuzes te maken in het sociaal domein. Dit is als aandachtspunt opgenomen in de zienswijze.

3

Kosten, baten en dekking Het veranderen van de juridische vorm van de samenwerking in het sociaal domein als zodanig heeft geen financiële consequenties. De bestaande financiële basisafspraken blijven ongewijzigd en zijn vastgelegd in het Financieel protocol dat ter kennisneming is bijgevoegd. De uitvoeringskosten blijven vergelijkbaar met de uitvoeringskosten die nu gemaakt worden voor het RISB en dat geldt ook voor de bijdragen van de deelnemende gemeenten. In de begroting 2025 van de centrumregeling zijn alleen de kosten voor sociaal rechercheur als nieuwe kosten toegevoegd. Deze begroting wordt ter kennisgeving beschikbaar gesteld bij de raadsvoorstel over de toestemming voor het aangaan van de regeling. De kosten zijn reeds opgenomen in de begroting 2025 van Baarn. Aanpak / Uitvoering Na behandeling van dit voorstel in de Raden van de regiogemeenten worden de volgende stappen gezet: 1. De colleges beoordelen en overleggen in het BOSD over de zienswijzen van de raden en hoe zij daar mee om zullen gaan in de definitieve versie van de Centrumregeling. 2. De colleges stellen vervolgens het raadsvoorstel op waarin zij toestemming vragen aan hun Raden om samen met de andere regiogemeenten de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort te mogen treffen. 3. De raden behandelen het toestemmingsverzoek.

Deze stap heeft een formeel karakter; ruimte voor het doen van wijzigingsvorstellen op de inhoud van de centrumregeling is er dan niet meer; de raad verleent toestemming of ziet daar van af. 4. Na verkregen toestemming van hun raad stellen de colleges de tekst van de Centrumregeling definitief vast; die moet een eenduidig besluit zijn van alle colleges om de regeling in werking te kunnen laten treden. Duurzaamheid N.v.t. Communicatie De reactiebrief wordt na besluit verstuurd. Evaluatie Niet van toepassing

Burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

4

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: Bijlage 1 Brief zienswijze Bijlage 2 Concept Centrumregeling Bijlage 3 Takenregister Bijlage 4 Bestuurlijk protocol CUSD Bijlage 5 Financieel protocol

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14969789/1