1079459 Omgevingsvergunning Koningsweg 4 bijlage 09 Nader onderzoek vleermuizen.pdf
Tekst van het document
Titelblad ADRES: POSTCODE: PLAATS:
Koningsweg 4 3743 EV Baarn
NAAM: ADRES: POSTCODE: PLAATS: TELEFOONNUMMER: CONTACTPERSOON: E-MAILADRES:
Van der Mark Advies Wieringenmeen 5 3844 NB Harderwijk 06-22977717 Dhr. J. van der Mark
NAAM: VELDWERKER: PERIODE:
Baecx B.V. Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax Seizoen 2023
PROJECTNUMMER: PROJECTLEIDER: PROJECTMEDEWERKER:
230873 Dhr. J. (Jasper) Smits Mevr. N. (Nadine) Bleijenberg-Vos
Vandermarkadvies@gmail.com
Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer 1
Autorisatiedatum 5 oktober 2023
Wijzigingen Geen; eerste uitgifte
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.
Inhoud Pagina
Samenvatting
4
1. Inleiding
5
2. Verantwoording 2.1 Aanleiding 2.2 Doelstelling 2.3 Resultaten voorgaand onderzoek
5 5 5 5
3. Huidige situatie en ontwikkeling 3.1 Plangebied
6 6
4. Onderzoeksmethode
7
5. Veldwerk 5.1 Veldbezoeken 5.2 Veldwaarnemingen
9 9 10
6. Toetsing Wet- en Regelgeving
12
Conclusies en aanbevelingen
14
Bijlagen Tekeningen
Samenvatting Op basis van de veldbezoeken is vastgesteld dat er actieve verblijfsplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Het gaat hierbij om actieve zomerverblijfsplaatsen. Voor de geplande werkzaamheden is wel ontheffing noodzakelijk ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. De bomen die het perceel omringen blijven bestaan. Eventuele vliegroutes zullen dus niet worden verstoord tijdens of na de sloop en nieuwbouw. Mocht het blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.
1. Inleiding Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorafgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie.
2. Verantwoording
In opdracht van Van der Mark Advies is een nader onderzoek ecologie uitgevoerd op de locatie Koningsweg 4 te Baarn. De aanleiding is de voorgenomen sloop van de aanwezige bebouwing (een zorgcentrum). Vervolgens wordt er nieuwbouw gerealiseerd. Voorafgaand aan de uitvoerende werkzaamheden voor sloop en/of nieuwbouw dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor het niet verstoren of schade toebrengen aan (beschermde) flora en fauna.
Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of er binnen het plangebied daadwerkelijk sprake is van de aanwezigheid van vleermuizen en verblijfplaatsen van vleermuizen. Aan de hand hiervan zullen de (mogelijke) effecten van de voorgenomen plannen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen besproken worden. In dit rapport worden de resultaten van het nader onderzoek beschreven en getoetst aan de Wet Natuurbescherming.
In de uitgevoerde ecologische quickscan (Baecx B.V., P221108-01, 8 november 2022) is naar voren gekomen dat er op de locatie potentiële verblijfsplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn. Sommige gevels en/of daken beschikken over openingen waar vleermuizen van gebruik kunnen maken. Voor de vleermuizen gaat het om winterverblijfplaatsen, massawinterverblijfplaatsen/zwermlocaties, kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen en/of paarverblijfplaatsen. Dit geldt specifiek voor de volgende vleermuissoorten: • Baardvleermuis • Franjestaart • Gewone dwergvleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Laatvlieger • Ruige dwergvleermuis
3. Huidige situatie en ontwikkeling
De locatie is gesitueerd in Baarn en gelegen op het perceel, kadastraal bekend als BAA01 L. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2390 m². Het plangebied bestaat uit: • Aan de noordzijde woonwijk/ woningen; • Aan de oostzijde boomrij en woningen; • Aan de zuidzijde straat en woningen; • Aan de westzijde bomenrij en woningen.
Afbakening plangebied
Het gebouw dateert uit 1953 en is opgetrokken uit stenen spouwmuren met deels open stootvoegen. Het dak is voorzien van dakpannen met daaronder dakbeschot en is afgewerkt met overstekken. Daarnaast is het dak voorzien van houten spanten en gordingen. Het zorgcentrum is in goede staat doordat het recentelijk is gerenoveerd.
4. Onderzoeksmethode Vleermuizen De potentiële verblijflocaties worden onderzocht conform het Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s, versie 2021. Hieruit zijn vooraf de optimale periodes gefilterd waarin onderzoek dient plaats te vinden. Hiermee is voor alle potentieel aanwezig vleermuissoorten een, in het vleermuisprotocol aangegeven, minimale onderzoeksperiode voldoende afgedekt. Visueel en met gebruik van een ultrasone batdetector (Pettersson Ultrasound Detector) worden de daken en gevels geïnspecteerd op in- of uitvliegende vleermuizen, om vast te stellen of er verblijfsplaatsen aanwezig zijn. Het gaat hierbij om de onderstaande soorten: • Baardvleermuis • Franjestaart • Gewone dwergvleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Laatvlieger • Ruige dwergvleermuis Onderstaande tabel geeft de optimum bezoekrondes weer per verblijfstype en binnen de scoop van de te beoordelen vleermuissoorten: Tabel 1 Optimale periodes voor vleermuisrondes
Type verblijfsplaatsen Winter Massawinter Kraam Zomer Paar
2023 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2024 jan
feb
mrt
Hieruit volgt de onderstaande uitgewerkte planning: Tabel 2 Overzicht benodigde bezoekrondes
Verblijf Massawinterverblijf / Zwemlocatie
Periode (alle soorten) 1 augustus t/m 10 september
Kraamverblijfplaats
10 mei t/m 1 augustus
Zomerverblijfplaats
1 april t/m 15 oktober
Paarverblijfplaats
15 maart t/m 1 november
Benodigde bezoekrondes 2 x 2 uur (met een tussenperiode van 10 dagen) 2 x 2 uur (waarvan 1x ochtendronde voor Baardvleermuis en Franjestaart) 2 x 2 uur (waarvan 1x ochtendronde en 1x kraamperiode met een tussenperiode van 20 dagen) 2 x 2 uur
apr
De essentie van het onderzoek is of de vleermuissoorten gebruik maken van het plangebied in de vorm van verblijfplaatsen. Voor gedetailleerde onderzoeksmethodieken wordt verder verwezen naar het ‘Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s, Versie 2021’, waar per type verblijfslocatie staat uitgewerkt hoe deze te onderzoeken. Tabel 3 De definities van de gebiedsfuncties
Verblijfplaats Zomerverblijfplaats
Kraamverblijfplaats Paar(verblijf)plaats
Winterverblijfplaats
Vliegroute Foerageergebied
Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaat is. Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar tenminste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwemmen. Welk gedrag is waar te nemen, afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwemgedrag en/of baltsroepen (Zwemmen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor). Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hibernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massawinterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
Verblijfplaatsen kunnen in de loop van het jaar verschillende functies voor de soort, verschillende soorten of het andere geslacht van de soort hebben.
5. Veldwerk Het nader ecologisch onderzoek heeft betrekking op vleermuizen. De resultaten worden besproken en uitgewerkt. De locatie kenmerkt zich door de omringende woonwijk. Het veldwerk is uitgevoerd door het onderstaande team: • Dhr. R. (Ruben) Vos • Dhr. J. (Jasper) Smits Vleermuizen Voor het nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen is de locatie bezocht op de voorgeschreven, geplande momenten. De vleermuissoorten worden per locatiebezoek gemonitord op aanwezigheid door middel van geluid aan de hand van een ‘batdetector’ (Pettersson Ultrasound Detector), waar mogelijk aangevuld met visuele waarnemingen. Ook is er een warmtebeeldkijker gebruikt om de vleermuizen in het donker te kunnen waarnemen. Het onderstaande tabel geeft de momenten weer van de uitgevoerde veldbezoeken: Tabel 5 Uitgevoerde veldbezoeken Vleermuizen
Uitgevoerd veldbezoek 02-05-2023 20-05-2023
31-05-2023 22-08-2023 30-08-2023 06-09-2023 19-09-2023
Verblijf
Tijd
Zomerverblijfplaats ronde 1 Zomerverblijfplaats ronde 2/Kraamverblijfplaats ronde 1 Kraamverblijfplaats ronde 2 Paarverblijfplaats ronde 1
20:15 22:15 03:30 05:30
–
Zonsopgang/ondergang 21:06 uur
–
05:38 uur
21:45 23:45 22:00 00:00 00:00 02:00 00:00 02:00 22:00 00:00
–
21:49 uur
–
20:47 uur
–
20:34 uur
–
20:18 uur
–
19:43 uur
Massa winterverblijfplaats ronde 1 Massa winterverblijfplaats Ronde 2 Paarverblijfplaats ronde 2
Weer 10˚C, onbewolkt, neerslag 10˚C, onbewolkt, neerslag
geen
13˚C, onbewolkt, neerslag 16˚C, onbewolkt, neerslag 12˚C, onbewolkt, neerslag 18˚C, onbewolkt, neerslag 14˚C, bewolkt, neerslag
geen
geen
geen geen geen geen
Volgens het Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s Versie 2021 dient de temperatuur minimaal 12 graden te zijn. Dit is niet het geval voor Zomerverblijf Ronde 1 (02-05-2023). Echter is het temperatuurverschil minimaal. Bovendien verschilt de temperatuur per plek en tijdstip. Er kan vanuit worden gegaan dat dit kleine verschil in temperatuur het gedrag van de vleermuizen niet heeft beïnvloed. Er kan vanuit worden gegaan dat deze ronde representatief is. Volgens het Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s Versie 2021 dient de temperatuur minimaal 12 graden te zijn. Dit is niet het geval voor Zomerverblijf Ronde 2/ Kraamverblijf ronde 1 (20-05-2023). Tijdens deze ronde is echter in vergelijking met de andere
vleermuisrondes een te verwachten aantal waarnemingen gedaan. Er kan vanuit worden gegaan dat deze ronde representatief is.
Algemeen Voor de uitvoering van het veldwerk bij vleermuizen is gebruik gemaakt van 1 tot 2 personen, waarbij zij een route hebben afgelegd zodat de gehele projectlocatie afgedekt is. Hierbij is gebruik gemaakt van mobiele telefoons en projectformulieren om waarnemingen door te geven en te noteren. In bijlage B worden de gebruikte looproutes en zichtlocaties weergegeven, welke in het vleermuizenonderzoek zijn gehanteerd. In de onderstaande tabel worden de resultaten per vleermuisronde uitgewerkt. Deze zijn ook te zien op de tekeningen in Bijlage B. De soort vleermuis die voornamelijk is waargenomen is de gewone dwergvleermuis. Een enkele uitzondering is met soortnaam benoemd in de tabel. Tabel 6 Resultaten uitgevoerde veldbezoeken
Datum veldbezoek 02-05-2023 18-05-2032 31-05-2023 22-08-2023 30-08-2023 06-09-2023 19-09-2023
Resultaten 8x gewone dwergvleermuis waargenomen. Laatvlieger als passant. 16x gewone dwergvleermuis waargenomen. 1x een rosse vleermuis waargenomen en 1x een laatvlieger passant. Geen vleermuizen waargenomen 2x gewone dwergvleermuis waargenomen 3x gewone dwergvleermuis waargenomen 1x een gewone dwergvleermuis waargenomen boven het pand dat richting het zuiden vliegt. 1x een waarneming ten noorden van het pand.
Op de onderzoekslocatie zijn meerdere malen vleermuizen waargenomen. Hieronder ook een rosse vleermuis en een laatvlieger als passanten. Echter zijn er ook verblijfplaatsen waargenomen in of rond het pand. Onder de dakpannen aan de achterzijde is sprake van een actieve zomerverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis.
Dak achterzijde met verblijfplaats Gewone dwergvleermuis
Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Op basis van de waarnemingen zijn geen vleermuisactiviteiten vastgesteld die buiten het plangebied liggen, die kunnen duiden op actieve vleermuisverblijfsplaatsen.
6. Toetsing Wet- en Regelgeving Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten genieten binnen de Wet Natuurbescherming een strikte bescherming. Vleermuizen zijn streng beschermd vanwege hun kwetsbaarheid. De afgelopen vijftig jaar zijn sommige soorten erg zeldzaam geworden of geheel verdwenen. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn daarom sterk afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen. Alle vleermuissoorten staan vermeld in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘’het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’’. Dit houdt in dat niet alleen de zomer- en winterverblijfplaatsen, maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes), paarterritoria en de essentiële foerageergebieden bescherming genieten. Op de onderzoekslocatie zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aangetoond. Ook zijn vliegroutes langs het pand vastgesteld. Naar verwachting zullen de werkzaamheden wel beschermde verblijfplaatsen en vliegroutes van de gewone dwergvleermuis verstoren, beschadigen of vernielen. Er dienen maatregelen genomen te worden om deze schade te beperken. De voorgenomen werkzaamheden zijn hierbij ontheffingsplichtig ten aanzien van vleermuizen.
Overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming (de verboden op het opzettelijk verstoren van vleermuizen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de voortplantings- of rustplaatsen van vleermuizen) dient hiermee voorkomen te worden.
7. Mitigerende maatregelen Vleermuizen Voor de voorgenomen werkzaamheden dient een ontheffing te worden aangevraagd en zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk op negatieve effecten op gewone dwergvleermuizen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. Bij deze de te nemen maatregelen: •
•
• •
Plaatsen van vleermuiskasten voor gewone dwergvleermuis voorafgaand aan de werkzaamheden (doorgaans eist de provincie dat per te vernietigen verblijfplaats vier vervangende verblijfplaatsen worden gerealiseerd). Dit betreffen over het algemeen opbouwkasten die bij binnen 100 à 200 meter van de originele verblijfplaatsen moeten worden opgehangen. De tijdelijke voorzieningen moeten beschikbaar blijven tot na afronding van de werkzaamheden die een effect hebben op verblijfplaatsen van vleermuizen. LET OP: de gewenningsperiode hiervoor is een heel kraamseizoen (mei tot en met juli). Werken buiten de kwetsbare periode van de soort. In deze situatie betreft dit het gebruik van de zomerverblijfplaats en kraamverblijfplaats. Deze periode loopt globaal van half april tot half oktober Nieuwe verblijfplaatsen creëren in de toekomstige situatie; Begeleiding tijdens de werkzaamheden.
Hiernaast dient de huidige verblijfplaats minimaal 3 dagen voor de sloop ongeschikt te worden gemaakt. Hierbij moet de avondtemperaturen minimaal 10 graden Celsius worden in de minst kwetsbare periode van deze soort wanneer de verblijfplaatsen ongeschikt worden gemaakt. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd rekening te houden met de straatverlichting. Het plaatsen of wijzigen hiervan kan invloed hebben op verblijfplaatsen en vliegroutes. Aanbevolen wordt zowel in de tijdelijke fase als in de nieuwe situatie verlichting op vleermuisvriendelijke wijze toe te passen. Hierdoor wordt en blijft het gebied meer geschikt als leefgebied.
Conclusies en aanbevelingen Op basis van de veldbezoeken is vastgesteld dat er actieve verblijfsplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Het gaat hierbij om actieve zomerverblijfsplaatsen. Voor de geplande werkzaamheden is wel ontheffing noodzakelijk ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. De bomen die het perceel omringen blijven bestaan. Eventuele vliegroutes zullen dus niet worden verstoord tijdens of na de sloop en nieuwbouw. Mocht het blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden. Aanbevolen wordt om in het nieuwbouwontwerp te werken met ‘natuur-inclusief’, om de stadsnatuur te kunnen versterken.
Looplijnen
Betreft: Looplijnen Projectnummer: 230873 Locatie: Koningsweg 4 Baarn
Passant Gewone dwergvleermuis Passant Laatvlieger Passant Rosse vleermuis Uitvlieger Gewone dwergvleermuis Projectnummer: 230873 Locatie: Koningsweg 4 Baarn
Zomerverblijfplaats